8

Er zijn ook momenten in ons leven waarop we, tijdens het gebed, de Heilige Liturgie of het verrichten van een goede daad, de oneindige aanwezigheid van God in ons hart voelen. Maar Christus stond de discipelen niet toe op de berg te blijven. Ze moesten afdalen, naar menselijk lijden, naar de kruisiging en de opstanding. Ook wij kunnen ons niet opsluiten binnen de muren van de kerk of in onze eigen rust. We moeten vervuld worden met Gods licht op de geestelijke berg, en vervolgens afdalen in de wereld om dat licht te delen met hen die in wanhoop en duisternis leven. De Transfiguratie van Christus geeft ons hoop. Het herinnert ons eraan dat de moeilijkheden, pijnen en ziekten van dit aardse leven niet het einde betekenen. Onze uiteindelijke roeping is om verlicht te worden en de heerlijkheid van God waardig te zijn. Laten we bidden dat de Allerhoogste God de ogen van onze ziel zal openen, zodat we het Licht van Tabor mogen zien, onze harten mogen reinigen, onze gezichten met goedheid mogen verlichten en levende getuigen van Christus in deze wereld mogen worden. Evangelie: Mattheüs 17:1-13 Een stem uit de hemel Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze alleen waren. Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante, zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht. Plotseling verschenen aan hen Mozes en Elia, die met Jezus in gesprek waren. Petrus nam het woord en zei tegen Jezus: ‘Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als U wilt zal ik hier drie tenten maken, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.’ Hij was nog niet uitgesproken of een stralende wolk overdekte hen, en uit de wolk klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde. Luister naar Hem!’ Toen de leerlingen dit hoorden, werden ze overvallen door een hevige angst en wierpen ze zich ter aarde. Jezus kwam dichterbij, raakte hen aan en zei: ‘Sta op, wees niet bang.’ Ze keken op en zagen niemand meer, Jezus was alleen. Toen ze de berg afdaalden, gebood Jezus hun: ‘Praat met niemand over wat jullie hebben gezien voordat de Mensenzoon uit de dood is opgewekt.’ De leerlingen vroegen Hem: ‘Waarom zeggen de schriftgeleerden dat Elia eerst moet komen?’ Hij antwoordde: ‘Elia komt inderdaad en herstelt alles. En Ik zeg jullie dit: Elia is al gekomen, maar in plaats van hem te erkennen hebben ze met hem gedaan wat ze wilden. Zo zal ook de Mensenzoon door hun toedoen moeten lijden.’ Toen begrepen de leerlingen dat Hij op Johannes de Doper doelde. 8 Khorhurd

9 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication