12

Al dat ‘moeten’ bracht me eigenlijk niets. Ik zat in een neerwaartse spiraal die mij eenzaam maakte en depressieve gevoelens bezorgde. Voor een deel was dat een lichamelijke reactie; hoewel ik nooit complete maaltijden oversloeg, at ik slechts piepkleine hoeveelheden en héél eenzijdig. Alles wat ik at, bevatte nauwelijks voedingswaarde. Zodoende had ik na een half uur alweer verrekte veel trek en dan at ik nog maar een appel of een stuk komkommer. Zoals veel mensen met een eetstoornis, had ik ‘verboden voedsel’. Voor mij was dat eigenlijk alles waar vetten, suikers en koolhydraten in zaten. Naast groente en fruit bleef er zodoende weinig over dat ik zonder schuldgevoelens durfde te eten. Het gebrek aan voedingswaarde in mijn voeding zorgde ervoor dat ik me steeds slechter kon concentreren en ook hoe langer hoe minder energie had. Dat leidde vanzelf tot depressieve gevoelens en maakte de angst om de controle te verliezen alleen maar groter. Rituelen en dwangmatig gedrag Andere reisgenoten uit dit boek vertellen eveneens over deze neerwaartse spiraal. Nelly, Otto, Karin en Elke worstelden met binge eating en geven aan dat hun eetbuien een gevoel van schaamte en schuld opriepen en een verminderde zelfwaardering. Die eetbuien betekenden dat zij de controle kwijt waren geraakt; dat riep een gevoel van falen bij hen op. Dat geldt ook voor Will: hij voelt zich weliswaar goed tijdens het naar binnen proppen van al dat eten en geniet kort daarna nog van de ‘suikerpiek’, maar na afloop voelt hij zich toch vooral beroerd en ellendig. Het voelt slechts tijdelijk als een bevrijding. Voor Julliette, Linda, Sara en mijzelf werkte het net andersom: streng lijnen of vasten gaf ons tijdelijk het gevoel dat we weer alles onder controle hadden. Alle mensen die hun verhaal met mij deelden, gaven aan dat zij, in meerdere of mindere mate, worstelden met dezelfde emoties in relatie tot hun eetgedrag. Iedereen had last van stemmingswisselingen, perfectionisme en faalangst. Iedereen kreeg voortdurend het gevoel als mens mislukt te zijn en voelde zich, als het erop aankwam, machteloos en hulpeloos. Daarnaast speelden allerlei irrationele angsten en was er achterdocht, soms zelfs vijandigheid, naar andere mensen toe. Veel mensen hadden angst voor sociale situaties (openbare ruimtes, de stad, werk en feestjes). Dat gold des te sterker als er eten in het spel was of als hun lichaam op de voorgrond trad. Denk maar aan Elke, die niet kon verdragen dat er foto’s van haar werden gemaakt. 12 Stap 2: Negeer de nooduitgang

13 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication