38

118 1 2 3 4 5 6 7 Rechten van het kind 8 3.1.4 9 10 11 12 13 14 Vormen van leerhulp en extra instructie tijdens de les De leerkracht geeft of organiseert hulp om kinderen te helpen in de ontwikkeling van hun bewegingsgedrag. Deze hulp is gericht op een zo optimaal mogelijke deelname aan bewegingsactiviteiten. Dit kan zijn om de uitvoeringswijze bij te sturen of de reguleringswijze van de activiteit aan te passen. We onderscheiden verschillende vormen van hulp. Bij het beschrijven van deze hulp wordt onderscheid gemaakt in: • arrangementswijzigingen • aanwijzingen en tips • overige hulp Arrangementswijzigingen Het bewegingsarrangement bepaalt in belangrijke mate hoe kinderen een activiteit uitvoeren. Met het arrangement wordt de opstelling van de materialen en de kinderen ten opzichte van die materialen bedoeld. Het is de kunst het arrangement zo aan te passen dat het gewenste bewegingsgedrag ‘als vanzelf’ naar voren komt. Je kunt dan denken aan: • Tikspel: het speelveld kleiner maken om de tikkansen voor de tikker te vergroten. • Activiteit met parachute: meer kinderen in een groepje plaatsen om zo de activiteit beter speelbaar te maken. • Gooien met een bal: kleine tennisballen geven in plaats van grotere handballen om zo het gooien met één hand uit te lokken. Als leerkracht is het soms lastig te bepalen wanneer je wel of niet moet instappen voor extra sturing of aanwijzingen. In de praktijk blijkt dit keuzemoment vaak moeilijk. Leerkrachten willen graag helpen en kinderen behoeden voor falen en foutjes. Toch zijn falen en het maken van de eigen fouten belangrijke fases in het leerproces bij kinderen. Daar hoort ook af en toe en blauwe plek bij. De rechten van een kind zijn al aan de orde gesteld; het recht op het maken van eigen fouten en het hebben van ongelukjes, het recht op verdriet, een blauwe plek of pleister.

39 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication