36

Laveren langs couleur locale Au coeur de la Bourgogne Frankrijk is een bijzondere wandelroute rijker. Na het Sentier des Gabelous in de Jura is de nieuwe GR 213A in Bourgondië het volgende pad dat twee UNESCOwerelderfgoedmonumenten met elkaar verbindt: de abdij van Fontenay en de basiliek van Vézelay. Tekst: Els Spanjer Fotografie: ALBA pr Hoe komt het toch dat bijzondere kloosters vaak op de allermooiste, afgelegen plaatsen liggen? Zoals de cisterciënzer abdij van Fontenay, in het gelijknamige dal ten noorden van Montbard. De leefregels van Sint Benedictus schreven armoede en eenzaamheid voor. Om te voorkomen dat wereldse genoegens de monniken zouden afleiden, vestigde de heilige Bernard van Clervaux zijn abdij in 1118 in dit toen afgelegen dal. 36 De in Romaanse stijl opgetrokken gebouwen van een van de oudste cisterciënzer kloosters in Europa ademen nog steeds een serene rust uit. In de hoogtijdagen van de zelfvoorzienende orde werkten er zo’n driehonderd monniken in de veeteelt, landbouw en smederij. Een mooier vertrekpunt voor een GR is nauwelijks denkbaar. Verstilde dorpen De 84 kilometer lange GR 213A, au coeur de la Bourgogne, hartje Bourgondië, is opgedeeld in zes etappes, variërend van 9 tot 19 kilometer. Hij sluit aan op de pelgrimsweg Chemin des Allemands. Slingerend door het golvende land van Auxois eindigt hij in het noordwestelijke puntje van de Morvan. In de verstilde dorpen zie je nauwelijks iemand op straat. Veel valt er niet te klimmen, het enige bultje onderweg is de Montagne de Montfault, een paar kilometer na Guillon, met een top zo’n honderd hoogtemeters boven het riviertje Serain. Aan het eind ligt in bedevaartsoord Vézelay nog de colline éternelle, de eeuwige heuvel, met in de basiliek een reliek van Maria-Magdalena. In Montbard volgt de route het jaagpad langs het Canal de Bourgogne, tegenwoordig een populaire vaarweg voor de pleziervaart. Bij Buffon buigt het pad zuidelijk door het Bois Crépey het pittoreske dal van de Armançon in, richting Quincy-le-Vicomte. Daar ontbreken de gele pijlen die de route tot nu toe summier aangaven. Burgemeester Alain Becard kent het probleem en loopt even mee om de richting naar Moutiers-Saint-Jean te wijzen. Nadat we het 380 meter hoge pukkeltje Le Raseau bij Corsaint voorbij zijn, sluiten we de dag af in kaasdorp Époisses. Een bijzonder kaasje Kaasmaken was in Époisses eeuwenlang het werk van boerinnen die dat op hun beurt in de zestiende eeuw van monniken leerden. In de Eerste Wereldoorlog komt daaraan een eind als de vrouwen het werk op het land overnemen van de naar het front vertrokken mannen. De arbeids intensieve productie van de roodflorakaas herstelt zich niet meer. Pas in 1956 pakken wat boeren zich samen en brengen époisses weer op de markt. In 1996 krijgt het een BOB, een Beschermde Oorsprongsbenaming. Om het roodgele Europese keurmerk te krijgen moet het aan allerlei eisen voldoen. Alleen melk van de rassen FransSimmentaler, Montbeliarde en Brune mag men verwerken. Bovendien moet het veevoer voor tachtig procent uit het leefgebied van het vee komen. De kaasjes rijpen zes tot acht weken. Wekelijks worden ze een paar keer gedraaid en gewassen. Dat laatste in een steeds sterker mengsel van pekel en het distillaat Marc de Bourgogne. Het geeft de kaas een sterk en pikant aroma. Antidrugs song In Guillon is het weer even zoeken naar de routepijlen. Op het kruispunt bij het postkantoortje vertelt een medewerker dat wij het voetgangersbruggetje over de Serein hebben gemist en wat verderop over de oude 16e-eeuwse brug het dorp in zijn gelopen. Na de Montagne de Montfault ligt een goed uurtje verder het middeleeuwse vestingstadje Montréal. Achter de 13eeeuwse Porte d’En Bas klimt de fotogenieke Grande-Rue, met wat waterputten en de oudste huizen uit de 14e-eeuw, naar de kapittelkerk op de heuvel.

37 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication