19

‘Ik begeef me nooit op het grijze vlak’ Ram Rambaratsingh strijdt voor de rechten van Surinamers ‘Toen in 1975 veel jonge mensen de oversteek naar Nederland maakten, bleven veel ouders achter. Ze hadden een stukje grond in Suriname en daarop een huis gebouwd. Hun hart liet het niet toe om die fijne plek te verlaten. Nu zijn deze mensen 65-plus, maar mogen hun kinderen in Nederland niet voor hen zorgen. Want voor de wet zijn ze ‘vreemdelingen’. Ook benaderden Surinaamse Nederlanders mij in 1980 over hun AOW-gat. Ik ben toen gaan informeren en vernam dat deze mensen minder kregen: hun jaren in Suriname telden niet mee voor de AOW-opbouw. Ik vind dat hartverscheurend.’ Als kind leerde Ram Rambaratsingh al veel over Nederland. Hij kon onze landkaart spellen! Ram kwam in 1975 terecht in Den Haag en bleef hier ook wonen. Hij ontwikkelde zich administratief, beleidstechnisch en financieel bij de ministeries van VROM en Binnenlandse zaken. Ram is al twaalf jaar met pensioen, maar nog steeds een bezige bij. “Onrecht met recht bestrijden” is zijn lijfspreuk. En er zijn nog diverse rechten te behalen. Hij weet nog altijd de weg te vinden naar het Rijksarchief en de Tweede Kamer. Ram is getrouwd, vader van twee dochters en een trotse opa van vier kleinzonen. ‘In de buurt waar ik opgroeide, woonden allerlei bevolkingsgroepen. Vergelijk het met de Schilderswijk; buitenstaanders zien soms de negatieve dingen, maar ik zag ze niet. Ik zat er middenin, iedereen kende elkaar en onderling waren er nauwelijks problemen. Op school moest ik wel mijn mannetje staan. Er was veel armoede en niet alle kinderen kregen brood mee van thuis. Ik wel. Maar mijn halve puntbroodje werd regelmatig afgepakt. Bij mijn neef probeerden ze dat ook, maar die mepte wel van zich af. Ik niet. Het ging zo ver dat ik niet meer naar school wilde. Mijn moeder had er kopzorgen van. Zo kwam ik terecht op een nieuwe school in Zorg en Hoop. In deze wijk in Paramaribo woonden veel Hollandse mensen en leerde ik op school van alles over Nederland, iets wat me later goed van pas kwam.’ Rechten leren ‘Toen ik klaar was met school, was er geen werk. Ik kon wel aan de slag bij mijn vader en ooms. Ze hadden een bedrijf in vervoer en transport en waren heel ondernemend. Voor hen bestuurde ik een lijnbus, maar ik vond er niet veel aan. Ik zocht meer uitdaging. Die vond ik bij de politie. Ik schreef een sollicitatiebrief, die ik persoonlijk ging afleveren bij het Hoofdbureau. Hier werd ik gelijk gewogen en gemeten (alles in orde). Ik vertelde er thuis niets over, want ik wist nog niet of het wat zou worden. Ik was bang voor de psychologische test – daar strandden velen op – maar dat ging goed. Ik rolde overal doorheen. Ik was 23 en kon opeens aan het werk als agent. Toen móest ik mijn ouders wel op de hoogte stellen. 19 LOUISE DIJKMANS

20 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication