Ik zei tegen mijn ouders: “Gaan jullie maar naar Nederland. Ik blijf!” Maar mijn moeder wilde per se dat ik met hen meeging. Den Uyl heeft toen iets heel belangrijks gezegd op de Surinaamse televisie; later heb ik daar nog vaak naar verwezen. Den Uyl zei namelijk: “Als u uw rechten en plichten wilt behouden, dan moet u ervoor zorgen dat u vóór 25 november 1975 in Nederland bent.” Toen ik die uitspraak goed op me liet inwerken, dacht ik: duidelijker kan de man niet zijn. Dát besef, in combinatie met de politieke onrust, maakte dat ik toch meeging naar Nederland.’ Als je vertrekt, laat je álles achter; Je hebt niets meer om naar terug te keren, als je niet kunt aarden in dat nieuwe land ‘Vertrekken of blijven was voor veel mensen een flink dilemma. Als je vertrekt laat je immers álles achter. En je verkoopt wat je hebt voor een appel en ei. Huisraad werd in Suriname zelfs gratis weggegeven. Je hebt dan helemaal niets meer om naar terug te keren, als je niet kunt aarden in dat nieuwe land ... Velen hebben toch de sprong gewaagd. Dat ging heel snel, ook bij ons. Ik trouwde met mijn vriendin en voor ik het wist, zaten we al in het vliegtuig naar Nederland.’ Niet naar een dorpje ‘Den Uyl beloofde ons een goede ontvangst en hij hield woord. In het vliegtuig kwam de stewardess langs met een blauw formulier dat je kon invullen voor een opvangcentrum. Bijna iedereen koos daarvoor. Per touringcar vertrokken mensen naar verschillende locaties. Tot Groningen aan toe. Mijn familie en ik kwamen terecht in een motel aan de Assendelftstraat in Den Haag. Dat motel was een wit gebouw dat er nog altijd staat. We kregen daar een kamer. Elke dag kwamen twee mensen van het ministerie van Cultuur Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM); zij spraken met ons over het nu en de toekomst. We mochten dagelijks kiezen wat we wilden eten. Ik verzamelde dan de wensen voor de hele groep. Mijn moeder en tantes hadden de handen vrij. Ze hielpen daarom de kok met het bereiden van de (Surinaamse) maaltijd, waar iedereen van genoot. Elke vrijdag kregen we ook 60 gulden. Dat was voor ons snoepgeld, want ons verblijf in het motel was gratis. Deze opvang was tijdelijk. We verhuisden voor een korte tijd naar Rotterdam en van daaruit moesten we naar Putten. Nederland hanteerde een nationaal spreidingsbeleid; je mocht overal wonen, maar niet in de vier grote steden. Putten sprak mij echter helemaal niet aan! Ik kende de Nederlandse landkaart goed en wilde niet naar een dorpje verhuizen. Dan ging ik liever terug naar Suriname. Dus stapte ik niet in de bus naar Putten, maar zocht contact met een neef in Den Haag. Hij hielp mij met het zoeken naar een baan. Dat werd mijn uitweg. We gingen naar het arbeidsbureau aan de Troelstrakade en ik keek daar in de vacaturebakken. Ik zocht naar functies voor administratief medewerker, want een baan bij de politie zag ik niet meer zitten. Ik had op straat al gezien dat de Nederlandse burger een heel andere burger was dan de Surinaamse. Een Nederlander zei niet snel sorry, maar gaf veel meer weerwoord. Daarom reageerde ik op een administratieve baan bij het ministerie van VROM. Ik mocht gelijk op gesprek komen. Dat verliep goed; ik kreeg 21
22 Online Touch Home