10

Preek 19 juli 2026 “Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd, en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd.” – Lucas 18:14 In de gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar (zie Lucas 18:9-14) leert onze Heer Jezus Christus ons over nederigheid en een eerlijke beoordeling van onszelf. “Want wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd, en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd.’” (Lucas 18:14). Wat is nederigheid? Is het nederigheid om jezelf te vernederen en te kleineren? Absoluut niet. We hebben geen nederigheid nodig om onszelf te vernederen. Onze zonden doen dat voor ons. Het geheim van christelijke nederigheid is dit: vrede hebben met jezelf, weten wie je bent, jezelf eerlijk beoordelen en jezelf alleen vergelijken met God, wie je bent voor God. En wanneer je in het licht van de kennis van God je zondige natuur ziet, de grootheid van Gods offer voor je verlossing, buigt je trotse hoofd onwillekeurig naar de aarde, naar de grond waaruit je bent geschapen, en zegt: “Heer, vergeef mij, een zondaar.” Overigens komt het woord “nederigheid” uit het Latijn (net als in het Engels), namelijk “humus” wat aarde betekent. Nederigheid is dus ook het simpele besef dat wij mensen uit aarde bestaan en op een dag tot aarde zullen terugkeren. We hebben immers niet veel om trots op te zijn. Laten we daarom de illusies van farizeïsche zelfingenomenheid en arrogantie vermijden en ons tooien met de deugd van nederigheid. Laten we niet kijken naar de mensen om ons heen, of ze nu vasten of niet, of ze nu doneren aan de kerk of niet, of ze zich nu bekeren van hun zonden of niet. Laten we onszelf in plaats daarvan vergelijken met God, reflecteren op onszelf, op het moeras van zonde, kwaad, onverschilligheid en onverdraagzaamheid waarin we verstrikt zijn. Laten we dan tot God bidden met deze eenvoudige woorden: “Heer, vergeef mij, een zondaar.” En moge God, net als de tollenaar, ons vergeven en barmhartig zijn, zodat we, wanneer we ons lichaam verlaten, zoals uit de tempel, gerechtvaardigd naar ons eeuwige thuis mogen gaan. 10 Khorhurd

11 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication