41

5. De Indiëperiode Op 8 mei 1945 was in Europa de oorlog voorbij. In het Verre-Oosten hielden de Japanners onder andere het Nederlandse gebiedsdeel Nederlands-Indië nog bezet. De Nederlandse regering wilde zo spoedig mogelijk troepen sturen om de bevolking van het Japanse juk te bevrijden. Op 15 augustus 1945 capituleerde Japan onverwachts nadat Amerikaanse atoombommen Hiroshima en Nagasaki hadden verwoest. Op 17 augustus riepen de Indonesische nationalisten onder leiding van Ahmed Soekarno en Mohammed Hatta de onafhankelijkheid uit. Namens de geallieerden waren in eerste instantie de Britten verantwoordelijk voor de bezetting van Java en Sumatra. VanDe OVW-bataljons Deze bataljons waren aanvankelijk geformeerd als zogenaamde LIB’s (Lichte Infanteriebataljons), naar Engels model. Ze bestonden uit een staf- en stafcompagnie en vijf geweer-(tirailleur)compagnieën met een totaal sterkte van 801 man. De bewapening bestond uit: de pistoolmitrailleur Stengun, het geweer Lee Enfield, de lichte mitrailleur Bren, en de mortier van 2 inch. Tijdens het verblijf in Indië werden deze bataljons gereorganiseerd van een LIB naar een infanteriebataljon met vier tirailleurcompagnieën en een ondersteuningscompagnie. De ondersteuningscompagnie beschikte over: een mortier-, een antitank-, een carrier- en een pionierpeloton. Het Ie en IIIe Bataljon Stoottroepen waren direct beschikbaar en vertrokken al op respectievelijk 20 en 27 september 1945 naar Engeland voor een aanvullende opleiding en het completeren van hun uitrusting. Spoedig werden de RS-bataljons I en III gevolgd door IV en V. In Indië werden de namen gewijzigd: I RS werd 1 RS, III werd 7, IV werd 8 en V werd 9. Hoewel de uitzending was bedoeld voor de tijd van één jaar, zou men er gemiddeld drie jaar blijven. In de loop van 1948 - 1949 keerden de OVW’ers in Nederland terug, waar zij werden gedemobiliseerd. 41 wege de explosieve politiek-militaire situatie lieten zij pas vanaf maart 1946 Nederlandse militaire eenheden toe. Deze oorlogsvrijwilligers was als opdracht meegegeven om ‘Orde en rust te herstellen’ maar gaande weg ontwikkelde zich een felle strijd met de nationalistische tegenstander die na drie jaar in 1949 resulteerde in de formele onafhankelijkheid van Indonesië. In de periode 1945 - 1950 werden ongeveer 120.000 Landmachtmilitairen naar Indië uitgezonden, waarvan negen Stoottroepenbataljons: Vier OVW-bataljons en vijf dienstplichtige bataljons.

42 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication