14

Niet graven maar ploegen Bij de ploegtechniek worden buisleidingen direct in de grond getrokken door een ploeg die wordt geholpen door een grote mobiele lier. Met behulp van een verdringerkop wordt de grond tijdelijk tot de gewenste diepte geopend en de leiding gelegd. Als de leiding op de gewenste diepte ligt, sluit de tijdelijke ruimte zichzelf door de gronddruk. Hierdoor is het vaak niet nodig om het grondwaterpeil te verlagen. Sijbrand: “De ploegtechniek is substantieel minder belastend voor de omgeving in vergelijking met de traditionele aanlegmethode. De bodem ondervindt hierbij nauwelijks schade, de snelheid van aanleg is fors hoger en de CO₂- en NOx-uitstoot zijn substantieel lager. Dit kan het vergunningenproces versnellen. Hierdoor levert deze methode tijdwinst op, waardoor de totale doorlooptijd van het project korter is. Gezamenlijk zorgt dit voor een reductie in de kosten. Voor alle betrokken partijen, waaronder de opdrachtgever, aannemer en grondeigenaar, zitten er dus veel voordelen aan deze techniek.” techniek bij de aanleg van kabels en leidingen. In Australië zelfs een 24 inch HDPE-waterleiding. De ploeg glijdt als een mes door boter, zelfs in zware grondsoorten. De ploegtechniek leent zich daarom bij uitstek voor de slappere ondergrond in Nederland”, aldus Sijbrand. Klantvraag Ondanks de positieve geluiden wordt het belang van de ploegtechniek nog niet door de gehele buisleidingsector erkend. Sijbrand: “Momenteel zijn er nog geen bedrijven in Nederland met een eigen ploegsysteem. Om de ploeg in te zetten, moet nu nog een onderaannemer gecontracteerd worden.” “Als we de norm strikt als wet beschouwen, sla je innovatie dood.” “Er is nog een reden dat de techniek nog niet veel wordt toepast. Momenteel werken we te veel vanuit de klantvraag. Als de klant niet naar een nieuwe techniek vraagt, vallen we terug op onze traditionele methoden. Logischerwijs mede veroorzaakt door het beschikbare materieel van de aannemer. Om te innoveren is het cruciaal dit te doorbreken. Daarbij is een belangrijke, adviserende rol weggelegd voor onder andere ingenieursbureaus en werkvoorbereiders. Zij zouden opdrachtgevers al vanaf de ontwerpfase moeten wijzen op verschillende opties en innovaties moeten meenemen in hun ontwerpen en adviezen.” Wereldprimeur “De introductie van de ploegtechniek in ons land is geheel te danken aan PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland”, licht Sijbrand toe. In 2017 had PWN in samenwerking met LMR Drilling de wereldprimeur om over een lengte van 4.600 meter en op een diepte van 85 meter door middel van een gestuurde boring een nieuwe 12 inch stalen waterleiding aan te leggen onder het Marsdiep van Den Helder naar Texel. Om deze nieuw geboorde leiding aan te sluiten op het bestaande drinkwaternet op Texel, werd de in Nederland niet eerder gebruikte ploegtechniek toegepast. “Wij waren zo onder de indruk van het project van PWN, dat we deze techniek ook graag wilden toepassen bij de aanleg van gasleidingen en mogelijk toekomstige andere leidingen. Na onderzoek bleek dat er onder andere in Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en Australië al erg goede resultaten geboekt zijn met deze 14 Constructie Methode Analyse “Om meer met innovatieve methoden te gaan werken, ben ik groot voorstander van een zogenoemde ‘Constructie Methode Analyse’, gebaseerd op een wetenschappelijk onderzoek (lees hier meer over op de BIG-website). Deze methode heeft voornamelijk een meerwaarde als er binnen een projectteam collectief nagedacht wordt over de constructie van een project. Bij toepassing van deze methode analyseert men gezamenlijk aan de hand van kritische vragen hoe bepaalde keuzes tot stand zijn gekomen. Waarom kiezen we voor een type materiaal of een bepaalde techniek? Zo stimuleer je om buiten de gebaande paden te treden. We delen expertise, kennis en ervaring en kunnen op basis daarvan weloverwogen keuzes maken. Een groot deel van onze kennis genereren we namelijk in het veld, door projecten die we uitvoeren. Het is essentieel om deze waardevolle informatie op grote schaal met elkaar te

15 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication