maart 2026
Colofon Khorhurd is een maandelijkse uitgave van Armeens Apostolische Kerk Surp Hoki dat wordt samengesteld door AJO Amsterdam. Khorhurd streeft ernaar de gelovigen te informeren over de Heilige Liturgie, kerkgeschiedenis en symbolen. De algemene kennis te verbreden en de preken toegankelijk te maken voor alle kerkgangers. Dit redactieteam is opgericht door gelovigen voor gelovigen. ‘Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt, of we nu Joden of Grieken zijn, of we nu slaven of vrije mensen zijn.’ (1 Korintiërs 12:13) Voor vragen, suggesties en/of bijdragen kun je contact opnemen via khorhurd@ajo-amsterdam.nl. Je kunt Khorhurd ook online lezen www.onlinetouch.nl/khorhurd Redactie Seda Abgarian Armenuhi Alaverdyan Grigor Ayvazyan Adrine Bandari - Markarian Dajana Daniljan Laetitia Demirbacak Serge Demirbacak Alwina Gulian Vormgeving Shake Moutafian 2 Khorhurd Masis Kazorian Raffi Kazorian Ani Manukjan Ana Mgrdichian Ani Nazari Suzi Sjabazjan André Yaghyazaryan
I nhouds o p g ave Preken Preek 1 maart 2026 Preek 8 maart 2026 Preek 15 maart 2026 Preek 22 maart 2026 Preek 29 maart 2026 4 8 12 16 20
Preek 1 maart 2026 “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen U, en ik ben niet langer waardig Uw zoon te worden genoemd. Maak mij tot een van Uw loonknechten.” – Lucas 15:19 De gelijkenis van de verloren zoon is een van de meest diepgaande verhalen in het Evangelie, die de waarheden over menselijke zonde, berouw, vergeving en Gods oneindige liefde onthult. In de gelijkenis symboliseren de twee zonen de hele mensheid, met haar twee fundamentele morele toestanden. De jongste zoon, ongeduldig en onvolwassen, eist zijn erfenis op, verlaat het huis van zijn vader en verkwist zijn rijkdom in een losbandig leven. Wanneer ontbering en honger hem tot zijn dieptepunt brengen, komt hij tot bezinning, beseft hij zijn zonde en besluit hij terug te keren naar zijn vader, zelfs bereid om de status van een dienstknecht te aanvaarden. De scène van de terugkeer onthult het belangrijkste personage in de gelijkenis: de vader, die God symboliseert. De vader berispt of veroordeelt zijn zoon niet, maar rent hem zelfs tegemoet, omhelst hem, kust hem en herstelt zijn eerbied. Deze houding laat zien dat voor God de voornaamste zorg niet de afrekening van de zonde is, maar de terugkeer en bekering van de mens. “Hij was verloren en is gevonden.” De geofferde os, ring, armband en sandalen symboliseren de herstelde waardigheid van de mens, zijn autoriteit over de zonde en zijn vernieuwde leven. Aan de andere kant vertegenwoordigt de oudste zoon een man die wetsgetrouw en gelovig is, maar de geest van vergeving en liefde heeft verloren. Hij kan zich niet verheugen over de terugkeer van zijn broer, omdat hij verteerd wordt door zijn eigen rechtvaardigheid en jaloezie. De vader herinnert hem eraan dat alles wat hij heeft al van hem is, maar dat hij zich had moeten verheugen omdat zijn broer uit de dood tot leven is teruggekeerd. Op deze manier waarschuwt het Evangelie dat uiterlijke vroomheid zonder liefde iemand kan afleiden van de ware wil van God. De gelijkenis toont ook de diepe waarheid van het menselijk leven. Zonde, in welke vorm dan ook, belast het geweten en verwijdert de mens van God. Berouw opent echter altijd de weg terug. De verloren zoon, hoewel onvolwassen en onervaren, vond de kracht in zichzelf om terug te keren, wat een bron van hoop is voor ieder mens. Het is nooit te laat om je te bekeren. 4 Khorhurd
Door middel van deze gelijkenis roept de Kerk de mens op om eigen leven te onderzoeken en te begrijpen welke weg hij bewandelt: die van afdwaling of die van terugkeer. De Kerk is als een barmhartige vader die zijn verloren kinderen met open armen ontvangt en hen leidt op het pad van berouw, gebed en een nieuw leven. Het ware christelijke leven manifesteert zich in de harmonie van geloof, liefde en goede werken. De gelijkenis van de verloren zoon herinnert ons eraan dat God een wachtende Vader is, geen rechter. Hij wacht tot de mens een stap naar Hem zet. Het enige wat ons rest, is die stap te durven zetten, terug te keren, onze fouten te erkennen en met een vernieuwd hart het Koninkrijk van God binnen te gaan. Evangelie: Lucas 15:1-32 De zorg om wat verloren is 1 achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft? 5 het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders 6 het schaap gevonden dat verdwaald was.” 7 En als hij en gaat hij naar huis. Daar roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: “Deel in mijn vreugde, want ik heb Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben. En als een vrouw tien drachmen heeft en er één verliest, steekt ze toch de lamp aan, veegt het hele huis schoon en zoekt ze alles af tot ze het muntstuk gevonden heeft? 9 En als ze het gevonden heeft, roept ze haar vriendinnen en buren bijeen en zegt: “Deel in mijn vreugde, want ik heb de drachme gevonden die ik kwijt was.” 10 Zo, zeg Ik u, heerst er ook vreugde onder de engelen van God over één zondaar die tot inkeer komt.’ Alle tollenaars en zondaars kwamen Hem opzoeken om naar Hem te luisteren. 2 Jezus Maar zowel de farizeeën als de schriftgeleerden zeiden morrend tegen elkaar: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’ 3 vertelde hun toen deze gelijkenis: 4 ‘Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn Vervolgens zei Hij: ‘Iemand had twee zonen. 12 11 De jongste van hen zei tegen zijn vader: “Vader, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb.” De vader verdeelde zijn vermogen onder hen. 13 verzilverde de jongste zoon zijn bezit en reisde af naar een ver land, waar hij een losbandig leven leidde en zijn vermogen Na enkele dagen 8 6 Khorhurd
verkwistte. 14Toen hij alles had uitgegeven, werd dat land getroffen door een zware hongersnood, en begon hij gebrek te lijden. 15 Hij trok eropuit en verhuurde zich aan een van de inwoners van dat land, die hem op het veld zijn varkens liet hoeden. 16 Hij had graag zijn maag willen vullen met de peulen die de varkens te eten kregen, maar niemand gaf ze hem. 17 Toen kwam hij tot zichzelf en dacht: De dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik kom hier om van de honger. 18 Ik zal naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, 19 ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners.” 20 Hij vertrok meteen en ging op weg naar zijn vader. Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem. 21 zei zijn zoon tegen hem, “ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.” 22 Maar de vader zei tegen zijn knechten: “Haal vlug het mooiste gewaad en trek het hem aan, doe hem een ring aan zijn vinger en geef hem sandalen. 23 Breng het gemeste kalf en slacht het. Laten we eten en feestvieren, 24 want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” En ze begonnen feest te vieren. De oudste zoon was op het veld. Toen hij naar huis ging en al dichtbij was, hoorde hij muziek en gedans. 26 25 Hij riep een van de knechten bij zich en vroeg wat dat te betekenen had. 27 De knecht zei tegen hem: “Uw broer is thuisgekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen.” 28 Hij werd woedend en wilde niet naar binnen gaan, maar zijn vader kwam naar buiten en probeerde hem tot andere gedachten te brengen. 29 Hij zei tegen zijn vader: “Al jarenlang werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg, en u hebt mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. 30 Maar nu die zoon van u “Vader,” is thuisgekomen, die uw vermogen heeft verkwanseld aan de hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.” 31 bij me, en alles wat van mij is, is van jou. 32 Zijn vader zei tegen hem: “Mijn jongen, jij bent altijd We kunnen toch alleen maar feestvieren en blij zijn? Want je broer was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.”’ Khorhurd 7
Preek 8 maart 2026 “Wie betrouwbaar is in het geringste, is ook betrouwbaar als het om veel gaat, en wie oneerlijk is in het geringste is ook oneerlijk als het om veel gaat. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.” – Lucas 16:10, 13 De gelijkenis van de “Onrechtvaardige Rentmeester” is één van de diepzinnigste en tegelijk moeilijkst te begrijpen gelijkenissen van Jezus. Het verhaal gaat over een rijke man, wiens rentmeester, aan wie het beheer van het bezit van zijn heer was toevertrouwd, onrechtvaardig handelde en het verkwistte. Wanneer de heer hiervan op de hoogte raakt, eist hij rekenschap en ontslaat hem van zijn functie. Geconfronteerd met een onzekere toekomst, neemt de rentmeester een sluwe en vooruitziende beslissing: hij vermindert de schulden van de schuldenaren van zijn heer, in de hoop dat zij hem later zullen helpen. Op het eerste gezicht is het verrassend dat de heer de rentmeester prijst om zijn onrechtvaardige handelen, maar de slotwoorden van Jezus onthullen de ware betekenis van de gelijkenis: niet de oneerlijkheid wordt geprezen, maar de wijsheid en het vermogen om op het juiste moment te handelen. De woorden “maak vrienden met behulp van de valse mammon” en “Jullie kunnen niet God dienen én de mammon” benadrukken dat materiële goederen geen doel zijn, maar een middel 8 Khorhurd om tot eeuwige waarden te komen. Volgens de uitleg van de kerkvaders symboliseert de onrechtvaardige rentmeester de zondige mens, die in een toestand van verwijdering van God leeft, maar tot het einde van zijn leven de mogelijkheid heeft om door berouw en bekering redding te vinden. De daden van de rentmeester worden voorgesteld als een symbolisch voorbeeld van liefdadigheid: hij “verzacht de schulden” met het bezit van zijn heer, wat in geestelijke zin betekent: het verzoenen van zonden door goede werken. Aangezien alle goederen van de wereld aan God toebehoren, is de mens geroepen deze niet te gebruiken voor eigenbelang, maar ten dienste van anderen en voor het heil van zijn ziel. De gelijkenis herinnert ons eraan dat wij allen rentmeesters van God zijn, niet alleen van materiële rijkdom, maar ook van onze gaven, vermogens en kennis. Elke gave is door God toevertrouwd en moet dienen voor morele doelen, niet voor egoïsme of eigenbelang. De mens kan niet twee heren hebben: wanneer rijkdom een doel wordt, verandert
de mens in de “mammon van onrecht”, maar wanneer de mens het goede dient, wordt de mens een middel tot redding. Hedendaagse uitleggers benadrukken dat Jezus met deze gelijkenis ook de onverschilligheid van de “zonen van het licht” bekritiseert: veel christenen zorgen ijveriger voor hun materiële leven dan voor hun geestelijke toestand. Het lezen van de Bijbel, het gebed, het kerkelijk leven en het onderhouden van de geboden worden vaak naar de achtergrond geschoven, terwijl de mens geroepen is met dezelfde wijsheid en volharding zorg te dragen voor zijn eeuwig leven. De kernboodschap van de gelijkenis is dat het leven tijdelijk is en dat ieder mens op een dag rekenschap zal moeten afleggen van zijn daden. Zoals de rentmeester verantwoording moest afleggen voor zijn beheer, zo zal de mens verantwoording moeten afleggen voor zijn leven, woorden, daden en keuzes. Tijdig tot bezinning komen, het erkennen van fouten, liefdadigheid en oprecht berouw kunnen de mens bevrijden van vele pijnen en hem leiden naar de redding. Khorhurd 9
In deze periode van de Grote Vasten roept de Kerk op om afstand te nemen van valse materiële zekerheden en te kiezen voor de weg van geestelijke strijd. De ware waarde van de mens wordt niet gemeten aan de verzamelde rijkdom, maar aan geloof, liefde, morele verantwoordelijkheid en goede daden. Elke daad van liefdadigheid wordt een voorspraak voor God en berouw en boetedoening openen de weg naar het eeuwige leven. Evangelie: Lucas 16:1-31 Rijkdom en gerechtigheid 1 Hij richtte zich ook tot zijn leerlingen: ‘Er was eens een rijke man die een rentmeester had en te horen kreeg dat de rentmeester zijn eigendommen verkwistte. 2 heer schuldig?” 6“Honderd vaten olijfolie,” antwoordde de schuldenaar. De rentmeester zei tegen hem: “Hier is uw schuldbewijs, ga zitten en maak er gauw vijftig van.” 7 Daarna vroeg hij aan de volgende schuldenaar: “En u, hoeveel bent u schuldig?” “Honderd balen graan,” luidde het antwoord. De rentmeester zei: “Hier is uw schuldbewijs, maak er tachtig van.” 8 En de heer prees de oneerlijke rentmeester omdat hij slim had gehandeld. De kinderen van deze wereld gaan immers slimmer met elkaar om dan de kinderen van het licht. 9 Ook Ik zeg jullie: maak vrienden met behulp van de valse mammon, opdat jullie in de eeuwige tenten worden opgenomen wanneer de mammon er niet meer is. De rijke man riep de rentmeester bij zich en zei tegen hem: “Wat hoor ik over jou? Leg verantwoording af van je beheer, want je kunt niet langer rentmeester blijven.” 3 Toen zei de rentmeester bij zichzelf: Wat moet ik doen nu mijn heer mij het beheer afneemt? Werken op het land kan ik niet, en voor bedelen schaam ik me. 4 Maar ik weet al wat ik moet doen om ervoor te zorgen dat de mensen, wanneer ik van mijn beheerderstaak ben ontheven, mij bij hen thuis ontvangen. 5 Een voor een riep hij de schuldenaars van zijn heer bij zich. De eerste vroeg hij: “Hoeveel bent u mijn Wie betrouwbaar is in het geringste, is ook betrouwbaar als het om veel gaat, en wie oneerlijk is in het geringste, is ook oneerlijk als het om veel gaat. 11 Als jullie onbetrouwbaar blijken in de omgang met de valse mammon, wie zal jullie dan werkelijk belangrijke dingen toevertrouwen? 12 En als jullie onbetrouwbaar blijken met wat een ander toebehoort, wie zal jullie dan geven wat jullie zelf toekomt? 13 Geen enkele knecht kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God 10 10 Khorhurd
dienen én de mammon.’ 14 weggedragen om aan Abrahams hart te De farizeeën, die geldzuchtig waren, hoorden dit alles aan en ze haalden honend hun neus voor Hem op. 15 Maar Jezus zei tegen hen: ‘U wilt bij de mensen voor rechtvaardig doorgaan, maar God kent uw hart. Wat bij de mensen in hoog aanzien staat, is een gruwel in de ogen van God. De Wet en de Profeten gaan tot aan Johannes: sindsdien wordt het koninkrijk van God verkondigd, en iedereen wordt 16 rusten. Ook de rijke stierf en werd begraven. 23 Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde. 24 Hij riep: “Vader Abraham, heb medelijden met mij en stuur Lazarus naar me toe. Laat hem het topje van zijn vinger in water dopen om mijn tong te verkoelen, want ik lijd pijn in deze vlammen.” 25 bedenk wel dat jij je deel van het goede al tijdens je leven hebt ontvangen, terwijl Lazarus niets dan ongeluk heeft gekend; met klem genodigd binnen te komen. 17 Maar nog eerder vergaan hemel en aarde dan dat er ook maar één tittel van de wet wegvalt. 18 Wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel, en ook wie trouwt met een vrouw die door haar man is verstoten, pleegt overspel. Er was eens een rijke man die gewoon was zich te kleden in purperen gewaden en fijn 19 linnen en die dagelijks uitbundig feestvierde. 20 Een bedelaar die Lazarus heette, lag voor de poort van zijn huis, overdekt met zweren. 21 Hij hoopte zijn maag te vullen met wat er overschoot van de tafel van de rijke man; maar er kwamen alleen honden aanlopen, die zijn zweren likten. 22 de bedelaar, en hij werd door de engelen nu vindt hij hier troost, maar lijd jij pijn. 26 Bovendien ligt er een wijde kloof tussen ons en jullie, zodat wie van hier naar jullie wil gaan dat niet kan, en ook niemand van jullie naar ons kan oversteken.” 27 Toen zei de rijke man: “Dan smeek ik u, vader, dat u hem naar het huis van mijn vader stuurt, 28 want ik heb nog vijf broers. Hij kan hen dan waarschuwen, zodat ze niet net als ik in dit oord van martelingen terechtkomen.” 29 Abraham zei: “Ze hebben Mozes en de Profeten: laten ze naar hen luisteren!” 30 De rijke man zei: “Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toe komt, zullen ze tot inkeer komen.” 31 Op zekere dag stierf Maar Abraham zei: “Als ze niet naar Mozes en de Profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.”’ Maar Abraham zei: “Kind, Khorhurd 11
Preek 15 maart 2026 “Hoewel ik God niet vrees en geen achting heb voor mensen, zal ik deze weduwe wreken, omdat ze me steeds lastigvalt, zodat ze me niet langer kan uitputten door steeds maar weer terug te komen.” – Lucas 18:6 Jezus’ gelijkenis over persoonlijk gebed is een belangrijke leer voor het geestelijk leven van de gelovige. De gelijkenis beschrijft een weduwe die werd onderdrukt door een onrechtvaardige man en naar de stadsrechter ging in de hoop gerechtigheid te vinden. De rechter was meedogenloos, vreesde God niet en had geen respect voor de mensen, daarom negeerde hij lange tijd de smeekbeden van de weduwe. De vrouw wanhoopte echter niet, raakte niet verveeld en bleef steeds naar dezelfde rechter terugkeren. Uiteindelijk, moe van het aanhoudende aandringen van de weduwe, besluit de rechter haar rechten te verdedigen, niet uit rechtvaardigheidsgevoel, maar om zijn eigen gemoedsrust te bewaren. Met deze gelijkenis benadrukt Jezus niet alleen de noodzaak van gebed, maar vooral het voortdurende en volhardende karakter ervan. Als zelfs de onrechtvaardige rechter uiteindelijk het pleidooi van de weduwe heeft verhoord, hoeveel te meer zal een barmhartige en liefdevolle God dan de oprechte gebeden van Zijn kinderen verhoren. Gebed wordt voorgesteld als spiritueel leven, innerlijke vrede en de kracht om de menselijke ziel ten goede te veranderen. Jezus zelf is het perfecte voorbeeld van gebed. Zijn hele leven was doordrenkt van gebed: Hij begon zijn prediking met gebed, werd gesterkt door gebed tijdens zijn bediening en eindigde met gebed in de Hof van Getsemane, waar hij zich onderwierp aan de wil van de Vader. Op deze manier toonde Hij aan dat gebed het fundament is van een leven dat aan God is gewijd en de bron van geestelijke kracht. De tekst benadrukt dat bidden niet alleen uit woorden bestaat, maar uit een daad van het hart. God luistert niet naar de veelheid aan woorden op de lippen, maar naar de bereidheid, zuiverheid en oprechtheid van het hart. Gebeden mogen niet gericht zijn op kwade, egoïstische of schadelijke doelen, omdat God liefde en goedheid is. Ware gebeden komen voort uit geloof, nederigheid en vertrouwen in God. Er zijn twee vormen van gebed: individueel 12 Khorhurd
en gemeenschappelijk. Individueel gebed is een persoonlijk gesprek van de mens met God, terwijl collectief gebed een verzoek is dat wordt gedaan door de eenheid van gelovigen binnen de kerk. De kerk wordt voorgesteld als de belangrijkste gebedsplaats, waar iemand zich losmaakt van wereldse zorgen en deelgenoot wordt van Gods genade. Wanneer Jezus spreekt over zich terugtrekken in afzondering en bidden achter gesloten deuren, symboliseert dit de ziel van een mens, waar hij of zij het lawaai van de wereld moet laten verstommen en zich op God moet richten. De tekst gaat ook in op de vraag waarom het soms lijkt alsof gebeden niet worden verhoord. Het antwoord is dat God altijd luistert, maar Zijn antwoorden zijn niet afgestemd op onze verlangens, maar op onze redding. Khorhurd 13
God heeft geen haast om de goddelozen te straffen, omdat Hij hun bekering en redding wenst. Dit is een uiting van Gods liefde en geduld. Gebed is een brug tussen mens en God, een bron van hoop en vertrouwen die de mens sterkt in beproevingen. Het moet gepaard gaan met dankbaarheid, tevredenheid en een zuiver hart. Iemand die bidt, richt zich niet alleen op aardse behoeften, maar zoekt eerst het koninkrijk van God. Kortom, de gelijkenis van het onophoudelijke gebed spoort ons aan om niet te wanhopen en niet te stoppen met bidden, zelfs niet in momenten van moeilijkheid, pijn en stilte. Gebed is de adem van de ziel: net zoals het lichaam niet zonder water kan leven, zo kan de ziel niet leven zonder levende gemeenschap met God. Het is het gebed, vol liefde en geloof, dat een mens in leven houdt, sterk maakt en hem dicht bij God brengt. Evangelie: Lucas 17:20-18:14 De komst van de Mensenzoon 20 21en men kan niet zeggen: “Kijk, hier is het!” of: “Daar is het!” Maar weet wel: het koninkrijk van God ligt binnen uw bereik.’ 22 Tegen de leerlingen zei Hij: ‘Er komt een tijd dat jullie ernaar zullen verlangen een van de dagen van de Mensenzoon te zien, maar jullie zullen die dag niet meemaken. 23 Dan zullen de mensen tegen jullie zeggen: “Kijk daar!” of: “Kijk hier!” Maar doe dat niet en schenk er geen aandacht aan. 24 Want zoals de bliksem licht geeft wanneer hij van de ene naar de andere kant van de hemel flitst, zo zal de Mensenzoon verschijnen. 25 Maar eerst moet Hij veel lijden en door deze generatie verworpen worden. 26 En zoals het eraan toeging in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Mensenzoon: 27 ze aten, ze dronken, ze trouwden, ze werden uitgehuwelijkt, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging en de vloed kwam die iedereen verzwolg. 28 Of zoals het eraan toeging in de dagen van Lot: ze aten, ze dronken, ze kochten, ze verkochten, ze plantten, ze bouwden; 29 Toen de farizeeën Jezus vroegen wanneer het koninkrijk van God zou komen, antwoordde Hij hun: ‘De komst van het koninkrijk van God laat zich niet aanwijzen, maar op de dag waarop Lot wegtrok uit Sodom, regende het vuur en zwavel uit de hemel en kwamen allen om. 30 Zo zal het ook gaan op de dag waarop de Mensenzoon wordt geopenbaard. 31 Wie op die dag op het dak van zijn huis is 14 Khorhurd
moet niet beneden nog zijn bezittingen gaan halen, en wie op het land is moet niet naar huis terugkeren. 32 Denk aan de vrouw van Lot! 33Wie probeert zijn leven veilig te stellen zal het verliezen, maar wie het verliest zal het behouden. 34 Ik zeg jullie, die nacht zullen er twee in één bed liggen: de een zal worden meegenomen, de ander achtergelaten. 35 Twee vrouwen zullen samen aan het malen zijn: de een zal worden meegenomen, de ander achtergelaten.’ 37 Ze vroegen Hem: ‘Waar, Heer?’ Hij antwoordde: ‘Waar een lijk is, daar verzamelen zich de gieren.’ Hij vertelde hun een gelijkenis over de noodzaak om altijd te bidden en niet op te geven: 2 die voor God geen ontzag had en zich van de mensen niets aantrok. 3 Er woonde ook een weduwe in die stad, die steeds weer naar hem toe ging met het verzoek: “Doe mij recht in het geschil met mijn tegenstander.” 4 Maar lange tijd wilde hij dat niet doen. Ten slotte zei hij bij zichzelf: Ook al heb ik voor God geen ontzag en trek ik me van de mensen niets aan, 5 toch zal ik die weduwe recht verschaffen omdat ze me last bezorgt. Anders blijft ze eindeloos bij me komen en vliegt ze me nog aan.’ 6 Toen zei de Heer: ‘Luister naar wat deze rechter zegt, al minacht 1 hij ook het recht. 7 Zal God dan niet zeker recht verschaffen aan zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen? Hij hoort hen immers geduldig aan. 8 Ik zeg jullie dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen. Maar als de Mensenzoon komt, zal Hij dan geloof vinden op aarde?’ De erfgenamen van het koninkrijk van God 9 Met het oog op degenen die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten, vertelde Hij de volgende gelijkenis. 10 ‘Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden, de een was een farizeeër en de ander een tollenaar. 11 De farizeeër stond daar rechtop ‘Er was eens een rechter in een stad en bad bij zichzelf: “God, ik dank U dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar. 12 Ik vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af.” 13 De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich berouwvol op de borst en zei: “God, wees mij zondaar genadig.” 14 iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd, en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd.’ Ik zeg jullie, hij ging naar huis als Khorhurd 15
Preek 22 maart 2026 De Zondag van de Advent herinnert ons aan de eerste komst van de Heer Jezus Christus in de wereld en richt ons tegelijk op de oproep om ons voor te bereiden op Zijn tweede, glorieuze komst. De diepe betekenis van deze dag omvat het hele verhaal van de verlossing van de mensheid: van de bevrijding uit de zonde tot de belofte van het eeuwige leven. De Heer Jezus kwam naar de wereld om de mens die door de zonde was gevallen te herstellen. Hij kwam als de Barmhartige Samaritaan om de geestelijk gewonden te genezen, hen die van God waren afgedwaald terug te brengen, het verloren schaap te zoeken en de mens opnieuw te vestigen in de liefde van God. Christus werd onze vreugde, onze genezing, onze reinheid en het voedsel van onze ziel. Door Zijn aanwezigheid ontving de mens die in de duisternis leefde het licht, de dove het gehoor, de stomme de spraak, de verlamde het vermogen om te lopen, en wie onder de heerschappij van de dood leefde, ontving de hoop op leven. Christus kwam om de onrustige ziel van de mens tot rust te brengen, hem te bevrijden uit de macht van het kwaad en hem te leren wandelen op Gods weg in geloof, gerechtigheid en heiligheid. Zijn verlossing is niet beperkt tot één volk of één groep; zij is aangeboden aan de hele mensheid. Maar de Zondag van de Advent herinnert ons er ook aan dat op de eerste komst van Christus een tweede zal volgen. De eerste keer kwam Hij in nederigheid, als het Lam; 16 Khorhurd de tweede keer zal Hij komen in heerlijkheid, als Rechter en Koning. Bij Zijn eerste komst vergaf Hij de zonden; bij Zijn tweede zal Hij de mens rechtvaardigen of oordelen naar de weg van zijn leven. De eerste keer zaaide Hij het Woord van God, de tweede keer zal Hij de vruchten ervan oogsten. Dit besef roept ons op tot voortdurende waakzaamheid. De tweede komst van Christus kan op elk moment plaatsvinden, en de mens kent noch de dag noch het uur. Daarom is de gelovige geroepen tot bekering, geestelijke waakzaamheid en gebed. Als de Heer onverwachts verschijnt, in welke toestand zal Hij de mens dan aantreffen: in zonde, in onverschilligheid, of op de weg van geloof en liefde? Klaar zijn voor de komst van Christus betekent leven naar Zijn wil: afstand doen van huichelarij, kwaad en zonde; de naaste liefhebben, mededogen tonen met de arme, en niet zoeken naar aardse roem maar naar hemelse waarden. Ware bereidheid is alleen mogelijk door ons volledig aan Christus over te geven, want Hij is het die door de Heilige Geest de mens verandert en vernieuwt.
De Zondag van de Advent herinnert ons ook aan het doel van de komst van de Heer. Christus kwam als dienaar om ons te dienen en ons een voorbeeld van nederigheid te geven. Hij kwam als de “nieuwe Adam” om te herstellen wat de mensheid door de oude Adam had verloren. Door Hem werd de deur van het paradijs geopend en werd de mens opnieuw uitgenodigd tot het eeuwige leven. Christus kwam niet alleen om de gevolgen van de zonde uit te doven, maar ook om het vuur van de zonde in het hart van de mens te blussen en hem tot overwinnaar over de zonde te maken. Hij kwam om de door zonde verouderde mens te vernieuwen, de ziel te verfraaien, de mens bruikbaar te maken voor Gods werk en hem te richten op het eeuwige doel. Christus kwam ook om te sterven, zodat Hij door Zijn dood leven zou schenken aan hen die geestelijk gestorven waren. Hij is het die de ziel kan doen leven, haar kan optillen uit de doodskuil van de zonde en de mens kan maken tot erfgenaam van het Koninkrijk van God. De Zondag van de Advent stelt ons een vraag: leven wij in onze ziel, of zijn wij dood? De mens die berouw toont, wordt levend; wie zich van God heeft verwijderd, blijft in geestelijke dood. Daarom nodigt deze dag ons uit om ons leven te herzien, tot bekering 18 Khorhurd te komen en ons met vertrouwen voor te bereiden op de glorieuze komst van de Heer. Evangelie: Lucas 21:5-38 De komst van de Mensenzoon 5 Toen er gesproken werd over de tempel, over de mooie stenen en wijgeschenken waarmee hij versierd was, zei Hij: 6 ‘Wat jullie hier zien ... er zullen dagen komen waarop geen steen op de andere zal blijven; alles zal worden afgebroken.’ 7 Ze stelden Hem toen de vraag: ‘Meester, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we het herkennen?’ 8 Jezus zei: ‘Let op, laat je niet misleiden. Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zeggen: “Ik ben het,” of: “De tijd is gekomen.” Volg hen niet! 9 Als jullie berichten horen over oorlog en opstand, raak dan niet in paniek. Die dingen moeten eerst gebeuren, maar dat is nog niet meteen het einde.’ 10 Hij vervolgde: ‘Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk tegen het andere, 11 er zullen zware aardbevingen komen en hongersnoden en epidemieën alom, en er zullen aan de hemel grote en verschrikkelijke tekenen verschijnen. 12 Maar eerst zullen jullie worden mishandeld en vervolgd en uitgeleverd aan de synagogen, jullie zullen worden opgesloten in de gevangenis en worden voorgeleid aan koningen en gouverneurs omwille van mijn naam. 13 Dan zullen jullie moeten getuigen. 14Bedenk wel dat jullie je verdediging niet moeten voorbereiden.
Want Ik zal jullie woorden van wijsheid schenken die door geen van je tegenstanders kunnen worden weerstaan of weersproken. 16 15 Zelfs je ouders en broers, verwanten en vrienden zullen je uitleveren, en ze zullen sommigen van jullie ter dood laten brengen. 17 Jullie zullen door iedereen worden gehaat omwille van mijn naam. 18 je hoofd zal verloren gaan. 19 standvastigheid! 20 Wanneer jullie zien dat Jeruzalem door legertroepen omsingeld is, weet dan dat de verwoesting van de stad nabij is. 21 Maar geen haar van Red je leven door zullen wankelen. 27Maar dan zullen ze op een wolk de Mensenzoon zien komen, bekleed met macht en grote luister. 28 Wanneer dat alles staat te gebeuren, richt je dan op en hef je hoofd, want jullie verlossing is nabij!’ Hij vertelde hun ook een gelijkenis: ‘Kijk naar de vijgenboom en al de andere bomen. 30 Als je ziet dat ze uitlopen, weet je dat de zomer in aantocht is. 31 Zo moeten jullie ook weten, wanneer je die dingen ziet gebeuren, dat het koninkrijk van God nabij is. 32 Wie in Judea is moet dan de bergen in vluchten, wie in Jeruzalem is moet er wegtrekken, en wie op het land is moet niet naar de stad gaan, 22 Wat zal het rampzalig want in die dagen wordt de straf voltrokken, waardoor alles wat geschreven staat in vervulling zal gaan. 23 zijn voor de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! Want het land zal in diepe ellende verkeren, en een zwaar vonnis zal de bevolking treffen. 24 De inwoners zullen omkomen door het zwaard of overal heen in gevangenschap worden weggevoerd, terwijl Jeruzalem vertrapt zal worden door heidenen, tot hun tijd voorbij is. 25 Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden verdwijnen nooit. 34 Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren. 33 Pas op dat jullie hart niet afgestompt raakt door de roes en de dronkenschap en de zorgen van het dagelijks leven, zodat die dag jullie overvalt, 35 dichtklapt. Want plotseling zal hij komen over allen die waar ook op aarde wonen. 36 Wees waakzaam en bid onophoudelijk dat je kracht ontvangt om te ontkomen aan de dingen die gebeuren gaan en om voor de Mensenzoon te kunnen verschijnen.’ Dan zullen er tekenen zijn aan de zon en de maan en de sterren, en op aarde zullen de volken sidderen van angst voor het gebulder en het geweld van de zee; 26 Overdag gaf Hij onderricht in de tempel, maar ’s avonds vertrok Hij om de nacht door te brengen op de Olijfberg. 38 37 onvoorspelbaar als een val die 29 Iedere ochtend de mensen zullen bezwijken van angst om wat er met de wereld zal gebeuren, want de hemelse machten Khorhurd 19 kwam het hele volk al vroeg naar de tempel om naar Hem te luisteren.
Preek 29 maart 2026 De triomfantelijke intocht van Christus in Jeruzalem is een van de meest mysterieuze en ontroerende episodes in het leven van Christus. Het feest van Palmzondag is niet alleen een historische herinnering, maar een levende spirituele gebeurtenis die elk jaar opnieuw wordt beleefd in het hart van de gelovige. Op die dag wordt de ziel vervuld van vreugde met een kinderlijke eenvoud, omdat Christus’ intrede buiten de poorten van Jeruzalem is. Hij wil de innerlijke wereld van de mens binnengaan, het middelpunt van zijn leven worden. Bij zijn intrede in Jeruzalem werd Christus door de menigte begroet met de vreugdevolle kreten “Hosanna”. De mensen voelden dat degene die voor Hem stond geen gewoon mens was. Zijn aanwezigheid veroorzaakte een onverklaarbare innerlijke beroering in de zielen van de mensen. Mensen spreidden hun kleren voor Hem uit, als teken van hun nederigheid en eerbied. Dezelfde menigte die Christus met vreugde had aanvaard, zou echter al snel hun geloof verzwakken door angst voor gezag en menselijke zwakheid. Net zoals de apostel Petrus Christus zou verloochenen, zo zouden de mensen zwijgen in het aangezicht van de waarheid. De intocht van Christus in Jeruzalem was niet voor iedereen een reden tot vreugde. De hogepriesters en schriftgeleerden beraamden op dat moment al een plan om Hem te doden, omdat Christus’ woorden de waarheid openbaarden en valse vroomheid veroordeelden. Deze intocht was het begin van de weg die zou leiden naar het kruis en Golgotha. Met Christus’ intocht in Jeruzalem krijgt het Paasfeest een nieuwe betekenis. Door zijn kruisiging wordt de oude mens vernietigd en door zijn opstanding wordt de nieuwe mens geboren, bevrijd van zonde en de macht van de dood. Het offer van Christus opent de deur naar het eeuwige leven en roept de mensheid op tot bekering, om het oude, zondige leven af te zweren en het licht van het Evangelie aan te trekken. Palmzondag is het moment in het leven van de Kerk waarop de gelovige Christus bewust verwelkomt en met Hem begint te wandelen. Aanvankelijk juichen we en zingen we “Hosanna”, maar in het leven verzwakken we vaak in ons geloof. De christelijke roeping is echter om met Christus te wandelen, niet 20 Khorhurd
alleen op het pad van vreugde, maar ook op het pad van pijn, helemaal tot aan Golgotha, zodat we, staande bij het kruis, het wonder van de opstanding mogen ontvangen. Zij die in de opstanding van Christus geloven, worden voortdurend vernieuwd en leiden een leven dat door God gegeven is. Palmzondag heeft ook een grote betekenis voor families en generaties. Op deze dag worden ouders opgeroepen om hun kinderen geestelijk voor te bereiden op de kerkdienst en hen te onderwijzen in reinheid, geloof en gebed. De processie met olijf- en palmtakken symboliseert de menselijke ziel, die het nieuwe Jeruzalem moet worden, zodat Christus daar kan binnengaan en zijn hele leven kan zegenen en verfraaien. Khorhurd 21
Evangelie: Lucas 19: 29-48 Intocht in Jeruzalem 29 berisp uw leerlingen.’ 40 Toen Hij Betfage en Betanië bij de Olijfberg naderde, stuurde Hij twee van de leerlingen vooruit 30 en zei tegen hen: ‘Ga naar het dorp daarginds. Daar zullen jullie een vastgebonden veulen vinden, dat nog nooit door iemand bereden is. Maak het los en breng het hier. 31 Als iemand jullie vraagt: “Waarom maken jullie het los?”, moeten jullie antwoorden: “De Heer heeft het nodig.”’ 32 De beide leerlingen gingen op weg en vonden het veulen, precies zoals Jezus had gezegd. 33 Toen ze het dier losmaakten, vroegen de eigenaars hun: ‘Waarom maken jullie het los?’ 34 heeft het nodig.’ 35 Ze antwoordden: ‘De Heer Daarna brachten ze het veulen naar Jezus. Ze wierpen hun mantels over het dier en lieten Jezus erop zitten. 36 Onderweg spreidden de leerlingen hun mantels voor Hem op de weg uit. 37 Toen Hij op het punt stond de Olijfberg af te dalen, begon de hele groep leerlingen vol vreugde en met luide stem God te prijzen om alle wonderdaden die ze hadden gezien. 38 Ze riepen: ‘Gezegend Hij die komt als koning, in de naam van de Heer! Vrede in de hemel en eer aan de Allerhoogste!’ 39 Enkele farizeeën in de menigte zeiden tegen Jezus: ‘Meester, Maar Hij antwoordde: ‘Ik zeg u: als zij zouden zwijgen, dan zouden de stenen het uitschreeuwen.’ Toen Hij Jeruzalem voor zich zag liggen, begon Hij te huilen om de stad. 42 Hij zei: ‘Had ook jij op deze dag maar geweten wat vrede kan brengen! Maar dat blijft voor je verborgen, ook nu. 43 Want er zal een tijd komen dat je vijanden belegeringswerken tegen je oprichten, je omsingelen en je van alle kanten insluiten. 44 Ze zullen je met de grond gelijkmaken en je kinderen verdelgen, en ze zullen geen steen op de andere laten, omdat je de tijd van Gods ontferming niet hebt herkend.’ Hij ging naar de tempel, waar Hij de handelaars begon weg te jagen, 46 45 met de woorden: ‘Er staat geschreven: “Mijn huis moet een huis van gebed zijn,” maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!’ 47 Dagelijks gaf Hij onderricht in de tempel. De hogepriesters, de schriftgeleerden en de leiders van het volk wilden Hem uit de weg ruimen, 48 maar ze wisten niet hoe ze dat moesten doen, want het hele volk hing aan zijn lippen. 41 22 Khorhurd
1 Online Touch