18

- 4 - AMBARAWA De aankomst We kwamen aan bij de ingang van het kamp. Het kamp staat bekend als Kamp 6, het grootste interneringskamp van Ambarawa. Er stond bij de poort een portierswoning waarin de Japanners huisden, onze kampbewakers, de machthebbers. Na geregistreerd te zijn mochten we doorlopen naar barak 10. Deze barak, helemaal achter in het kamp stond nog leeg, we moesten zelf maar een plek zoeken. Het was een groot kamp, een massakamp, er waren ruim 2000 mensen in ondergebracht. Moeder had ons streng opgedragen elkaar een hand te geven en elkaar te blijven vasthouden. Moeder liep vooraan, Lucie sloot de rij en tante Rie had Coen op de arm. Het was een paar honderd meter lopen. Wat mij opvalt in dit deportatieverhaal is dat ik niet schrijf over mijzelf, maar over ons. “Ik” kwam niet in Ambarawa aan, maar “wij”. Dat had te maken met overleven. Wij droegen elk een klein rugzakje. Dat had eveneens te maken met voorzorg om te overleven. Al voor de oorlog begon, waren die rugzakjes ontworpen, met de naaimachine in elkaar gezet en van het meest noodzakelijke voorzien (naam, adres, noodrantsoentje, verbanddoosje) voor het geval we elkaar 71

19 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication