28

LANGS HET TUINPAD VAN MIJN VADER Bijna een eeuw leven vat je niet in een dag samen. Toch is er hopelijk tijd genoeg om te praten over de lijnen in onze familie. Er ligt een tijdsbrug waarin zo veel gebeurd is. Waarin ontwikkelingen zo snel zijn gegaan dat terugdenken aan vijftig of zelfs twintig jaar geleden vooral verbazing geeft. Ik pak mijn vaders arm en druk die kort tegen me aan. Eigenlijk een vreemd gebaar, want we zijn thuis nooit zo aanrakerig geweest. ‘Laten we verdergaan.’ Hij knikt en begint meteen te lopen. De natuur is voor mijn vader altijd belangrijk geweest; dat gegeven ken ik, de reden ervan niet. Op zondag gingen we vaak naar de zandverstuivingen in de Hoge Veluwe. Wij kinderen speelden daar in het zand, mijn vader vond er zijn rust. Onontbeerlijk naast zijn drukke baan als reumatoloog. Met twee broers en één zusje groeide ik op in een gezin dat ik als heel veilig ervoer. Als kind wist ik niet beter dan dat mijn vader en moeder er voor me waren. Er werd gepraat over school en over onze buitenschoolse activiteiten. Mijn vader ging aan het werk, mijn moeder bleef bij ons. Wij groeiden op en vroegen niets over vroeger. Vroeger was geweest, en van die tijd wisten we niets. Ineens zit er een liedje in mijn hoofd; gezongen door Wim Sonneveld. Waarschijnlijk werd het vooral door mijn ouders gedraaid, maar de woorden kan ik feilloos meezingen. En langs het tuinpad van m’n vader zag ik de hoge bomen staan. Ik was een kind en wist niet beter, dan dat het nooit voorbij zou gaan. Zo voelde het. Het zou altijd zo blijven. Je leefde niet in een verleden dat voorbij was. En ook niet in een toekomst vol waanzinnige uitvindingen. Je leefde met de inzichten van dat moment. 28

29 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication