43

Els Schuring De jongen in de waterput V er hier vandaan woonde een kleine jongen, die zo boos en verdrietig was, dat hij zich vaak verschool in de lege waterput van het dorp. Daar huilde hij dikke tranen. Omdat hij niet wist hoe hij weer vrolijk kon worden, werd hij bleek en mager; zijn ogen stonden mat en donker. De mensen in het dorp vonden het vreemd. Ze begrepen niet waarom de jongen zo somber was en niet speelde met de andere jongens uit het dorp. Op een dag kwam er een nieuw meisje in het dorp wonen. Ze hoorde over de vreemde jongen in de waterput en nieuwsgierig zocht ze hem op. ‘Waarom zit je hier en huil je?’ vroeg ze verbaasd. De jongen veegde met zijn hand over zijn ogen en keek naar boven. ‘Ik ben alleen, daarom valt het leven me zwaar’, zei hij met een zucht. ‘Het zou beter zijn als ik niet geboren was.’ Het meisje werd stil en wist even niet wat te doen. Ze keek om zich heen en zag een vogelveer liggen op de grond. Ze pakte de veer en liet hem in de put naar beneden dwarrelen. Toen de jongen de veer steeds dichterbij zag komen, moest hij glimlachen. ‘Dag’, riep het meisje. ‘Morgen kom ik weer!’ De jongen droogde zijn tranen en streelde zacht over de veer. ‘Dank je, wat mooi!’ stamelde hij. Hij rechtte zijn schouders en klom uit de put. Eenmaal buiten keek hij om zich heen, maar het meisje was verdwenen. Plotseling stak de wind op en rukte de veer uit zijn handen. De jongen schrok. ‘Afblijven, hij is van mij!’ riep hij naar de wind. Maar die stoorde zich niet aan de jongen en blies met volle kracht de veer verder en verder. De jongen rende mee met de wind en holde de veer achterna. Zo werd hij meegevoerd naar het huis van het meisje. Daar wervelde de veer nog één keer hoog op en bleef toen liggen op de mat voor de deur. De jongen klopte aan. Het meisje deed open. ‘Ben je daar al’, zei ze blij. De jongen raapte de veer op en liep met het meisje mee naar binnen. 41

44 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication