44

Hannah Hamans Brief van Brood aan Appel Appel Aan de appelboom Postbus 2306C Land van Vrouw Holle Lief Appeltje van me, Laatst heb ik me toch iets meegemaakt. Ik stond te bakken in de oven en heerlijk te geuren. Langzamerhand kreeg ik een goudbruin korstje om me heen. Ik gilde hard: ‘Ik ben klaar! Haal me eruit!’ En twee prachtige witte ranke vingers met netjes gelakte nagels verschenen en pakten mij vast. Ze haalden me uit de oven en aaiden me zacht. Nog nooit ben ik zo teder aangeraakt. Twee dagen later werd ik weer gebakken in de oven. Langzamerhand kreeg ik een goudbruin korstje om me heen en ik gilde hard: ‘Ik ben klaar! Haal me eruit!’ Van ver hoorde ik een brute meisjesstem schreeuwen: ‘Bah, nee hoor, zo meteen brand ik mijn vingers nog!’ Daar zat ik dan, gevangen in de oven, en mijn goudbruine korstje veranderde langzaam in zwarte aangebrande korst. Ik gilde en gilde, maar ze kwam niet terug. Aan de andere kant moet ik niet zeuren. Van veraf kon ik haar dikke worstachtige met wratten bedekte handen al zien. Moet je nagaan, als haar vingers met nagels waar vuil van wel twee weken oud onder zat mij zouden hebben aangeraakt… Gelukkig gaat het nu weer wat beter met me. Moet af en toe hier en daar nog wel wat zwart van me afschrapen. Ben jij deze twee paar handen ook tegengekomen? Liefs, je Brood Brood In de oven Postbus 2309X Land van Vrouw Holle 42

45 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication