22

die willekeurig waren toegewezen aan een coach. Als het om matching gaat zijn er uiteraard talloze eigenschappen en kenmerken waarop ‘gematcht’ kan worden, variërend van geslacht tot werkervaring en persoonlijkheidskenmerken. De matching in het onderzoek van Boyce en haar collega’s was niet heel nauwkeurig maar werd op redelijk brede groepen van kenmerken en eigenschappen gedaan. Zo werd er gekeken naar matching op het gebied van demografie (denk aan geslacht en leeftijd), opleiding en interesses maar ook op het gebied van gedragsvoorkeuren van coach en coachee, zoals leiderschapsstijl of leerstijl. Om de ervaren effectiviteit van de coaching te meten werd er gekeken naar zaken als tevredenheid over de coaching, of de coaching zinvol was geweest, of men het idee had meer effectief te zijn op het gebied van leiderschapsactiviteiten en of men het idee had zich in de toekomst te kunnen blijven ontwikkelen. In totaal deden aan het onderzoek 74 coach-coachee koppels mee. Wat bleek: coachees die op basis van demografische gegevens, achtergrond, interesses en gedragsvoorkeuren waren gematcht met een coach scoorden niet hoger op de verschillende uitkomstmaten dan coachees die niet waren gematcht. Met andere woorden: coachees die in verschillende opzichten gelijkenissen hadden met hun coach waren niet meer tevreden over de coaching, vonden coaching niet meer zinvol en hadden niet het idee dat zij meer effectief waren op het gebied van leiderschap of ontwikkeling dan coachees die willekeurig waren toegewezen aan een coach. Sterker nog, naarmate er meer overeenkomsten waren tussen coach en coachee op het gebied van leiderschapsstijl en leerstijl, rapporteerden de coachees minder tevredenheid en nut van de coaching. Zoals gezegd werd er in dit onderzoek helaas niet gekeken naar daadwerkelijke opbrengsten van de coaching maar werd alleen gevraagd naar subjectieve ervaringen ervan. Ook werd het onderzoek gedaan bij een hele specifieke groep, namelijk militairen. De vraag is of de bevindingen ook toepasbaar zijn op andere doelgroepen. Klein voordeel van matching voor mannen In een ander onderzoek werd wel gekeken naar daadwerkelijke opbrengsten van de coaching in plaats van naar subjectieve ervaringen van coachees. In dit onderzoek werd niet gekeken naar feitelijke overeenkomsten tussen coach en coachee, maar naar de mate waarin coach en coachee een gelijkenis met de ander ervaarde. Het gaat hier dus om een subjectieve inschatting van de overeenkomsten tussen coach en coachee. Bozer en zijn collega’s onderzochten die waargenomen overeenkomsten bij 68 coach-coachee koppels en relateerden deze aan veranderingen op het gebied van zelfbewustzijn, werktevredenheid, organisatiebetrokkenheid en door de supervisor beoordeelde taakprestatie. Naarmate er door de coachee meer gelijkenis werd ervaren tussen coach en coachee, was er echter geen grotere verandering in zelfbewustzijn, werktevredenheid, organisatiebetrokkenheid of taakprestatie zoals beoordeeld door de supervisor van de coachee. Wel werd gevonden dat mannelijke coachees die werden gecoacht door mannen een hoger zelfbewustzijn hadden dan mannelijke coachees die werden gecoacht door vrouwen. Ook werd gevonden dat wanneer de coach (dus niet de coachee) de overeenkomsten als groter ervaarde, de beoordeling door de supervisor hoger was. Alleen in bovengenoemde gevallen was er dus sprake van een voordeel van zogenaamde ‘matching’. De onderzoekers suggereren dat een coach die veel overeenkomsten ervaart met een coachee een positievere indruk zou kunnen hebben van die coachee. Die positieve indruk zou een coach vervolgens kunnen delen met de supervisor van de coachee.

23 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication