32

In de vorige nieuwsbrief, kwam aan de orde dat in maar liefst een kwart van de door Rianka Rijnhout onderzochte langlopende zaken een discussie over de medische versus de juridische causaliteit plaatsvindt. Dat roept belangrijke vragen op over hoe rechters in de rechtszaal omgaan met het verschil tussen het medisch en het juridisch causaal verband. Ik introduceer en formuleer mijn vraag als volgt. Er is vaak een verschil in hoe medisch en juridisch causaal verband worden beoordeeld. Verzekeraars en hun medisch adviseurs richten zich doorgaans uitsluitend op het medische aspect: zij beoordelen of de klachten op basis van de beschikbare medische gegevens aan het ongeval kunnen worden gerelateerd. Dat kan problematisch zijn, omdat de vraagstelling aan de medisch adviseur vaak te beperkt is. Rechters lijken in vonnissen een bredere benadering te hanteren. Zij wijzen verzekeraars erop dat als er vóór het ongeval geen klachten waren en deze ná het ongeval wel zijn ontstaan zonder andere duidelijke oorzaak, er juridisch gezien sprake is van causaal verband. Hoe vaak heb jij in jouw uitspraken dit drieluik gebruikt, misschien met de impliciete boodschap richting verzekeraars om niet te blijven hangen in een te beperkte, medische beoordeling? Bert de Hek Het juridisch kader draait om aannemelijkheid en rechtvaardigheid. Die kun je versterken door de situatie feitelijk te maken en die drie vragen te stellen: Waren er vóór het ongeval klachten? Zijn de klachten na het ongeval ontstaan? En is er geen andere verklaring voor de klachten? Dat is iets heel anders dan die ene vraag of het medisch verantwoord is om een verband te leggen. Ik denk dat het nuttig zou zijn als verzekeraars deze juridische benadering met hun medisch adviseurs bespreken, zodat zij beter kunnen anticiperen op wat in een rechtszaak zal worden gevraagd. LETSELSCHADE 32 NEWS

33 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication