84

Clubopbouw De leeftijdsopbouw van de club is vaak onderwerp van gesprek geweest. Is de club nog wel aantrekkelijk voor nieuwe en jonge leden? Op enig moment voerde Rotary het zogenaamde SAM-instituut in, waarbij oudere leden en leden die een lidmaatschap kennen van 15 jaar of langer in de club ruimte maakten voor jongere leden. De SAM-leden blijven weliswaar lid van de club, maar werden dan niet meer geacht tot de echt actieve leden te behoren. Hun classificatie wordt dan opengesteld voor de komst van jongere leden in dezelfde beroepsgroep. De Districtsgouverneur hield clubvoorzitter Wim Morsink op 12 februari 1982 voor dat club Ootmarsum om die reden niet tevreden moest zijn met 36 leden, maar door zou moeten doorgroeien naar 45 leden. Maar door de jaren heen is het een feit gebleken dat de club steeds in belangrijke mate gedragen bleef door leden die tot deze zogenoemde SAM-leden behoorden. was de classificatieprocedure niet volgens de regels geweest. In april en mei 1988 bleek een onderling conflict tussen twee clubleden de splijtzwam. Eén van de strijdende partijen heeft zijn lidmaatschap opgezegd, het andere lid probeerde in het belang van de club de banden te herstellen. Een aantal clubleden trok zich dit conflict zeer aan een stuurde het bestuur een brandbrief om meer daadkracht te tonen. Dit had een onbedoeld effect: de voorzitter gaf aan zich terug te willen trekken, waarna geprobeerd is de verhoudingen te herstellen. Huishoudelijk reglement van de club, gebruikt in 1985. Oude clubstatuten, volgens het model van Rotary Nederland. De club heeft af en toe gedaverd op zijn grondvesten. Niet al te vaak, maar het is voorgekomen. In het clubjaar 1986/87 ontstond grote commotie onder een aantal leden uit Ootmarsum door de wijze waarop twee aspirant-leden waren afgewezen. Volgens hen 84 Druppelen op een gloeiende plaat Een grote steen des aanstoots waren de mores, de clubgewoonten. Van oudsher dicteerde Rotary nagenoeg alle regelgeving binnen de club, zelfs voor de installatie van een Rotaryclub in oprichting was een uitvoerig protocol bedacht. Alleen binnen het huishoudelijk reglement waren verschillen ten opzichte van andere clubs mogelijk, zolang het reglement niet strijdig was met Rotary-regelgeving. Het huishoudelijk reglement mocht geen bepalingen bevatten die strijdig waren met de statuten of met het huishoudelijk reglement van Rotary International. Decennialang was er ieder clubjaar weer een constante aanvoer van informatie en instructies vanuit Rotary International.

85 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication