20

50 JAAR ONAFHANKELIJKHEID VAN SURINAME Ze schrokken alle twee. En waren niet blij. En al helemaal niet met een beroep met zo veel risico’s. Mijn vader noemde het zelfs een hondenbaan: “Als wij gaan slapen, ga jij de straat op. Je gaat over ons waken. En wie waakt er over mensen? Honden!” Maar ik zag het anders, ik ging rechten leren en werd gezagsdrager. Ik vond het fijn werk, de uren vlogen voorbij. Door mijn uniform werd ik herkend en iedereen was aardig. Ik deelde maar weinig boetes uit. Ik zag genoeg, hoor, maar pakte het gewoon anders aan. Als mensen dubbelparkeerden of de straat blokkeerden met laden en lossen, knoopte ik een gesprek met hen aan. Een gesprek komt in het oor en dan gebeurt er iets in de hersenen! Zo kon ik mensen op andere gedachten brengen. Dat werkt beter dan een boete uitdelen, want die betaal je en dan is de kous af. Ik vond het fijn als ze iets van de overtreding leerden. Tot mijn 26ste was ik politieagent. Toen Joop den Uyl als premier van Nederland in het diepste geheim voor besprekingen naar Suriname kwam, heb ik hem en de andere heren nog bewaakt in hun hotel. Dat gebeurde van zes tot zes in de avond en nacht, overdag niet. Het was toen niet heel gevaarlijk, maar we moesten er wel zijn. In burger. En je sprak er niet over. Als Den Uyl daarna op televisie kwam, dan dacht ik wel: hee ja, die man uit Nederland is hier.’ Flink dilemma ‘Vanaf de bekendmaking van de datum van Onafhankelijkheid, in februari 1975, werd het onrustig in Suriname. Het grootste deel van de bevolking wilde de Onafhankelijkheid nog niet. De tijd was er nog niet rijp voor, vond ook de oppositie. Eigenlijk had de regering toen een referendum moeten houden, maar dat gebeurde niet.

21 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication