Preek 8 maart 2026 “Wie betrouwbaar is in het geringste, is ook betrouwbaar als het om veel gaat, en wie oneerlijk is in het geringste is ook oneerlijk als het om veel gaat. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.” – Lucas 16:10, 13 De gelijkenis van de “Onrechtvaardige Rentmeester” is één van de diepzinnigste en tegelijk moeilijkst te begrijpen gelijkenissen van Jezus. Het verhaal gaat over een rijke man, wiens rentmeester, aan wie het beheer van het bezit van zijn heer was toevertrouwd, onrechtvaardig handelde en het verkwistte. Wanneer de heer hiervan op de hoogte raakt, eist hij rekenschap en ontslaat hem van zijn functie. Geconfronteerd met een onzekere toekomst, neemt de rentmeester een sluwe en vooruitziende beslissing: hij vermindert de schulden van de schuldenaren van zijn heer, in de hoop dat zij hem later zullen helpen. Op het eerste gezicht is het verrassend dat de heer de rentmeester prijst om zijn onrechtvaardige handelen, maar de slotwoorden van Jezus onthullen de ware betekenis van de gelijkenis: niet de oneerlijkheid wordt geprezen, maar de wijsheid en het vermogen om op het juiste moment te handelen. De woorden “maak vrienden met behulp van de valse mammon” en “Jullie kunnen niet God dienen én de mammon” benadrukken dat materiële goederen geen doel zijn, maar een middel 8 Khorhurd om tot eeuwige waarden te komen. Volgens de uitleg van de kerkvaders symboliseert de onrechtvaardige rentmeester de zondige mens, die in een toestand van verwijdering van God leeft, maar tot het einde van zijn leven de mogelijkheid heeft om door berouw en bekering redding te vinden. De daden van de rentmeester worden voorgesteld als een symbolisch voorbeeld van liefdadigheid: hij “verzacht de schulden” met het bezit van zijn heer, wat in geestelijke zin betekent: het verzoenen van zonden door goede werken. Aangezien alle goederen van de wereld aan God toebehoren, is de mens geroepen deze niet te gebruiken voor eigenbelang, maar ten dienste van anderen en voor het heil van zijn ziel. De gelijkenis herinnert ons eraan dat wij allen rentmeesters van God zijn, niet alleen van materiële rijkdom, maar ook van onze gaven, vermogens en kennis. Elke gave is door God toevertrouwd en moet dienen voor morele doelen, niet voor egoïsme of eigenbelang. De mens kan niet twee heren hebben: wanneer rijkdom een doel wordt, verandert
9 Online Touch Home