30

‘Tegenwoordig zie ik Amerika door een andere lens. Het land is als een soort zevenjarig kind: nog nauwelijks ontwikkeld’ ‘Ik schilder gewone mensen, in alledaagse situaties, omdat ik niemand wil uitsluiten’, zegt de Amerikaanse schilder Jammie Holmes vanuit zijn appartement in Miami, waar hij via Zoom inbelt voor het interview. Hij drinkt thee uit een mok en oogt ontspannen. Achter hem wuiven drie palmbomen in de wind, zichtbaar door een witgekaderd raam. In oktober opent de overzichtstentoonstelling van het werk van Holmes in de kunsthal, een samenwerking met Carte Blanche én zijn eerste Europese soloshow. Of, om het met een knipoog naar Holmes’ idool Jay-Z te zeggen: you could be anywhere in the world, but you’re here with me. Holmes werd geboren in Thibodaux, Louisiana, en woont en werkt tegenwoordig in Miami. Eerder verbleef hij een periode in Dallas, waar hij een groot deel van zijn oeuvre produceerde. Als autodidact schildert hij vanuit herinnering en ervaring, alsof beelden rechtstreeks uit zijn hoofd op het doek vloeien. In losse, vaak warme penseelstreken vangt hij het leven van zwarte gemeenschappen in het diepe Zuiden van de Verenigde Staten. Wie zich in zijn werk verdiept, hoort bijna de gesprekken die zijn personages voeren. Het is alsof ze zich rechtstreeks tot je richten. Neem de man die vanuit zijn auto een sigaret rookt en je aankijkt, met de deur wagenwijd open. Of de groep mannen die samenkomt voor een kaartspel. Wat zijn schilderijen met elkaar verbindt: ze voelen tijdloos. De scènes hadden zich net zo goed dertig jaar geleden kunnen afspelen. Jammie, je groeide op in het Zuiden van de Verenigde Staten, waar geschiedenis en ongelijkheid nog altijd voelbaar zijn. Hoe heeft die omgeving jouw kijk op het leven en je werk gevormd? ‘Juist door op te groeien in het Zuiden werd het voor mij steeds duidelijker hoe sterk die regio buitengesloten is geweest van de rest van de Verenigde Staten. Dat merk ik vooral nu ik me meer verdiep in kunst en geschiedenis van mijn land. Je ziet het terug in het dagelijks leven en in hoe mensen hun bestaan vormgeven.’ ‘Ik ben me de laatste tijd meer gaan verdiepen in kunstenaars uit Chicago en New York in de jaren dertig, vijftig en zestig. Daar waren veel meer mogelijkheden, terwijl in het Zuiden ongelijkheid nog heel zichtbaar was. Voor veel mensen was studeren niet vanzelfsprekend. Vaak moest je het Zuiden verlaten als je verder wilde komen.’ ‘Gemeenschappen die die mogelijkheid niet hadden, groeiden juist dichter naar elkaar toe. Mensen zorgden voor anderen, omdat ze niet overal naartoe konden. Dat gevoel van samenzijn, maar ook van beperking, neem je mee. Je groeit op met het idee dat niet alles mogelijk is, en dat vormt je kijk op de wereld.’ Je werk draait vaak om stille, alledaagse momenten. Waarom kies je juist die scènes als onderwerp? ‘Ik schilder graag gewone mensen, omdat ik niemand wil uitsluiten. In alledaagse momenten zit voor mij veel kracht. Ze zijn herkenbaar en oprecht. Ik kan niet voorspellen hoe de wereld er over twintig of vijftig jaar uitziet, dus daarom kies ik ervoor om het heden te schilderen. Wat er nu is, wil ik bewaren.’ In je werk zie je vaak families of andere hechte groepen mensen. Wat wil je met die beelden laten zien? ‘Ik voel me aangetrokken tot taferelen als kaart- en dobbelspellen. Die herinneren me aan gesprekken, gelach en het samenzijn dat ik ken van vroeger en ook van vandaag de dag. Door daar goed naar te kijken, leer ik meer over het leven zelf.’ ‘Ook dans speelt daarin een rol. Mijn moeder danste veel, en er stond altijd muziek op. Dat zijn momenten waarop mensen echt samen zijn. Die interactie is universeel.’ ‘Ik zie mezelf niet alleen als een ‘zwarte kunstenaar’, maar als een kunstenaar die universele verhalen vertelt. Het gaat niet alleen over ras, maar ook over hoe mensen leven en over sociale en economische omstandigheden. Ik heb mensen met verschillende achtergronden hetzelfde leven zien leiden. Mijn werk draait om menselijke ervaringen, waarin mensen zichzelf, of misschien een neefje of tante herkennen.’ Hoe ga je vandaag de dag om met labels zoals ‘autodidact’ of het feit dat je als ‘zwarte kunstenaar’ wordt gezien? ‘Ik zie die labels niet echt als iets negatiefs. Het label ‘zwarte kunstenaar’ is voor mij gewoon een realiteit. Ik heb daar geen probleem mee, zolang het niet uit de context wordt gehaald of verkeerd wordt gebruikt. Maar het is niet iets wat mij definieert.’ ‘Het idee van ‘autodidact’ zijn en zo genoemd worden, vind ik niet zo belangrijk. Voor mij ben je een kunstenaar of niet. Je wordt dat niet omdat je in een galerie hangt of omdat iemand je zo noemt, zo kijk ik er niet naar. We zijn in zekere zin allemaal geboren kunstenaars, al zit er meer in bij sommigen dan bij anderen. Hoe ik dat navigeer is vrij simpel: ik blijf mezelf en laat me niet sturen door labels of verwachtingen van buitenaf.’ Je werk beweegt tussen religie, hiphop en ondernemerschap. In die context wordt vaak naar artiesten zoals Jay-Z verwezen. Wat neem jij mee uit zijn manier van denken? ‘Ik ben opgegroeid met een christelijke grootmoeder en veel muziek. Thuis draaiden we platen van onder andere Run-DMC, Beastie Boys en Public Enemy. Later, met cassettebandjes, luisterde ik veel naar Tupac en reggae. Hiphop speelde een grote rol in mijn jeugd. Wat mij is bijgebleven, is dat artiesten lieten zien dat je iets van jezelf kunt maken, ook als je met weinig begint. Dat idee zit in mijn manier van denken.’

31 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication