0

juli 2026

Colofon Khorhurd is een maandelijkse uitgave van Armeens Apostolische Kerk Surp Hoki dat wordt samengesteld door AJO Amsterdam. Khorhurd streeft ernaar de gelovigen te informeren over de Heilige Liturgie, kerkgeschiedenis en symbolen. De algemene kennis te verbreden en de preken toegankelijk te maken voor alle kerkgangers. Dit redactieteam is opgericht door gelovigen voor gelovigen. ‘Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt, of we nu Joden of Grieken zijn, of we nu slaven of vrije mensen zijn.’ (1 Korintiërs 12:13) Voor vragen, suggesties en/of bijdragen kun je contact opnemen via khorhurd@ajo-amsterdam.nl. Je kunt Khorhurd ook online lezen www.onlinetouch.nl/khorhurd Redactie Seda Abgarian Armenuhi Alaverdyan Grigor Ayvazyan Adrine Bandari - Markarian Dajana Daniljan Laetitia Demirbacak Serge Demirbacak Alwina Gulian Vormgeving Shake Moutafian 2 Khorhurd Masis Kazorian Raffi Kazorian Ani Manukjan Ana Mgrdichian Ani Nazari Suzi Sjabazjan André Yaghyazaryan

I nhouds o p g ave Preken Preek 5 juli 2026 Preek 12 juli 2026 Preek 19 juli 2026 Preek 26 juli 2026 4 7 10 14

Preek 5 juli 2026 “Zalige heilige apostelen, van het begin af geroepen en reeds vanuit de moederschoot uitverkoren, dienaren, vrienden en getuigen van de Zoon van God, bid voor ons tot de Heer.” – Sharaganots (Liturgisch Hymnenboek) Onze Kerk is apostolisch, omdat het door de apostelen is gesticht en de orthodoxe leer van de apostelen belijdt. Onze Kerk is echter vooral apostolisch in haar wezen. Deze apostoliciteit komt tot uiting in drie fundamentele kenmerken, waarop de lofzang van het feest van de Heilige Apostelen ons wijst. De auteur van de hymne richt zich tot de apostelen en zegt: “Zalige heilige apostelen, van het begin af geroepen en reeds vanuit de moederschoot uitverkoren, dienaren, vrienden en getuigen van de Zoon van God, bid voor ons tot de Heer.” A. Dienaren Een “apostolische christen” zijn betekent allereerst een dienaar te zijn van het levende Woord van God. Zoals de heilige Gregorius de Verlichter zegt in zijn Veelvuldige Redevoeringen: “Dienaren zijn van het Woord des Levens en van de wil van de Schepper en dit betekent door een ware verkondiging de niet-misleidende kennis onder de mensen te verspreiden en hen aan te sporen tot goede werken.” Het woord “apostel” betekent letterlijk “gezondene”, iemand die uitgezonden wordt 4 Khorhurd om het Evangelie te verkondigen. Sommigen menen dat het verspreiden van Gods Woord uitsluitend de taak van geestelijken is. Toch hebben de gelijkenissen van onze Heer over het zout der aarde en de lamp die op de standaard wordt geplaatst (Matteüs 5:13,15) betrekking op ons allen. Iedere gedoopte christen is door de Heilige Geest geroepen om getuigenis af te leggen en het Goede Nieuws van het Evangelie te verspreiden onder zijn geliefden en familie, zijn buren en collega’s, zowel door woord als door daad. B. Vrienden Voordat wij over God spreken, moeten wij Hem eerst leren kennen, met God praten en luisteren naar Zijn goddelijke stem. Zoals Eznik van Kolb schrijft in zijn werk Weerlegging van de Sekten: “Niemand is waardig om te spreken over de verhevenheden van God, behalve de vrienden van God, die omwille van Zijn liefde het wereldse leven hebben veracht en leven vanuit een levende hoop op God.” Waarlijk, wij zijn geschapen voor een intieme gemeenschap met God. God wil niet dat wij slechts over Hem leren, maar dat wij Hem werkelijk leren kennen en Zijn wil volbrengen.

Slechts enkele uren vóór Zijn kruisiging richt onze Heer Jezus Christus zich in de bovenzaal, omringd door Zijn leerlingen, voor de laatste keer tot hen en zegt: “Ik noem jullie geen slaven meer, want een slaaf weet niet wat zijn meester doet; vrienden noem Ik jullie, omdat Ik alles wat Ik van de Vader heb gehoord, aan jullie bekendgemaakt heb.” (Johannes 15:15). De weg naar vertrouwelijke omgang met God bestaat uit het onderhouden van Zijn geboden, het volharden in gebed en het overdenken van Gods levende Woord. Dan leeft en handelt de mens, net als de apostelen, in gemeenschap met onze Heer Jezus Christus en in de tegenwoordigheid van God. C. Getuigen Ten slotte betekent “apostolisch” ook: getuige zijn. Het woord “getuige” is een vertaling van het Griekse woord marturos, dat eveneens de betekenis heeft van “martelaar” of “belijder”. In het Evangelie volgens Matteüs waarschuwt onze Heer ons: “Iedereen die Mij zal erkennen bij de mensen, zal ook Ik erkennen bij mijn Vader in de hemel. Maar wie Mij verloochent bij de mensen, zal ook Ik verloochenen bij mijn Vader in de hemel.” (Matteüs 10:32-33). “Getuigen” worden diegenen genoemd die getuigen van hun geloof, Jezus Christus belijden en erkennen als de Zoon van God en Heer, desnoods ten koste van hun leven. Onze Kerk heeft door de eeuwen heen deze drie kenmerken tot de kern van haar zending gemaakt, en daarom wordt zij terecht apostolisch genoemd. Onze Kerkvaders waren onvermoeibare dienaren van het levende Woord van God. Doorblader ons rijke literaire en kerkelijke erfgoed, en u zult zien hoe de heilige Vaders van onze Kerk zich met grote toewijding hebben ingezet om het levengevende Woord van God aan ons volk door te geven en uit te delen. Lees de hymnen van de heilige Mesrop Mashtots, het gebedenboek van de heilige Gregorius van Narek, en de gebeden van de heilige Nerses Shnorhali en de zalige Johannes van Garni. Dan zult u begrijpen welke innige en vurige gebedsrelatie onze heilige Vaders met God hadden, terwijl zij woorden die opwelden uit de diepste van hun hart richtten tot de Allerheiligste Drie-eenheid. En dit alles hebben zij gedaan ten koste van hun leven en zelfs hun dood, terwijl zij onze Heer Jezus Christus bleven belijden en verkondigen, ondanks de Perzische vervolgingen, de Arabische veroveringen, de invallen van de Seltsjoekse Turken, de Mongools-Tataarse verwoestingen en de slachtingen en genocide door de Ottomaanse Turken. God heeft ons en ons volk liefgehad door ons te zalven als Apostolische christenen. Khorhurd 5

En vandaag zijn wij degenen die geroepen zijn om de apostoliciteit van onze Kerk te beleven. Ieder van ons is geroepen een dienaar te zijn van Gods Woord, van de vertrouwelijke omgang met Hem in het gebed, en van het getuigenis en de belijdenis van Zijn heilige Naam. Laten wij daarom samen bidden en de voorspraak inroepen van de heilige Thaddeüs en de heilige Bartholomëus, opdat het heilige geloof en de apostolische roeping die wij van hen hebben ontvangen, vruchten mogen blijven dragen onder ons volk, tot eer van de Allerheiligste Drie-eenheid en van onze Heilige Apostolische Kerk. Evangelie: Mattheüs 14:13-21 Overvloed aan brood, gebrek aan geloof Toen Jezus hiervan hoorde, week Hij per boot uit naar een afgelegen plaats waar Hij alleen kon zijn. Maar de mensen kwamen het te weten, en vanuit de steden volgden ze Hem over land. Toen Hij uit de boot 6 Khorhurd stapte en de grote menigte zag, voelde Hij medelijden met hen en Hij genas hun zieken. Bij het vallen van de avond kwamen de leerlingen naar Hem toe en zeiden: ‘Dit is een afgelegen plaats en het is al laat. Stuur de mensen weg, laat ze naar de dorpen gaan om eten voor zichzelf te kopen.’ Maar Jezus zei: ‘Ze hoeven niet weg, geven jullie hun maar te eten.’ Ze antwoordden Hem: ‘We hebben hier niets, alleen vijf broden en twee vissen.’ Hij zei: ‘Breng ze Mij.’ En nadat Hij de mensen opdracht had gegeven op het gras te gaan zitten, nam Hij de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit en brak de broden; Hij gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze door aan de mensen. Iedereen at en werd verzadigd, en toen ze de stukken brood die over waren ophaalden, hadden ze twaalf manden vol. Er hadden ongeveer vijfduizend mannen gegeten, vrouwen en kinderen niet meegeteld.

Preek 12 juli 2026 Vartavar (Transfiguratie van onze Heer Jezus Christus) “Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante, zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht.” – Mattheüs 17:2 De evangelieboodschap van vandaag neemt ons mee naar de top van de berg Tabor, waar Christus zijn goddelijke glorie openbaarde aan drie van zijn discipelen: Petrus, Jakobus en Johannes. De Jezus die de discipelen elke dag zagen lopen over vermoeide, stoffige wegen, de smart en het verdriet van de mensen dragend, verschijnt plotseling voor hen, overspoeld door een werkelijk, onbeschrijfelijk licht. Dit verhaal is niet zomaar een beschrijving van een wonder: het is een les voor ieder van ons. 1. Wat symboliseert het gezicht dat straalt als de zon? De uitstraling van Christus’ gelaat was geen uiterlijke verlichting, maar de goddelijke identiteit die van binnenuit Hem uitstraalde. Tot dan toe was de glorie van de Godheid verborgen onder de sluier van het menselijk vlees. Op de berg Tabor werd die sluier even opgelicht, zodat de discipelen konden zien dat hun Leraar geen gewone profeet was, maar God. Het gezicht van een mens is de spiegel van zijn ziel. Wanneer we vervuld zijn van woede, afgunst of verdriet, wordt ons gezicht somber. Maar wanneer liefde, vergeving en gebed in ons hart wonen, begint ons gezicht te stralen. Christus roept ons op tot transformatie, zodat ook onze gezichten het licht van de goddelijke liefde mogen weerspiegelen. 2. De kleren zijn zo wit als licht. “Zijn kleren werden wit als het licht.” De kleren symboliseren ons uiterlijke leven, onze daden en ons gedrag. Wanneer iemands hart en ziel gezuiverd zijn, wordt zijn hele leven puur en wit. Deze witheid herinnert ons ook aan het witte gewaad van onze doop. We kwamen gereinigd en verlicht uit de doopvont, maar gedurende ons leven bezoedelen we dat geestelijke gewaad vaak met zonden. Het feest van de Transfiguratie en deze gelijkenis herinneren ons aan de noodzaak van bekering, waardoor we de gewaden van onze ziel weer wit kunnen maken. 3. “Het is goed dat we hier zijn” Toen de apostel Petrus dit wonder zag, riep hij uit: “Heer, wat is het goed dat wij hier zijn.” Hij wilde dat moment vereeuwigen, want in de aanwezigheid van God ervaart een mens volkomen vrede en geluk. Khorhurd 7

Er zijn ook momenten in ons leven waarop we, tijdens het gebed, de Heilige Liturgie of het verrichten van een goede daad, de oneindige aanwezigheid van God in ons hart voelen. Maar Christus stond de discipelen niet toe op de berg te blijven. Ze moesten afdalen, naar menselijk lijden, naar de kruisiging en de opstanding. Ook wij kunnen ons niet opsluiten binnen de muren van de kerk of in onze eigen rust. We moeten vervuld worden met Gods licht op de geestelijke berg, en vervolgens afdalen in de wereld om dat licht te delen met hen die in wanhoop en duisternis leven. De Transfiguratie van Christus geeft ons hoop. Het herinnert ons eraan dat de moeilijkheden, pijnen en ziekten van dit aardse leven niet het einde betekenen. Onze uiteindelijke roeping is om verlicht te worden en de heerlijkheid van God waardig te zijn. Laten we bidden dat de Allerhoogste God de ogen van onze ziel zal openen, zodat we het Licht van Tabor mogen zien, onze harten mogen reinigen, onze gezichten met goedheid mogen verlichten en levende getuigen van Christus in deze wereld mogen worden. Evangelie: Mattheüs 17:1-13 Een stem uit de hemel Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze alleen waren. Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante, zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht. Plotseling verschenen aan hen Mozes en Elia, die met Jezus in gesprek waren. Petrus nam het woord en zei tegen Jezus: ‘Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als U wilt zal ik hier drie tenten maken, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.’ Hij was nog niet uitgesproken of een stralende wolk overdekte hen, en uit de wolk klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde. Luister naar Hem!’ Toen de leerlingen dit hoorden, werden ze overvallen door een hevige angst en wierpen ze zich ter aarde. Jezus kwam dichterbij, raakte hen aan en zei: ‘Sta op, wees niet bang.’ Ze keken op en zagen niemand meer, Jezus was alleen. Toen ze de berg afdaalden, gebood Jezus hun: ‘Praat met niemand over wat jullie hebben gezien voordat de Mensenzoon uit de dood is opgewekt.’ De leerlingen vroegen Hem: ‘Waarom zeggen de schriftgeleerden dat Elia eerst moet komen?’ Hij antwoordde: ‘Elia komt inderdaad en herstelt alles. En Ik zeg jullie dit: Elia is al gekomen, maar in plaats van hem te erkennen hebben ze met hem gedaan wat ze wilden. Zo zal ook de Mensenzoon door hun toedoen moeten lijden.’ Toen begrepen de leerlingen dat Hij op Johannes de Doper doelde. 8 Khorhurd

Preek 19 juli 2026 “Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd, en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd.” – Lucas 18:14 In de gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar (zie Lucas 18:9-14) leert onze Heer Jezus Christus ons over nederigheid en een eerlijke beoordeling van onszelf. “Want wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd, en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd.’” (Lucas 18:14). Wat is nederigheid? Is het nederigheid om jezelf te vernederen en te kleineren? Absoluut niet. We hebben geen nederigheid nodig om onszelf te vernederen. Onze zonden doen dat voor ons. Het geheim van christelijke nederigheid is dit: vrede hebben met jezelf, weten wie je bent, jezelf eerlijk beoordelen en jezelf alleen vergelijken met God, wie je bent voor God. En wanneer je in het licht van de kennis van God je zondige natuur ziet, de grootheid van Gods offer voor je verlossing, buigt je trotse hoofd onwillekeurig naar de aarde, naar de grond waaruit je bent geschapen, en zegt: “Heer, vergeef mij, een zondaar.” Overigens komt het woord “nederigheid” uit het Latijn (net als in het Engels), namelijk “humus” wat aarde betekent. Nederigheid is dus ook het simpele besef dat wij mensen uit aarde bestaan en op een dag tot aarde zullen terugkeren. We hebben immers niet veel om trots op te zijn. Laten we daarom de illusies van farizeïsche zelfingenomenheid en arrogantie vermijden en ons tooien met de deugd van nederigheid. Laten we niet kijken naar de mensen om ons heen, of ze nu vasten of niet, of ze nu doneren aan de kerk of niet, of ze zich nu bekeren van hun zonden of niet. Laten we onszelf in plaats daarvan vergelijken met God, reflecteren op onszelf, op het moeras van zonde, kwaad, onverschilligheid en onverdraagzaamheid waarin we verstrikt zijn. Laten we dan tot God bidden met deze eenvoudige woorden: “Heer, vergeef mij, een zondaar.” En moge God, net als de tollenaar, ons vergeven en barmhartig zijn, zodat we, wanneer we ons lichaam verlaten, zoals uit de tempel, gerechtvaardigd naar ons eeuwige thuis mogen gaan. 10 Khorhurd

Evangelie: Mattheüs 18:10-14 Waak ervoor ook maar een van deze geringe mensen te verachten. Want Ik zeg jullie: hun engelen in de hemel aanschouwen onophoudelijk het gelaat van mijn hemelse Vader. Wat denken jullie? Als iemand honderd schapen bezit en een daarvan dwaalt af, zal hij er dan niet negenennegentig in de bergen achterlaten en op weg gaan om het afgedwaalde dier te zoeken? Als hij het vindt, dan zal hij zich, dat verzeker Ik jullie, over dat ene meer verheugen dan over de negenennegentig andere die niet afgedwaald waren. Zo is het ook bij jullie Vader in de hemel: Hij wil niet dat een van deze geringe mensen verloren gaat. 12 Khorhurd

Khorhurd 13

Preek 26 juli 2026 “...Hij hield me verborgen in de schaduw van Zijn hand;” – Jesaja 49:2 Wat voor grotere zekerheid en bescherming zouden wij nog kunnen zoeken? Als kinderen van God bevinden wij ons altijd onder Zijn waakzame hoede. Waar wij ook heen gaan, in welk verdriet wij ons ook bevinden, welke moeilijkheden, beproevingen en benauwdheden wij ook tegenkomen, de Almachtige God bewaart ons onder de schaduw van Zijn heilige rechterhand. God spreidt de tedere zorg van Zijn vaderlijke liefde uit over allen die in gemeenschap met Hem leven. De schaduw van God is geen plaats van tijdelijke rust, maar een blijvende woonplaats, waar wij troost en vrede kunnen vinden voor onze onrustige zielen. Laten wij daarom, door gebed en goede werken, in voortdurende gemeenschap met onze God blijven en volharden onder de bescherming van Zijn Hand, want de Heer belooft Zijn meest zorgzame bescherming aan hen die onder die beschutting wonen en niet slechts aan hen die er op bezoek komen. “Christus, onze God, is de Beschermer van alles. Laat Uw rechterhand over mij zijn, dag en nacht, wanneer ik thuis zit, wanneer ik op reis ga, wanneer ik slaap of wanneer ik wakker word, opdat ik nooit zal wankelen. Bewaar en bescherm ons in vrede onder de schaduw 14 Khorhurd van Uw heilige en eerbiedwaardige kruis; red ons van zichtbare en onzichtbare vijanden. Maak ons waardig U met dankbaarheid te verheerlijken, samen met de Vader en de Heilige Geest, nu en altijd en tot in alle eeuwigheid. Amen.” (Saint Nerses Shnorhali, “Met geloof beleid ik”) Evangelie: Mattheüs 19:1-12 Leven met het oog op het koninkrijk van de hemel Toen Jezus deze rede beëindigd had, verliet Hij Galilea en ging Hij langs de overkant van de Jordaan naar Judea. Grote massa’s mensen volgden Hem, en Hij genas hen ter plekke. Toen kwamen er farizeeën op Hem af om Hem op de proef te stellen. Ze vroegen: ‘Mag een man zijn vrouw om willekeurig welke reden verstoten?’ Hij zei: ‘Hebt u niet gelezen dat de schepper de mens bij het begin mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt? En dat Hij gezegd heeft: “Daarom zal een man zich losmaken van zijn vader en moeder en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één lichaam zijn”? Ze zijn dus niet langer twee, maar één. Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.’ Toen vroegen ze Hem: ‘Waarom heeft Mozes dan voorgeschreven haar een scheidingsbrief te geven en haar zo te verstoten?’ Hij antwoordde: ‘Omdat u halsstarrig bent, daarom heeft Mozes u

toegestaan uw vrouw te verstoten. Maar dat is niet vanaf het begin zo geweest. Ik zeg u dit: een man die om een andere reden dan ontucht zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel.’ Hierop zeiden zijn leerlingen: ‘Als het met de verhouding tussen man en vrouw zo gesteld is, kun je maar beter niet trouwen.’ Hij zei tegen hen: ‘Niet iedereen kan deze kwestie begrijpen, alleen degenen aan wie het gegeven is. Er zijn mannen die niet trouwen omdat ze onvruchtbaar geboren zijn, andere omdat ze door mensen onvruchtbaar gemaakt zijn, en er zijn mannen die niet trouwen omdat ze zichzelf onvruchtbaar gemaakt hebben met het oog op het koninkrijk van de hemel. Laat wie bij machte is dit te begrijpen het begrijpen!’ Khorhurd 15

1 Online Touch

Index

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12
  13. 13
  14. 14
  15. 15
  16. 16
Home


You need flash player to view this online publication