6

pen om nog vele jaren de rijtuigen van licht te kunnen voorzien. Wat zien we verder: compressoren, instrumenten uit de cabine, tafeltjes en asbakken; kaartjesdruk machines van AEG; bediening tableaus uit treindienstleidingposten; kabels en koppelingen, handseinlampen en sluitverlichtingen op petroleum, deurafdichtingen, luchtfilters. Niet gezien maar ze zullen er zeker wel zijn: rollen .........en in kratten De nieuwe bestemming werd het Spoorwegmuseum dat onderdak zocht als vervanging van de loodsruimte in Amersfoort. Maar ook uitbreiding van de collectie speelde een rol. Vanaf 2010 werd het Spoorwegmuseum de belangrijkste nieuwe huurder in Blerick. Op 30 januari 2014 was de restauratie gereed en kwam het gebouw beschikbaar voor het Spoorwegmuseum. Het optimaal gebruiken van de locatie werd in latere jaren echter belemmerd door de aanwezigheid van asbest. Een saneringsoperatie kwam in volle gang. Gelukkig zijn delen van het gebouw inmiddels weer toegankelijk. Blerick is een opslagplaats (met werkruimtes) voor rollend materieel, grotere objecten zoals speciale machines voor het onderhoud van de spoorbaan, heel veel (reserve) onderdelen en objecten van het seinwezen. Interessante objecten, geschikt voor een komende expositie, maar ook objecten en onderdelen voor reparatie van het rijdend museum materieel. Wandeling Het lopen tussen de stellingen en langs de stapels kisten is eigenlijk een aaneengesloten verrassingstoer. Je komt van alles tegen: stoelen en banken uit de rijtuigen, maar ook bestuurdersstoelen, pneumatische cilinders voor de deuren, pantografen, wielstellen en grote hoeveelheden remschoenen en remblokken. Er staan ook bakken met gloeilam6 tapijt en bekledingsmateriaal. Zo te lezen dus (met wat fantasie) een groot en goed georganiseerd warenhuis voor de gehele spoorwegonderneming. Maar dan met de nadruk op de ‘verleden tijd’. Illustratief voor die verleden tijd is misschien wel de palletbak met onderdelen afkomstig en bestemd voor de verlichting in materieel ’24. Bij de motorrijtuigen werd de verlichting gevoed door stroom van de motorgenerator, aangedreven door de wielas, via een leren riem en stalen aspoelies. De lampen waren 100 V met bajonetfitting. De lampen in de tussenrijtuigen waren in de 1e en 2e klasse 40 Watt, in de 3e klasse 25 Watt. Het voltage verschil hoorde bij de verschillende klassen. Zoals vermeld bevinden zich in de depotgebouwen ook de werkplaatsen waar vrijwilligers actief zijn. Op zaterdagen en tijdens vakanties wordt er gewerkt aan het reviseren van motoren van locs, het repareren en het onderhoud van museumstukken en (mocht dat noodzakelijk zijn) het herstellen van schade die is opgelopen tijdens museumritten. En natuurlijk het restaureren van treinstel 252 (materieel ’36), waarover u elders in deze Vriendendienst meer kunt lezen. Vrijwilligers met vele vaardigheden zijn druk in de weer (en met groot enthousiasme) om zaken in orde te brengen. Inzet en coördinatie onder leiding van depotmanager Ronald Snel. Over de activiteiten van de vrijwilligers zullen we in een komend nummer van de Vriendendienst berichten. n

7 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication