Nederlands English
Deze handleiding is bedoeld om groene professionals te helpen en inspireren bij het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van 'de levende tuin'.

Handleiding De Levende Tuin


Page 0
Page 2
VOORWOORD ‘ D ee Uit een eerder tuinbelevingsonderzoek kwam naar voren, dat tuineigenaren wel iets met duurzaamheid in hun tuin zouden willen. Maar op de vraag wat dat kan zijn, hadden zij geen idee. Wat een prachtige kans voor de hoveniers om op deze vraag in te spelen! Branchevereniging VHG pakte deze handschoen op met de ontwikkeling van het concept van De Levende Tuin. Duurzaamheid in de tuin wordt bepaald door aandacht voor de elementen Bodem, Water, Voedsel, Dieren en Energie. In de handleiding, die in 2010 is uitgebracht, zijn deze elementen weergegeven in een bloemsymbool. Elk bloemblaadje staat voor één van deze elementen. Hoe groener het bloemblaadje, hoe duurzamer de gekozen vorm. Het handboek is destijds bewust als naslagwerk uitgebracht, zodat het gebruikt kan worden ter inspiratie in het klantgesprek. Het concept kan hiermee tastbaar en op basis van de wensen van de tuineigenaar worden vertaald naar een concrete levende tuin. Daarnaast heeft VHG in de afgelopen jaren veel aandacht besteed aan voorlichting aan hoveniers over de toepassing van het concept van De Levende Tuin in hun dagelijkse werk en het gebruik van het concept in het groene onderwijs aan leerling-hoveniers. In de tussentijd heeft het groen een geweldige ontwikkeling doorgemaakt. We zijn groen anders gaan waarderen. Mijn kernboodschap tijdens presentaties is steevast; ‘De tijd dat groen decoratie was, is voorbij.’ Het maatschappelijke bewustzijn is gegroeid, dat groen een belangrijke bijdrage levert aan de kwaliteit van onze leefomgeving, de biodiversiteit en de gezondheid van mensen. Groen is een oplossing in allerlei maatschappelijke opgaven waar we voor staan, zoals droge voeten, schone lucht en koelte in hete dagen. De handvatten van het concept van De Levende Tuin zijn ook prima te vertalen naar de openbare ruimte, naar schoolpleinen, bedrijventerreinen en tuinen bij zorginstellingen. Ik merk in mijn dagelijkse werk, dat daar veel belangstelling voor bestaat en er behoefte is naar een concrete vertaling naar die specifieke situaties. Het is geweldig om te zien hoeveel energie, verbinding en bevlogenheid groen bij mensen kan oproepen. Ik heb daar bijzonder veel waardering voor. Door al dat enthousiasme is De Levende Tuin intussen ook een beweging geworden. Uit de Green Deal Duurzame Levende Buitenruimten is een Manifest van De Levende Tuin voortgekomen, waarin VHG, NL Greenlabel, Vereniging Stadswerk Nederland, de Nederlandse Vereniging van Tuin- en Landschapsarchitectuur, Tuinbranche Nederland, Netwerk Groene Bureaus, Vogelbescherming, Vlinderstichting, Groei & Bloei, Nederlandse Bijenhoudersvereniging, Bomenstichting en Operatie Steenbreek samenwerken. Ik hoop, dat die mooie coalitie in de komende jaren nog verder zal groeien. En dat onze VHG-hoveniers en -groenvoorzieners in die mooie samenwerking en met andere netwerkpartners de rol van ‘Levende Tuin Ambassadeur’ verder kunnen invullen. Het VHG-concept van De Levende Tuin is een begrip geworden. En een beweging, waar vele schouders de vergroening van onze leefomgeving dragen. De Levende Tuin is breder geworden dan alleen duurzame opties voor de particuliere tuin en daarbij hoort ook een nieuwe uitgave van het handboek. Ik ben er trots op, dat dit handboek met medewerking van velen tot stand heeft kunnen komen. Daarvoor wil ik iedereen hartelijk danken. Bovendien hoop ik, dat dit nieuwe handboek verder zal inspireren, enthousiasmeren en verbinden om samen de ontwikkeling naar een groene en (be-)leefbare omgeving extra kracht bij zetten. Egbert Roozen, directeur Branchevereniging VHG 1 2
Page 6
INLEIDING W h Deze vernieuwde handleiding is bedoeld om groene professionals te helpen en inspireren bij het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van ‘de levende tuin’. De eerdere handleiding De Levende Tuin is een basisboek dat uitgaat van de elementen die worden gebruikt bij de inrichting van een tuin zoals verharding, omheining, gazon en beplanting. Centraal staan de keuzes die bijdragen aan een meer levende tuin in plaats van een versteende tuin. De nieuwe handleiding is een vervolg dat uitgaat van de behoeften en wensen van de klant. En ook antwoord geeft op de vraag ‘Wat kan ik allemaal nog meer met een levende tuin?’ Met veel praktische tips en bijpassende voorbeelden van groene oplossingen op vragen en wensen van diverse opdrachtgevers. Beide handleidingen kunt u zowel samen als individueel gebruiken. Ook kan deze handleiding goed dienen als een inspiratiebron voor uw opdrachtgever en uzelf. Van grijs naar groen In 2010 is het concept De Levende Tuin ontwikkeld als reactie op de heersende trend van versteende tuinen. Toepassing van groen heeft in de levende tuin meer dan een decoratieve functie. Het gaat om het creëren van een prettige, gezonde en duurzame leefomgeving. Het concept is toepasbaar op elk tuintype of type tuin. Met het concept wil Branchevereniging VHG laten zien dat naast het genieten van een tuin ook andere maatschappelijke en economische waarden vervuld kunnen worden. We hanteren in deze handleiding de term ‘de levende tuin’. De informatie is toepasbaar op particuliere tuinen, maar ook op de openbare ruimte, een bedrijventerrein, een schoolplein of een gemeenschappelijke tuin bij een zorginstelling of woningbouwvereniging. De opzet van deze handleiding is sterk klantgericht. Daarom gaat het in deze handleiding over de mogelijkheden en meerwaarde van groen bij, op, aan en in gebouwen en woningen. 5 De laatste jaren is het besef gelukkig steeds meer toegenomen dat groen positieve effecten heeft op onze leefomgeving. We zijn anders gaan denken over bestrating, waterafvoer, biodiversiteit en beplanting. De groene boodschap is opgepakt door allerlei disciplines. Er zijn ondertussen tal van nieuwe wetenschappelijke onderzoeken, praktijkvoorbeelden, duurzame materialen en toepassingen. Uitleg over deze symbolen vindt u op pagina 15. Voetgangersbrug en stadspark ineen, Paleisbrug, Den Bosch. 6
Page 8
Gezonde lucht, wateropvang en biodiversiteit gaan over de grenzen van de erfafscheiding. Levende tuinen maken samen levende wijken. Concept In deze vernieuwde handleiding is de informatie uit de eerdere handleiding aangevuld en aangepast met actuele informatie en ontwikkelingen. Bijvoorbeeld met gegevens uit de factsheets over de meerwaarde van groen van de Groene Agenda. Het basisconcept van De Levende Tuin is verder verbreed en verdiept met relevante thema’s en nieuwe voorbeelden. Het gaat in deze handleiding vooral om de structuur van het concept de levende tuin. Deze is bedoeld als hulpmiddel om de veelheid aan beschikbare informatie en bijpassende voorbeelden te ordenen. Als groenprofessional kunt u hiermee uw eigen vertaling naar de praktijk maken. U kunt de handleiding ook gebruiken in een gesprek samen met de klant of opdrachtgever, waarbij groen ook goed ingezet kan worden voor het oplossen van niet-groene vraagstukken. Verbindingen We zien steeds meer dat groene ruimten in onze wijken met elkaar worden verbonden. Groene plekken worden door verschillende doelgroepen gebruikt. Tevens zien we dat de (groene) binnenruimte en de buitenruimte steeds meer in elkaar overlopen. Alliander, Duiven. 7 TIP De mindmaps per opdrachtgever zijn een handig hulpmiddel om in een gesprek de meerwaarden van De Levende Tuin en de mogelijkheden toe te lichten. Bij sommige projecten zitten meerdere betrokkenen aan tafel. Zij kunnen door verschillende thema’s geraakt worden. De mindmap biedt een integraal overzicht. Het speelveld rondom groen is veranderd en daarmee verandert ook het speelveld voor de groene professional. Omdat groen een integraal middel is om tot klimaatbestendigheid en verduurzaming te komen, moet de groene professional integraal kunnen samenwerken met andere (niet-groene) professionals. Nieuwe opdrachtgevers komen in beeld zoals scholen, ziekenhuizen, woningcorporaties en verenigingen van eigenaren, naast bedrijven, overheid en particulieren. Voor de professional maar ook voor de opdrachtgever of andere betrokkenen biedt deze handleiding tal van handvatten voor “wat-groen-allemaal-kan-doen” voorzien van beeldmateriaal. Opzet van deze handleiding U vindt in dit handboek geen kant-en-klare recepten. Wel een uitgebreide keuze aan ideeën die u kunt gebruiken om uw klanten te helpen en te enthousiasmeren. U kunt in deze handleiding informatie en inspiratie op thema zoeken. Denk aan: water, temperatuur, duurzame materialen, biodiversiteit, ontspannen en ontmoeten of voedsel/bloemen. Net wat uw klant graag terugziet in de levende tuin. Deze thema’s vindt u terug onder de groene tabbladen. In het eerste contact met klanten kunt u met deze handleiding starten vanuit de vraag en/of ambitie van de klant. Veel vragen en ambities voor de leefomgeving zijn ‘niet groen’, bijvoorbeeld het verminderen van wateroverlast, het verminderen van de ervaren geluidshinder, een betere luchtkwaliteit, een productieve werkomgeving, het verminderen van hittestress in de bebouwde omgeving of energiebesparing. De oplossingen hiervoor kunnen wel groen zijn. Om heel klantgericht de meerwaarden van groen te belichten, kunt u gebruik maken van de mindmaps onder de bruine tabbladen. Voor elk type klant is een eigen mindmap gemaakt. Deze geeft een overzicht van de verschillende meerwaarden van groen. Deze meerwaarden worden daarna kort toegelicht. Voor verdere verdieping kan men inspiratie opdoen bij de groene tabbladen per thema. Wilt u meer weten over De Levende Tuin, bekijk dan de verschillende publicaties en online bronnen: basishandleiding De levende Tuin, Facebookpagina, website www.delevendetuin.nl, filmpjes op YouTube en de Cursus voor Professionals. Specifiek voor schoolpleinen bestaat er de Handleiding Groene Schoolpleinen. 8
Page 12
H l Vlinders en bijen hebben het moeilijk. De bestuiving van onze gewassen is kwetsbaar. We worstelen met milieuthema’s als klimaatverandering, hogere temperaturen in de stad, wateroverlast bij hevige regenval en grote hoeveelheden CO2 en fijnstof in de lucht. Onder kinderen neemt overgewicht toe. Er is veel eenzaamheid ondanks de hoge bevolkingsdichtheid. Veel van deze problemen zijn niet groen. Aan de oplossingen kan groen in de vorm van meer levende tuinen wel bijdragen. Beter evenwicht stad, mens en natuur Uit onderzoek blijkt steeds meer dat wat we intuïtief allang weten: groen is goed voor ons. Mensen voelen zich gelukkiger en gezonder met groen om zich heen, zowel in een landelijk als in een stedelijk gebied én in gebouwen. Hierbij moet worden bedacht dat nu al twee derde van de Nederlandse bevolking in de stad woont. Rond 2030 zal dit meer dan driekwart zijn. Daarom is er in deze handleiding ruime aandacht voor groene oplossingen voor de bebouwde omgeving. Als we onze eigen buitenruimte op een goede manier vergroenen, verbeteren we tegelijkertijd de kwaliteit van onze wijken. Het zijn kleine dingen die al een verschil kunnen maken. Alle handelingen samen zorgen voor een grote verandering. Met het vergroenen van onze woonomgeving, scholen, bedrijven, zorginstellingen en openbare ruimte maken we onze steden en dorpen een stuk aantrekkelijker voor mensen, dieren en planten. Groen als middel Het concept van De Levende Tuin gaat over het bespreekbaar maken van de meerwaarde van groen door deze te verduidelijken en toe te passen. Centraal in de filosofie van De Levende Tuin staat het idee dat groen geen doel op zich is. Groen is ook meer dan alleen maar decoratie. De nadruk ligt op groen als middel dat belangrijke bijdragen kan leveren aan het oplossen van belangrijke maatschappelijke thema’s, zoals waterberging, luchtkwaliteit, veiligheid, duurzaamheid, biodiversiteit en extra economische activiteit. Als je alle tuinen bij elkaar zou optellen, kom je uit op een gebied dat tien keer zo groot is als Het Nationale Park De Hoge Veluwe. De discussie dat groen alleen maar geld kost, alsof groen geen baten zou hebben, verschuift langzaam maar zeker naar een afweging tussen kosten en baten. Bedrijven en burgers zijn zich niet altijd bewust van alle mogelijke voordelen van groen in hun omgeving. De groenprofessional kan met het concept van De Levende Tuin een actieve rol spelen door zijn kennis en ervaring te delen, te motiveren en te adviseren. 11 Meer dan 70% van de Nederlanders heeft een tuin. 40% van de tuinen ligt in de stad. Meerwaarde We zijn druk bezig met het creëren van klimaatbestendige steden. Het is goed om daarbij niet alleen te kijken naar technische oplossingen. Groen biedt integrale oplossingen voor een beter klimaat die tevens leiden tot bijvoorbeeld meer sociale samenhang, biodiversiteit, een betere gezondheid en meer welbevinden. De meerwaarde van de levende tuin is en/en. Een boom bijvoorbeeld, zorgt voor schaduw en verkoeling tijdens hete zomers. Regenwater kan makkelijker doordringen in de bodem. Ook houdt de boom een deel van het regenwater vast, wat weer verdampt en niet afgevoerd hoeft te worden. Een boom neemt CO2 op, produceert zuurstof en kan luchtverontreiniging vasthouden. Daarnaast genieten we in de seizoenen van bloesem, vruchten of prachtige herfstkleuren. De boom biedt leefruimte en voedsel aan vogels, zoogdieren, insecten en mensen. Hoe groter de boom hoe beter hij zijn functies kan uitvoeren. Bovendien hebben bomen ook een waardeverhogend effect op onroerend goed. Ook binnengroen vervult allerlei dubbelfuncties. Binnengroen helpt om de luchtkwaliteit te verbeteren, vermindert stress en verbetert ons concentratievermogen. We zijn productiever in een groene omgeving en tevredener over onze werkplek. Meer weten over de waarde en mogelijkheden van binnengroen? Kijk op www.intogreen.nl. Dode materialen worden steeds minder waard en moeten na enige jaren worden vervangen. Beplanting van een levende tuin wordt in de tijd steeds meer waard en vervult steeds meer haar functies. De meerwaarde van de levende tuin wordt met de jaren steeds groter. 12
Page 16
S We zullen het snel eens zijn over de vraag, wat een niet-levende tuin is. Er is geen vlinder of vogel te bekennen. We denken direct aan de buitensporige toepassing van dode materialen in de vorm van veel bestrating en bijvoorbeeld houten of stenen schuttingen. Terughoudend gebruik van deze materialen en in de plaats daarvan meer natuur gebruiken, zijn de eerste stappen op weg naar een levende tuin. Variatie De vraag wat nu een levende tuin wel is, is daarmee nog niet beantwoord. Dat is maar goed ook. In iedere tuin is namelijk alle ruimte om te variëren. Juist variatie, zowel tussen verschillende tuinen als binnen een tuin, is een sleutelbegrip als we het hebben over de levende tuin. De levende tuin is niet tegen mensen maar is er juist vóór mensen. Het is geen groene jungle met alleen maar rommel en ongedierte. De levende tuin past bij de wensen van de eigenaar met betrekking tot gebruik, specifieke behoeften en hoeveelheid onderhoud. Thema’s Op basis van vragen en wensen van klanten en de mogelijkheden van de levende tuin om bij te dragen aan een betere leefomgeving, zijn er 18 thema’s benoemd. Deze thema’s vindt u terug onder de groene tabbladen in deze handleiding. De thema’s zijn allemaal onderdelen van de levende tuin. Ze vallen onder de grote maatschappelijke dossiers als gezondheid, duurzaamheid, klimaat en economie. 15 Verzamelbegrippen als gezondheid, duurzaamheid en beleving We weten dat groen goed is voor onze gezondheid en ons welbevinden. Gezondheid is echter een verzamelbegrip. Er zijn meerdere factoren die bijdragen aan onze gezondheid. Denk aan ontspanning, bewegen, voedsel, temperatuur of luchtkwaliteit. De factoren waar groen effect op heeft, zijn in deze handleiding thema’s genoemd. De levende tuin heeft op verschillende van die thema’s positieve effecten en helpt zo onze gezondheid en ons welbevinden te verbeteren. Dit geldt ook voor het verzamelbegrip duurzaamheid. Bij duurzaamheid kunnen we denken aan duurzame materialen en biodiversiteit, maar ook lokale voedselproductie en groene educatie vallen hieronder. Vaak wordt de wens geuit: we willen meer beleving. Dit is ook een verzamel- of container-begrip. Beleving is hoe wij als mens onze omgeving met al onze zintuigen ervaren. Dit gaat over zien, ruiken, horen, proeven en voelen. De levende tuin heeft meerwaarde KLIMAAT: Water, Temperatuur, Luchtkwaliteit MENS: Veiligheid, Bewegen/Spelen, Ontmoeten, Productiviteit, Ontspannen, Geluid, Kleur, Geur NATUUR: Bodem, Voedsel/Bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen ECONOMIE: Onderhoud, Baten Beleving: Water, Geluid, Kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Voedsel/Bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Ontspannen, Ontmoeten Duurzaamheid: Water, Bodem, Voedsel/Bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen, Onderhoud Gezondheid en welbevinden: Ontspannen, Ontmoeten, Bewegen/Spelen, Veiligheid, Voedsel/ Bloemen, Geluid, Kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Water Sociale cohesie: Veiligheid, Bewegen/Spelen, Ontmoeten, Voedsel/Bloemen 16
Page 18
Het toepassen van de principes van de levende tuin vervult meerdere functies tegelijk. Waterberging in de tuin ter voorkoming van wateroverlast is ook goed voor meer biodiversiteit. Symbolen Voor de 18 thema’s zijn 18 symbolen ontwikkeld. Voor deze thema’s kan groen op verschillende manieren worden ingezet. In de eerdere basishandleiding De Levende Tuin waren 5 thema’s benoemd: Bodem, Water, Voedsel, Dieren en Energie. De 5 thema’s komen ook weer terug in deze nieuwe handleiding. Gezien de huidige ontwikkelingen in de maatschappij en de positieve effecten van groen op onze gezondheid, ons welbevinden, op sociale- en klimaatvraagstukken zijn er nieuwe thema’s toegevoegd en het thema Energie is verder uitgesplitst. Energiezuinige maatregelen komen terug bij Temperatuur en Duurzame materialen. Energie van de mens onder Ontspannen en Bewegen/Spelen. De thema’s Bodem, Voedsel/Bloemen en Biodiverisiteit(Dieren) vallen onder Natuur. Oud Nieuw bloemlabel bloemlabel NATUUR ECONOMIE KLIMAAT MENS Nieuwe handleiding In de nieuwe handleiding zijn de 18 thema’s van de levende tuin geordend onder 4 pijlers: Klimaat, Mens, Natuur en Economie. De thema’s van de levende tuin dragen bij aan een prettige, gezonde en duurzame leefomgeving. 17 BIODIVERSITEIT EDUCATIE DUURZAME MATERIALEN VOEDSEL/ BLOEMEN BODEM ONDERHOUD WATER NATUUR BATEN ECONOMIE VEILIGHEID MENS KLIMAAT LUCHTKWALITEIT TEMPERATUUR BEWEGEN GEUR ONTMOETEN KLEUR PRODUCTIVITEIT ONTSPANNEN GELUID Om in één oogopslag te kunnen zien in hoeverre een situatie voldoet aan het principe van de levende tuin kunnen de verschillende symbolen gebruikt worden. Dit is een handig hulpmiddel om in de huidige situatie, de gewenste situatie of een voorbeeldsituatie te bekijken op welk vlak nog verbetering mogelijk is. Bij verschillende foto’s in deze handleiding zijn de symbolen van de belangrijkste bijdragen van de levende tuin in die situatie toegevoegd. Voor elk symbool van een thema worden drie versies gebruikt. Deze staan voor de mate van bijdrage aan het thema en dus aan de levende tuin. Een grijs symbool draagt niet bij aan dit thema van de levende tuin. Een groen/grijs symbool draagt bij aan het thema, maar er is nog verbetering mogelijk. Deze symbolen zijn een handig hulpmiddel maar geen keurmerk. Dit geeft een kwalitatieve indruk voor de mate van verlevendiging van de tuin of omgeving. Het is bedoeld om op een eenvoudige manier aan te geven of verbeteringen richting een levende tuin nuttig en mogelijk zijn. Vele kleine verbeteringen kunnen samen ook een groots effect hebben. 18
Page 20
Beplanting Beplanting is in deze handleiding geen apart onderwerp. Beplanting wordt benaderd vanuit de functies die groen kan vervullen. Beplanting, die past bij bepaalde functies en meerwaarde heeft voor de klant of omgeving, vindt u terug onder de verschillende thema’s. Algemene tips voor beplanting in een levende tuin: • Benut de beschikbare oppervlakte, horizontaal en verticaal. • Breng variatie in structuren, hoog en laag. • Zorg voor beschutting voor mens en dier. • Schep variatie in plantsoorten, met oog voor bloemen en nectar, geuren en kleuren, vormen van blad en bloem. • Pas eetbare soorten toe. • Zorg voor bloei tijdens het gehele seizoen. • Plaats het groen daar waar het de gewenste functie optimaal kan uitoefenen. 19 Bestaande situatie De levende tuin betekent ook zuinig zijn met dat wat er al is. Integreer bij de herinrichting van een bestaande situatie de elementen die al goed zijn voor de kwaliteit van de leefomgeving in het nieuwe plan. De levende tuin hoeft ook niet direct af te zijn, maar mag gerust meegroeien met de veranderende wensen en mogelijkheden van de eigenaar. Inventarisatie van de bestaande tuin: een checklist Bestaande tuinen hebben vaak al elementen die ook in een levende tuin passen. De meeste tuinen kunnen na een kritische inventarisatie gericht worden verbeterd. Het volgende stappenplan dient als leidraad: Levende materialen • Wat is er in de bestaande tuin al goed voor de eigenaar? • Hoe is de biodiversiteit? • Staan de planten op de juiste plek zodat de meerwaarde kan worden benut? • Kunnen de planten met weinig onderhoud toe? • Kan worden afgezien van chemische bestrijding? • Zijn de planten zodanig geplaatst dat zij, als ze eenmaal volwassen zijn, elkaar gaan aanvullen en niet beconcurreren? • Is de beplanting geschikt om de behoefte aan koeling van de woning/gebouw in de zomer te verminderen? En de behoefte aan verwarming in de winter? • In hoeverre is de bestaande tuin nu al aantrekkelijk voor nuttige dieren? Dode materialen • Welke materialen zijn geschikt voor hergebruik? • Welke materialen kunnen met groen geschikt worden gemaakt? • In hoeverre is rekening gehouden met toegankelijkheid voor dieren? Bodem • Is de bodem van goede kwaliteit qua structuur en textuur? • Is de hoeveelheid organisch materiaal voldoende? • Is de hoeveelheid bodemleven, kwantitatief en kwalitatief, voldoende? • Kan voldoende hemelwater in de bodem infiltreren? 20
Page 22
P Wonen in een veilige en gezonde leefomgeving vinden mensen belangrijk. De aandacht voor duurzaamheid neemt toe onder tuinbezitters. Een levende tuin draagt bij aan duurzame thema’s. Daarnaast zijn er nog tal van andere positieve effecten van groen op onze leefomgeving. Van veel van deze voordelen van groen is de particulier zich niet bewust. Vaak ook niet van het feit dat met het toepassen van groen euro’s kunnen worden bespaard en zelfs verdiend. Of dat de aanpassingen om te komen tot een meer levende tuin gemakkelijk kunnen zijn. Groener Een groene tuin vraagt niet per se meer onderhoud en is ook niet duurder dan een tegeltuin. Veel tuinbezitters zijn zich daarvan niet bewust. Ze willen best groener, maar het ontbreekt ze vaak aan kennis van ontwerp, aanleg of planten. En dan wordt toch gekozen voor een bekend standaardplaatje en standaardbeplanting. Met inspiratie uit deze handleiding kan de ontwerper of hovenier komen tot alternatieven die passen bij de wensen en levensstijl van de tuineigenaar én bijdragen aan een prettige en gezonde leefomgeving. De groene professional is bij uitstek de deskundige om een omgeving te vergroenen. Mindmap In de mindmap Particulier is de tuinbezitter als vertrekpunt genomen. De verschillende thema’s kunnen een wens maar ook een vraag voor de tuinbezitter zijn zoals een plek voor rust en ontspanning, plukbloemen uit eigen tuin, minder wateroverlast of een betere luchtkwaliteit. De foto’s bij de thema’s met voordelen van de levende tuin worden hieronder kort beschreven. Onder de bijbehorende groene themabladen is nog veel meer informatie met bijpassende voorbeelden te vinden. 21 65% van de tuinbezitters wil graag iets aan hun tuin veranderen. Tuinbeleving Tuinbranche Nederland verricht regelmatig onderzoek naar de voorkeuren en drijfveren van Nederlandse tuinbezitters. Er worden zes verschillende tuintypen onderscheiden op basis van hoe zij de tuin beleven. De groene en blauwe tuintypen hebben meer met de tuin en tuinieren. Of om zelf in te werken of meer als ‘statussymbool’. Het rode en gele type heeft minder met tuinieren en ziet de tuin meer als gebruiksruimte. Bijvoorbeeld als een extra woonkamer om elkaar te ontmoeten of als een plek waar de kinderen kunnen spelen. In deze mindmap is rekening gehouden met de thema’s waarin de tuintypes geïnteresseerd zijn. Dit kan een hulpmiddel zijn in een gesprek. We zien dat de tuin voor alle tuintypen een gemeenschappelijke waarde heeft als plek voor rust en ontspanning. De ideale tuin voor de meeste tuinbezitters heeft een terras, bomen, vaste planten, klimplanten en zomerbloeiers. Men hecht steeds meer waarde aan duurzaamheid. De thema’s Ontspannen, Voedsel/Bloemen, Onderhoudsvriendelijk en Duurzame materialen spreken de meeste tuinbezitters aan. Verder specifiek: Het gele type kan men aanspreken met gezellig ontmoeten, spelen voor de kinderen en moestuinieren. Ook diervriendelijk vindt men belangrijk. Dit type heeft een voorkeur voor eenvoudig te onderhouden producten. Van belang zijn de thema’s Ontmoeten, Bewegen/Spelen. Het groene tuintype vindt milieu- en diervriendelijkheid belangrijke en is geïnteresseerd in bijzondere planten en bomen. Voor dit type is dus ook het thema Biodiversiteit van belang. Het groen-blauwe tuintype gaat steeds vaker voor een meer wat wildere tuin en gebruikt deze als buitenkamer. De thema’s Biodiversiteit en Ontmoeten zijn voor dit tuintype relevant. Het blauwe tuintype vindt de tuin als plek om te relaxen erg belangrijk, evenals duurzaam tuinieren. Dit tuintype is gevoelig voor wat meer onderscheidende en verrassende ideeën uit de thema’s Ontspannen en Duurzame materialen. Het rode tuintype heeft weinig binding met en kennis over de tuin. De ideale tuin is echter wel groen en weelderig. Ook ziet dit type de tuin meer dan voorheen als een plek van rust, een tweede woonkamer. Deze tuinbezitter heeft behoefte aan praktische oplossingen. Van belang zijn de thema’s Baten en Ontmoeten. Waardenplattegrond tuinbeleving 22
Page 26
FINANCIEEL VOORDEEL BIJEN VLINDERS VOGELS SUBSIDIE BIJDRAGE DUURZAAMHEID EDUCATI HOGERE MINDER ENERGIEKOSTEN VASTGOEDWAARDE ONDERHOUDSVRIENDELIJK DUURZAME MATERIALEN ONDERHOUD GEZONDHEID WELBEVINDEN BEWONERS HEID DEN RS BATEN Pa MINDER CRIMINALITEIT EN VANDALISME VEILIGHEID E ACTIEVER / MINDER ZIT TIEVER / INDER IT ONTWIKKELING KINDEREN BEWEGEN BETER SOCIAAL KLIMAAT PRODUC TIVITEIT INFORMEEL GEZELLIG HOGERE De Levende T KLIMAAT: Water, Temperatuur, Luchtkwaliteit MENS: Veiligheid, Bewegen/Spelen, Ontmoeten, Productiviteit, Ontspannen, Geluid, Kleur, Geur NATUUR: Bodem, Voedsel/Bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen ECONOMIE: Onderhoud, Baten Beleving: Water, Geluid, Kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Voedsel/Bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Ontspannen, Ontmoeten Duurzaamheid: Water, Bodem, Voedsel/Bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen, Onderhoud Gezondheid en welbevinden: Ontspannen, Ontmoeten, Bewegen/Spelen, Veiligheid, Voedsel/Bloemen, Geluid, Kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Water Sociale cohesie: Veiligheid, Bewegen/Spelen, Ontmoeten, Voedsel/Bloemen VHG (vhg.org) / Kim van der Leest (kimvanderleest.nl) MINDER ANGST/ DEPRESSIE CREATIVITEIT CON RUST VOOR OGEN ONTMOETEN MIND MEDIC LEREN VAN DE NATUUR S S PLUKTUIN GEZOND LOKAAL BIODIVERSITEIT TIE VOEDSEL/ BLOEMEN BODEM TEROVERLAS TEROVERLAST MINDER DROOGT WATER BERGEN EN HERGEBRUIK WATER VERKOELING V TEMPERATUUR articulierlier art ar LUCHTKWALITEIT FRISSE GEZONDE LUCHT G GEUR KLEUR CT ONTSPANNEN BELEVING BETERE ONCENTRATIE MINDER STRESS GELUIDHINDER ERVAREN GELUID BESCHERMING VERONTREINIGING VERKEER INDUSTRIE SCHADUW MEER BETERE ISOLATIE RENDEMEN ZONNEPANEL NDER ICATIE
Page 28
T (met de klok mee) ECONOMIE Groen in de directe omgeving verhoogt de waarde van de woning met 4 tot 15% afhankelijk van de lokale omstandigheden. Dakgroen en gevelgroen vergroten de isolatiewaarde van de woning. Een besparing van tot 73% op de aircokosten in de zomer en tot 23% op de stookkosten in de winter. Dakgroen verlengt de levensduur van de dakbedekking. Voor de aanleg van dakgroen bestaan in diverse gemeenten stimuleringsmaatregelen in de vorm van subsidie of aantrekkelijke leenvoorwaarden. Raadpleeg dan ook altijd de website van de betreffende gemeente en ook die van het waterschap. Een levende tuin en een onderhoudsvriendelijke tuin gaan goed samen. NATUUR Er zijn tal van duurzame materialen voor in de tuin die bijdragen aan een betere leefomgeving voor mens, dier en plant. Kinderen, die op jonge leeftijd contact hebben gehad met de natuur, vertonen op latere leeftijd vaak een positieve houding ten aanzien van natuur en milieu. Voor vogels, vlinders en bijen kunnen tuinen een belangrijk onderdeel zijn van hun voedselnetwerk in de stad of omgeving. Dit geldt ook voor dak- en gevelgroen. De tuin kan worden gebruikt voor lokaal geproduceerd gezond voedsel. Dit is lekker en duurzaam. Ook levert de tuin (eetbare) bloemen voor in gerechten of voor in de vaas. Moestuinieren kan leiden tot een grotere inname van groente en fruit door kinderen. KLIMAAT In een groene tuin kan het water in de bodem infiltreren of verdampen. Er hoeft minder neerslag te worden afgevoerd. Dit beperkt wateroverlast bij piekbuien. In een natuurzwemvijver kan zelfs gezwommen worden. Buitengroen vermindert ‘s zomers de hitte in en rondom de woning. Hitte is met name gevaarlijk voor ouderen, baby’s, zwangeren en chronisch zieken. Zonnepanelen op groene daken kunnen tot 40% meer rendement behalen. 23 Binnengroen zuivert de lucht van schadelijke stoffen afgegeven door bijvoorbeeld tapijten, meubels, bouwmaterialen, schoonmaakmiddelen, verf en printers. Deze vorm van luchtverontreiniging blijft tegenwoordig vaak in huis hangen door de betere isolatie en gesloten ventilatiesystemen. Door verdamping maakt binnengroen de lucht minder droog waardoor mensen minder hoofdpijn hebben en zich beter kunnen concentreren. Planten verminderen de CO2-concentratie en produceren zuurstof. Buitengroen beschermt ons tegen verontreiniging van verkeer en industrie. Een boom van 50 cm dik kan per jaar ongeveer 500 gram fijnstof afvangen. Dit compenseert circa 7.500 jaarlijks gereden autokilometers. MENS Geur roept herinneringen op. Door geuren te ruiken die we herkennen voelen we ons veilig. Dit is prettig voor personen met dementie. In het groen kunnen we de seizoenen beleven. Voor een stressverlagend effect is het belangrijk dat het groen goed zichtbaar is. Groene gevels, groene wanden en groene daken kunnen daarom ook heel effectief zijn. Groen kan een bijdrage leveren om de geluidsoverlast van aanwezig verkeer of industrie als minder hinderlijk te ervaren. Groene daken kunnen geluid reduceren tot 5,5 decibel. Ook reduceren groene gevels het geluid op straatniveau. Binnen in huis kunnen planten de akoestiek en de spraakverstaanbaarheid verbeteren. Uitzicht op groen gaat gepaard met een lager stressniveau en een hoger gevoel van welzijn. Een groene omgeving is rustgevend en mensen herstellen er sneller van stress. In wijken met meer groen hebben bewoners minder last van angststoornissen of depressiviteit. Ook komen er minder hart- en vaatziekten, angst en depressie voor. Naarmate in wijken meer groen voorkomt, gebruiken kinderen minder ADHD-medicatie. Voor mensen die veel tijd achter het beeldscherm doorbrengen, is de kleur groen ontspannend voor de ogen. 24
Page 32
B Groen heeft in het bedrijfsleven een positief effect op het imago. We zien steeds meer dat bedrijven geïnteresseerd zijn in een groene werkomgeving. Hierbij gaat het om meer dan het gebruiken van duurzame materialen. Het gaat om een groene buitenruimte, een groen gebouw en/of groene binnenruimten, waarbij groen verschillende functies vervult. Van de operationele kosten die een bedrijf in een kantoorgebouw heeft, gaat 1% op aan energie, 9% aan huur en maar liefst 90% aan personeel. Met de levende tuin is hier veel meerwaarde te behalen. Mindmap In de mindmap Bedrijf is de zakelijke omgeving als uitgangspunt genomen. Dit kan een bedrijf, kantoor, winkel maar ook bijvoorbeeld een horecaonderneming zijn. De verschillende thema’s kunnen een wens maar ook een vraag van de opdrachtgever zijn, zoals een ontspannen vergaderplek, een bijdrage aan duurzaamheid, verhogen van de arbeidsproductiviteit, verminderen van geluidsoverlast, verkoeling tijdens hete zomers of een betere luchtkwaliteit. Een aantal thema’s, die met foto’s zijn verbeeld, worden hieronder kort beschreven. Onder de groene bijbehorende themabladen is meer informatie met voorbeelden te vinden. 27 ECONOMIE NATUUR KLIMAAT MENS © Foto’s met de klok mee: Vescom Deurne - Du Pré Groenprojecten Wehkamp Zwolle - Ginkelgroep Daktuin Hotel Casa Amsterdam - Dakdokters Dakpark De Boel Polderdak - Dakdokters Groen parkeren - Olivijn greenSand Stationsplein - Griffi oen Wassenaar Energiedak Gemeente Helmond - Du Pré Groenprojecten Groene gevel Enkhuizen - Ginkelgroep Green Fortune laptopwand Amsterdam - Into Green Green Fortune Stalagmites - Into Green Schiedam bibliotheek Zuidkoop - Into Green Ebben Inspyrium - Cuijk VHG (vhg.org) / Kim van der Leest (kimvanderleest.nl) Duurzame tuin ABN - Grijsen Donkergroen Daktuin Hotel Zoku Amsterdam - Dakdokters
Page 34
BIJEN VLINDERS VOGELS SUBSIDIE HOGERE HUUROPBRENGST BELASTINGVOORDEEL TEVREDENHEID WERKPLEK OMZET MINDER ENERGIEKOSTEN MEERVOUDIG RUIMTEGEBRUIK AANTREKKEN PERSONEEL GEZONDHEID WELBEVINDEN PERSONEEL/ BEZOEKERS MZET HOGEND VERHOGEND ONDERHOUD HOGERE VASTGOEDWAARDE ONDERHOUDSVRIENDELIJK DUURZAME MATERIALEN EDUCATI INNOVTIE MINDER ZIEKTEVERZUIM BATEN MINDER CRIMINALITEIT EN VANDALISME VEILIGHEID E ACTIEVER / MINDER ZIT IEVER / NDER T BETER SOCIAAL KLIMAAT BEWEGEN ONTMOETEN OF E VERG INFORMEEL EFFECTIEF RGADEREN HOGERE CREATIVITEIT WERKNEMERS De Levende T KLIMAAT: Water, Temperatuur, Luchtkwaliteit MENS: Veiligheid, Bewegen/Spelen, Ontmoeten, Productiviteit, Ontspannen, Geluid, Kleur, Geur NATUUR: Bodem, Voedsel/Bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen ECONOMIE: Onderhoud, Baten Beleving: Water, Geluid, Kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Voedsel/Bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Ontspannen, Ontmoeten Duurzaamheid: Water, Bodem, Voedsel/Bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen, Onderhoud Gezondheid en welbevinden: Ontspannen, Ontmoeten, Bewegen/Spelen, Veiligheid, Voedsel/Bloemen, Geluid, Kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Water Sociale cohesie: Veiligheid, Bewegen/Spelen, Ontmoeten, Voedsel/Bloemen VHG (vhg.org) / Kim van der Leest (kimvanderleest.nl) CON PRODUC TIVITEIT BETER OPLOSSE VERMOG BODEM WATER ZUIVERI GEZONDE BIODIVERSITEIT TIE VOEDSEL/ BLOEMEN BODEM TEROVERLAS TEROVERLAST MINDER DROOGTE WATER WATER BERGEN EN HERGEBRUIK VERKOELING V TEMPERATUUR Bedrijfjf BeB LUCHTKWALITEIT FRISSE GEZONDE LUCHT G GEUR KLEUR CIT ONTSPANNEN BETERE ONCENTRATIE MINDER STRESS GELUIDHINDER ERVAREN RUST VOOR OGEN GELUID WERKPLEZIER BELEVING CO2 REDUCTIE BESCHERMIN VERONTREINIG VERKEER INDUSTRIE SCHADUW BETERE ISOLATIE MEER RENDEMENT ZONNEPANELEN BETERE R END GEN AKOESTIEK
Page 36
T (met de klok mee) ECONOMIE Groene omgevingen zijn aantrekkelijker wat leidt tot een beter vestigingsklimaat voor bedrijven en burgers. Een mooie groene omgeving zorgt voor een goed leefklimaat voor expats en dat is belangrijk als vestigingsfactor voor grote internationale bedrijven. Vastgoed is 5 tot 10% meer waard in een groene omgeving. Er kunnen hogere huurprijzen worden gevraagd. In de horeca draagt groen bij aan meer omzet. Het koopgedrag wordt gestimuleerd in groene winkelstraten. In groene steden zijn er meer mogelijkheden voor toerisme en recreatie. Een groene uitstraling heeft een positief effect op het aantrekken van medewerkers en vrijwilligers. Bij de aanwezigheid van planten in de kantoorruimte ligt de productiviteit 15% hoger dan in kantoorruimten zonder planten. Groen werkt omzetverhogend en draagt bij aan minder ziekteverzuim. Dakgroen en gevelgroen vergroten de isolatiewaarde van gebouwen en besparen energiekosten. Dakgroen vermindert de energielasten van koeling met 70% en van verwarming met 20%. De buitenruimte, een daktuin of dakpark kan ingezet worden voor meervoudig ruimte-gebruik. Dat kan met name in de bebouwde omgeving - met beperkte en dure vierkante meters - een interessante oplossing zijn. TIP 28 Neem de aanleg van groene daken op als criterium bij aanbestedingen van gebouwen en bouwprojecten. Een levende tuin en een onderhoudsvriendelijke tuin gaan goed samen. NATUUR De aandacht voor het belang van het gebruiken van duurzame materialen in de maatschappij groeit enorm. Groen draagt bij aan een duurzaam imago. Groene ruimten kunnen gebruikt worden voor inspiratie uit en educatie in de natuur. We zien dat biomimicry, waarbij de natuur een inspiratiebron is voor innovatieve duurzame processen, oplossingen en producten, steeds meer in opkomst is. Groen kan ingezet worden om het imago of de boodschap van het bedrijf te versterken. Dit kan in de vorm van het gebruik van gevarieerde beplanting die ruimte biedt aan biodiversiteit. Voor vlinders en bijen kan een groen bedrijventerrein een belangrijk onderdeel zijn van hun voedselnetwerk in de stad of omgeving. Dit kan zowel op de grond als op het dak. De buitenruimte kan ook ingezet worden voor gezonde voedselproductie voor eigen gebruik of voor derden. Binnen kunnen kruiden gekweekt worden voor een gezonde kantine. Bij licht verontreinigde grond kan specifiek groen worden ingezet voor bodemzuivering. In dat geval hoeft de verontreinigde grond niet te worden verwijderd, wat kostbaar is en het bodemleven verstoort. 29
Page 38
KLIMAAT Door op parkeerplaatsen waterpasserende verharding toe te passen, wordt de hoeveelheid af te voeren hemelwater beperkt. Ook groene daken met name op grote gebouwen, helpen mee om neerslag vast te houden en vertraagd af te voeren. Voor een bijdrage aan de waterkwaliteit kan groen op een industrieterrein ingezet worden voor biologische reiniging van vrijkomend afvalwater. Deze functie is te combineren met het opvangen van piekbuien. Op bedrijventerreinen kan het erg warm worden door de grote oppervlakte aan bebouwing en verharding. Dit gebeurt zowel in de steden als daarbuiten en kan leiden tot hittestress wat de arbeidsproductiviteit vermindert. Extreme of langdurige hittestress heeft een negatief effect op de gezondheid van werknemers en van kwetsbare ouderen in het bijzonder. Groene daken, al dan niet in combinatie met groene gevels, zijn juist bij (grotere) bedrijfsgebouwen zeer zinvol om opwarming tegen te gaan. Door vermindering van energieverbruik neemt ook de uitstoot van CO2 af. Zonnepanelen op groene daken kunnen tot 40% meer rendement behalen. Specifiek op parkeerplaatsen kan door het plaatsen van schaduwbomen het opwarmen van auto’s en de verdamping van de brandstof uit de brandstoftanks worden beperkt. TIP 30 Neem maatregelen die de aanleg van groen en het vasthouden van water stimuleren. Denk bijvoorbeeld aan financiële prikkels via belastingen en via het heffingenregime, zoals de rioolbelasting en waterschapslasten. Zowel in de binnen- als buitenruimte kan groen ingezet worden om verontreinigingen uit de lucht te halen en de luchtkwaliteit te verbeteren. Meer planten binnen leidt tot minder CO2concentratie, minder droge lucht en minder hoofdpijnklachten. Het sick building syndrome is een bekend probleem. Systemen voor ventilatie, luchtvochtigheiden temperatuurbeheersing worden ingezet voor een beter werkklimaat. Deze systemen kunnen vluchtige organische verbindingen (VOS) echter niet afbreken. In de kantooromgeving zijn vaak VOS aanwezig, zoals benzeen en formaldehyde afkomstig van bouwmaterialen. Groen kan heel goed worden ingezet om VOS uit de lucht te filteren. Bomen en hagen langs wegen kunnen 15 tot 20% van de stofdeeltjes afvangen. Een boom van 50 cm dik kan per jaar ongeveer 500 gram fijnstof afvangen. Dit compenseert circa 7.500 jaarlijks gereden autokilometers. MENS Binnengroen kan formaldehyde, vaak gebruikt als ontsmettingsmiddel, opnemen en omzetten. In hoge concentraties is dit giftig en kankerverwekkend. Groen kan een bijdrage leveren om de geluidsoverlast van aanwezig verkeer of industrie als minder hinderlijk te ervaren. Groene daken kunnen ook geluid reduceren tot wel 5,5 dB. Binnengroen verbetert de akoestiek en de spraakverstaanbaarheid. Uitzicht op groen draagt bij aan het sneller herstellen van stress en verminderen van stress. Groene gevels of groene wanden kunnen hiervoor ook heel effectief zijn. Een groen dak kan ook effectief zijn als men daar van binnenuit zicht op heeft. Uitzicht op groen helpt de ogen te ontspannen en opnieuw te focussen. Het helpt ook om vermoeidheid en hoofdpijn tegen te gaan. Dit is van belang als we uren achter een beeldscherm zitten. Werknemers en bezoekers voelen zich prettiger in het groen. Groen draagt bij aan minder stress, een betere concentratie, meer creativiteit en een hogere arbeidsproductiviteit. Groen heeft een positief effect op werkplezier, gezondheid en welbevinden. Groen nodigt uit tot minder zitten en meer bewegen en meer ontmoeten. Een groene buitenruimte kan goed dienen als extra vergader- of werkplek. Ook voor informele ontmoetingen en ontspanning kan groen goed ingezet worden. Groen leidt tot een beter sociaal klimaat. Groen leidt tot minder criminaliteit en vandalisme. Wijken met groen hebben gemiddeld 42% minder criminaliteit dan wijken zonder groen. TIP Vraag deskundig advies aan de groenprofessionals: hoveniers, groenvoorzieners, boomspecialisten, dak- en gevelbegroeners en interieurbeplanters. 31
Page 44
INTEGRALE LESOMGEVING FINANCIEEL VOORDEEL INS MINDER ENERGIEKOSTEN EDUCATI ONDERHOUDSVRIENDELIJK DERHOUDSIENDELIJK TEVREDENHEID LEER-/WERKPLEK AANTREKKEN PERSONEEL/ LEERLINGEN EXTRA LESLOKAAL GEZONDHEID WELBEVINDEN PERSONEEL/ LEERLINGEN R M MINDER ZIEKTEVERZUIM MINDER PESTEN MINDER CRIMINALITEIT EN VANDALISME MOTORIEK/ ZELFVERZEKERD/ FANTASIE ACTIEVER / MINDER ZIT IEVER / NDER T BETER SOCIAAL KLIMAAT INFORMEEL HOGERE CREATIVITEIT De Levende T KLIMAAT: Water, Temperatuur, Luchtkwaliteit MENS: Veiligheid, Bewegen/Spelen, Ontmoeten, Productiviteit, Ontspannen, Geluid, Kleur, Geur NATUUR: Bodem, Voedsel/Bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen ECONOMIE: Onderhoud, Baten Beleving: Water, Geluid, Kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Voedsel/Bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Ontspannen, Ontmoeten Duurzaamheid: Water, Bodem, Voedsel/Bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen, Onderhoud Gezondheid en welbevinden: Ontspannen, Ontmoeten, Bewegen/Spelen, Veiligheid, Voedsel/Bloemen, Geluid, Kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Water Sociale cohesie: Veiligheid, Bewegen/Spelen, Ontmoeten, Voedsel/Bloemen BETER VHG (vhg.org) / Kim van der Leest (kimvanderleest.nl) OPLOSSE VERMOGE CON BEWEGEN/ SPELEN E VEILIGHEID DUURZAME MATERIALEN ONDERHOUD BATEN On ONTMOETEN PRODUC TIVITEIT LEREN BODEM WATERZUIVERING BIJEN VLINDERS VOGELS SPIRATIE GEZONDE BIODIVERSITEIT TIE VOEDSEL/ BLOEMEN BODEM TEROVERLAS TEROVERLAST WATER BERGEN EN HERGEBRUIK WATER MINDER DROOGTE VERKOELING V TEMPERATUUR nderwijsn wijs LUCHTKWALITEIT FRISSE GEZONDE LUCHT G BETERE ISOLATIE GEUR KLEUR CT/ N ONTSPANNEN BETERE ONCENTRATIE MINDER STRESS GELUIDHINDER ERVAREN RUST VOOR OGEN BELEVING GELUID LEER-/ WERKPLEZIER CO2 REDUCTIE BESCHERMING VERONTREINIGING VERKEER INDUSTRIE SCHADUW MEER RENDEMEN ZONNEPANE BETERE R END GEN AKOESTIEK
Page 46
TIP Budget ‘leermiddelen’ Attendeer de school op beschikbaar budget dat is gereserveerd voor leermiddelen. Dit kan wellicht worden aangewend voor het schoolplein, omdat dat immers als leerplek gebruikt gaat worden. T mi (met de klok mee) LOC Barendrecht. ECONOMIE Groen heeft een positief effect op de gezondheid en het algehele welbevinden van leerlingen, studenten, personeel en bezoekers. Een groene omgeving draagt bij aan minder ziekteverzuim. Een groene buitenruimte kan dienen als een extra leslokaal of leerplek. Het planten van schaduwbomen vergroot de gebruiksmogelijkheden in warme perioden. Werknemers en vrijwilligers werken graag bij een werkgever in een prettige groene omgeving. Een groene uitstraling draagt bij aan een duurzaam imago voor een onderwijsinstelling die maatschappelijk verantwoord wil zijn. Dakgroen en gevelgroen vergroten de isolatiewaarde van het schoolgebouw. Dat leidt tot minder stookkosten in de winter en lagere energiekosten van airco’s in de zomer. Dakgroen verlengt de levensduur van de dakbedekking. Een groene levende buitenruimte kan ook onderhoudsvriendelijk zijn. Dit begint bij een goed doordacht ontwerp en een goede aanleg. NHL Leeuwarden: een aantrekkelijke groene buitenruimte die door leerlingen en personeel gebruikt kan worden om tot rust te komen en er even uit te zijn. NATUUR De aandacht voor het belang van het gebruiken van duurzame materialen in de maatschappij groeit enorm. Het is goed dat dit in de schoolomgeving, die jongeren klaar maakt voor die maatschappij, ook terug te vinden is. Een groene omgeving biedt de mogelijkheid te leren om respectvol en zorgzaam met de natuur om te gaan. Een groene schoolomgeving kan aansluiten op het lesprogramma. Voor biologie, natuur- en milieueducatie, rekenen en natuurlijk tekenles. Maar ook kan de natuur inspiratie geven voor integraal en interdisciplinair onderwijs. Denk aan verbindingen leggen met techniek, wiskunde, zorgopleidingen of foodopleidingen. 34 Extra leslokalen. Het bezig zijn met moestuinactiviteiten heeft een positief effect op het welbevinden van kinderen. Moestuinieren kan leiden tot een grotere inname van groente en fruit door kinderen. Fruit plukken is een leuke gezamenlijke bezigheid. De tuin kan gebruikt worden voor het kweken van onbespoten voedsel- en bloemen voor eigen gebruik. Schooltuinen met een gevarieerde beplanting kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de biodiversiteit. Dit geldt ook voor dak- en gevelgroen. Een groen schoolterrein kan dienen als voedselbron voor insecten en als een belangrijk (tussen)gebied in een groter groen netwerk. KLIMAAT Groene daken op grote schoolgebouwen helpen om neerslagpieken af te vlakken en de wateroverlast te verminderen doordat ze een deel van de neerslag vasthouden en de rest vertraagd afvoeren. Door op de parkeerplaats waterdoorlatende verharding toe te passen, wordt de hoeveelheid af te voeren hemelwater beperkt. Het thema Water kan goed geïntegreerd worden in lesprogramma’s. Bij 10% meer groen kan de stad een goed leefgebied zijn voor bijen en vlinders. Binnentuin Wageningen University Gebouw Lumen: licht, natuurlijke materialen, groen en water bepalen het beeld. 35
Page 48
Planten in de kantine, centrale ruimten en waar mogelijk in lokalen/zalen. Hoge concentraties CO2 vergroten de overdracht van infectieziekten en leiden tot meer ziekteverzuim. Men heeft meer last van allergie, astmatische klachten, hoofdpijn en vermoeidheid. Door het grote aantal mensen in relatief kleine ruimten loopt het CO2-gehalte in klaslokalen vaak sterk op. Binnengroen verbetert de luchtkwaliteit binnen onderwijsinstellingen. Als de planten voldoende licht en water krijgen kan de concentratie CO2 met 10 tot 20% dalen ten opzichte van lokalen zonder planten. Beplanting neemt CO2 op en produceert zuurstof. Door verdamping maakt binnengroen de lucht minder droog en verhoogt de relatieve luchtvochtigheid. Het zorgt zo voor frisse lucht. Dit kan het percentage leerlingen met hoofdpijnklachten doen verminderen. Binnengroen zuivert de schadelijke lucht afkomstig van bouwmaterialen, computers en printers. Aanwezigheid van planten deed het gehalte aan formaldehyde en benzeen bij een school in Portugal met 50% dalen. Dichte beplanting (groen scherm) kan helpen om onderwijsgebouwen te beschermen tegen vervuilde lucht van nabijgelegen bronnen zoals drukke verkeerswegen. Belangrijk is dat de lucht een goede luchtdoorstroom heeft met de omgeving. Een groenprofessional kan hierover gericht advies geven. Veel scholen liggen in bebouwd gebied waar het gewoonlijk warmer is dan daarbuiten. Bomen zorgen voor natuurlijke schaduw en verkoeling. Een groen dak met eventueel een groene gevel, vermindert de opwarming van het schoolgebouw. Zonnepanelen op groene daken hebben tot 40% meer rendement. Grote groene gebieden rondom schoolgebouwen dragen bij aan een prettiger klimaat in de wijde omgeving. Een beschaduwde parkeerplaats zorgt voor minder verdamping van brandstof uit de benzinetank en minder energieverbruik van de airco. En het interieur van de auto is minder heet bij vertrek. TIP Een groen schoolterrein warmt minder op. 36 Een mooi groen goed onderhouden schoolplein heeft minder vaak last van vernieling. MENS Geuren stimuleren de zintuigen en onze herinneringen. Binnengroen als Spathiphyllum kan formaldehyde, vaak gebruikt als ontsmettingsmiddel, opnemen en omzetten. In hoge concentraties is dit giftig en kankerverwekkend. Groen kan een bijdrage leveren om de geluidsoverlast van aanwezig verkeer of industrie als minder hinderlijk te ervaren. Groene daken kunnen geluid reduceren tot 5,5 decibel. Ook reduceren groene gevels het geluid op straatniveau. Planten binnen de school verbeteren de akoestiek en de spraakverstaanbaarheid. Uitzicht op groen draagt bij aan het sneller herstellen van stress en verminderen van stress. Groene gevels of groene wanden kunnen hiervoor ook heel effectief zijn. Een groen dak kan ook effectief zijn als men daar van binnenuit zicht op heeft. Uitzicht op groen helpt de ogen te ontspannen en opnieuw te focussen. En helpt het tegengaan van vermoeidheid en hoofdpijn. Dit is van belang als we uren achter een beeldscherm zitten. Zorg voor uitzicht op groen vanuit het klaslokaal; de aanwezigheid van bomen en struiken lijkt daarbij van belang (dus niet alleen een kale grasvlakte). Uitzicht op groen vanuit het klaslokaal waar leerlingen een pauze doorbrengen draagt bij aan een sneller herstel van stress en het verminderen van stress. De aanwezigheid van water geeft een rustgevend effect en aangenaam geluid. Een groener schoolterrein gaat gepaard met een betere cognitieve ontwikkeling qua werkvermogen en concentratievermogen. In een praktijktest met 8 basisscholen verbeterden de leerprestaties met 20% wanneer planten in de klas geplaatst werden. Een groene plantenwand in de klas vergroot het concentratievermogen en leidt tot betere aandacht. Informatie en inspiratie Kijk op www.intogreen.nl voor meer informatie en inspirerende voorbeelden van ‘planten in de klas’. Op deze site is ook lesmateriaal te vinden. Wilt u op de hoogte blijven van actuele onderzoeksresultaten? Volg Into Green op Twitter: @IntroGreenNL.nl. 37
Page 50
Planten in het klaslokaal kunnen ertoe bijdragen dat jongeren zich minder vaak ziekmelden. Voor kinderen met ADHD werkt een verblijf in een groene omgeving gunstig op het concentratievermogen. Kinderen kunnen meer zelfbeheersing opbrengen. Groen biedt mogelijkheden tot ontdekken en je grenzen verleggen. Met name creatieve taken worden beter uitgevoerd in de aanwezigheid van groen. Creativiteit is in de huidige en toekomstige samenleving voor innovatie steeds belangrijker. Planten in de werkomgeving verbeteren ook het concentratievermogen van medewerkers. De productiviteit in werkomgevingen met planten ligt tot 15% hoger dan in kantoorruimten zonder planten. Planten op de werkplek zorgen voor een grotere tevredenheid over de werkplek en meer betrokkenheid. Een aantrekkelijk en functioneel goed ingericht groen schoolplein kan bijdragen aan een betere sociale samenhang op het plein en op termijn aan een beter welzijn van het kind. In het groen verlopen gesprekken tussen mensen vaak anders en worden andere vragen gesteld. Kleuters op kinderdagverblijven met een hoogwaardige groene buitenruimte zijn vaker buiten en hebben minder overgewicht. Een groene buitenruimte stimuleert de lichamelijke activiteiten van jongens en meisjes in de basisschoolleeftijd. Ook moestuinieren op bijvoorbeeld schoolpleinen leidt tot minder zittend gedrag bij kinderen. Zorg voor een gevarieerd aanbod van speelmogelijkheden, maar ook voor plekken waar een kind zich even kan terugtrekken en/of tot rust kan komen. Voldoende open ruimte stimuleert teamsport zoals diverse balspelen. 38 Z Een bezoek of verblijf in het ziekenhuis is voor veel patiënten een stressvolle gebeurtenis. Een hoog stressniveau kan een voorspoedig herstel belemmeren. Ook voor het verplegend personeel is het werken in een zorgomgeving vaak stressvol. Groen en zorg gaan al heel lang samen. In een groene omgeving voelt men zich gelukkiger en gezonder. We spreken in de zorg over ‘healing environments’. Helende omgevingen waar men beter uitkomt dan men er in ging. Groen in en rondom verzorgingshuizen, ziekenhuizen en overige klinieken heeft een positief effect op het herstellend vermogen en de gemoedstoestand van patiënten en het algeheel welbevinden van patiënten, medewerkers en bezoekers. De meerwaarde van groen zit vooral in de rust en ontspanning. Meer groen in de omgeving maakt ook mentaal gezonder. Er is een relatie tussen groen en meer positieve gevoelens en minder negatieve gevoelens als angst of depressie. Groene binnen- of buitenruimten kunnen goed gebruikt worden bij het ondergaan van behandelingen of (delen) van therapieën. Bijvoorbeeld een chemotuin of een groene oefenruimte voor fysiotherapie. Mindmap In de mindmap Zorg is de zorginstelling, verzorgingshuis, bejaardentehuis, ziekenhuis of kliniek als vertrekpunt genomen. De verschillende thema’s kunnen een wens maar ook een vraag van de patiënt of instelling zijn, zoals een betere luchtkwaliteit of een plek voor rust en ontspanning. Onder de groene bijbehorende themabladen is meer informatie met voorbeelden te vinden. Groene revolutie in de ouderenzorg. Knuffelkippen in de tuin. Natuur is een effectieve en goedkope oplossing voor de zorg. Meer dan de helft van de ouderen in zorgcentra komt echter hooguit één keer per week buiten. Eén op de tien bewoners helemaal nooit. 39
Page 54
HOGERE HUUROPBRENGST BELASTINGVOORDEEL SUBSIDIE MINDER ENERGIEKOSTEN MEERVOUDIG RUIMTEGEBRUIK HOGERE PATIËNTTEVREDENHEID MINDER CRIMINALITEIT EN VANDALISME MEER PLEZIER ACTIEVER / MINDER ZIT IEVER / NDER T LANGER VOLHOUDEN ONTMOETEN MINDER EENZAAM INFORMEEL PRODUC TIVITEIT BETERE GESPREKKEN De Levende T KLIMAAT: Water, Temperatuur, Luchtkwaliteit MENS: Veiligheid, Bewegen/Spelen, Ontmoeten, Productiviteit, Ontspannen, Geluid, Kleur, Geur NATUUR: Bodem, Voedsel/Bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen ECONOMIE: Onderhoud, Baten Beleving: Water, Geluid, Kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Voedsel/Bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Ontspannen, Ontmoeten Duurzaamheid: Water, Bodem, Voedsel/Bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen, Onderhoud Gezondheid en welbevinden: Ontspannen, Ontmoeten, Bewegen/Spelen, Veiligheid, Voedsel/Bloemen, Geluid, Kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Water Sociale cohesie: Veiligheid, Bewegen/Spelen, Ontmoeten, Voedsel/Bloemen MI VHG (vhg.org) / Kim van der Leest (kimvanderleest.nl) MINDER ANGST EN DEPRESSIE MED BET CONCEN WERKN BEWEGEN E VEILIGHEID TEVREDENHEID WERKPLEK AANTREKKEN PERSONEEL EN VRIJWILLIGERS GEZONDHEID WELBEVINDEN PATIENTEN, PERSONEEL EN BEZOEKERS KORTERE LIGDUUR RTERE GDUUR ONDERHOUD HOGERE VASTGOEDWAARDE ONDERHOUDSVRIENDELIJK DUURZAME MATERIALEN ACTIVITEITEN EDUCATI MINDER ZIEKTEVERZUIM BATEN PLUKTUIN BODEM WATER ZUIVERIN BIODIVERSITEIT TIE VOEDSEL/ BLOEMEN BODEM WTEROVERLAS TEROVERLAST WATER BERGEN EN HERGEBRUIK MINDER DROOGTE WATER VERKOELING V TEMPERATUUR Zorgg LUCHTKWALITEIT FRISSE GEZONDE LUCHT G MINDER HITTESTRESS GEUR GEEN ZIEKENHUISGEUR ZIEKENH KLEUR CT ONTSPANNEN TERE ENTRATIE NEMERS MINDER STRESS GELUIDHINDER ERVAREN HERINNERING DEMENTIE MINDER PIJNKLACHTEN GELUID GROEN UITZICHT (SEIZOENS) BELEVING CO2 REDUCTIE BESCHERMING VERONTREINIGIN VERKEER INDUSTRIE SCHADUW BETERE ISOLATIE MEER RENDEMEN ZONNEPANEL BETERE MINDER EDICATIE AKOESTIEK
Page 56
T (met de klok mee) ECONOMIE Groen heeft een positief effect op de gezondheid en het welbevinden van patiënten, medewerkers en bezoekers. Werknemers en vrijwilligers werken graag bij een werkgever in een prettige groene omgeving. Een verzorgingshuis zag door een groene inrichting het aantal vrijwilligers verdrievoudigen. Planten op de werkplek zorgen voor een grotere tevredenheid over de werkplek. Uitzicht op groen vanuit de ziekenhuiskamer draagt bij aan een kortere ligduur. De ligduur na een operatie neemt tot 20% af wanneer de patiënt vrij uitzicht heeft op groen. Patiënten geven minder negatieve feedback op het ziekenhuispersoneel in een groene omgeving. Dakgroen en gevelgroen vergroten de isolatiewaarde van het gebouw. Minder stookkosten in de winter en koeler in de zomer. Dakgroen verlengt de levensduur van de dakbedekking. NATUUR Tuinen met een gevarieerde beplanting kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de biodiversiteit. Dit geldt ook voor dak- en gevelgroen. Seizoensbeleving en het zien van vogels, vlinders en bloemen kan een welkome afleiding zijn voor patiënten. Ook worden herinneringen opgehaald. De tuin kan worden gebruikt voor onbespoten voedsel- en bloemenproductie voor eigen gebruik. Het bezig zijn met moestuinactiviteiten heeft een positief effect op het welbevinden van bewoners of patiënten. Bloemen of fruit plukken is een leuke gezamenlijke bezigheid voor jong en oud. Door gericht assortiment toe te passen kunnen herinneringen aan vroeger worden opgeroepen. TIP Bevorder het gebruik van de groene ruimten. Zorg voor goede informatie, bewegwijzering en begeleide activiteiten. 40 KLIMAAT Groene daken op grote gebouwen, zoals ziekenhuizen, helpen om neerslagpieken af te vlakken en de wateroverlast te verminderen doordat ze een deel van de neerslag vasthouden en de rest vertraagd afvoeren. De aanwezigheid van water heeft een rustgevend effect. Veel ziekenhuizen liggen in bebouwd gebied waar het gewoonlijk warmer is dan daarbuiten. Bomen zorgen voor natuurlijke schaduw en verkoeling. Ook dak- en gevelgroen zorgt voor minder opwarming van de gebouwen. Grote groene gebieden rondom gezondheidsinstellingen kunnen bijdragen aan een prettiger klimaat in de wijde omgeving. De structuur van het gebied en de plaatsing van het groen moeten dan wel een goede luchtdoorstroming toelaten. Isala Ziekenhuis Zwolle: de organische bouwvormen van het ziekenhuis in combinatie met het groene binnenlandschap hebben een positieve uitwerking op medewerkers, bezoekers en patiënten. Meer groen draagt bij aan minder hittestress voor patiënten en personeel. Hittestress is met name gevaarlijk voor ouderen, baby’s, zwangeren en chronisch zieken. Zij zijn kwetsbaar, omdat zij hun lichaamstemperatuur minder goed kunnen regelen. Tijdens hittegolven sterven er in Nederland 40 mensen extra per dag. Bomen die voor schaduw zorgen op parkeerplaatsen verminderen de verdamping van brandstof uit de brandstoftank en het energieverbruik van de airco. Ze beperken bovendien de opwarming van het auto-interieur. Bezoekers en personeel ervaren minder hittestress. 41
Page 58
Binnengroen kan gebruikt worden om de luchtkwaliteit binnen zorginstellingen te verbeteren. Door het grote aantal mensen in een relatief kleine ruimte loopt het CO2-gehalte vaak sterk op. Hoge concentraties CO2 vergroten de overdracht van infectieziekten en leiden tot meer ziekteverzuim. Men heeft meer last van allergieën, astmatische klachten, hoofdpijn en vermoeidheid. Beplanting neemt CO2 op en produceert zuurstof. Binnengroen zuivert de lucht van vluchtige organische stoffen (VOS) afkomstig van bijvoorbeeld bouwmaterialen en printers. Ook kan binnengroen formaldehyde, veel gebruikt als ontsmettingsmiddel in de zorg, uit de lucht filteren. In te grote doses is dit giftig en kankerverwekkend voor de mens. Door verdamping maakt binnengroen de lucht minder droog. Dit leidt tot minder hoofdpijn en een betere concentratie. Dichte beplanting kan helpen om kwetsbare plaatsen als ziekenhuizen of bejaardentehuizen te beschermen tegen verontreiniging van verkeer en industrie. Belangrijk is een goede luchtdoorstroom met de omgeving. Woonzorgcentrum Abbingahiem, Leeuwarden. MENS Binnengroen als Spathiphyllum kan formaldehyde, vaak gebruikt als ontsmettingsmiddel, opnemen en omzetten. In een groene buitenruimte ruikt men even niet de bekende ‘ziekenhuisgeur’. Geuren stimuleren onze herinneringen. Uitzicht op groen heeft een stress reducerende werking op patiënten en personeel. Groene gevels of groene wanden kunnen hiervoor ook heel effectief zijn. Een groen dak kan ook effectief zijn als men daar zicht op heeft. Een groene omgeving zorgt voor een aantrekkelijke omgeving en afwisseling die afleiden van pijn en stress. TIP Zorg voor uitzicht op planten en/of op groen in de ziekenhuiskamer (bij voorkeur vanuit bed). 42 TIP Zorg voor een goede en gemakkelijke toegang tot de groene binnen- en buitenruimtes. Belangrijk bij buitengroen is dat men het seizoen kan beleven. Hiervoor is het goed om een jaarrond interessante beplanting toe te passen. Vooral sprekende en vrolijke kleuren zijn goed te onderscheiden vanuit de ziekenhuiskamer. Voor blinde en slechtziende patiënten kunnen naast geurplanten ook voelplanten worden gebruikt om het groen te kunnen beleven. Groen kan een bijdrage leveren om de geluidsoverlast van verkeer of industrie als minder hinderlijk te ervaren. Ook binnen kan groen de akoestiek en de spraakverstaanbaarheid in kamers verbeteren. Het horen van voor ons aangename natuurgeluiden werkt stress verlagend. Patiënten die naast natuur zien ook natuurgeluiden horen, kunnen beter omgaan met pijn. Uitzicht op groen gaat gepaard met een lager stressniveau en een hoger gevoel van welzijn. Een groene omgeving is rustgevend en mensen herstellen er sneller van stress. Ook planten in de wachtkamer verminderen stressgevoelens. Planten in de ziekenhuiskamer verminderen angstgevoelens. Men ervaart minder pijnklachten. Patiënten gebruiken tot 30% minder pijnstillers wanneer zij in een groene omgeving verblijven. Grote groene elementen in de omgeving bieden ruimte voor een ommetje voor medewerkers om even tot rust te komen en er even uit te zijn. Planten in de werkomgeving verbeteren het concentratievermogen van medewerkers. De productiviteit in kantooromgevingen met planten ligt tot 15% hoger dan in kantoorruimten zonder planten. TIP Zorg voor groen op plaatsen waar de patiënten veelvuldig zijn (bijvoorbeeld wachtruimte en dagverblijf). 43
Page 60
Een groene omgeving is een prettige omgeving voor ontmoetingen tussen jong en oud. Creëer groene ontmoetingsplekken waar het aangenaam is te verblijven voor patiënten, bezoekers en personeel. Met een keuze om in de zon of in de schaduw te kunnen zitten. Plekken waar men wat kan eten of drinken en waar wat te zien is in de directe omgeving (bloemen, dieren, water). Een groen ingerichte buitenruimte draagt bij aan een beter sociaal klimaat. Bij groen ontworpen ziekenhuizen is er een toename van de sociale steun aan de daar verblijvende patiënten. In het groen verlopen de gesprekken tussen zorgverleners en patiënt vaak beter. Er worden andere hulpvragen gesteld door de patiënt. Grote groene elementen in de omgeving bieden ruimte voor een ommetje voor de patiënten, wat bijdraagt aan het herstel. In een groene omgeving gaan hoogbejaarden en ambulante patiënten meer naar buiten. In een groene omgeving verlopen de revalidatietrajecten beter. Patiënten ervaren minder spanning en meer plezier bij bewegen in het groen. TIP Denk bij aanleg aan gebruik voor rolstoelgebruikers en andere minder mobiele groepen. Belevingstuin ‘Oringer Hof’ De Paasbergen in Odoorn De beschermde tuin sluit, middels automatische deuren, aan op de gesloten afdeling van woonwijkcentrum De Paasbergen. Dit is een afdeling met voornamelijk cliënten met ziektebeelden als Alzheimer. De plantenbakken, de grote gekleurde kubussen, zijn gekoppeld aan de drie huisjes (iedere 10 bewoners), waarbij bewoners en medewerkers wat kunnen tuinieren. Sommige plantenbakken bevatten tuinkruiden. Deze worden weer gebruikt bij de dagelijkse bereiding van verse maaltijden. Bewoners kunnen vrij de tuin inlopen. Weer of geen weer, regelmatig zie je mensen even een stukje lopen. De onrust van een beperking in bewegingsvrijheid is sterk afgenomen. 44 W Wonen in een veilige en gezonde leefomgeving vinden mensen belangrijk. De aandacht voor duurzaamheid neemt toe onder bewoners, maar ook bij vastgoedbezitters en -beheerders. Een levende tuin draagt bij aan duurzame thema’s. Daarnaast zijn er nog tal van andere positieve effecten van groen op onze leefomgeving. Van veel van deze voordelen van groen is men zich niet bewust. Vaak ook niet van het feit dat met het toepassen van groen euro’s kunnen worden bespaard en zelfs verdiend. Of dat de aanpassingen om te komen tot een meer levende tuin of buitenruimte gemakkelijk kunnen zijn. Een integrale aanpak om te komen tot het vergroenen van woningen, gebouwen en de buitenruimte is vaak veel voordeliger. Samenwerking met bewoners, gemeente en waterschap biedt mogelijkheden. Vastgoed in een groene omgeving is aantrekkelijker en meer waard. Er kunnen hogere huurprijzen worden gevraagd. Groener Een groene tuin of buitenruimte vraagt niet per se meer onderhoud en is ook niet duurder dan een tegeltuin. Mensen willen best groener, maar het ontbreekt ze vaak aan kennis van ontwerp, aanleg of planten. En dan wordt toch gekozen voor een bekend standaardplaatje en standaardbeplanting. Met inspiratie uit deze handleiding kan de opdrachtgever met de groenprofessional komen tot alternatieven die passen bij de wensen en levensstijl van de bewoners, én bijdragen aan een prettige en gezonde leefomgeving. Mindmap In de mindmap Woningbouw/VvE is het woonbedrijf of de Vereniging van Eigenaren als vertrekpunt genomen. De verschillende thema’s kunnen een gezamenlijke wens met de bewoners zijn, zoals het verminderen van wateroverlast of tegengaan van hittestress. Maar ook meer biodiversiteit en een prettige, veilige en gezonde leefomgeving. De foto’s bij de thema’s met voordelen van de levende tuin worden hieronder kort beschreven. Onder de bijbehorende groene themabladen is nog veel meer informatie met bijpassende voorbeelden te vinden. 45
Page 62
Woningstichting Bergh Woningen in duurzaam park Plantsoensingel Noord in ’s-Heerenberg. Een unieke wijk met sociale woningbouw. Als het park straks ‘volwassen’ is, is het zeer onderhoudsarm en kan het zonder machines worden bijgehouden. De houten speelattributen voor de kinderen zijn grotendeels afkomstig van bomen, die voor de nieuwe inrichting moesten worden gekapt. Alle andere materialen zijn door lokale of regionale bedrijven geleverd en biologisch afbreekbaar. “Er zijn veel nestgelegenheden voor vogels en bij de beplanting is rekening gehouden met de vlinders en de bijen. Voor de jeugd komt er een pluktuin. Ook is er een wadi aangelegd, die het regenwater opvangt. Het straatwerk hebben we hergebruikt. De klinkers zijn gewoon omgedraaid.” Nico Wissing, tuin- en landschapsontwerper. 46 ECONOMIE NATUUR KLIMAAT MENS © Foto’s met de klok mee: Woonbedrijf Eindhoven bewonersparticipatie - Du Pré Groenprojecten Stadgenoot Amsterdam kleur, moestuin, natuurlijk spelen picknick - Ginkelgroep Daktuin Hotel Casa Amsterdam - Dakdokters Dakpark De Boel Polderdak - Dakdokters Schuurtjes gezamenlijk vergroenen Gemeente Helmond - Du Pré Groenprojecten Groen parkeren - Olivijn greenSand Stationsplein - Griffi oen Wassenaar Energiedak Gemeente Helmond - Du Pré Groenprojecten Groene gevel Enkhuizen - Ginkelgroep Roessink Aquaradius - NL Greenlabel Into Green VHG (vhg.org) / Kim van der Leest (kimvanderleest.nl) Scheerderstaat Eindhoven bewonersparticipatie - Du Pré Groenprojecten Groene geveltuintjes - Lindenbosch Daktuin Hotel Zoku Amsterdam - Dakdokters
Page 64
BIJEN VLINDERS VOGELS HOGERE HUUROPBRENGST SUBSIDIE BELASTINGVOORDEEL MINDER ENERGIEKOSTEN AANTREKKEN BEWONERS MEERVOUDIG RUIMTEGEBRUIK GEZONDHEID WELBEVINDEN BEWONERS BATEN Won MINDER CRIMINALITEIT EN VANDALISME E VEILIGHEID BEWEGEN ONTMOETEN BETER SOCI KLIMA CIAAL MAAT PRODUC TIVITEIT ONDERHOUDSVRIENDELIJK DUURZAME MATERIALEN EDUCATI HOGERE RE VASTGOED WAARDE DE EDONDERHOUD De Levende T KLIMAAT: Water, Temperatuur, Luchtkwaliteit MENS: Veiligheid, Bewegen/Spelen, Ontmoeten, Productiviteit, Ontspannen, Geluid, Kleur, Geur NATUUR: Bodem, Voedsel/Bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen ECONOMIE: Onderhoud, Baten Beleving: Water, Geluid, Kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Voedsel/Bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Ontspannen, Ontmoeten Duurzaamheid: Water, Bodem, Voedsel/Bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen, Onderhoud Gezondheid en welbevinden: Ontspannen, Ontmoeten, Bewegen/Spelen, Veiligheid, Voedsel/Bloemen, Geluid, Kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Water Sociale cohesie: Veiligheid, Bewegen/Spelen, Ontmoeten, Voedsel/Bloemen VHG (vhg.org) / Kim van der Leest (kimvanderleest.nl) DAKTUIN BODEM WATER ZUIVERI BIODIVERSITEIT TIE VOEDSEL/ BLOEMEN BODEM TEROVERLAS TEROVERLAST WATER BERGEN EN HERGEBRUIK WATER MINDER DROOGTE VERKOELING V ni ningboubouw VvE KLEUR BELEVING CIT ONTSPANNEN MINDER STRESS GELUIDHINDER ERVAREN GELUID CO2 REDUCTIE TEMPERATUUR SCHADUW LUCHTKWALITEIT FRISSE GEZONDE LUCHT G BETERE ISOLATIE MEER RENDEMENT ZONNEPANELEN GEUR BESCHERMING VERONTREINIGING VERKEER INDUSTRIE BETERE AKOESTIEK
Page 68
BIJEN VLINDERS VOGELS HOGERE HUUROPBRENGST SUBSIDIE BELASTINGVOORDEEL MINDER ENERGIEKOSTEN AANTREKKEN BEWONERS MEERVOUDIG RUIMTEGEBRUIK GEZONDHEID WELBEVINDEN BEWONERS BATEN Won MINDER CRIMINALITEIT EN VANDALISME E VEILIGHEID BEWEGEN ONTMOETEN BETER SOCI KLIMA CIAAL MAAT PRODUC TIVITEIT ONDERHOUDSVRIENDELIJK DUURZAME MATERIALEN EDUCATI HOGERE RE VASTGOED WAARDE DE EDONDERHOUD De Levende T KLIMAAT: Water, Temperatuur, Luchtkwaliteit MENS: Veiligheid, Bewegen/Spelen, Ontmoeten, Productiviteit, Ontspannen, Geluid, Kleur, Geur NATUUR: Bodem, Voedsel/Bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen ECONOMIE: Onderhoud, Baten Beleving: Water, Geluid, Kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Voedsel/Bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Ontspannen, Ontmoeten Duurzaamheid: Water, Bodem, Voedsel/Bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen, Onderhoud Gezondheid en welbevinden: Ontspannen, Ontmoeten, Bewegen/Spelen, Veiligheid, Voedsel/Bloemen, Geluid, Kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Water Sociale cohesie: Veiligheid, Bewegen/Spelen, Ontmoeten, Voedsel/Bloemen VHG (vhg.org) / Kim van der Leest (kimvanderleest.nl) DAKTUIN BODEM WATER ZUIVERI BIODIVERSITEIT TIE VOEDSEL/ BLOEMEN BODEM TEROVERLAS TEROVERLAST WATER BERGEN EN HERGEBRUIK WATER MINDER DROOGTE VERKOELING V ni ningboubouw VvE KLEUR BELEVING CIT ONTSPANNEN MINDER STRESS GELUIDHINDER ERVAREN GELUID CO2 REDUCTIE TEMPERATUUR SCHADUW LUCHTKWALITEIT FRISSE GEZONDE LUCHT G BETERE ISOLATIE MEER RENDEMENT ZONNEPANELEN GEUR BESCHERMING VERONTREINIGING VERKEER INDUSTRIE BETERE AKOESTIEK
Page 70
T W (met de klok mee) ECONOMIE Groene omgevingen zijn aantrekkelijker wat leidt tot een beter vestigingsklimaat voor bewoners. Groen in de directe omgeving verhoogt de waarde van de woningen met 4 tot 15% afhankelijk van de lokale omstandigheden. Er kunnen hogere huurprijzen worden gevraagd. Dakgroen en gevelgroen vergroten de isolatiewaarde van de woning. Een besparing van tot 70% op de aircokosten in de zomer en tot 20% op de stookkosten in de winter. Dakgroen verlengt de levensduur van de dakbedekking. Voor de aanleg van dakgroen bestaan in diverse gemeenten stimuleringsmaatregelen in de vorm van subsidie of aantrekkelijke leenvoorwaarden. Raadpleeg daarom altijd de website van de betreffende gemeente en ook die van het waterschap. De buitenruimte, een daktuin of dakpark kan ingezet worden voor meervoudig ruimtegebruik. Dat kan met name in de bebouwde omgeving - met beperkte en dure vierkante meters - een interessante oplossing zijn. Een levende tuin en een onderhoudsvriendelijke tuin gaan goed samen. Polderdak Daktuin appartementencomplex De Boel, Amsterdam. 47 TIP Neem de aanleg van groene daken op als criterium bij aanbestedingen van gebouwen en bouwprojecten. Woningbouwvereniging Woonbedrijf, daktuin. Ontwerp uitgewerkt met bewonersparticipatie. NATUUR De aandacht voor het belang van het gebruiken van duurzame materialen in de maatschappij groeit enorm. Groen draagt bij aan een duurzaam imago. Voor vogels, vlinders en bijen kunnen tuinen een belangrijk onderdeel zijn van hun voedselnetwerk in de stad of omgeving. Dak- en gevelgroen zijn daarbij ook van belang. De tuin kan gebruikt worden voor lokaal geproduceerd gezond voedsel. Dit is lekker en duurzaam. Gemeenschappelijk vergroenen schuurtjes VvE Brandevoort. Project gerealiseerd met subsidie van de gemeente Helmond en Waterschap Aa en Maas. KLIMAAT In een groene tuin kan het water in de bodem infiltreren of verdampen. Er hoeft minder neerslag te worden afgevoerd. Dit beperkt wateroverlast bij piekbuien. In een gezamenlijke natuurzwemvijver kan zelfs gezwommen worden. Ithaka Almere: de bouwer/ontwikkelaar heeft een gezamenlijke tuin met natuurzwemvijver gerealiseerd ter stimulering van de verkoop van de woningen. 48
Page 72
Buitengroen vermindert ‘s zomers de hitte in en rondom de woningen of het gebouw. Hitte is met name gevaarlijk voor ouderen, baby’s, zwangeren en chronisch zieken. Zonnepanelen op groene daken kunnen tot 40% meer rendement behalen. Binnengroen zuivert de lucht van schadelijke stoffen afgegeven door bijvoorbeeld bouwmaterialen. Deze vorm van luchtverontreiniging blijft tegenwoordig vaak hangen door de betere isolatie en gesloten ventilatiesystemen. Buitengroen beschermt ons tegen verontreiniging van nabijgelegen bronnen als verkeer en industrie. MENS Geur roept herinneringen op. Door geuren te ruiken die we herkennen voelen we ons veilig. Dit is prettig voor personen met dementie. In het groen kunnen we de seizoenen beleven. Voor een stressverlagend effect is het belangrijk dat het groen goed zichtbaar is. Groene gevels, groene wanden en groene daken kunnen daarom ook heel effectief zijn. Groen kan een bijdrage leveren om de geluidsoverlast van aanwezig verkeer of industrie als minder hinderlijk te ervaren. Groene daken kunnen geluid reduceren tot 5,5 decibel. Ook reduceren groene gevels het geluid op straatniveau. Uitzicht op groen gaat gepaard met een lager stressniveau en een hoger gevoel van welzijn. Een groene omgeving is rustgevend en mensen herstellen er sneller van stress. In wijken met meer groen hebben bewoners minder last van angststoornissen of depressiviteit. Een groen ingerichte buitenruimte draagt bij aan een beter sociaal klimaat en informele ontmoetingen. Buurtbewoners voelen zich meer verbonden en zijn minder eenzaam. Aantrekkelijk groen in de woonomgeving kan mensen verleiden vaker naar buiten te gaan en vervolgens daar mede-buurtbewoners te ontmoeten. Mensen gedragen zich socialer na een verblijf in het groen. Wijken met groen hebben gemiddeld 42% minder criminaliteit dan wijken zonder groen. Bewoners voelen zich veiliger in wijken met groen. 49 50 Binnentuin appartementencomplex Aquaradius, Hoofddorp
Page 74
O Klimaatverandering heeft een hoge prioriteit vanwege de gevolgen voor ons leefklimaat. En vanwege de nadelige gevolgen op economisch, ecologisch en maatschappelijk gebied. Technische oplossingen dragen bij aan een beter klimaat. Groen doet nog meer: het draagt bij aan een beter klimaat en economische activiteit en biodiversiteit en sociale samenhang en aan onze gezondheid en welbevinden. Veel opgaven voor de overheid zijn intersectoraal en daar passen groene oplossingen juist heel goed bij. Groen draagt bij aan een aantrekkelijke leefomgeving voor mens, dier en plant. Daarom is het goed groen niet langer te zien als een kostenpost, maar een maatschappelijke investering waarop je kunt afschrijven. Mindmap In de mindmap Overheid is de gemeente, het waterschap of een overige overheidsinstelling als vertrekpunt genomen. De verschillende thema’s kunnen een wens maar ook een vraag zijn, zoals een beter sociaal klimaat, een betere luchtkwaliteit of een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en burgers. Een aantal thema’s die met foto’s zijn verbeeld, worden hieronder kort beschreven. Onder de bijbehorende groene themabladen is meer informatie met inspirerende voorbeelden te vinden. 51 T (met de klok mee) ECONOMIE Groene omgevingen zijn aantrekkelijker wat leidt tot een beter vestigingsklimaat voor bedrijven en burgers. Een mooie groene omgeving zorgt voor een goed leefklimaat voor expats en dat is belangrijk als vestigingsfactor voor grote internationale bedrijven. Vastgoed is 5 tot 10% meer waard in een groene omgeving. Er kunnen hogere huurprijzen worden gevraagd. In de horeca draagt groen bij aan meer omzet. Het koopgedrag wordt gestimuleerd in groene winkelstraten. In groene steden zijn er meer mogelijkheden voor toerisme en recreatie. Een deel van de investeringen in het groen wordt terugverdiend door een hogere waarde van het vastgoed. Publieke investeringen in het groen, leveren hogere belastinginkomsten (WOZ, woningwaardeforfait) op. Dakgroen en gevelgroen vergroten de isolatiewaarde van woningen en gebouwen. Dit leidt tot minder energiekosten en een lagere CO2-uitstoot. De groene buitenruimte, een daktuin of dakpark kan ingezet worden voor meervoudig ruimtegebruik. Dat kan met name in de bebouwde omgeving - met beperkte en dure vierkante meters - een interessante oplossing zijn. Een levende buitenruimte en een onderhoudsvriendelijke buitenruimte gaan goed samen. 52
Page 76
Gemeente Boxmeer: alternatieve woonruimte voor diverse dieren na sloop van een klooster. De faunatoren is opgebouwd uit drie etages voor huismussen en gierzwaluwen met een vleermuizendak. Tevens beschikt de faunatoren over nest- en verblijfplaatsen voor huiszwaluwen, kerkuilen, steenuilen, roodstaarten, kwikstaarten, solitaire bijen en andere insecten. NATUUR De aandacht voor het belang van het gebruiken van duurzame materialen in de maatschappij groeit enorm. Groen draagt bij aan een duurzaam imago. Een gevarieerde beplanting biedt volop mogelijkheden om de biodiversiteit in de stad te stimuleren. Dit geldt ook voor dak- en gevelgroen. Bedrijventerreinen, schoolpleinen, wegbermen, rotondes, boomspiegels, braakliggende stukken en overhoekjes kunnen allemaal ingezet worden voor meer biodiversiteit in de bebouwde omgeving. Met name de aanplant van pollen- en nectarrijke bomen, struiken en vaste planten is van belang voor bijen, vlinders en andere insecten. Daarnaast gedijen vogels en vleermuizen ook beter in gevarieerd groen. Tilburg  VOOR NA  53 Stadslandbouw kan ingezet worden voor lokale duurzame voedselproductie en draagt bij aan sociale samenhang in de buurt. Een voedselbos is opgebouwd uit eetbare planten, bomen en struiken en gericht op duurzame voedselproductie. Ga in de bebouwde omgeving voor (de aanplant van) meer eetbaar groen. KLIMAAT Vergroting van de hoeveelheid groen in de stad verbetert de waterhuishouding en vermindert de problemen door neerslagpieken. Groen zorgt ervoor dat niet alle neerslag hoeft te worden afgevoerd. Groene daken - met name op grote gebouwen - helpen om neerslagpieken af te vlakken en de wateroverlast te verminderen doordat ze een deel van de neerslag vasthouden en de rest vertraagd afvoeren. Groen kan ingezet worden om de waterkwaliteit te verbeteren. 54
Page 78
Een groen ingerichte buitenruimte draagt bij aan een beter sociaal klimaat en informele ontmoetingen. Buurtbewoners voelen zich meer verbonden en zijn minder eenzaam. Veel gebouwen liggen in bebouwd gebied waar het gewoonlijk warmer is dan daarbuiten. Bomen zorgen voor natuurlijke schaduw en verkoeling. Ook dak- en gevelgroen zorgt voor minder opwarming van de gebouwen. Grote groene gebieden in de bebouwde omgeving kunnen bijdragen aan een prettiger klimaat in de wijdere omgeving, mits de structuur van het gebied en de plaatsing van het groen een goede luchtdoorstroming toelaten. Zonnepanelen op groene daken kunnen tot 40% meer rendement behalen. Seringenstraat Assendorp. Buren en projectontwikkelaar gaan samen met Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta) en de gemeente Zwolle aan de slag met het klimaatbestendig maken van de straat door slim om te gaan met de verbouw tot nieuwe garageboxen, bodemsanering en de herinrichting van tuinen. Naast infiltratiekratten en regenwaterschuttingen zijn ook andere maatregelen genomen om de straat klimaatbestendig te maken. De nieuwe garageboxen hebben groene daken gekregen, tegels in de tuinen zijn vervangen door groen, er zijn geveltuintjes aangelegd voor de huizen en de oprit is deels beplant. Groen in industriegebieden en bedrijventerreinen draagt ook bij aan de vastlegging van CO2 ter beperking van de opwarming van de aarde. Dichte beplanting kan helpen om kwetsbare plaatsen als woonwijken, scholen, ziekenhuizen of verzorgingshuizen te beschermen tegen verontreiniging van verkeer en industrie. Belangrijk is een goede luchtdoorstroom met de omgeving. Bomen en hagen langs wegen kunnen 15 tot 20% van de stofdeeltjes afvangen. Een boom van 50 cm dik kan per jaar ongeveer 500 gram fijnstof afvangen. Dit compenseert circa 7.500 jaarlijks gereden autokilometers. 55 MENS Groen kan een bijdrage leveren om de geluidsoverlast van aanwezig verkeer of industrie als minder hinderlijk te ervaren. Groene daken kunnen ook geluid reduceren tot wel 5,5 dB. Beplanting kan functioneel ingezet worden voor het herkennen van verkeersgeleiders en roadblocks. Uitzicht op groen gaat gepaard met een lager stressniveau en een hoger gevoel van welzijn. Een groene omgeving is rustgevend en mensen herstellen er sneller van stress. In wijken met groen hebben bewoners minder last van angststoornissen of depressiviteit. Een groen ingerichte buitenruimte draagt bij aan een beter sociaal klimaat en informele ontmoetingen. Buurtbewoners voelen zich meer verbonden en minder eenzaam. Projecten waarbij men gezamenlijk de aanleg, het onderhoud en eventuele activiteiten in het groen verzorgt, leiden tot meer sociale interactie. Ontwikkeling speelnatuur Ravottuh in Rotterdam. TIP 56 Een groene omgeving is een prettige omgeving voor ontmoetingen tussen jong en oud.
Page 82
Deze uitgave is mede mogelijk gemaakt door: C Deze handleiding is een uitgave van Branchevereniging VHG. Deze handleiding De Levende Tuin is een vervolg op en verbreding en verdieping van de basishandleiding De Levende Tuin. Conceptontwikkeling en samenstelling: Kim van der Leest, Velp Redigeerwerk: Annemieke Bos, Gouda Vormgeving: Boerma Reclame, Gouda Druk: Het Staat Gedrukt, Gouda Begeleidingscommissie namens Branchevereniging VHG: Egbert Roozen Richard Maaskant Daniëlle den Bleker-Nauman Met medewerking van en dank aan: Aat Rietveld, Anna Galenkamp, Anna Koster, Anke Wijnja, Arie van Ziel, Arja Nobel, Arno Vlooswijk, Bart Dijkman, Brenda Horstra, Caecile Dijkman, Dionysios Sofronas, Erwin van Herwijnen, Frank Moens, Gienus Reurink, Hanna Hirsch, Ingrid van der Marel, Irene Poortinga, Jip Louwe Kooijmans, Joke Mul, Jolanda Maas, Joop Hüner, Lars Grims, Lieke de With, Liesbeth van Agt, Lot Locher, Lucielle Praktiek, Marc Custers, Marchien Wubbels, Marieke Karssen, Marlies Nederkoorn, Mark Rotteveel, Mattijs van Dalen, Menno van der Laan, Merel den Otter, Michael Scharloo, Mireille van Velde, Mirko van Ingen, Modeste Herwig, Patrick Rijnbeek, Peter Oei, Prisca van der Wal, Robert Smid, Sjoerd van der Linden, Theresia Bos, Wim van Ginkel. Aardoom Hoveniers, Belevingstuin De Paasbergen, De Smallekamp, Bomenstichting, Buurtcompost, Dakdokters, De Ceuvel, Du Pré Groenprojecten, Ebben, Frank Crooijmans Hoveniers, Gezonde Stad, Ginkelgroep, Griffioen Wassenaar, Into Green, stichting iVerde, IVN Grijs, Groen & Gelukkig, Kenniscentrum Sport, Lageschaar, Lindenbosch Tuinarchitectuur, Lips Groen, NBV, NL Greenlabel, Amsterdam Rainproof, Snoek Groep, Stichting Innovatie Glastuinbouw, Tree Ground Solutions, Tuinbranche NL, Hans van Velthoven Tuinontwerp, Vlinderstichting, Vogelbescherming, ziekenhuis Tergooi. © Branchevereniging VHG, januari 2018 59 Egbert Roozen overhandigde het eerste exemplaar in 2010. Midden Kim van der Leest, auteur en links Jan Dommerholt, voorzitter van de NBV. Manifestpartners Branchevereniging VHG, NL Greenlabel, Vereniging Stadswerk Nederland, de Nederlandse Vereniging van Tuin- en Landschapsarchitectuur, Tuinbranche Nederland, Netwerk Groene Bureaus, Vogelbescherming, Vlinderstichting, Groei & Bloei, Nederlandse Bijenhoudersvereniging, Bomenstichting, Operatie Steenbreek en aankomend Manifestpartner Vereniging Wilde Weelde. Geraadpleegde bronnen De wetenschappelijke informatie in deze handleiding is voor een belangrijk deel gebaseerd op de factsheets Groen en Werken, Groen en Leren, Groen en Wonen, Groen en Herstellen en Groen: ‘meer dan mooi en gezond’ van de Groene Agenda www.degroenestad.nl/factsheets en de basishandleiding De Levende Tuin, F. Tonneijck en K. van der Leest (Branchevereniging VHG). Overige bronnen Amsterdam Rainproof www.rainproof.nl en maak je tuin rainproof Business District Streetscapes, Trees And Consumer Response, Journal of Forestry 103: 396-40. Wolf KL. 2005. Factsheet Natuur en Gezondheid, Waarom wij natuur nodig hebben A. van den Berg IVN. Greenspots Reloaded, Studie over effecten van het vergroenen van de binnenstad Gemeente Eindhoven. Groen Geboren, Bloeiend Bestaan, een reis vol natuurlijke zinnenprikkels, T. Bade, K. van der Leest. Groen Loont/Poster T. Bade, G. Smid, F. Tonneijck, K. van der Leest, De Groene Stad. Handleiding Groene Schoolpleinen, A. Bos (Branchevereniging VHG). https://www.oneworld.nl/duurzaamheid/koester-onze-regenwormen/ Informatieblad Groen en Geluid, Milieu en Gezondheid GGD. Klimplanten op geluidschermen, WUR, Hop 2004. Lang leve(n)de Tuin T. Bade, K. van der Leest, F. Tonneijck, (Branchevereniging VHG). Leve(n)de Speelplekken Bomen in het middelpunt Hanna Hirsch, Annemiek van Loon, Bomenstichting. Meer groen om het lijf, over gewicht, eten, bewegen een groene leefomgeving als kans, T. Bade, M. Boos, K. van der Leest. TEEB rapport Groen gezond en productief. The Effects of Urban Retail Greenery on Consumer Experience: Reviewing the Evidence from a Restorative Perspective. Urban Forestry and Urban Greening 9: 57-64. Joye Y, Willems K, Brengman M en Wolf K. 2010. Tuinbelevingsonderzoek 2016, Tuinbranche NL. 60
Page 84
Beeldmateriaal De foto’s vormen een belangrijk en onmisbaar onderdeel van deze handleiding. Wij bedanken de volgende organisaties en mensen ten zeerste voor het aanleveren van beeldmateriaal. De foto’s in deze handleiding zijn beschikbaar gesteld door: Omslag Griffioen Wassenaar, Modeste Herwig Inhoudsopgave Bloemenweide, Lindenbosch Tuinarchitectuur Inleiding: Waarom deze handleiding? Gemeente Helmond, Du Pré Groenprojecten Vrouw op fiets, Ginkelgroep Paleisbrug Den Bosch, Ebben Alliander Duiven, Ginkelgroep/Marcel van der Burg Geelen, Lageschaar Bijenkast, Lindenbosch Tuinarchitectuur Hoe goed is een levende tuin? Universiteit van Amsterdam, Ginkelgroep Prairiebeplanting, Lageschaar Bollen in het bos, Fotografie Joop Hüner (JHG) Amsterdam Zuidplein, Ebben Groene gevel Arnhem, Ginkelgroep Symbolen Vinkenstraat Amsterdam, Dakdokters Versteend terras Appeltern, Kim van der Leest Groen terras, Modeste Herwig Bij op bloemen, Griffioen Wassenaar Binnengroen Lemming Film, Ginkelgroep Groene voortuin, Lips Groen Tuin Equalise, Tuinbranche NL Particulier Lezende vrouw, Modeste Herwig Duurzame watertuin, Nico Wissing Stijltuin groen, Tuinbranche NL Interieurgroen, Ginkelgroep Speelgroen Appeltern, Kim van der Leest Groen dak, Du Pré Groenprojecten Bedrijf Laptopwand Green Fortune, Into Green WNF, Ginkelgroep Aliander, Ginkelgroep ABNAMRO, Grijsen Donkergroen Groene wand Claudia Strater, Ginkelgroep Kuwait Petroleum, Heem Binder Groen parkeren, Snoek Groep Water-en groenwand, Zuidkoop Art Aqua Biodivers groendak, Du Pré Groenprojecten Restaurant Fortuyn Ambius, Into Green JOOLZ Philip van Traa, Into Green Onderwijs NHL Inspiratietuin Leeuwarden, Snoek Groep Hovenier met kinderen, Aardoom hoveniers LOC Barendrecht, Ginkelgroep Kweekkas NHL Leeuwarden, Snoek Groep Zittrap, Aardoom Hoveniers Atalanta Henk Bosma Vlinderstichting Wageningen University Lumen, Kim van der Leest Planten in de Klas, Handleiding Groene Schoolpleinen Groen schoolterrein, Aardoom hoveniers Groen uitzicht NHL Leeuwarden, Snoek Groep Groen in de Klas, Handleiding Groene Schoolpleinen Detail NHL Leeuwarden, Lageschaar Minihoveniers, Aardoom hoveniers Groen schoolplein, Handleiding Groene Schoolpleinen Zorg Nij Smellinghe Drachten, Snoek Groep Knuffelkippen, IVN Grijs, Groen & Gelukkig Isala Kliniek Zwolle, van der Tol Into Green Abbingahiem Leeuwarden, Snoek Groep Tulpen, Fotografie Joop Hüner (JHG) De Paasbergen Odoorn, Snoek Groep Woningbouw/VvE Scheerderstraat Eindhoven, Du Pré Groenprojecten Volgroeide border, Griffioen Wassenaar Plantsoensingel Noord, NLgreenlabel Polderdak De Boel, Dakdokters Woonbedrijf Eindhoven, Du Pré Groenprojecten Brandevoort Helmond, Du Pré Groenprojecten Ithaka Almere, Ginkelgroep Prairie garden Enschede, Lageschaar Voortuin complex, Aardoom hoveniers Aquaradius Hoofddorp, Roessink NLGreenlabel Overheid Idylle Burgemeester Groesbeek, NBV Vlinderstichting Plein, Griffioen Wassenaar Faunatoren, Vivara Pro NLGreenlabel Tilburg voor en na, NBV Vlinderstichting Stadslandbouw Amphionpark, NLGreenlabel Seringenstraat Assendorp, WDOD Gemeente Zwolle Demi de Kleine Bloeiende berm, Lageschaar Wibautstraat Amsterdam, van der Tol Donkergroen Gezonde Stad Ravottuh Rotterdam, Aardoom hoveniers Buurtcompost, Arie van Ziel NS Groenwand, Ginkelgroep Orlyplein Amsterdam, Tree Ground Solutions Colofon en bronnen Boom als trefpunt, Levende speelplekken Bomenstichting Vijver WNF Zeist, Ginkelgroep Water Particuliere stadstuin Eindhoven, Frank Crooijmans Hoveniers Zuidelijke wandelweg Amsterdam, Tree Ground Solutions Donkergroen Duurzame watertuin, Nico Wissing Particuliere tuin met rode regenton Tuinbranche NL Wow Amsterdam, Rainaway Geo Vegetale en Groene Taludsteen, MBI De Steenmeesters Beplanting in grind, Kim van der Leest Watertuin stoeptegels Appeltern, Kim van der Leest Regenton in geveltuin, Natuur&Milieuteam Zuid Amsterdam Rainwinner regenschutting, NLGreenlabel Afkoppelen, Haags Milieucentrum Regenwatergreppel, Modeste Herwig Hoogteverschil, Nico Wissing Gazon met verlaagde border, Innogreen Infiltratiebed met planten, Modeste Herwig Grindbed, Frank Crooijmans Hoveniers Duurzame infiltratieblokken, Hydrorock Vijver met fontein NHL, Snoekhoveniers Vijver met beplanting, Frank Crooijmans Hoveniers Detail natuurzwemvijver, Ginkelgroep Natuurzwemvijver, Ecolan Watertuin, Tuinbranche NL Prairiebeplanting, Lageschaar Polderdak De Boel Amsterdam met Smart Flowcontrol, Dakdokters Temperatuur Stationsplein Voorburg, Griffioen Wassenaar Warmtebeelden Arno Vlooswijk Speelplein, Levende speelplekken Frank Wardendorf Sustainable auto, leilindes, Zitje met vijver druiven, Modeste Herwig Prairiebeplanting, Lageschaar Vogel op dak, Dakdokters Polderdak De Boel, Dakdokters Groene gevel, Ginkelgroep Zonnepanelen groendak, Du Pré Groenprojecten Schaduwbeplanting, Griffioen Wassenaar Gemeente Enschede, Lageschaar 61 Luchtkwaliteit Abbingahiem, Snoek Groep Interieurgroep, Ginkelgroep Postzegelboom Pauline van Till Levende Speelplekken, Bomenstichting Cloud Garden, SIGN Lelycampus Maassluis, Ginkelgroep Natuurlijke afzuigkap Lapp Kabel, Zuidkoop Art Aqua Groen Kantoorconcept, Ginkelgroep Luchtzuiverende bloementorens, SIGN Groen in de klas, handleiding Groene Schoolpleinen Fijnstof beplanting, basishandleiding de levende tuin Groene klimplanten gevel, Lindenbosch Tuinarchitectuur Groene gevel Parijs Patrick le Blanc, Kim van der Leest Blauwe spar, iverde Groen park, Griffioen Wassenaar Tamme kastanje, De Smallekamp Lemming Film, Ginkelgroep Geur Roos, cosmea, jasmijn, sering, veranda, wisteria, geurbeplanting, lindeboom, iverde Engelentrompet, parfum border, geurboeket, theekruidenborder Modeste Herwig Keizerskroon en geurende bollen N. Scilly White ,Fotografie Joop Hüner (JHG) Kleur Stoelen in het groen, Modeste Herwig Varentuin, Modeste Herwig Passiebloem, Lindenbosch Tuinarchitectuur Fibonacci, Modeste Herwig Gezondheidspiraal, Boomkwekerij J.Mouws Creaplant room divider, Into Green Bloeiende gevel, Ginkelgroep Tulpen, Fotografie Joop Hüner (JHG) Kleurrijke border, Langeschaar Veranda, Snoek Groep Lampion, Modeste Herwig Groen licht NHL, Snoek Groep Verkeergeleiders Griffioen Wassenaar Winterbeeld, Griffioen Wassenaar Rode Cornus, iverde Bloeiende bomen, Ebben Chemotuin Tergooi Hilversum Kleurrijke berm, Griffioen Wassenaar Rups, Ab Baas Vlinderstichting Rups, Hans van Velthoven Tuinontwerp Toverhazelaar, Lindenbosch Tuinarchitectuur Geluid Tuin bamboe en populier, iverde Kind en water, Kim van der Leest Plein, Griffioen Wassenaar Greenwall klimop, NL Greenlabel Greenwall gerecyclede materialen Groendak, Du Pré Groenprojecten NS Groenwand, Ginkelgroep Groene gevel, Ginkelgroep ADAC groen/waterwand, Zuidkoop Art Aqua Ontspannen Interieurgroen, Ginkelgroep Lezende vrouw, Modeste Herwig Voortuin, Lipsgroen Vlinder Henk Bosma, Vlinderstichting Witte en blauwe tuin, Modeste Herig Beeld bij vijver, Lipsgroen Interieurgroen, Ginkelgroep Ontspannen/actieve sfeer Appeltern, Kim van der Leest Yogatuin, Modeste Herwig Buurtcompost, Arie van Ziel Chemotuin Tergooi, Hilversum Schiedam Bibliotheek Zuidkoop, Into Green Infiltratiepad, Rainaway Hangmat Veldhoven, New Art Groenprojekten Productiviteit Lely campus, Ginkelgroep Green Fortune Laptopwand, Into Green Joolz Philip van Traa, Into Green Groen in de klas, Into Green Groene school, Aardoom hoveniers Uitzicht NHL, Snoek Groep Groen Spelen, Handleiding Groene Schoolpleinen 1 plant per persoon, Ginkelgroep Informeel vergaderen, Ebben Bibliotheek Zuidkoop, Into Green Bedrijfstuin, Snoek Groep Groene wand, Ginkelgroep Bibliotheek Zuidkoop, Into Green Uitzicht binnenplaats, Snoek Groep Voortuin, Snoek Groep Tuinhuisje, Modeste Herwig Groan overleg, Ginkelgroep LOC Barendrecht, Ginkelgroep Ontmoeten Lemming Film, Ginkelgroep Grote boom, Levende Speelplekken Bomenstichting Park in het groen, Griffioen Wassenaar Groene gevel met roos, Lindenbosch Tuinarchitectuur Voortuin met bankje, Lindenbosch Tuinarchitectuur Gedeelde groene voortuin, Puur Groenprojecten Gedeelde schutting, Buurjongens Bedrijfstuin ABN, Grijsen Donkergroen Burgundian, Tuinbranche NL Duurzame veranda, Modeste Herwig Wibautstraat Amsterdam, Van der Tol Donkergroen Gezonde Stad Inzaaien idylles, NBV en Vlinderstichting Hondenbezitter, Ginkelgroep Bewegen en Spelen Kind in boom, Levende Speelplekken Annemiek van Loon Energise, Tuinbranche NL Spelende meisje, Modeste Herwig, Tuin en spelende jongens, Lindenbosch Tuinarchitectuur Klimboom, Levende Speelplekken Annemiek van Loon Natuurlijke halfverharding, Ecodynamic Agterberg Kinderdagverblijf Amphion, NLGreenlabel Foto uit Groene Schoolpleinen Duizendpoot Ronde zitbank, Aardoom hoveniers Wilgentunnel foto uit Groene Schoolpleinen Paleisbrug Den Bosch, Ebben Powerwalk, Kenniscentrum Sport Natuurzwemvijver, Ginkelgroep Buitentherapie, Kenniscentrum Sport Zorg- en pluktuin IVN Grijs, Groen en Gelukkig Wandelen Nij Smellinghe, Snokegroep Dakpark Babylon, Dakdokters Veiligheid Bolwerk Den Bosch, Ebben Parkeergarage, Lageschaar Woningbouw, Ginkelgroep Parkje, Griffioen Wassenaar Meidoornhaag, Kim van der Leest Groene gevel, Ginkelgroep Verkeergeleider, Griffioen Wassenaar Blok, Citysafe Veilig spelen, De Goede en Ococolor Taxus, iverde 62
Page 86
Bodem Duurzame materialen Bodem en bloembollen, Fotografie Joop Hüner (JHG) Bodemmonster en plant, Innogreen Plaatje mycorrhiza, Plant Health Cure Paddenstoel rozenmoeheid, basishandleiding De Levende Tuin Moestuin, Modeste Herwig Gazon, Innogreen Composteren wormenhotel, Buurtcompost Bodemzuiverend park De Ceuvel Amsterdam, Fonkel Anke Wijnja Grondbewerking, Innogreen Wadi en beplanting, Nico Wissing Voedsel en bloemen Inspyrium eetbare daktuin, Ebben Eetbare bloemensalade, Bloemen met smaak Anna Koster (Floral Touch) Amphion Doetinchem, NL Greenlabel Kruidenspiraal theeborder Modeste Herwig Eetbare tafel, Modeste Herwig Viool in koffie, Bloemen met smaak Anna Koster (Floral Touch) Fruit op dak, Dakdokters Eetbare pergola en leipeer, iverde Eetbare haag bedrijfstuin, Lageschaar Combinatieteelt, Modeste Herwig Taart met dahlia en zonnebloemblaadjes, Bloemen met smaak Anna Koster (Floral Touch) Moestuinieren, Handleiding Groene Schoolpleinen De Paasbergen Odoorn, Snoek Groep Les jardins de Gally, Into Green Daktuin Zoku Amsterdam, Dakdokters Daktuin Babylon Amsterdam, Dakdokters Daktuin hotel Casa, Dakdokters Walnoot, De Smallekamp Vijg, Lindenbosch Tuinarchitectuur Vlierbloesemcocktail, Bloemen met smaak Anna Koster (Floral Touch) Wilde bloemenweide, Ginkelgroep Vrouw plukken, Modeste Herwig Zorggroep Raalte, IVN Grijs, Groen & Gelukkig Plukborder, Modeste Herwig Biodiversiteit Bollen berm voor bijen, Fotografie Joop Hüner (JHG) Prairiebeplanting NHL Leeuwarden, Lageschaar Azuurwaterjuffer Kars Veling Vlinderstichting Vijvers, kikker, gazon met gemaaid pad, kastanjehek, wesp, basishandleiding De Levende Tuin Kleine vuurvlinder herfstaster Kars Veling Vlinderstichting Bloemenweide, Lindenbosch Tuinarchitectuur Wehkamp Zwolle Ginkelgroep Solitaire bij, Hans van Velthoven Tuinontwerp Meidoorn lijsterbes, iverde Gehakkelde Aurelia klimop Kars Veling, Vlinderstichting Vogeldaken, Vogelbescherming Bedrijventerrein Drentea fotografie Andre Dummer, Snoek Groep Aanplant blije bijen bollenmengsel Breda, JUB-Holland, NBV Blauw roze bloembollen Fotografie Joop Hüner (JHG) Sierui en Frittilaria, Fotografie Joop Hüner (JHG) Bloemrijke tuin, Ginkelgroep Wilde bloemenmengsel begraafplaats, NBV Educatie Tollebeek, NBV Rups vlinder Kars Veling, Vlinderstichting Tiny Forest, IVN Bibliotheek uitleg, Bredaas Bijenhouders Collectief Meisjes moestuin, Modeste Herwig Slak, basishandleiding De Levende Tuin Water geven en zittrap, handleiding Groene Schoolpleinen Inspiratietuin NHL Leeuwarden, Snoek Groep Groen in de Klas, handleiding Groene Schoolpleinen Drentea, Snoekhoveniers Natuurkoffer en tuinkaart IVN Grijs, Groen & Gelukkig Boom die alles zag, Levende Speelplekken Hanna Hirsch en Bomenstichting Onderhoud Bloembollenberm, JUB-Holland, Tegeltuin, Arja Nobel Nobel results Prairiebeplanting, Lageschaar Stropellets, Normeco Vaste plantenborder, Griffioen Wassenaar Duurzaam gekweekte roos, iverde Waterschap Rijn en IJssel Doetinchem, NLGreenlabel Verwilderingsbollen, Fotografie Joop Hüner (JHG) Kruiden in voegen, iverde Wehkamp, Ginkelgroep Weedsteam, NL Greenlabel Greenovergrey, Into Green Minihoveniers, Aardoom hoveniers Slimme techniek, Gardena Husqvarna Group Baten Green Fortune Stalagmites, Into Green Vergaderende mannen, Ginkelgroep Vescom Deurne, Du Pré Groenprojecten Ithaka Almere natuurzwemvijver, Ginkelgroep Woningbouw Trudo Eindhoven, Du Pré Groenprojecten Daktuin Hotel Zoku Amsterdam, Dakdokters Gemeente Ommen, Lageschaar Claudia Strater, Ginkelgroep Groene winkelstraat, Griffioen Wassenaar Warmtebeeld, Arno Vlooswijk Batavus, Snoek Groep Haelen, Lageschaar Kramp, Alterra NLGreenlabel Wehkamp Zwolle, Ginkelgroep Bedrijventerrein, Griffioen Wassenaar Bij de vermeldingen zijn wij zo zorgvuldig mogelijk te werken gegaan. Mochten er niettemin onvolkomenheden geconstateerd worden, dan wordt VHG daarvan graag op de hoogte gesteld. Niverplast Nijmegen, Ginkelgroep Insectenhotel, Hans van Velthoven Tuinontwerp Fietsbank ABN AMRO, Grijsen Kluitverankering, Bert van Vuuren Natural Plastics Groen parkeren, Tonn Oplaadpaal, Heijderhoff Natuurlijke halfverharding, ecoDynamic Bamboeproducten, Moso Cortenstaal banken beplanting, Snoek Groep Paspoort NL Greenlabel Wilgentenen bank, De Vlechterij NLGreenlabel Niverplast Nijmegen technisch uitdagend groendak, Ginkelgroep ABN AMRO, Grijsen Donkergroen Duurzame ligstoelen, Nico Wissing 63 WNF, Zeist Natuurlijke waterpartij met daaraan grenzend een Heemkruidenvegetatie. Het gebouw wordt weerspiegeld in de vijver die fungeert als pleisterplaats voor de bezoekers en personeelsleden. Het biedt daarbij een continue verkoeling van de omgeving in de warmere maanden van het jaar. 64
Page 88
Wa Door klimaatverandering wordt het natter, warmer en soms ook een periode lang droog. In Nederland neemt het aantal hoosbuien en de intensiteit ervan toe. Ons rioolstelsel is op deze extremen niet berekend. Het resultaat is wateroverlast zoals overstroomde straten en ondergelopen huizen en kelders. Aan de andere kant is water een bron van leven. We dienen zuinig te zijn op regenwater en het te benutten ten gunste van de natuur en van onszelf. We genieten van water. Het geklater geeft een rustgevend gevoel en verdringt hinderlijke achtergrondgeluiden. Water zorgt voor beleving, biodiversiteit en biedt verkoeling op warme dagen. Overlast beperken Door de hoeveelheid groen in steden en dorpen te vergroten en de hoeveelheid dichte verharding te beperken, wordt het regenwater vastgehouden en vermindert de snelle afvoer. Dit vermindert de problemen bij neerslagpieken. Verder dragen meer groen en minder verharding bij aan een koelere omgeving. Transformatie tot groene beek - Zuidelijke wandelweg Amsterdam. Innovatieve manier van vergroenen en van watermanagement in de straat. Bij hoosbuien is deze beek in staat om 130.000 liter water te bergen waarvan het grootste gedeelte in 24 uur langzaam in de omgeving geïnfiltreerd kan worden. Het beeld van deze verdiepte border verandert tijdens de bui in een beek, maar de beplanting is zo gekozen dat ze hier geen last van heeft. 65 In een situatie met 75 tot 100% verhard oppervlak in de bebouwde omgeving neemt de hoeveelheid afstromend hemelwater over het grondoppervlak naar open water toe tot meer dan 55%. De hoeveelheid neerslag die lokaal wordt gebufferd, neemt af. Er infiltreert in totaal nog maar 15%. Ook neemt de totale verdamping of evapotranspiratie af (hoeveelheid waterdamp ten gevolge van verdamping vanuit bodem, nat bladerdek, bladeren zelf en het oppervlaktewater). In een groene omgeving stroomt slechts 10% van het hemelwater af naar open water; vrijwel alles verdwijnt door bodeminfiltratie en verdamping. Compensatie van het te verharden oppervlak met 10% open water is duidelijk onvoldoende voor een duurzame waterhuishouding. Droogte en hitte Er komen steeds meer lange periodes waarin het droog is, met meer dagen met extreem hoge temperaturen. In een versteende omgeving wordt het dan nog eens tot wel 8 graden extra warm. Dit noemen we het stedelijk hitte-eilandeffect. Het leidt tot allerlei schade door droogte, bijvoorbeeld voor planten, gewassen en funderingen van gebouwen. Ook veroorzaakt dit hittestress bij kwetsbare ouderen, chronisch zieken, mensen met overgewicht, zwangeren en baby’s. Op warme dagen kunnen zij moeilijker hun temperatuur regelen. Gewenst water In een groene omgeving is het koeler door schaduw en verdamping. Het water kan beter in de bodem infiltreren, waardoor het grondwater wordt aangevuld wat weer leidt tot minder droogte.  Zie verder tabblad Temperatuur. 66
Page 90
Als het toepassen van dichte verharding in bepaalde situaties onontkoombaar is, ga dan voor 100% ecologisch voegmateriaal. Maatregelen Om de overlast door zomerse piekbuien en langdurige winterneerslag te beperken, kunnen we een aantal maatregelen nemen. We zien dat gemeenten steeds meer pleiten voor waterberging op eigen terrein, omdat de oplossing om waterschade te voorkomen niet alleen ligt in de openbare ruimte. In de levende tuin worden maatregelen ter voorkoming van wateroverlast zoveel mogelijk gecombineerd met de andere meerwaarden van groen. 1 BEPERK DE OPPERVLAKTE VERHARDING Gebruik alleen verharding daar waar noodzakelijk. Een ideale verhouding voor een levende tuin is maximaal 20% verharding en minimaal 80% groen. Bij tuinen met weinig grondoppervlakte kan het toepassen van gevelgroen en/of dakgroen bijdragen aan deze gewenste verhouding. 2 GA VOOR WATERPASSERENDE VERHARDING OF POREUZE MATERIALEN Verharding kan nodig zijn op het terras, de oprit of parkeerplaats. Ook is soms een verhard tuinpad gewenst. Hiervoor kan waterpasserende verharding worden gebruikt. Afstroom hemelwater (m3 per jaar) 100 De levende tuin voert nog maar 10% van het hemelwater af in vergelijking met een versteende tuin. In de versteende tuin is de afstroom 5% minder bij open voegen dan bij dichte voegen. 25 50 75 0 Versteend (voegen dicht) Versteend (voegen open) Levend 67 Open voegen en bestratingspatronen De wijze van verwerking van de verharding is ook bepalend voor de waterdoorlaatbaarheid. Een open bestratingspatroon kan gerealiseerd worden met (poreuze) klinkers of grasbetonstenen (groenbesparing) die gelegd worden met een open voeg of in een open patroon. Open bestratingspatronen zijn geschikt voor opritten, voor een parkeerplaats, terrassen en ook voor paden. Er bestaan allerlei aantrekkelijke alternatieven die ervoor zorgen dat het regenwater kan infiltreren. WOW Amsterdam: bestaande regenpijpen en kolken zijn opgenomen in het ontwerp om zo tot optimale berging en infiltratie te komen zonder dat er overstromingen plaatsvinden. Groen taludsteen voorzien van watergootjes die het water naar de planten leiden. 68
Page 92
Stenig Grind en steensplit zijn beter waterpasserend dan klinkers. Het vraagt wel onderhoud in de vorm van egalisering en materiaalverlies moet aangevuld worden. Er zijn producten waar het mineraal olivijn aan toegevoegd is. Zo ontstaat er een waterpasserende halfverharding, die tevens CO2 bindt. Natuurlijke uitstraling Houtsnippers en boomschors, maar ook materialen als schelpen kunnen op paden en terrassen worden gebruikt. Tarwestro-pellets, cacaodoppen, perzikpitten en lavastenen zijn geschikt om de bodem te bedekken op plekken waar geen beplanting staat of moeilijk kan staan. Dit voorkomt uitdroging en opwarming van de bodem. Ook wordt zo bodemerosie verminderd en onkruidgroei tegengegaan. 3 KOPPEL HEMELWATER AF EN GEBRUIK HET LOKAAL In veel gemeenten is het beleid om hemelwater af te koppelen ter voorkoming van wateroverlast. Het afkoppelen van de regenpijp kan gecombineerd worden met het plaatsen van een regenton, regenschutting of bergingstank. Hemelwater is prima te gebruiken voor planten of het wassen van de auto. Of zelfs voor het doorspoelen van het toilet. Het is in voldoende mate beschikbaar, maar niet altijd op het juiste moment. Verspil geen schoon kraanwater. Het kost veel geld en energie om kraanwater van goede kwaliteit te maken. Een regenton biedt een bescheiden bijdrage aan het bestrijden van wateroverlast. Het draagt ook bij aan bewust omgaan met water en hergebruik van regenwater. De meeste regentonnen hebben een capaciteit tot ongeveer 200 liter. Regentonnen kunnen bij zware regenval overstromen en moeten daarom altijd voorzien zijn van een overloop, bij voorkeur een die via een open goot de tuin in gaat en anders aangesloten is op het riool. Het plaatsen van een bladvang is essentieel voor onderhoud. Ook zijn er smartregentonnen in ontwikkeling die leeglopen voordat de bui valt. Regenton in geveltuintje. Regenwaterschutting. 69 Om zelf de benodigde grootte van de tank te berekenen kunt u gebruik maken van de rekentools te vinden via: https://www.rainproof.nl/toolbox/maatregelen/ regenwatergebruik-bij-woningen. Regenwatergebruikssysteem Een andere manier om water op te slaan voor eigen gebruik is door een boven- of ondergrondse opslagtank met hergebruikinstallatie te installeren. Zo kan het regenwater gebruikt worden om bijvoorbeeld het toilet mee te spoelen, de auto te wassen of de tuin te besproeien. De helft van al het drinkwater dat wij dagelijks gebruiken, wordt gebruikt voor de wasmachine, het toilet en de besproeiing van de tuin. Bij voldoende ruimte kunnen goten of greppels (wadi’s) worden aangelegd die het hemelwater tijdelijk opvangen en afvoeren naar een vijver of sloot. Een goot kan water transporteren en bergen. Een greppel of wadi kan water zowel transporteren, bergen als infiltreren. Afkoppelen kan gecombineerd worden met maatregelen voor infiltratie of het creëren van vijvers. Combinatie afkoppelen met goot en vijver. Regenwatergreppel met gevarieerde beplanting. Als de regenpijp wordt afgekoppeld, is het belangrijk dat het regenwater van de woning wordt weggeleid om vochtproblemen in huis te voorkomen. 70
Page 94
TIP Wilt u een greppel of wadi beplanten, kies dan voor beplanting die zowel bestand is tegen zeer droge als zeer natte omstandigheden. 4 MAAK GEBRUIK VAN HOOGTEVERSCHILLEN Door gebruik te maken van hoogteverschillen kan het water passief van de ene naar de andere plek stromen. Delen waar het niet wenselijk is dat water blijft staan, worden verhoogd aangelegd. Via afschot kan het water naar onverharde delen, als een lager gelegen gazon of border, stromen waar het regenwater in de bodem kan infiltreren. Wadi’s en geultjes kunnen de afstroom geleiden naar een vijver of sloot en tevens dienen als groeiplaats voor een diversiteit aan planten. Op hellingen is het mogelijk te gaan voor een ‘terrascultuur’. De terrassen worden omrand door lage walletjes of stevige vegetatie. Terrascultuur zorgt voor het vasthouden van hemelwater en voorkomt bodemerosie. Door de hoogteverschillen ontstaan er verschillende gedeelten met meer natte of droge leefomgevingen voor planten en dieren. 5 GA VOOR INFILTRATIE In sommige gemeenten is infiltratie op eigen terrein verplicht en zij geven hiervoor subsidie en/of advies. Regenwater kan via waterpasserende verharding of poreuze materialen infiltreren in de bodem. Een begroeide en goed doorwortelde grond draagt bij aan een betere bodeminfiltratie van de neerslag. Daarnaast zijn er nog andere mogelijkheden voor een betere infiltratie in de bodem. 71 We onderscheiden bovengrondse en ondergrondse infiltratie. Bovengrondse infiltratie Bij een bovengrondse infiltratievoorziening kan het regenwater van de regenpijp via een open goot naar een greppel, infiltratieveld of vijver stromen. Als er voldoende ruimte is in de tuin zijn bovengrondse voorzieningen vaak het minst kostbaar en het makkelijkst te realiseren. Ondergrondse infiltratie Soms is er weinig ruimte voor een groene oplossing of is er ter plekke veel bestrating. Het hemelwater kan dan vanaf het dak of vanaf de verharding naar een infiltratiekrat of grindkoffer worden geleid. Bjivoorbeeld onder het terras. TIP Het is van belang om de onderkant van de infiltratiekrat altijd hoger te plaatsen dan de hoogste grondwaterstand. Duurzame infiltratieblokken in een geveltuintje. 72
Page 96
TIP Voor vissen in de vijver zijn pompen vaak onontbeerlijk voor waterzuivering en toediening van zuurstof. Neem energiebesparende maatregelen en gebruik bijvoorbeeld tijdschakelaars. Bedenk dat er specifieke waterplanten zijn die helpen met bijvoorbeeld de zuurstoftoevoer. 6 CREËER VIJVERS Een ‘gewone’ tuinvijver is mooi voor de beleving en voor de biodiversiteit. Er is ook effect op de verkoeling van de omgeving. Bewegend water in de vorm van een waterval of fontein in de vijver verdampt makkelijker en zorgt voor meer verkoeling. Kinderen spelen graag met water. Bewegend water is veiliger dan stilstaand water om mee te spelen vanwege bacterievorming. Verder maskeert klaterend water omgevingslawaai en werkt het rustgevend. Veel planten en dieren zijn afhankelijk van schoon water en vinden hun woonplaats in en om de vijver. Natuurvijver Voor de waterhuishouding is het beter om een natuurvijver aan te leggen waarbij wisselende waterstanden mogelijk zijn. Groen kan ingezet worden voor het biologisch reinigen van het water. In de vijver zijn zuurstofplanten een voorbeeld. Zij hebben een remmende invloed op algengroei. Glanzend fonteinkruid produceert jaarrond zuurstof. Als helofytenfilters kunnen specifieke plantensoorten worden ingezet. Op natuurlijke wijze worden dan de concentraties van verontreinigende stoffen in het water verlaagd. Veel voorkomende planten die geschikt zijn voor een helofytenfilter zijn de gele lisdodde, kalmoes, riet en de mattenbies. 73 Groene daken hebben ook een waterzuiverende werking. Het afstromende water kan in principe gebruikt worden als huishoudwater met uitzondering van de (vaat)wasmachine omdat het water geelbruin van kleur kan zijn. Groene oevers en helofytenfilters kunnen in de stad gebruikt worden om de waterkwaliteit te verbeteren. Een verticaal helofytenfilter is geschikt voor biologische zuivering van huishoudelijk afvalwater van stikstof, fosfaat en zware materialen. Per inwoner is ongeveer 2,5 tot 5 m2 tenfilter nodig. helofyOok op industrieterreinen zijn helofytenfilters inzetbaar voor het reinigen van afvalwater. Dit is te combineren met opvang van piekbuien. Drijvende waterplanten als waterlelie(-achtigen) en kroos hebben een verkoelende werking door de bedekkende bladeren op hete zomerdagen. Natuurzwemvijver Naast het bergen van regenwater en een aantrekkelijke leefplaats voor bijzondere flora en fauna, kan in de natuurvijver ook worden gezwommen. Met ondersteunende technieken wordt gezorgd voor geschikt zwemwater in de zwemvijver.  Zie ook tabbladen Bewegen/spelen en Woningbouw/VvE. In de meeste gevallen bestaat een zwemvijver uit twee bakken: een zwemgedeelte en een filterdeel. Het water wordt gereinigd, doordat het door het filterdeel stroomt en weer terug wordt gepompt naar het zwemgedeelte. In het filterdeel staan meestal bepaalde water- en oeverplanten, helofyten genaamd. Deze helofyten – in combinatie met lavastenen – zuiveren het water, zorgen voor zuurstof in het water en maken het helder. 74
Page 98
Natuurzwemvijver met milieuvriendelijke vijverfolie. Een zwemvijver is als het ware naadloos in een bestaande of nieuwe tuin in te passen. Alle vormen en maten zijn mogelijk – van glooiende oevers tot rechte wanden. Het aanleggen van een zwemvijver gebeurt eigenlijk grotendeels op dezelfde manier als bij een traditionele vijver. Toch zijn er zaken waar men in het bijzonder rekening mee moet houden. De gespecialiseerde hovenier/zwemvijverbouwer weet daar alles van. Kijk voor informatie op www.vhg.org. 7 GA VOOR BODEMBEDEKKERS Bodembedekkers kunnen met hun bladeren neerslag vasthouden die daarna weer verdampt. Ook is het infiltratievermogen van een begroeide en doorwortelde grond beter dan van een kale grond. Gras in het gazon vormt een dichte mat van wortels waardoor veel hemelwater direct wordt verwerkt. Een kale bodem droogt sneller uit en verliest door de hardere korst ook nog eens wateropnemend vermogen. 8 GA VOOR MEER (HOGE) BEPLANTING Beplanting houdt regenwater deels vast op de bladeren, de stam en de takken. Deze neerslag verdampt weer na de bui. Verdamping houdt de omgeving koel. In groene gebieden in steden kunnen loofbomen zo wel 5 tot 20% van de jaarlijkse neerslag opvangen en naaldbomen tot zelfs 50%. Vooral hoge en diepwortelende bomen en struiken vergroten het opnamevermogen van neerslag op de beplanting zelf en in de bodem aanzienlijk. Het opnamevermogen in de bodem is dan wel een factor drie groter dan van kale grond. Een gevarieerde beplanting van bomen, struiken en een kruidenlaag is het meest effectief en voorkomt tegelijkertijd bodemerosie.  Zie verder tabblad Bodem. Vraag deskundig advies aan een groenprofessional. 75 Een beplante bodem warmt veel minder op in de zomer vergeleken met een versteende bodem. De neerslag spoelt minder snel weg dan bij een verharde bodem en komt tot verdamping. Hoge beplanting biedt daarnaast ruimte aan allerlei dieren als schuilplaats, nestplaats of voedselbron. 9 GA VOOR BESTENDIGE BEPLANTING Inheemse beplanting is vaak beter afgestemd op de lokale situatie en groeit beter. Inheemse dieren zijn ook meer afgestemd op de inheemse flora. Er is beplanting die goed tegen tijdelijk onder water staan kan. Daarnaast is er beplanting zoals prairiebeplanting of beplanting, met wasachtige lagen, die beter bestand is tegen langere perioden van droogte. Prairiebeplanting is diepwortelende beplanting. De bodem wordt afgedekt met vulkanisch materiaal wat zorgt voor een betere buffering van regenwater. Daardoor is het minder nodig om deze beplanting bij droogte water te geven. Deze vorm van beplanting is onderhoudsvriendelijk en beperkt onkruidvorming. De beplanting is vaak zeer kleurrijk en trekt veel bijen, vlinders en andere insecten aan. 76
Page 100
Waterretentie/Polderdak Appartementencomplex De Boel, Amsterdam. In een bufferlaag wordt regenwater opgevangen en opgeslagen voor hergebruik. Sensoren meten en regelen het waterniveau en de afvloeiing. 10 GA VOOR GROENE DAKEN Groene daken, met name op grote gebrouwen, dragen prima bij aan het tijdelijk vasthouden van water en een vertraagde afvoer naar het riool. Extensieve groene daken zoals sedumdaken, zijn vanwege de lage kosten en het lage gewicht ook zeer geschikt voor bestaande bebouwing, uitbouwen en tuinhuisjes. Ze kunnen op bijna alle type daken worden toegepast. Een intensief natuurdak of biodiversiteitsdak heeft een hoger gewicht, is kostbaarder in aanleg maar kan ongeveer 2 keer zoveel regenwater opslaan. Een intensief natuurdak heeft, net zoals een tuin, wel onderhoud nodig. Denk aan water geven, snoeien en onkruid wieden.  Zie verder tabblad Biodiversiteit. Daarnaast zijn er de zogenaamde waterretentie- of ‘Polderdaken’. Deze kunnen tot 5 maal zoveel regenwater vasthouden. Bij een retentiedak ligt het groene dak (beplanting en substraat) op een laag kratten waarin veel regenwater kan worden geborgen. Het Polderdak is een retentiedak met een besturingssysteem dat gekoppeld is aan de weersverwachtingen. Voor de bui laat de Smart-klep de waterberging op het dak leeglopen. Hierdoor is er minder regenwaterschade bij hoosbuien en wordt regenwater gebruikt voor de dakbeplanting. 77 Lijst regenbestendige plantensoorten Beplanting voor regentuinen Regenbestendige beplanting kan er, net als gras, tegen als de wortels soms enkele uren tot dagen onder water staan. Daarnaast verdraagt deze beplanting ook de tijdelijke droogte die in een tuin met normale tuingrond kan voorkomen. Deze soorten en cultivars zijn in Nederland verkrijgbaar en geschikt voor gebruik in particuliere tuinen: Kleine tot middelgrote bomen Acer negundo + cultivars (Esdoorn), Alnus glutinosa ‘Imperialis’ (Zwarte Els), Alnus incana ‘Aurea’ of ‘Pendula’ (Witte Els), Betula nigra + cultivars (Zwarte berk), Betula pubescens + cultivars (Zachte Berk), Crataegus mollis (Meidoorn), Gleditsia triacanthos + cultivars (Valse Christusdoorn), Liquidambar (alleen de bolvormen, zoals ‘Gum Ball’ of ‘Parasol’) (Amberboom), Platanus (de snoei/dak vormen van P. hispanica en P. occidentalis) (Plataan), Quercus palustris ‘Green Dwarf’ en ‘Swamp Pygmy’ (Moeraseik), Salix alba (als knotwilg) (Schietwilg). Heesters Abies balsamea – dwergvormen (Balsemzilverspar), Andromeda polifolia (Lavendelhei), Cephalanthus occidentalis (Kogelbloem), Cornus sericea (Kornoelje). Euonymus europaeus (Kardinaalsmuts), Ilex verticillata (Bladverliezende Hulst), Myrica gale (als de grond zuur is) (Gagel), Picea sitchensis – kleine cultivars (Sitkaspar), Salix: struikwilgen, kruipwilgen en kleintjes op een stammetje, zoals Salix caprea ‘Kilmarnock’ (Struikwilg). Viburnum cassinoides (Sneeuwbal). Vaste planten Angelica sylvestris (Engelwortel), Asclepias incarnata (Rode Zijdeplant), Calamagrostis canadensis (struisriet), Cardamine pratensis (pinksterbloem), Carex (Zegge, meerdere soorten), Chamerion angustifolium (wilgenroosje; let op, deze zaait uit), Darmera peltata (Schildblad). Dryopteris carthusiana en D. cristata (Niervaren), Eupatorium cannabinum (Koninginnekruid), Filipendula ulmaria (Moerasspiraea), Hibiscus coccineus en H. moscheutos. Iris (meerdere soorten, mits grond tussendoor niet volledig uitdroogt), Juncus ensifolius (rus), Leucojum aestivum (Zomerklokje), Lobelia fulgens (Prachtlobelia). Lobelia syphilitica (Virginische lobelia). Lycopus europaeus (Wolfspoot), Lysichiton soorten (Moerasaronskelk), Lysimachia nummularia, thyrsiflorus en vulgaris (Penningkruid, Wederik), Lythrum salicaria (Kattenstaart, deze verdraagt alles van lang onder water tot lang droog), Mentha soorten (Munt), Myosotis palustris (Moeras-vergeet-menietje), Osmunda regalis (Koningsvaren), Persicaria bistorta (Adderwortel), Scirpus cyperinus (soort bies), Scutellaria galericulata (Blauw Glidkruid), Thalictrum flavum (Poelruit), Typha latifolia (Grote Lisdodde), Veronica beccabunga (Beekpunge), Woodwardia virginica (soort varen). Opgesteld door Margareth Hop, Praktijkonderzoek Plant en Omgeving, Wageningen University and Research. 78
Page 102
T Het klimaat in Nederland verandert. Er komen steeds meer warme zomers met hete dagen. In de bebouwde omgeving wordt het door het opwarmen van alle verstening nog eens extra warm. In steden is de temperatuur hoger dan in het gebied rondom de stad. Dit is het zogenaamde stedelijke warmte- of hitte-eilandeffect: Urban Heat Island (UHI). Hittestress leidt tot extra sterfgevallen tijdens warme dagen. We slapen minder goed. Daarnaast beïnvloedt hitte onze concentratie, leerprestaties en productiviteit. Aanplant van groen is een belangrijke maatregel om temperatuurstijging in de bebouwde omgeving te dempen. Groen koelt de lucht door het leveren van schaduw en zorgt voor verkoeling door verdamping. URBAN HEAT ISLAND PROFILE Landelijk Voorstad Zakelijk Centrum Woonwijk Park Het temperatuurverschil tussen de bebouwde omgeving en het platteland kan op warme dagen aanzienlijk oplopen. Soms tot zelfs wel 8 à 10 °C. Schaduw Beton, steen en asfalt warmen gemakkelijk op door de zon. Door schaduw van groen is er minder instraling van zonlicht. De stenige oppervlakten warmen minder op en het wordt er minder heet. Daarnaast warmen beplanting en een natuurlijke bodem zelf ook minder snel op dan stenen. In een groene omgeving is het prettiger verblijven en verdere opwarming van de lucht wordt beperkt. Voorstad 10% meer groen vermindert het hitte-eilandeffect in het stedelijk gebied met gemiddeld 0,6 °C. 79 Warmtebeeld verkoelend effect van groen op een hete zomerdag. Onder het bladerdek van de kroon kan de temperatuur van harde oppervlaktematerialen wel 15 °C lager zijn dan op enige meters afstand, waar materialen niet beschermd zijn tegen de zon. Schaduw van bomen vergroot het thermisch comfort van mensen. Dat stimuleert het gebruik van tuinen en buitenruimten in warme perioden. Beschaduwing beschermt mensen bovendien tegen zonlicht (verbranding en UV-B). Het vergroten van de ‘bedekkingsgraad’ van de bodem door het bladerdek van bomen is een belangrijk hulpmiddel om het warmte-eilandeffect te verminderen. Gezonde bomen met veel bladeren en een grote brede kroon werken het best. Bomen die niet gezond groeien leveren een geringe bijdrage. Een goede boomverzorging is dan ook belangrijk voor een goede bijdrage aan een beter klimaat. 80
Page 104
Door schaduw(bomen) op parkeerplaatsen vindt er minder verdamping van brandstof uit de tanks plaats en wordt de opwarming van de auto beperkt. Zomer/winter Groenblijvende naaldbomen voorkomen dat gebouwen de eerste zonnestralen in de wintermaanden opvangen. Toepassing van naaldbomen dicht bij gevels leidt dus tot meer stookkosten in de winterperiode. Leibomen zijn zeer geschikt als een natuurlijke zonwering. In de zomer is er schaduw. In de winter kan de zon het gebouw opwarmen. Leibomen nemen weinig ruimte in en kunnen bijvoorbeeld ook aangeplant worden in de vorm van leifruit. Verkoeling Naast schaduw levert groen ook verkoeling van de lucht door de verdamping van water via de bladeren. Koeling door verdamping vindt vooral plaats in de namiddag, avond en vroege nacht. Verkoeling door verdamping is van belang, omdat hittestress tijdens de slaap belangrijke negatieve gezondheidseffecten heeft. Regenwater dat naar lager gelegen groen kan stromen, geeft extra verkoeling door meer verdamping. Bovendien is er dan minder wateroverlast (zie ook tabblad Water). Hagen zorgen voor schaduw, verdamping en verkoelen beter dan harde schuttingen. Witte of lichte kleuren en natuurlijke materialen reflecteren het zonlicht en absorberen minder de hitte. Het verkoelende effect van verdamping werkt alleen als de beplanting voldoende water krijgt, ook in drogere periodes. 81 Water De aanwezigheid van water in de vorm van een vijver draagt bij aan verkoeling van de omgeving door verdamping. Stromend water als een waterval, watermuur of fontein zorgt voor extra verkoeling, omdat water-in-beweging makkelijker verdampt. Droogteresistente beplanting Beplanting moet tegen lange perioden van hitte en droogte kunnen om haar functies goed te kunnen vervullen. Planten in bakken zijn hiervoor niet geschikt. Men moet veel watergeven en tijdens vakanties verzorging regelen. Planten in de volle grond hebben minder vaak water nodig. Het is goed om te kiezen voor beplanting met een diep wortelgestel die minder last heeft van droge zomers. Prairiebeplanting is onderhoudsarm. Deze kleurrijke beplanting bestaande uit sterke vaste planten en siergrassen is zeer geschikt voor zonnige plaatsen. De beplanting wordt in een laag lavasteen geplant. Deze laag houdt water vast, in droge periodes tot een derde van zijn gewicht. Verder is de lavalaag onkruidwerend. Er zijn ook planten met een hoog watervasthoudend vermogen, die geschikt zijn voor de wisselend droge en natte perioden in ons klimaat. Voorbeelden daarvan zijn opgenomen in de lijst achterin het tabblad Water. 82
Page 106
Bij een toename van 6% van het aantal groene daken in een stad zullen de zomerse piektemperaturen met 1,5 °C dalen. Dak- en gevelgroen Door verdamping van water uit de beplanting blijven groene gebouwen koeler in de zomer. Beplanting als sedum kan veel water opslaan en is daarom zeer geschikt als beplanting op groendaken. Bewatering is niet nodig. Sedum kan lange perioden van droogte doorstaan. De temperatuur boven een groendak kan tot 40 °C lager zijn dan van een gewoon dak dat een temperatuur kan bereiken van wel 70 °C. Ook waterretentiedaken hebben een sterk verkoelend effect (zie ook tabblad Water). Gezamenlijk dakpark De Boel met siergrassen en inheemse beplanting (Polderdak). Groene gevels bieden schaduw en verkoelen door verdamping en dragen zo bij aan minder opwarming. Klimmende beplanting tegen een gebouw met lichte bladeren reflecteert het zonlicht. Donkere bladeren zorgen voor verdamping. Vooral beplanting met grote of veel bladeren zorgt voor schaduw. 83 Warmtebeeld verkoelend effect klimplanten tegen muur. Wind In de winter zijn groene gebouwen beter geïsoleerd en verbruiken minder energie voor verwarming. De bescherming van het gebouw met groen tegen de wind draagt bij aan minder warmteverlies. Beplanting tegen de gevel van een gebouw met een losse structuur, waartussen de lucht blijft staan, is geschikt als isolatiekussen en windbreker. Beplanting die in gevelsystemen is verwerkt, doet dat nog beter. Goed geplaatste windsingels beschermen gebouwen tegen harde wind. Adequaat aangelegde boomsingels kunnen leiden tot wel 10% energiewinst in aangrenzende woningen zelfs als deze al optimaal geïsoleerd zijn. Bomen aan de zuid- en westzijde hebben in Nederland het meeste effect. Indien de boom in de winter het licht wegneemt, kan men voor bladverliezend groen kiezen. Zonnepanelen De demping van de temperatuurstijging door dakgroen verbetert de werking van de meeste zonnepanelen. De werking neemt namelijk af met 0,5% voor elke °C boven de optimale werktemperatuur van circa 25 °C. Een combinatie van zonnepanelen met dakgroen werkt beter en vergroot tevens de biodiversiteit. 84
Page 110
L Bomen en struiken leggen CO2 voor een langere tijd vast in de vorm van hout en dragen zodoende bij aan verwijdering van CO2 uit de lucht. Daarnaast zuiveren planten de lucht van andere schadelijke stoffen. In stedelijke gebieden komt luchtverontreiniging voor in de vorm van fijnstof (PM10/ PM2,5), stikstofdioxiden (NO2) en vluchtige organische stoffen (VOS) afkomstig van verkeer en industrie. Langs drukke wegen en verkeersknooppunten zijn de concentraties van deze stoffen erg hoog. Ook in veel gebouwen is de luchtkwaliteit vaak slecht door het grote aantal mensen in relatief kleine ruimten en door VOS afkomstig van printers, kopieermachines, verf, bouwmaterialen of vloerbedekking. Klimaat- en ventilatiesystemen zijn hiervoor vaak niet toereikend of worden te weinig schoongemaakt. Groen produceert zuurstof wat ons dagelijks leven mogelijk maakt. Groen heeft het vermogen om luchtverontreinigende stoffen af te vangen en vervuilingsbronnen af te schermen. Grote bomen zijn onbetaalbaar Het behouden van grote bomen levert veel winst op. Een monumentale paardenkastanje van 150 jaar verdampt op een droge zomerdag 8.000 liter water. Hij heeft een bladoppervlak van 3.000 m2 ; dit is gelijk aan 500 bomen van 10 jaar oud! De bladeren filteren per jaar 1.500 gram fijnstof uit de lucht. Een gelijkwaardige filterinstallatie is na 10 jaar versleten, kost B 200.000,en gebruikt voor B 5.500,- aan stroom per jaar. Bomen beginnen vanaf hun 40ste levensjaar optimaal hun functies uit te oefenen. Belangrijk is dat bomen voor het uitoefenen van hun vele functies op de juiste plaats staan met goede groeicondities. Cloud Garden Lama, Amsterdam Een sensor meet de luchtkwaliteit en stuurt ventilatoren boven een groene wand aan. Zodra de luchtkwaliteit slechter wordt, gaan de ventilatoren meer lucht langs de planten in de groene wanden blazen. Dat zorgt voor versnelde afbraak van de ongewenste vluchtige organische stoffen (VOS) zoals formaldehyde, tolueen en benzeen. 87 Alle vormen van groen dragen bij aan het verwijderen van fijnstof PM10 en andere verontreinigingen uit de lucht. Lely Campus Maassluis: een bomeneiland als groene long in de productiehal. Gezondheid In Nederland kost luchtvervuiling gemiddeld één jaar op een mensenleven. Jaarlijks sterven er meer dan 5.000 mensen aan de gevolgen van vervuilde lucht. VOS wordt onder invloed van zonlicht omgezet in ozon (O3), dat zeer schadelijk is voor de gezondheid van mens, plant en dier. Ozon leidt tot smogvorming. Hoge CO2-concentraties leiden tot onfrisse ongezonde lucht. Dat vergroot de kans op infectieziekten en kan leiden tot meer ziekteverzuim. Na introductie van planten komen er minder gezondheidsklachten zoals hoofdpijn, vermoeidheid, pijnlijke/droge keel, hoesten en droge huid voor, zo blijkt uit onderzoek. Gezondheid Schone lucht en betere lucht vochtigheid vermindert allergie en ziekteverzuim. Duizelig, misselijk Hoofdpijn Concentratieproblemen Jeuk, huidirritatie Droge neus en oren Moe en slaperig Keelklachten, hoesten Droge of vette huid Frequentie gezondheidsproblemen Zonder planten Met planten 88
Page 112
Waterdamp CO2 Uit onderzoek blijkt dat voor een gezond binnenklimaat een combinatie van klimaatbeheersing, natuurlijke ventilatie en planten het beste werkt. Naast gezonde lucht hebben planten nog vele andere positieve effecten op ons welbevinden. Zie ook tabbladen Productiviteit en Ontspannen. Vluchtige Organische Stoffen (VOS): Schone lucht Formaldehyde Xyleen Tolueen Benzeen TCE Chloroform Ammoniak Alcohol Aceton Zuurstof Planten breken VOS actief af en maken onze zuurstof uit CO2 Zonder planten Met planten Water Afgebroken VOS 0 30 60 90 Tijd (minuten) 120 Fris binnenklimaat Het merendeel van onze tijd besteden we binnen. In woningen, gebouwen, klaslokalen of vergaderruimten met veel mensen kan het CO2-gehalte behoorlijk oplopen. Planten nemen CO2 op en geven zuurstof af. Door de verdamping wordt het binnenklimaat ook minder droog. Planten zorgen op natuurlijk wijze voor een gunstig luchtvochtigheidsgehalte. De aanwezigheid van planten maakt de lucht frisser en de luchtkwaliteit wordt als prettiger ervaren. Natuurlijke afzuigkap. Door de combinatie van stromend water naast groen wordt de beplanting minder stoffig en kan nog beter haar luchtzuiverende werk doen. 89 Afbraak van Formaldehyde Alle vormen van groen dragen door verdamping bij aan een betere luchtvochtigheid. Luchtzuiverende bloementorens door middel van actieve ventilatie. Hoe hoger de concentratie van de schadelijke stof, hoe hoger de ventilatiestand. Een nieuwe trend is om bloeiende planten te gebruiken voor groene wanden. Verschillende bloeiende planten zijn goed in staat de lucht te zuiveren, zoals Anthurium, Gerbera, Spathiphyllum en potchrysant. Daarmee is het mogelijk een kleurrijke beleving te koppelen aan luchtzuivering. 90
Page 114
Top 5 luchtzuiverende binnenbeplanting op de meeste chemische stoffen Fijnstof afvangen De concentratie van fijnstof is direct boven en naast de weg het hoogst en neemt geleidelijk af met de hoogte. Als gevolg van de turbulentie van vrachtwagens doet zich een tweede piek voor op 5 tot 7 meter hoogte. De bron van fijnstof langs wegen is vooral het lokale verkeer. Het betreft niet alleen de uitlaatgassen maar ook de slijtage van remmen en banden. 1 Nephrolepsis (krulvaren) 2 Spathiphyllum (lepel- of vaantjesplant) 3 Hedera helix (klimop) 4 Sanseveria (vrouwentongen) 5 Dracaena (drakenbloedboom) Fijnstof wordt op de buitenkant van bladeren vastgelegd. Lage beplanting zoals blokhagen, bodem bedekkende naaldbomen en mossen in de voortuin verwijderen effectief fijnstof, omdat de concentraties hier hoog zijn. 91 Voorbeelden van fijnstofverwijderaars Plantensoort Boom in de stad (20-25 jaar oud) Klimop (Hedera helix) Mos Sedum dak Verwijdering fijnstof per jaar Economische baat per jaar 100 gram per boom C 40 per jaar 6 gram per m2 14 gram per m2 0,15 gram per m2 Wilde wingerd (Partenocissus tricuspidata) 4 gram per m2 C 2,40 per jaar C 5,60 per jaar C 0,04 per jaar C 1,60 per jaar Eén vierkante meter mos bevat wel 5 miljoen kleine blaadjes en kan per jaar zo’n 14 gram fijnstof ‘opeten’. Mos Mossen zijn bekend als ‘fijnstofkillers’. Door een combinatie van eigenschappen verwijderen ze relatief veel fijnstof. Mossen werken, anders dan planten, het hele fijnstof weg. Ze voeden zich met fijnstof dat letterlijk wordt omgezet in biomassa. Er geldt één voorwaarde: het mos moet wel nat zijn. Droog mos werkt niet. Dak- en gevelgroen Zorg dat gevelgroen minimaal 5 tot 7 meter hoog kan worden om de piek van fijnstof als gevolg van langsrijdende vrachtwagens aan te pakken. Dakgroen bespaart op energieverbruik en verlaagt hierdoor de uitstoot van CO2. 92
Page 116
Picea pungus. Uitwisseling van de lucht met de omgeving is belangrijk voor de luchtkwaliteit. In smalle straten met hoge bebouwing in woonwijken en op industrie- en bedrijventerreinen moet voorkomen worden dat bomen een straat van boven afsluiten. Bomen en struiken kunnen weliswaar meer van deze stoffen opvangen dan een groene gevel, maar dan moet er wel rekening gehouden worden met een goede positionering van de bomen, zodat er geen smog kan ontstaan onder de kruin. Dak- en gevelgroen kan dan een alternatief zijn. Bomen In kwantitatieve zin verwijderen loofbomen de meeste fijnstof, omdat deze een groot bladoppervlak bezitten. Maar ‘s winters doen zij dit voor een groot deel niet. Groenblijvende naaldbomen met een fijne structuur en/of lange naalden zijn jaarrond het meest effectief. Loofbomen met kleverige harige of ruwe bladeren zijn een alternatief. Bomen en hagen langs wegen kunnen 15 tot 20% van de fijnstof afvangen. Een gemiddelde stadsboom kan per jaar ongeveer 100 gram fijnstof afvangen. Dat komt overeen met de fijnstofproductie van 5.500 jaarlijks gereden autokilometers. Grote gezonde bomen zijn door hun omvang en volume het meest effectief voor het zuiveren van de lucht. Het is dan ook belangrijk om te zorgen voor goede groeiomstandigheden. 93 Alle vormen van groen dragen bij aan de opname van CO2 en afgifte van zuurstof. Aaneengesloten beplanting (dichtgroen) kan bijdragen om vervuilingsbronnen af te schermen van woonwijken en gebouwen als scholen en zorginstellingen. Plaats bomen om schaduw te creëren op parkeerplaatsen tegen het verdampen van benzine uit benzinetanks. VOS (ozon) en stikstofdioxide afvangen Voor het afvangen van ozon en stikstofdioxide zijn loofbomen met platte brede bladeren geschikt. Het aanplanten van soorten, die zelf veel VOS produceren (trilpopulier, eik en wilg), dient te worden vermeden. Beplanting die zelf zeer weinig VOS produceert: • Appel • Berk • Es • Iep • Linde • Lijsterbes • Meidoorn • Peer • Prunus • Tamme kastanje 94
Page 118
Effectiviteit van houtige planten en cultivars (cv’s) om verschillende verontreinigingen uit de lucht te verwijderen. Voor verdere uitleg zie Bomen: Een verademing voor de stad, Hiemstra en anderen (2008). Bomen en heesters 1 is minst effectief, 2 is matig effectief en 3 is meest effectief Loofbomen en heesters Acer platanoides + cv’s Acer pseudoplatanus + cv’s Aesculus Ailanthus altissima Alnus cordata Alnus glutinosa + cv’s Alnus x spaethii Amelanchier lamarckii Betula ermanii + cv’s Berberis x frikartii + cv’s Betula nigra Betula pendula Betula utilis + cv’s Carpinus betulus + cv’s Chaenomeles spp. Corylus colurna Crataegus x persimilis + cv’s Euonymus (niet-groenblijvend) Euonymus (groenblijvend) Fagus sylvatica + cv’s Fraxinus angustifolia + cv’s Fraxinus excelsior + cv’s Fraxinus ornus + cv’s Fraxinus pennsylvanica Gleditsia triacanthos + cv’s Hedera (heester) spp. Ilex x meserveae Koelreuteria paniculata Liquidambar styraciflua Liriodendron tulipifera Lonicera spp. (niet-groenblijvend) Lonicera spp. (groenblijvend) Magnolia kobus Mahonia spp. Malus + cv’s Parrotia persica Platanus x hispanica + cv’s Populus + cv’s Potentilla fruticosa Prunus + cv’s Pyrus calleryana + cv’s Quercus palustris Quercus robur + cv’s Rosa spp. Salix alba + cv’s Sophora japonica Sorbus spp. Spiraea spp. Tilia cordata + cv’s Tilia europaea + cv’s Ulmus + cv’s Fijnstof (PM10) 1 1 2 1 1 1 2 1 2 2 2 2 2 2 1 2 1 1 2 2 1 1 1 2 2 2 2 1 2 1 1 2 1 2 2 2 2 2 2 2 1 2 1 2 2 2 2 1 2 1 2 Stikstofoxiden (NO+NO2) 3 3 3 3 3 3 3 1 3 2 3 3 3 3 2 2 3 3 (+)1 3 (+)1 3 3 3 3 3 3 1 2 2 3 3 1 1 2 (+) 2 3 1 3 3 (+) 2 3 (+) 3 3 (+) 3 (+) 2 3 (+) 3 3 2 3 3 3 Ozon (O3) Emissie van vluchtige organische stoffen 3 (+)2 3 (+) 3 3 3 (+) 3 (+) 3 (+) 1 3 (+) 2 3 (+) 3 (+) 3 (+) 3 2 2 (+) 3 (+) 3 3 3 3 3 (+) 3 3 3 1 2 (+) 2 3 3 1 2 2 3 (+) 1 3 3 (-) 2 3 (+) 3 3 (-) 3 (-) 2 3 (-) 3 3 (+) 2 3 3 (+) 3 (+) Niet meetbaar Niet meetbaar Niet meetbaar Gering Niet meetbaar Niet meetbaar Niet meetbaar Niet meetbaar Gering Matig Gering Gering Gering Gering Niet meetbaar Niet meetbaar Niet meetbaar Niet meetbaar Niet meetbaar Niet meetbaar Niet meetbaar Niet meetbaar Niet meetbaar Niet meetbaar Niet meetbaar Niet meetbaar Veel Veel Niet meetbaar Niet meetbaar Gering Veel Niet meetbaar Veel Veel Gering Niet meetbaar Niet meetbaar Veel Veel Gering Veel Niet meetbaar Gering Gering Gering Gering Gering 95 Bomen en heesters Fijnstof (PM10) Naaldbomen Ginkgo biloba + cv’s Metasequoia glyptostroboides Pinus nigra Pinus sylvestris + cv’s Taxus spp. Hagen Carpinus betulus spp. Fagus spp. Ligustrum spp. Gevelgroen Clematis spp. Fallopia spp. Hedera spp. Lonicera spp. Parthenocissus spp. Pyracantha spp. Rosa spp. Wisteria spp. 2 2 2 1 1 3 1 1 2 2 1 3 3 3 1 3 1 2 2 3 2 2 3 3 3 1 3 1 2 2 3 2 2 1 3 3 3 3 3 1 1 1 1 3 1 1 (+) 1 1 Stikstofoxiden (NO+NO2) Ozon (O3) Emissie van vluchtige organische stoffen Gering Gering Gering Gering Gering Gering Gering Gering Niet meetbaar Niet meetbaar Niet meetbaar Niet meetbaar Niet meetbaar Niet meetbaar Niet meetbaar Niet meetbaar Niet meetbaar Gering Niet meetbaar 96 Lemming Film, Amsterdam
Page 120
G Ruiken is ons meest primitieve zintuig. Bij het binnenkomen van een tuin of ruimte is het eigenlijk eerst ruiken dan pas zien. Ongeveer een derde van de mensen is bij het ervaren van de omgeving sterk ingesteld op ruiken. Na jaren waar bloemen vooral gekweekt werden op grootte en kleur, zien we steeds meer geurende planten in het sortiment. Geurbeleving Bij het toepassen van geurende beplanting is het aan te bevelen om te gaan voor geuren die algemeen bekend zijn en als prettig worden ervaren. Hoe aparter de geur, hoe meer de ene persoon deze prettig zal vinden en de andere niet. Zeker met interieurbeplanting, bij veel verschillende mensen in een ruimte, dient men terughoudend te zijn met het toepassen van sterk of apart geurende beplanting. Vooral geuren die associaties hebben met wat wij in het dagelijkse leven tegenkomen, worden door de meerderheid van mensen als aangenaam ervaren bijvoorbeeld: citrus, chocolade, lavendel, mint, roos en vanille. Herinnering Geuren roepen direct herinneringen op. Elke generatie heeft zijn eigen associaties met de geur van beplanting uit de omgeving van zijn of haar jeugd. Geurende beplanting is goed toepasbaar in groene ruimten voor personen met dementie. Door geuren te ruiken die we herkennen, voelen we ons veilig. Cosmea “Chocomocha”. De bloemen verspreiden een chocoladegeur. Boerenjasmijn. Sering. 97 Keizerskroon tegen mollen. Geurplekken Het toevoegen van geurende beplanting bij een zithoek, (dak)terras of balkon versterkt de totaalbeleving. Ook dicht bij een raam of deuropening, zodat men ook binnen van de geuren kan genieten. Geurende klimplanten zijn hiervoor goed toepasbaar. Voor mensen die werken en vaak alleen ‘s avonds van de tuin kunnen genieten is het een idee om geurende beplanting dicht bij het terras te plaatsen voor meer beleving. Veel bloemen sluiten na de hitte van de dag. Maanbloemen, of bloemen die beginnen te bloeien als de zon ondergaat, zijn later op hun hoogtepunt. Interessant is dat deze veelal witte bloemen ‘s avonds sterk geuren. Dit is voor het aantrekken van nachtvlinders en vleermuizen voor bestuiving. Ipomoea, Datura en Brugmansia zijn bekend als maanbloemen. Kamperfoelie. Wisteria. 98
Page 128
Groen uitzicht Het kost ons minder energie om in het groen te zijn dan in de bebouwde omgeving. Aan een groene omgeving zijn we ‘gewend’. Een groene omgeving werkt rustgevend.  Zie verder tabblad Ontspannen. We zijn vooral ingesteld op wat we in het verticale vlak op oog- of zithoogte zien. Meerstammige bomen en verticaal groen zijn hiervoor ook zeer geschikt. Uitzicht op een groen dak in plaats van een bitumen of grinddak is veel prettiger. En wenselijk in de bebouwde of zorgomgeving. Daarnaast heeft het groen nog tal van andere positieve effecten op onze gezondheid en welbevinden. Groenwanden kunnen gecombineerd worden met bloeiende beplanting.  Zie ook tabbladen Ontspannen, Luchtkwaliteit en Temperatuur. 105 Kleurbeleving Een tuin wordt meestal aangelegd voor de langere termijn, uitgesproken kleurentrends wisselen vaak per jaar. Pas kleuren toe die bijvoorbeeld passen bij het logo of huisstijl. Het zien van warme kleuren verhoogt onze hartslag en bloeddruk. Het zien van koele kleuren verlaagt onze bloeddruk en hartslag. Het zien van kleuren doet iets met onze gevoelstemperatuur. Een rode ruimte ervaren we als koud bij 11 °C en een blauwe ruimte al bij 15 °C. Zo kunnen we met kleuren een gevoelstemperatuur van 4 °C overbruggen. Dit zijn tijdloze principes en dus duurzaam om te gebruiken. Met de toenemende interesse in veranda’s en tuinkamers kan het interessant zijn om in ons Nederlandse klimaat hier warme kleuren toe te passen. Warme kleuren zijn geschikt voor plekken waar mensen elkaar actief willen ontmoeten. Witte of lichte kleuren en materialen reflecteren het zonlicht en absorberen minder de hitte. Het wordt er minder warm op hete dagen. 106
Page 132
Meerstammige bloeiende bomen. Privacy Uit onderzoek blijkt dat natuur die halfopen is, een beetje weelderig maar niet te wild of te netjes, door de meeste mensen als het mooiste wordt ervaren. Halfopen heeft te maken met een voor ons prettig oergevoel van uitzicht hebben gecombineerd met de veiligheid van beschutting. De beplanting zo plaatsen dat we een vorm van beschutting ervaren als we zitten of ontspannen, is belangrijk voor het ervaren van privacy. Vanuit die plaats is het goed om uitzicht te hebben naar de rest van de tuin. Chemotuin Tergooi - Patiënten worden tijdens de chemobehandeling beschut vanaf drie kanten. Vanaf één kant kunnen ze de natuur in kijken. Aan de zijkant bevinden zich bakken met geurende kruiden. Er is gebruik gemaakt van lichte kleuren en natuurlijk materiaal zoals hout. In de balken zijn vogelhuisjes en vlinderkastjes geplaatst. 109 Herkenning In nieuwbouwwijken is het vaak lastig om de weg te weten, doordat huizen en straten op elkaar lijken. Voor bezoekers, ouderen, Alzheimerpatiënten en kinderen is het zinvol om in de straten verschillende boomtypen of kleurenborders aan te planten. Dit draagt bij aan een betere oriëntatie in de wijk en herkenning van de eigen straat. Daarnaast draagt een diverse beplanting bij aan de biodiversiteit in de omgeving. Rups is vlinder Mensen genieten van de prachtige kleuren van vlinders. Van rupsen in de tuin worden veel mensen minder blij. Het is goed te beseffen dat dit hetzelfde dier is. Voor het hebben van vlinders in de tuin zijn eerst rupsen nodig. Als je goed kijkt zijn deze ook fascinerend om naar te kijken. Zeker voor kleine kinderen en bovendien ongevaarlijk. TIP 110 Een variatie aan bloemen en bloemkleuren is goed voor een diversiteit aan insecten.
Page 134
G De aanwezigheid van groen is van groot belang voor de wijze waarop wij lawaai en geluidoverlast in onze omgeving ervaren. Mensen vinden geluiden geproduceerd door de natuur meestal aangenaam en mechanische of motorgeluiden vaak minder aangenaam. Ongeveer een derde van de mensen is ingesteld op horen en gevoelig voor onprettig omgevingsgeluid. Geluidbeleving Groen kan bijdragen aan het verminderen van de ervaren geluidsoverlast doordat vegetatie direct (door het ruisen van bomen en struiken) of indirect (door het aantrekken van fluitende vogels) voor ons aangename geluiden kan produceren. Het lawaai van het verkeer of de industrie wordt meestal niet overstemd door deze natuurgeluiden. Wel maken groene geluiden het lawaai minder opvallend. Goede ruisbeplanting: populieren, bamboe en riet. 111 Kwalitatief groen trekt mensen aan. Aanwezigheid van mensen om ons heen kan ons gevoel van veiligheid versterken. Een groene omgeving met mensen voelt prettiger aan waardoor het lawaai als minder hinderlijk wordt ervaren. De aanwezigheid van water in de omgeving geeft ons ook onbewust een gevoel van veiligheid. Bovendien kan het geluid van een klaterende waterval of een fontein ongewenst geluid maskeren. We krijgen het gevoel dat het koeler en daardoor aangenamer is. Plaatselijk is het ook echt koeler door de verdamping van water. Een vijver absorbeert zelf geen geluid, het geluid wordt geheel door het water gereflecteerd. De prettige aanblik van een vijver zorgt wel voor afleiding. Minder hinder bij groen uitzicht Uit onderzoek blijkt dat een visueel prettige groene omgeving maakt dat we minder aandacht hebben voor hinderlijke geluiden. Het geluid afkomstig van wegverkeer wordt als minder hinderlijk ervaren als het wegverkeer niet zichtbaar is. Groen kan hiervoor worden ingezet. Een groene afscheiding dempt verkeersgeluid. 112
Page 136
Maasboulevard Venlo, ING 3W, omvorming van een grinddak naar een meer aantrekkelijker en biodiverser groendak. Dat bevordert ook de verkoop van appartementen. Geluidsreductie Geluid wordt gemeten in decibel (dB). Een mens kan een verschil vanaf 3 dB in geluidsterkte al waarnemen. Een verschil van 5 dB kan een mens heel goed waarnemen. Als het geluid met 5 dB wordt verminderd, wordt het geluid als 2x minder hard ervaren door het menselijk oor. Groene daken kunnen substantieel bijdragen aan de reductie van lawaai door wegen. Groene daken kunnen afhankelijk van de dikte van het toegepaste dak de geluidsoverlast tot wel 5,5 dB reduceren. Begroeide gevels en muren absorberen 2 tot 3,5 dB van het straatgeluid. Ook voorkomen groene gevels dat het geluid weerkaatst tussen hoge gebouwen. 113 Wat losse beplanting in de buitenruimte geeft vaak geen hoorbare geluidsreductie. Wil men beplanting inzetten voor geluidsdemping dan is een zeer dichte begroeiing nodig. Of het planten van een dikke rij of meerdere hagen achter elkaar. Een afscheiding gemaakt van alleen wilgen of klimop is niet voldoende dicht. Dichte vegetatie met veel takken en stammen kan het geluid ter plekke verstrooien, waardoor er minder geluid rechtdoor gaat. Dit draagt bij aan een afname van het geluidsniveau. Vegetatie dicht bij de bron en dicht bij de waarnemer kan bijdragen aan extra demping. Natuurlijk geluidsscherm gemaakt van gerecycelde materialen. De schermen zijn geschikt voor begroeiing met klimplanten. In rekenmodellen voor omgevingsgeluid wordt het effect van vegetatie (vaak) niet meegenomen. Belangrijk is ook aandacht te hebben voor de hiervoor beschreven bewezen effecten van groen op onze geluidsbeleving en het ervaren van geluidshinder. Seizoenen In de winter zal het effect van groen op geluidsoverlast door bladverliezende beplanting zeer beperkt zijn. Er zijn geen ruisende bladeren en minder vogelgeluiden die het lawaai kunnen maskeren. Naaldbomen met dicht op elkaar staande takken kunnen het hele jaar door het geluid enigszins dempen. Bodem De bodem heeft ook een effect op het verminderen van geluidsoverlast en op het absorberen van geluid. Door een verharde of bevroren bodem, maar ook door water, wordt veel geluid gereflecteerd. Een losse en meer begroeide bodem absorbeert het geluid beter. 114
Page 138
TIP Vraag om deskundig advies passend bij de lokale omstandigheden en de gewenste mate van onderhoud. Geluidsschermen De niet-groene geluidsschermen langs wegen kunnen ook worden vergroend. Begroeide geluidsschermen worden door omwonenden als prettiger ervaren dan geluidsschermen van harde materialen zoals beton, metaal of glas. Belangrijk is dat de beplanting wordt meegenomen in het ontwerp en niet achteraf. Aan het sortiment klimplanten, dat geschikt is voor begroeiing van geluidsschermen langs snelwegen, worden zeer hoge eisen gesteld. Bijvoorbeeld een stevige aanhechtingen, sterke robuuste beplanting die goed bestand is tegen uitlaatgassen, strooizout, ziekten en plagen. Naast de veelgebruikte klimop (goed tegen fijnstof en bestand tegen luchtvervuiling) is ook andere beplanting mogelijk. 115 ADAC Duitsland: gecombineerde water- en groenwand. Het stromende water maskeert nog eens extra hinderlijke achtergrondgeluiden. Binnengroen In een ruimte met harde oppervlakten hebben we last van echo’s. Deze beïnvloeden de spraakverstaanbaarheid. In een kantooromgeving kunnen planten helpen om de akoestiek te verbeteren. Beplanting kan de nagalmtijd reduceren die veroorzaakt wordt door het terugkaatsen van het geluid. Losse planten zorgen vooral voor een prettige omgeving en verminderen zo de ervaren geluidshinder. Ze dragen bovendien bij aan een gezondere lucht en betere luchtvochtigheid. Een groene wand heeft meer effect op geluidsreductie dan losse planten. Het gebruikte gevelsysteem, bijvoorbeeld met steenwol, heeft daarbij ook effect naast de hoeveelheid bladmassa. 116
Page 140
O Uit diverse onderzoeken blijkt dat het zien van beplanting stress vermindert en dat we in een groene omgeving sneller herstellen van stress. Al binnen 5 minuten in het groen zakt ons stressniveau. De kleur groen staat voor veilig en rustgevend. De rustgevende werking die uitgaat van een levende tuin wordt door alle typen tuinbezitters gewaardeerd. Zie hiervoor ook het hoofdstuk Particulier. Groene ontspanning De ontspanning die we ervaren, heeft sterk te maken met de zich telkens herhalende patronen in de natuur die we overal terugvinden in bomen, takken en bladeren. Het kost ons weinig inspanning om aandacht te hebben voor de natuur en erin te verblijven. De herhalende patronen in de natuur zijn ‘wiskundige vormen en verhoudingen’. Deze patronen blijken we interessant en ontspannend te vinden. Symmetrie, ronde vormen en natuurlijke materialen werken ontspannend.  Zie ook tabblad Kleur. 117 Ook natuurlijke stimuli zoals het zien van bloemen of vlinders trekken onze aandacht zonder dat dit veel moeite kost. En werken zo ontspannend. Kleur Kleuren kunnen ingezet worden om de gewenste beleving te versterken in plaats van alleen kleurgebruik op basis van trends. Grofweg kunt u gaan voor een meer rustgevende of meer activerende sfeer. Koele kleuren (blauw, paars en wit) zijn goed voor een meer ontspannen sfeer. Warme kleuren (geel, oranje en rood) zorgen voor een meer stimulerende of actieve sfeer. Dit zijn tijdloze principes en dus duurzaam om te gebruiken. Blauw Naast een blauwe kleur kan ook het zien van water of het horen van natuurgeluiden van een stromend beekje of een klaterende fontein ons een veilig en ontspannen gevoel geven. Dit heeft te maken met een oergevoel van veiligheid: er is water in de buurt. Daarnaast kunnen hinderlijke achtergrondgeluiden hiermee worden gemaskeerd. Ook ruisende bomen en zingende vogels geven ons een rustig gevoel. 118
Page 156
O Ontmoetingen in het groen verlopen prettiger en nodigen uit tot andere gesprekken. Dit maakt groene ruimten zeer geschikt voor de zorg. Maar ook voor het onderwijs, bedrijfsleven of de horeca. Ook een levende achter- of voortuin is een fijne ontmoetingsplek. Ondanks dat we in een dichtbevolkt land wonen, komen eenzaamheid en sociale isolatie vaak voor in grote steden. Groene omgevingen in de buurt nodigen uit tot ontmoeten. Men voelt zich meer verbonden in een groene omgeving. En mensen gedragen zich socialer tijdens of na een verblijf in het groen. Ontmoetingsplek Bomen zijn uitermate geschikt om een ontmoetingsplek te markeren. Men kan eronder uitrusten, vergaderen, eten of spelen. Bomen bieden bescherming tegen een buitje en verkoeling in de zomer. Het is belangrijk om bij het plaatsen van banken of een boomvlonder schade aan de boom te voorkomen. Daarom moet vooraf onderzocht worden wat de meest geschikte plek is voor de staanders van de bank of vlonder. Er mogen geen steunpunten komen nabij wortels dikker dan 3 cm. Dit is te bepalen met een grondboor. De boomspecialist kan hierin adviseren en aanwijzingen geven. Zitplekken in het groen vergroten de kans op toevallige ontmoetingen. Het is goed om deze neer te zetten op interessante plekken met zicht op bijvoorbeeld veel bloemen of water. Het is belangrijk dat de inrichting van de buitenruimte een open karakter heeft. Het groen moet niet te dicht zijn en goed worden onderhouden wil men zich veilig voelen en de groene ruimte blijven gebruiken. 133 Geveltuintjes Voor plekken met beperkte ruimte of waar geen bomen staan zijn geveltuintjes zeer geschikt. Deze verfraaien de straat en verbinden de bewoners. Een groene strook langs de gevel zorgt er tevens voor dat fietsen niet tegen de ramen van bewoners of winkelpanden worden geplaatst. De voortuin De aanwezigheid van een voortuin, met een bankje, bevordert het hebben van praatjes. Met name voor ouderen kan dit zeer welkom zijn. Buren Het hebben van een tuinpad of open schutting vergroot het contact met de buren. Waarschijnlijk omdat men dan zicht heeft op de bewoner bij het naar binnen of buiten gaan van de woning. Ook kan men de voortuinen verbinden. Zo kan men de kosten voor aanleg en het onderhoud delen wat vaak voordeliger is voor de tuinbezitter dan een individuele aanpak. 134
Page 164
Spelen is oefenen voor later. Leren inschatten van en omgaan met risico’s, je eigen grenzen opzoeken én verleggen. Klimmen hoeft niet gevaarlijk te zijn. Bewegen in het groen bevordert de schoolprestaties van kinderen. Levende klimboom Een boom in het vrije veld reikt met zijn kroon tot aan de grond. Zo beschaduwt en beschermt hij zijn stam en zijn wortels. Gewoon laten groeien waar het kan is dé manier om goede klimbomen te krijgen. Bomen bieden aan kinderen veel kansen voor sport en spel. Klauteren en klimmen is altijd leuk. Bomen prikkelen ook op andere wijze de hersenen en zetten aan tot fantasiespel. Ieder seizoen is een boom anders. De bladeren, knoppen, bloemen en vruchten spreken tot de verbeelding. Klimmen is minder schadelijk voor een boom dan een auto eronder parkeren. De bodem raakt hierdoor verdicht en wortels sterven langzaam af. Bomen kunnen dan onveilig worden en uiteindelijk gaan ze dood.  Meer over boomveiligheid zie tabblad Veiligheid. 141 Natuurlijke halfverharding van steenslag met plantaardig bindmiddel. Groene buitenruimte Kleuters op kinderdagverblijven met een hoogwaardige groene buitenruimte zijn vaker buiten en hebben minder overgewicht. Een kind van 40 kg verbrandt met een uur buiten spelen ongeveer 160 kcal meer dan met een uur tv kijken of computeren. Ook moestuinieren op bijvoorbeeld schoolpleinen leidt tot minder zittend gedrag bij kinderen. Een groene omgeving biedt ruimte voor vrij spel. Een volledig bedachte wipkipomgeving doet dit niet. Een grote groene buitenruimte daagt jongens en meisjes in de basisschoolleeftijd uit tot lichamelijke activiteit en draagt eraan bij dat met name meisjes in de loop der jaren ook actief blijven. Meisjes zijn gemiddeld actiever op natuurlijke speelplekken dan op betegeld terrein. Kinderen met ADHD, vooral jongens, hebben veel baat bij een groene omgeving. 142
Page 166
Spelen in het groen bevordert de sociale contacten tussen kinderen. Kinderen willen graag een terrein met hoogteverschil en water. Klauteren, boomklimmen en wat aanmodderen met zand en water zijn favoriete activiteiten. Plaatst u een waterpomp, dan is het belangrijk te zorgen voor een goede afvoer van het water, bijvoorbeeld naar een wadi. Voor kinderen moet het duidelijk zijn of het water drinkbaar is of niet. Belangrijk is dat de speelmogelijkheden niet kant-en-klaar zijn. Door de onbepaaldheid van het materiaal kunnen kinderen zelf betekenis geven aan hun fantasie en vindingrijkheid. Schoolplein OBS de Duizenpoot Geleen. 143 Zie Handleiding Groene Schoolpleinen voor uitgebreide informatie, tips en voorbeelden over ontwerp, aanleg en onderhoud. Speeldruk Op plekken waar kinderen veel spelen kan speelerosie (kapotgelopen plekken) ontstaan. U kunt hier kiezen voor meer bloemrijke grassen (klaver) en meer struiken, wilgentunnels of bamboe. Speelheuvels zijn vaak extra kwetsbaar. Ga voor herkenbare paden in de vorm van stapstenen of gemaakt van halfverharding. Speeltoestellen in de openbare ruimte moeten voldoen aan wettelijke voorschriften.  Zie ook het tabblad Veiligheid. Tips voor plantkeuze op speelplekken • Kies robuuste beplanting die tegen een stootje kan, rekening houdend met de speeldruk. • Kies snelgroeiende beplanting, maar wel met sierwaarde. • Let op kleur, geur en seizoensbeleving. • Kijk naar de omgeving, strooi bijvoorbeeld een mengsel van zaden van planten uit de streek uit; • Gevarieerde beplanting bevordert de biodiversiteit. Kies bijvoorbeeld planten en struiken die aantrekkelijk zijn voor vogels, vlinders en bijen. • Pas op met giftige planten. • Stekelige beplanting is geschikt als barrière tegen doorlopen. • Alternatieven voor gras dat regelmatig gemaaid moet worden zijn stevige grassen of beloopbare vaste planten. Inzaaien met klaver is ook een optie. • Ga bij het aanplanten voor zoveel mogelijk beplanting in grote maatvoering. Dit beperkt schade door gebruik. 144
Page 168
Paleisbrug Den Bosch. Onder de vloer van de voetgangersbrug in het stadspark is een systeem voor warmte-koudeopslag aangelegd. De warmte die in de zomer opgeslagen wordt, levert in de winter vloerverwarming om strooien met zout zoveel mogelijk te beperken. Volwassenen Bewegen in het groen verbetert de algehele conditie en weerstand. En is een goede ondersteuning bij afvallen. Er is minder kans op overgewicht. We krijgen sterkere botten en spieren. Een beter geheugen en kleinere kans op Alzheimer. We hebben minder last van depressieve klachten en krijgen meer sociale contacten. Tuinieren Tuinieren is een gezonde en afwisselende vorm van bewegen in de buitenlucht. Met een uur huishouden verbrandt men gemiddeld 105 kcal. Met een uur tuinieren 280 kcal. TIP Maak een onderhoudsplan waarin de tuinbezitter de werkzaamheden die minder deskundigheid behoeven als ‘buitenbeweging’ zelf kan doen. Een volwassene van 70 kg verbrandt met 30 minuten ‘buiten spelen’ al gauw 140 kcal meer dan wanneer hij op de bank tv zit te kijken. Bovendien verbrandt hij 12% meer calorieën dan met dezelfde bewegingen binnen. 145 Natuurzwemvijver Zwemmen is qua bewegen een gezonde bezigheid voor zowel jong als oud. Een natuurzwemvijver is een prachtige combinatie van bewegen en genieten in het groen. In de winter kan er misschien wel geschaatst worden. Ouderen Uit onderzoek blijkt dat bewegen in het groen beter werkt dan bewegen binnen. We stoppen minder vaak en houden het langer vol. We zijn eerder bereid de activiteit nog eens te herhalen. We zijn minder gespannen en ervaren meer plezier. Dit geldt ook voor revalidatietrajecten. 146
Page 170
IVN helpt zorginstellingen met het opzetten van een beleeftuin, helemaal naar hedendaagse inzichten. Verhoogde plantenbakken in de beleeftuin van Zorggroep Raalte. De pluktuin van Zorggroep Raalte is een groot succes. Ouderen met een tuin blijven langer actief. Dit geldt ook voor ouderen in een zorginstellling. Een effectieve, groene inrichting van de buitenruimte draagt bij aan een actievere houding van cliënten. Denk bijvoorbeeld aan een pluktuin waar ouderen zelf een boeket voor in de woonkamer kunnen plukken, of verhoogde plantenbakken om ook vanuit een rolstoel te kunnen tuinieren. Een toegankelijke tuin vergroot bovendien de saamhorigheid en betrokkenheid, van bewoners én van de buurt. Ouderen zijn geneigd wandelroutes te kiezen door straten met veel voortuinen. Als het om verhardingen gaat, is het voor deze doelgroep zinvol te kiezen voor materialen die rolstoelvriendelijk zijn, minder glad worden bij regen of stabieler zijn met minder kuilvorming. 147 Wandelpauze Groen nodigt uit tot minder zitten en meer bewegen en meer ontmoeten. Zorg voor een aantrekkelijke buitenruimte bij bedrijven en instellingen, die door het personeel of de bezoeker gebruikt wordt voor een (korte) wandeling. Een aantrekkelijk ingerichte buitenruimte leent zich ook bijzonder goed voor wandelend vergaderen, met als bijkomend effect een grotere creativiteit. Het dak op Met de beperkte ruimte in de bebouwde omgeving kunt u denken aan het integreren van mogelijkheden tot bewegen op of in het groendak: twee jeu-de-boules banen bovenop een kantoorconcept, zoals Babylon. 148
Page 172
V Mensen voelen zich veiliger en gelukkiger in een groene omgeving. Agressie en geweld komen minder vaak voor in omgevingen met groen. In een groene omgeving gebeuren over het algemeen weinig ongelukken. Voor een groen schoolplein is het mogelijk om risico’s aanvaardbaar te houden door een (wettelijk verplichte) risicoanalyse/veiligheidscheck en regelmatige inspectie. Mensen voelen zich veiliger naarmate de hoeveelheid groen toeneemt. De perceptie van veiligheid stijgt door groen van 86% naar 89,3%. 149 Veilig voelen Voor de perceptie van veiligheid kan open groen, groen dat de zichtbaarheid behoudt, overal worden toegepast. Verwaarlozing van het groen vermindert de sociale veiligheid. Een slechte onderhoudstoestand wordt door criminelen gezien als het ontbreken van sociale controle. Men kan er dus ongestoord zijn gang gaan. Juist op plekken die veelal als minder prettig worden ervaren, kan meer groen de beleving sterk verbeteren. Mogelijkheden voor sport en ontmoeting in de groene omgeving dragen bij aan het zich veilig voelen in de buurt. Belangrijk is wel te ontwerpen met de menselijke maat. Criminaliteit Groene omgevingen nodigen mensen uit om naar buiten te gaan, wat criminelen afschrikt. Ondoordringbare hagen of doornige hagen werken beter tegen inbraak en criminaliteit dan harde schuttingen. Maak gebruik van bijvoorbeeld doornige rozen, meidoornstruiken of vergelijkbare beplanting. Wijken met groen hebben 42% minder criminaliteit dan wijken zonder groen. Een goede inrichting, aanleg en beheer van de groene omgeving zijn succesvolle instrumenten bij sociaalen veiligheidsbeleid van gemeenten. 150
Page 174
Vandalisme Als iets mooi aangelegd is en goed wordt onderhouden gaat dit vandalisme tegen. Begroeiing van geluidschermen is een bewezen middel tegen graffiti. Vergroende gevels gaan ook ongewenste graffiti tegen en geven de buurt een prettige uitstraling. Verkeer Een boom in de stad kan helpen risicovolle verkeersituaties herkenbaar te maken. Door een goed-van-veraf-zichtbare boom bij een wegversmalling, gevaarlijke kruising of druk plein in de stad zal de automobilist zijn snelheid verminderen. Als gevolg hiervan vinden minder ongelukken plaats. Begroeide verkeersgeleiders, zoals middenbermen, dragen bij aan temperatuurdemping, waterinfiltratie in de bodem en biodiversiteit. Voor de veiligheid is het belangrijk dat men als automobilist, fietser of als voetganger over de beplanting heen kan kijken. Qua beplanting en kleur gaat het om de totaalbeleving: is die harmonisch en leidt deze niet teveel af? In de bebouwde omgeving kan 1 enkele boom in de straat de kans op een verkeersongeluk met 10% verminderen. Betonnen barrièreblok onder een rode geraniumpyramide. Veilig en gastvrij. 151 Maatregel Voorkomen van Geen spijkers in takken en stam Geen touwen in de boom Geen obstakels onder de boom Geen takstompen/kapstokken Gezond verstand, neem geen risico verwonding, snijden, oogletsel beknelling, verstikking verwonding bij vallen verwonding, oogletsel allerlei verwondingen Boomveiligheid Een klimboom moet binnen de reguliere boomcontrole vallen. Zo zullen onder andere dode takken verwijderd moeten worden. Een boomeigenaar draagt de verantwoordelijkheid voor het goed beheren van de boom en het voorkomen van onveilige situaties. Dit beheer kan worden overgedragen aan een boomspecialist. De boomspecialist beoordeelt en rapporteert over de conditie en het eventueel noodzakelijke onderhoud van de boom. Wanneer een boom een speelboom is, zijn er natuurlijk meer risico’s. Het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS) geeft aan hoe op speelplekken verantwoord omgegaan moet worden met veiligheid. Speeltoestellen Speeltoestellen in de openbare ruimte, bij scholen, bedrijven en zorginstellingen moeten ook voldoen aan de wettelijke voorschriften WAS. Maakt u als groenprofessional zelf een speeltoestel, dan bent u zelf producent en verantwoordelijk voor de certificering, het logboek en de gebruiksaanwijzing. De beheerder/eigenaar moet zorgen dat de toestellen voldoen aan de WAS, op de juiste wijze veilig zijn geïnstalleerd en onderhouden worden zodat zij geen gevaar opleveren voor de gebruikers. Zie voor meer informatie de VHG-Handleiding Groene Schoolpleinen. Valdempend bodemmateriaal onder speeltoestellen. Giftige planten Er is een aantal giftige tot zeer giftige tuin- en kamerplanten. Het is dus zaak hier rekening mee te houden bij de keuze voor planten op speelplekken of in bepaalde zorgomgevingen. Lijsten van giftige tuinplanten en kamerplanten zijn op internet volop te vinden. Vaak is zo’n lijst ook bij de apotheek verkrijgbaar. 152
Page 176
B Een gezonde en levende bodem is de basis van de levende tuin. Een goede ontwikkeling van de beplanting heeft rechtstreeks te maken met een goed ontwikkelde bodem. Een gezonde bodem draagt bij aan gezonde planten en minder ziekten. En ook aan gezond drinkwater en gezonde en smaakvolle voeding voor mens en dier. Een gezonde bodem zorgt voor een gezonde plantengroei. Bodemleven In de levende tuin voert het bodemleven samen met de plantenwortels het noodzakelijke grondwerk uit. Bodemleven bestaat uit bacteriën, bodemschimmels, insecten en regenwormen. Al deze organismen samen dragen bij aan een goede bodemstructuur, watervasthoudend vermogen, doorluchtbaarheid (zuurstofgehalte), afbraak van dood materiaal en aanmaak van voedingsstoffen. Bodemleven vergroot de worteldiepte van de beplanting. Regenwaterschade en schade door droogte worden voorkomen. Rechterkant plantenwortel met bodemschimmel, links zonder. De schimmels helpen om voedingsstoffen en water in de juiste verhouding beschikbaar te maken voor de planten en verbeteren zo de groei. De schimmelwortel bestaat zelf uit een fijn vertakt stelsel van schimmeldraden (mycorrhiza). De schimmel profiteert op zijn beurt weer van de door de plant vervaardigde koolstof en suikers, verkregen door fotosynthese. 153 Een goede biodiversiteit ondergronds wordt weerspiegeld door een geslaagde biodiversiteit bovengronds. Paddenstoelen in de tuin zijn een belangrijk teken van een gezond bodemleven en een gezonde leefomgeving. Paddenstoelen kunnen niet goed tegen kunstmest en luchtvervuiling. Planten in de bebouwde omgeving staan bloot aan sterke wisselingen van temperatuur en watervoorziening. In het bijzonder beplanting die vlak tegen de gevel aangroeit of in een daktuin. De bodem kan worden verbeterd door meteen bij het planten de juiste mycorrhiza’s en bodembacteriën mee te geven. Bodemschimmels • 85% van de planten leeft samen met een mycorrhiza (bodemschimmel) • de bodemschimmels bevorderen de opnamecapaciteit van water en nutriënten tot 70% • schimmels zorgen voor een betere beworteling en minder bodemziekten • de planten zijn resistenter tegen droogte • er is minder uitval en betere doorgroei bij verplanten • er zijn minder meststoffen nodig vanwege effectievere benutting Bacteriën • leven van organisch materiaal • maken hieruit voedingsstoffen langzaam vrij en beschikbaar voor de plant Rozenmoeheid (links) en een gezond wortelstelsel (rechts). Op plekken waar al langer rozen hebben gestaan, kun je meestal niet zomaar weer een nieuwe roos planten. Ze groeien er niet en bezwijken uiteindelijk aan rozenmoeheid. Het rozenaaltje is hier de belangrijkste oorzaak van. Met een mycorrhiza-dip kun je rozen beschermen tegen uitputtingsziekte. • zorgen voor minder bodemziekten • houden ziekten tegen • zijn soms stikstofbindend 154
Page 178
Natuurlijke meststoffen en bodemverbeteraars Bodembiodiversiteit gaat zienderogen achteruit door o.a.: 1. toepassing van kunstmest; 2. bodembewerking (tillage); 3. afname van organische stoffen en humuszuren. Kunstmest maakt de toepassing van chemische bestrijdingsmiddelen onontkoombaar. Zware bemesting verstoort het bodemleven. Er zijn alternatieven voor kunstmest. Zo kunnen snelgroeiende bodembedekkende planten goed ingezet worden als groenbemester. Vlinderbloemigen als klaver, lupine en peulvruchten zijn in staat stikstof te binden en de bodem hiermee te verrijken voor andere planten. Bijvoorbeeld in de moestuin voor meer opbrengst. Of in het gazon. Door regelmatige betreding wordt de grond compact. De kwaliteit van de bodem wordt met de jaren minder en het onderhoud neemt toe. Met klaver in het gazon neemt de behoefte aan extra bemesting af. De klaver gaat een verbinding aan met bodemschimmels die de bodemstructuur verbeteren. Daarnaast dragen deze planten bloemen, wat een prettig aanblik oplevert en goed is voor bijen, vlinders en andere insecten. Andere alternatieven voor kunstmest zijn natuurlijke organische meststoffen. Er zijn allerlei kant-en-klare natuurlijke bodemverbeteraars gemaakt van plantaardig restmateriaal die het bodemleven respecteren en stimuleren. Deze zorgen in combinatie met regenwormen voor voldoende voeding en een goede bodemstructuur. Minder bemesting met kunstmest leidt tot meer CO2-opslag. 155 Wormen Wormen verrichten nuttig werk in de bodem. Door te graven, te ‘ploegen’ en te composteren zorgen ze voor een vruchtbare ondergrond. Er zijn verschillende soorten regenwormen die op verschillende dieptes in de grond leven. De zogenaamde pendelaar maakt verticale gangen in de bodem tot wel 3 meter diep. Hierdoor kan de waterinfiltratie van de bodem verdubbelen. Het overige bodemleven, net als kunstmatige bewerking, kan dit niet bewerkstelligen. Gangen van pendelwormen kunnen wel 10 tot 20 liter water per vierkante meter opvangen. Wormen zetten groente-, fruit- en tuinafval om in een waardevolle bodemverbeteraar: compost. Compost In de levende tuin werkt ‘afval’ in de voedselkringloop weer als voeding voor een ander proces of product. Dit betekent dat de kringloop zoveel mogelijk lokaal in de tuin zelf moet worden gesloten. De composthoop is hier het leidende beeld. Deze mag in geen enkele levende tuin ontbreken. Groenafval wordt ter plekke verwerkt voor bemesting en bodemverbetering. Zorg dat de fauna meeprofiteert en dat de composthoop toegankelijk is voor dieren die zoeken naar voedsel en beschutting. Vlinders voeden zich met mineralen uit de composthoop. Ook vinden vogels en egels er hun voedsel. Compost is zeer geschikt om het bodemleven te stimuleren. Bacterievoedsel is groen materiaal zoals bladeren of grasmaaisel, ongekookte groente of fruitresten, eierdoppen, theezakjes en koffiedik. Schimmelvoedsel is bruin houtig materiaal zoals houtsnippers, stro of kleingemaakt karton. Wormen breken zowel groen als bruin materiaal af. Er zijn speciale wormenhotels die in de bebouwde omgeving kunnen worden ingezet. Hier wordt gft-afval omgezet in duurzame compost. Composteren (bron: http://www.milieucentraal.nl/) Zelf composteren bespaart op transportkosten en dus op energie, en vermindert de afvalberg. De in de levende tuin geproduceerde biomassa blijft in de tuin zelf en wordt niet vervoerd naar elders. Als beloning krijgt de tuinbezitter gratis de beschikking over een goede bodemverbeteraar. Verse tuinaarde van buiten de tuin is dan niet nodig. De composthoop kan natuurlijk ook worden geplaatst op het terrein van de hovenier. Compostering moet op een goede manier plaatsvinden. Zo niet dan verandert een eventueel milieuvoordeel in een nadeel. Zorg voor goede doorluchting Keer de composthoop ongeveer elke zes weken geheel ondersteboven (‘omzetten’). Dat versnelt het composteerproces. In een half-open compostvat kan dit niet en is een gevarieerde samenstelling extra belangrijk. Zorg voor variatie Een composthoop is gevarieerd en bestaat uit vochtig en droog materiaal, slap en stevig, grof en fijn, koolstofrijk (zaagsel, snoeihout, stro, boombladeren) en stikstofrijk (gras, mest, tuinafval). Zorg voor voldoende vochtigheid De composthoop mag niet te nat of te droog worden. Af en toe een beetje water is prima, maar bij te veel regen spoelen de voedingsstoffen uit, of kan een tekort aan lucht ontstaan in de composthoop. Plaats de composthoop dus niet onder een afdak, en ook niet in een open veld. Onder een boom, half beschut tegen zon en regen, is een goede plek. Wel of niet op de composthoop? Niet alles wat in de GFT-bak mag, mag ook op de composthoop. Dat komt omdat de omstandigheden in de composthoop anders zijn dan die in een professionele composteerinrichting: de vochtigheid en hygiënische omstandigheden zijn anders en de temperatuur is lager. De vuistregel is: hoe opener het systeem is, des te minder er in mag. Er zijn drie compostsystemen: 1) Open systeem (composthoop) voor in de tuin. Voor een composthoop zijn enkele vierkante meters nodig. Een vrij liggende hoop moet minimaal 1,5 meter hoog, breed en lang zijn bij de opzet. De composthoop kan los op de grond worden gelegd, of op een bak van hout, takken of wilgentenen. 2) Halfgesloten systeem (compostbak of -vat) voor hoofdzakelijk tuinafval. Voor tuinen met weinig ruimte zijn houten of plastic compostvaten geschikter. 156 3) Gesloten compostvat voor vooral keukenafval, geschikt voor op het balkon of in de keuken.
Page 180
Entree bodemzuiverend park De Ceuvel, Amsterdam. Bodemzuivering Planten in combinatie met geschikt bodemleven kunnen voor bodemreiniging worden ingezet. Dit proces wordt bioremediatie of fytoremediatie genoemd. Is de toplaag van de bodem verontreinigd, dan kunnen planten in samenwerking met bacteriën en schimmels verontreiniging uit de bodem afbreken of opnemen. Bijvoorbeeld naast opritten (oilspils) of op oude industrieterreinen (brownfields). De grond hoeft dan niet te worden afgegraven en het bodemleven hoeft niet te worden verstoord. Verschillende plantensoorten met hoge wortelactiviteit worden hiervoor gebruikt, ieder met een specifiek sanerende eigenschap. Het afbreken van organische verbindingen (PAK), zoals bijvoorbeeld (diesel)olie, werkt goed met bijvoorbeeld riet, populieren of wilg. De afbraakproducten die hierbij vrijkomen zijn onschadelijk. Verontreiniging van zware metalen (koper, lood, zink, cadmium, chroom en nikkel) kan worden opgenomen door bijvoorbeeld de brassicafamilie (koolzaad, Indische mosterd) en luzerne. Grasachtigen kunnen afhankelijk van de soort voor beide verontreinigingen worden ingezet. De beplanting wordt gerooid en omgezet in biogas en as via biovergassing. Planten die voor bodemzuivering worden toegepast, kunnen uiteraard niet door de mens worden genuttigd. 157 TIP 1. Zorg dat de bodem qua structuur en textuur een groot vochthoudend vermogen combineert met voldoende toevoer van zuurstof; 2. Beperk grond- en graafwerkzaamheden want dit verstoort bodemleven; 3. Let op voldoende bodemleven; 4. Voorkom een ‘valse’ grondwaterspiegel bij aanbrengen van grond; 5. Gebruik beplanting als bodemverbeteraar. Werkzaamheden Het bodemleven en de structuur van de bodem worden ernstig verstoord door grond- en graafwerkzaamheden. Beperk de werkzaamheden tot minder grote oppervlakten tegelijkertijd. Dan kan het bodemleven herstellen vanuit de onbewerkte stukken. In de bebouwde omgeving is vaak geen sprake van natuurlijke bodems. Zware machinerie leidt tot zeer compacte bodems. Voorkom bodemerosie Beplanting voorkomt erosie van de kale grond. Bodembedekkers en de juiste vaste planten zijn onderhoudsarm en houden ongewenst onkruid tegen. Door een bodem te bedekken met beplanting droogt de bodem veel minder snel uit en wordt bodemerosie voorkomen. Dit is nog eens van extra belang op hellingen. In de moestuin wordt de bodem beter bedekt door een combinatieteelt van groenten en specifieke bloemen. Minder onkruid maar ook een gunstige wisselwerking op bestuiving en ziektebestrijding zijn hiermee mogelijk. Potgrond Veengrond wordt afgegraven voor de productie van tuinaarde en potgrond. Grote veengebieden in Scandinavië, Letland en Rusland worden hiervoor aangetast. Dit is slecht voor de natuur en de CO2-uitstoot. Betere alternatieven voor tuinturf en potgrond: uitgaan van de bodem die er is en gebruik maken van compost uit eigen omgeving (kan eigen compost zijn, maar ook bladcompost uit Nederland). Denk ook aan verrijking met overige bodemverbeteraars, hoveniers-bokashi of natuurlijke meststoffen. Voor mensen die zelf geen composthoop hebben, is biologische potgrond op basis van kokosvezel een goed alternatief. 158
Page 182
V en Het kweken van groenten en fruit brengt ons weer in contact met de basis van ons voedsel. We willen steeds meer gezond, duurzaam en lokaal voedsel. Ook raakt dit een oergevoel van zelfvoorzienend willen zijn. Steeds meer gemeenten staan positief tegenover stadslandbouw, omdat dit de sociale samenhang in de wijk ten goede komt. Verder zien we steeds vaker een moestuin bij een school of bedrijf. Bij dit thema staan veel praktijkvoorbeelden van hoe voedsel geïntegreerd kan worden in de levende tuin. TIP Voor tuinen met een kleine oppervlakte, balkons of dakterrassen zijn er minimoestuinbakken of vierkantemeterbakken beschikbaar. Leerzaam, overzichtelijk en onderhoudsvriendelijk. In de tuin plaats je deze moestuinbakken, zonder bodem, direct op het gras op het zand. Zo kan het overtollige water gemakkelijk weg zakken. Amphionpark Doetichem: moestuinieren in hoge bakken, toegankelijk voor rolstoelgebruikers. Voor de kleine tuin Bij beperkte ruimte is het handig te gaan voor eetbare kruiden, groenten of vaste planten met tegelijk een sierwaarde. En te kiezen voor productieve gewassen of gewassen die je kunt afsnijden. Een makkelijke manier van eigen voedsel verbouwen is het kweken van kruiden. Van kruiden kan maandenlang worden geoogst. Als men kijkt naar investering, inspanning en opbrengst, dan is het hebben van een kruidentuin zeer voordelig. 159 Met een kruidenspiraal kunnen op een beperkt oppervlak toch relatief veel kruiden worden gekweekt. Op de verschillende plekken zon, schaduw, droog (boven) en natter (onder) kunnen diverse soorten kruiden groeien. Theekruidenborder. Veel keukenkruiden zijn goed voor vlinders en bijen. Eetbare kruiden met sierwaarde Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Bergbonen Bieslook* Citroenkruid Dragon* Echte tijm* Hyssop* Komkommerkruid* Koriander* Satureja montana Allium schoenoprasum Artemisia abrotanum Artemisia dracunculus Thymus vulgaris Hyssopus officinalis Borago officinalis Coriandrum sativum Toepassing Vers of gedroogd bij vis of bonen Blad in salades, soepen, dipsausjes, eiergerechten, ragout, kruidenboter; eetbare bloemen als garnering Het jonge blad en scheuten bij vette gerechten In sauzen en marinades Veelgebruikt kruid in allerlei gerechten Blaadjes bij vis, pasteitjes, zoete gerechten Blad (lichte zoute smaak) als spinazie, in salades en als soep; eetbare bloempjes als decoratie Blad in stoofschotels, kipgerechten, salades en sauzen; zaden (anijsachtig) bij ingemaakte augurken in azijn, in wildpasteien, koekjes (onder andere speculaas), kaas Lavendel* Maggiekruid Mierikswortel Munt* Oregano* Roomse kervel* Lavandula officinalis Levisticum officinale Armoracia rusticana Mentha Origanum vulgare Myrrhis odorata Rozemarijn* Venkel* Rosmarinus officinalis Foeniculum vulgare Als thee of als toevoeging in salades, jam, zoete gerechten en lamsvlees Blad in soep; zaden in brood of desserts Geschilde en geraspte wortel bij vlees, vis, yoghurt- en mosterdsaus Blad voor bloei in thee, ook voor fruitsalades, dranken, soepen en vleesgerechten Takjes met bloem en al bij salades/vlees, oven- en stoofschotels, spaghettisauzen; de bloemen kunnen ook − al dan niet gesuikerd − worden gegeten Bladeren als smaakmaker bij gestoofd fruit, zoals kruisbessen en pruimen, in salades; zaden kunnen zo van de plant geplukt gegeten worden. Eetbare bloemen Lekker bij vlees, vis, gebakken aardappelen Alle delen een nootachtige smaak, lekker bij vis *Ook eetbare bloemen. 160
Page 184
Eetbare vaste planten met sierwaarde Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Adderwortel Beemdkroon Bergamotplant* Boerenwormkruid Daglelie* Daslook Dropplant* Duizendblad Echte sleutelbloem* Hondsdraf Kaasjeskruid* Kluwenklokje* Look-zonder-look Maarts viooltje* Mariadistel* Moerasspirea Muurpeper Salie* Smeerwortel Tuinanjer* Vijfdelig kaasjeskruid* Zwartmoeskervel Smyrnium olusatrum Stengels als asperge, bloemknoppen ingelegd, blad in salades *Ook eetbare bloemen. Persicaria bistorta Knautia arvensis Monarda Toepassing Bladeren als groente, soep (rijk aan mineralen) Blad in sla Olie van uitgeperst blad; bloemblaadjes in salades of als garnering; fijngehakte bladeren in sauzen, jam, gelei, limonade en wijn Tanacetum vulgare Hemerocallis Allium ursinum Agastache foeniculum Achillea millefolium Primula veris Glechoma hederacea Malva verticillata Campanula glomerata Alliaria petiolata Viola odorata Silybum marianum Filipendula ulmaria Sedum acre Salvia officinalis Symphytum officinale Dianthus caryophyllus Malva alcea Het jonge blad in omelet Bloemen zijn knapperig, pittig, goed te vullen met een mousse van roomkaas Als vervanger voor knoflook (zachter van smaak) Blaadjes in een verfrissende salade of in pannenkoeken, thee. Eetbare bloemen ’Middelbaar blad’ weinig in salades (heeft verkoelend effect), iets bitter Bloem en blad zijn eetbaar Pittige blaadjes in salades, dressing, hartige gerechten Bladeren als spinazie; bloemen van de Malva sylvestris vers in salades of gedroogd in thee. Bloemen in salades Het blad fijn snijden in salades of bij lamsvlees Bloemen voor de geur of (gesuikerd) als versiering; blad in salades Bloem als artisjok; jonge scheuten gekookt; geschilde, geweekte stelen als rabarber Met de bloemen kun je dranken geuriger maken Gedroogde en gemalen bladeren als peper gebruiken. Als kruid bij vette gerechten; gebakken blad lekker op salades. Eetbare bloemen Blad in salades of als spinazie Bloemen (de witte nagel verwijderen, kruidnagelsmaak) in salades, dranken, stroop, azijn Blad als spinazie of in salades; bloemen in salades 161 Fruit Veel vruchtbomen zijn verkrijgbaar in minivarianten, geschikt voor de kleinere tuin of dakterras. Ga voor een dubbelfunctie met een eetbare haag of eetbare parasol of pergola. Leifruit (langs muren) neemt minder ruimte in. 162
Page 186
Taart met dahlia en zonnebloemblaadjes. Eetbare border Veel eetbare planten hebben bloemen met een grote sierwaarde. Eetbare planten kunnen prima gecombineerd worden in een border. Zowel de bloemen als de vruchten zijn aantrekkelijk voor mens en dier. Combinatieteelt Maak gebruik van natuurlijke combinatieteelt. Door slim te combineren beconcurreren de planten elkaar niet, maar stimuleren ze juist elkaars groei. Bloemen bevorderen de groei van veel planten, ook in de moestuin en bij fruitbomen. Duizendblad, petunias en afrikaantjes zijn hiervoor in bijna alle situaties zeer geschikt. In de moestuin wordt de bodem beter bedekt door een combinatieteelt van groenten met bloemen. Dit geeft minder onkruid, maar heeft ook een gunstig effect op de bestuiving en ziektebestrijding. De wortels van afrikaantjes geven bepaalde stoffen af waardoor aaltjes worden geweerd. Dille trekt roofinsecten aan die de luizen opeten. Moestuinieren Een moestuin draagt bij aan een actievere houding en sociale samenhang. In de zorg en ook in het onderwijs is dit een betekenisvolle inrichting van de buitenruimte en een plek voor activiteiten. TIP Plaats bij aanwezigheid van kleine kinderen in het gezin de eetbare groenten en fruit liefst op een aparte plek. Dit om verwarring met giftige bessen van andere beplanting te voorkomen. Moestuinieren kan bij kinderen leiden tot een grotere consumptie van groenten en fruit. 163 Elke groep heeft zijn eigen verhoogde moestuinbak. Tuinkruiden worden gebruikt voor de dagelijkse bereiding van verse maaltijden. Het verbouwen van voedsel binnenshuis, in een binnentuin of op de werkplek, is sterk in opmars. Hierbij maakt men gebruik van LED- en hydroponic- (teelt op water) technieken. Les Jardins de Gally bij Parijs: de eerste indoor kantoormoestuin in Europa. 164
Page 190
B Er zijn tal van bloemen van eenjarigen, kruiden en vaste planten mits onbespoten, eetbaar en zeer decoratief in gerechten. In de tabellen zijn deze met een sterretje aangegeven. Er bestaan zelfs eetbare bloemenmengsels. Zowel eenjarig als meerjarig, met inheemse en uitheemse bloemen. Let op: niet alle delen van de beplanting zijn eetbaar of even lekker. Eetbare eenjarigen Nederlandse naam Dille* Wetenschappelijke naam Toepassing Anethum graveolens Blad in salades, sauzen, soepen, bij visgerechten, kip, kafsvlees, kaas; zaden in ossenstaartsoep, schildpadsoep, in marinades en thee; kauwen tegen slechte adem Fuchsia* Geranium* Fuchsia Pelargonium Gewone goudsbloem* Calendula officinalis Gewone klaproos* Papaver rhoeas Oost-Indische kers* Tuinmelde Zonnebloem* *Ook eetbare bloemen. Tropaeolum majus Atriplex hortensis ’Red Plume’ Helianthus annuus Een of twee dagen oude vruchtjes in desserts/sausjes. Bloemblaadjes als garnituur Bladeren in soepen/stoofschotels; bloemen in zoete gerechten Bloemblaadjes in salades en op gebak Gedroogd zaad (maanzaad) in brood, koekjes, fruit, pasta Peperige bladeren en bloemen in salades; bloemknopjes in azijn (kappertjes) Blad in salades en als spinazie (smaakt ook zo) Pitten zijn zo te eten of om olie uit te persen 167 TIP Ga voor planten met verschillende bloeitijden. • Vaste planten gaan na het plukken van bloemen vaak nog een keer bloeien. • Ook grassen en zaaddozen kunnen een ‘pluktuinboeket’ mooier maken. • Pluk bloemen vroeg in de ochtend of laat in de avond. De Pluktuin van Zorggroep Raalte is een groot succes. Een pluktuin waar ouderen zelf een boeket voor in woonkamer kunnen plukken. Een toegankelijke tuin vergroot de saamhorigheid en betrokkenheid, van bewoners én van de buurt. Plukken Vrouwen vormen een belangrijk aandeel onder de tuiniers. Thema’s die te maken hebben met beleving zoals bijvoorbeeld de aanleg van een border met pluk- of geurbloemen spreken veel vrouwen aan. Handig om te weten wanneer u voor deze doelgroep ontwerpt. Beleving en biodiversiteit Zonder bloemen geen bestuiving. Bloemen leveren zaad, bessen en vruchten. Bloemen staan aan de basis van de voedselketen voor mens en dier. Zie tabblad Biodiversiteit. Bloemen kunnen bij uitstek ingezet worden voor meer beleving door hun vorm, geur en kleur. Daarnaast zorgen bloemen met hun bloei voor seizoensbeleving. Ze bieden een interessante afwisseling van het tuinbeeld door het jaar heen. 168  Zie tabblad Geur en tabblad Kleur.
Page 192
B Biodiversiteit staat voor de mate van verscheidenheid aan levensvormen in een bepaald leefgebied of ecosysteem. In Nederland is de biodiversiteit sterk afgenomen vergeleken met andere landen. Dit komt voornamelijk door de toenemende verstedelijking, intensieve landbouw en milieuvervuiling. De bebouwde omgeving bestaat uit verschillende gebieden, elk met hun eigen microklimaat. Vaak anders dan in de natuurlijke omgevingen. Dit vraagt om het toepassen van de juiste beplanting voor die verschillende situaties. Goed voor plant, dier en mens. Voor insecten als bijen, hommels en vlinders is het belangrijk dat groene gebieden als een netwerk in de stad met elkaar zijn verbonden, verspreid maar niet te ver uit elkaar liggen (niet meer dan 500 meter). Hiertussen moeten ook voedselbronnen aanwezig zijn. 10% gevarieerd groen maakt de stad een prima leefgebied voor vlinders en bijen. 169 Levende tuinen kunnen in belangrijke mate bijdragen aan meer biodiversiteit in Nederland. Hoe rijker en gevarieerder het groen, hoe meer ruimte er is voor biodiversiteit. Ook bedrijventerreinen, schoolpleinen, wegbermen, rotondes, boomspiegels, braakliggende stukken en overhoekjes kunnen allemaal ingezet worden voor meer biodiversiteit in de bebouwde omgeving. Bodem Biodiversiteit begint al bij de bodem. Een gezonde bodem met een rijk en gezond bodemleven levert gezonde planten. Doordat er geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt hoeven te worden, komen er geen schadelijke stoffen in de voedselketen van het dierenrijk terecht. Water Een andere belangrijke maatregel voor meer biodiversiteit is het toepassen van water. Het leven volgt dan vanzelf. Water in de vorm van waterschalen dient als drinkplaats voor veel dieren. Vogels nemen er graag een bad. Dit kan zelfs al op een balkon of dakterras/-tuin. Daarnaast kunnen allerlei insecten er hun eitjes leggen. Minivijvertjes of minimoerasjes zijn hiervoor ook geschikt.  Zie tabblad Bodem. Libellen leggen hun eitjes op waterplanten. Daaruit komen larven, die tussen de waterplanten op de bodem van de vijver leven. Ze eten bladluizen en heel veel muggenlarven, waardoor men in de tuin veel minder last krijgt van muggen. Libellen houden van zonnige vijvers zónder vissen, maar met veel verschillende oeverplanten. Geschikte planten zijn bijvoorbeeld vederkruid, waterpest, hoornblad, fonteinkruid, kikkerbeet, waterbies, zegge, waterdrieblad, munt, egelskop en gele lis. 170
Page 194
In de levende tuin heerst een natuurlijk evenwicht tussen nuttige en ‘schadelijke’ dieren. Kikkers zijn een goede indicator voor de pH-waarde (zuurgraad) van de vijver. De huid van de kikker is zeer gevoelig en kan niet tegen een te lage pH. De pH-waarde van het water kan op natuurlijke wijze omhoog gebracht worden met het mineraal olivijn. Voor amfibieën als salamanders, padden en kikkers zijn vijvers met diepe en ondiepe onderdelen met beplanting zeer welkom. Hier kunnen zij schuilen en hun eitjes afzetten. Ook dient het er gedurende een deel van de dag zonnig te zijn. Koudbloedige dieren hebben de zon nodig om op te warmen. Deze dieren zorgen aan de ene kant voor meer levendigheid in de tuin. Aan de andere kant eten ze een behoorlijke hoeveelheid slakken en insecten als muggen. Vijvers - en dan vooral vijvers met natuurlijke oevers - zijn zeer goed voor meer biodiversiteit. Diervriendelijke oevers met een flauwe helling hebben een natuurlijke overgang van droog naar nat met een variatie aan oeverbeplanting. Hoe meer de natuur haar gang kan gaan, hoe beter de kwaliteit van het oppervlaktewater wordt. Voor het overleven van waterdieren bij vorst is het belangrijk dat de vijver voldoende diep is (minstens 0,8 m, liefst 1,5 m). Naast vijverfolie zonder giftige stoffen kan, afhankelijk van de lokale situatie, soms ook gebruikt worden gemaakt van een kleibodem. Beplanting Dieren houden niet van tegels als verharding. Hoe minder hoe beter. Open voegen bieden nog enige ruimte voor plantengroei en kleine beestjes. Bodembedekkers werken samen met het bodemleven. De insecten, die tussen de groenblijvende bodembedekkers leven, dienen weer als voedsel voor vogels. Ga zoveel mogelijk voor natuurlijk gekweekte beplanting zonder bestrijdingsmiddelen. Natuurvijvers vragen om een deskundige aanleg door een groenprofessional. 171 Voor meer informatie zie de publicatie ‘Vlinders in de tuin’ van de Vlinderstichting. Vlinders leven van nectar, een zoete stof die in bloemen zit. Niet alle bloeiende bloemen zijn even geschikt. Top 10 tuinplanten voor bijen Tien vlindertoppers Deze tien toppers zorgen het hele jaar door voor nectar in de tuin: Winterheide  maart Sneeuwbal  april Judaspenning  mei Lavendel  juni-juli IJzerhard  juni-sept Vlinderstruik  juli-augustus Koninginnenkruid  juli-sept Hemelsleutel  aug-sept Herfstaster  sept-okt Klimop  okt-nov Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Boerengeranium Goudsbloem Hemelsleutel Herfstaster Geranium macrorrhizem Calendula officinalis Sedem spectabile Aster ageratoides Klaproos / slaapbol Papaver orientale Kogeldistel Echinops ritro Lavendel Ossetong Stokroos Zijdeplant Lavendula angustifolia + stoechas Anchusa azurea Althaea rosea Asclepias incarnata + syriaca Gazon Bij een beperkt maairegime kan een bloemenweide groeien. Dit biedt ruimte aan de eitjes en rupsen van nachtvlinders. Deze dienen weer als voedsel voor andere vogelsoorten en vleermuizen. Nachtvlinders, waaronder ook motten, zijn vaak minder mooi gekleurd dan dagvlinders. Ze zijn veelal ‘s nachts actief, maar ook belangrijk voor de bestuiving. Klaver in het gazon is een natuurlijke bemesting. Het is goed voor de bodemschimmels en voor bijen en vlinders. 172
Page 196
Wehkamp Zwolle op bedrijventerrein Hessenpoort met inheemse beplanting en een wand voor oeverzwaluwen naast de waterberging. Inheemse beplanting Dieren zijn aangepast aan de inheemse soorten beplanting die van nature in Nederland voorkomen. Inheemse beplanting heeft hun voorkeur. Niet-inheemse beplanting kan een welkome aanvulling zijn om de diversiteit te vergroten en het bloeiseizoen te verlengen. Uit onderzoek blijkt dat een mix van inheemse en uitheemse plantensoorten het goed doet voor meer biodiversiteit in de bebouwde omgeving. Meer biodiversiteit in beplanting vermindert de kans op het uitbreken van plagen en plantziekten. Belangrijke bomen voor bijen Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Boswilg Gewone esdoorn Grauwe abeel Hemelboom Honingboom Kerspruim Krenteboompje Noorse esdoorn Robinia Rode paardekastanje Trompetboom Wilde appel Wilde lijsterbes Winterlinde Salix caprea ‘pendula’ Aces pseudoplatanus Populus canescens Aillanthus altissimi Sophora japonica Prunus cerasifera Amelanchier lamarckii Acer platanoides Robinia pseudoacacia Aesculus X carnea ‘Briottii’ Catalpa binoniodes Malus sylvestris ‘sylvestris’ Sorbus aucuparia Tilia cordata 173 Solitaire of wilde bijen. Op dit moment wordt de helft van de soorten bedreigd. Met een levende tuin en nestplaatsen helpen we ze. TIP Elke vogel heeft zo zijn eigen wensen qua beplanting. Voor meer informatie: Vogelbescherming tuinvogelconsulenten. Belangrijke bomen voor vogels Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Zwarte els Alnus glutinosa Ruwe berk Zachte berk Betula pubescens Betula pubescens Eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna Beuk Hulst Appelboom Zoete kers Morel Pruim Vogelbomen Een variatie aan beplanting met hoogteverschillen is goed voor vogels. Veel vogels profiteren van een boom (boompje) in de tuin, zoals merels, zanglijsters, huismussen, boomkruipers, boomklevers en mezen. Of gaaien en grote bonte spechten. Bomen bieden uitzicht, voedsel, veiligheid en maken voortplanting mogelijk doordat er plek is voor nesten. Doornige hagen en afscheidingen zijn goed voor nestgelegenheid. Een gemengde haag is ook zeer geschikt voor meer biodiversiteit met als voordeel dat er minder (nauw) gesnoeid hoeft te worden. Als toch gekozen wordt voor een harde omheining, ga dan voor een hek met ruimte waar dieren (onder) door kunnen. Het is voor hen beter als tuinen met elkaar in verbinding staan en niet hermetisch worden afgesloten. Of kies voor een schutting die ruimte biedt aan planten en dieren. De levende tuin is geen onneembare vesting voor dieren. Levende tuinen vormen samen één groot natuurlijk gebied waartussen dieren vrij kunnen bewegen. Kroosjes Vogelkers Zomereik Meelbes Lijsterbes Fagus sylvatica Ilex aquifolium Malus (diverse soorten) Prunus avium Prunus cerasus Prunus domestica Prunus domestica ssp.insititia Prunus padus ‘Albertii’ Quercus robur Sorbus aria Sorbus aucuparia 174
Page 198
TIP Zorg voor warmte Vlinders zijn koudbloedige dieren. Ze hebben warmte van de zon nodig om te vliegen. Ze zoeken de zonnigste plekjes van de tuin op. Plant nectarrijke planten daarom in de zon. En zorg voor zonnige plekjes uit de wind, waar vlinders kunnen opwarmen. Belangrijke klimplanten voor vogels en insecten Gevelgroen Ook gevelgroen biedt voedsel en schuilgelegenheid aan tal van vogels en insecten. Laat klimplanten langs de muren lopen. Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Bosrank Clematis vitalba Bruidsluier Clematis Heggerank Kamperfoelie Lathyrus (veld-) Klimop Wingerd Wijnstok Winde (akker-) Gypsophila paniculata Clematis hybriden Bryonia dioica Lonicera xylosteum / tatarica Lathyrus pratensis Hedera helix Parthenocissis quinquefolia Vitis vinifera. Convolvus arvensis De bloemen van deze klimplanten trekken insecten aan. De insecten en/of bessen dienen op hun beurt weer als voedsel voor vele vogels. De genoemde klimplanten zijn favoriet bij bijen. Begroeide pergola’s en fruitbomen zijn geschikte plekken om nestkastjes te hangen. Nestkastjes dienen op een beschutte plek met voldoende schaduw te worden geplaatst. Met de vliegopening zoveel mogelijk naar het noordoosten. Bij een windluwe plek is dit minder belangrijk. Bijvoederen van vogels mag het hele jaar rond. Vogels overeten zich niet en zullen niet verleren zelf voedsel te vinden. Dakgroen Ook een groendak trekt allerlei kleine insecten aan waar weer vogels op afkomen. Hiervoor is een lichtgewicht groendak met sedumbeplanting al heel geschikt. Een biodiversiteitsdak gaat nog iets verder. Sedum wordt aangevuld met andere droogte-resistente beplanting voor een grotere diversiteit. 175 Tuinen beslaan een groot deel van Nederland. Maar wat er allemaal in leeft aan verschillende soorten vogels, vlinders, zoogdieren, amfibieën en insecten weten we nauwelijks! Met uw hulp proberen we dat goed in beeld te krijgen. Meer weten? Ga naar www.tuintelling.nl. Het groene vogeldak is beplant met 25 verschillende inheemse grassen, wilde bloemen en kruiden. Daarbij worden in iedere 40 m2 vogeldak een kwikstaarten/roodstaarten-nestkast en een holenbroedernestkast verwerkt en is er een waterbad voor vogels. Daarnaast is er een insectenhotel op het vogeldak geplaatst. Bestuiving Bestuiving is een belangrijke schakel in de voedselketen en voor het hele ecosysteem. Bestuiving en bestuivers (insecten) zijn essentieel voor meer biodiversiteit. Ze helpen zo mee de plantsoorten in stand te houden. Insecten zorgen voor bestuiving en dienen weer als voedsel voor andere dieren. Bestuiving zorgt voor beplanting met zaden, vruchten en bessen die weer als voedsel dienen voor veel vogels, zoogdieren en ook voor de mens. 176
Page 200
Bedrijventerrein Greenfield Emmen. Bloemenweide Wilde bloemenweides zijn prachtig in aanzicht. Het is mogelijk om bloemenmengsels op maat te laten maken in kleur en speciaal geschikt voor de plek. Veel soorten groeien alleen op arme schrale gronden. Voor een blijvend mooi resultaat wordt onderhoud en beheer door een deskundig groenprofessional aanbevolen. Ga zoveel mogelijk voor stuifmeel- en nectarrijke beplanting voor voedsel van insecten. Honingbijen, solitaire bijen, hommels en vlinders zijn cruciaal voor de bestuiving. Gevarieerd groen in de bebouwde omgeving is essentieel voor het (over)leven van deze ook voor de mens zo belangrijke insecten. In bloemenweiden groeien vaak plantensoorten die in het landelijke gebied onder druk staan. Investeringen in de levende tuin die aantoonbaar bijdragen aan de versterking van de biodiversiteit kunnen in aanmerking komen voor subsidie. Dat is interessant voor bijvoorbeeld een bedrijventerrein. Kijk voor informatie op www.rvo.nl/subsidies-regelingen. Aanplant van een idylle. Idylles zijn nectarrijke en bloemrijke plekken. Goed voor vlinders, bijen en de mens. Bollen en knollen voor verwildering en goed voor bijen. 177 Belangrijke bollen en knollen voor bijen Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Anemoon Blauwe druifjes Crocus Herfststijloos Lenteklokje Sierui Sterhyacint Sneeuwklokje Sneeuwroem Tulp Winteraconiet Anemone blanda / Anemone nemerosa Muscari botryoides / Muscari aucheri Crocus tommasinianus / Crocus vernus Colchcium autumnale Leucojum vernum Allium molly / Allium “Purple sensation / Allium karataviense Scilla nonb-scripta / Scilla bifoloia / Scilla siberica Galantus nivalis / Galantus Chionodoxa luciliae / Chionodoxa forbesii Tulpa sylvestris / Tuplia tarda Eranthis hyemalis / Erantis cilicica Sierui. Ga voor meer bijzondere beplanting buiten het standaardsortiment. Voor kleinere tuinen is dit juist interessant, ook voor de tuinbezitter. Dit draagt bij aan meer biodiversiteit en helpt de soort in stand te houden. Fritillaria michailovskyi. Natuurvriendelijke elementen Stapelmuurtjes bieden leefruimte aan allerlei insecten. Deze dienen weer als voedsel voor vogels en amfibieën die er tevens hun schuilen overwinteringsplaats vinden. Vaak groeien er weer heel andere plantensoorten dan in de rest van de tuin. Takkenril De achterkant van de tuin kan afgesloten worden met een houtwal van dood snoeihout. Deze biedt leefruimte aan tal van insecten, vogels, kleine zoogdieren en paddenstoelen. Zo wordt er ook geen materiaal afgevoerd uit de levende tuin. De kringloop blijft gesloten. Composthoop Ook de composthoop is favoriet bij tal van insecten, vlinders, vogels en kleiner zoogdieren. Vooral egels, vlinders en wormen overwinteren er graag. 178
Page 202
Voor egels is het belangrijk een ongestoorde, niet te nette, plek te hebben met bladeren en mos. Een diervriendelijke tuin en een onderhoudsvriendelijke tuin gaan goed samen • Stel het onderhoud zoveel mogelijk uit tot het einde van de winter. • Laat afgevallen blad zoveel mogelijk liggen of breng het in de borders, omdat hier veel insecten tussen zitten. • Laat uitgebloeide planten staan tot het voorjaar. Het zaad is voedsel voor zaadeters. • Snoei struiken niet of niet tegelijk. Struiken zijn een belangrijke nest- en schuilplaats voor vogels. • Snoei besdragende en vruchtdragende bomen en struiken pas in het voorjaar. • Verwerk snoeihout en afgevallen takken in de tuin voor een takkenril. • Maak gebruik van natuurlijke bestrijdingsmiddelen.  Zie verder tabblad Onderhoud en tabblad Educatie. 179 In de levende tuin heerst een natuurlijk evenwicht tussen nuttige en schadelijke dieren. Toch kan in de bebouwde omgeving of op kleine oppervlakten enig ‘dierhinder’ worden ervaren. Hieronder enkele voorbeelden en een aantal natuurlijke maatregelen: Bijen: in principe zal een bij niet steken, tenzij men vlak voor het vlieggat van de bijenkast loopt of verstoort met bijvoorbeeld een bladblazer. Soms hangt er in de zomermaanden een bijenzwerm in de tuin. Deze bijen zitten vol honing en zullen in principe ook niet steken. Laat de zwerm rustig hangen en bel de plaatselijke imkervereniging om de zwerm op te halen. Hazen en konijnen: lusten geen Achillea, Aconitum, Aquilegia, Geranium, Helianthemum, Hemerocallis, Hosta, Iris, Lavandula, Salvia, Sedum of Veronica. Katten: ga voor bodembedekkende beplanting. Schelpen als verharding kunnen ook helpen. Mieren: plaats boerenwormkruid. Muggen en vliegen: plaats een walnotenboom bij het terras. Zorg voor meer kikkers en vogels in de tuin. Rupsen: vindt men vaak niet prettig in de tuin. Maar: rupsen worden vlinders. Zet geen planten die sterk vlinders aantrekken naast de moestuin. Slakken: Slakken zijn niet zo populair. Toch eten de meeste soorten vooral plantaardig afval, zoals bladeren, dode insecten, schimmel en hout. Het zijn nuttige opruimers. En ze dienen weer als voedsel voor andere dieren in de tuin, zoals vogels, muizen, egels en amfibieën. Kinderen zijn vaak gefascineerd door slakken. Ze komen zo op een gemakkelijke manier in aanraking met de natuur. Vogels: plaats blauwe netten over het fruit in de moestuin. Blauw is goed zichtbaar voor vogels. Wespen: een wespennest verwijdert in 6 uur 2500 vliegen en 650 langpoot- en steekmuggen. Alleen in augustus en september, als wespen overstappen naar zoet voedsel en onze terrassen belagen, kunnen ze last veroorzaken. 180
Page 204
E Een levende tuin biedt vele mogelijkheden voor activiteiten om te leren over de natuur of natuurlijke processen. In zo’n tuin gaat het niet alleen om ‘zenden’, maar vooral om inspireren en zelf ontdekken. Dit geldt voor de particuliere tuin, een groen schoolplein maar ook bijvoorbeeld voor een bedrijfstuin of tuin bij een zorginstelling. Kind Uit diverse onderzoeken is gebleken dat het belangrijk is dat kinderen al op vroege leeftijd in aanraking komen met de natuur. Naast het bos kan dat ook gewoon dichtbij zijn: in de eigen tuin of in het park om de hoek. Een tuin biedt de mogelijkheid voor het opdoen van zintuiglijke ervaringen en zorg voor de natuur. Als kinderen voor hun 12e jaar niet in aanraking komen met groen buiten, zullen ze daar later ook vaak weinig mee hebben. Ontwikkeling van rups tot vlinder koninginnepage. Zorg voor voedsel voor de rupsen. Voedselplanten voor rupsen zijn onmisbaar in een levende vlindervriendelijke tuin. Rupsen zijn vreselijk kieskeurig, ze lusten vaak maar enkele soorten planten. Tiny Forest Een Tiny Forest is een dichtbegroeid, inheems bos ter grootte van een tennisbaan. Dit bos is niet alleen een prettige plek voor vlinders, vogels, bijen en kleine zoogdieren, maar ook voor mensen. Kinderen leren in het ‘buitenlokaal’ over de Nederlandse natuur en buurtbewoners ontmoeten elkaar op een prettige en gezonde plek. Tiny Forest is een methode om natuurlijke, inheemse bossen te herstellen en te vertalen naar een stadsomgeving. 181 Gemeente Zaandam: hovenier, schoolkinderen en buurtbewoners plantten samen met IVN het eerste Tiny Forest, midden in de stad Zaandam. 182
Page 206
Vogels, vlinders, bijen, hommels en zweefvliegen zijn een lust voor het (kinder-) oog en belangrijk voor de bestuiving. Moestuin De moestuin is een ideale plek voor jong en oud om meer te leren over het verzorgen en kweken van kruiden, groenten en fruit. Ook leert men er over de onderlinge relaties tussen bodem, planten en dieren. Daarnaast leert men in een collectieve moestuin ook om samen te werken.  Zie ook tabblad Voedsel en bloemen. Gebleken is dat kinderen beter groenten eten als ze die ook zelf hebben verbouwd. Gezonde Schoolpleinen Hoveniers die meedoen aan het project ‘Gezonde Schoolpleinen’ schenken een geselecteerde basisschool een vierkante meter tuin. Samen met de kinderen richten ze deze ruimte in als vogel- en vlindertuin of moestuin. Daarbij vertellen ze over groen, het vak van hovenier etc. Meer informatie hierover is te vinden op www.gezondeschool.nl. 183 Kruipende beestjes als rupsen, slakken en pissebedden zijn ongevaarlijk. En fascinerend om te ontdekken voor peuters en kleuters. Groen schoolplein Het groene schoolplein biedt de school een uitgelezen kans om in het lesprogramma op aan te sluiten. Voor veel scholen is dit ook een belangrijke reden om het schoolplein te vergroenen. Er zijn allerlei werkvormen te bedenken voor de biologielessen en voor natuur- en milieueducatie. Ook de zorg voor natuur kan op het schoolplein worden ontwikkeld, bijvoorbeeld door kinderen te laten water geven, snoeien en plukken. Een waterelement op het schoolplein geeft de mogelijkheid om water als thema centraal te stellen: de rol van water in de natuur, de klimaatverandering waardoor we te maken krijgen met meer droge periodes en hevige regenval. Hoe kunnen we anders met water omgaan om te zorgen dat we minder last hebben van overstromingen? Voor meer informatie over de aanleg, onderhoud en het gebruik van een groen schoolplein zie VHG-handleiding Groene Schoolpleinen. 184
Page 208
Voor meer informatie over lesmateriaal of activiteiten: www.onsgroeneschoolplein.nl, Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid: www.ivn.nl, Centrum voor Natuur- en Milieueducatie: www.nmepodium.nl. De levende tuin is lesmateriaal en leslokaal ineen. De Inspiratietuin bij Hogeschool Leeuwarden wordt integraal gebruikt door diverse opleidingen. 185 TIP Meten is weten Adviseer de school om een CO2 -meter in de klas te plaatsen. Dan wordt het belang van het onderwerp snel zichtbaar. Door de hovenier U kunt als hovenier uw kennis over de natuur en het toegepaste groen delen en vertellen over uw vak. Zo kunt u bijvoorbeeld een gastles verzorgen in de klas of op het plein. Of na afronding van het project een presentatie geven voor het bedrijf of de instelling. Presentatiemateriaal over de levende tuin kunt u opvragen bij VHG. Ook kunt u hier informeren naar de mogelijkheden om door VHG een presentatie over de levende tuin te laten verzorgen. Groen in de klas Informatie en inspiratie Kijk op www.intogreen.nl voor meer informatie en inspirerende voorbeelden van ‘planten in de klas’. Op deze site is ook lesmateriaal te vinden. Wilt u op de hoogte blijven van actuele onderzoeksresultaten? Volg Into Green op Twitter: @IntroGreenNL.nl. Planten in de klas zijn ook prima in de les te gebruiken. De kinderen kunnen leren hoe planten groeien, wat ze doen en hoe je ze moet verzorgen. Ze kunnen bovendien actief aan de slag in een practicum of presentatie. Ook het belang van planten voor het produceren van gezonde lucht kan worden uitgelegd. 186
Page 210
Bedrijfstuin Drentea Greenfield: project met testveld voor mogelijkheden van het gebruik van hennep, vlas en grassoorten als grondstof. Inspiratie uit de natuur We kunnen in een levende tuin meer leren over de planten en dieren, over ons voedsel, het klimaat maar ook over het gebruik van duurzame materialen of principes uit de natuur die bijdragen aan duurzame innovatieve producten of een prettige leefomgeving. Voor ouderen in de zorg De natuurkoffer is een koffer vol natuurproducten om ouderen die niet goed ter been zijn de natuur te laten beleven zonder dat zij daarvoor de deur uit hoeven. Hierdoor komen herinneringen naar boven die aanleiding zijn voor een gesprek. De natuur wordt ingezet als middel om herinneringen op te halen, gesprekken te stimuleren en het sociaal isolement te doorbreken. De IVN Tuinkaart is een inspiratiebron om bewoners de tuin op een nieuwe manier te laten beleven. In de Tuinkaart staat informatie over bepaalde onderdelen van de tuin zoals planten, bomen, dieren of andere tuinelementen. Met de Tuinkaart activeert u niet alleen de bewoners, u betrekt daar ook mantelzorgers, vrijwilligers en buurtbewoners bij. Samen de tuin bezoeken is zoveel leuker en is goed tegen eenzaamheid. 187 Cultuurhistorisch besef Een oude boom is een levende schakel met het verleden en kan dan ook van cultuurhistorische betekenis zijn. Niet alleen hun imposante uiterlijk of omvang maakt bomen beroemd. Hun bekendheid hangt vaak nauw samen met gebeurtenissen die bij de boom hebben plaatsgevonden. Denk aan de Anne Frankboom of ‘de boom die alles zag’ in de Bijlmer (vliegtuigramp 1992). Het is van groot belang dat de boom gezond blijft. Regelmatige controle door een boomspecialist is een vereiste om de boom in goede conditie te houden en het risico op takbreuk zoveel mogelijk te verkleinen. Laat alleen snoeien als daar een reden voor is, zoals kans op takbreuk. Snoei van gezonde takken betekent namelijk energieverlies voor de boom. Wanneer het om het snoeien van dikke takken gaat, is de schade voor de boom extra groot. De boom moet dan veel energie steken in het overgroeien van de snoeiwond. Betrek kinderen bij eventuele werkzaamheden aan de boom. Laat ze van het snoeihout iets maken. Of verzamel met elkaar de takken. Bekendheid van een boom in de (wijde) omgeving zal een boom ook bescherming bieden. Als de boom ouder dan 80 jaar en bijzonder is, kan hij worden opgenomen in het Landelijk Register van Monumentale Bomen van de Bomenstichting (www.monumentalebomen.nl). 188
Page 212
D m Het gebruik van duurzame producten en materialen is belangrijk in een levende tuin. De vraag naar duurzame producten en materialen voor een gezonde en duurzame leefomgeving neemt enorm toe. Veel maatschappelijk georiënteerde bedrijven, instellingen en tuinbezitters willen dat hun interieur en exterieur hun duurzame imago of levensstijl weerspiegelt. Bij duurzame producten kan men bijvoorbeeld kijken naar het transport en of het materiaal biologisch afbreekbaar is. Bij beplanting naar de herkomst, teeltwijze en bijdrage aan biodiversiteit. In dit thema leest u meer over een aantal duurzame principes en voorbeelden. Lokaal en verantwoord Werk zoveel mogelijk met lokale producten, lokale leveranciers, lokale kennis en lokale professionals. Of materialen die vervaardigd zijn door medewerkers met een bijzondere positie op de arbeidsmarkt. Hergebruik Hergebruik van bestaande materialen is altijd een goede optie. 189 Duurzame bedrijfstuin ABN AMRO Circl, Amsterdam. Helemaal aangelegd volgens het circulaire gedachtegoed. Circulariteit De bedoeling van circulariteit is zoveel mogelijk verspilling voorkomen en afval beperken. De producten en materialen die worden gebruiken zijn herbruikbaar, verantwoord en brengen geen schade aan de omgeving. Als hovenier kunt u bijvoorbeeld het vrijkomende snoei- of groenafval verwerken tot grondverbeteraar. Deze zogenaamde bokashi kan dan weer (ter plekke) worden hergebruikt. Minder CO2 Om CO2 te reduceren kunt u gebruik maken van ondergrondse biobased kluitverankering in plaats van houten boompalen bij het planten. En ander voorbeeld voor een beter klimaat is halfverharding gemaakt van olivijn. Naast waterpasserend is deze halfverharding in staat om CO2 veilig op te slaan in kalksteen. Denk ook aan waterpasserende groenverharding. Het gras bindt CO2 en verkoelt. Door de open structuur wordt het bodemleven minder belast. 190
Page 214
Oplaadpaal en verlichting ineen. Dubbelfunctie Een product dat meerdere functies biedt is vaak duurzamer. Dit omdat er voor 1 product met dubbelfuncties vaak minder materiaal, transport en energie verbruikt is dan voor afzonderlijke producten met 1 functie opgeteld. Energie Gebruik hulpmiddelen die werken op elektriciteit, accu of spierkracht in plaats van fossiele brandstof. Dit voorkomt tevens lawaai, stank en uitstoot van CO2. Onze leefomgeving wordt vaak te overvloedig verlicht. Het ’s nachts verminderen van de lichtvervuiling is belangrijk voor het bioritme van planten, (nacht)dieren en van de mens. Kies voor tijdschakelaars, producten met zonnecellen of (groene) LED-verlichting. Slimme techniek Maak gebruik van domotica. Slimme apparaten en systemen zijn met sensoren beter afgestemd op de werkelijke behoefte. Dit betekent een efficiënter en duurzamer gebruik. Bijvoorbeeld voor watergeven en het bemesten van de bodem. Alternatief Ga voor een product dat minder schaars is. Bijvoorbeeld steenslag in plaats van grind. Kies voor Europees of FSC-gecertifieerd hout of hout van Nederlandse bossen in plaats van tropisch hardhout. Of kies voor een alternatief product dat gemaakt is van materiaal dat snel hergroeit. Een voorbeeld is bamboe. Ook zijn er nog andere alternatieven voor terrassen, vlonders en beschoeiingen gemaakt van gerecyclede grondstoffen. 191 Ga zoveel mogelijk voor duurzame materialen die lang meegaan. Lange levensduur en weinig onderhoud Ga zoveel mogelijk voor duurzame materialen die lang meegaan en zo min mogelijk of geen behandeling nodig hebben. Duurzame werkwijze Ga na of de manier van werken ook duurzamer kan. Een voorbeeld is dat de vaste planten op de kwekerij worden ontdaan van hun potten. Zo wordt fors bespaard op kosten van het opruimen en het afvoeren van afval, terwijl het materiaal wordt hergebruikt. Bovendien gaat het planten sneller. Bruikleen Een recente ontwikkeling op het gebied van duurzaamheid is dat de producten door middel van leasecontracten in bruikleen worden gegeven door de leverancier. Bijvoorbeeld de gebruiker ontvangt licht voor een bepaalde periode maar de leverancier blijft eigenaar van de lampen. Leveranciers worden zo gestimuleerd producten te maken die lang meegaan. Borderranden bijvoorbeeld, kunnen na afloop van een project elders weer worden hergebruikt of verwerkt. Meten is weten Welk product is nu duurzaam? Hoe meet je eigenlijk duurzaamheid en op basis waarvan dan? NL Greenlabel heeft drie duurzaamheidspaspoorten ontwikkeld: voor een product, voor een plant en voor een gebied. Het duurzaamheidslabel wordt op een vergelijkbare manier gepresenteerd als de energielabels bij apparaten. Zie www.nlgreenlabel.nl. 192 Een duurzame levende tuin begint bij een goed integraal ontwerp en aandacht voor duurzaam beheer.
Page 216
Duurzaamheidspaspoort ABN AMRO Circl Visie en Ontwerp: Duurzame buitenruimte Donkergroen Donkergroen oyal HaskoningDHV en Stabilitas heeft de buitenruimte beoordeeld op: 1. Ontwerp, aanleg en onderhoud 2. Producten en materialen 3. Energie en klimaat 4. Bodem en water elatie mens en omgeving oyal HaskoningDHV en Stabilitas kennen, op basis van expert judgement, de onderstaande score toe aan deze buitenruimte: * NL Greenlabel A Deze duurzaamheidsscore is geldig van september 2017 tot september 2022 * Één bonuspunt is toegekend voor de sterke focus en volharding op circulariteit. Zie beoordelingsrapport voor achterliggende informatie versie: 2017 Voor zakelijke opdrachtgevers geldt dat investeringen in de levende tuin, waarbij aantoonbaar gebruik gemaakt is van duurzame producten of materialen, in aanmerking komen voor belastingvoordeel. Dit geldt ook voor investeringen in de directe omgeving van een gebouw die passen binnen het concept De Levende Tuin en de klimaatbestendigheid of biodiversiteit bevorderen. De lijsten met met maatregelen die hiervoor in aanmerking komen worden jaarlijks vastgesteld. Kijk voor de actuele overzichten op www.rvo.nl/subsidieregelingen/brochures/milieulijsten. Het is raadzaam ook bij gemeenten of waterschappen te informeren naar subsidieregelingen. Meer over duurzaamheid • In de levende tuin worden duurzame bodemverbeteraars en meststoffen gebruikt  zie tabblad Bodem. • Ook gaat men duurzaam om met water  zie tabblad Water. • Over duurzame beplanting  zie tabbladd Onderhoud, Biodiversiteit en Voedsel/Bloemen. • Bij het onderhoud en beheer wordt gekozen voor duurzame bestrijding en biologisch onkruidbeheer  zie tabblad Onderhoud. TIP Sommige duurzame elementen gaan langer mee dan de minder duurzame alternatieven. Andere weer niet. Geef goede uitleg over de verwachtingen. 193 Niverplast, Nijmegen technisch uitdagend groendak. 194
Page 218
O Is de levende tuin goed onderhouden, dan is het er prettig om te verblijven. Zonder passend onderhoud verliest de tuin aan meerwaarde en kan deze niet optimaal de gewenste functies vervullen. Een levende tuin kan prima onderhoudsvriendelijk zijn. Bij aanvang is een gezonde bodem voor gezonde planten een eerste vereiste. Verder een goed doordacht ontwerp. Daarnaast dient de juiste plant op de juiste plek te staan. Versteende tuin Voor de klant lijkt een tegeltuin vaak goedkoper en makkelijker te onderhouden dan een tuin met veel planten. Een tegeltuin is in aanleg niet perse goedkoper dan een meer groene tuin. In de tegeltuin is ook onderhoud nodig. Tegels moeten gereinigd worden met een hogedrukspuit. Planten in bakken moeten vaker water hebben. Tijdens afwezigheid moet iemand anders de verzorging hiervan overnemen. Beplanting moet vaker vervangen worden. Bij hevige regenval loopt het terrein, de tuin en/of het achterpad onder. Stenen worden erg snel heet in de zomer. In gebouwen, in huis, in de geparkeerde auto en op het terras wordt het erg heet in een stenige omgeving. Het is niet prettig om te verblijven in een grotendeels verharde omgeving. Bovendien blijkt uit onderzoek, dat bestrate tuinen vaker vervuild zijn. 195 Bodembedekken Kale bodems zijn gevoelig voor uitdroging en erosie door water en wind. Ongewenste planten (‘onkruid’) krijgen er vrij spel. In de levende tuin staat de bodem niet bloot aan zon, wind en water. Van onkruid is weinig sprake. Schoffelen in de levende tuin is dan ook niet echt nodig. Door schoffelen en vooral door andere vormen van bodembewerking wordt het bodemleven nadelig beïnvloed. De bodem is volledig en permanent bedekt door planten. Om een snelle dichtgroei te bereiken kiest men voor een grote potmaat (pot 11 cm vierkant). Deze beplanting is ook bestendiger tegen betreding. Door te gaan voor meer planten per vierkante meter wordt zo snel mogelijk een dekkend resultaat verkregen. Groenblijvende bodembedekkers zijn geschikt op plekken onder bomen. Als het niet anders kan; bedek dan de kale bodem met natuurlijke materialen. TIP Vermeld aanbevolen maatvoeringen in bestekken en bestellingen. Licht de voordelen van planten in een grotere maatvoering toe. Een ecologische bodembedekking van tarwestro-pellets tegen onkruid (bij aanplant) vormt een korst die niet wegwaait en licht tegenhoudt zodat onkruidzaadjes niet ontkiemen. De laag houdt water vast en voorkomt verdamping. 196
Page 220
Vaste planten Toepassing van vaste in plaats van eenjarige planten is een goede manier om het onderhoud te verminderen. Er is een vaste plantensortiment beschikbaar dat snel dichtgroeit, onkruidgroei onderdrukt en weer uitloopt na een maaibeurt. Vaste planten zijn goed bestand tegen hitte, droogte of natte omstandigheden. Ze zijn bovendien winterhard, langlevend en goed bestand tegen betreden of allerlei dieren als honden, konijnen of duiven. De voordelen van vaste planten nemen in de loop der jaren meestal alleen maar toe. Voorwaarde is wel dat passend onderhoud wordt uitgevoerd. In een levende tuin maken de planten zelf de kwaliteit van hun groeiplaats steeds beter. Heesters Heesters zijn verkrijgbaar in tal van speciaal gekweekte soorten die beperkt (machinaal) gesnoeid hoeven te worden. Ga voor kwekers die planten op een duurzame wijze telen wat leidt tot sterk en weerbaar plantmateriaal. En voor beplanting die goed aanslaat, doorgroeit en doorbloeit. 197 TIP Hou bij het beheer rekening met natuurlijk beheer. Leg uit waarom. Gazon Onderstaande grafiek laat zien dat het onderhoud van gazons niet zo goedkoop is als vaak wordt beweerd. De cumulatieve kosten (investering plus jaarlijks onderhoud) van gazons zijn op de langere termijn hoger dan die van andere typen beplanting die meer bijdragen aan de biodiversiteit in de levende tuin. Kosten in € 1.000 2.000 3.000 4.000 0 1 2 3 4 5 Jaren 6 7 8 9 10 ■ Sierheesters, duur ■ Gazon ■ Sierheesters, goedkoop ■ Vaste planten Festuca zijn grassoorten die weinig hoeven te worden gemaaid. Eventueel kunnen schapen worden ingezet als natuurlijke grasmaaier. - Waterschap Rijn en IJssel, Doetinchem. 198
Page 222
Er zijn verschillende mengsels duurzaam gekweekte verwilderingsbollen verkrijgbaar. Bloeiperioden en kleur kunnen naar wens worden afgestemd. Gewenste kruiden in de voegen. Alleen de paden maaien. Biologisch onkruidbeheer Gif spuiten werkt alleen op korte termijn. Bovendien komt het gif in de bodem, flora en fauna terecht. Het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen op verharding en in overig groen is verboden. Regelmatig vegen van verharding geeft onkruid weinig kans. Een duurzame methode voor onkruidbestrijding is het gebruik van heet water. Onderzoek heeft aangetoond dat deze methode één van de meest effectieve is, doordat de plantjes hiermee tot in de wortel worden bestreden. Andere methoden zijn branden of borstelen. Wat is onkruid? ‘Onkruid’ kan ook mooi zijn en is goed voor de biodiversiteit. 199 Hoe meer biodiversiteit, hoe meer weerstand tegen ziekten en plagen. Natuurlijke bemesting Met natuurlijke bemesting wordt het bodemleven gestimuleerd waardoor ook de doorwortelbaarheid en de opnamecapaciteit sterk verbetert. Een gezonde bodem kan vervolgens toe met minder bemesting. Een voorbeeld is mulchen: het bedekken van de bodem met een laag organisch materiaal zoals bladeren, grasmaaisel of compost. Mulchen is arbeidsbesparend, omdat het ter plekke voor bemesting zorgt. Natuurlijke bestrijding Gezonde planten hebben een grote weerstand tegen ziekten en aantastingen door insecten. Natuurlijke plantversterkers kunnen de plant extra aanzetten tot het zelf aanmaken van afweerstoffen. Bijvoorbeeld tegen buxusmot, schimmels en insecten als engerlingen en emelten. Dat reduceert het aantal bespuitingen met chemische bestrijdingsmiddelen en levert kwalitatief betere opbrengsten. Natuurlijke bestrijding geeft minder belasting voor de bodem, mens en milieu. Een bewijs van vakbekwaamheid (spuitlicentie) is niet nodig voor dergelijke producten. Bestrijding met beestjes De beste manier van natuurlijke bestrijding van beestjes is het inzetten van andere beestjes. Vogels, kikkers en egels eten graag een slak. Nuttige aaltjes, nematoden, kunnen ingezet worden voor het natuurlijk bestrijden van ongewenste slakken, emelten of engerlingen. Nematoden dringen hun slachtoffer binnen. Dan komen bacteriën vrij die in symbiose leven met de nematoden. Het slachtoffer sterft en daarna verspreiden de nematoden zich weer op zoek naar een nieuw slachtoffer. Het inheems lieveheersbeestje eet verschillende bladluissoorten. Het kan gebruikt worden in tuinen, moestuinen en in het openbaar groen. Deze beestjes zijn in zakjes te bestellen, zodat de larven makkelijker in bomen en struiken kunnen worden geïntroduceerd. Vijvers Overmatige algengroei in vijvers is meestal het gevolg van een overmaat aan meststoffen. Het is een biologisch probleem dat om een biologische oplossing vraagt. Een chemische aanpak kan juist averechts werken. De beste behandeling is daarom gericht op het wegnemen van de voedingsbron voor algen door toevoeging van speciale bacteriën. Deze nemen het voedsel voor algen en wieren op, zodat zij minder kunnen groeien. Resultaat is tevens dat er geen vieze moerasgassen en slijm meer gevormd worden. 200 Een diervriendelijke en onderhoudsvriendelijke tuin gaan goed samen.  Zie verder tabblad Biodiversiteit. Chemische bestrijding maakt het gewas zwakker, doodt ook goede organismen en komt in de voedselketen van de tuin terecht.  Zie verder tabblad Bodem. In de levende tuin zijn nuttige en ‘schadelijke’ beestjes in balans.
Page 224
Lange termijn Afspraken voor onderhoud en beheer op langere termijn zijn een win-winsituatie voor zowel de opdrachtgever als de groenprofessional. De groenprofessional gaat voor sterke robuuste beplanting of beplanting met een grotere bedekkingsgraad. Dit betekent meteen al een beter resultaat en minder vervanging ook op de langere termijn. Zakelijke opdrachtgevers kunnen de aanleg en het onderhoud van groen op de balans zetten. Voor de opdrachtgever is een langetermijnonderhoudscontract voordeliger dan een kortetermijnonderhoudscontract. Draag wat je uitspreekt. Draag duurzame beschermende kleding voor werken in de openbare ruimte. 201 Wie doet het onderhoud De groenprofessional kan een gedegen beheer en onderhoudsplan maken voor de levende tuin, met aandacht voor duurzaam beheer. Belangrijk is dat er bij het begin van het project ruimte voor onderhoud wordt gereserveerd, zowel financieel als organisatorisch. In de ideale situatie is er voldoende ruimte voor professioneel onderhoud. Voor educatiedoeleinden, het betrekken van mensen bij de levende tuin of om kosten te beperken, kan een deel van de onderhoudswerkzaamheden samen met anderen worden verricht. Bijvoorbeeld met leerlingen, buurtbewoners, patiënten, vrijwilligers of personeel. Voor de tuinbezitter kan een onderhoudsagenda opgesteld worden waarop staat welke vaak wat eenvoudigere taken men wanneer kan uitvoeren. Het is verstandig dat de groenprofessional vanuit zijn deskundigheid een coachende rol blijft houden en eventueel begeleidt en adviseert ter plekke bij uitvoering door derden. Slimme techniek Er komen steeds meer slimme systemen (domotica) op de markt met sensoren die reageren op de omgeving en bijvoorbeeld de lichtintensiteit, temperatuur en bodemvochtigheid meten. Op die manier wordt alleen water gegeven wanneer dat nodig is. Op elk moment kunnen gegevens worden bekeken via de app. Materialen Pas duurzame materialen toe die lang meegaan en onderhoudsarm zijn. Gebruik zuinig of elektrisch materieel voor onderhoud en vervoer.  Zie ook tabblad Duurzame materialen. 202
Page 226
B De levende tuin heeft vele effecten die leiden tot meer welzijn en welvaart. Sommige effecten zijn direct, andere zijn indirect. Meer groen leidt tot een betere luchtkwaliteit, minder hoofdpijn en een betere concentratie. Meer groen leidt ook tot een aangenamere temperatuur en meer ontspanning wat weer leidt tot een betere concentratie en een hogere productiviteit. Dit zorgt uiteindelijk allemaal samen voor meer omzet en draagt bij aan minder ziekteverzuim. Hieronder wordt een aantal baten van groen genoemd die in het economische verkeer geprijsd kunnen worden. Van de operationele kosten die een bedrijf of instelling heeft, gaat gemiddeld 90% op aan personeel. Met de levende tuin is hier juist veel meer waarde te behalen. De (indirecte) baten die behoren bij de diverse andere thema’s, zijn onder de groene tabbladen terug te vinden. Uit onderzoek is gebleken dat het ziekteverzuim op kantoren waar planten met luchtzuiverende werking stonden, terugliep met 3,5 dag per werknemer. In een bedrijf met 24 werknemers scheelt dit 84 productieve dagen op jaarbasis. 203 Een groene uitstraling heeft een positief effect op het aantrekken van medewerkers en vrijwilligers. En ook op het aantrekken van jongere werknemers. Groene omgevingen zijn aantrekkelijker en vormen een beter vestigingsklimaat voor bedrijven en burgers. Een mooie groene omgeving zorgt voor een goed leefklimaat voor expats en dat is belangrijk als vestigingsfactor voor grote internationale bedrijven. Vastgoed is meer waard in een groene omgeving. De waarde van onroerend goed stijgt met 15% bij uitzicht op water. Bij uitzicht op een open ruimte met 10%, op een park met 6% en op een plantsoen met 5%. VvE Ithaka Almere: de bouwer/ontwikkelaar heeft een gezamenlijke tuin met natuurzwemvijver gerealiseerd ter stimulering van de verkoop van de woningen. 204
Page 232
Aantrekkelijk highlevel bedrijvenpark Hessenpoort Wehkamp Zwolle. Een groene bedrijfsomgeving genereert extra aandacht en kan ingezet worden als een PR- of marketingtool. Meer financieel De waarde van een woning stijgt met 1% bij een goede boom in de voortuin. Bij vastgoed in een mooie groene omgeving kunnen hogere huurprijzen worden gevraagd. Publieke investeringen in het groen kunnen worden terugverdiend door hogere belastinginkomsten (WOZ, woningwaardeforfait). Er bestaan allerlei fiscale stimuleringsmaatregelen. Dit gaat van de aanleg van groendaken, gevelbegroeiingsystemen, natuurvriendelijke voorzieningen, natuurspeelplekken in en bij de bebouwde omgeving tot natuurzwemvijvers. Raadpleeg bijvoorbeeld www.rvo.nl en informeer ook bij gemeenten en waterschappen. 209 TEEB De maatschappelijke effecten van maatregelen kunnen berekend worden met het rekenmodel The Economics of Ecosystems and Biodiversity (TEEB). Deze methode brengt de kwaliteitsveranderingen en baten in kaart voor de luchtkwaliteit, energie, economie, recreatie, samenleving en natuur. Deze TEEB-methode kan inzichtelijk maken wie baat heeft bij groen en wellicht kan meebetalen aan deze voordelen. Kijk voor meer informatie op www.teebstad.nl. BIZ Samen met andere ondernemers kan er een Bedrijven Investeringszone (BIZ) worden opgericht. Een BIZ is een afgebakend gebied op een bedrijventerrein of in een winkelgebied. Met elkaar wordt er geïnvesteerd in een aantrekkelijke en veilige bedrijfsomgeving. Bedrijven betalen hiervoor een heffing aan de gemeente. De gemeente stelt de opbrengst ter beschikking aan de vereniging of stichting die de activiteiten uitvoert. De activiteiten van een BIZ zijn een aanvulling op die van de gemeente, zoals bijvoorbeeld de groenvoorziening. 210
Deze handleiding is bedoeld om ontwerpers en hoveniers te ondersteunen bij het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van groene schoolpleinen.

VHG Handleiding Groene Schoolpleinen


Page 2
VOORWOORD O i Als kind speelde ik in het groen dat het een lieve lust was. Mijn oma had bijvoorbeeld een uitgebreide bloementuin bij ons thuis. Er kwamen allerlei soorten vlinders in voor, waar ik gefascineerd naar kon blijven kijken. Ik had ook een stukje tuin zelf ingericht. Een kleine acht van zand als pad en daaromheen allerlei vaste planten, bloeiend zomergoed, eetbare gewassen en struiken. Ik weet nog hoe ik onder het dichte bloemendek van de herfstasters doorkroop. Ze groeiden zo dicht, dat mijn oma het nog niet eens in de gaten had. Ik denk met liefde aan die tijd terug. Ik was volop aan het ontdekken, het groen inspireerde mij en mijn oma leerde me van alles. Dat draag ik nog elke dag met mij mee. Groen is goed voor de ontwikkeling van kinderen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt bijvoorbeeld, dat jongens na het spelen op een groen schoolplein beter de lesstof kunnen opnemen. Spelen op een groen schoolplein ondersteunt kinderen ook in het ontwikkelen van sociale vaardigheden. Groen nodigt uit om te ontdekken hoe de natuur in elkaar zit, net zoals ik dat als kind deed. Groene schoolpleinen staan om die redenen nu in het middelpunt van de belangstelling. Voor hoveniers en groenvoorzieners is dit nog een relatief nieuw terrein. Zij kunnen met hun groene vakmanschap een belangrijke bijdrage leveren aan de aanleg en het onderhoud van een succesvol groen schoolplein. Hoe vertalen we de resultaten van het wetenschappelijke onderzoek in een concreet plan? Wat werkt wel en wat werkt niet? Hoe betrekken we de kinderen bij het ontwerp en de realisatie? En hoe zorgen we ervoor dat het groene schoolplein zijn functionaliteit behoudt? Al deze vragen komen aan de orde in deze nieuwe handleiding, waartoe Branchevereniging VHG met steun van het Productschap Tuinbouw, het initiatief heeft genomen. We doen dit vanuit onze boodschap en missie dat groen bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving, de bevordering van de biodiversiteit en de gezondheid van mensen. Met de groene schoolpleinen voegen we een innovatie aan ons groene vak toe, die bovendien een enorm belangrijke maatschappelijke betekenis heeft. Het gaat over de ontwikkeling van kinderen. Het is prachtig, dat we daar als groene sector heel concreet een bijdrage aan kunnen leveren. Ik bedank dan ook iedereen die aan de totstandkoming van deze handleiding heeft bijdragen, zeer hartelijk voor zijn inzet en inbreng. Van harte hoop ik, dat de diverse ideeën in deze handleiding straks terug te zien zullen zijn op vele groene schoolpleinen in Nederland. En dat ik ook daar veel kinderen zie spelen dat het een lieve lust is. Egbert Roozen, directeur Branchevereniging VHG
Page 6
KC Montessori, Maastricht Montessorischool Apollo, Leiden INLEIDING W h Deze handleiding is bedoeld om ontwerpers en hoveniers te ondersteunen bij het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van groene schoolpleinen. Met praktische tips en inspirerende voorbeelden willen wij antwoorden geven op vragen zoals: ‘Wat is een groen schoolplein?’, ‘Wat werkt wel en wat niet?’ en ‘Wat vraagt het van de hovenier?’ U vindt in dit handboek geen kant-en-klare recepten voor een perfect groen schoolplein. Het is een bron van informatie voor professionals die vanuit hun eigen deskundigheid en creativiteit, samen met de klant, concreet invulling geven aan het groene schoolplein. Overigens: we hanteren in deze handleiding de term ‘schoolplein’, maar de informatie is grotendeels ook van toepassing op terreinen bij kinderopvang- en zorginstellingen. Van grijs naar groen De laatste jaren veranderen steeds meer schoolpleinen van grijze tegelplateaus in een groene avontuurlijke omgeving. Een plein met natuurlijke groene elementen zoals bloemperken, grasveldjes, boomstammen, zand en water, speelbosjes, heuvels, insectenhotels, moestuinen enzovoorts. De kinderen worden er uitgedaagd om te spelen in en met natuurlijke elementen. Ze komen bovendien op een creatieve manier in contact met de natuur. De baten van een groen schoolplein Uit onderzoek blijkt dat groene schoolpleinen (en speelplaatsen) unieke speel- en leermogelijkheden bieden voor kinderen. Kinderen vinden een groen schoolplein leuker dan een grijs schoolplein en spelen er gevarieerder. Jongere kinderen vinden school leuker, hebben meer vriendjes en geven aan minder vaak gepest te worden dan hun leeftijdsgenootjes met een tegelplein. Als een plein na vergroening ook echt aantrekkelijker wordt gevonden, verbetert het sociale klimaat van de school. Informatie uit onderzoek en de praktijk Het succes van een groen schoolplein is in belangrijke mate afhankelijk van factoren zoals de inrichting, het gebruik, het onderhoud en het draagvlak onder docenten, ouders, leerlingen en omwonenden. Gelukkig is ook daarover steeds meer informatie bekend, uit onderzoek én uit de praktijk. In dit handboek is deze informatie gebundeld en bewerkt tot praktische handvatten voor de groene ondernemer. Daarbij gaat het niet alleen om het groen zelf, maar ook om de communicatie met de betrokken partijen en het betrekken van de kinderen bij het groen.
Page 8
Opzet van deze handleiding In deze handleiding komen de belangrijkste aspecten aan bod van het ontwerp en de aanleg van een groen schoolplein. Hoofdstuk 1 geeft beknopte achtergrondinformatie over de meerwaarde van een groen schoolplein, zowel voor de gebruikers als voor de omgeving. Hoofdstuk 2 beschrijft in het kort de aandachtspunten tijdens de voorbereiding van een vergroeningstraject. Denk aan aspecten als draagvlak en communicatie. Maar ook aan een helder plan van aanpak. In Hoofdstuk 3 komen de aspecten aan bod die een rol spelen bij het ontwerpen van een groen schoolplein. In Hoofdstuk 4 staan we stil bij de aanlegfase: waar moet u allemaal aan denken, wie helpen mee en hoe wordt dat georganiseerd? Hoofdstuk 5 is gewijd aan het gebruik van een groen schoolplein. Dit is wezenlijk anders dan van een grijs schoolplein. Wat is wel en niet mogelijk? Hoe zit het met veiligheid? Hoofdstuk 6 gaat in op het belang van goed onderhoud. In Hoofdstuk 7 worden tips gegeven om het groene schoolplein in te zetten in de lessen. Mogelijkheden voor financiering komen aan bod in Hoofdstuk 8. Niet alleen buiten, ook binnen is groen uitstekend toepasbaar. Voorbeelden en voordelen van groen in de klas vindt u in Hoofdstuk 9. Tot slot een overzicht van interessante bronnen waar u meer informatie vindt over dit onderwerp. Een levend concept Een groen schoolplein is eigenlijk nooit klaar, het blijft zich ontwikkelen. Dat geldt ook voor deze handleiding. De losbladige opzet maakt het mogelijk om zelf informatie toe te voegen. En heeft u vragen, suggesties of goede voorbeelden, neemt u dan contact op met Branchevereniging VHG: Gonny van der Vlis (G.vander.Vlis@vhg.org) of Richard Maaskant (R.Maaskant@vhg.org). De Gentiaan, Apeldoorn
Page 12
Insectenhotel HOOFDSTUK 1 H i s De aantrekkingskracht van groene schoolpleinen is groot. En terecht: een groen schoolplein is goed voor kinderen én voor de buurt. Zeker in de huidige tijd, waarin de zwaarlijvigheid onder kinderen toeneemt en veel kinderen kampen met gedragsproblemen zoals ADHD en autisme. Daarnaast moeten er oplossingen worden gevonden voor milieuthema’s zoals klimaatverandering, hogere temperatuur in de stad (hitte-eilandeffect), wateroverlast en CO2 en fijnstof in de lucht. Het bewustzijn groeit dat groen de gezondheid en het welzijn van jong en oud kan verbeteren. Bovendien kan een groene omgeving helpen om de kwaliteit van de stad duurzaam te verhogen. Voor kinderen Jolanda Maas deed in 2012 onderzoek naar de effecten van groene schoolpleinen op basisschoolleerlingen. Zowel leerlingen, ouders, leerkrachten als directeuren bleken meer tevreden over hun schoolplein als het groen is. Ze waarderen het plein met een ruime voldoende en vinden het leuker, avontuurlijker, mooier, fijner, gezelliger en groter. In 2014 onderzocht Maas welke succes- en faalfactoren een rol spelen bij het ontwerpen van groene schoolpleinen. Ook daaruit kwamen voordelen van dergelijke pleinen naar voren. Uit de onderzoeken blijkt dat groene schoolpleinen: • een positief effect hebben op het welzijn van jongere leerlingen (groep 4 en 5). Ze vinden school leuker, hebben meer vrienden en worden minder gepest. Leerkrachten, directeuren en ontwerpers merken op dat kinderen op een groen schoolplein minder ruzie maken; • meer uitnodigen uit tot gebruik voor educatieve doeleinden: leerkrachten gebruiken een groen schoolplein vaker voor onderwijsactiviteiten (o.a. gym, natuur en tekenen); • een positieve invloed kunnen hebben op de concentratie van leerlingen; • rust bieden, de leerlingen hebben meer energie voor de lessen; • meer uitdagen tot intensief bewegen en gevarieerd spel; • een uitdagende speel- en leeromgeving bieden: mogelijkheden tot ontdekken en grenzen verleggen; • de mogelijkheid bieden om kinderen in contact te brengen met de natuur, waardoor ze er meer respect voor krijgen en er zorgzamer mee omgaan.
Page 14
Tijdens de basisschoolperiode wordt bij kinderen de basis gelegd voor zowel gezond gedrag als voor verbondenheid met natuur. Een overzicht van de belangrijkste onderzoeksresultaten is te lezen in bijlage 1. ‘Groen doet goed’ van IVN. Kortom: groene schoolpleinen kunnen een oplossing vormen voor problemen zoals het gebrek aan bewegen bij kinderen en concentratieproblemen. Niet alleen de kinderen, ook het team van de school heeft er plezier van. Verder blijkt dat ouders eerder kiezen voor een school met een groen schoolplein dan een met een grijs plein. En over het algemeen ervaart de buurt ook minder overlast van het gebruik van een groen plein in de naschoolse uren. Scholen ervaren ook wel nadelen van een groen schoolplein. Die wegen echter minder zwaar dan de voordelen, zo geven docenten en directies aan. Als nadelen worden wel genoemd: • het onderhoud kost tijd en geld; • het groen zorgt voor meer vuil (zand, blaadjes) in en rondom de school; • het kost tijd om de leerlingen te leren hoe zij het schoolplein moeten gebruiken; • het groen slijt op sommige plekken vrij snel; • er zijn onduidelijkheden over de keuring van spelelementen. Goede voorlichting en heldere afspraken kunnen deze nadelen verkleinen. De hovenier kan hierin een belangrijke rol vervullen. Voor de buurt Waterberging: het vergroenen van een schoolplein maakt de buurt ook minder kwetsbaar voor extreme neerslag. Mede door de klimaatverandering krijgt Nederland steeds vaker te maken met hevige regenbuien. Dit leidt op veel plaatsen tot wateroverlast, vooral in de dichtbevolkte steden. Toepassing van meer groen kan helpen de kans op wateroverlast te verminderen. De bodem vangt het regenwater op en ontziet daarmee het riool. Op knelpunten kunnen ingegraven infiltratieboxen worden toegepast. Deze voeren het water snel af en laten het langzaam naar het grondwater weglopen. TIP Brede wijkfunctie Vertel de leerkrachten en directie van de school over de positieve effecten van een groen schoolplein voor zowel de gebruikers als de buurt. Het versterkt het belang van zo’n schoolplein in de wijk. De school kan bijvoorbeeld in overleg met de gemeente afspraken maken over het gebruik van het plein na schooltijd, zodat het een bredere functie krijgt in de wijk. Vaak is er op het gebied van natuur- en milieu-educatie ondersteuning mogelijk vanuit een gemeente of landelijke organisatie. Zo kan er ook gericht natuuronderwijs worden gegeven. Andersom kan trouwens ook werken: dat de kinderen gebruik mogen maken van een deel van de groenvoorziening bij de school die dan geschikt wordt gemaakt om te spelen. OBS Woutertje Pieterse, Leiden Verkoeling: een levend, groen schoolplein draagt ook bij aan de hittebestendigheid van de omgeving. De temperatuur in de stad is door de versteende omgeving tot 10 graden hoger dan erbuiten. Goed gekozen groen zorgt voor verkoeling en natuurlijke schaduw op warme dagen. De juiste boom op de juiste plek beschermt tegen te veel zonlicht in de zomer. Onder de kruin van een boom is de temperatuur tot 15 graden lager dan even verderop. Biodiversiteit: op een goed ingericht en niet al te klein groen schoolplein vinden vogels, vlinders, egels en tal van insecten hun voedsel en beschutting. Door de juiste keuze van bloemen en planten komen dieren als vanzelf. Hoe meer variatie in planten en struiken, hoe meer ook natuur en milieu worden geholpen. Daarmee neemt de biodiversiteit in de stad weer toe. Bovendien nodigt zo’n plein vol leven kinderen extra uit om buiten te spelen en de natuur te ontdekken. Wilt u meer weten over deze waarden van groen, bekijk dan de links in hoofdstuk 10: Meer informatie. De Kring, Oegstgeest
Page 18
Vrije School de Vuurvogel, Zoetermeer HOOFDSTUK 2 V De aanleg van een groen schoolplein vraagt om een grondige voorbereiding. Welke ideeën en wensen zijn er? Hoe groot is het budget? Wie maakt het ontwerp? Wat is de planning? Is er voldoende draagvlak te bereiken onder docenten, ouders, leerlingen en omwonenden? Heldere antwoorden op deze vragen verkleinen de kans op teleurstellingen achteraf. Voor de betrokkenen is zo’n project vaak totaal onbekend terrein. De hovenier kan dan ook een actieve rol spelen door zijn kennis en ervaring te delen, te motiveren en adviseren. Wensen en verwachtingen Ideeën voor de inrichting van een groen schoolplein zijn er vaak volop. Hoveniers en ontwerpers die kinderen de vraag voorleggen wat zij het liefst op hun schoolplein zouden willen, worden veelal overstelpt met suggesties, tekeningen en bouwwerken. Minder concreet zijn vaak de ideeën over het gebruik en het onderhoud van een groen schoolplein. Daarom is het zaak in gesprekken met de school te achterhalen wat men verwacht. Wat verstaat men precies onder een groen schoolplein? En hoe wil men het gaan gebruiken? Een groen schoolplein brengt zaken met zich mee waarover van tevoren moet zijn nagedacht. Denk bijvoorbeeld aan: • mogelijkheden om natuur te integreren in de lessen: dit kan binnen, maar ook buiten bijvoorbeeld in een speciaal gecreëerd ‘amfitheater’; • kinderen kunnen wat sneller vies worden dan op een grijs schoolplein: ouders kunnen dit als een minpunt ervaren, maar wanneer zij worden geïnformeerd over de vele voordelen van een groen schoolplein en de meerwaarde van groen, dan verdwijnen de bezwaren veelal; • een groen schoolplein vraagt onderhoud: dit kan op verschillende manieren worden georganiseerd, afhankelijk van het budget, de beschikbare mankracht en tijd (zie ook hoofdstuk 5); • de totale trajectduur: voorbereiding, planvorming, ontwerpfase, aanleg en oplevering; • een groen schoolplein is altijd in ontwikkeling, het is nooit ‘af’. De behoefte aan concrete voorlichting over de verschillende aspecten van een groen schoolplein is groot. De hovenier kan daarin een rol vervullen door vanuit zijn vakkennis te vertellen over wat groen kan doen. Niet alleen voor de kinderen, maar ook voor de wijk. Daarnaast is het belangrijk om aan te geven wat er allemaal bij komt kijken, zonder het enthousiasme in de kiem te smoren.
Page 20
TIP Voorlichting Investeer tijd in voorlichting aan docenten, leerlingen én ouders (en eventueel ook omwonenden en vertegenwoordigers van de gemeente). Verzorg bijvoorbeeld een presentatie, laat foto’s zien van het mogelijke resultaat en geef antwoorden op vragen die er leven. Ga ook in op zorgen die ouders kunnen hebben, bijvoorbeeld over het vies worden van kinderen. Met eerlijke, heldere voorlichting wordt de basis gelegd voor het zo noodzakelijke draagvlak (zie volgende pagina). Het budget Het beschikbare budget komt lang niet altijd ter sprake in de eerste gesprekken. Toch is het belangrijk dit bespreekbaar te maken. Het geeft een duidelijk kader en voorkomt teleurstellingen. In de meest ideale situatie is het budget opgedeeld in bedragen voor het ontwerp, de aanleg én het onderhoud. En liefst wordt ook een post gereserveerd voor onvoorziene uitgaven. Het is zinvol onderscheid te maken tussen primaire wensen (dit willen we nu realiseren) en secundaire wensen (dit willen we op termijn realiseren, als er weer budget is). In het ontwerp kan daar dan rekening mee worden gehouden. Mogelijkheden om het budget te vergroten, staan vermeld in hoofdstuk 8: Financiën. Het ontwerp Het ontbreekt scholen veelal niet aan ideeën voor het ontwerp van een groen schoolplein. Vaak worden er enquêtes gehouden en allerlei schetsen gemaakt. Maar hoe dan verder? Veelal gaat men dan op zoek naar externe deskundigheid voor adviezen en een nadere uitwerking. Dit kan een cruciaal moment in de besluitvorming zijn: wat verwacht men van de ontwerper? En binnen welke kaders moet hij werken? Een duidelijke omschrijving van de opdracht helpt voorkomen dat er kostbare ontwerpen worden gepresenteerd die later niet haalbaar blijken. Het maken van een goed ontwerp is een vak apart en kost veel tijd. Het inschakelen van een architect of ontwerper vraagt dan ook een deel van het beschikbare budget. Meer informatie en tips voor het ontwerp zijn beschreven in hoofdstuk 3: Ontwerp. TIP Bekijk andere schoolpleinen Het kan leerzaam zijn om een kijkje te nemen bij andere scholen met een groen schoolplein. Kies dan niet alleen voor heel nieuwe pleinen, maar bezoek ook een groen schoolplein dat al wat langer geleden is aangelegd. Dat geeft een goede indruk van het belang van onderhoud. OBS Prinses Catharina Amalia, Den Haag Vrije School, Den Haag Planning Soms heeft de school de wens om het project in delen uit te voeren. Dit kan met het budget te maken hebben, of met praktische zaken zoals de vakantieperiode van scholen. Het is zaak dit goed af te stemmen. Meer hierover is te lezen in hoofdstuk 4: Uitvoering. Draagvlak Een breed draagvlak voor het vergroenen van het schoolplein is onmisbaar. Niet alleen onder de kinderen, maar ook onder de docenten, ouders en omwonenden. Het helpt enorm wanneer zij zich ‘eigenaar’ voelen van het schoolplein. Daardoor zullen ze bijvoorbeeld ook sneller bereid zijn mee te helpen met het onderhouden van het schoolplein. Het is dus zaak om van tevoren een reële inschatting te hebben of dit draagvlak al aanwezig is of gecreëerd kan worden. Dat kan bijvoorbeeld door alle betrokkenen vooraf, maar ook tijdens en na de aanleg, open en eerlijk te informeren over de kansen die een groen schoolplein biedt en het proces daarnaartoe. Denk aan (ouder)bijeenkomsten, (e-mail) nieuwsbrieven en een Facebookpagina. In overleg met de docenten zijn meerdere ideeën te bedenken om de kinderen actief bij het proces te betrekken: het presenteren van de ontwerpen aan de ouders, het uitvoeren van klussen tijdens de aanleg, onder begeleiding van de hovenier onderhoudswerk doen etc. Communicatie richting omwonenden kan een positieve invloed hebben op het imago van de school en kan klachten tijdens de aanleg beperken of voorkomen. Zie ook hoofdstuk 4: Uitvoering en 6: Onderhoud en beheer.
Page 22
TIP Speel een actieve rol Probeer als hovenier zo vroeg mogelijk in het voorbereidingsproces deel te nemen. Uw kennis en ervaring schept duidelijkheid, voorkomt vaak teleurstellingen en versterkt een vertrouwensband die soms voldoende kan zijn om direct de opdracht toe te kennen. Widar Vrije School, Delft Daltonschool, Delft TIP Eén aanspreekpunt Adviseer de school om één contactpersoon (projectleider of coördinator) aan te wijzen die als eerste aanspreekpunt fungeert. Dat vergemakkelijkt de dagelijkse communicatie en kan de overleguren binnen de perken houden. Lukt dit niet, plan dan regelmatig - bijvoorbeeld tweewekelijks - een (bouw)vergadering. Plan van aanpak Een plan van aanpak of stappenplan helpt om inzicht te krijgen in het hele proces van ontwerp, aanleg en onderhoud. Per fase kan worden omschreven wat er wanneer gebeurt en op welke punten de betrokkenen kunnen helpen. De school kan dan nagaan of dit te organiseren is. Ook overleg- en beslismomenten kunnen in het plan worden aangegeven. En niet te vergeten: feestelijke markeermomenten: momenten waarop met iedereen op feestelijke wijze wordt stilgestaan bij de verschillende fasen in het traject, zoals de start en de oplevering. Dat helpt de betrokkenheid bij het proces te vergroten. Contact met de school De hovenier krijgt op de school veelal te maken met een ‘tuincommissie’ of ‘werkgroep schoolplein’. Daarin nemen dan veelal enthousiaste ouders, docenten en soms zelfs ook omwonenden deel. Een goede zaak, want dat versterkt het idee dat men gezamenlijk het schoolplein ontwikkelt. Het vraagt echter van zo’n commissie wel veel inzicht en kennis om het project te begeleiden. Niet iedereen is immers dagelijks bezig met een dergelijk project. De hovenier kan de projectgroep ontzorgen, maar moet rekening houden met de aanzienlijke hoeveelheid uren die overleg en afstemming met de diverse belanghebbenden kost. De ervaring leert dat hieraan vergeleken met commerciële projecten soms vier keer zoveel tijd opgaat. Margrietschool, Zoetermeer
Page 26
Daltonschool, Delft HOOFDSTUK 3 O Bij de inrichting van een groen schoolplein blijken vooral diversiteit en verscheidenheid van belang. Kinderen hebben verschillende behoeftes en dat verschilt ook nog per leeftijd. Sommige kinderen hebben behoefte aan rust, anderen zoeken juist meer de drukte en gezelligheid op of struinen graag door het groen. Een goed ontworpen schoolplein houdt daar rekening mee, maar is ook weer geen bonte verzameling van allerlei elementen. Het is de uitdaging om er een samenhangend geheel van te maken. Een omgeving waar kinderen zich prettig voelen en die bovendien aansluit bij de visie van de school. Voor ieder wat wils Uit onderzoek blijkt dat kinderen op een schoolplein behoefte hebben aan: • Verschillende spel- en speelmogelijkheden: plekken waar ze ‘iets kunnen doen’ zoals verstoppertje en tikkertje spelen, klimmen, glijden, koprollen, schommelen en voetballen. Ook plekken waar fantasiespel (‘hotelspel’, ‘taarten bakken’, ‘vadertje en moedertje’) en constructief spel (hutten bouwen, takken vastknopen) mogelijk is, worden als fijne plekken gezien. • Rust: kinderen hebben graag een plek waar ze zich kunnen ontspannen en tot rust kunnen komen, zoals een grasveld waar je op kunt liggen of een element (wilgenhut, boomstam) waar je in/op kunt zitten. Ze vinden het fijn om er met vrienden te praten, maar ook om er alleen te zijn. • Overzicht: kinderen ervaren het als positief als er plekken zijn die een goed overzicht van het plein geven, zoals een speelberg, heuvel, doolhof en palen. Hier kunnen ze alles in de gaten houden. • Positieve prikkeling van zintuigen: vooral meisjes vinden het fijn om op plekken te komen waar ‘mooie bloemen en planten staan’. Ook het zien van bijen, vlinders, kikkers en vogels maakt dat ze een plek als fijn aanwijzen. Daarentegen worden plekken naar gevonden als er ‘vieze beestjes’ te vinden zijn, het er donker is, het er stinkt, er hondenpoep ligt of het er modderig is. TIP Ruimte voor eigen spel Wees terughoudend met het verwerken van al te veel voorzieningen en speelelementen. Daarmee wordt het schoolplein al snel ‘te vol’. Nadeel daarvan is dat daardoor het groen wellicht onvoldoende tot zijn recht komt. Daarnaast is er kans dat er geen ruimte overblijft waar kinderen hun fantasie kunnen gebruiken en hun eigen spel kunnen creëren. Deze zogeheten ‘ongedefinieerde plekken’ zijn van belang want de werkelijke speelwaarde blijkt vaak te liggen in de dingen die niet bedacht zijn.
Page 28
‘t Anker, Amersfoort Dukdalf, Leiden TIP Breng kinderen op ideeën Inventariseer wensen, maar laat ook zelf goede voorbeelden zien van speelnatuur om een idee te geven van wat er allemaal mogelijk is. Dit brengt de creativiteit en fantasie op gang en helpt om op nieuwe ideeën te komen. Houd hierbij ook rekening met de verschillende leeftijdsgroepen (onderbouw/bovenbouw). De website www.springzaad.nl bevat veel inspirerende voorbeelden. Op deze site staan onder ‘Ideeënkoffertje’ ook veel foto’s die u voor een presentatie kunt gebruiken. In een goed ontwerp - maar dat geldt natuurlijk voor elk groenproject - is rekening gehouden met de ligging van het terrein, het groen in de omgeving, de grondsoort, afwatering, het benodigde onderhoud en het gebruik (ook op de langere termijn). Daarnaast is het ook zaak dat de ontwerper interesse heeft in de achterliggende gedachte, de visie die de school heeft op speelnatuur. In het bijzonder moet hij zich ook kunnen verplaatsen in kinderen en de manier waarop zij spelen. Soms is het daarvoor nodig om ‘out-of-the-box’ te denken. Kijk bijvoorbeeld of het mogelijk is om de bestaande fietsstalling of berging te integreren in het ontwerp en om te bouwen tot een uitkijkpunt door er een groen dak op te maken. Ook het plaatsen van een waterpomp op een heel zanderige speelplaats kan een idee zijn. Met het stellen van wat regels kan dat een topattractie vormen, vooral voor de kleinere kinderen. Realistisch ontwerp Het is belangrijk om reëel te zijn in het ontwerp, rekening houdend met de ruimte en het beschikbare budget. Gebeurt dat niet, dan is de kans op een desillusie groot: de school wordt verliefd op een plaatje van een groene wereld die in een later stadium niet haalbaar blijkt. Het is dan vaak nodig om aanpassingen te maken in het ontwerp, wat uiteraard weer tijd én geld kost. Zo is het bijvoorbeeld van belang dat er voldoende vierkante meters beschikbaar zijn, anders valt het tegen wat betreft de toename van biodiversiteit. Op een klein plein wordt alle ruimte intensief gebruikt. Het is goed als er toch wat rustige hoekjes ontstaan waar kinderen zich terug kunnen trekken om diertjes te ontdekken. Dat kan alleen als het plein voldoende groot is of als er maar weinig kinderen zijn. TIP J.H. Snijdersschool, Rijswijk Een groen schoolplein kost tijd Geef de school inzicht in de tijd die het vraagt om tot het gewenste eindbeeld te komen. Dat alles hangt af van de gekozen beplanting (klein of al wat groter maar duurder) en groeitijd en het plantmoment. En ook van de eventueel te bestellen speelelementen en hun levertijden. Bovendien zal een groen schoolplein voortdurend veranderen. Niet alleen door het spelen, ook door het (ecologisch) beheer.
Page 32
Arcade, Leiden Vrije School de Vuurvogel, Zoetermeer Hergebruik van materialen Uit oogpunt van duurzaamheid en ook om kosten te besparen kan het interessant zijn te onderzoeken welke bestaande materialen op het plein creatief in het ontwerp toe te passen zijn. Denk hierbij aan: • een muur van gebruikte stenen die in u-vorm de functie van zitbanken heeft gekregen, een plek waar groepen buitenles kunnen krijgen; • een boomstam om op te klimmen en klauteren, maar ook als evenwichtsbalk of zitplek. Interessant aan een boomstam is dat er ook beestjes op zijn te vinden; • een tunnel of hut van wilgentakken. Het is wel zaak de uitgroeiende takken regelmatig weer vast te maken. Regelmatige controle op uitstekende takken maakt het onderhoud makkelijker. Arcade, Leiden TIP Levensduur natuurlijke speelelementen Geef de school informatie over de levens- en gebruiksduur van speelelementen: conventionele speeltoestellen hebben een gemiddelde economische levensduur van minimaal 10 jaar en kunnen soms tot wel 15 jaar of langer in gebruik zijn. Bij natuurlijke constructies is dat niet altijd zo. De levensduur van houten onderdelen is aanzienlijk korter. Rotte boomstammen moeten na verloop van tijd worden vervangen. Geef een zo nauwkeurig mogelijke inschatting van de vervangingstermijn en -kosten (machines, arbeid etc.). De Kring, Oegstgeest Speelelementen Er zijn tal van mogelijkheden voor speelelementen van natuurlijke materialen. Van een enkele omgetrokken boom tot complete constructies. Uitgangspunt is uiteraard dat de kinderen er veilig op kunnen spelen. In Nederland moeten speelelementen die onder de definitie van ‘speeltoestel’ vallen, voldoen aan het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS). Meer informatie hierover is te vinden in bijlage 2. Keuren en inspecteren van speeltoestellen en op de website www.allesoverspelen.nl. De fabrikant/importeur van professionele toestellen levert meestal ook het certificaat voorzien van technisch dossier, Nederlandse gebruiksaanwijzing (verplicht) en logboek. Het komt voor dat de opdrachtgever een zelfgekozen leverancier aandraagt, die speeltoestellen levert aan particulieren. Doorgaans zijn deze goedkoper. Pas op: plaats geen toestellen zonder EN1176-2008 certificaat, logboek en Nederlandse gebruiksaanwijzing! Maakt u als hovenier zelf een speeltoestel, dan bent u zelf producent en verantwoordelijk voor de certificering, het logboek en de gebruiksaanwijzing. Soms kiest de school ervoor om met vrijwilligers speeltoestellen te bouwen, bijvoorbeeld om kosten te besparen. Vaak zijn zij echter niet op de hoogte van de geldende wet- en regelgeving. Het risico bestaat dan ook dat het bouwsel na keuring weer moet worden afgebroken. Waterelementen Kinderen spelen graag met water. Waterelementen zijn dan ook zeer succesvol op een schoolplein. Het geeft een grote vrijheid om een eigen spel te creëren: spelen met zand en water, dijken en dammen bouwen enzovoorts. Zo’n element kan een mooie aanleiding zijn om water als thema in het onderwijs aan bod te laten komen. Zie ook hoofdstuk 7: Educatie. Bij de aanleg van een waterspeelplaats, bijvoorbeeld met waterpomp, is het zaak te zorgen voor een goede afvoer van het water, bijvoorbeeld naar een sloot of wadi. Denk aan het plaatsen van een waterpomp op een heuvel, met onderaan de heuvel een wadi waar het water langzaam kan wegzakken. Een vorstbestendige buitenkraan is veelal geen overbodige luxe. Bij sommige zwengelpompen kan het zeer zinvol zijn om een waterdrukdemper te monteren op de waterleiding. Vooral bij gebouwen met een wat verouderd leidingsysteem. Dit voorkomt overlast in het gebouw door geluid en trillingen.
Page 34
Widar Vrije School, Delft Regelmatig onderhoud en controle van een waterpomp is van belang. Het komt bijvoorbeeld voor dat de uitgang van de pomp wordt volgestopt met zand. Wanneer dit niet tijdig wordt verholpen, kan de pomp kapot gaan. Het is dan ook aan te bevelen dit onderdeel op te nemen in een eventuele onderhoudskalender of -logboek dat de school kan hanteren na de aanleg. Voor de kinderen moet duidelijk zijn of het water uit de pomp drinkbaar is of niet. Uitgangspunt is het gebruik van leidingwater. Besmetting van het watersysteem met bijvoorbeeld legionella moet worden voorkomen. Als er geen drinkwater uit een pomp of kraan komt, moet dit duidelijk aangegeven zijn, bijvoorbeeld met een pictogram. Waterleidingen, pompen en kranen moeten uiteraard bij vorst worden afgesloten. Waterafvoer Goede afvoer van water blijkt een belangrijk punt op een schoolplein. Onderzoek vooraf kan problemen met de afwatering voorkomen. Wordt het hemelwater afgevoerd naar het riool of is het mogelijk om het ter plekke op te vangen, bijvoorbeeld in een vijver? Hoe is de bodem onder de tegels opgebouwd? Overleg met de gemeente kan antwoord geven op deze vragen. Op knelpunten kunnen ingegraven infiltratieboxen worden toegepast. Deze voeren het water snel af en laten het langzaam naar het grondwater weglopen. J.H. Snijdersschool, Rijswijk Speelerosie Als er teveel kinderen spelen op een groene plek, kan de beplanting kapotgelopen worden. Dan ontstaat zogeheten ‘speelerosie’. Vooral op speelheuvels kunnen zich problemen voordoen. In het ontwerp is speelerosie te beperken door: • speelzones in te richten; • de looprichting van kinderen te sturen: bijvoorbeeld met behulp van schaaphekken, afzetten en/ of prikstruikjes kunnen beschermde plekken worden gecreëerd waar planten kunnen groeien; • te kiezen voor bepaalde grasmengsels en wat grotere robuuste beplanting (zie bijlage 3). Of juist door geen gras te gebruiken, maar kruidige grassen (klaver en brunel) of ‘kijkgroen’: bosjes, wilgentunnels en bamboe. Door tijdelijk een hek te plaatsen om de bamboe krijgt het de ruimte om te groeien. In een later stadium kunnen er dan paden doorheen gemaakt worden; • te zorgen voor diversiteit in speelmogelijkheden: door een gevarieerde inrichting zullen de kinderen zich meer over het plein verspreiden. Daarnaast zijn er ook tijdens het gebruik maatregelen te nemen om de speeldruk te verlagen, zie hoofdstuk 5: Gebruik. Speelheuvels hebben een aantal specifieke problemen waardoor de kans op erosie groot is. Zo worden ze intensief belopen met grote wrijving op het blad. Regenwater dringt vaak slecht door waardoor het op de heuvel meestal te droog is. Een hellinghoek aan de zonzijde verhoogt de instraling en uitdroging. Tips voor het tegengaan van speelerosie op een heuvel: • bloemrijk gras zaaien, met ook distels en brandnetels of kruidige mengsels; • meerdere herkenbare paden maken door het aanbrengen van stapstammen of stapkeien, de paden voorzien van halfverharding zoals schelpen of Dolomiet; • wat grotere planten aanplanten tegen doorlopen en op de helling veel vaste planten die wat betreding kunnen hebben (bijv. hazenoor, duizendblad, brunel), afgewisseld met groepen scherpe heesters (wilde roos) of grassen (sierhaver); • de heuvel vastleggen met grote struiken, muurtjes en/of boomstronken.
Page 36
De Korf, Apeldoorn ‘t Anker, Amersfoort Beplanting De beplanting is een belangrijk onderdeel van de opbouw van een speelterrein. Het zorgt voor een aantrekkelijke en gezonde speelplek, met alle voordelen van dien. Over de positieve effecten van groen is al veel geschreven. Kijk hiervoor bijvoorbeeld in hoofdstuk 1: Hoe goed is een groen schoolplein? en in bijlage 1: Groen doet goed (factsheet over jeugd, natuur en gezondheid, IVN). De beplanting op het schoolplein heeft diverse functies: Afscherming en beschutting: met goed gekozen en geplaatste beplanting kan een natuurlijke afscheiding worden gecreëerd. Ook kunnen er hoekjes mee worden gevormd waar kinderen zich kunnen terugtrekken of verstoppen. Natuur dichtbij: de beplanting op het plein vertelt het verhaal van de seizoenen. Kinderen zien van dichtbij hoe de natuur steeds verandert. Dit biedt mogelijkheden om er natuurlessen aan te koppelen. Speelmateriaal: de bomen, struiken en planten leveren concreet speelmateriaal op. Denk aan takken, blaadjes, afgevallen bloemen en dennenappels. Kinderen gebruiken dit materiaal graag in zelf verzonnen spellen. Kortom: beplanting is een belangrijke factor. Het is ook het vakgebied waar de hovenier specifieke kennis van heeft. Benut daarom de gelegenheid om de school te adviseren en te overtuigen, zodat het niet de sluitpost van een project wordt. Wanneer er op andere onderdelen te weinig budget blijkt te zijn, wil dit nog wel eens ten koste gaan van de beplanting. Dat is bijzonder jammer. Voorwaarden voor succes Om beplanting op speelterreinen succesvol te laten zijn, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan: 1. zorg voor een goede basis: struiken inplanten op een stuk terrein dat voorheen betegeld was heeft weinig kans van slagen wanneer er straatzand door de twintig jaar verdichte kleilaag wordt gespit. Er moet goede teelaarde aanwezig zijn en worden gezorgd voor een goede afwatering. 2. gebruik goede, langwerkende bemesting. 3. bewatering: organiseer het water geven direct na de aanplant en in de twee jaren erna. Maak afspraken met de school dat dit ook – al dan niet door de hovenier – in de schoolvakanties wordt gedaan. 4. bescherming: planten, struiken en bomen moeten de kans krijgen om goed te wortelen. Dit vraagt vaak om (tijdelijke) bescherming rondom de aanplant. Boomstammen, houten hekjes, palen met touwen of stapelmuurtjes lenen zich hier goed voor. SBO De Strandwacht, Den Haag Plantkeuze Over de keuze van de beplanting is altijd veel te doen. Opdrachtgevers vinden dat belangrijk. Dat komt goed uit, want dit is bij uitstek uw vakgebied. En daar kunt u zich onderscheiden van andere aannemers. Doe er uw voordeel mee. Tips voor de keuze van de beplanting: • kies robuuste beplanting die tegen een stootje kan, rekening houdend met de speeldruk; • kies snelgroeiende beplanting, maar wel met sierwaarde; • kijk naar de omgeving, strooi bijvoorbeeld een mengsel van zaden van planten uit de streek uit; • vraag de kinderen om zaadjes of stekjes uit hun eigen tuin mee te nemen; • gevarieerde beplanting bevordert de biodiversiteit. Kies bijvoorbeeld planten en struiken die aantrekkelijk zijn voor vlinders en bijen. Denk ook aan struiken die goede schuilmogelijkheden voor vogels bieden om nesten te bouwen. Kijk voor meer ideeën in het VHG Handboek De Levende Tuin. Giftige planten Kinderen zijn nieuwsgierig en ontdekken de natuur vaak niet alleen met hun ogen, maar ook met hun handen en mond. Planten worden niet alleen bekeken, maar ook aangeraakt en geproefd. Het onderscheid tussen giftige en eetbare planten is - vooral voor kleinere kinderen - erg moeilijk. Het is dus zaak hier rekening mee te houden bij de keuze voor planten op speelterreinen. Het grootste risico zijn giftige planten met aantrekkelijke bessen (bijv. Taxus) of bloemen (bijv. Colchicum). Lijsten van giftige tuinplanten zijn op internet volop te vinden (o.a. op www.speeltopveilig.nl). Vaak is zo’n lijst ook bij de apotheek verkrijgbaar. Pas giftige planten toe in overleg met de school en ouders. Indien zij ermee instemmen, is het zaak de leerlingen te leren welke planten giftig zijn. Ook de leerkrachten moeten weten welke risico’s er zijn. Verder moet ook worden nagedacht over de plek waar de giftige planten worden geplaatst. Wanneer planten met niet-eetbare vruchten vlak naast klein eetbaar fruit staan, is het voor leerlingen lastiger om een goed onderscheid te maken. Plaats daarom eetbare groenten en fruit liefst in een aparte hoek van het terrein. Naast giftige planten zijn er ook planten die op een andere manier onplezierig voor kinderen kunnen zijn. Denk hierbij aan planten die zeer fijn behaard zijn (bijv. het blad van de kiwiplant) of die bijzonder veel stuifmeelpollen afgeven (in verband met hooikoorts). Een kiwiplant kan prima worden toegepast, maar liever niet op een plaats waar kinderen er direct mee in contact kunnen komen. Kijk voor suggesties in bijlage 3: Suggesties voor beplanting op speelterreinen.
Page 38
Vrije School, Den Haag Stekelige planten Veel scholen willen liever geen stekelige planten hun tuin. Of dat uiteindelijk een verstandige keuze is, valt nog te bezien. Het aanplanten van alleen maar veilige beplanting die sterk afwijkt van wat er in de dagelijkse omgeving groeit, levert misschien een groter risico op dan vooraf is bedacht. Durf dit te bespreken en pas dergelijke beplanting doelmatig en verstandig toe. Spelen in een natuurlijke speeltuin is voor kinderen inschatten en omgaan met risico’s. Daar hoort dit type planten ook bij. De aangebrachte beplanting is vaak ook dynamisch, dat wil zeggen: het beeld verandert in de loop der jaren. Planten verdwijnen of worden erbij gezet. Mocht een soort geen succes hebben, dan kan deze vervangen worden door een andere. Botanische rozen zijn op het ene terrein een succes, op een ander terrein worden de vruchten geplukt en levert dat een zodanig probleem op dat de school ze weg wil hebben. Dit heeft bijna altijd met toegankelijkheid en instructie te maken. Staan ze direct naast de verharding, dan zal het eerder een probleem zijn. Zijn ze toegepast als barrière (om doorlopen tegen te gaan) en rondom opgenomen in andere planten, dan gaat het meestal goed. Gras of geen gras? Sommige hoveniers zijn terughoudend met het toepassen van gras omdat het regelmatig maaien voor scholen veelal niet haalbaar is. Het is uiteraard ook mogelijk om het langer te laten groeien zodat het maar een paar keer per jaar gemaaid hoeft te worden. Andere alternatieven zijn het inplanten van delen met stevige grassen of beloopbare vaste planten of het inzaaien van klavers. Kijk voor suggesties in bijlage 3: Suggesties voor beplanting op speelterreinen. Plantformaat Het plaatsen van planten in een grote maatvoering is aan te raden. Dit voorkomt voor een groot deel schade door betreding. De kans dat ze overleven is ook een stuk groter. Probeer vaste planten in een P11 (diameter 11 cm) of containermaat (bijv. C 1,5) toe te passen. Bomen vanaf maat 16 (stamomtrek 16-18 cm), liever nog groter. Natuurlijk vragen deze maten een andere investering, maar dat is het zeker waard. Soms zijn drie grote struiken (met houtsnippers eromheen) in speelwaarde meer waard dan twaalf stuks kleinere op hetzelfde grondvlak. Het vermelden van maatvoeringen in bestekken en bestellingen voorkomt vaak teleurstellingen. TIP Reserveer grotere planten/struiken Spreek met uw kweker of leverancier af dat hij een bepaald assortiment struiken in de maat 150-200 cm (afleverhoogte zonder wortels) reserveert speciaal voor uw project.
Page 40
KWS, Zoetermeer In de boomstamvakken kunnen groenten en kruiden gekweekt worden. Aan de zijkant staan verschillende soorten vruchtboompjes, zoals appels, peren en pruimen. J.H. Snijdersschool, Rijswijk Moestuin Een moestuin waar de kinderen zelf groente en fruit kunnen zaaien en oogsten is een aantrekkelijk element op het plein (of aan de muur! Zie www.natuuropjemuur.nl). De kinderen vinden het leuk om te doen en ze doen kennis op over gezonde voeding. Overigens is dit wel iets waar de docent het voortouw in zal moet nemen. Als hovenier kunt u dit eventueel begeleiden. TIP Bezoek andere schoolpleinen Een goede manier om kennis op te doen over groene schoolpleinen is door andere projecten te bezoeken en navraag te doen bij de betrokken ontwerper/ hovenier en eventueel ook de school. Welke knelpunten kwam men tegen? En welke oplossingen zijn daarvoor? ‘t Anker, Amersfoort Verharding Met het verwijderen van de grijze stoeptegels is een volledig verhard speelplein verleden tijd, maar helemaal zonder verharding kan ook een groen schoolplein niet. Het idee is om een natuurlijke uitstraling te krijgen met een (half)verharding die makkelijk regenwater doorlaat. Materialen die zich hier goed voor lenen zijn bijvoorbeeld: Gravier d’Or, Gralux of vergelijkbare producten, steensplit, grint en schelpen. Wat zachtere materialen horen hier ook bij zoals (gekleurde) houtsnippers en boomschors. Belangrijk is om goed in te schatten wat de invloed zal zijn van het weghalen van verhardingen die netjes onder afschot (dus afwaterend) waren gelegd. Dat geldt ook voor het afsluiten van straatkolken: wat heeft dit voor effect op de rest van de verharding? Soms kan het aanleggen van een wadi (een open afvoerkanaaltje) een leuke en speelse oplossing zijn. Op probleemplekken kan een ondergronds infiltratiesysteem worden aangelegd. Hierin loopt het oppervlaktewater snel weg en zakt het langzaam de grond in. Dit is ook nog eens beter voor het milieu. Kijk voor meer informatie in bijlage 4: Suggesties voor (half)verharding op speelterreinen.
Page 42
J.H. Snijdersschool, Rijswijk Integratie van natuur in de lessen Hoe wil de school het plein gaan gebruiken in de pauze en in het schoolprogramma? Hoe meer daarover in de ontwerpfase wordt nagedacht, hoe makkelijker de natuur op het plein later te integreren is in de lessen. Veel scholen willen dat ook. Het plein kan bijvoorbeeld zo worden ingericht dat men er makkelijk educatieve activiteiten kan organiseren. Kijk voor meer informatie in hoofdstuk 7: Educatie. Onderhoud Als er beperkt budget of weinig menskracht is voor het onderhoud, dan is het belangrijk om daar al in het ontwerp rekening mee te houden. Begeleid de school bij het maken van keuzes en bied alternatieven aan, bijvoorbeeld een aantal uren instructie en advies aan vrijwilligers die het onderhoud gaan uitvoeren. Zie voor meer suggesties hoofdstuk 6: Onderhoud. Gemeente en brandweer Het is raadzaam om in de ontwerpfase de plaatselijke brandweer en de gemeente te informeren over het project. De brandweer kan controleren of de aanvoer van bluswater niet wordt gehinderd in het nieuwe ontwerp. De gemeente is veelal eigenaar van de grond en verantwoordelijk voor wat er gebeurt. Als buiten medeweten van de gemeente zaken worden aangelegd die men niet veilig acht, bestaat de kans dat dit weer moet worden verwijderd. Kabels en leidingen Het is zaak vooraf onderzoek te doen naar de aanwezigheid van kabels en leidingen in de grond. Een goede plattegrond geeft hierin inzicht, zodat hiermee rekening kan worden gehouden bij het ontwerp. Los daarvan is het mogelijk dat u tijdens de aanleg stuit op verrassingen, zoals bijvoorbeeld puin of een asfaltlaag onder het tegelplein. TIP Proefboringen Maak voor het uitbrengen van een offerte alvast een aantal proefgaten met een grondboor. Als u gaat graven, spitten, palen zetten enz. bent u verplicht een melding te doen bij het Kadaster (graafmeldingen). Na de melding stuurt deze instantie alle relevante informatie over het graafgebied toe. Op de tekeningen staan bijvoorbeeld de leidingtrajecten. Als er schade gemaakt wordt en er is geen melding gedaan, zal een (bedrijfs-)verzekering niet uitkeren! 4 HOOFDSTUK 4 Uit
Page 44
De Kring, Oegstgeest HOOFDSTUK 4 Ui En dan komt het moment dat de tegels eruit gaan. Na een periode van plannen maken en voorbereidingen treffen, begint dan nu de aanleg. Een belangrijk, vaak feestelijk moment! Voor een soepel aanlegtraject is het zaak heldere afspraken te maken en regelmatig te communiceren met betrokkenen. Communicatie en informatie Hoe loopt de dagelijkse communicatie tijdens de uitvoering? Wie is aanspreekpunt bij de school en bij het hoveniersbedrijf? En hoe verloopt dat als de aanleg tijdens de vakantieperiode plaatsvindt? Daarover moeten heldere afspraken zijn gemaakt. Verstrek regelmatig actuele informatie aan de ouders en omwonenden over het project. Geef aan waar zij terecht kunnen met vragen en klachten. Hoe beter zij op de hoogte zijn, hoe kleiner de kans op ontevredenheid. Vertel ook aan de kinderen wat er zoal gebeurt en waar ze wel en niet aan mogen komen in verband met veiligheid en bescherming van het pas geplante groen en dergelijke. Planning De planning van de werkzaamheden gebeurt uiteraard in overleg met de school. Maak duidelijke afspraken, vooral wanneer het plein bespeelbaar moet blijven tijdens de aanleg. Soms is het nodig om delen van het schoolplein af te zetten. Een school kan er om verschillende redenen de voorkeur aan geven om de aanleg gefaseerd te laten uitvoeren. Bijvoorbeeld om de uitgaven te spreiden. Sommige hoveniers bieden het plan daarom aan als ‘groeimodel’: eerst wordt de basis aangelegd en wellicht een deel van de beplanting. In latere fases volgen de bijzondere elementen. Voor de hovenier kan dit interessant zijn wanneer kan worden afgesproken om de werkzaamheden in te plannen in loze perioden. Uiteraard moeten hier heldere afspraken over worden gemaakt. Voor de school biedt zo’n gefaseerde aanpak aanknopingspunten om de betrokkenheid bij het plein te blijven voeden. Zie ook ‘feestelijke momenten’. TIP Gebruik sociale media Zet sociale media zoals Facebook en Twitter in voor de berichtgeving. Zorg voor korte feiten en foto’s. Laat het project vermelden op de site van de school en doe dat ook op uw eigen site. Niet alleen de betrokkenen, maar ook derden zullen dit lezen en soms levert dat weer extra contacten op.
Page 46
Wie helpt mee? Bij de aanleg kunnen leerkrachten, leerlingen en ouders een rol spelen. Dat versterkt de betrokkenheid bij het plein. Voor kinderen is de aanleg een belangrijke en interessante fase. De verschillende groepen worden door hun bijdrage elk op hun eigen manier ‘eigenaar’ van de tuin en zullen ervoor willen zorgen (niet vernielen). Zo kunnen ze helpen bij het verwijderen van de tegels, het aanplanten, het verspreiden van houtsnippers, het maken van wilgenconstructies etc. Voor een goed eindresultaat is het van belang dat de hovenier hier zoveel mogelijk de regie op houdt en ook wijst op veiligheidsaspecten (valhoogtes, scherpe randen etc.). TIP Regisseer de hulp Bereid waar mogelijk zaken voor, geef duidelijke instructie, zorg voor de materialen. ZBGS, Zoetermeer TIP Jaarlijks een ‘pleinproject’ Vanuit het idee dat een groen schoolplein zich steeds ontwikkelt, kan het interessant zijn om elk jaar met de kinderen projecten op te zetten. Een fontein bekleden met mozaïek bijvoorbeeld, of een nieuw onderdeel aan het plein toevoegen. Zo blijft het project levend en krijgt de betrokkenheid steeds een nieuwe impuls. Participatie kan tijd en geld besparen maar dat is niet automatisch het geval. Het is niet altijd sneller en goedkoper. Als dat de voornaamste reden is, dan kan dat tot teleurstellingen leiden. Wanneer er zaken misgaan, is er tijd en vaak ook geld nodig voor het herstellen. Het is raadzaam dit van tevoren duidelijk te communiceren en er goede afspraken over te maken. Bekijk of er afgeronde overzichtelijke klussen mogelijk zijn waarbij veiligheidsaspecten niet direct in het geding zijn. Dus liever geen speeltoestellen monteren, in verband met veiligheidskeuringen. Hoveniers kunnen de uitvoering ook organiseren met stagiaires van de groenopleiding. Die kunnen dan tijdens de aanleg hun proeve van bekwaamheid afleggen. Voor de school kan dit de aanlegkosten omlaag brengen. Veiligheid tijdens de aanleg Tref goede veiligheidsmaatregelen bij het werken op het schoolplein. Houd rekening met de nieuwsgierigheid en speelsheid van kinderen, die zich vaak niet bewust zijn van de gevaren van machines en gereedschappen. Aan- en afvoer van grond De aan- en afvoer van grond kan een flinke uitdaging zijn. Zeker bij een school midden in de stad. Praktisch gezien is het een goede oplossing om het materiaal ter plekke weer her te gebruiken, maar dat is niet altijd mogelijk. Dat betekent dat vooraf goed moet worden nagegaan hoeveel grond van het terrein moet worden af- en/of aangevoerd en hoe dit het beste logistiek kan worden georganiseerd. Feestelijke momenten De betrokkenheid bij de ontwikkeling van het plein wordt versterkt met feestelijke markeringen. Denk bijvoorbeeld aan een bijzondere start van de aanleg waarbij kinderen de eerste tegels eruit halen. Of aan een oplevering met een bijzondere actie. Zo kan elke fase van het proces worden aangegrepen om het verhaal achter het groene schoolplein te vertellen. De Kring, Oegstgeest
Page 50
Morskring, Leiden HOOFDSTUK 5 G Een groen schoolplein biedt interessante nieuwe mogelijkheden om te spelen én te leren. Het vraagt wel om een ander gebruik dan een grijs, betegeld schoolplein. Dat is voor iedereen even wennen, maar met de juiste informatie vooraf en goede afspraken hoeft het geen problemen op te leveren. Regels en afspraken Informeer de school over wat er wel en niet mogelijk is op het groene schoolplein. En welke veiligheidsaspecten van belang zijn. Op basis daarvan kan de school regels en afspraken formuleren die het gaat hanteren voor het gebruik van het plein. Om te voorkomen dat groen wordt vernield, stellen scholen bijvoorbeeld regels op zoals ‘niet met stokken de tuin in’, ‘geen takken afbreken’, ‘geen bloemen plukken’. Enkele tips voor aandachtspunten: • is het water uit de pomp of kraan op het plein drinkwater? Zo niet, is dat dan duidelijk aangegeven, bijvoorbeeld met een pictogram? • welke regels gelden er om het binnenlopen van vuil in het schoolgebouw te beperken (bijv. sloffenbeleid, zie ook onder het kopje ‘Vuil’)? • wat gebeurt er bij slecht weer, worden bepaalde delen van het plein dan afgesloten in verband met modder, gladheid etc.? • zijn er bepaalde delen waar de kinderen niet mogen lopen of spelen en hoe is dat aangegeven? • welke informatie krijgen de kinderen en leerkrachten over veiligheid en risico’s? • hoe gaan de leerkrachten met het plein om: zijn ze bijvoorbeeld voorbereid op vragen over de planten en dieren die op het plein voorkomen? En zien ze de mogelijkheden om het plein te gebruiken voor hun lessen? Speelterrein én leerterrein Een groen schoolplein kan zowel speelterrein als leerterrein zijn. De kinderen kunnen er al spelend leren omgaan met de natuur. Een goed ingericht plein biedt ook tal van mogelijkheden om verbindingen te leggen met de lessen. Vanuit verschillende vakken kan het plein/de tuin worden gebruikt als instrument, als ‘verlengstuk’ van het klaslokaal. Er zijn diverse organisaties die daarbij kunnen helpen, zoals de centra voor Natuur- en Milieueducatie. Zie ook hoofdstuk 7: Educatie.
Page 52
TIP Het is aan te bevelen dat één persoon binnen de school zich in het thema veiligheid verdiept: iemand die zelf eenvoudige controles kan doen, uitgebreidere inspecties en onderhoud organiseert, ongevallen registreert en communiceert/voorlichting geeft over het gebruik. Vuil Een groen schoolplein zorgt veelal voor meer vuil in en rondom de school, in de vorm van zand en blaadjes. Regelmatig vegen kan dit beperken, maar wanneer het vuil naar binnen wordt gelopen, kan het leiden tot snellere slijtage van de vloeren. De school kan ervoor kiezen een ‘sloffenbeleid’ in te voeren. Bij het betreden van het gebouw ruilen de kinderen hun schoenen dan om voor sloffen. Ook zijn er scholen die een vlaggen- of slagbomensysteem hanteren. Dit houdt in dat afhankelijk van het weer en de hoeveelheid modder en blaadjes op het plein de kinderen wel of niet op bepaalde delen van het schoolplein mogen spelen. De inloop van zand kan ook worden verminderd door zandgebieden wat verder van het schoolgebouw te creëren en door bestrating of een rooster voor de deur te leggen. Ouders en grootouders moeten vaak ook wennen aan dit aspect van een groen schoolplein, al weegt dit bezwaar vaak niet op tegen de vele positieve aspecten. Het is goed om hen erop voor te bereiden dat de kinderen vies kunnen worden tijdens het spelen op school (zie ook hoofdstuk 2: Voorbereiding). Scholen die hier ook na de aanleg regelmatig over communiceren, merken dat de eventuele weerstand al snel verdwijnt. Veiligheid Op een groen schoolplein gebeuren over het algemeen weinig ongelukken. Het kan voorkomen dat kinderen struikelen over takken of stukken hout. Of ze blijven haken, glijden/vallen ergens van af, krijgen een splintertje in hun vinger of een tak in het oog. Gelukkig heeft dit zelden ernstige gevolgen. Scholen die ervaring hebben met een schoolplein zien dat kinderen door de uitdagingen juist leren om met risico’s om te gaan. Na een gewenningsperiode nemen de ongelukjes af. Bovendien is het op een groen schoolplein goed mogelijk om risico’s aanvaardbaar te houden door een (wettelijk verplichte) risicoanalyse / veiligheidscheck en regelmatige inspectie. Speeltoestellen Speeltoestellen moeten voldoen aan wettelijke voorschriften. Zo moet er voor elk toestel een logboek aanwezig zijn met daarin informatie over de identificatie, inspecties en het onderhoud. Ook gegevens over ongevallen moeten in het logboek worden opgenomen. Belangrijk: mogelijk vervalt de verplichting om een fysiek logboek bij te houden (uitspraak minister 2014). De verplichting van registratie blijft echter bestaan. Het is dan ook raadzaam om alle acties en het onderhoud goed vast te leggen. In ieder geval totdat de wetgeving (en de handhaving) is aangepast. Er heerst bij de scholen vaak onduidelijkheid over het keuren van speelelementen. Meer informatie hierover is te vinden in bijlage 2: Keuren en inspecteren van speeltoestellen en op www.allesoverspelen.nl.
Page 54
TIP Evalueer na enkele weken Vraag de school om in de eerste periode van het gebruik bij te houden hoe het plein wordt gebruikt, welke verbeteringen gewenst zijn en welke nieuwe wensen er ontstaan. Bezoek de school een aantal weken na oplevering en bespreek alle nieuwe inzichten. Speelerosie Een groen schoolplein vraagt dus om een ander gebruik dan een grijs schoolplein. De zogeheten ‘speelbelasting’ of ‘speeldruk’ is groot. Dat maakt het in stand houden van gras soms lastig, vooral op een speelheuvel. De speeldruk op het groen is tijdens het gebruik te verlagen door: • uiteenlopende speeltijden te hanteren; • sommige delen van de tuin/het plein tijdelijk af te sluiten om de bodem/beplanting te laten herstellen. Bijvoorbeeld in de winter: door sneeuw kan het groen kapot gaan als kinderen eroverheen lopen. Door tijdelijk hekjes te plaatsen wordt kwetsbaar groen beschermd. Slijtage moet niet verward worden met vernielzucht. Wel of niet afsluiten na schooltijd? Een groen speelplein dat ook na schooltijd gebruikt kan worden, heeft een bredere functie in de wijk. De jeugd uit de buurt krijgt zo meer mogelijkheden om te recreëren en bewegen én om in contact met groen te komen. In overleg met de gemeente kan dit leiden tot een breed gedragen voorziening in de wijk, waar wellicht ook vanuit de lokale overheid financiën voor beschikbaar zijn. Een nadeel van een openbaar toegankelijk schoolplein kan zijn dat men te maken krijgt met vandalisme (vernieling van elementen) en andere ongewenste zaken zoals afval op het plein. Om dit tegen te gaan/te voorkomen is het zaak zoveel mogelijk mensen te betrekken bij de aanleg van het schoolplein. Als de buurt erbij betrokken is, is er meer sociale controle en als kinderen iets mee gemaakt hebben, vernielen ze het niet zo snel. Speeldruk en slijtage moeten trouwens niet worden verward met vernielzucht. Als er iets kapot gaat, moet dit snel worden hersteld. Overigens blijkt dat de omgeving meestal minder overlast ervaart wanneer een grijs schoolplein is omgevormd tot een groene speelplaats. Vooral na schooltijd is er minder last van voetballende kinderen en van hangjeugd met brommers. In het weekend worden groene schoolpleinen vaker bezocht door ouders/grootouders met kinderen, juist om te spelen.
Page 58
Vrije School, Den Haag HOOFDSTUK 6 O en Het succes van een groen schoolplein wordt in belangrijke mate bepaald door het onderhoud nadat het is aangelegd. Het doel is natuurlijk dat de school na jaren nog steeds een mooi en fijn schoolplein heeft. Goed onderhoud is daarvoor een vereiste. Maar hoe borg je dat? En welke rol kan de hovenier daar in spelen? Wat houdt het onderhoud in? De onderhoudswerkzaamheden zijn afhankelijk van het type plein. Het varieert van onkruid wieden, vegen, gras maaien, snoeien, wilgentenen vlechten en water geven tot het vervangen van houtsnippers, planten en hekjes en het schoonhouden van verhardingen. Het is ook van belang dat regelmatig wordt gecontroleerd hoe het plein erbij ligt. Denk aan het in beeld brengen van gevaarlijke situaties, vervuiling, beschadiging, specifieke verzorging van planten, water geven (direct na de aanleg, tijdens vakanties, in droge periodes) etc. Speelelementen zoals een glijbaan, tunnelbuis, heuvel en hut vragen om regelmatige controle. Beheer- en onderhoudsplan Het is aan de hovenier om vooraf duidelijk te maken wat het beheer en onderhoud op de korte maar ook op de langere termijn inhoudt en wat de bijbehorende kosten zijn. Een gedegen beheer- en onderhoudsplan geeft hierin inzicht. Daarbij is het goed om de school te informeren over ecologisch beheer. Geef bijvoorbeeld aan dat het zaak is om de natuur een kans te geven, planten te laten groeien en te kijken wat er gebeurt. Niet te veel maaien en knippen maar de dynamiek van de natuur gebruiken om de kwaliteit van het plein te verbeteren. Het idee is dat de gebruikers hierop anticiperen. Zo is bij een wilgentunnel bijvoorbeeld van belang dat de takken die groeien weer worden ingevlochten. Dan ontstaat een dichte tunnel. De hovenier kan de gebruikers leren zien dat en hoe de nieuwe scheuten kunnen worden ingevlochten. Het beste is natuurlijk wanneer een deel van het budget kan worden gereserveerd voor onderhoud door een deskundige met verstand van ecologie en speelnatuur. Belangrijk is om ook inzicht te geven in de levensduur van de verschillende elementen. TIP Onderhoudscontract of -advies Lever het schoolplein bij voorkeur op met een meerjarig onderhoudscontract of anders onderhoudsadvies of logboek waarin staat wat er moet gebeuren en wanneer. Probeer actief betrokken te blijven bij het onderhoud en de verdere ontwikkeling van het plein.
Page 60
TIP Het plein is nooit klaar Maak duidelijk dat een schoolplein niet klaar is na de aanleg. Het is in feite nooit klaar, maar voortdurend in ontwikkeling. Jaarlijks zal er iets nieuws moeten worden aangepakt of worden verbeterd. Veel scholen bekijken ook hoe de kinderen er spelen en wat de behoefte is. Dat kan in de loop der jaren veranderen. Wie doet het onderhoud? In de meest ideale situatie is er budget gereserveerd voor het onderhoud en is het mogelijk dat de hovenier regelmatig langskomt voor de professionele aanpak daarvan. De school kan er ook voor kiezen om het onderhoud onder supervisie van de hovenier te verrichten met kinderen, leerkrachten en ouders. De hovenier komt dan bijvoorbeeld een aantal ochtenden per jaar langs om met hen onderhoudswerkzaamheden te verrichten en te adviseren over de werkzaamheden voor de komende periode. De vrijwilligers kunnen werken aan de hand van een onderhoudsagenda of -kalender die de hovenier heeft gemaakt. Daarin lezen zij welke werkzaamheden zij kunnen doen en op welk moment deze nodig zijn. Het belang van draagvlak is dus ook in deze fase groot. Sterker nog: er zijn ‘aanjagers’ nodig die zich er hard voor maken dat het schoolplein blijft voortbestaan. Het is mogelijk om bepaalde onderhoudswerkzaamheden (o.a. vegen en opruimen, maar ook onkruid wieden) onderdeel te laten zijn van de lessen. Er zijn scholen die wekelijks een half uur met de kinderen (groep 6, 7 en 8) op het plein werken. Dit vergroot de betrokkenheid bij het plein: de kinderen voelen zich eerder verantwoordelijk voor het plein en dragen er meer zorg voor. Verder kan ook de gemeente betrokken zijn bij het onderhoud, bijvoorbeeld door het gras te maaien en nieuw gras in te zaaien. Ook zijn er scholen die hulp krijgen van vrijwilligers van de centra voor Natuur en Milieueducatie of van de Rabobank in het kader van Rabo Doet. TIP Instructie aan vrijwilligers Geef de vrijwilligers die het dagelijkse en wekelijkse onderhoud gaan doen vooraf instructie over de meest voorkomende onderhoudswerkzaamheden. Bied hen een ‘onderhoudskalender of -logboek’ waarop te zien is wanneer wat moet gebeuren. Margrietschool, Zoetermeer Hulp en advies van de hovenier Hoveniers met ervaring met de aanleg van groene schoolpleinen geven aan dat zij graag in contact blijven met de school en een vinger aan de pols houden. Ze blijven na het opleveren van de tuin beschikbaar voor advies, hulp en antwoorden op vragen. Een hovenier overlegt bijvoorbeeld een paar keer per jaar met de tuinraad van een school en voert de grotere klussen uit. Wanneer de school onderhoud uitvoert, komt hij vaak langs voor begeleiding en instructie. Samen met de docenten bedenkt hij ideeën om de kinderen erbij te betrekken. Zo vervult hij vanuit zijn deskundigheid en betrokkenheid een coachende rol. Kansen voor educatie Onderhoud biedt ook kansen voor educatie: in de biologieles kan er bijvoorbeeld aandacht zijn voor de verschillende planten die in de tuin zijn verwerkt en aan onkruid. Er kunnen met handvaardigheid bijvoorbeeld zelf bordjes worden gemaakt met de plantnamen erop die in de tuin worden geplaatst. Zo leren de kinderen (en evt. ook de docenten en ouders) welke planten moeten blijven staan en wat als onkruid kan worden verwijderd.
Page 64
CBS De Piramide, Utrecht HOOFDSTUK 7 E De ontwikkeling van een groen schoolplein biedt zowel de leerkrachten als de hovenier doorlopend mogelijkheden om kinderen te leren over de natuur en te betrekken bij de natuur. Het schoolplein kan zó worden ingericht dat optimaal gebruik kan worden gemaakt van die mogelijkheden. Daarnaast zullen kinderen automatisch zelf al spelend veel leren over de natuur: ze gaan op zoek naar beestjes en natuurlijk speelmaterialen. Door de leerkracht Het groene schoolplein biedt de school een uitgelezen kans om in het lesprogramma op aan te sluiten. Voor veel scholen is dit ook een belangrijke reden om het schoolplein te vergroenen. Er zijn allerlei werkvormen te bedenken voor de biologielessen en voor natuur- en milieueducatie. Ook de zorg voor natuur kan op het schoolplein worden ontwikkeld, bijvoorbeeld door kinderen te laten water geven, snoeien en plukken. Voorbeelden: • een waterelement op het schoolplein geeft de mogelijkheid om water als thema te centraal te stellen: de rol van water in de natuur, de klimaatverandering waardoor we te maken krijgen met meer droge periodes en hevige regenval. Hoe kunnen we anders met water omgaan om te zorgen dat we minder last hebben van overstromingen? • met een moestuin op het schoolplein leren kinderen op een speelse en actieve manier planten verzorgen, groenten kweken en samenwerken. Ze kunnen bovendien ook veel leren over gezond eten. Gebleken is dat kinderen beter groenten eten als ze die eigenhandig hebben verbouwd. Verschillende organisaties bieden lespakketten voor basisscholen (zie hoofdstuk 10: Meer informatie). Een vierkante meter schoolplein vergroend tijdens de Nationale Tuinweek 2014.
Page 66
Handige site Tips voor lesopdrachten en het samen met de kinderen beheren van het groene schoolplein zijn te vinden op www.onsgroeneschoolplein.nl. Door de hovenier U kunt als hovenier tijdens het project uw kennis over de natuur delen en vertellen over uw vak. Zo kunt u bijvoorbeeld een gastles verzorgen in de klas of op het plein. Ter inspiratie: DOEN: ZELF COMPOST MAKEN! En dan kan je ook nog eens zelf compost maken! Eerst maar eens vertellen wat compost is! Compost is een zeer waardevolle voedingsbron voor planten. Compost is een donker, zwart­bruin, kruimelachtig materiaal dat naar bosgrond ruikt, dit ontstaat door bacteriën en schimmels die leven in groente­, tuin en fruitafval. Hoe je dat doet? Plaats in de tuin een grote kist of een compostvat om je eigen compost te maken van tuinafval uit de tuin aangevuld met groente­ en fruitresten uit de keuken. Ook koffieprut, theezakjes en lege eierdoppen mogen in het compostvat. Na verloop van tijd verteert de inhoud van de compostkist of bak tot compost wat je goed in de tuin kan verwerken. Zo recyclen (hergebruiken) we een deel van ons eigen afval! Trouwens, compost maken doe je niet alleen. Je krijgt vanzelf een heel veel kleine helpertjes. Bacteriën, schimmels, pissebedden en compostpieren lossen elkaar af in het productieproces. Wanneer de compost door de bovengrond verwerkt is verandert de structuur van de grond. De grond wordt lichter en de grond houdt het water beter vast. Hierdoor worden de voedingsstoffen langer bewaard. Compost heeft ook een isolerende werking waardoor de wortels minder last hebben van temperatuurverschillen. Planten die in een compostrijke bodem staan, zijn sterker en gezonder. Daardoor zijn ze opvallend minder vatbaar voor ziekten. TIP Media-aandacht Educatieve activiteiten op het groene schoolplein zijn goede PR voor de school en de hovenier. Probeer hiervoor dan ook publicitaire aandacht te krijgen in de lokale media. Stuur een persbericht met foto, nodig de pers uit, plaats regelmatig updates van activiteiten op Facebook en Twitter. 14 Groen denken & doen DOEN: PUZZEL: HERKEN DE BOOMBLADEREN DOEN: VLINDERS LOKKEN! Welk blad hoort bij welke boom? Ga naar buiten en zoek de bladeren bij die je hier ziet. Leg ze onder de pagina en trek ze over om te kijken of je het juiste blad hebt gevonden. Ook heel leuk om te doen: vlinders lokken naar je eigen vlindertafel Wat heb je nodig? Een kartonnen doos, een scherp potlood, viltstiften en/of verf, dopjes van viltstiften, suiker, een kommetje water en een rietje. n Zet je doos met de bodem naar boven. n Teken een paar bloemen op de bodem van de doos. n Kleur de bloemen in met verf of viltstiften. Gebruik felle kleuren want daar houden vlinders van. n Prik met een scherp potlood een gaatje in elke bloem. Druk het potlood er helemaal doorheen om een goed, mooi rond gat te krijgen. n Duw wat lege dopjes van viltstiften door de gaatjes. Zorg ervoor dat de opening van de dop nog net een stukje boven de rand uitsteekt. n Roer een paar schepjes suiker door een kommetje warm water. Dit water moet zo warm zijn dat de suiker smelt. n Zuig met een rietje wat van dit suikerwater op de druppel het in de dopjes. n Je vlindertafel is klaar. Zet hem buiten op een mooie zomerdag. Even geduld hebben en de vlinders komen op je vlindertafel af. Met wat geluk drinken ze zelfs uit je dopjes. Kastanjeblad Beukenblad Zilversesdoornblad Eikenblad 50 Groen denken & doen Groen denken & doen 41 Lieveheersbeestjes en oorwurmen eten de luizen in de tuin op. Luizen zijn dol op planten, dus als je geen lieveheersbeestjes en oorwurmen in je tuin hebt, zouden de luizen alle mooie planten opeten. En met het spinnenweb vangt de spin voor jou insecten, zodat die niet bij jou in huis rondvliegen. Handig toch? Wanneer je een tuin laat ontwerpen door een hovenier, kun je met de planten die je kiest, ervoor zorgen dat je bepaalde insecten wel, niet of minder in je tuin hebt. Ben je bijvoorbeeld gek op vlinders, maar word je niet zo blij van wespen? Dan kan de hovenier daar rekening mee houden. ALLEMAAL BEESTJES Een paar voorbeelden: Wil je veel vlinders in je tuin? Dan plant je bijvoorbeeld een vlinderstruik (herfstsering), duizendblad, de statice, vlambloem, leverbloem, tijm of zonnehoed. Of hebben jullie liever veel vogels in de tuin? Dan kies je bijvoorbeeld voor planten die besjes of vruchten dragen. En als je minder insecten in je tuin wilt, dan moet je ervoor zorgen dat je veel vogels in je tuin krijgt. Deze eten de insecten namelijk op. Lieveheersbeestje Pissebed Als je last hebt van katten in je tuin, kun je wijnruit planten. Katten houden niet van de geur van deze plant. Vind je het leuk om veel katten in je tuin te hebben? Kattenkruid trekt katten juist aan! Heb jij dat ook? Dat je je, vooral in de zomer, ergert aan alle beestjes? Denk maar eens aan de zoemende mug om je hoofd als je na een lekker dagje strand in je bed ligt om te gaan slapen. Of die vervelende wesp die maar op je ijsje af blijft komen. Toch zijn insecten super belangrijk en er zijn er ontzettend veel! Wist jij dat: n De schatting is dat er nu zo’n 5,5 biljard insecten op onze aarde zijn? Dat schrijf je als: 5.500.000.000.000.000. n 1 op de 2 diersoorten een insect is? n Een kakkerlak gemiddeld elke 15 minuten een wind laat? n Je maar liefst 2,8 miljoen (2.800.000) keer door een mug gestoken moet worden voordat je helemaal geen bloed meer over hebt? n Een vlo het beste kan springen? Hij kan 150 keer zijn eigen lengte springen. n De Australische buldogmier je met één beet kan doden? Veel mensen krijgen de kriebels van spinnen, regenwormen, pissebedden en andere insecten die bijvoorbeeld in de achtertuin leven. Maar wist je dat je tuin juist niet zonder deze kleine beestjes kan? Deze dieren helpen bij het verteren van afgevallen bladeren en oude plantenresten. Onder een notenboom heb je geen last van muggen. Muggen houden namelijk niet van de olie van de boom. WIST JE DAT: Kattenkruid DOEN: MIERENDOOLHOF MAKEN! Weet je wat ook leuk is? Een mierendoolhof maken! Hoe je dat doet? Pak suikerklontjes, water en een vel papier. Teken een doolhof op het vel papier. Maak het suikerklontje nat en trek daarmee een suikerspoor door je doolhof. Zorg ervoor dat dit spoor in één keer van het beginnaar het eindpunt gaat. Leg het papier in de buurt van een mierenhoop op de grond en verbaas jezelf en anderen doordat de mieren goed door je doolhof lopen! Hoe dit kan? Mieren beschikken met hun voelsprieten onder andere over een heel goed reuk­, tast­ en speurorgaan. Ook hun smaakzintuig is heel goed ontwikkeld. Ze zijn voortdurend op zoek naar voeding en daarom komen de mieren op de suiker af. En om dit te kunnen doen, moeten ze over je suikerspoor lopen. Wesp Langpootmug Kakkerlak 40 Groen denken & doen Groen denken & doen 39
Page 72
‘t Anker, Apeldoorn HOOFDSTUK 8 Fin Wat kost een groen schoolplein? Die vraag is niet eenduidig te beantwoorden, het hangt immers van veel factoren af. Belangrijk is om al in een heel vroeg stadium bij de school te informeren naar het beschikbare budget. Bij het ontwerp en de (gefaseerde) planning kunt u daar dan rekening mee houden. Ook kunt u meedenken met de school over mogelijkheden om kosten te besparen of extra budget te genereren. En u kunt input aandragen voor de onderbouwing van subsidieaanvragen. Fondsenwerving Voor extra budget kan de school aan fondsenwerving doen. Zo kunnen diverse fondsen worden aangeschreven voor subsidie (zie Hoofdstuk 10: Meer informatie). Ook kan gedacht worden aan sponsoring door het bedrijfsleven (o.a. banken), Rotaryclubs, lokale ondernemersverenigingen, woningcorporaties enzovoorts. Uiteraard is het daarbij zaak een goed onderbouwd plan te presenteren. Daar kunt u als hovenier bij helpen. Zo kunt u bijvoorbeeld tekst aanleveren over de positieve effecten van een groen schoolplein en de meerwaarde van groen. Hierover is veel informatie beschikbaar uit onderzoek. Zie ook hoofdstuk 1: Hoe goed is een groen schoolplein? en hoofdstuk 10: Meer informatie. Gemeente Samenwerking met de gemeente kan grote voordelen hebben. Vaak heeft de gemeente budgetten voor herbestrating, riolering en omgevingsverbeterende maatregelen. Doordat er minder straatwerk is, eventueel het rioleringssysteem wordt aangepakt en er bij openstelling van het plein meer speelruimte in de wijk ontstaat, kan het handig zijn om aanspraak te maken op een deel van die budgetten. De gemeente kan ook voor een onderhoudsbudget zorgen als het schoolplein openbaar is. Daarnaast komt het voor dat gemeenten extra grond (openbare ruimte) beschikbaar stellen voor het groene schoolplein en (goedkoop) materiaal leveren. Bij de gemeentewerf kan bijvoorbeeld worden gevraagd of er nog bruikbaar (snoei)hout beschikbaar is. TIP Fiscaal voordeel Voor kinderdagverblijven kan het interessant zijn om de investering in een groene buitenruimte en natuurlijke speelelementen aan te melden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Deze investering kan namelijk in aanmerking komen voor de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en/of de Willekeurige Afschrijving Milieu-investeringen (Vamil). Kijk voor meer informatie op www.rvo.nl onder ‘Subsidies & Financiering’.
Page 78
Schone lucht in de klas HOOFDSTUK 9 G d Niet alleen buiten op het schoolplein doet groen goed, ook in het klaslokaal. In veel Nederlandse klaslokalen is de luchtkwaliteit erg slecht. Dit heeft grote invloed op de leerprestaties en de concentratie van de leerlingen. Ook hun welbevinden en gedrag worden erdoor beïnvloed. Planten in de klas kunnen hierin veel verbetering brengen. Scholen hebben vaak verouderde luchtfiltersystemen. Bovendien is het aantal leerlingen per klaslokaal alleen maar groter geworden de afgelopen jaren. Uit onderzoek blijkt dat er een directe relatie is tussen luchtkwaliteit en leerprestaties. Een gezond binnenklimaat voor scholen en kinderdagverblijven is een speerpunt van de rijksoverheid. Zo zijn er al diverse projecten georganiseerd door GGD’en en Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu om het binnenmilieu te verbeteren. Opvallend is dat daarbij vooral aandacht is voor ventileren en nauwelijks voor positieve effecten van groen in de klas. En dat terwijl er steeds meer wetenschappelijk bewijs is. Planten in de klas kunnen heel veel doen, zo blijkt uit onderzoek. Enkele positieve effecten: • ze verlagen het CO2-gehalte in de lucht; • ze hebben een luchtzuiverende werking: vieze luchtjes en afvalstoffen worden binnen 45 minuten geheel afgebroken; • gezondheidsklachten zoals hoofdpijn, luchtweginfecties en oogirritaties nemen af; • kinderen scoren beter bij taken en toetsen en tonen meer creativiteit bij het oplossen van problemen; • planten absorberen geluid, dat geeft een prettiger akoestiek. Zeker in klaslokalen met voldoende zonlicht kunnen planten zonder veel aanvullende kosten snel hun werk doen. Maar ook in klaslokalen waar weinig licht voorkomt, kunnen planten worden geplaatst. De bedrijven die zijn aangesloten bij VHG Vakgroep Interieurbeplanters kunnen er alles over vertellen. Prestaties Prestaties verbeteren met 20 tot 40% 17,5 12 Gezondheid geen planten één plant veel planten Eén plant per persoon is al voldoende > Lees meer > Lees meer Schone lucht en betere lucht vochtigheid vermindert allergie en ziekteverzuim duizelig, misselijk hoofdpijn concentratieproblemen jeuk, huidirritatie droge neus en oren moe en slaperig keelklachten, hoesten droge of vette huid Frequentie gezondheidsproblemen Zonder planten Met planten 18 Afgebroken fi jnstof Geluk Schone lucht De meeste mensen voelen zich gelukkiger in een groene omgeving Welbevinden 10 Gezondheidsklachten Wat doen planten voor ons? 0 0 geen 1 - 4 5 6 - 9 Aantal planten > Lees meer > Lees meer over fi jnstof > Lees meer 10 CO2 Waterdamp 30 60 Planten breken fi jnstof actief af en maken onze zuurstof uit CO2 Zonder planten Met planten 90 Tijd (minuten) 120 Fijnstof: Formaldehyde Xyleen Tolueen Benzeen TCE Chloroform Ammoniak Alcohol Aceton Meer Water groen in huis, op school, in de zorg en op de werkplek is belangrijk Zuurstof www.intogreen.nl Goede associaties Score Afbraak van Formaldehyde
Page 84
Jan Vermeerschool, Delft PCB De Klokbeker, Ermelo HOOFDSTUK 10 M i Hieronder een overzicht van websites waar u meer informatie kunt vinden over specifieke onderwerpen: Over de meerwaarde van groen De Groene Stad: www.degroenestad.nl Into Green: www.intogreen.nl Groen Dichterbij: www.groendichterbij.nl Branchevereniging VHG: factsheets ‘Waarde van Groen’ www.vhg.org onder Vakgroep Groenvoorzieners > publicaties Branchevereniging VHG: onderzoeksrapporten Groene Schoolpleinen: www.vhg.org onder ‘Kennisbank’ Inspiratie en voorbeelden Gezonde scholen: www.gezondescholen.nl Springzaad: www.springzaad.nl Fonds 1818: www.groeneschoolpleinen.nl NLGreenlabel: www.nlgreenlabel.nl Educatie Ons groene schoolplein (NME, Fonds 1818 & ElemenTree): www.onsgroeneschoolplein.nl Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid: www.ivn.nl Centrum voor Natuur- en Milieueducatie: www.nmepodium.nl Groen Gelinkt: www.groengelinkt.nl Ecokids: https://ecokidsnl.wordpress.com/ Financiën Jantje Beton: www.jantjebeton.nl Fonds 1818: www.groeneschoolpleinen.nl Stichting Kinderpostzegels Nederland: http://www.kinderpostzegels.nl/nl/subsidieaanvraag VSBFonds: https://www.vsbfonds.nl/aanvragen Oranjefonds: www.oranjefonds.nl Crowdfunding: www.geefonderwijs.nl, www.crowdfunding.nl of www.crowdfundingvoornatuur.nl Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: www.rvo.nl (Subsidies & Financiën) Veiligheid en regelgeving Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (VWA): www.vwa.nl VeiligheidNL & NUSO: www.allesoverspelen.nl SpeelTopVeilig: www.speeltopveilig.nl
Page 88
Widar Vrije School, Delft G b De informatie in deze handleiding is voor een belangrijk deel gebaseerd op het onderzoek ‘Succes- en faalfactoren bij een duurzaam ontwerp van groene schoolpleinen’ van dr. Jolanda Maas (VU Medisch Centrum, afdeling Sociale Geneeskunde), Rianne Muller, MSc (idem) en dr. Dieuwke Hovinga (Lectoraat Natuur & Ontwikkeling Kind, Hogeschool Leiden in samenwerking met Stichting Veldwerk Nederland en Thomas More Hogeschool). Het onderzoeksrapport is te downloaden via de website van Branchevereniging VHG (www.vhg.org onder ‘Kennisbank’). Daarnaast is dankbaar gebruik gemaakt van de kennis en praktijkervaringen van VHG-leden: Ruud Vis (Van der Spek Hoveniers), Menno Weverling (Weverling Groenprojekten), Dionysios Sofronas (Aardoom Hoveniers) en Giel van der Palen (Hoveniersbedrijf Giel van der Palen). Ook zijn suggesties verwerkt van het Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid (IVN) en de dienst Natuur- en Milieueducatie Den Haag. Overige bronnen: Onderzoek ‘Groene schoolpleinen, een wetenschappelijk onderzoek naar de effecten voor basisschoolleerlingen’(2013), dr. J. Maas, R.L. Tauritz MSc, A. van der Wal MSc en dr. D. Hovinga. Onderzoek ‘Plant in de Klas’(2011) van Fytagoras, TNO en kwekerscombinatie Air So Pure. Onderzoek ‘Speelnatuur en veiligheid, richtlijnen en aanbevelingen voor terreinbeheerders’(2008), mr. B.M. Visser, ing. G.B.J. de Baaij en drs. S. Bouwens. Handleiding ‘De Levende Tuin’, F. Tonneijck en K. van der Leest (Triple E), Branchevereniging VHG. Factsheet ‘Spelen in de bossen’, (2008) Voedsel- en Waren Autoriteit. Factsheet ‘Groen doet goed’, (2012) IVN. www.groeneschoolpleinen.nl (Fonds 1818) www.jantjebeton.nl (Gezonde Schoolpleinen)
Page 94
FACTSHEET JEUGD, NATUUR, GEZONDHEID Waarom kinderen natuur nodig hebben Kwetsbare kinderen Het recht op het hoogst haalbare niveau van licha melijke en geestelijke gezondheid is een fundamenteel recht van kinderen. In Nederland zijn er veel basisvoorzieningen om dit recht te waarborgen. Door ontwikkelingen zoals de steeds ongezondere leefgewoonten van veel mensen komt de gezondheid van met name kinderen in meer kwetsbare groepen onder druk te staan. Dit blijkt onder andere uit de volgende cijfers: • Kinderen in Nederland worden steeds zwaarder. In 2011 was volgens de CBS Jeugdmonitor 12% procent van de 2-9 jarigen te dik en 4% veel te dik, en deze percentages vertonen een stijgende lijn. Van de niet-westerse jongeren is maar liefst 20% te dik. • Volgens de TNO monitor Bewegen en Gezondheid voldeed in 2010 minder dan de helft van de Neder landse jongeren van 4-17 jaar aan de beweeg normen. Eén op de acht jongeren is inactief. Vooral meisjes en niet-westerse jongeren bewegen te weinig. • Ongeveer 8% van de Nederlandse kinderen van 8-12 jaar heeft volgens de ouders last van angsten, depressieve klachten en andere emotionele problemen. Deze problemen komen vaker voor bij kinderen uit gezinnen met een inkomen onder de armoede grens en bij nietwesterse kinderen (Bron: Peiling Jeugd en Gezondheid, SCP/TNO, 2002-2003). • Van de Nederlandse kinderen onder 16 jaar lijdt naar schatting ongeveer 3-5% aan ADHD. Het merendeel hiervan bestaat uit jongens. Volwassen met een laag inkomen hadden in hun kindertijd meer dan 8 keer zo vaak ADHD dan volwassenen met een hoog inkomen (Bron: NEMESIS-2 onderzoek, Trimbos Instituut, 2010). 2 Binnenkinderen Nederlandse kinderen zitten veel binnen waar ze uren per dag doorbrengen achter de spelcomputer of voor de televisie. Ze lijken minder buiten in de natuur te komen dan vroeger, maar door het ontbreken van meerjarige gegevens kunnen er geen objectieve trends en ontwikkelingen in de relatie tussen kinderen en natuur worden aangegeven. Wel zijn er aanwijzingen dat kinderen van tegenwoordig laag scoren wat betreft natuurhouding, gedrag, en kennis van de natuur. • Nederlandse kinderen kijken relatief veel televisie: 67% van de 11-jarigen en 70% van de 13-jarigen kijkt minstens twee uur per dag televisie. In andere Westerse landen liggen deze percentages een stuk lager (Bron: HBSC-studie 2009/2010, Trimbos Instituut). • In Nederland en vrijwel alle andere westerse landen zijn de mogelijkheden voor kinderen om zelfstandig de natuur op te zoeken sterk afgenomen. Het gebied rond de woning waar kinderen zelfstandig mogen komen is veel kleiner dan vroeger en het aantal zelfstandige verplaatsingen van schoolkinderen neemt af. • Ongeveer een kwart van de schoolkinderen uit groep zeven en acht van diverse basisscholen zegt dat zij de natuur niet zo belangrijk vinden (Van den Boorn, 2006). • Schoolkinderen met veel natuur in hun woonomgeving denken bij natuur vooral aan dieren die ze uit eigen ervaring kennen, zoals hertjes, eekhoorns en spinnen. Kinderen uit woon wijken met weinig natuur noemen vaker tropische dieren zoals leeuwen, olifanten en tijgers die ze van de televisie of uit de dierentuin kennen (De Witt, 2005). • Vooral kinderen van niet-westerse herkomst zijn vaak bang voor de natuur. Van de 6-10 jarigen uit deze groep is 70% een beetje of best wel bang om uit een boom te vallen, 55% is bang voor wespen en bijen (De Vries, Langers, Donders, & Van den Berg, 2012). Wetenschappelijk onderzoek biedt steeds meer aanwijzingen dat de toename van welvaartziekten onder kinderen samenhangt met de toe nemende verwijdering tussen kinderen en natuur. Deze factsheet geeft een overzicht van de belangrijkste resultaten van het onderzoek naar het belang van natuur voor de lichamelijke en psychische ontwikkeling en gezondheid van kinderen. De aandacht gaat hierbij vooral uit naar kinderen in de basisschoolleeftijd, omdat in deze fase de basis wordt gelegd voor zowel gezond gedrag als voor verbondenheid met natuur. 3
Page 96
FACTSHEET JEUGD, NATUUR, GEZONDHEID Natuur als bewegingsruimte Parken en andere veilige en aantrekkelijke natuurlijke speelplekken dagen het kind uit om meer te bewegen en gevarieerder te spelen. Dit stimuleert de ontwikkeling van motorische vaardigheden en vermindert de kans op overgewicht. Schooltuinen zorgen er bovendien voor dat kinderen meer vertrouwd raken met groente en fruit en er meer van gaan eten. Lichamelijke activiteit en overgewicht • Amerikaanse kinderen van 8-14 jaar die volgens GPS-gegevens meer dan 20 minuten per dag doorbrengen op natuurlijke plekken vertonen vijf keer zoveel matig tot intensieve lichamelijke activiteit dan kinderen die nauwelijks tijd doorbrengen op natuurlijke plekken (Almanza, Jerrett, Dunton, Seto, & Pentz, 2012). • Onderzoek in Australië en Canada laat zien dat natuurlijke plekken op schoolpleinen vooral uitnodigen tot matig intensieve activiteiten zoal klimmen, kruipen en verkennen (Dyment, Bell, & Lucas, 2009). • Meisjes zijn gemiddeld actiever op natuurlijke speelplekken dan op betegeld terrein omdat ze daar minder rondhangen, terwijl jongens juist actiever zijn op betegeld terrein dan op natuurlijke plekken omdat ze daar meer tijd besteden aan voetballen en ande re spor ten spelactiviteiten (Fjør toft, Kristoffersen, & Sageie, 2009; Van den Berg, Koenis, & Van den Berg, 2007). • In Nederlandse postcodegebieden met een minimale hoeveelheid van tenminste 5 hectare aan groene gebieden zoals parken, bossen en natuurgebieden, ligt het percentage kinderen met overgewicht ongeveer 18% lager dan in niet-groene postcodegebieden (Vreke, Donders, Langers, Salverda, & Veeneklaas, 2006). • Amerikaanse kinderen van 9-10 jaar hebben minder kans om op hun 18e jaar overgewicht te hebben naarmate er meer parkgebied in een straal van 500 meter rond hun woning aanwezig is (Wolch et al., 2011). 4 Speelgedrag, motorische ontwikkeling en gezonde voeding • Een natuurlijke speelomgeving stimuleer t tot meer gevarieerd en creatief speelgedrag (Faber Taylor, Wiley, Kuo, & Sullivan, 1998). Met name fantasierijk, exploratief en constructief speelgedrag komen vaker voor in natuurlijke dan in niet-natuurlijke speelomgevingen (Van den Berg, et al., 2007). • Onderzoek in Noorwegen toont aan dat kinderen van 5-7 jaar flink vooruit gaan in hun motorische ontwikkeling als ze een jaar lang elke schooldag in het bos mogen spelen. Na een jaar spelen in het bos maakten de kinderen bijvoorbeeld nauwelijks meer wankelingen tijdens een balanceertest waarbij ze 30 seconden op één been moeten staan, terwijl een controlegroep die op het schoolplein bleef spelen vaker dan 3 keer wankelde (Fjør toft, 2004). • Schoolkinderen gaan meer groente en fruit eten als ze met de klas gaan werken in een moestuin, zo blijkt uit een analyse van 20 onderzoeken in de Verenigde Staten (Langellotto & Gupta, 2012). Kinderen die alleen voorlichting krijgen over gezonde voeding leren wel dat groente en fruit gezond zijn, maar brengen deze kennis niet in de praktijk. 5
Page 98
FACTSHEET JEUGD, NATUUR, GEZONDHEID Natuur als ontspanningsruimte Natuurlijke omgevingen zijn een onophoudelijke bron van fascinatie. Stimuli zoals bloemen, vlinders of een blad dat waait in de wind trekken auto matisch de aandacht zonder dat het moeite kost. Dit geeft niet alleen een prettig, rustgevend gevoel, contact met de natuur kan er ook voor zorgen dat kinderen zich beter kunnen concentreren, meer zelfbeheersing tonen, en minder vaak last hebben van psychische problemen. Aandacht en ADHD • Schoolkinderen van 8 en 10 jaar presteren tot wel 52 seconden sneller op een moeilijke aandachtvragende test waarbij ze letters en cijfers moeten verbinden als ze deze test mogen uitvoeren in de tuin bij school dan als ze deze test uitvoeren in het klaslokaal, zo blijkt uit Italiaans onderzoek (Mancuso, Rizzitelli, & Azzarello, 2006). • Meisjes van 7-12 jaar uit een Amerikaanse achter standswijk beschikken over meer zelfbeheersing naarmate er vanuit het raam van hun appartement meer bomen en gras te zien zijn (Faber Taylor, Kuo, & Sullivan, 2002). Ze kiezen bijvoorbeeld vaker voor een grote, uitgestelde beloning in plaats van een kleinere, directe beloning. • Jonge kinderen op kinderdagverblijven in Zweden scoren beter op een test die de kans meet om ADHD te ontwikkelen als er in de omgeving bij het kinderdagverblijf veel bomen, struiken en heuvelachtig terrein aanwezig zijn (Mårtensson et al., 2009). • Kinderen met ADHD kunnen zich beter concentreren tijdens of na een verblijf in een natuurlijke omgeving (Faber Taylor & Kuo, 2009; Van den Berg, 2011). Amerikaanse ADHD’ers van 7-12 jaar kunnen bijvoorbeeld meer getallen in omgekeerde volgorde nazeggen na een half uur wandelen door een park dan na een wande ling door de binnenstad of een woonwijk. Welzijn en gezondheid • Schoolkinderen van 6-12 jaar uit Amerikaanse plattelandsgemeenten hebben meer zelfvertrouwen en zijn beter bestand tegen de negatieve gevolgen van stressvolle levensgebeurtenissen naarmate ze meer planten en andere natuurlijke elementen in en rond hun woning hebben (Wells & Evans, 2003). 6 • Kinderen uit groep 5 en 6 van Nederlandse basisscholen met overwegend niet-westerse leerlingen, voelden zich na afloop van een driedaags natuurbelevingsprogramma bijna nooit meer angstig, boos, verdrietig of zorgelijk, terwijl ze deze gevoelens voor het programma soms wel hadden (Van der Waal, Van den Berg, & Van Koppen, 2008). • Nederlandse kinderen die opgroeien in buurten met weinig groen hebben tot 6 keer zo vaak last van depressie en angststoornissen dan kinderen die opgroeien in groenrijke buurten (Maas et al., 2009; Van den Berg & De Hek, 2009). In de leeftijdsgroep van 0-13 jaar komen in een buurt met 10% groen vijftig kinderen per duizend met depressieve en angstige klachten bij de huisarts, in buurten met 90% zijn dat er maar acht per duizend. Ook andere ziekten en aandoeningen zoals nek- en schouderklachten, duizeligheid, verkoudheid en longontsteking komen minder vaak voor bij kinderen uit buurten met veel groen. • In Engelse buurten met weinig groen hebben zowel kinderen als volwassenen met een laag inkomen ongeveer twee keer meer kans om in een periode van vijf jaar te overlijden dan mensen met een hoog inkomen, in buurten met het hoogste percentage groen is de sterftekans van armen ‘slechts’ anderhalf keer groter dan die van rijken (Mitchell & Popham, 2008). Over de auteur Deze fac t shee t i s opges t e l d door omgevings psychologe en hoogleraar natuurbeleving Agnes van den Berg. Van den Berg is in Neder land een pionier van het onderzoek naar gezondheids effecten van natuur. In 2001 schreef zij samen met Magdalena van den Berg het essay “Van buiten word je beter” waarin voor het eerst een overzicht werd gegeven van onderzoek naar natuur en gezondheid. In 2007 en 2009 publiceerde zij twee kritische overzichten van het onderzoek rondom jeugd, natuur en gezondheid getiteld “Kom je buiten spelen” en “Groene kansen voor de jeugd”. Voor deze factsheet maakte zij een selectie van de meest overtuigende onderzoeksresultaten, met als uitgangspunt de criteria en definities uit het boekje “Kom je buiten spelen”. 7
Page 100
FACTSHEET JEUGD, NATUUR, GEZONDHEID LITERATUUR Almanza, E., Jerrett, M., Dunton, G., Seto, E., & Pentz, M. A. (2012). A study of community design, greenness, and physical activity in children using satellite, GPS and accelerometer data. Health & Place, 18(1), 46-54. Berg, A. E. van den (2007). Kom je buiten spelen: Een advies over onderzoek naar de invloed van natuur op de gezondheid van kinderen. Wageningen: Alterra. Berg, A. E. van den (2011). Natuur als therapie bij ADHD: Literatuurstudie, interviews met deskundigen, en empirisch onderzoek. Rapport 2112. Wageningen: Alterra. Berg, A. E. van den, & Hek, E. de (2009). Groene kansen voor de jeugd: Stand van zaken onderzoek jeugd, natuur, gezondheid. Wageningen: Alterra. Berg, A. E. van den, Koenis, R., & Berg, M. M. H. E. van den (2007). Spelen in het groen: Effecten van een bezoek aan een natuurspeeltuin op het speelgedrag, de lichamelijke activiteit, de concentratie en de stemming van kinderen. Rapport 1600. Wageningen: Alterra. Berg, A. E. van den, & Berg, M. M. H. E. van den (2001). Van buiten word je beter. Een essay over de relatie tussen natuur en gezondheid. Wageningen: Alterra. Boorn, C. van den (2006). Boomhut of chatroom? Een onderzoek naar de natuurinteresse van Nederlandse kinderen in 2006 en 20 jaar eerder. Doctoraalscriptie. Amsterdam: Vrije Universiteit Amsterdam. Dyment, J. E., Bell, A. C., & Lucas, A. J. (2009). The relationship between school ground design and intensity of physical activity. Children’s Geographies, 7(3), 261-276. Faber Taylor, A., & Kuo, F. E. (2009). Children with attention deficits concentrate better after a walk in the park. Journal of Attention Disorders, 12(5), 402-409. Faber Taylor, A., Kuo, F. E., & Sullivan, W. C. (2002). Views of nature and self-discipline: Evidence from inner city children. Journal of Environmental Psychology, 22(1-2), 49-63. Faber Taylor, A., Wiley, A., Kuo, F. E., & Sullivan, W. C. (1998). Growing up in the inner city: Green spaces as places to grow. Environment and Behavior, 30(1), 3-27. Fjørtoft, I. (2004). Landscape as playscape: The effects of natural environments on children’s play and motor development. Children, Youth and Environments, 14(2), 21-44. Fjørtoft, I., Kristoffersen, B., & Sageie, J. (2009). Children in schoolyards: Tracking movement patterns and physical activity in schoolyards using global positioning system and heart rate monitoring. Landscape and Urban Planning, 93(3-4), 210-217. Langellotto, G. A., & Gupta, A. (2012). Gardening increases vegetable consumption in school-aged children: A metaanalytical synthesis. HortTechnology, 22(4), 430-445. www.ivn.nl © IVN, Amsterdam, december 2012 Maas, J., Verheij, R. A., Vries, S. de, Spreeuwenberg, P., Schellevis, F. G., & Groenewegen, P. P. (2009). Morbidity is related to a green living environment. Journal of Epidemiology and Community Health, 63(12), 967-973. Mancuso, S., Rizzitelli, S., & Azzarello, E. (2006). Influence of green vegetation on children’s capacity of attention: a case study in Florence, Italy. Advances in Horticultural Science, 20(3), 220-223. Mårtensson, F., Boldemann, C., Söderström, M., Blennow, M., Englund, J. E., & Grahn, P. (2009). Outdoor environmental assessment of attention promoting settings for preschool children. Health & Place, 15(4), 1149-1157. Mitchell, R., & Popham, F. (2008). Effect of exposure to natural environment on health inequalities: An observational population study. The Lancet, 372, 1655 - 1660. Vreke, J., Donders, J. L., Langers, F., Salverda, I. E., & Veeneklaas, F. R. (2006). Potenties van groen! De invloed van groen in en om de stad op overgewicht bij kinderen en op het binden van huishoudens met midden­ en hoge inkomens aan de stad. Rapport 1356. Wageningen: Alterra. Vries, S. de, Langers, F., Donders, J.L.M, Willeboer, M.T. & Berg, A.E. van den (2012). Meer groen op het schoolplein: een interventiestudie. De effecten van het groen herinrichten van schoolpleinen op de ontwikkeling, het welzijn en de natuurhouding van het kind. Rapport in voorbereiding. Wageningen: Alterra. Waal, M. E. van der, Berg, A. E. van den, & Koppen, C. S. A. van (2008). Terug naar het bos: Effecten van natuurbelevingsprogramma ‘Het Bewaarde Land’ op de natuurbeleving, topervaringen en gezondheid van allochtone en autochtone kinderen. Rapport 1702. Wageningen: Alterra. Wells, N. M., & Evans, G. W. (2003). Nearby nature: A buffer of life stress among rural children. Environment and Behavior, 35(3), 311-330. Witt, A. de (2005). Van vervreemding naar verantwoordelijkheid, over jongeren en natuur. Den Haag: Ministerie van LNV. Wolch, J., Jerrett, M., Reynolds, K., McConnell, R., Chang, R., Dahmann, N., e.a. (2011). Childhood obesity and proximity to urban parks and recreational resources: A longitudinal cohort study. Health & Place, 17(1), 207-214. 8 foto’s: ivn waterland / shutterstock layout: inpetto-ontwerp.nl B2 BIJLAGE 2 K i v to
Page 102
Montessorischool Apollo, Leiden KC Montessorischool, Maastricht BIJLAGE 2 K i v to Wettelijke grondslag Het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS) zegt dat speeltoestellen veilig moeten zijn. De reikwijdte van het WAS wordt regelmatig aangepast en heeft inmiddels regels voor bungy-jumpen, air-diving, abseilen, tokkelen en watertoestellen zoals waterglijbanen. Al deze inrichtingen moeten, net als speeltoestellen die zijn gebouwd na maart 1997, voorzien zijn van een geldig veiligheidscertificaat van een Aangewezen KeuringsInstantie (AKI), bijvoorbeeld: TÜV Nederland, Keurmerkinstituut Zoetermeer, Liftinstituut Amsterdam en AV Breda. Alle speeltoestellen/inrichtingen in de openbare ruimte vallen onder deze wettelijke regelgeving. Toestellen in een particuliere tuin vallen hier niet onder. Wel toestellen/inrichtingen bij bedrijven, campings, tuincentra en ook minder openbaar toegankelijke ruimten zoals kinderopvangcentra, scholen en zorginstellingen vallen onder het WAS. Dat geldt eveneens voor binnen geplaatste toestellen of inrichtingen. De landelijk aangestelde toezichthouder is de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit). Deze kan dwingende en verbaliserende maatregelen opleggen en controleert ook de AKI (Aangewezen Keuring Instantie) op zijn functioneren. Het niet voldoen aan de regels van het WAS is een strafbaar feit. Uitgebreide informatie kunt u vinden op sites van o.a. het Keurmerkinstituut (www.keurmerk.nl), de NVWA (www.vwa.nl) en de Stichting Veilig Spelen (www.allesoverspelen.nl). Wat is een speeltoestel? In het WAS is de definitie van een speeltoestel: “Een inrichting die bestemd is voor vermaak of ontspanning, waarbij uitsluitend van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt. Het onderscheid met attractietoestellen is dat in de definitie van een speeltoestel het element ‘voortbeweging van personen’ bewust is weggelaten. Voor attractietoestellen is dat juist één van de belangrijke definiërende kenmerken, maar voor speeltoestellen geldt dat niet alle elementen van het spel met een speeltoestel worden gekenmerkt door voortbeweging. Inrichtingen als een zandbak of een ballenbad zijn dan ook speeltoestellen in de zin van het WAS. Voor de nadere bepaling of een inrichting kan worden aangemerkt als speeltoestel kan de reikwijdtenotitie bij het WAS worden geraadpleegd.” (tekst: NVWA Informatieblad nr. 29, maart 2007)
Page 104
TIP Maak tijdig afspraken met de keurende instantie (AKI). Stuur van tevoren alle gegevens naar die instantie op, zodat het certificeringstraject zo kort mogelijk kan zijn. Communiceer deze procedure met de school. De Eglantier, Delft Keuren en inspecteren Het WAS is duidelijk en zegt dat elke speelinrichting voorzien moet zijn van een certificaat en dat een typeplaatje op het toestel moet zijn aangebracht. De fabrikant/importeur levert meestal ook het certificaat voorzien van technisch dossier, Nederlandse gebruiksaanwijzing (verplicht) en logboek. In serie vervaardigde toestellen zijn meestal voorzien van een typecertificaat. Een toestel is gekeurd en de andere worden identiek nagebouwd onder dezelfde licentie. Een uniek toestel krijgt na certificering een uniek certificaat. Dit geldt bijvoorbeeld voor de meeste toestellen c.q. inrichtingen die gemaakt worden op natuurlijke speelterreinen. Bij het keuren en inspecteren van toestellen en valdempende ondergronden wordt vaak gebruik gemaakt van beschreven normen (o.a. resp. EN1176-2008 en EN1177-2008). Gebruik van normen is niet wettelijk verplicht, maar voldoen aan de norm levert wel een vermoeden op dat het toestel voldoet aan de veiligheidseisen van het WAS. De beheerder/exploitant is diegene die speeltoestellen beschikbaar heeft en aan gebruikers beschikbaar stelt. Hij moeten ervoor zorgen dat deze toestellen voldoen aan het WAS, op de juiste wijze veilig zijn geïnstalleerd en onderhouden zodat zij geen gevaar kunnen opleveren voor de gebruikers. Ook toestellen van voor 1997 moeten veilig zijn. British School, Den Haag Elk toestel moet voorzien zijn van een logboek waarin minimaal de volgende gegevens zijn opgenomen; fabrikant/importeur, de installateur, eigenaar, beheerder, de kenmerken van het toestel, keuringen en onderzoeken. Eigen of externe inspecties, onderhoud en registratie van ongevallen moeten ook daarin worden bijgehouden. Een niet-gecertificeerd toestel mag niet worden gebruikt. Voor de hovenier betekent dit dat wanneer er een toestel geplaatst is, maar nog niet voorzien van bijvoorbeeld valdemping, dat deze niet gebruikt mag worden. Zolang er nog geen certificaat is verleend voor de inrichting (toestel en valdemping) mag het toestel niet toegankelijk zijn voor gebruikers. Een juiste manier om hiervoor te zorgen is dat het toestel wordt afgezet met bouwhekken. Eventueel kan hierop vermeld worden dat het nog in aanbouw is. Inspecties zijn controles op veiligheid en conditie van speelinrichtingen. Veelal is de frequentie al aangegeven in de gebruiksaanwijzing van de fabrikant. Dit kan door iedereen worden gedaan met voldoende kennis van deze materie. Periodieke inspecties worden vaak door de beheerder of haar personeel gedaan. Als het onderhoud van de buitenruimte is uitbesteed, dan kan de hovenier bijvoorbeeld de kwartaalinspecties voor de beheerder uitvoeren. Gebruikelijk is dat minimaal 1x per jaar een externe instantie een totaalinspectie op de inrichting doet. Deze inspectie gaat doorgaans samen met een rapportage van gebreken, adviezen en evt. benodigde budgetten om dat werk uit te laten voeren. Alle inspecties worden in het logboek opgeslagen.
Page 106
TIP Voordat de keuringsinstantie komt, is het handig om zelf eerst een volledige toestelinspectie uit te voeren of door derden te laten uitvoeren. Eventuele gebreken kunnen dan opgelost worden voordat de keuring plaatsvindt. Dit scheelt tijd en dubbele keuringskosten. De beheerder blijft verantwoordelijk voor de veiligheid van de toestellen (en gebruikers ervan), het is dan ook vaak lastig voor een beheerder om een bonafide inspectiebedrijf te vinden. Om hierin voor opdrachtgevers duidelijkheid te scheppen, heeft Stichting Veilig Spelen een aantal bedrijven gecertificeerd. Deze zijn te vinden op de website www.stichtingveiligspelen.nl. Logboek Scholen zijn meestal bekend met dergelijke procedures vanuit de verordeningen van de GGD en de brandweer. De hovenier kan hierop inspelen door de logboeken te verzamelen en compleet in een map aan te bieden tijdens een gesprek. Vertel dat het handig is deze map naast die van de GGD en Brandweer op te bergen, want instanties kunnen daarom vragen. Denk aan NVWA die aan- en onaangekondigde controles mogen uitvoeren. Ook de inspecteur van de jaarlijkse externe speeltoestelcontrole zal zijn bevindingen willen optekenen. Onderhoudacties kunnen ook in het logboek worden vermeld. Belangrijk: mogelijk vervalt de verplichting om een fysiek logboek bij te houden (uitspraak minister 2014). De verplichting van registratie blijft echter bestaan. Het is dan ook raadzaam om alle acties en het onderhoud goed vast te leggen. In ieder geval totdat de wetgeving (en de handhaving) is aangepast. De Wegwijzer, Rijnsburg Jan Vermeer school, Delft
Page 114
Natuureducatie op het schoolplein Welke planten zijn geschikt voor educatief gebruik? Blauwe regen bloemen, zintuigen, vogels De blauwe regen bloeit uitbundig in het voorjaar en ruikt heerlijk. De bloemen trekken veel vlinders en insecten. Als de plant bloeit is deze heel geschikt voor een les over bloemen en zintuigen. Als de plant daarna blad krijgt is het een geschikte broed- en schuilplaats voor vogels. Leuk extraatje: als docent kan je de bloemen plukken om het lokaal mee op te vrolijken! Let wel op: de takken, zaden en peulen van de blauwe regen zijn giftig. Winterhardheid: goed Vochtigheid: matig tot vochtig Hoogte: 10 meter Bloemkleur: violetblauw Grondsoort: voet bij voorkeur in schaduw Licht: volle zon voor de beste bloei Blad/loof: bladverliezend Bloeitijd: mei – juli Vlinderstruik vlinders, bijen, insecten, zintuigen, bloemen, kleur De vlinderstuik bloeit langer dan de blauwe regen en is daarmee voor een langere periode aantrekkelijk voor vlinders, bijen en andere insecten. Ook van de vlinderstruik kunnen bloemen geknipt worden voor in het lokaal. Daarnaast heeft de struik mooie bloemen en een heerlijke geur en kleur. Goed dus voor een les over bloemen, zintuigen en kleur. Meerdere vlinderstruiken kunnen elkaar makkelijk bestuiven: zo worden de planten mooier en gezonder. Winterhardheid: redelijk, kan invriezen Vochtigheid: droog tot matig vochtig Hoogte: 1 tot 3 meter mits goed gesnoeid Bloemkleur: donkerpaars Grondsoort: kalkhoudend tot lichtzuur Licht: volle zon Blad/loof: bladverliezend Bloeitijd: augustus – oktober Lijsterbes vogels, bessen, seizoenen Vogels houden van de lijsterbes. De lijsterbes heeft tot heel laat in de winter bessen waar vogels van kunnen eten. Hoe aantrekkelijker je het plein maakt voor vogels, hoe meer soorten er komen én hoe meer vogels ook blijven broeden. De lijsterbes heeft daarnaast een fraaie herfstkleur. Perfect dus voor een les over herfst en winter. De bessen van de lijsterbes doen het ook goed in kerststukjes en als versiering in de school. Winterhardheid: goed Vochtigheid: normaal Hoogte: tot 12 meter Bloemkleur: wit Dwergmispel vogels, bessen, seizoenen Om de vogels meer dan alleen lijsterbes te geven, kan je een dwergmispel op het plein zetten. De plant krijgt langwerpige, oranjerode vruchten. Met de dwergmispel trek je veel vogelsoorten aan. Het is een wintergroene plant en zorgt dus voor beschutting voor vogels in de winter. Het blad kan dienen voor een les over verschillende bladvormen. Winterhardheid: goed Vochtigheid: normaal, grond niet laten uitdrogen Hoogte: tot 2 meter Bloemkleur: lichtrood Veldesdoorn of Spaanse aak bladeren, knoppen, seizoenen De esdoorn heeft handvormige bladeren, leuk voor een les over bladvormen. De meeste esdoorns worden groot en dus onbereikbaar voor leerlingen. De veldesdoorn blijft kleiner en is voor leerlingen dan ook toegankelijker en beter te bekijken. Daarnaast kan de boom makkelijk in hegvorm gesnoeid worden zodat roodborstjes en andere vogels erin kunnen broeden. In de herfst geeft de veldesdoorn gevleugelde vruchtjes. Winterhardheid: volkomen Vochtigheid: normaal Hoogte: 5 meter Bloemkleur: groen Moseik of Turkse eik bladeren, knoppen Bij een les over bladvormen hoort natuurlijk ook een gelobd blad. De bladeren van de eik blijven tot ver in de winter aan de boom hangen. Maar de eik wordt net als de esdoorn al snel groot en ontoegankelijk voor leerlingen. De moseik is een goed alternatief: die wordt groot, maar kan makkelijk klein gesnoeid blijven. Daarnaast heeft de moseik een mossige eikel. Vooral jongere leerlingen vinden het leuk om ze te voelen en bekijken. Winterhardheid: volkomen Vochtigheid: normaal Hoogte: 10 tot 15 meter Bloemkleur: groen Grondsoort: kalkrijk, droog Licht: zon, halfschaduw Blad/loof: bladverliezend Bloeitijd: mei – juni Grondsoort: goede grond met wat kalk Licht: zon, halfschaduw Blad/loof: bladverliezend Bloeitijd: mei – juni Grondsoort: voedzaam, humusrijk Licht: zon tot halfschaduw Blad/loof: vrijwel wintergroen Bloeitijd: juli Grondsoort: geen speciale eisen Licht: zon tot schaduw Blad/loof: bladverliezend Bloeitijd: juni
Page 116
Paardenkastanje knoppen, seizoenen De paardenkastanje heeft de grootste knoppen van alle boomsoorten. De knoppen komen mooi en duidelijk uit in de lente. Kastanjes worden heel groot, dan zijn de knoppen en bladeren niet meer goed zichtbaar. Een oplossing is om ze in potten te zetten, zo belemmer je de groei en kunnen de leerlingen goed zien hoe de knoppen uitkomen. Je kunt ook een tak in knop afknippen en in een vaas in de klas zetten. Zo kunnen kinderen van dichtbij de knoppen zien uitkomen. In het najaar vallen bolsters met kastanjes uit de boom: leuk om mee te knutselen. Winterhardheid: zeer goed Vochtigheid: matig Hoogte: 15 tot 20 meter Bloemkleur: wit of roze Krentenboompje bladeren, bloemen, bessen, kleur, vogels Het krentenboompje is ideaal op een schoolplein, ook als het plein niet al te groot is. Deze boom of grote struik wordt uiteindelijk zelden hoger dan zes meter en heeft een mooi grillige groeiwijze. De krentenboom heeft in alle seizoenen veel te bieden. Veel verschillende kleuren – roze, wit, geel, oranje, rood – en vogels zijn gek op de roodblauwe bessen. Winterhardheid: volkomen Vochtigheid: normaal Hoogte: tot 6 meter Bloemkleur: wit Linde bijen, bladeren De lindebloemen trekken veel bijen. Deze bijen gaan vanzelf ook op andere bloemen op het plein zitten. De linde heeft een gezaagd blad, leuk voor een les over bladvormen. Ook heeft de linde een mooie bloeiwijze die duidelijk voor leerlingen herkenbaar is. De bloemen van de linde zijn wel vrij hoog dus niet altijd even makkelijk zichtbaar voor leerlingen. Winterhardheid: zeer goed Vochtigheid: matig Hoogte: 20 tot 30 meter Bloemkleur: geel Knotwilg knoppen, seizoenen, insecten, vogels Een knotwilg heeft ideale takken en knoppen voor een les over knoppen. Docenten kunnen de takken afknippen en gebruik in de les. Leerlingen kunnen van de afgeknipte takken hutten of tunnels vlechten, of er kan een natuurlijk hek van worden gemaakt. In de winter overwinteren veel insecten in of op de knotwilg. Dat is weer eten voor insectenetende vogels. Winterhardheid: volkomen Vochtigheid: normaal Hoogte: 5 meter Bloemkleur: groen Grondsoort: vrijwel alle soorten geschikt Licht: zon, halfschaduw Blad/loof: bladverliezend Bloeitijd: april – mei Grondsoort: vrijwel alle soorten geschikt Licht: volle zon tot schaduw Blad/loof: bladverliezend Bloeitijd: juli – augustus Grondsoort: liefst humusrijk, iets zuur Licht: zon, halfschaduw Blad/loof: bladverliezend Bloeitijd: mei – juni Om te onthouden - Bloemen trekken insecten - Insecten trekken insectenetende vogels - Vogels zorgen voor een levendig en aantrekkelijk plein Grondsoort: alle grondsoorten Licht: zon Blad/loof: bladverliezend Bloeitijd: juni Hazelaar knoppen, voeding, zintuigen Een hazelaar is heel geschikt voor een les over knoppen. De katjes van de hazelaar zijn zacht en prikkelen de zintuigen. Bij sommige soorten komen aan het eind van de zomer hazelnoten aan de boom te hangen. Deze zijn duidelijk zichtbaar en kunnen gebruikt worden in lessen over overwinteren, voeding en zelfs als rekenmateriaal. Winterhardheid: goed Vochtigheid: matig vochtig Hoogte: 3 meter Bloemkleur: geel Gele kornoelje seizoenen, bloemen, insecten, voeding De gele kornoelje heeft al vroeg in het jaar mooie gele bloemen. Insecten komen er dan ook snel op af. Later krijgt de gele kornoelje rode eetbare bessen. Van de bessen kan je met de leerlingen limonade of jam maken. Winterhardheid: goed Vochtigheid: bij voorkeur niet te droog Hoogte: tot 6 meter Bloemkleur: geel Kerstroos seizoenen, bloemen, insecten Ook de kerstroos bloeit al vroeg. Met enkele vroegbloeiers wordt het plein snel aantrekkelijk en intens voor kinderen: er zijn veel kleuren en vormen te zien. Leuk voor een les over de lente! Let wel op dat kinderen de kerstroos niet in hun mond steken: de plant is giftig. Winterhardheid: volkomen Vochtigheid: normaal Hoogte: 30 centimeter Bloemkleur: wit, purper, groen Winterjasmijn seizoenen, bloemen, insecten, zintuigen Een derde vroegbloeier is de winterjasmijn. De bloemen van deze jasmijn zijn geel of wit en geven een heerlijke geur af. In de winter blijft de struik groen. De bloemen van de winterjasmijn kunnen gebruikt worden in thee. Winterhardheid: goed Vochtigheid: matig vochtig Hoogte: 1 tot 6 meter Bloemkleur: geel of wit Grondsoort: kalkhoudend tot lichtzuur Licht: zon tot halfschaduw Blad/loof: (half)bladverliezend Bloeitijd: januari – februari Grondsoort: humusrijk, niet zuur Licht: halfschaduw Blad/loof: bladverliezend Bloeitijd: januari – april Grondsoort: humusrijk Licht: zon tot schaduw Blad/loof: bladverliezend Bloeitijd: maart – mei Grondsoort: liefst zavel- en kleigrond Licht: zon tot schaduw Blad/loof: bladverliezend Bloeitijd: februari – maart
Page 118
Sneeuwklokje seizoenen, bloemen, insecten Sneeuwklokjes zijn bij alle leerlingen bekend en geliefd. Het sneeuwklokje komt als een van de eerste bloemen op, vaak al in januari. Het sneeuwklokje staat bekend als boodschapper van de komende lente. Op warme dagen gaan de bloemen verder open en komen er insecten op af. Let op: het sneeuwklokje is giftig. Als je het opeet, kan je er maagklachten van krijgen. Winterhardheid: goed Vochtigheid: normaal Hoogte: tot 15 centimeter Bloemkleur: wit Sneeuwroem seizoenen, bloemen, insecten Sneeuwroem kan goed tegen de winter en heeft mooie zachtblauwe stervormige bloemen. De bloemen komen in februari al op, en maken het plein dus al vroeg kleurig en aantrekkelijk voor leerlingen. Winterhardheid: goed Vochtigheid: normaal Hoogte: tot 15 centimeter Bloemkleur: blauw Ezelsoor zintuigen, seizoenen De bladeren van de ezelsoor zijn viltig, grijs en behaard: net ezelsoren. De zachte bladeren zijn favoriet bij kinderen en prikkelen de zintuigen. Een ezelsoor krijgt in de loop van het seizoen steeds meer grijze beharing op het blad. Haren worden gebruikt om dauw te vangen en om verdamping te remmen. Doordat de bloemen niet allemaal tegelijk bloeien, staat de plant lang in bloei. Winterhardheid: goed Vochtigheid: gering Hoogte: 30 tot 60 centimer Bloemkleur: lila Conifeer zintuigen, seizoenen, vogels, bladeren De meeste bomen verliezen in de winter hun blad, maar de conifeer blijft groen. De naaldvorm is van belang in lessen over overwinteren en bladvormen. Let wel op dat de conifeer niet giftig is. De taxus heeft bijvoorbeeld giftige besjes die er voor leerlingen lekker uitzien. Winterhardheid: goed Vochtigheid: normaal Hoogte: tot 1,25 meter Bloemkleur: geel Grondsoort: normaal, goed doorlatend Licht: zon, halfschaduw Blad/loof: wintergroen Bloeitijd: april – mei Grondsoort: zandgrond Licht: zon Blad/loof: bladhoudend Bloeitijd: juli – september Grondsoort: goed doorlatend, iets vochtig Licht: zon en schaduw Blad/loof: bladverliezend Bloeitijd: februari – april Grondsoort: goed doorlatend, iets vochtig Licht: zon en lichte schaduw Blad/loof: bladverliezend Bloeitijd: januari – maart IJzerhard bijen, vlinders, bloemen, kleur IJzerhard trekt veel vlinders en bijen in de zomer. De vorm van de bloem is leuk bij een les over bloeivormen. IJzerhard verspreidt zich onder de juiste omstandigheden makkelijk tussen andere planten. Winterhardheid: matig Vochtigheid: matig, verdraagt droogte goed Hoogte: 1,5 meter Bloemkleur: paarsviolet Pluimspirea bloemen Een pluimspirea heeft een bloeiwijze die niet veel andere planten hebben. De bloemen, heel klein van stuk, staan in pluimen te zwaaien en voornamelijk in roze, rode of witte tinten. Herkenbaar voor leerlingen, en ook leuk als snijbloem in de klas. Winterhardheid: volkomen Vochtigheid: matig tot groot (in de zon) Hoogte: 70 centimeter Bloemkleur: roze, rood of wit Hoge zonnebloemen bloemen, vogels, bijen, zintuigen Een zonnebloem is voor veel leerlingen een icoon. Iedereen kent zonnebloemen. Ook bijen zien zonnebloemen al vanuit de verte. Daarnaast biedt de zonnebloem nog laat in het jaar voedsel voor bijen en vogels. Je kunt de zonnebloempitjes ook verzamelen met leerlingen, om er wintervoedsel voor vogels van te maken, de pitten weer opnieuw te kunnen planten of ze met de klas te eten. Een leuk weetje: zonnebloemen draaien met de zon mee. De bloem kijkt dus ’s ochtends naar het oosten en ’s avonds naar het westen. Winterhardheid: goed Vochtigheid: matig tot groot (in de zon) Hoogte: tot 4,5 meter Bloemkleur: geel Kaardebol vogels, insecten De kaardebol heeft opvallende, stekelige hoofdjes en is een mooie winterversiering in de tuin. In de herfst komen er veel vogels op af. De bladeren maken kommetjes waar water in blijft staan. Hier kunnen vogels en insecten uit drinken. Winterhardheid: goed Vochtigheid: matig tot groot (in de zon) Hoogte: tot 2 meter Bloemkleur: roze Grondsoort: droog, kalkminnend Licht: zon, halfschaduw Blad/loof: bladhoudend Bloeitijd: juni – augustus Grondsoort: zware grond Licht: zon Blad/loof: bladverliezend Bloeitijd: juli – september Grondsoort: normaal Licht: lichte schaduw tot schaduw Blad/loof: bladverliezend Bloeitijd: juli – oktober Grondsoort: normaal, goed doorlatend Licht: zon Blad/loof: bladverliezend Bloeitijd: juli – november
Page 122
OBS Woutertje Pieterse, Leiden BIJLAGE 4 S ha s In deze bijlage een kort overzicht van de verschillende soorten verharding die kunnen worden toegepast op speelterreinen. Ze zijn globaal onder te verdelen in drie categorieën, elk met hun eigen voor- en nadelen. Hardere soorten Gravier d’Or, Gralux, Hansa Grand, Dolomiet, Grauwacke en betongranulaten. Deze soorten hebben meestal een fundatielaag van gebroken puin en zijn doorgaans voorzien van een goede kantopsluiting. De opbouw van deze verharding wordt een aantal malen verdicht. Voordelen: • mooie natuurlijke uitstraling • lenen zich goed voor organische vormen • zijn intensief te belopen en redelijk slijtvast • prima toegankelijk voor fietsers en rolstoelgebruikers Nadelen: • afwaterend verwerken (bolle paden) • plasvorming omdat water er langzaam doorheen zakt • geven vaak stof (bij droogte) of vuil (bij nat weer) af aan schoenen en kleding Halfharde soorten Dit is vaak een combinatie van halfverhardingsoorten met toegevoegde leem. De leem zorgt voor binding van de materialen. Denk hierbij aan kleischelpen of betongranulaat met leem. Deze producten zijn nog volop in ontwikkeling. Waterdoorlatende soorten Bijvoorbeeld steensplit, grind of schelpen. De opbouw is meestal een fundatielaag van verdicht zand met hierop een waterdoorlatende scheidingslaag van wegenbouwtextiel. Hierop komt dan de losse toplaag. Kantopsluitingen zijn raadzaam. Voordelen: • zeer creatief toe te passen • fantastisch spelmateriaal voor kinderen • prima natuurlijke uitstraling • uitstekend waterdoorlatend
Page 124
Nadelen: • slijtgevoelig • veel materiaalverlies door weglopen en spelen Schelpen worden voor allerlei spelletjes gebruikt en zijn dan ook overal weer terug te vinden. Het zijn vaak de ouders en leiding die bang zijn dat de kinderen het in hun mond stoppen. Ga deze discussie niet uit de weg, maar maak vooral duidelijk dat de allerjongsten (m.n. van kinderdagverblijven) niet zonder toezicht moeten spelen. De angst is vaker groter dan het probleem werkelijk is. Denk aan houtsnippers (deze worden door producenten onder allerlei productnamen verkocht) of boomschors. Dit materiaal wordt meestal verwerkt op alleen wegenbouwtextiel. Het aanbrengen van een fundatielaag van zand voorkomt echter vaak problemen in de toekomst. Voordelen: • ultieme natuurlijke uitstraling • naturel houtsnippers zijn goedkoop. Houtsnipperproducten en boomschors (bv. Bark) zijn een stuk duurder • zonder kantopsluiting toepasbaar • bij verzakken eenvoudig aan te vullen Nadelen: • het product verteert totdat er een humuslaag overblijft • slijtgevoelig • kan wegwaaien of afdrijven bij plasvorming • er kunnen paddenstoelen in groeien (wat op zich weer een mooi onderwerp is voor natuureducatie). Regelmatig bijvullen of vervangen is dan ook gewenst. Als er een zandlaag onder dit materiaal ligt, verteert het minder snel en groeien er ook minder paddenstoelen. Welke soort halfverharding men ook kiest, er zal op den duur mosvorming en (on-)kruidgroei optreden. Dat lijkt voor natuurlijke speelplaatsen geen probleem, maar nog niet iedereen ziet dit zo. De Wegwijzer, Rijnsburg

VHG - Handleiding De Levende Openbare Ruimte


Page 0
Page 2
Page 4
Page 6
Page 8
Page 10
Page 12
Page 14
Page 16
Page 18
Page 20
Page 22
Page 24
Page 26
Page 28
Page 30
Page 32
Page 34
Page 36
Page 38
Page 40
Page 42
Page 44
Page 46
Page 48
Page 50
Page 52
Page 54
Page 56
Page 58
Page 60
Page 62
Page 64
Page 66
Page 68
Page 70
Page 72
Page 74
Page 76
Page 78
Page 80
Page 82
Page 84
Page 86
Page 88
Page 90
Page 92
Page 94
Page 96
Page 98
Page 100
Page 102
Page 104
Page 106
Page 108
Page 110
Page 112
Page 114
Page 116
Page 118
Page 120
Page 122
Page 124
Page 126
Page 128
Page 130
Page 132
Page 134
Page 136
Page 138
Page 140
Page 142
Page 144
Page 146
Page 148
Page 150
Page 152
Page 154
Page 156
Page 158
Page 160
Page 162
Page 164
Page 166
Page 168
Page 170
Page 172
Page 174
Page 176
Page 178
Page 180
Page 182
Page 184
Page 186
Page 188
Page 190
Page 192
Page 194
Page 196
Page 198
Page 200
Page 202
Page 204
Page 206
Page 208
Page 210
Page 212
Page 214
Page 216
Page 218
Page 220
Page 222
Page 224
Page 226
Page 228
Page 230
Page 232
Page 234
Page 236
Page 238
Page 240
Page 242
Page 244
Page 246
Page 248
Page 250
Page 252
Page 254
Page 256
Page 258
Page 260
Page 262
Page 264
Page 266
Page 268
Page 270
Page 272
Page 274
Page 276
Page 278
Page 280
Page 282
Page 284
Page 286
Page 288
Page 290
Page 292
Page 294
Page 296
Page 298
Page 300
Page 302
Page 304
Page 306
Page 308
Page 310
Page 312
Page 314
Page 316
Page 318
Page 320
Page 322
Page 324
Page 326
Page 328
Page 330
Page 332
Page 334
Page 336
Page 338
Page 340
Page 342
Page 344
Page 346
Page 348
Page 350
Page 352
Page 354
Page 356
Page 358
Page 360
Page 362
Page 364
Page 366
Ontdek de waarde van het VHG-lidmaatschap!

Waardevoucherboekje VHG


Page 8
Waardevoucher Ter waarde van € 36,30 of € 42,35 inclusief btw Handleiding De Levende Tuin of Het Levende Gebouw “Onze sector heeft te maken met grote thema’s waarin we echt een verschil kunnen maken. Denk aan klimaatadaptatie, hittestress, biodiversiteit, vergroenen van stedelijk gebied, terugdringen van de CO2-uitstoot. De inzet van de VHG draagt eraan bij dat de toegevoegde waarde van groen voor de maatschappij en economie zichtbaar wordt en vertaald wordt in beleidsregels, aanbestedingen en inschakeling van groenprofessionals.” Ralf Vaessen, directeur Herman Vaessen tuin | boom | groen Deze voucher is: geldig vanaf start VHG-lidmaatschap, in te wisselen t/m 31 december 2021, geprint of gescand inteleveren bij de VHG Ondernemershelpdesk, voor eenmalig gebruik, niet overdraagbaar. Waardevoucher VHG-garantiepakket Als VHG-lid heeft u een streepje voor op niet-leden. U biedt uw klanten namelijk heldere Algemene Consumentenvoorwaarden én de garantie dat eventuele fouten en schade worden hersteld. Daarmee onderscheidt u zich extra als professionele ondernemer in het groen. Dat kan voor de consument de doorslag geven om met u in zee te gaan. Het VHG-garantiepakket bestaat uit 25 sets van: • • • • de consumentenflyer ‘Garantie van uw VHG-hovenier’, met uitleg over de garantieregeling. het VHG-Garantiecertificaat: het bewijs dat u volledig achter uw geleverde goederen en diensten staat. U kunt dit certificaat voorzien van uw eigen gegevens. een handige offertemap om uw offerte, de folder en de Algemene Consumentenvoorwaarden in te steken en te overhandigen aan de consument. de Algemene Consumentvoorwaarden van VHG: heldere voorwaarden op basis waarvan u zaken doet. Dat bespaart u tijd en verkleint uw risico’s. VHG WAARDEVOUCHERS 2020/2021 Ter waarde van € 43,86 inclusief btw Garantiecertifi caat GARANTIE VAN UW VHG HOVENIER Naam hovenier: Adres: Plaats: (exclusief BTW) heeft de tuin / groenvooziening aangelegd / gerenoveerd voor: Naam opdrachtgever: Adres: Plaats: voor het bedrag van: De tuin / groenvoorziening is gesitueerd aan: Adres: Handtekening hovenier: V-002
De handleiding Het Levende Gebouw gaat over groen op, aan en in gebouwen. De informatie is bedoeld om groenprofessionals, opdrachtgevers, architecten, landschapsarchitecten en projectontwikkelaars te helpen en inspireren bij het integraal ontwerpen, bouwen en beheren van levende gebouwen.

Branchevereniging VHG - handleiding Het Levende Gebouw


Page 0
Page 2
VOORWOORD V Een paar jaar geleden mocht ik in een gesprek met toenmalig minister Ronald Plasterk een toelichting geven op de vergroeningsinitiatieven van Branchevereniging VHG. Ik vertelde hem dat groen voor ons geen decoratie meer is. Dat we bezig zijn met groen te koppelen aan de kwaliteit van onze leefomgeving, de biodiversiteit en de gezondheid van mensen. Ik liet hem onze handleidingen van De Levende Tuin en Groene Schoolpleinen zien en hoe je deze concepten kunt vertalen naar meer groen en duurzaamheid. De minister veerde enthousiast op uit zijn stoel. “Vergroenen en verdichten, daar wil ik iets mee”, zei hij en noemde meteen een paar voorbeelden. Hoe actueel is die uitspraak als we kijken naar de enorme bouw- en verduurzamingsopgave, die op dit moment voor ons ligt. In mijn contacten met gemeenten, waterschappen, provincies en woningbouwcorporaties zie ik hoe er concreet gewerkt wordt aan de vertaling van die opgave naar de praktijk. Dat is nog niet zo gemakkelijk, omdat de stad ook leefbaar moet blijven en er vele belangen spelen. Ik zie mooie initiatieven zoals van de Provincie Overijssel, die in het programma ‘Natuur voor Elkaar’ een specifieke actielijn over natuurinclusief bouwen heeft opgenomen. Ook het programma ‘Duurzaam Door’ van RVO organiseert inspirerende coalities van partners die samen meer groene gebouwen willen realiseren. Diverse gemeenten kennen inmiddels specifieke voorschriften voor natuurinclusief bouwen. De tijd is er vanuit beleidsmatig perspectief rijp voor. En er is nog iets dat de urgentie van een nieuwe aanpak vergroot. De klimaatverandering zal vaker tot hoosbuien en hoge temperaturen leiden. We moeten schade door wateroverlast en hittestress aanpakken door nu al maatregelen te nemen. Groen in de gebouwde omgeving, groene daken en groene gevels dragen bij tot een beter leefklimaat. Wetenschappelijk onderzoek heeft dat al onomstotelijk aangetoond. Groen kan niet zonder blauw. Daarom zouden zij samen eigenlijk het vertrekpunt binnen de ruimtelijke ontwikkeling moeten zijn. We kunnen creatief en innovatief zijn door groen en blauw aan gebouwen (rood) en infrastructuur (grijs) te koppelen. Van groene daken met sedum tot complete daktuinen en natuurdaken. Het visioen van het complete groene gebouw, dat ik wel eens op futuristische plaatjes zie, is al realiteit geworden met Bosco Verticale in Milaan als fraai voorbeeld. Nog even en dan zullen we ook in Nederland dit soort prachtige groene gebouwen kennen. Google maar eens op Wonderwoods in Utrecht. Natuurlijk groene gebouwen, ja het kan. Dat is wat Branchevereniging VHG met het nieuwe concept van Het Levende Gebouw wil laten zien. Een handleiding vol inspirerende voorbeelden, waarin de waarde van groen is gekoppeld aan gebouwen. En meer dan dat. Passend bij de maatschappelijke uitdagingen, die we nu moeten aanpakken op bijvoorbeeld het gebied van klimaat, energie, gezondheid en circulariteit. Met dank aan deskundige groene professionals, (landschaps)architecten en andere organisaties die samenwerken in de bouwketen. Mocht het groene gebouw nu misschien nog als een statement gezien worden, dan hoop ik dat het straks vanzelfsprekend is. Gebouwen met groene baten, die onze verdichte leefomgeving verrijken en leefbaar maken. Als dat een visioen is dat ik u nu mag voorleggen, dan hoop ik dat we daar samen keihard aan gaan werken en tot realiteit maken. Laat Het Levende Gebouw u inspireren! Met vriendelijke groet, Egbert Roozen, directeur Branchevereniging VHG 1
Page 10
Vervolg Deze handleiding is een vervolg en verdieping op de succesvolle handleiding De Levende Tuin, gepubliceerd in 2018. Dat gaat over groen bij woningen, bedrijven, zorg- en onderwijsinstellingen en in de openbare ruimte. Deze handleiding wordt veel gebruikt door groenprofessionals en opdrachtgevers en door gemeenten en waterschappen die integrale groene oplossingen willen toepassen voor een betere leefomgeving. Goed voor mens, klimaat, natuur en economie. De handleiding De Levende Tuin is inmiddels opgenomen in diverse opleidingen en wordt ook in het buitenland gebruikt als inspiratiebron voor leefbare steden. De handleiding Het Levende Gebouw gaat specifiek over gebouwgebonden groen. Gezien de opgave om binnenstedelijk en buitenstedelijk tegelijk te verdichten en te vergroenen was er vanuit de markt vraag naar een inspirerende uitgave over levende groene gebouwen. Met voorbeelden van gerealiseerde projecten en toepassingen, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en ervaringen uit de praktijk. De beide handleidingen Het Levende Gebouw en De Levende Tuin kunt u zowel samen als los van elkaar gebruiken. Groene geschiedenis gebouwen Groene gebouwen zijn niet nieuw. Groene daken worden al eeuwen gebruikt als een natuurlijke oplossing voor het isoleren van woningen. Natuurlijke elementen en organische vormen in gebouwen vinden we massaal terug in de bouwkunst, vaak als reactie op een bepaalde periode. De planten bloemrijke Art Nouveau of Jugendstil bijvoorbeeld, als reactie op de Industriële Revolutie. Men verlangde weer naar een vorm van verbintenis met de natuur. 6 Architect en kunstenaar Hundertwasser was een pionier met niet alleen groene daken, maar ook groene bomen die op balkons als een licht- en luchtfilter fungeerden. Ook paste hij binnenbeplanting toe als natuurlijke waterzuiveringsinstallatie. Uit de meer recente geschiedenis is de Franse botanicus Patrick Blanc het vermelden waard. Hij maakte met zijn botanische kennis voor het eerst op grote schaal groene gevels aantrekkelijk, functionerend en bekend bij het grote publiek. Als reactie op de digitale revolutie en overgestimuleerde maatschappij vol onnatuurlijke stimuli verlangen we in onze betonnen, glazen en stenen steden meer dan ooit terug naar meer groen. De mens is ‘biofiel’, de natuur heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht op ons. Als deze voorliefde voor natuur en natuurlijke elementen wordt toegepast in de bebouwde omgeving, heeft dit vooral effect op onze sociale samenhang en het verminderen van stress. In Het Levende Gebouw komt dit samen met de meerwaarden van groen op tal van andere bouwfysische aspecten. 7
Page 12
Bosbalkons in Milaan. Een topgebouw wordt meestal niet ontworpen met balkons op meer dan 30 meter hoogte. Mensen vinden dat niet prettig. Met een groene toren is dit wel mogelijk. Het verticale bos rondom de balkons geeft een beschut gevoel van veiligheid. Op allerlei verschillende hoogtes nestelen diverse vogels tot vreugde van bewoners en hun kinderen. Groene gebouwen als levend organisme De verticale bostorens in het besmogde Milaan zijn een logisch eigentijds fenomeen. De meerwaarde van het groene gebouw wordt hierbij uitgedrukt in de productie van zuurstof (19 ton/jaar) en de absorptie van CO2 We signaleren verschillende ontwikkelingen: • Gebouwen worden heel anders. Ze krijgen bijvoorbeeld gedraaide vormen zodat de oriëntatie maximaal is voor het groen en voor de mens. Optimaal in ontwerp qua daglicht, privacy, geluid en binnenklimaat. Het uitzicht in de volgebouwde omgeving wordt steeds belangrijker. Vooral uitzicht op groen wordt waardevol. • Beplanting wordt leidend in het ontwerp, iets wat nu al te zien is in het toegenomen respect voor het bestaande landschap. We bouwen al steeds meer om de natuur heen. Binnenkort wordt die natuur één met architectuur en worden gebouw en groen een soort levend organisme. Naast dat ze energie opwekken en lucht zuiveren, produceren ze straks wellicht ook aangename natuurgeluiden. • Er ontstaan nieuwe termen voor de samensmelting en samenwerking tussen groen en bouwen, zoals ’baubotanik’ en ’hortitecture’. Groene gebouwen zijn geen tijdelijke trend, ze zijn inmiddels al voorbij de pioniersfase. Het gaat erom de juiste beplanting op de juiste plekken integraal in, op en aan gebouwen toe te passen. (10 ton/jaar). Met groen wordt hier een gemiddelde koeling van 6 graden bereikt. We zien steeds meer dat groene daken in onze wijken mensen met elkaar verbinden. Groene plekken worden door verschillende doelgroepen gebruikt. Tevens zien we dat de (groene) binnenruimte en de buitenruimte in elkaar gaan overlopen. Crossroads Amsterdam. Naast rainproof en klimaatadaptief wordt er ook natuurinclusief gebouwd. Het gebouw dient als ‘stepping stone’ voor flora en fauna tussen de Brettenzone en het Westerpark. Op het dak van de parkeergarage een collectieve verblijfstuin. 8 Sydney Australië. Daktuin als zonwering. De spiegels onder de daktuin rechtsboven reflecteren het zonlicht naar plekken die in de schaduw liggen van het hoofdgebouw. De beplanting uit het naastliggende park loopt door in het gevelgroen. Gebouw en omgeving We hebben het niet meer over minder slechte gebouwen. Niet van negatief naar nul. Het gaat om levende gebouwen die hun omgeving beter maken. Van negatief naar positief. Over interactie van gebouw met de locatie. De gebouwen van de toekomst zijn slimme gebouwen met groen-blauwe daken die samen met het waterschap de waterhuishouding in de wijk regelen. Kortom: gebouwen die echt natuurinclusief zijn ontworpen, waarbij ook standaard voor dieren een programma van eisen is meegenomen in het ontwerp. Gemengde gebouwen Voor de leefbaarheid van steden is het goed dat gebouwen gemengde functies hebben. Dit bevordert het ontmoeten van mensen en drukt minder op de mobiliteit. Groen heeft positieve effecten op de diverse functies in gebouwen. Door diversiteit in functies worden gebouwen kleine steden in het groen. Koppert Cress Monster. Dezelfde ruimte als de grote foto links naast pagina 5. Deze dient hier als ontvangsthal. Groen past bij en ondersteunt vele functies van ruimten. 9
Page 14
Flexibele gebouwen Gebouwen of onderdelen van gebouwen veranderen in de loop van de tijd. Het zijn adaptieve gebouwen voor de huidige en toekomstige gebruikers. Omdat groen een positief effect heeft op de vele gebruiksfuncties van gebouwen, kan het gewoon behouden blijven of worden hergebruikt bij transformatie voor toekomstig gebruik. Bij geheel andere indelingen of renovaties zijn groene gevels, groene daken en groene beplanting modulair, demontabel en remontabel. Ze kunnen in andere opstellingen goed worden hergebruikt. Een verplaatsbare en eetbare pop-up. Betreedbare groene container met eetbare beplanting. Concept Het Levende Gebouw Het Levende Gebouw past bij al deze ontwikkelingen. Het brengt de verschillende invalshoeken samen, zowel de meer harde bouwfysische voordelen van groen als de meer ’zachte’ factoren vanuit de relatie groen en mens (biofilie). Deze laatste factoren zijn in hun uiteindelijke effect heel groot. Vooral voor omgevingen die bijdragen aan minder stress, meer sociale samenhang en meer innovatie. Door de principes van Het Levende Gebouw toe te passen in de ontwerpen voor nieuwbouw en renovatie van nu, anticiperen we meteen ook op prettige en gezonde gebouwen voor de toekomst. Het concept en de thema’s van Het Levende Gebouw zijn universeel en tijdloos. Deze handleiding is vooral bedoeld om de structuur van het concept Het Levende Gebouw te duiden. Het is een hulpmiddel om de veelheid aan beschikbare informatie en bijpassende voorbeelden te ordenen. Als bijvoorbeeld groenprofessional, (landschaps)architect of opdrachtgever kunt u hiermee uw eigen vertaling naar de praktijk maken. U kunt deze handleiding gebruiken in gesprekken met multidisciplinaire teams, waarbij groen ook goed inzetbaar is voor het oplossen van niet-groene vraagstukken, om te komen tot integrale groene oplossingen voor gebouw(en) en locatie. 10 TIP De mindmaps per functie van een gebouw zijn een handig hulpmiddel om in een gesprek de meerwaarden van Het Levende Gebouw en de mogelijkheden toe te lichten. Bij projecten zijn meerdere partijen betrokken aan tafel. Zij kunnen door verschillende thema’s geraakt worden. De mindmap biedt een integraal overzicht voor ontwerpen en is handig ter voorbereiding van en tijdens gesprekken. Entree Conservatoriumhotel Amsterdam. Opzet van deze handleiding U vindt in deze handleiding geen kant-en-klare recepten. Wel een uitgebreide keuze aan ideeën die u kunt gebruiken om uw ontwerpen aan te vullen en uw klanten te helpen en te enthousiasmeren. En ook succes- en faalfactoren in aanleg, gebruik en onderhoud. De informatie is gebaseerd op bewezen wetenschappelijk onderzoek, gerealiseerde projecten en gebruikerservaringen. U kunt in deze handleiding informatie en inspiratie op thema zoeken. Denk aan: water, temperatuur, duurzame materialen, biodiversiteit, ontspannen en ontmoeten of voedsel en bloemen. Net wat uw graag terugziet in Het Levende Gebouw. Deze thema’s vindt u terug onder de groene tabbladen. Veel vragen en ambities voor de leefomgeving zijn ‘niet groen’, bijvoorbeeld het verminderen van wateroverlast, het verminderen van de ervaren geluidshinder, een betere luchtkwaliteit, een productieve werkomgeving, het verminderen van hittestress in de bebouwde omgeving of energiebesparing. De oplossingen hiervoor kunnen wel groen zijn. Om heel gericht de meerwaarden van groen te belichten, kunt u gebruik maken van de mindmaps onder de bruine tabbladen. Voor elk type gebruiksfunctie van een gebouw is een eigen mindmap toegevoegd. Deze geeft een overzicht van de verschillende meerwaarden van groen. Deze meerwaarden worden ook kort toegelicht. Voor verdere verdieping kunt u inspiratie opdoen bij de groene tabbladen per thema. U kunt de handleiding achter elkaar lezen of vanuit een thema benaderen. Een aantal inspirerende integrale praktijkvoorbeelden komt terug op meerdere plekken. Zo kunt u dieper ingaan op de verschillende groene details en groene voordelen. 11
Page 20
Hotel Crowne Plaza Kopenhagen. Conferentieoord met inspirerende vergaderplekken in het binnenbos. Thema’s Er zijn negentien thema’s benoemd, op basis van wetenschap, wensen van gebruikers en de mogelijkheden van Het Levende Gebouw. Alle thema’s vallen onder de grote maatschappelijke dossiers zoals gezondheid, duurzaamheid, klimaat en economie en dragen bij aan een betere leefomgeving. De thema’s vindt u terug onder de groene tabbladen in deze handleiding. Verzamelbegrippen: gezondheid, duurzaamheid, beleving en sociale cohesie Gezondheid, duurzaamheid en beleving zijn verzamelbegrippen. Hoe gaan we daarmee om? We weten bijvoorbeeld dat groen goed is voor onze gezondheid en ons welbevinden, maar er zijn meer factoren die een rol spelen, denk aan ontspanning, bewegen, voedsel, temperatuur en luchtkwaliteit. De factoren waar groen effect op heeft, worden in deze handleiding thema’s genoemd. Het Levende Gebouw heeft op verschillende thema’s positieve effecten en helpt zo onze gezondheid en ons welbevinden te verbeteren. Hetzelfde geldt voor de verzamelbegrippen duurzaamheid, beleving en sociale cohesie. Bij duurzaamheid kunnen we denken aan duurzame materialen en biodiversiteit, maar ook aan lokale voedselproductie en groene educatie. En beleving gaat over het zintuiglijk ervaren van de omgeving: zien, ruiken, horen, proeven en voelen. Groen vervult dan niet alleen een decoratieve rol; zintuiglijk passend groen draagt ook bij aan een helende omgeving. Aantrekkelijke veilige groene ruimten dragen bij aan meer sociale samenhang. Het Levende Gebouw vervult meerdere functies tegelijk. Groene daken verminderen bijvoorbeeld overlast van water, hitte en lawaai. Daarnaast hebben ze een positief effect op de biodiversiteit en luchtkwaliteit. Ze kunnen ook nog eens dienen als ontmoetingsplek en versterken de sociale cohesie. 14 Bloemmodel Het Levende Gebouw NATUUR ECONOMIE KLIMAAT MENS © Branchevereniging VHG (vhg.org) / Kim van der Leest (kimvanderleest.nl) Symbolen Voor de negentien thema’s in deze handleiding zijn symbolen ontwikkeld. Deze zijn geordend onder vier pijlers: Klimaat, Mens, Natuur en Economie. Alle thema’s van Het Levende Gebouw dragen bij aan een prettige, gezonde en duurzame leefomgeving. We zijn vaak geneigd om Economie op nummer 1 te zetten, maar zonder een gezonde leefomgeving en gezonde mensen is er geen gezonde economie. Architectuur en omgeving zijn ook van invloed op ons welbevinden; groene levende gebouwen hebben grote impact op ons mentale en fysieke welzijn. De thema’s onder de pijler Mens krijgen daarom ruim aandacht in deze handleiding. Het Levende Gebouw heeft meerwaarde KLIMAAT: Water, Temperatuur, Luchtkwaliteit MENS: Veiligheid, Bewegen en spelen, Ontmoeten, Productiviteit en leerprestaties, Ontspannen, Geluid, Uitzicht en kleur, Geur NATUUR: Bodem, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen ECONOMIE: Onderhoud, Energie, Baten Beleving: Water, Geluid, Uitzicht en Kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Ontspannen, Ontmoeten Duurzaamheid: Water, Bodem, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen, Onderhoud, Energie Gezondheid en welbevinden: Ontspannen, Ontmoeten, Bewegen en spelen, Veiligheid, Voedsel en bloemen, Geluid, Uitzicht en kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Water Sociale cohesie: Veiligheid, Bewegen en spelen, Ontmoeten, Voedsel en bloemen 15
Page 22
BIODIVERSITEIT EDUCATIE DUURZAME MATERIALEN VOEDSEL EN BLOEMEN BODEM ONDERHOUD WATER ENERGIE NATUUR TEMPERATUUR ECONOMIE KLIMAAT BATEN LUCHTKWALITEIT MENS VEILIGHEID GEUR BEWEGEN EN SPELEN UITZICHT EN KLEUR ONTMOETEN PRODUCTIVITEIT EN LEERPRESTATIES ONTSPANNEN GELUID © Branchevereniging VHG (vhg.org) / Kim van der Leest (kimvanderleest.nl) De verschillende symbolen staan in een logische volgorde naast elkaar gerangschikt. De juiste samenstelling van de Bodem van een daktuin heeft bijvoorbeeld effect op de ontwikkeling van de beplanting: Voedsel en bloemen, wat weer verband heeft met de bijdrage aan de Biodiversiteit. Groentoepassingen met aandacht voor Geur- en kleurgebruik en het verminderen van Geluidshinder hebben effect op Ontspannen. Veilige groene omgevingen hebben invloed op de vastgoedwaarde onder Baten, en de keuze voor Duurzame materialen op Onderhoud. Het Levende Gebouw gaat over een integrale benadering, waarbij de verschillende meerwaarden van groen tegelijk ingezet kunnen worden. De winst van de investeringen in groen voor verschillende functies kan gestapeld worden. Daktuin Erasmus MC. Het ziekenhuis is geheel ontworpen op basis van evidence based design voor een helende omgeving, waarin groen, daglicht, oriëntatie en comfort een belangrijke rol spelen. 16 Het bloemmodel en de handleiding Het Levende Gebouw zijn praktische hulpmiddelen voor het behalen van doelstellingen, zoals BREEAM, SDG, WELL of BENG. Bij updates van certificeringen krijgt groen een steeds belangrijkere rol, bijvoorbeeld in relatie tot gezondheid. Met inspiratie uit Het Levende Gebouw kunt u hierop anticiperen. Aan het einde van dit hoofdstuk vindt u een mindmap met een overzicht van groene thema’s en oplossingen die u hiervoor kunt inzetten. Om in één oogopslag te kunnen zien in hoeverre een situatie voldoet aan het principe van Het Levende Gebouw kunnen de symbolen gebruikt worden. Dat is een handig hulpmiddel om te bekijken op welk vlak verbetering mogelijk is in de huidige situatie, de gewenste situatie of een voorbeeldsituatie. Bij verschillende foto’s in deze handleiding zijn de symbolen van de belangrijkste bijdragen voor een levend gebouw in die situatie toegevoegd. Beplanting Beplanting is in deze handleiding geen apart onderwerp. Het wordt benaderd vanuit de functies die groen kan vervullen. Beplanting die past bij bepaalde functies of meerwaarde heeft voor gebruiker of locatie, vindt u terug onder de verschillende thema’s. Een paar algemene tips: • Benut de beschikbare ruimte en oppervlakte, horizontaal en verticaal. • Plaats het groen daar waar het de gewenste functie optimaal kan uitoefenen. • Varieer met structuur en hoogte. • Zorg voor beschutting voor mens en dier. • Schep variatie in de beplanting, met oog voor bloemen en nectar, geuren en kleuren, blad- en bloemvormen. • Pas eetbare soorten toe. • Zorg voor bloei tijdens het gehele seizoen. • Kijk waar techniek en groen elkaar kunnen versterken. • Neem deskundig onderhoud mee in de budgettering.  Een aantal praktische gegevens over dak-, gevelen interieurgroen vindt u onder het tabblad Aanbevelingen. Daktuin Hotel Andaz Amsterdam. Uitdaging was de logistieke opgave voor de aanvoer van materialen in de hectiek van de binnenstad (de Keizersgracht en Prinsengracht kunnen niet langdurig worden afgesloten). Het is dan belangrijk een deskundige groenprofessional te kiezen met ervaring met dergelijke projecten. 17
Page 26
LE4 MAN9 Kennisoverdracht MAN6 WST5 Compost BENG WST1 Afvalmanagement op de bouwplaats BIOMAN11 Onderhoudsgemak DUURZAME MATERIALEN BOD DIVERSITEIT EDUCATIE VOEDSEL EN BLOEMEN LE3 MAT1 Bouwmaterialen NOURISHMENT Consultatie Aanwezige planten en dieren op de bouwplaats LE6 Planten en dieren als medegebruik Duurzaam medegebruik van planten en dieren op la ENE5 ONDERHOUD Toepassing hernieuwbare energie ENE1 Energie-efficiëntie NATUUR ENERGIE ECONOMIE KLIMAAT LE9 Efficiënt grondgebruik MENS VEILIGHEID BATEN 3 2 1 COMMUNITY SO MIND HEA14 Privé buitenruimte BENG 1 2 3 SDG BREEAM WELL WST6 Inrichting FITNESS BEWEGEN EN SPELEN ONTMOETEN PRODUCTIVITEIT EN LEERPRESTATIES ONTSPANNEN GELUID lange termijn ikers LE2 ts Verontreinigde bodem WAT1 Irrigatie WAT6 Irrigatiesystemen ODEM WATER POL6 Afstromend regenwater WATER HEA10 THERMAL COMFORT TEMPERATUUR HEA9 Vluchtige organische verbindingen LUCHTKWALITEIT AIR HEA8 Interne luchtkwaliteit HEA7 GEUR Natuurlijke ventilatie Thermisch comfort WAT5 BENG Recycling van water UITZICHT EN KLEUR LIGHT HEA1 Daglichttoetreding OUND HEA13 Akoestiek POL8 Geluidsoverlast HEA3 HEA2 Uitzicht Tegengaan lichthinder KLIMAAT:: Water, Temperatuur, Luchtkwaliteit MENS:: Veiligheid, Bewegen en spelen, Ontmoeten, Productiviteit en leerprestaties, Ontspannen, Geluid, Uitzicht en kleur, Geur NATUUR:: Bodem, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen ECONOMIE: Onderhoud, Energie, Baten Beleving: Water, Geluid, Uitzicht en kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Ontspannen, Ontmoeten Duurzaamheid: Water, Bodem, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen, Onderhoud, Energie Gezondheid en welbevinden: Ontspannen, Ontmoeten, Bewegen en spelen, Veiligheid, Voedsel en bloemen, Geluid, Uitzicht en kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Water Sociale cohesie: Veiligheid, Bewegen en spelen, Ontmoeten, Voedsel en bloemen © VHG (vhg.org) / Kim van der Leest (kimvanderleest.nl)
Page 30
H H De bevolking in Nederland groeit in snel tempo richting de 20 miljoen. Hierbij moet worden bedacht dat nu al twee derde van de Nederlandse bevolking in de stad woont. Rond 2030 zal dit meer dan driekwart zijn. Dit heeft de afgelopen decennia geleid tot steden waar de schaarse ruimte vooral is benut voor stenen en verkeer, ten koste van de natuur. Vlinders en bijen hebben het moeilijk. De bestuiving van onze gewassen is kwetsbaar. We worstelen met milieuthema’s als klimaatverandering, hogere temperaturen in de stad, wateroverlast bij hevige regenval en grote hoeveelheden CO2 in de lucht. Het aantrekken en vasthouden van goed en gemotiveerd personeel is een uitdaging. Burn-out en andere mentale aandoeningen staan bovenaan de lijst van beroepsziekten. Er is veel eenzaamheid ondanks de hoge bevolkingsdichtheid. Veel van deze problemen zijn niet groen. Aan de oplossingen kan groen in de vorm van meer levende gebouwen wel bijdragen. We zijn vaak geneigd om alles technisch op te oplossen. Bij levende gebouwen draagt groen integraal bij aan het oplossen van vraagstukken. Groen en techniek kunnen daarbij samenwerken of elkaar versterken. en fijnstof Appartementencomplex De Boel in Amsterdam. Tijdens de renovatie werd een Polderdak aangelegd. Hiermee wordt regenwater vastgehouden en gebruikt voor de bewatering voor de beplanting. Dit collectieve dakpark heeft beschutte plekken en verlichting. De bewoners maken er ook graag ‘s avonds gebruik van. 19 Groen kan integraal bijdragen aan oplossingen voor diverse maatschappelijke vraagstukken. Beter evenwicht stad, mens en natuur Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt steeds meer dat wat we gevoelsmatig allang weten: groen is goed voor ons. Als je echter kijkt naar de huidige bebouwde omgeving leven we grotendeels in het stenen tijdperk. Hier zijn we qua functioneren helemaal niet op ingesteld. Als je de bestaansgeschiedenis van de mens op één uur stelt, hebben wij maar liefst 59 minuten en 43 seconden doorgebracht in een groene omgeving! Mensen voelen zich gelukkiger en gezonder met groen om zich heen, zowel in de openbare ruimte, tuinen als in gebouwen. Als we onze gebouwen op een goede manier vergroenen, verbeteren we tegelijkertijd de kwaliteit van onze wijken. Het zijn kleine dingen die al een verschil kunnen maken. Alle handelingen samen zorgen voor een grote verandering. Met het vergroenen van onze woningen, scholen, bedrijven, zorginstellingen en openbare gebouwen maken we onze steden en dorpen een stuk aantrekkelijker voor mensen, dieren en planten. Locaties verdichten en vergroenen Door de afname aan beschikbare ruimte gaan gebouwen binnenstedelijk de hoogte in. Ook wordt er buitenstedelijk bijgebouwd. Het gaat erom hoe we die gebouwen natuurinclusief kunnen maken. Met andere woorden: verdichten en vergroenen tegelijk, waarbij gebouwen en groen elkaar versterken. Sterker nog: waarbij gebouwen en groen slim gaan samenwerken als een levend organisme. Als je alle bestaande platte daken in Nederland bij elkaar zou optellen, kom je uit op een gebied 400 km2 . Dat zijn zo’n 60.000 voetbalvelden die nog vergroend kunnen worden. Slechts 1% is maar groen. Er ligt dus nog een enorm potentieel! 20
Page 32
©Natrufied architecture Bij tenders worden groene gebouwen vaker gehonoreerd. Circulair ontwerp voor de Warren IJburg Amsterdam. Dit project bestaat uit 36 woningen en 800 m2 collectieve voorzieningen. Met een natuurinclusieve gevel en een dakterras. De beplanting wordt gevoed door gebufferd regenwater. Groen ontworpen gebouwen worden in de planvorming eerder goedgekeurd. Groene locatievisie gemeente en provincie Gebruikers willen groen, architecten willen groen en ook steeds meer projectontwikkelaars willen groen voor de waardevermeerdering van hun vastgoed. Belangrijk is ook dat provincie en gemeente vooraf en tijdig met een visie komen voor een locatie waarin groen is meegenomen. Zo is er direct afstemming vooraan in de keten, waardoor groen geen sluitpost is. Als dat lukt, worden er niet alleen betere en passende groene gebouwen ontworpen maar ook ontwikkeld. Het model van Het Levende Gebouw helpt bij het integraal ontwikkelen van een groene visie en ambitie voor een locatie en voor gebouwen. Het geeft inspiratie voor de invulling van duurzaamheidsdoelstellingen- en certificeringen. Integraal groen ontwerpproces Integraal ontwerpen leidt tot de beste ontwerpen van een gebouw. Betere gebouwen tegen lagere kosten, minder onderhoud en mensvriendelijk. Goede samenwerking tussen opdrachtgever, architect, landschapsarchitect, groenprofessional, bouwbedrijf, constructeur, facilitair manager en beheerder vanaf de conceptfase is daarbij essentieel. Ook tijdens het proces moeten de partijen simultaan blijven optrekken, omdat beplante oppervlakten en groene ruimten invloed hebben op het architectonisch ontwerp, de constructie, watervoorziening en het onderhoud. Zo verbindt groen multidisciplinaire teams. Door groen onderdeel te maken van het Programma van Eisen (PvE) wordt het ook meegenomen in het ontwerp of de bestekken. Een voorbeeld van een checklist groen en PvE vindt u onder het tabblad Aanbevelingen. Het concept van Het Levende Gebouw gaat over het bespreekbaar maken van de meerwaarde van groen door deze te verduidelijken en toe te passen. Centraal in de filosofie staat het idee dat groen geen doel op zich is. Groen is ook meer dan alleen maar decoratie. Het kan helpen bij het oplossen van belangrijke maatschappelijke vraagstukken, zoals waterberging, luchtkwaliteit, veiligheid, duurzaamheid, energieneutraliteit en extra economische activiteit. Levende gebouwen dragen bij aan een leefbare stad. De handleiding Het Levende Gebouw helpt in gesprekken de mogelijkheden van groene oplossingen tijdig mee te nemen en maximaal in te zetten voor de gewenste functies. 21 Leg groenambities (vroegtijdig) vast in het PvE. Crossroads Amsterdam. Via het Polderdak wordt extra waterberging gerealiseerd. Deze wordt naast de vijver op diverse plekken zichtbaar in de vorm van waterstromen en zorgt ook voor de bevloeiing van de daktuinen. Het resultaat: een innovatief daklandschap met groene terrassen en groene gevels. Inspiratiehuis BSH Park 20|20. In de groene wand zuiveren bijna 1000 klim- en hangplanten de lucht. Buiten sieren diverse planten 50% van het dak. Ze zorgen voor biodiversiteit, koeling van het gebouw en filtering van regenwater dat wordt hergebruikt voor sanitaire voorzieningen. 22
Page 34
Niet alles kan op elk dak, maar op elk dak kan altijd wel iets. Daktuin VU Amsterdam. Meerwaarde We zijn druk bezig met het creëren van klimaatbestendige steden. Het is goed om daarbij niet alleen te kijken naar technische oplossingen. Groen biedt integrale oplossingen voor een beter klimaat die tevens leiden tot bijvoorbeeld meer sociale samenhang, biodiversiteit, een betere gezondheid en meer welbevinden. Techniek en groen gaan vaak goed samen en kunnen elkaar versterken. De meerwaarde van Het Levende Gebouw is ‘en/en’. Groene daken bijvoorbeeld, zorgen voor een vertraagde afvoer van het regenwater dat ook hergebruikt kan worden voor de beplanting. Ze zorgen bovendien voor meer schaduw en verkoeling tijdens hete zomers. En ze zijn een ontmoetingsplaats. Groene gevels nemen CO2 op, produceren zuurstof en kunnen luchtverontreiniging vasthouden. Daarnaast genieten we in de seizoenen van bloesem, vruchten of prachtige herfstkleuren. Groen biedt leefruimte en voedsel aan vogels, insecten en zoogdieren. Bovendien heeft groen een waardeverhogend effect op onroerend goed. Ook binnengroen vervult allerlei dubbelfuncties. Het helpt om de luchtkwaliteit te verbeteren, vermindert stress en verbetert ons concentratievermogen. Bovendien werkt het omzetverhogend. We zijn productiever in een groene omgeving en tevredener over onze werkplek. Meer weten over de waarde van binnengroen? Kijk op www.natuurlijkwerkt.nl. Deskundigheid Met Het Levende Gebouw etaleert de groenprofessional zijn of haar groene kennis en creativiteit. Een levend gebouw is niet zomaar wat groen aan een gevel, op een dak of in een atrium. Het gaat erom hoe elementen als beplanting, water en licht met elkaar zijn verbonden om optimaal de gewenste functies van het gebouw te ondersteunen. Vergroenen is actueel. De vraag naar deskundige vergroeners zal steeds groter worden. 23 Sortimentskennis en multifunctionele beplanting Essentieel bij Het Levende Gebouw is het slim inzetten van beplanting om groen zijn verschillende functies zo goed mogelijk te laten vervullen. De juiste plant op de juiste plaats aan, op of in gebouwen en passend bij de omstandigheden. De deskundige groenprofessional beschikt over een goede sortimentskennis, zowel in de breedte als in de diepte. Welke gevelbeplanting is geschikt voor het binden van fijnstof of andere luchtverontreiniging? Of goed voor vogels, bijen of vlinders? Welke beplanting kan goed tegen zon en wind op hoogte? Met welke beplanting kan afvalwater worden gezuiverd? Welke bomen zijn geschikt voor op een daktuin? Hoe kan groen de akoestiek verbeteren? Op deze vragen heeft de groenprofessional het antwoord. Daktuin Nemo Amsterdam. Groene innovatie De toegenomen interesse voor groene gebouwen zorgt voor nieuwe markten voor levend groen en toepassingen. Bewezen technieken uit de tuinbouwsector en kassenbouw kunnen eenvoudig en haalbaar in gebouwen worden toegepast. Zo zorgt deze vraag voor een heel nieuwe markt voor kwekers van beplantingen en voor kennisinstellingen op het gebied van innovatieve groene toepassingen. Ook ontstaan er allerlei kruisbestuivingen en nieuwe verbindingen tussen ondernemers, overheid en onderwijs. Allemaal partijen die nauw samenwerken met de groenprofessionals. 24
Page 38
W We zien steeds meer dat bedrijven geïnteresseerd zijn in een groene werkomgeving. Daarbij gaat het om meer dan duurzame materialen en een verantwoord bedrijfsrestaurant. Het gaat vooral ook om een groen gebouw met gezonde groene verblijfs-, vergader- en werkplekken, die een positief effect hebben op het welbevinden van de medewerkers. Van de operationele kosten die een bedrijf in een kantoorgebouw heeft, gaat immers gemiddeld 1% op aan energie, 9% aan huur en maar liefst 90% aan personeel. Met Het Levende Gebouw is integraal dan ook veel meerwaarde te behalen. Groen heeft allereerst een positief effect op het aantrekken en vasthouden van gemotiveerd personeel. Verder draagt groen bij aan een hogere productiviteit, hogere werktevredenheid, hogere omzet en minder ziekteverzuim. Groen heeft ook een positief effect op het bedrijfsimago. Groen kan geïntegreerd worden in nieuwbouw en ingepast in bestaand vastgoed. Voor duurzame renovatie en transformatie zijn tal van groene oplossingen. Inspiratie uit Het Levende Gebouw draagt bij aan het behalen van certificeringen, zoals BREEAM, LEED en WELL, BENG en aan de SDG’s (Sustainable Development Goals). Dit hoofdstuk bestaat uit een opsomming van wetenschappelijke informatie over de werking van groen per thema in relatie tot de functie ‘Werken’ van een gebouw. Het is de uitdaging om niet alleen het energiegebruik te verminderen maar ook een gezondere werkomgeving te creëren. 25 Groene lunchpauze bij Koppert Cress, Monster. Midden achteraan een tafel met geïntegreerd eetbaar plukgroen. Mindmap De mindmap Werken bevindt zich achter in dit hoofdstuk. Daarbij is de zakelijke omgeving als uitgangspunt genomen. Het gebouw of ruimte heeft de functie ‘werken’. Dat kan een gebouw of ruimte zijn bij een bedrijf of kantoor maar bijvoorbeeld ook een administratieve afdeling bij een zorg- of onderwijsinstelling. De mindmap geeft een handig overzicht van de verschillende groene thema’s en meerwaarden om samen te bespreken en mee te nemen in integrale ontwerpen voor prettige en gezonde werkomgevingen. De verschillende thema’s kunnen een wens of vraag van de opdrachtgever zijn, zoals een ontspannen vergaderplek, een bijdrage aan duurzaamheid, verhogen van de arbeidsproductiviteit, verminderen van geluidsoverlast, verkoeling tijdens hete zomers of een betere luchtkwaliteit. Een aantal thema’s, die met foto’s zijn verbeeld, wordt hieronder kort beschreven. Per icoontje is de bijbehorende wetenschappelijke informatie met feiten toegevoegd. Onder de groene bijbehorende themabladen is meer informatie (met praktijkvoorbeelden) te vinden. 26
Page 40
T (met de klok mee) ECONOMIE Bij aanbestedingen worden groene gebouwen vaker gehonoreerd en wordt de planvorming sneller goedgekeurd. Groen heeft een gunstig effect op de aan- en verkooptijd van gebouwen. Een daktuin of dakpark kan ingezet worden voor meervoudig ruimtegebruik. Dat kan vooral in de bebouwde omgeving - met beperkte en dure vierkante meters - een interessante oplossing zijn. Neem de aanleg van groene daken op als criterium bij aanbestedingen van gebouwen en bouwprojecten. Duurzame daktuin bij ABN AMRO / Circl. Op het dak van bedrijven en instellingen is vaak veel ruimte. Het gebouw is meestal van één eigenaar wat het juridisch eenvoudig maakt om een daktuin aan te leggen. Intensieve daktuinen van kantoren of instellingen bieden werknemers en bezoekers de mogelijkheid buiten te zitten of een lunchwandeling te maken in het groen. Groene omgevingen zijn aantrekkelijker, wat leidt tot een beter vestigingsklimaat voor bedrijven en burgers. Een mooie groene omgeving zorgt voor een goed leefklimaat voor expats. Dat is belangrijk als vestigingsfactor voor grote internationale bedrijven. Vastgoed is 5 tot 10% meer waard in een groene omgeving. Er kunnen hogere huurprijzen worden gevraagd. In de horeca draagt groen bij aan meer omzet. Het koopgedrag wordt gestimuleerd in groene omgevingen. In groene steden zijn er meer mogelijkheden voor toerisme en recreatie. Een groene uitstraling heeft een positief effect op het aantrekken van medewerkers en vrijwilligers. Bij de aanwezigheid van planten in de kantoorruimte ligt de productiviteit 15% hoger dan in kantoorruimten zonder planten. Groen werkt omzetverhogend en draagt bij aan minder ziekteverzuim. 27 Dak- en gevelgroen vergroten de isolatiewaarde van gebouwen en besparen energiekosten. Dakgroen vermindert de energielasten van koeling tot 70% en van verwarming tot 20%. Groen verhoogt het rendement van zonnepanelen met 6%. Het Levende Gebouw en een onderhoudsvriendelijk gebouw gaan goed samen. Dat begint bij een goed doordacht ontwerp, waarbij groenprofessional, (landschaps)architect en opdrachtgever tijdig samen om tafel zitten. Dakgroen verlengt de levensduur van de dakbedekking en vermindert zo de onderhoudskosten. Voor groen zijn veel mogelijkheden, afhankelijk van de gewenste mate van onderhoud. NATUUR De aandacht in de maatschappij voor het belang van duurzame materialen groeit enorm. Het gebruik van groen draagt bij aan een duurzaam imago en diverse certificeringen. Groene ruimten kunnen gebruikt worden voor inspiratie uit en educatie in de natuur. We zien dat biomimicry, waarbij de natuur een inspiratiebron is voor innovatieve duurzame processen, oplossingen en producten, in opkomst is. Een groene daktuin kan worden gebruikt als extra expositieruimte bij musea. 28
Page 42
Groen kan ingezet worden om het imago of de boodschap van het bedrijf te versterken. Dat kan in de vorm van het gebruik van gevarieerde beplanting die ruimte biedt aan biodiversiteit. Voor vlinders en bijen kan een groen dak een belangrijk onderdeel zijn van hun voedselnetwerk in de stad of omgeving. Een daktuin kan ook ingezet worden voor gezonde voedselproductie voor eigen gebruik of voor derden. Binnen kunnen kruiden gekweekt worden voor een gezonde kantine. Bij licht verontreinigde grond kan specifiek groen worden ingezet voor bodemzuivering. In dat geval hoeft de verontreinigde grond niet te worden verwijderd (grond verwijderen is niet alleen kostbaar, het verstoort ook het bodemleven). KLIMAAT Groene daken, vooral bij grote gebouwen, helpen mee om neerslag vast te houden en vertraagd af te voeren. Een substraatlaag van meer dan 15 cm heeft het meeste effect; deze kan 50 tot 80% van het gevallen regenwater vasthouden en later weer verdampen. Regenwater kan ook hergebruikt worden voor de beplanting en het spoelen van toiletten. Groen kan ook een bijdrage leveren aan de waterkwaliteit als het wordt ingezet voor biologische reiniging van vrijkomend afvalwater. Deze functie is te combineren met het opvangen van piekbuien. 29 Op bedrijventerreinen kan het erg warm worden door de grote oppervlakte aan bebouwing en verharding, zowel in steden als daarbuiten. Dat kan leiden tot hittestress, waardoor ook de arbeidsproductiviteit afneemt. Groene daken, al dan niet in combinatie met groene gevels, zijn juist bij (grotere) bedrijfsgebouwen zeer zinvol om opwarming tegen te gaan. Ze verbeteren ook het binnenklimaat. Tijdens warme perioden voelen mensen zich in een groene omgeving comfortabeler. Ruimten met planten verbeteren het thermisch comfort; de temperatuur is lager en de luchtvochtigheid hoger dan in controleruimten waar geen planten staan. Gebruik sterk luchtzuiverende planten in de werkomgeving, zoals Spatiphyllum, Calathea, Chlorophytum, Areca, Dracaena en varens om de luchtkwaliteit te verbeteren. Door vermindering van energieverbruik van groene gebouwen neemt ook de uitstoot van CO2 af. Zowel in de binnen- als buitenruimte kan groen ingezet worden om verontreinigingen uit de lucht te halen en de luchtkwaliteit te verbeteren. Meer planten binnen leidt tot minder CO2concentratie, minder droge lucht en minder hoofdpijnklachten. Het sick building syndrome is een bekend probleem. Systemen voor ventilatie, luchtvochtigheid- en temperatuurbeheersing worden ingezet voor een beter werkklimaat. Deze systemen kunnen vluchtige organische stoffen (VOS) echter niet afbreken; in een kantooromgeving zijn vaak VOS aanwezig, zoals benzeen en formaldehyde, afkomstig van bouwmaterialen. Groen kan heel goed worden ingezet om VOS uit de lucht te filteren. Groentorens met actieve ventilatie in combinatie met sterk luchtzuiverende beplanting. 30
Page 44
MENS Binnengroen kan formaldehyde, vaak gebruikt als ontsmettingsmiddel, opnemen en omzetten. In hoge concentraties is deze stof giftig en kankerverwekkend. Groen kan een bijdrage leveren om de geluidsoverlast van verkeer of industrie als minder hinderlijk te ervaren. Groene daken kunnen geluid reduceren tot 10 decibel. Groene gevels reduceren ook het geluid op straatniveau. Binnengroen verbetert de akoestiek en de spraakverstaanbaarheid. Uitzicht op groen draagt bij aan het sneller herstellen van stress en verminderen van stress. Ook uitzicht op groene gevels, wanden of daken heeft dat effect. Uitzicht op groen helpt de ogen te ontspannen en opnieuw te focussen. Het helpt ook om vermoeidheid en hoofdpijn tegen te gaan. Dat is van belang als we uren achter een beeldscherm zitten. Groen is een investering in een gezond bedrijf en gezonde medewerkers. Joolz, Amsterdam. Drie kassen met subtropische beplanting zijn geplaatst bij de herbestemming van een voormalige fabriek. Werknemers en bezoekers voelen zich prettiger in het groen. Groen draagt bij aan minder stress, een betere concentratie, meer creativiteit en een hogere arbeidsproductiviteit. Groen heeft een positief effect op werkplezier, gezondheid en welbevinden. Planten op de werkplek zorgen voor een hogere tevredenheid over de werkplek. Een substantiële hoeveelheid planten in de werkruimte verbetert het thermisch comfort. Door dit (psychologische) effect hebben de aanwezigen minder last van verhoogde dan wel verlaagde temperaturen en neemt de productiviteit toe. Met planten in de kantoorruimte bleek (bij onderzoek in Nederland en Groot-Brittannië) de productiviteit 15% hoger te liggen dan in kantoorruimtes zonder planten. Zorg voor planten op de werkplek en andere plaatsen waar werknemers veelvuldig zijn, zoals de kantine. 31 Een groene daktuin of binnenruimte kan worden gebruikt als extra vergader- of werkplek. Ook voor informele ontmoetingen en ontspanning kan groen goed ingezet worden. Groen leidt tot een beter sociaal klimaat. Zorg in grote gebouwen voor groene binnenruimten waar werknemers kunnen pauzeren of overleggen. Groen nodigt uit tot minder zitten, meer bewegen en meer ontmoeten. Een aantrekkelijke groene daktuin kan ervoor zorgen dat werknemers tijdens pauzes vaker even naar buiten gaan voor een (korte) wandeling. Diezelfde daktuin kan gebruikt worden voor wandelend vergaderen (‘walking meetings’), met een hogere creativiteit als bijkomend effect. Ook groene binnenruimten bevorderen korte pauzes en zijn zeer goed bruikbaar voor kort wandelend overleg. Groen leidt tot minder criminaliteit en vandalisme. Wijken met groen hebben gemiddeld 42% minder criminaliteit dan wijken zonder groen. Groene gevels dragen ook bij aan een gevoel van veiligheid. TIP Vraag tijdig deskundig advies aan groenprofessionals voor het beter integreren van groen in gebouwen. 32
Page 48
CIRCULAIR DUURZAAM IMAGO INNOVATIE ENERGIENEUTRAAL EDUCATIE HOGERE HUUROPBRENGST BELASTINGVOORDEEL MINDER ENERGIEKOSTEN HOGERE VASTGOEDWAARDE OMZET BIJDRAGE CERTIFICERINGEN GEBOUWEN TEVREDENHEID WERKPLEK MEERVOUDIG RUIMTEGEBRUIK GOEDKEURING PROJECTEN AANTREKKEN PERSONEEL VERHOGEND GEZONDHEID WELBEVINDEN PERSONEEL/ BEZOEKERS ENERGIE MINDER ZIEKTEVERZUIM MINDER SCHADE AAN GEBOUWEN BATEN W MINDER CRIMINALITEIT EN VANDALISME BEWEGEN EN SPELEN BETER SOCIAAL KLIMAAT ACTIEVER / MINDER ZITTEN INFORMEEL OF EFFECTIEF VERGADEREN HOGERE Het Levende Gebouw heeft meerwaarde KLIMAAT: Water, Temperatuur, Luchtkwaliteit MENS: Veiligheid, Bewegen en spelen, Ontmoeten, Productiviteit en leerprestaties, Ontspannen, Geluid, Uitzicht en kleur, Geur NATUUR: Bodem, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen ECONOMIE: Onderhoud, Energie, Baten Beleving: Water, Geluid, Uitzicht en kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Ontspannen, Ontmoeten Duurzaamheid: Water, Bodem, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen, Onderhoud, Energie Gezondheid en welbevinden: Ontspannen, Ontmoeten, Bewegen en spelen, Veiligheid, Voedsel en bloemen, Geluid, Uitzicht en kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Water Sociale cohesie: Veiligheid, Bewegen en spelen, Ontmoeten, Voedsel en bloemen © Branchevereniging VHG (vhg.org) / Kim van der Leest (kimvanderleest.nl) CREATIVITEIT WERKNEMERS BETE CONCEN ONTMOETEN PRODUCT TEIT EN LE PRESTAT VEILIGHEID MEER RENDEMENT ZONNEPANELEN ONDERHOUD ONDERHOUDSVRIENDELIJK DUURZAME MATERIALEN D BETER OPLOSSEND VERMOGEN BIJEN VLINDERS VOGELS BODEM-/ WATERZUIVERING NATUURINCLUSIEF GEZONDE KANTINE BIODIVERSITEIT VOEDSEL EN BLOEMEN MINDER BODEM WATEROVERLAST BETERE ISOLATIE WATER VERKOELING TEMPERATUUR SCHADUW MINDER DROOGTE WATER BERGEN EN HERGEBRUIK LUCHTKWALITEIT GEUR FRISSE GEZONDE LUCHT BESCHERMING VERONTREINIGING VERKEER INDUSTRIE UITZICHT EN KLEUR BELEVING GELUID CTIVILEERTIES ONTSPANNEN MINDER MINDER STRESS ERE NTRATIE RUST VOOR OGEN GELUIDHINDER ERVAREN WERKPLEZIER CO2REDUCTIE BETERE AKOESTIEK
Page 52
Groene dakpannen. W Wonen in een veilige en gezonde leefomgeving vinden mensen belangrijk. In Nederland moet er veel gebeuren aan bestaande en nieuwe woningen om de klimaatdoelstellingen (20% duurzame energie, 20% minder CO2-uitstoot, 20% minder energiegebruik) te halen. Het Levende Gebouw draagt bij aan deze duurzame thema’s en heeft daarnaast nog tal van andere positieve effecten op onze leefomgeving. Mensen zijn zich vaak niet bewust van de vele voordelen van groen, zoals het verminderen van de ervaren geluidsoverlast. Men beseft veelal ook niet dat met het toepassen van groen euro’s kunnen worden bespaard en zelfs verdiend. De aanpassingen om te komen tot een meer levende woning of woningcomplex hoeven bovendien helemaal niet ingewikkeld te zijn. Met inspiratie uit deze handleiding kan de projectontwikkelaar, (landschaps)architect, ontwerper of groenprofessional komen tot alternatieven die passen bij de wensen en levensstijl van de bewoner(s) én bijdragen aan een prettige, gezonde en duurzame leefomgeving. Dit hoofdstuk bestaat uit een opsomming van wetenschappelijke informatie over de werking van groen per thema in relatie tot de functie ‘wonen’ van een gebouw. Een integrale aanpak om gebouwen te vergroenen is vaak veel voordeliger. Samenwerking met bewoners, gemeente en waterschap biedt mogelijkheden. 33 Mindmap De mindmap Wonen bevindt zich achter in dit hoofdstuk. De projectontwikkelaar, bewoner, het woonbedrijf of de Vereniging van Eigenaren zijn als vertrekpunt genomen. De mindmap geeft een handig overzicht van de verschillende groene mogelijkheden om samen te bespreken en mee te nemen in integrale ontwerpen voor prettige en gezonde woonomgevingen. De verschillende thema’s kunnen een wens of vraag voor de bewoner(s) zijn, zoals uitzicht op groen, het verbeteren van de luchtkwaliteit of een gezamenlijke daktuin als ontmoetingsplek. Een aantal thema’s, die met foto’s zijn verbeeld, wordt hieronder kort beschreven. Per icoontje is de bijbehorende wetenschappelijke informatie met feiten toegevoegd. Onder de groene bijbehorende themabladen is meer informatie (met praktijkvoorbeelden) te vinden. 34
Page 56
Biodiversiteitsdak met boomstronken bij een particuliere woning. NATUUR Er zijn tal van duurzame materialen voor de daktuin die bijdragen aan een betere leefomgeving voor mens, dier en plant. Kinderen die op jonge leeftijd in contact komen met de natuur, vertonen op latere leeftijd vaak een positieve houding ten aanzien van natuur en milieu. Voor vogels, vlinders en bijen kunnen dak- en gevelgroen een belangrijke functie vervullen in hun voedselnetwerk in de stad of omgeving. De daktuin kan worden gebruikt voor lokaal geproduceerd gezond voedsel. Dit is lekker en duurzaam. Ook levert de daktuin (eetbare) bloemen voor in gerechten of voor in de vaas. Moestuinieren kan leiden tot een grotere inname van groente en fruit door kinderen. KLIMAAT Groene daken, vooral op grote gebouwen, helpen om neerslagpieken af te vlakken doordat ze een deel van de neerslag vasthouden en het overschot vertraagd doorlaten. Intensieve groendakenmet een substraatlaag van meer dan 15 cm, hebben het meeste effect en kunnen 50 tot 80% van het gevallen regenwater vasthouden en later weer verdampen. Regenwater kan ook hergebruikt worden voor de beplanting en het spoelen van toiletten. Groen kan bijdragen aan de waterkwaliteit als het wordt ingezet voor biologische reiniging van vrijkomend afvalwater. Deze functie is te combineren met het opvangen van piekbuien. 37 Groene daken, al dan niet in combinatie met groene gevels, zijn juist bij (grotere) woningcomplexen zeer zinvol om opwarming tegen te gaan. Ze verbeteren ook het thermisch comfort van het binnenklimaat. Grootschalige aanleg van dakgroen helpt om de opwarming van een wijk als geheel te beperken. Hier is een goede watervoorziening van het groen van belang voor de effectiviteit. Tijdens warme perioden voelen mensen zich in een groene omgeving comfortabeler. Hitte is vooral gevaarlijk voor ouderen, baby’s, zwangeren en chronisch zieken. Ruimten met planten verbeteren het thermisch comfort; de temperatuur is lager en de luchtvochtigheid hoger dan in controleruimten waar geen planten staan. Planten verminderen de CO2-concentratie en produceren zuurstof. Door vermindering van energieverbruik van groene gebouwen neemt ook de uitstoot van CO2 af. Zowel in de binnen- als buitenruimte kan groen ingezet worden om verontreinigingen uit de lucht te halen en de luchtkwaliteit te verbeteren. Meer planten binnen leidt tot minder CO2concentratie, minder droge lucht en minder hoofdpijnklachten. Binnengroen zuivert de lucht van schadelijke stoffen afgegeven door bijvoorbeeld tapijten, meubels, bouwmaterialen, schoonmaakmiddelen, verf en printers. Deze vorm van luchtverontreiniging blijft tegenwoordig vaak in woningen hangen door de betere isolatie en gesloten ventilatiesystemen. Door verdamping maakt binnengroen de lucht minder droog waardoor mensen minder hoofdpijn hebben en zich beter kunnen concentreren. Buitengroen beschermt ons tegen verontreiniging van verkeer en industrie. Een vierkante meter klimop vangt 4 tot 6 gram fijnstof per jaar af, een sedumdak 0,15 gram per vierkante meter. 38
Page 58
MENS Geur roept herinneringen op. Door geuren te ruiken die we herkennen voelen we ons veilig. Dit is prettig voor personen met dementie. Binnengroen kan formaldehyde, vaak gebruikt als ontsmettingsmiddel, opnemen en omzetten. In hoge concentraties is dit giftig en kankerverwekkend. Groen kan een bijdrage leveren om de geluidsoverlast van aanwezig verkeer of industrie als minder hinderlijk te ervaren. Groene daken kunnen geluid reduceren tot 10 decibel. Groene gevels reduceren het geluid op straatniveau. Binnenshuis kunnen planten de akoestiek en de spraakverstaanbaarheid verbeteren. Uitzicht op groen draagt bij aan het sneller herstellen van stress en verminderen van stress. Groene gevels en wanden zijn daarvoor heel effectief. Een groen dak kan ook effectief zijn als daar van binnenuit op gekeken wordt. Een groene omgeving is rustgevend en mensen herstellen er sneller van stress. In wijken met meer groen hebben bewoners minder last van angststoornissen of depressiviteit. Ook komen er minder hart- en vaatziekten, angst en depressie voor. Hoe meer groen er in wijken voorkomt, hoe minder ADHD-medicatie nodig blijkt. Uitzicht op groen helpt de ogen te ontspannen en opnieuw te focussen. Het helpt vermoeidheid en hoofdpijn tegen te gaan. Dat is van belang als we uren achter een beeldscherm zitten. 39 Vesteda renoveerde een appartementenpand aan De Boelelaan in Amsterdam waar het dak van 700 m2 fungeert als waterbergende en gezamenlijke daktuin voor de bewoners. Groen draagt bij aan minder stress, een betere concentratie, meer creativiteit en een hogere arbeidsproductiviteit. Groen heeft een positief effect op werkplezier, gezondheid en welbevinden. Een groene daktuin of binnenruimte kan worden gebruikt als extra verblijfsplek. Ook voor informele ontmoetingen en ontspanning kan groen goed ingezet worden. Groen leidt tot een beter sociaal klimaat. Bewoners voelen zich meer verbonden en zijn minder eenzaam. In een groene omgeving is men overdag meer buiten (in het daglicht) en actiever. Tuinieren is een belangrijke vorm van gezond bewegen. Ook voor als we ouder worden. Kinderen die vaker buiten spelen in het groen zijn creatiever, zelfverzekerder, fitter en slimmer. Kinderen die opgroeien met groen in hun directe omgeving hebben minder overgewicht. Dat kan ook op een (gezamenlijke) daktuin. Groen leidt tot minder criminaliteit en vandalisme. Wijken met groen hebben gemiddeld 42% minder criminaliteit dan wijken zonder groen. Groene gevels dragen ook bij aan een gevoel van veiligheid. 40
Page 62
DUURZAAM IMAGO CIRCULAIR D EDUCATIE ENERGIENEUTRAAL HOGERE HUUROPBRENGST HOGERE VASTGOEDWAARDE BIJDRAGE SUBSIDIE CERTIFICERINGEN GEBOUWEN AANTREKKEN BEWONERS BELASTINGVOORDEEL MEERVOUDIG RUIMTEGEBRUIK GEZONDHEID WELBEVINDEN BEWONERS MINDER SCHADE AAN GEBOUWEN BATEN ENERGIE W MINDER CRIMINALITEIT EN VANDALISME ONTWIKKELING KINDEREN BEWEGEN EN SPELEN ONTMOETEN BETER SOCIAAL KLIMAAT Het Levende Gebouw heeft meerwaarde KLIMAAT: Water, Temperatuur, Luchtkwaliteit MENS: Veiligheid, Bewegen en spelen, Ontmoeten, Productiviteit en leerprestaties, Ontspannen, Geluid, Uitzicht en kleur, Geur NATUUR: Bodem, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen ECONOMIE: Onderhoud, Energie, Baten Beleving: Water, Geluid, Uitzicht en kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Ontspannen, Ontmoeten Duurzaamheid: Water, Bodem, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen, Onderhoud, Energie Gezondheid en welbevinden: Ontspannen, Ontmoeten, Bewegen en spelen, Veiligheid, Voedsel en bloemen, Geluid, Uitzicht en kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Water Sociale cohesie: Veiligheid, Bewegen en spelen, Ontmoeten, Voedsel en bloemen © Branchevereniging VHG (vhg.org) / Kim van der Leest (kimvanderleest.nl) MINDER ANGST/ DEPRESSIE M PRODUCT TEIT EN LE PRESTAT VEILIGHEID MEER RENDEMENT ZONNEPANELEN MINDER ENERGIEKOSTEN ONDERHOUD ONDERHOUDSVRIENDELIJK DUURZAME MATERIALEN CO HOGERE CREATIVIT DAKTUIN BODEM-/ WATERZUIVERING NATUURINCLUSIEF BIJEN VLINDERS VOGELS BIODIVERSITEIT VOEDSEL EN BLOEMEN BODEM MINDER WATEROVERLAST WATER BERGEN EN HERGEBRUIK MINDER DROOGTE WATER VERKOELING TEMPERATUUR SCHADUW LUCHTKWALITEIT FRISSE GEZONDE LUCHT GEUR UITZICHT EN KLEUR GELUID CTIVILEERTIES ONTSPANNEN MINDER GELUIDHINDER ERVAREN BETERE ONCENTRATIE MINDER STRESS BETERE AKOESTIEK RE TEIT BELEVING CO2REDUCTIE RUST VOOR OGEN BESCHERMING VERONTREINIGING VERKEER INDUSTRIE BETERE ISOLATIE MINDER MEDICATIE
Page 66
Geef groen een voorname positie in de planning en budgettering. Z Bij nieuwbouw en renovatie van ziekenhuizen en zorginstellingen is een helende omgeving steeds vaker het uitgangspunt. Naast goede medische zorg en gastvrijheid gaat het om omgevingen die bijdragen aan herstel, oftewel gezonde gebouwen waar je beter uit komt dan dat je er naar binnen ging. Groen is goed voor patiënten, medewerkers en bezoekers. Een bezoek aan of verblijf in het ziekenhuis is voor veel patiënten een stressvolle gebeurtenis. Een hoog stressniveau kan een voorspoedig herstel belemmeren. Ook voor het verplegend personeel is het werken in een zorgomgeving vaak stressvol. Daglicht, frisse lucht en uitzicht op groen dragen bij aan het verminderen van stress en pijn. Groen zorgt daarnaast voor seizoensbeleving en funtioneert als rustgevend kijkgroen. Een (dak-) tuin nodigt bovendien uit tot bewegen. Groene binnen- en buitenruimten kunnen ook gebruikt worden voor behandelingen of (delen) van therapieën. Bijvoorbeeld een chemotuin of een groene oefenruimte voor fysiotherapie. Mindmap In de mindmap Zorg is de zorginstelling als vertrekpunt genomen. De mindmap Zorg bevindt zich achter in dit hoofdstuk. Deze geeft een handig overzicht van de verschillende groene thema’s om samen te bespreken en mee te nemen in integrale ontwerpen voor helende omgevingen. De verschillende thema’s kunnen een wens of vraag van de cliënt, patiënt of instelling zijn, bijvoorbeeld een betere luchtkwaliteit of een plek voor rust en ontspanning. Een aantal thema’s, die met foto’s zijn verbeeld, wordt hieronder kort beschreven. Per icoontje is bijbehorende wetenschappelijke informatie met feiten toegevoegd. Onder de groene bijbehorende themabladen is meer inspiratie (met praktijkvoorbeelden) te vinden. Afdeling Geriatrie, Tergooi ziekenhuis Blaricum. Zithoek ‘nostalgie’: nostalgische artikelen en vertrouwd groen voor het opwekken van herinneringen en stimuleren van sociale contacten. De meeste patiënten zijn afhankelijk van een begeleider om naar buiten te gaan. Met groen kan een groot gezondheidseffect worden bereikt, ook binnen op de afdeling. De sanseveria’s in de vensterbank, die breinaalden symboliseren, staan in gehaakte potten. 41 T (met de klok mee) ECONOMIE Groen heeft een positief effect op de gezondheid en het welbevinden van patiënten, medewerkers en bezoekers. Werknemers en vrijwilligers werken graag bij een werkgever in een prettige groene omgeving. Een verzorgingshuis zag door een groene inrichting het aantal vrijwilligers verdrievoudigen. Planten op de werkplek zorgen voor een grotere tevredenheid over de werkplek. Uitzicht op groen vanuit de ziekenhuiskamer draagt bij aan een kortere ligduur. De ligduur na een operatie neemt tot 20% af wanneer de patiënt vrij uitzicht heeft op groen. Patiënten geven minder negatieve feedback op het ziekenhuispersoneel in een groene omgeving. Isala kliniek, Zwolle. De organische bouwvormen van het ziekenhuis in combinatie met het groene binnenlandschap hebben een positieve uitwerking op medewerkers, bezoekers en patiënten. Dak- en gevelgroen vergroten de isolatiewaarde van het gebouw, dus minder stookkosten in de winter en verkoeling in de zomer. Dakgroen verlengt de levensduur van de dakbedekking. Zonnepanelen in combinatie met dakgroen hebben een hoger rendement. 42
Page 68
NATUUR Daktuinen met een gevarieerde beplanting kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de biodiversiteit. Seizoensbeleving en het zien van vogels, vlinders en bloemen kan een welkome afleiding zijn voor patiënten. Ook worden herinneringen opgehaald. De daktuin kan worden gebruikt voor onbespoten voedsel- en bloemenproductie voor eigen gebruik. Het bezig zijn met moestuinactiviteiten heeft een positief effect op het welbevinden van bewoners of patiënten. Bloemen of fruit plukken is een leuke gezamenlijke bezigheid voor jong en oud. Door nostalgische soorten toe te passen kunnen herinneringen aan vroeger worden opgeroepen. Dat kan ook door een binnentuinkamer in te richten. TIP Bevorder het gebruik van de groene ruimten. Zorg voor goede informatie, bewegwijzering en begeleide activiteiten. KLIMAAT Groene daken op grote gebouwen, zoals ziekenhuizen, helpen om neerslagpieken af te vlakken en wateroverlast te verminderen, doordat ze een deel van de neerslag vasthouden en de rest vertraagd afvoeren. De aanwezigheid van water heeft een rustgevend effect. Veel ziekenhuizen liggen in bebouwd gebied, waar het gewoonlijk warmer is dan daaromheen. Dak- en gevelgroen zorgen voor minder opwarming van de gebouwen en de omgeving. Grote groene gebieden rondom gezondheidsinstellingen kunnen bijdragen aan een prettiger klimaat in de wijde omgeving. De structuur van het gebied en de plaatsing van het groen moeten dan wel een goede luchtdoorstroming toelaten. Meer groen draagt bij aan minder hittestress voor patiënten en personeel. Hittestress is vooral gevaarlijk voor ouderen, baby’s, zwangeren en chronisch zieken. Zij zijn kwetsbaar, omdat zij hun lichaamstemperatuur minder goed kunnen regelen. Tijdens hittegolven sterven er in Nederland veertig mensen extra per dag. Meander Medisch Centrum, Amersfoort. 43 Binnengroen kan gebruikt worden om de luchtkwaliteit binnen zorginstellingen te verbeteren. Door het grote aantal mensen in een relatief kleine ruimte loopt het CO2-gehalte vaak sterk op. Hoge concentraties CO2 vergroten de overdracht van infectieziekten en leiden tot meer ziekteverzuim. Mensen hebben meer last van allergieën, astmatische klachten, hoofdpijn en vermoeidheid. Beplanting neemt CO2 op en produceert zuurstof. Binnengroen zuivert de lucht van vluchtige organische stoffen (VOS), afkomstig van bijvoorbeeld bouwmaterialen en printers. Ook kan binnengroen formaldehyde, dat veel als ontsmettingsmiddel wordt gebruikt in de zorg, uit de lucht filteren. In te hoge doses is deze stof giftig en kankerverwekkend voor de mens. Door verdamping maakt binnengroen de lucht minder droog. Dat leidt tot minder hoofdpijn en een betere concentratie. Dichte beplanting kan helpen om kwetsbare plaatsen zoals ziekenhuizen of verzorgingshuizen te beschermen tegen verontreiniging van verkeer en industrie. Belangrijk is een goede luchtdoorstroming en -uitwisseling met de omgeving. Chemotuin van ziekenhuis Tergooi in Hilversum. Patiënten die chemotherapie in een groene chemotuin hebben ondergaan, beoordelen de ruimte als comfortabeler dan patiënten die chemotherapie in een ziekenhuis hebben ondergaan. Ze vinden bijvoorbeeld de temperatuur en de luchtkwaliteit beter. MENS Binnengroen als Spathiphyllum kan formaldehyde, vaak gebruikt als ontsmettingsmiddel, opnemen en omzetten. In een groene buitenruimte ruikt men even niet de bekende ‘ziekenhuisgeur’. Geuren stimuleren onze herinneringen. Voor blinde en slechtziende patiënten kunnen naast voelplanten ook geurplanten worden gebruikt om het groen te kunnen beleven. 44
Page 70
Uitzicht op groen heeft een stressverlagende werking op patiënten en personeel. Uitzicht op groen verkort de opnameperiode in ziekenhuizen. Ook uitzicht op groene gevels, wanden of daken heeft dat effect. Zorg voor uitzicht op planten en/of groen in de ziekenhuiskamer - bij voorkeur vanuit het bed - en op andere plaatsen waar patiënten veelvuldig zijn, bijvoorbeeld wachtruimten en dagverblijven. Afdeling Geriatrie van ziekenhuis Tergooi. De centrale tafel is vrijgehouden voor activiteiten. Om de ruimte te vergroenen zijn ondersteboven hangende potten met hedera, epipremnum en davallia speels aangekleed met herkenbare boerenbont koffiekopjes. Een groene omgeving zorgt voor een aantrekkelijke en afwisselende omgeving die afleidt van pijn en stress. Belangrijk bij dakgroen is dat men het seizoen kan beleven. Daarvoor is het goed om jaarrond interessante beplanting toe te passen. Vooral sprekende en vrolijke kleuren zijn goed te onderscheiden vanuit de ziekenhuiskamers. Groen kan een bijdrage leveren om de geluidsoverlast van verkeer of industrie als minder hinderlijk te ervaren. Binnen kan groen de akoestiek en de spraakverstaanbaarheid in kamers verbeteren. Het horen van voor ons aangename natuurgeluiden werkt stressverlagend. Patiënten die naast natuur zien ook natuurgeluiden horen, kunnen beter omgaan met pijn. 45 Uitzicht op groen gaat gepaard met een lager stressniveau en een hoger gevoel van welzijn. Een groene omgeving is rustgevend en mensen herstellen er sneller van stress. Ook planten in de wachtkamer verminderen stressgevoelens. Planten in de ziekenhuiskamer verminderen angstgevoelens. Men ervaart minder pijnklachten. Patiënten gebruiken tot 30% minder pijnstillers wanneer zij in een groene omgeving verblijven. Een bezoek aan een binnentuin verbetert de gemoedstoestand van kinderen die onder behandeling zijn in een ziekenhuis. Planten in de werkomgeving verbeteren het concentratievermogen van medewerkers. De productiviteit in kantooromgevingen met planten ligt tot 15% hoger dan in kantoorruimten zonder planten. Teampost ziekenhuis Tergooi. Er is een rustig beeld gecreëerd door lichtgekleurde potjes van verschillende formaten met planten uit dezelfde familie af te wisselen. Op de vensterbank staan rood bloeiende cambria’s. De planten zorgen voor focus en leiden niet af. Erasmus MC Radiotherapie. 46 Zorg voor groen en licht op plaatsen waar de patiënten veelvuldig zijn, bijvoorbeeld in wachtruimten en dagverblijven.
Page 76
CIRCULAIR DUURZAAM IMAGO NATUURACTIVITEITEN D EDUCATIE ENERGIENEUTRAAL MINDER ENERGIEKOSTEN FINANCIEEL VOORDEEL BIJDRAGE CERTIFICERINGEN GEBOUWEN HOGERE HOGERE HUUROPBRENGST MEERVOUDIG RUIMTEGEBRUIK HOGERE PATIËNTTEVREDENHEID MEER PLEZIER MINDER CRIMINALITEIT EN VANDALISME BEWEGEN EN SPELEN LANGER VOLHOUDEN INFORMEEL BETERE Het Levende Gebouw heeft meerwaarde KLIMAAT: Water, Temperatuur, Luchtkwaliteit MENS: Veiligheid, Bewegen en spelen, Ontmoeten, Productiviteit en leerprestaties, Ontspannen, Geluid, Uitzicht en kleur, Geur NATUUR: Bodem, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen ECONOMIE: Onderhoud, Energie, Baten Beleving: Water, Geluid, Uitzicht en kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Ontspannen, Ontmoeten Duurzaamheid: Water, Bodem, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen, Onderhoud, Energie Gezondheid en welbevinden: Ontspannen, Ontmoeten, Bewegen en spelen, Veiligheid, Voedsel en bloemen, Geluid, Uitzicht en kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Water Sociale cohesie: Veiligheid, Bewegen en spelen, Ontmoeten, Voedsel en bloemen © Branchevereniging VHG (vhg.org) / Kim van der Leest (kimvanderleest.nl) MINDER ANGST EN DEPRESSIE PIJ GESPREKKEN CON WE MINDER EENZAAM ACTIEVER / MINDER ZITTEN ONTMOETEN PRODUCT TEIT EN LE PRESTAT VEILIGHEID AANTREKKEN PERSONEEL EN VRIJWILLIGERS MINDER SCHADE AAN GEBOUWEN VASTGOEDWAARDE GEZONDHEID WELBEVINDEN PATIENTEN, PERSONEEL EN BEZOEKERS ONDERHOUDSVRIENDELIJK DUURZAME MATERIALEN TEVREDENHEID WERKPLEK ONDERHOUD MEER RENDEMENT ZONNEPANELEN ENERGIE KORTERE LIGDUUR MINDER ZIEKTEVERZUIM BATEN Z MINDER MEDICATIE PLUKTUIN BODEM-/ WATERZUIVERING NATUURINCLUSIEF GEZONDE KANTINE BIODIVERSITEIT VOEDSEL EN BLOEMEN MINDER BODEM WATEROVERLAST WATER BERGEN EN HERGEBRUIK MINDER DROOGTE WATER TEMPERATUUR Zorg UITZICHT EN KLEUR GELUID CTIVILEERTIES ONTSPANNEN MINDER BETERE NCENTRATIE ERKNEMERS MINDER STRESS GELUIDHINDER ERVAREN (SEIZOENS) BELEVING HYGIËNE HERINNERING DEMENTIE GROEN UITZICHT VERKOELING SCHADUW LUCHTKWALITEIT MINDER FRISSE GEZONDE LUCHT GEUR GEEN ZIEKENHUISGEUR BESCHERMING VERONTREINIGING VERKEER INDUSTRIE CO2REDUCTIE HITTESTRESS BETERE ISOLATIE MINDER JNKLACHTEN BETERE R IE AKOESTIEK
Page 80
Bevorder het gebruik van groene ruimten door activiteiten en integratie in lesprogramma’s. L Een groene omgeving heeft een positieve invloed op de gezondheid en het welbevinden van leerlingen, studenten en medewerkers. Groen in de school draagt bij aan een gezonder binnenklimaat. Planten zorgen voor minder droge lucht, minder hoofdpijn en een beter concentratievermogen. Toetsen en taken worden beter gemaakt. Op een groen schoolplein worden kinderen uitgedaagd tot bewegen en meer gevarieerd spel. Ze leren ontdekken en hun fantasie gebruiken. Jonge leerlingen vinden school leuker, hebben meer vrienden en worden minder gepest. Dat geldt ook voor een schoolplein op het dak van een school. Een groene schoolomgeving kan goed ingezet worden voor tal van educatieve doeleinden en als extra leslokaal. Verder heeft een groen schoolgebouw allerlei positieve effecten op de omgeving. Groene binnen- en buitenruimten kunnen onderhoudsvriendelijk worden ingericht. Dit hoofdstuk is een opsomming van wetenschappelijke informatie over de werking van groen per thema in relatie tot de functie ‘leren’ van een gebouw. Mindmap De mindmap Leren bevindt zich achter in dit hoofdstuk. De onderwijsinstelling is het vertrekpunt. Dat kan basisonderwijs zijn, maar ook voortgezet of hoger onderwijs. Groen doet goed: van kinderdagverblijf tot campus. De mindmap geeft een handig overzicht van de verschillende groene thema’s en meerwaarden om samen te bespreken en mee te nemen in integrale ontwerpen voor prettige en gezonde leeromgevingen. De verschillende thema’s kunnen een wens of vraag van een onderwijsinstelling zijn, bijvoorbeeld een plek om te spelen, een plek voor natuureducatie of voedselproductie of betere luchtkwaliteit. Een aantal thema’s, die met foto’s zijn verbeeld, wordt hierna kort beschreven. Onder de groene bijbehorende themabladen is meer informatie met voorbeelden te vinden. 49 T (met de klok mee) ECONOMIE Groen heeft een positief effect op de gezondheid en het algehele welbevinden van leerlingen, studenten, personeel en bezoekers. Een groene omgeving draagt bij aan minder ziekteverzuim. Een groene daktuin kan dienen als extra leslokaal of leerplek. Het planten van schaduwbomen vergroot de gebruiksmogelijkheden in warme perioden. Werknemers en vrijwilligers werken graag bij een werkgever in een prettige groene omgeving. Een groene uitstraling draagt bij aan het duurzame imago van een onderwijsinstelling. Dakgroen verlengt de levensduur van de dakbedekking. Dak- en gevelgroen vergroten de isolatiewaarde van een schoolgebouw. Dat leidt tot minder stookkosten in de winter en lagere energiekosten van airco’s in de zomer. Dakgroen verhoogt het rendement van zonnepanelen met 6%. Een groene levende daktuin kan ook onderhoudsvriendelijk zijn. Dat begint bij een goed doordacht ontwerp en een goede aanleg. Voor binnengroen zijn er veel mogelijkheden afhankelijk van de gewenste mate van onderhoud. 50
Page 82
NATUUR De aandacht in de maatschappij voor het belang van toepassing van duurzame materialen groeit enorm. Het is goed als dat in de schoolomgeving, die jongeren klaarstoomt voor die maatschappij, ook terug te vinden is. Een groen gebouw biedt de mogelijkheid te leren respectvol en zorgzaam met de natuur om te gaan. Een groene schoolomgeving kan aansluiten op het lesprogramma, voor biologie, natuur- en milieueducatie, rekenen en natuurlijk tekenles. De natuur kan ook inspiratie geven voor integraal en interdisciplinair onderwijs, denk aan verbinding leggen met techniek, wiskunde, zorgopleidingen of foodopleidingen. Het bezig zijn met moestuinactiviteiten heeft een positief effect op het welbevinden van kinderen. Moestuinieren kan leiden tot een grotere inname van groente en fruit. Fruit plukken is een leuke gezamenlijke bezigheid. Een daktuin kan gebruikt worden voor het kweken van onbespoten voedsel en bloemen voor eigen gebruik. Dak- en gevelgroen met een gevarieerde beplanting kan een belangrijke bijdrage leveren aan de biodiversiteit. Dak- en gevelgroen biedt nest- en schuilgelegenheid en voedsel. Het kan ook functioneren als een belangrijk (tussen)gebied in een groter groen netwerk. KLIMAAT Groene daken op grote schoolgebouwen helpen om neerslagpieken af te vlakken en wateroverlast te verminderen, doordat ze een deel van de neerslag vasthouden en de rest vertraagd afvoeren. Opgevangen regenwater kan worden gebruikt voor de dakbeplanting. De thema’s water en hergebruik zijn goed te integreren in lesprogramma’s. Bij 10% meer groen kan de stad een goed leefgebied zijn voor bijen en vlinders. 51 Planten in de kantine, centrale ruimten en waar mogelijk in lokalen en zalen. Hoge concentraties CO2 vergroten de overdracht van infectieziekten en leiden tot meer ziekteverzuim. Mensen hebben meer last van allergie, astmatische klachten, hoofdpijn en vermoeidheid. Door het grote aantal mensen in relatief kleine ruimten loopt het CO2 -gehalte in klaslokalen vaak snel op. Binnengroen verbetert de luchtkwaliteit binnen onderwijsinstellingen. Als de planten voldoende licht en water krijgen kan de concentratie CO2 ten opzichte van lokalen zonder planten. Beplanting neemt CO2 met 10 tot 20% dalen op en produceert zuurstof. Door verdamping maakt binnengroen de lucht minder droog. Het verhoogt de relatieve luchtvochtigheid en zorgt voor frisse lucht. Dat kan het percentage leerlingen met hoofdpijnklachten doen verminderen. Kinderen in klaslokalen met planten hebben 7% minder gezondheidsklachten. Groene bibliotheek Schiedam, een inspirende leerplek. Binnengroen zuivert de schadelijke lucht die afkomstig is van bouwmaterialen, computers en printers. In een school in Portugal deed de aanwezigheid van planten het gehalte aan formaldehyde en benzeen met 50% dalen. Dichte beplanting (groen scherm) kan helpen om onderwijsgebouwen te beschermen tegen vervuilde lucht van nabijgelegen bronnen, zoals drukke verkeerswegen. Belangrijk is dat de lucht een goede doorstroom heeft met de omgeving. Een groenprofessional kan daarover gericht advies geven. 52
Page 84
Een groen dak, eventueel in combinatie met gevelgroen, draagt bij aan de isolatie van een schoolgebouw en verbetert het binnenklimaat. Tijdens warme perioden voelen mensen, dus ook kinderen en onderwijzend personeel, zich comfortabeler in een groene omgeving. In klaslokalen met losse planten en een plantenwand bleek de temperatuur lager en de luchtvochtigheid hoger dan in een controlelokaal waar geen planten stonden. MENS Geuren stimuleren de zintuigen en onze herinneringen. Binnengroen zoals Spathiphyllum kan formaldehyde, vaak gebruikt als ontsmettingsmiddel, opnemen en omzetten. In hoge concentraties is deze stof giftig en kankerverwekkend. Groene daken kunnen geluid reduceren tot 10 decibel. Groene gevels reduceren het geluid op straatniveau. Planten in een school verbeteren de akoestiek en de spraakverstaanbaarheid. Uitzicht op groen draagt bij aan het sneller herstellen van stress en verminderen van stress. Groene gevels en wanden zijn daarvoor heel effectief. Een groen dak kan ook effectief zijn als daar van binnen op uitgekeken wordt. Uitzicht op groen helpt de ogen te ontspannen en opnieuw te focussen. Het helpt om vermoeidheid en hoofdpijn tegen te gaan. Dat is van belang als we uren achter een beeldscherm zitten. Uitzicht op groen vanuit de ruimte waarin leerlingen de pauze doorbrengen draagt bij aan een sneller herstel van stress en het verminderen van stress. De aanwezigheid van water zorgt voor een rustgevend effect en aangenaam geluid. 53 Een groener schoolterrein (op een dak) gaat gepaard met een betere cognitieve ontwikkeling qua werkvermogen en concentratievermogen. In een praktijktest met acht basisscholen verbeterden de leerprestaties met 20% wanneer planten in de klas geplaatst werden. Leerlingen die in de pauze spelen op een groen schoolplein kunnen zich na de pauze beter concentreren dan leerlingen die spelen op een grijs schoolplein. Dat wordt ook zo ervaren door leerkrachten. Uit onderzoek bij een havo-vwo-school blijkt dat leerlingen zich beter concentreren als er planten of bloemen in hun klaslokaal staan. Een groene plantenwand in de klas vergroot het concentratievermogen van de leerlingen en leidt tot betere aandacht. Zie ook het handboek ‘Plant in de Klas Westland’ waarin verschillende groensystemen worden vergeleken. Planten in het klaslokaal kunnen ertoe bijdragen dat jongeren zich minder vaak ziekmelden. Voor kinderen met ADHD werkt een verblijf in een groene omgeving gunstig op het concentratievermogen. Kinderen kunnen meer zelfbeheersing opbrengen. Groen biedt mogelijkheden tot ontdekken en grenzen verleggen. Vooral creatieve taken worden beter uitgevoerd in de aanwezigheid van groen. Het belang van creativiteit neemt toe in de huidige en toekomstige samenleving, denk aan innovatie. Planten in de werkomgeving verbeteren ook het concentratievermogen van medewerkers. De productiviteit in werkomgevingen met planten ligt tot 15% hoger dan in kantoorruimten zonder planten. Planten op de werkplek zorgen voor een grotere tevredenheid over de werkplek en meer betrokkenheid. Een aantrekkelijk en functioneel goed ingerichte groene daktuin kan bijdragen aan een betere sociale samenhang en op termijn aan een beter welzijn van het kind. Ook planten in een klaslokaal kunnen eraan bijdragen dat jongeren zich socialer gedragen. In het groen verlopen gesprekken tussen mensen vaak anders en worden andere vragen gesteld. Een groene buitenruimte stimuleert de lichamelijke activiteiten van jongens en meisjes in de basisschoolleeftijd en draagt eraan bij dat vooral ook meisjes in de loop der jaren actief blijven. Ook moestuinieren leidt tot minder zittend gedrag bij kinderen. Dat kan ook in een daktuin. Een aantrekkelijk en functioneel goed ingericht groen (dak)schoolplein kan bijdragen aan minder pesten, een beter sociaal klimaat op het plein en op termijn aan een hoger welzijn van het kind. Groene gevels dragen ook bij aan een gevoel van veiligheid. Grote groene gevel van de parkeergarage van de High Tech Campus Eindhoven. 54
Page 88
SUBSIDIE FINANCIEEL VOORDEEL INTEGRALE LESOMGEVING CIRCULAIR INSPIRATIE DUURZAAM IMAGO NATUUR/ DUURZAAM GEDRAG D EDUCATIE ENERGIENEUTRAAL TEVREDENHEID LEER-/WERKPLEK BIJDRAGE CERTIFICERINGEN GEBOUWEN EXTRA LESLOKAAL MEERVOUDIG RUIMTEGEBRUIK AANTREKKEN PERSONEEL/ LEERLINGEN/ STUDENTEN GEZONDHEID WELBEVINDEN PERSONEEL/ LEERLINGEN/ STUDENTEN MINDER SCHADE AAN GEBOUWEN MINDER PESTEN MOTORIEK/ ZELFVERZEKERD/ FANTASIE BEWEGEN EN SPELEN BETER SOCIAAL KLIMAAT ACTIEVER / MINDER ZITTEN ONTMOETEN INFORMEEL HOGERE Het Levende Gebouw heeft meerwaarde KLIMAAT: Water, Temperatuur, Luchtkwaliteit MENS: Veiligheid, Bewegen en spelen, Ontmoeten, Productiviteit en leerprestaties, Ontspannen, Geluid, Uitzicht en kleur, Geur NATUUR: Bodem, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen ECONOMIE: Onderhoud, Energie, Baten Beleving: Water, Geluid, Uitzicht en kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Ontspannen, Ontmoeten Duurzaamheid: Water, Bodem, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen, Onderhoud, Energie Gezondheid en welbevinden: Ontspannen, Ontmoeten, Bewegen en spelen, Veiligheid, Voedsel en bloemen, Geluid, Uitzicht en kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Water Sociale cohesie: Veiligheid, Bewegen en spelen, Ontmoeten, Voedsel en bloemen © Branchevereniging VHG (vhg.org) / Kim van der Leest (kimvanderleest.nl) CREATIVITEIT CON PRODUCT TEIT EN LE PRESTAT ENERGIE MINDER ZIEKTEVERZUIM BATEN Le MINDER CRIMINALITEIT EN VANDALISME VEILIGHEID MINDER ENERGIEKOSTEN ONDERHOUDSVRIENDELIJK DUURZAME MATERIALEN ONDERHOUD MEER RENDEMENT ZONNEPANELEN BETER OPLOSSEND VERMOGEN BIJEN VLINDERS VOGELS BODEM-/ WATERZUIVERING NATUURINCLUSIEF GEZONDE KANTINE BIODIVERSITEIT VOEDSEL EN BLOEMEN BODEM MINDER WATEROVERLAST BETERE ISOLATIE WATER MINDER DROOGTE WATER BERGEN EN HERGEBRUIK VERKOELING TEMPERATUUR SCHADUW eren UITZICHT EN KLEUR GELUID CTIVILEERTIES ONTSPANNEN MINDER GELUIDHINDER ERVAREN MINDER STRESS BETERE ONCENTRATIE RUST VOOR OGEN BELEVING LEER-/ WERKPLEZIER CO2REDUCTIE LUCHTKWALITEIT FRISSE GEZONDE LUCHT GEUR BESCHERMING VERONTREINIGING VERKEER INDUSTRIE BETERE AKOESTIEK D N
Page 92
Groen past zowel bij een moderne als een klassieke winkelbeleving. Als rustpunt of voor branding. R le In de winkelbranche vindt een verschuiving plaats naar het online bestellen van producten en diensten. Dit betekent dat de klantbeleving in de fysieke winkel een steeds grotere rol krijgt. Het gaat om een unieke beleving. Een circulaire, duurzame en groene inrichting kan daaraan bijdragen. Groen heeft een rustgevend effect op mensen. Beplanting draagt bij aan een langer verblijf en leidt zo tot ander koopgedrag. In de horeca draagt groen ook bij aan meer omzet. Groene ruimten maken het mogelijk om op meer plekken aantrekkelijke terrassen te exploiteren. De omzet stijgt door aanwezigheid van groen nabij het terras. Beleving speelt niet alleen tijdens het winkelen en uit eten gaan een steeds grotere rol, ook bij andere vrijetijdsbesteding. Het versterken van de klantbeleving met groen voor het stimuleren van alle zintuigen wordt daarvoor meer en meer ingezet. In dit hoofdstuk vindt u een aantal inspirerende praktijkvoorbeelden. Mindmap De mindmap Retail en leisure bevindt zich achter in dit hoofdstuk. Een winkel(centrum), hotel, restaurant, museum of wellnesscentum is het uitgangspunt. De mindmap geeft een handig overzicht van de verschillende groene thema’s en meerwaarden om samen te bespreken en mee te nemen in integrale ontwerpen voor prettige groene omgevingen. Omgevingen waar klanten en gasten graag verblijven en terugkomen. De verschillende thema’s kunnen een wens of vraag van de opdrachtgever zijn, zoals een ontspannen sfeer, een bijdrage aan duurzaamheid, verminderen van geluidsoverlast, verkoeling tijdens hete zomers of een betere luchtkwaliteit. Een aantal thema’s, die met foto’s zijn verbeeld, wordt hieronder kort beschreven. Per icoontje is de bijbehorende wetenschappelijke informatie met feiten toegevoegd. Onder de groene bijbehorende themabladen is meer informatie met praktijkvoorbeelden te vinden. 55 T (met de klok mee) ECONOMIE In tenders worden groene gebouwen vaker gehonoreerd. De planvorming wordt ook sneller goedgekeurd. Groene rustpunten in winkelgebieden leiden tot een langer verblijf. Groen in en nabij winkels kan tot 12% meer omzet generen in de winkelstraat. Winkelend publiek is bereid in een winkelstraat met groen meer te betalen voor een product dan in een winkelstraat zonder groen. In groene steden zijn er meer mogelijkheden voor toerisme en recreatie. De daktuin of het dakpark kan ingezet worden voor meervoudig ruimtegebruik en biedt mogelijkheden voor exploitatie. Dat kan vooral in de bebouwde omgeving, met beperkte en dure vierkante meters, een interessante oplossing zijn. Uitzicht vanaf een daktuin in een sterk verstedelijkte omgeving. Aantrekkelijk groen uitzicht is geld waard. Dak- en gevelgroen vergroten de isolatiewaarde van gebouwen en besparen energiekosten. Dakgroen vermindert de energielasten van koeling tot 70% en van verwarming tot 20%. Groen verhoogt het rendement van zonnepanelen met 6%. Het Levende Gebouw en een onderhoudsvriendelijk gebouw gaan goed samen. Dit begint bij een goed doordacht ontwerp waarbij groenprofessional, (landschaps)architect en opdrachtgever tijdig samen om tafel zitten. Dakgroen verlengt de levensduur van de dakbedekking en vermindert zo de onderhoudskosten. Voor groen zijn veel mogelijkheden, afhankelijk van de gewenste mate van onderhoud. 56
Page 94
NATUUR De aandacht voor het belang van het gebruiken van duurzame materialen in de maatschappij groeit enorm. Het gebruik van groen draagt bij aan een duurzaam imago en aan het verkrijgen van diverse gebouwcertificeringen. Groene ruimten kunnen gebruikt worden voor inspiratie uit en educatie in de natuur. Groen kan ingezet worden om het imago of de boodschap van het bedrijf te versterken. Bijvoorbeeld door het gebruik van gevarieerde beplanting die ruimte biedt aan biodiversiteit. Voor vlinders en bijen kan een groen dak een belangrijk onderdeel zijn van hun voedselnetwerk in de stad of omgeving. De daktuin kan ook ingezet worden voor gezonde voedselproductie voor eigen gebruik of voor derden. Ook binnen kunnen kruiden gekweekt worden voor een gezonde kantine/restaurant. Segev Kitchen, Tel Aviv. KLIMAAT Groene daken, vooral op grote gebouwen, helpen mee om neerslag vast te houden en vertraagd af te voeren. Een substraatlaag van meer dan 15 cm heeft het meeste effect en kan 50 tot 80% van het gevallen regenwater vasthouden en later weer verdampen. Regenwater kan hergebruikt worden voor de beplanting en het spoelen van toiletten. Groen kan ook bijdragen aan de waterkwaliteit als het wordt ingezet voor biologische reiniging van vrijkomend afvalwater. Deze functie is te combineren met het opvangen van piekbuien. 57 Zwemparadijs Titisee Duitsland. Voor het aanplanten van zwembaden en spa’s is het essentieel dat de groenprofessional tijdig betrokken wordt in verband met de afstemming van technische voorzieningen. Dat geldt ook voor een juiste beplantingskeuze: groen dat bestand is tegen spatwater of groen dat geen bloemen of bladeren verliest die terecht komen in het watersysteem. Groene daken, al dan niet in combinatie met groene gevels, zijn juist bij (grotere) gebouwen zeer zinvol om opwarming tegen te gaan. Ze verbeteren ook het binnenklimaat. Tijdens warme perioden voelen mensen zich in een groene omgeving comfortabeler. Ruimten met planten verbeteren het thermisch comfort; de temperatuur is lager en de luchtvochtigheid hoger dan in controleruimten waar geen planten staan. Door vermindering van energieverbruik van groene gebouwen neemt ook de uitstoot van CO2 af. Zowel in de binnen- als buitenruimte kan groen ingezet worden om verontreinigingen uit de lucht te halen en de luchtkwaliteit te verbeteren. Meer planten binnen leidt tot minder CO2-concentratie, minder droge lucht en minder hoofdpijnklachten. Groen heeft effect op de mate waarin mensen de binnenlucht als ‘fris’ ervaren. Een groene wand in combinatie met een sensor en ventilator om een aangenaam binnenklimaat te creëren in de sportschool. De productie van CO2 door mensen loopt gelijk op met de productie van lichaamsgeur. MENS Binnengroen kan formaldehyde, vaak gebruikt als ontsmettingsmiddel, opnemen en omzetten. In hoge concentraties is dit giftig en kankerverwekkend. Aangenaam geurende beplanting helpt om de gewenste beleving te creëren. Groen en water kunnen aangename natuurgeluiden produceren. Groen kan een bijdrage leveren om de geluidsoverlast van aanwezig verkeer of industrie als minder hinderlijk te ervaren. Groene daken kunnen geluid reduceren tot 10 decibel. Groene gevels reduceren het geluid op straatniveau. Binnengroen verbetert de akoestiek en de spraakverstaanbaarheid. 58
Page 96
Binnentuin Gondwanaland Leipzig. Voor het aanplanten van (binnen)dierentuinen is deskundig advies nodig van een groenprofessional. Welke dieren, vogels, vlinders of vissen zijn er? Uitzicht op groen draagt bij aan het sneller herstellen en verminderen van stress. Groene gevels of groene wanden zijn hiervoor heel effectief. Een groen dak kan ook effectief zijn als daar van binnenuit op gekeken wordt. Voor winkels, hotels, horecagelegenheden en sportinstellingen is de aanleg van een (overdekt) groen dakterras interessant. Klanten en leden kunnen, na het winkelen of sporten, even ontspannen met vaak een prachtig uitzicht over de stad. Werknemers en bezoekers voelen zich prettiger in het groen. Groen draagt bij aan minder stress, een betere concentratie, meer creativiteit en een hogere arbeidsproductiviteit. Groen heeft een positief effect op werkplezier, gezondheid en welbevinden. Niet iedereen wil altijd mee de winkel in. Zorg voor aantrekkelijke groene faciliteiten voor het niet-winkelende wachtende deel van de bezoekers. Het winkelende deel verblijft dan gemakkelijker langer in de winkels. Planten op de werkplek zorgen voor een hogere tevredenheid met die werkplek. Een substantiële hoeveelheid planten in de werkruimte verbetert het thermisch comfort. Door dit (psychologische) effect hebben de medewerkers minder last van verhoogde dan wel verlaagde temperaturen en neemt hun productiviteit toe. 59 Een groene daktuin of binnenruimte kan goed dienen als extra ontmoetingsplek. Groen nodigt uit tot minder zitten en meer bewegen. Zorg in grote gebouwen voor groene binnenruimtes waar werknemers kort kunnen pauzeren of in een groene omgeving kunnen overleggen. Een aantrekkelijke groene daktuin kan ervoor zorgen dat gasten en werknemers tijdens pauzes vaker even naar buiten gaan voor een (korte) wandeling. Diezelfde groene daktuin kan ook gebruikt worden voor wandelend vergaderen (‘walking meetings’), met als bijkomend effect een hogere creativiteit. Groene omgevingen worden vaker als beter, veiliger en schoner gezien waardoor men sneller geneigd zal zijn om er iets te consumeren. Groen leidt tot minder criminaliteit en vandalisme. Wijken met groen hebben gemiddeld 42% minder criminaliteit dan wijken zonder groen. Groene gevels dragen ook bij aan een gevoel van veiligheid. Vitesse-Complex Papendal. De tribune bestaat uit zitbalken, overlopend in het groen. De supporters zitten hier letterlijk tussen het groen. 60
Page 100
CIRCULAIR DUURZAAM IMAGO DUURZAAM GEDRAG D EDUCATIE ENERGIENEUTRAAL MINDER ENERGIEKOSTEN BIJDRAGE HOGERE VASTGOEDWAARDE HOGERE HUUROPBRENGST MEERVOUDIG RUIMTEGEBRUIK CERTIFICERINGEN GEBOUWEN AANTREKKEN BEZOEKERS EN PERSONEEL LANGER VERBLIJF OMZETGEZONDHEID EN WELBEVINDEN GASTEN EN MEDEWERKERS VERHOGEND BATEN MINDER SCHADE AAN GEBOUWEN VEILIGHEID MINDER CRIMINALITEIT EN VANDALISME BEWEGEN EN SPELEN MOBILITEIT ONTMOETEN PRODUCT TEIT EN LE PRESTAT BETER SOCIAAL KLIMAAT Het Levende Gebouw heeft meerwaarde KLIMAAT: Water, Temperatuur, Luchtkwaliteit MENS: Veiligheid, Bewegen en spelen, Ontmoeten, Productiviteit en leerprestaties, Ontspannen, Geluid, Uitzicht en kleur, Geur NATUUR: Bodem, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen ECONOMIE: Onderhoud, Energie, Baten Beleving: Water, Geluid, Uitzicht en kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Ontspannen, Ontmoeten Duurzaamheid: Water, Bodem, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen, Onderhoud, Energie Gezondheid en welbevinden: Ontspannen, Ontmoeten, Bewegen en spelen, Veiligheid, Voedsel en bloemen, Geluid, Uitzicht en kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Water Sociale cohesie: Veiligheid, Bewegen en spelen, Ontmoeten, Voedsel en bloemen © Branchevereniging VHG (vhg.org) / Kim van der Leest (kimvanderleest.nl) MEER RENDEMENT ZONNEPANELEN ENERGIE Ret lei ONDERHOUDSVRIENDELIJK DUURZAME MATERIALEN ONDERHOUD RECREATIE TOERISME NATUURINCLUSIEF STADSLANDBOUW BIODIVERSITEIT VOEDSEL EN BLOEMEN BODEM MINDER WATEROVERLAST MINDER DROOGTE WATER WATER BERGEN EN HERGEBRUIK TEMPERATUUR tail en isure UITZICHT EN KLEUR GELUID CTIVILEERTIES CO2ONTSPANNEN MINDER GELUIDHINDER ERVAREN BELEVING REDUCTIE VERKOELING SCHADUW LUCHTKWALITEIT GEUR FRISSE GEZONDE LUCHT BETERE ISOLATIE BESCHERMING VERONTREINIGING VERKEER INDUSTRIE RECREATIE TOERISME
Page 104
M e Steeds meer mensen wonen in steden. Gebouwen met gemengde functies kunnen een oplossing zijn om steden leefbaar te houden. Ze dragen bij aan een betere mobiliteit en vermindering van lokale verkeersproblematiek. Meer mensen kunnen zich dan wandelend of fietsend verplaatsen. Aan de andere kant wordt het auto-, trein- en vliegverkeer tussen steden intensiever. Reizen is vaak veel wachten. Groen kan de wachtbeleving veraangenamen. Daarnaast draagt groen bij aan een gevoel van veiligheid en het verminderen van stress. Dat is belangrijk in omgevingen waar veel mensen samenkomen en zich verplaatsen. Grote gebouwen - bijvoorbeeld van distibutiebedrijven - hebben met groene daken en groene gevels een meer duurzaam imago. Het toegepaste groen helpt om de vervoerskilometers en de CO2-uitstoot te compenseren. Naast het energiezuiniger maken van dit type vastgoed gaat het ook om het gezonder maken van deze gebouwen. Dat is met groen namelijk heel goed mogelijk. In dit hoofdstuk vindt u een aantal voorbeelden uit de praktijk. Mindmap De mindmap Mobiliteit en logistiek bevindt zich achter in dit hoofdstuk. Een treinstation, luchthaven, parkeergarage of logistiek centrum is het uitgangspunt. De mindmap geeft een handig overzicht van de verschillende groene mogelijkheden om samen te bespreken en mee te nemen in integrale ontwerpen voor vastgoed met als functie ‘vervoer van mensen’ of ‘transport van goederen’. De verschillende thema’s kunnen een wens of vraag van de opdrachtgever of gebruikers zijn, zoals een betere luchtkwaliteit of meer ontspannen sfeer. Een aantal thema’s, die met foto’s zijn verbeeld, wordt hieronder kort beschreven. Per icoontje is bijbehorende wetenschappelijke informatie met feiten toegevoegd. Onder de groene bijbehorende themabladen is meer informatie met praktijkvoorbeelden te vinden. Fietsenstalling Martini Ziekenhuis Groningen. De fietsenstalling met groen sedumdak is voorzien van ledverlichting, oplaadmodules voor e-bikes en een geïntegreerde vertraagde waterafvoer op het riool. 61 T (met de klok mee) ECONOMIE In tenders worden groene gebouwen vaker gehonoreerd. De planvorming wordt ook sneller goedgekeurd. Een daktuin of dakpark van een gebouw kan ingezet worden voor meervoudig ruimtegebruik en biedt mogelijkheden voor exploitatie. Dat kan vooral in de bebouwde omgeving, met beperkte en dure vierkante meters, een interessante oplossing zijn. Dak- en gevelgroen vergroten de isolatiewaarde van gebouwen en besparen energiekosten. Dakgroen vermindert de energielasten van koeling met 70% en van verwarming met 20%. Groen verhoogt het rendement van zonnepanelen met 6%. Het Levende Gebouw en een onderhoudsvriendelijk gebouw gaan goed samen. Dit begint bij een goed doordacht ontwerp waarbij groenprofessional, (landschaps)architect en opdrachtgever tijdig samen om tafel zitten. Dakgroen verlengt de levensduur van de dakbedekking en vermindert zo de onderhoudskosten. Voor groen zijn veel mogelijkheden afhankelijk van de gewenste mate van onderhoud. 62
Page 106
NATUUR De aandacht in de maatschappij voor het belang van het gebruiken van duurzame materialen groeit enorm. Het gebruik van groen draagt bij aan een duurzaam imago en aan het verkrijgen van diverse gebouwcertificeringen. Parkeerplaatsen kunnen worden overkapt met een groen dak, eventueel in combinatie met zonnepanelen. Een groen dak trekt vogels en insecten aan. Voor de parkeervakken kunnen (grasbeton)stenen met open voegen worden gebruikt. Hierdoor kan het water sneller de grond in zakken en is er meer ruimte voor groen met beestjes die weer voedsel zijn voor vogels. Groen kan ingezet worden om het imago of de boodschap van het bedrijf te versterken. Dat kan bijvoorbeeld door gevarieerde beplanting te gebruiken die ruimte biedt aan biodiversiteit. Voor vlinders en bijen kan een groen dak een belangrijk onderdeel zijn van hun voedselnetwerk in de stad of omgeving. KLIMAAT Groene daken, vooral op grote gebouwen, helpen mee om neerslag vast te houden en vertraagd af te voeren. Een substraatlaag van meer dan 15 cm heeft het meeste effect; deze kan 50 tot 80% van het gevallen regenwater vasthouden en later weer verdampen. Regenwater kan hergebruikt worden voor de beplanting en het spoelen van toiletten. Groen kan ook bijdragen aan de waterkwaliteit als het wordt ingezet voor biologische reiniging van vrijkomend afvalwater. Deze functie is te combineren met het opvangen van piekbuien. Groen boven parkeerplaatsen vermindert de verdamping van brandstof uit de tank en beperkt de opwarming van het autointerieur. Groene daken, al dan niet in combinatie met groene gevels, zijn juist bij grotere gebouwen zeer zinvol om opwarming tegen te gaan. Ze verbeteren ook het binnenklimaat. Tijdens warme perioden voelen mensen zich in een groene omgeving comfortabeler. Ruimten met planten verbeteren het thermisch comfort; de temperatuur is lager en de luchtvochtigheid hoger dan in controleruimten waar geen planten staan. arkeergarage -First Rotterdam. 63 Groen draagt bij aan de luchtzuivering en het verwijderen van de emissie van auto’s: een vierkante meter klimop vangt 4 tot 6 gram fijnstof per jaar af, een sedumdak 0,15 gram per vierkante meter. Een vierkante meter groen draagt bij aan het verwijderen van de fijnstofemissie van één auto. Door vermindering van energieverbruik van groene gebouwen neemt ook de uitstoot van CO2 af. Zowel in de binnen- als buitenruimte kan groen ingezet worden om verontreinigingen (VOS en fijnstof) uit de lucht te halen en de luchtkwaliteit te verbeteren. Buitengroen beschermt ons tegen verontreiniging van nabijgelegen bronnen als verkeer en industrie. Zorg dat gevelgroen minimaal vijf tot zeven meter hoog kan worden om de piek van fijnstof als gevolg van (langsrijdende) vrachtwagens aan te pakken. Groen heeft effect op de mate waarin mensen de binnenlucht als ‘fris’ ervaren. Meer planten binnen leidt tot minder CO2-concentratie, minder droge lucht en minder hoofdpijnklachten. MENS Binnengroen kan formaldehyde, vaak gebruikt als ontsmettingsmiddel, opnemen en omzetten. In hoge concentraties is deze stof giftig en kankerverwekkend. Aangenaam geurende beplanting helpt om de gewenste beleving te versterken. Groen en water kunnen aangename natuurgeluiden produceren. Groen kan een bijdrage leveren om de geluidsoverlast van aanwezig verkeer of industrie als minder hinderlijk te ervaren. Groene daken met een sedumdak kunnen geluid reduceren tot 10 decibel. Dit is binnen gebouwen dan merkbaar aan verminderde geluidsoverlast van autoverkeer, treinen of overvliegende vliegtuigen. Een grondlaag van 20 cm kan geluid reduceren tot 46 decibel. 64
Page 108
Een groen dak werkt verder ook goed tegen contactgeluiden van regen, hagel of vogels. Daarnaast verminderen groene daken de weerkaatsing van het geluid met 3 decibel. Groene gevels houden 2,5 tot 3 decibel geluid van buiten tegen. Ze reduceren ook het geluid op straatniveau. Binnengroen verbetert de akoestiek en de spraakverstaanbaarheid. Seoul Airport. Kwalitatief groen trekt mensen aan. De aanwezigheid van mensen om ons heen kan ons gevoel van veiligheid versterken. Een groene omgeving met mensen voelt prettiger aan, waardoor lawaai als minder hinderlijk wordt ervaren. Planten in wachtruimten en uitzicht op groen verminderen stressgevoelens en dragen bij aan een aangenamere wachtbeleving. Een groene daktuin of binnenruimte kan goed dienen als extra ontmoetingsplek. Trappen en trappenhuizen zijn zo in te richten dat ze aantrekkelijk(er) worden om te gebruiken. Als in verkeersruimten de grondoppervlakte beperkt is, dan is met hangend groen of groene wanden toch veel mogelijk. Om mensen binnen gebouwen de juiste richting te wijzen, wordt vaak gebruik gemaakt van bebording. Beplanting kan dan de logische route visueel ondersteunen. 65 Logistiek centrum Erasmus MC Rotterdam met groen en daglicht. Groene omgevingen worden vaker als beter, veiliger en schoner gezien. Groen leidt tot minder criminaliteit en vandalisme. Groene gevels dragen ook bij aan een gevoel van veiligheid. Twee grote daktuinen, net na de aanleg, op een tweelaagse parkeerkelder. De daktuinen zijn onderdeel van het woonproject Gerschwin Brothers, gelegen aan de Amsterdamse Zuidas. 66
Page 112
N IN CIRCULAIR FINANCIEEL VOORDEEL ENERGIENEUTRAAL MINDER ENERGIEKOSTEN BIJDRAGE CERTIFICERINGEN GEBOUWEN HOGERE HUUROPBRENGST HOGERE VASTGOEDWAARDE AANTREKKEN PERSONEEL GEZONDHEID EN WELBEVINDEN MEDEWERKERS EN BEZOEKERS MINDER ZIEKTEVERZUIM BATEN MINDER SCHADE AAN GEBOUWEN VEILIGHEID Mob en lo MINDER LIFTGEBRUIK MINDER CRIMINALITEIT EN VANDALISME BETER SOCIAAL KLIMAAT ONTMOETEN PRODUCT TEIT EN LE PRESTAT INFORMEEL GEZELLIG Het Levende Gebouw heeft meerwaarde KLIMAAT: Water, Temperatuur, Luchtkwaliteit MENS: Veiligheid, Bewegen en spelen, Ontmoeten, Productiviteit en leerprestaties, Ontspannen, Geluid, Uitzicht en kleur, Geur NATUUR: Bodem, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen ECONOMIE: Onderhoud, Energie, Baten Beleving: Water, Geluid, Uitzicht en kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Ontspannen, Ontmoeten Duurzaamheid: Water, Bodem, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen, Onderhoud, Energie Gezondheid en welbevinden: Ontspannen, Ontmoeten, Bewegen en spelen, Veiligheid, Voedsel en bloemen, Geluid, Uitzicht en kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Water Sociale cohesie: Veiligheid, Bewegen en spelen, Ontmoeten, Voedsel en bloemen © Branchevereniging VHG (vhg.org) / Kim van der Leest (kimvanderleest.nl) CON RUST VOOR OGEN BEWEGEN EN SPELEN MEERVOUDIG RUIMTEGEBRUIK MEER RENDEMENT ZONNEPANELEN ENERGIE BIJDRAGE DUURZAAMHEID D EDUCATIE ONDERHOUDSVRIENDELIJK DUURZAME MATERIALEN ONDERHOUD NATUURINCLUSIEF BIODIVERSITEIT VOEDSEL EN BLOEMEN MINDER BODEM WATEROVERLAST MINDER DROOGTE WATER BERGEN EN HERGEBRUIK WATER BETERE ISOLATIE VERKOELING TEMPERATUUR obiliteit ogistiek UITZICHT EN KLEUR GELUID CTIVILEERTIES BELEVING ONTSPANNEN MINDER GELUIDHINDER ERVAREN MINDER STRESS BETERE ONCENTRATIE BESCHERMING VERONTREINIGING VERKEER INDUSTRIE SCHADUW LUCHTKWALITEIT FRISSE GEZONDE LUCHT GEUR
Page 116
Deze uitgave is mede mogelijk gemaakt door: C Deze handleiding is een uitgave van Branchevereniging VHG. Deze handleiding Het Levende Gebouw is een vervolg op de handleiding Groene Schoolpleinen en de succesvolle handleiding De Levende Tuin over groen bij particulieren, woningbouwcomplexen, bedrijven, zorg, onderwijs en in de openbare ruimte. Concept, tekst en samenstelling: Kim van der Leest, Velp Redigeerwerk: Annemieke Bos, Gouda Petra van Heijningen, Zelhem Vormgeving: Boerma Reclame, Gouda Druk: Printweb Media B.V., Nieuwegein Begeleidingscommissie namens Branchevereniging VHG: Egbert Roozen Mario Geuze Marc Custers Daniëlle den Bleker-Nauman Met medewerking van en dank aan: Albert Haasnoot, Albert Vliegenthart, Alberthe Papma, Andy van den Dobbelsteen, Anke Wijnja, Anneke de Jong, Arne Driessen, Astrid Heijnen, Bart Dijkman, Brenda Swinkels, Britta Mantel, Daniël van den Berg, Dennis Zuidgeest, Edwin van de Velde, Eva Stache, Francine Boerstoel, Frehja Deckers, Friso Klapwijk, Han Farwick, Hans van Cooten, Helga Bruinsma, Helma van Rijn, Hendri Hoogebeen, Herma Kerssies, Ilja Werkhoven, Ilonka Knura, Jaap Dooper, Jan Cromwijk, Jasperina Venema, Jip Louwe Kooijmans, Joke Mul, Jolanda Maas, Joop Hüner, Joost van Uden, Joris van den Nieuwenhuizen, Julia Huisman, Kyra Kuitert, Lisette La Graauw, Maike van Stiphout, Marieke Heemstede, Marieke Karssen, Mark Rotteveel, Mattijs van Dalen, Merlijn Hoenekamp, Michael Scharloo, Nico Rietdijk, Nico Wissing, Peter Oei, Prisca van der Wal, Reinald van Ommeren, Rianne Slootweg, Robbert Snep, Tessa Duste, Theresia Bos, Tom Koenderman, Wendy Bakker en Wim van Ginkel. Art Aqua, BDG Architecten, Binder Groenprojecten, Boomkwekerij Ebben, BTL, Bruinsma Natuurlijk, Buginn, Chartier-Dalix architects, Copijn, Cloud Garden, Creaplant, De Dakdokters, Dekowood, DELVA Landscape Architects, Donkergroen, DS Landschaparchitecten, Du Pré Groenprojecten, EGM architecten, F2 Facade, Fachjan Project Plants, Farwick Groenspecialisten, Frehja-Ontwerpbureau Groene Leefomgeving, Green Air, Green Care, Green Fortune, Hydro Zorg Interieurbeplanting, ISSO, De Klerk, De Koninklijke Ginkelgroep, Interieurbeplanting Van der Vleuten, John Koomen Tuinen, Koppert Cress, Le Compostier, Lentiz Onderwijsgroep, Lindenbosch Tuinarchitectuur, LooHorst Landscaping, Maison Edouard Francois SAS d’Architecture, Mobilane, MOSS Amsterdam / Hrbs, Mostert de Winter, Natrufied Architecture, NEVAP, NextGen, NL Architects, NL Greenlabel, NVB Bouw, Park 20|20, Patrick Blanc, Pikaplant, Plants@work, Roessink Interieurbeplanting, Rooftop Revolution, Sempergreen, Softs, SIGHT Landscaping, Stefano Boeri Architetti, Stichting Innovatie Glastuinbouw, The Greener Good, Tree Ground Solutions, TU Delft, Tuin aan Tafel, Van den Berk Boomkwekerijen, Van Helvoirt Groenprojecten, Van der Tol Groep, Visser Tuinvorming en -realisatie, Vivara Pro, Vlinderstichting, Vogelbescherming, Weverling, WUR, ziekenhuis Tergooi, Zoontjes en Zuidkoop. © Branchevereniging VHG, april 2019 67 VHG-directeur Egbert Roozen presenteerde in 2018 het eerste exemplaar van de handleiding De Levende Tuin. Links conceptontwikkelaar Kim van der Leest. Geraadpleegde bronnen De wetenschappelijke informatie in deze handleiding is voor een belangrijk deel gebaseerd op de factsheets Groen en Werken, Groen en Leren, Groen en Wonen, Groen en Herstellen en Groen: ‘meer dan mooi en gezond’ van de Groene Agenda www.degroenestad.nl/factsheets, samenstelling WUR: J.A. Hiemstra, S. de Vries en J.H. Spijker. Dak- en gevelgroen PPO WUR, M.Hop Overige bronnen • Amsterdam Rainproof, www.rainproof.nl. • Onderzoek naar de voorwaarden voor een gezonde werkcultuur, E. Nelson, www.cbre.nl. • Factsheet Green Deal Groene Daken. • Factsheet Natuur en Gezondheid, Waarom wij natuur nodig hebben, A. van den Berg, IVN. • Greenspots Reloaded, Studie over effecten van het vergroenen van de binnenstad, Gemeente Eindhoven. • Dutch Green Building Council, Publicatie Gezondheid, Welzijn en Productiviteit in Kantoren. • Gevels in ’t groen, Aanwijzingen voor het ontwerpen van groene gevels, N. Hendriks, SBR Rotterdam. • Groene daken nader beschouwd, over de effecten van begroeide daken in breed perspectief, met de nadruk op de stedelijke waterhuishouding, stichting RIONED/Stowa, K. Broks, H. van Luijtelaar. • Groen Geboren, Bloeiend Bestaan, een reis vol natuurlijke zinnenprikkels, T. Bade, K. van der Leest. • Groen in gebouwen, SBR, A. Bergs, H. Pötz, S. Seitz. • Groen Loont/Poster, T. Bade, G. Smid, F. Tonneijck, K. van der Leest, De Groene Stad. • www.groenegezondeziekenhuizen.nl. • Handleiding De Levende Tuin versie 2, K. van der Leest (Branchevereniging VHG). • Informatieblad Groen en Geluid, Milieu en Gezondheid, GGD. • www.terrapinbrightgreen.com. • The Green Building Envelope, vertical greening, M. Ottelé. • Position paper Veiligheid door een groene omgeving (Branchevereniging VHG). Aansprakelijkheid: Branchevereniging VHG en al degenen die hebben meegewerkt aan deze handleiding, hebben een zo groot mogelijke zorgvuldigheid betracht bij het samenstellen van deze publicatie. Toch kan niet worden uitgesloten dat de inhoud onjuistheden bevat. De gebruiker aanvaardt daarvoor het risico. Branchevereniging VHG sluit iedere aansprakelijkheid uit voor schade die mocht voortvloeien uit het gebruik van informatie uit deze handleiding. 68
Page 118
Beeldmateriaal De foto’s vormen een belangrijk en onmisbaar onderdeel van deze handleiding. Wij bedanken de volgende organisaties en mensen ten zeerste voor het aanleveren van beeldmateriaal. De foto’s in deze handleiding zijn beschikbaar gesteld door: Bron beeldmateriaal: project, locatie - fotograaf / organisatie(s) Omslag ABN AMRO Circl Paviljoen Amsterdam - Hans van Cooten / Mostert De Winter / Modulogreen® gevelbegroeiingssysteem. Plein Sophia Erasmus MC Rotterdam - Ossip / EGM architecten Inhoudsopgave World Horti Center Naaldwijk dynamische bloemengevel - BDG Architecten Bibliotheek Schiedam - Zuidkoop Inleiding: Waarom deze handleiding? Groene catwalk ontvangsthal - Koppert Cress Raffinaderij BP - Binder Groenprojecten Huis met gras dak - Lindenbosch Tuinarchitectuur Hundertwasser Wenen - Kim van der Leest Musée d’Orsay Parijs - Kim van der Leest Bosco Verticale - De Koninklijke Ginkelgroep Schets Kavel O Sloterdijk Cross Roads - DELVA Landscape Architecture Sydney Australië - Lisca Fockema Wurfbain Groene ontvangsthal - Koppert Cress Verplaatsbare groene pop-up So Good - Luisa Yepes / Green Air Conservatoriumhotel Amsterdam - Copijn Bolwerk Sint-Jan dakpark - Van Helvoirt Concept en symbolen Hotel Crowne Plaza Kopenhagen - Fachjan Project Plants Hangtuin Amsterdam Centraal Station - Van der Tol Hotel Crowne Plaza Kopenhagen - EILO Daktuin Erasmus MC - Kyra Kuitert Bureau K2 Daktuin Hotel Andaz - Copijn Groen Gevel Standing Garden Arnhem - De Koninklijke Ginkelgroep Hoe goed is Het Levende Gebouw? Hotel parkroyal - Lucia Foglia Daktuin De Boel Amsterdam - De Dakdokters Heerema groene wand binnen - Van der Tol Groene gevel gemeentehuis Heerhugowaard - Sempergeen Daktuin Casa Nest Amsterdam - De Dakdokters / MOSS Amsterdam De Warren ontwerp - Natrufied architecture Corssroads ontwerptekening - DELVA Landscape Architecture BSH Park 20|20 - Sander van der Torren Dak VU - De Koninklijke Ginkelgroep Groene wand werkomgeving - Green Fortune Bloemendak Nemo Amsterdam - De Koninklijke Ginkelgroep Werken ABN AMRO Circl Paviljoen Amsterdam - Hans van Cooten / Mostert De Winter / Modulogreen® gevelbegroeiingssysteem. Groen dak met zonnepanelen - Du Pré Groenprojecten Lunchpauze - Koppert Cress ABN AMRO Circl Daktuin Amsterdam - Donkergroen Grijsen Hanggroen - Creaplant The Green House Utrecht - MOSS Amsterdam Daktuin - De Dakdokters Groene standalone binnenwand - The Greener Good Zuiverende plantentorens - Norbert Waalboer / SIGN Joolz - MOSS Amsterdam Groene gevel - De Koninklijke Ginkelgroep Wonen Houthavens daktuinen met collectieve groenstrook - De Dakdokters Groene dakpannen Windhorst - Amar Sjauw En Wa / EcoEngineers Groene binnenwand en hangstoel - De Koninklijke Ginkelgroep Particulier huis met groene schil - Patrick Blanc Daktuin Vught - LooHorst Landscaping Daktuin wooncomplex centrum Waddinxveen - Binder Groenprojecten Groen dak particulier - Sempergreen Groene gevel - Patrick Blanc Groene binnenwand standalone - The Greener Good Groene tuinmuur - John Koomen Tuinen Groene gezamenlijke daktuin - Jan-Kees Steenman / De Dakdokters Zorg Daktuinen Erasmus MC - Rob van Esch EGM / architecten Geriatrie, huiskamer en teampost Ziekenhuis Tergooi Blaricum - Frehja-Ontwerpbureau Groene Leefomgeving Isala Kliniek Zwolle - Van der Tol Meander Medisch Centrum - Bruinsma Natuurlijk Chemotuin Ziekenhuis Tergooi Hilversum - Frans Hanswijk Erasmus MC Radiotherapie - Rob van Esch/ EGM architecten Daktuin Erasmus MC - Kyra Kuitert / Bureau K2 Rolstoeltoegankelijke groene trap binnen zorginstelling Assen - Van der Tol Rolstoel vriendelijk daktuin Laurus Zorg Rotterdam - Weverling Atrium met groen, Erasmus MC - Rob van Esch / EGM architecten Leren Zittrap World Horti Center Naaldwijk en gevelbeeld - BDG Architecten Groene wand - Roessink Interieurbeplanting Biodiversiteitsschool - Myr Muratet / Chartier-Dalix architects Groen in de klas - Handleiding Groene Schoolpleinen Bibliotheek Schiedam - Zuidkoop Campus 013 - Copijn Groene wand lokaal - Burton Hamfelt Groene gevel High Tech Campus - Robbert Snep Retail en leisure Stalagmites, Stockholm - Green Fortune Winkelbeleving - Into Green Uitzicht Sky garden - EILO Green hotels - Patrick Blanc Segev Kitchen Tel Aviv - Yoav Gurin Zwemparadijs en dierentuin - Fachjan Project Plants Groene wand sportzaal - Cloud Garden Daktuin Hotel Hilton - Copijn Groen in restaurant Sissy Boy - Roessink Interieurbeplanting Groene wand Claudia Strater - De Koninklijke Ginkelgroep Vitesse Complex Papendal - Nico Wissing Mobiliteit en logistiek Q-Parking Den Haag - Wendy Bakker Fietsenstalling, parkeergarages De Barones en P-First, duurzaam distributiecentrum - Nick Luypen / Mobilane Seoul Airport - Lisca Fockema Wurfbain Groene trap - Fachjan Project Plants Logistiek centrum Erasmus MC - EGM architecten Gerschwin Brothers - BTL Colofon en bronnen Daktuin biodiversiteitsschool - Myr Muratet / Chartier-Dalix architects San Telmo Museum San Sebastian, Spanje - Roland Halbe Water WTC Den Haag - De Dakdokters Hoofdkantoor Amersfoort - Royal Haskoning DHV Daktuin Hasselt - Zoontjes Vivaldistraat voor en na - De Dakdokters Maasboulevard Venlo - Du Pré Groenprojecten Daktuin met bomeneilanden - René Post / Boomkwekerij Ebben Orlyplein Amsterdam - Tree Ground Solutions Verschillende opbouw daktuinen - De Dakdokters Daktuin met dakstuw/molen - De Dakdokters WNF Zeist met vijver langs gevel - De Koninklijke Ginkelgroep Gevel met ronde ramen HAN - Copijn Gevel met water - AOC Oost / Zone College Binnentuin met water Aquaradius - Roessink Interieurbeplanting CIC Rotterdam - Green Fortune Daktuin met houtsnippers - Dekowood Bierbouwerij La Trappe - Dory Schellekens / GreenCare Nemo - De Koninklijke Ginkelgroep Woonboot met groen dak - Rooftop Revolution Cruiseschip met groene binnentuin - Fachjan Project Plants Temperatuur Arcade Naaldwijk - Zuidkoop Bosco Verticale - De Koninklijke Ginkelgroep Gymzaal - Sempergreen Hotel Mitland - Sempergreen Daktuin tussen hoge gebouwen van Woustraat - De Dakdokters Groendak met zonnepanelen - Du Pré Groenprojecten Warmtebeeld - Arno Vlooswijk Verkoelende gevel - De Koninklijke Ginkelgroep Double Tree Hilton - Copijn WTC Zuidplein - Boomkwekerij Ebben Groen gordijn buiten - Van der Tol Groene planten zonwering binnen - Luisa Yepes / Green Air Bomen als zonwering - Boomkwekerij Ebben Hop en water als schaduw en verkoeling Van Helvoirt - Kim van der Leest Gemeente Amsterdam - Zuidkoop Groene afscheidingswand bureau - Cloud Garden Groen in de klas - Handleiding Groene Schoolpleinen Ministerie Economische Zaken en Klimaat - Norbert Waalboer / SIGN LUMEN gebouw - Wageningen Universiteit Dakkas passage hotel Zoku - De Dakdokters / MOSS Amsterdam 69 Crossroads half open daktuin - EILO Droomschool groendak - BTL Warmtebeeld - Arno Vlooswijk Unesco Romboutstoren Mechelen - Van den Berk Boomkwekerijen Beplanting in gevel - Myr Muratet / Chartier-Dalix architects Uitzicht op groene buitengevel - Sempergreen Moskolom - Zuidkoop Daktuin Vivaldistraat - De Dakdokters Adac Duitsland - Art Aqua Zuidkoop Roomdivider - Cloud Garden Dakterras Nest - De Dakdokters / MOSS Amsterdam Ontspannen Luchtkwaliteit Lemming Film - De Koninklijke Ginkelgroep Hotel Crowne Plaza, Kopenhagen - EILO Klaslokaal groene planten - Handleiding Groene Schoolpleinen LOC Barendrecht - De Koninklijke Ginkelgroep Lama Lama - Cloud Garden Minsterie EZ - Nobert Waalboer / SIGN Zuidkoop Lelycampus - De Koninklijke Ginkelgroep Plant en water - Art Aqua Zuidkoop Waterwand en groen - Cloud Garden Hyatt Regency - Wendy Bakker Groene gevel Parijs Patrick Blanc - Kim van der Leest Gevel met blauwe regen - Copijn Gevel klimop wilde wingerd - Eva Stache Mosbalken - Fleg Daikanyama Canary wharf - Van den Berk Boomkwekerijen Parkeergarage klimop - LooHorst landscaping Geur Daktuin met meisje - De Koninklijke Ginkelgroep Toscaanse jasmijn - Fachjan Project Plants Tuinieren in zorginstelling - Sofie van Greevenbroek / Tuin aan Tafel Vlinder - Kars Veling Geurplekken, Brugmansia - Modeste Herwig Gevel EGM - Mostert de Winter Kamperfoelie, blauwe regen, seringen - Stichting iVerde Ruiken - Lindenbosch Tuinarchitectuur Erasmus MC - Rob van Esch / EGM architecten Binnengroen met vruchten - Fachjan Project Plants Moswand - De Klerk Uitzicht en kleur Groene kroonluchter - Patrick Blanc Sky Garden Londen - EILO Groene wand beplanting - Roessink Interieurbeplanting Gevel World Horti Center Naaldwijk - De Koninklijke Ginkelgroep Groene balie - EILO Schiphol hal met bomen - Copijn Groene looproute - EGM architecten Plant in glazen pot- Pikaplant Wandschilderij Mobilane - Visser Tuinomgeving en realisatie Planten aan pilaar - Donkergroen Hangplanten - Hydro Zorg Planten boven entree en groene wand - Roessink Interieurbeplanting Geriatrie ziekenhuis Tergooi - Frehja-Ontwerpbureau Groene Leefomgeving Aeres hogeschool - Aeres Wageningen Moswand - Donkergroen Airport Simferopol - Nico Wissing Groene balken - Green Fortune IJzeren balken met beplanting - Du Pré Groenprojecten Mosbalken - Fleg / Daikanyama Uitzicht vanuit raam woningen - De Dakdokters Erasmus MC Uitzicht vanuit patiëntenkamer - Rob van Esch / EGM architecten Erasmus MC met bed dak op - Rob van Esch / EGM architecten Binnengroen werkplek - De Koninklijke Ginkelgroep Privacy groene wand - Interieurbeplanting van der Vleuten Groen scherm - Creaplant Camouflage flat - Patrick Blanc Groene schacht - Maison Edouard Francois SAS d’Architecture Mercator Zwembad - Copijn Gekleurde balustrades beplanting - Patrick Blanc Bloemenwand - Luisa Yepes / Green Air Groenblauwe inrichting - De Klerk Waterwand - Cloud Garden Atrium Radiothterapie Erasmus MC - Matthijs Borghgraef / EGM architecten Inspyrium - René Post / Boomkwekerij Ebben Geluid Groene wand - Lentiz Onderwijsgroep Daktuin Vivaldistraat - De Dakdokters Dak met koeien - Mostert de Winter Bomen op het dak - Van den Berk Boomkwekerijen Groene muur - EILO Groen wand binnen - Copijn Groene wand binnenkant - Patrick Blanc Droomschool groen dak - BTL Daktuin Ispyrium Cuijk - René Post / Boomkwekerij Ebben Diverse binnenbeplanting - De Klerk Hyatt Recengy Amsterdam - Wendy Bakker Productiviteit en leerprestaties Groene wand en hangende pilaar - Green Fortune Call center in het groen - Into Green Bibliotheek Schiedam - Zuidkoop Groen in de klas, Into Green Campus 013 - Copijn Groen schoolplein op dak - Myr Muratet / Chartier-Dalix architects Daktuin - De Dakdokters Sky Garden Minsterie EZ - Norbert Waalbooer|SIGN Groene afscheiding - Mobilane Uitzicht op groen vanuit de werkplek - Into Green Werkplek in het groen - Zuidkoop Joolz Amsterdam - MOSS Amsterdam Zitplek daktuin - Boomkwekerij Ebben Leylycampus - De Koninklijke Ginkelgroep Personaliseren werkplek - EILO Persoonlijke werkplek - Patrick Blanc Ontmoeten Daktuin De Boel - De Dakdokters Inspirerende koffieplaats - De Klerk Daktuin Vivaldistraat - De Dakdokters Daktuin Nest - De Dakdokters / MOSS Amsterdam / Hrbs Houthavens - De Dakdokters Dakakker - Binder Groenprojecten Sky Garden Londen - EILO Plein Sophia Erasmus MC - EGM architecten HMO Hengelo - Donkergroen Dome X Oss - De Koninklijke Ginkelgroep CIC Rotterdam - Green Fortune Driehoekige plantenbakken HMO Hengelo - Donkergroen Groen gordijn - Luisa Yepes Green Air Groen ‘plafond’ boven lunchtafel - HydroZorg Lunchtafel met groene kast en wand - Interieurbeplanting Van der Vleuten Restaurant Fortuijn - Ambius Hofhouse met palm - Mostert de Winter Onder boom zitten - Green Fortune Spoorloos Delft - De Koninklijke Ginkelgroep Daktuin Nest - De Dakdokters / MOSS Amsterdam / Hrbs Levende trouwkapel - Bob Radstake Bewegen en Spelen Wenteltrap - Green Fortune Groen Schoolplein op hoogte - Myr Muratet / Chartier-Dalix architects Hangende groene plantwires trap - EILO Groengevelsysteem buiten - Mobilane Zittrap World Horti Center Naaldwijk - BDG Architecten Bloembak/statafel Fluor - Copijn Laptopwand - Green Fortune Groene routing verleeghuis - Creaplant Groene (hardloop)looproute - Plant@works Hotel Jakarta - seARCH / Copijn Sportschool - Cloud Garden Dakwandelen - De Dakdokters Dak lichtraat - De Dakdokters Dak collectieve groenstrook - De Dakdokters Daktuin Babylon - De Dakdokters Daktuin Erasmus MC - Kyra Kuitert / Bureau K2 Ronald Mc Donaldhuis - De Koninklijke Ginkelgroep Schommel op dak - De Dakdokters Hotel Jakarta - seARCH / Copijn Dakterras - De Dakdokters Chemotuin Tergooi, Hilversum - Frank Hanswijk Plein Sophia Erasmus MC Rotterdam - Ossip / EGM architecten Daktuin Erasmus MC - Kyra Kuitert Bureau K2 Bloeiende gevel - De Koninklijke Ginkelgroep Appartementencomplex Aquaradius - Roessink Interieurbeplanting Rustgevende binnentuin met water - De Koninklijke Ginkelgroep Radiotherapie Erasmus MC - Rob van Esch / EGM architecten Met bed op daktuin Erasmus MC - Rob van Esch / EGM architecten Witte orchideeen - Bruinsma Natuurlijk Bibliotheek Schiedam - Zuidkoop ‘Millennials’ werkplek - Hydro Zorg CIC Rotterdam - Green Fortune Levend schilderij en werkplek - Norbert Waalboer / SIGN Daktuin - Van Helvoirt Groenprojecten Daktuin De Boel - De Dakdokters Erasmus MC Spoedeisende hulp - EGM architecten Eneco - Copijn 70
Page 120
Veiligheid Educatie Groene gevel Londen - EILO O2 Arena - Mobilane Groene balustrade - De Koninklijke Ginkelgroep Zittrap World Horti Center Naaldwijk - Pim Bob / Gezonde Scholen Beschutte zitplek OVG - NextGen / Interieurbeplanting van der Vleuten Parkeergarage klimop - Mobilane Parkeergarage groene wanden - Green Fortune Hangtuin Amsterdam CS - Van der Tol Ontmoetingsplek daktuin - Jan-Kees Steenman / De Dakdokters Hangend groen glasgevel - Zuidkoop Standing Garden Arnhem - De Koninklijke Ginkelgroep LOC Barendrecht - De Koninklijke Ginkelgroep Begroeide gevel horizontaal - Visser Tuinvormgeving Daktuin - De Dakdokters Werken op hoogte - John Koomen Tuinen LOC Barendrecht - De Koninklijke Ginkelgroep Daktuinen brand - De Dakdokters Bodem Maanplein Heerlen - Tree Ground Solutions Wormenhotel - Le Compostier Bomen in grond atrium - Verbeek Begrüngung / Fachjan Project Plants Bomen in grond binnen - Mostert de Winter Joolz - MOSS Amsterdam Hydrocultuur - Interieurbeplanting van der Vleuten Hotel Jakarta - seARCH|Copijn Boomatrium - Van den Berk Boomkwekerijen Airpot en bevestiging dak - Van den Berk Boomkwekerijen Daksubstraat - John Koomen Tuinen Meststoffen groendak SKAR - Weverling Anti-afschuifsysteem - Sempergreen Daktuin Erasmus MC - Rob van Esch / EGM architecten Bosco Verticale en klimplant steun - De Koninklijke Ginkelgroep CFDT Parijs - Veronique Lalot San Telmo Museum - Robert Halbe Biodiversiteitschool - Myr Muratet / Chartier-Dalix architects Q-Parking Den Haag - Wendy Bakker / Weverling De Ceuvel - DELVA Landschape Architects Voedsel en bloemen The Green House Utrecht - MOSS Amsterdam / Hrbs Hotel Arena, Simmone &Simmons - MOSS Amsterdam / Hrbs Urban oplossing - De Dakdokters Hotel Casa Nest - De Dakdokters / MOSS Amsterdam / Hrbs Eetbare daktuin Inspyrium- Rene Post / Boomkwekerij Ebben Dakakker - Binder Groenprojecten Fruit op polderdak - De Dakdokters / MOSS Amsterdam Eetbare pergola en fruitbomen - Matthijs Borghgraef / EGM architecten Dakakker - Binder Groenprojecten Moestuindak school - Myr Muratet / Chartier-Dalix architects The Green House, chef, Hotel Casa, La Place - MOSS Amsterdam / Hrbs Prêt-à-Loger-huis TU Delft - Andy van den Dobbelsteen Moestuineiland - Les jardins de Gally, Into Green Vertical farming - GROWx Honigfabriek Sluiertuin - Katerien ter Meulen / Fabrikaat Bloeiende bomen daktuin Breda - Van den Berk Boomkwekerijen Bloemenwand - Luisa Yepes GreenAir Bloeiend sedum - De Dakdokters Bloembollen op dak - De Koninklijke Ginkelgroep Schaduwmat - Sempergreen Bloembol en hommel - Joop Hüner (JHG) Nemo Amsterdam - De Koninklijke Ginkelgroep World Horti Center Naaldwijk - BDG Architecten Biodiversiteit M6B2 Parijs - Maison Edouard Francois SAS d’Architecture Inbouwstenen - Vivara Pro Wand met neststenen - Vogelbescherming Bijnenbaksteen - Buginn Bloeiend dak - De Koninklijke Ginkelgroep Faunatoren - Vivara Pro M6B2 Parijs - Maison Edouard Francois SAS d’Architecture Circulair insectenhotel - Grijsen Rioolgebouw Zoetermeer - Sempergreen Vogeldaken - Vogelbescherming|Sempergreen Hostel WOW - MOSS Amsterdam Duindak Knokke - Van den Berk Boomkwekerijen Vogel op dak - De Dakdokters Court Westerdok - DS Landschapsarchitecten Gevel Vogelbescherming - Alpha Warre de Vroe / Sempergreen Vlinder - Kars Veling Biodiversiteitsdak - Sempergeen Verlichte gebouwen - Jan-Kees Steenman / De Dakdokters ABN AMRO Circl Daktuin Amsterdam - Donkergroen / Grijsen Groene bouwhekken - De Koninklijke Ginkelgroep De Ceuvel - DELVA Landscape Architects VORM Papendrecht - Mostert de Winter Groen dak op historisch pand - Wendy Bakker Steil dak - De Koninklijke Ginkelgroep Alliander Duiven - Marcel van der Burg The Green House - MOSS Amsterdam / Hrbs ABN AMRO Circl Daktuin Amsterdam - Donkergroen / Grijsen Groen dak zonnepanelen - De Dakdokters Groen en slimme techniek - Cloud Garden Groen in houten plantenmeubels - MOSS Amsterdam Groen in kast - Luisa Yepes Green Air Groene divider en groen kastmeubel - The Greener Good. Groene moswand - Niverplast Kokedama - Donkergroen Travelling Ecodome - NL Greenlabel Daktuin Houthavens - De Dakdokters Onderhoud De Klencke - Marcel van der Burg / NL Architects Q-Parking Den Haag - Weverling Man op steil dak, World Horti Center Naaldwijk, voorkweken gevelpanelen, onderhoudsgemakgevel - De Koninklijke Ginkelgroep Greenovergrey - Into Green Voorbereiding grote beplanting en natuurlijke bestrijding - Fachjan Project Plants Plant in de klas - Handleiding Groene Schoolpleinen Sky Planters - Into Green Groene kroonluchter CIC Rotterdam - Green Fortune Planten bibliotheek - Pikaplant Daktuin groenprofessional onderhoud - LooHorst Landscaping Energie Goede Doelen Loterijen - MOSS Amsterdam Groene wenteltrap - EILO Groene trap - Sempergreen Bosco Verticale - De Koninklijke Ginkelgroep Dakgroen - De Dakdokters Gevelgroen Hyatt Regency - Sempergreen Verdamping binnen - Ambius LUMEN - Wageningen Universiteit Groene zuidgevel - F2 Facade Zonnepanelen op groen dak - Accenture / Rooftop Revolution Groendak met zonnepanelen - Du Pré Groen projecten Softs Point driedubbeldoel zonnepanelen - Softs Verlichting - Bruinsma Natuurlijk Nemo Daktuin - De Koninklijke Ginkelgroep Plantenenergie - Plant-e Baten Daktuin Oryplein - Riske de Vries / SIGHT Landscaping Liberty Global - Copijn Dakterras Hotel Zoku - De Dakdokters / MOSS Amsterdam / Hrbs Groen winkelcentrum - Ontwikkelingsmaatschappij Spuimarkt Erste Campus Wenen - Werner Huthmacher / Henke Schreieck Architekten Ministerie van Financiën - Jeroen Musch / SIGHT Landscaping Futura - Donkergoen ASR groene gevel buiten - Mostert De Winter Vernieuwde beroepen ‘hovenier/alpinist’ - Stefano Boeri Architetti Aanbevelingen ASR Utrecht - Hans van Cooten / Mostert de Winter Aanleg groene wanden Alliander - De Koninklijke Ginkelgroep Pomphuis Helsingborg - Sempergreen Hang- en klimplanten wand - Florence Laude Vervoer grote binnenbeplanting - Fachjan Project Plants Groene assemblagehal - Ferrari S.p.A. Bij de vermeldingen zijn wij zo zorgvuldig mogelijk te werk gegaan. Mochten er niettemin onvolkomenheden geconstateerd worden, dan wordt VHG daarvan graag op de hoogte gesteld. 71 Openbare daktuin Crossrail Place - EILO Toegang daktuin - Van Helvoirt Groen in de klas - Jolanda Robinson / Handboek Westland Tiny Forest op dak - Myr Muratet / Chartier-Dalix architects Groene wand - Cloud Garden Kippen op dak - De Dakdokters Hotel Zoku - De Dakdokters / MOSS Amsterdam / Hrbs Segev Tel Aviv - Yoav Gurin Overtreders cepezed - MOSS Amsterdam Biomakerij La Trappe - Dory Schellekens / GreenCare Holet Conscious - De Dakdokters Winkelcentrum - Kopio tiedostosta sello Old School - De Dakdokters Levende Klimaatmachine TU Delft - Eva Stache Crossrail - EILO Groen activiteiten in de zorg - Sofie van Greevenbroek / Tuin aan Tafel Duurzame materialen San Telmo Museum San Sebastian Spanje. De geperforeerde gerecyclede façade is ontworpen als een verbinding tussen grijs en groen en de achterliggende begroeide berg Monte Urgull. De wand bestaat uit ongelijke gaten waarin beplanting vrij en organisch kan groeien. Dezelfde mossen en varens als op de berg ontspruiten op de gevel. 72
Page 124
Wa Op een groen dak kan een vijver of een ander waterelement worden gemaakt. De drainagelaag van het groene dak loopt gewoon door onder de waterdichte folie van de vijver. Mocht er onverhoopt een lek in de vijver ontstaan, dan loopt het water via de reguliere hemelwaterafvoer weg en niet het gebouw in. Door klimaatverandering wordt het natter, warmer en soms ook een tijdlang droog. In Nederland neemt het aantal piekbuien (60 tot 120 mm) en de intensiteit ervan toe. Ons rioolstelsel is op deze extremen niet berekend. Het resultaat is overlast, zoals overstroomde straten en ondergelopen gebouwen en kelders. Zowel wateroverlast als droogte leiden ook tot schade aan de funderingen van gebouwen. De aanwezigheid van groen is sterk gekoppeld aan een betere waterbalans in de bebouwde omgeving. Water is een bron van leven en een grondstof. We moeten zuinig zijn op regenwater en het (her)gebruiken ten gunste van de natuur en onszelf. Verder genieten we van water. Het geklater geeft een rustgevend gevoel en verdringt hinderlijke achtergrondgeluiden. Water zorgt voor ontspanning, biodiversiteit en verkoeling op warme dagen. Hoofdkantoor Royal Haskoning DHV, Amersfoort. Het uitgangspunt voor het ontwerp van deze binnentuin was dat een groene, gezonde werkomgeving de communicatie tussen de ingenieurs moest bevorderen. De grote, open kantoortuinen rond de aantrekkelijke binnentuin met waterpartij worden dagelijks met veel plezier gebruikt. 73 Zonder groene daken komt 5,5% van de jaarlijkse hoeveelheid regen door overstort in het oppervlaktewater terecht. Dit leidt tot vervuiling. Groene daken wijkgericht inzetten voor de opvang van regenwater kan dit probleem verhelpen. Overlast beperken Het uitbreiden of aanpassen van het bestaande rioolstelsel om piekbuien op te vangen is zeer kostbaar. Het voorkomen van het overbelast raken van het riool is goedkoper en effectiever. Een proef met een Polderdak wees uit dat dit 40% goedkoper is dan riooluitbreiding. Wateroverlast kan worden beperkt door het regenwater lokaal vast te houden (op en nabij groene gebouwen) en de snelle afvoer naar het riool te verminderen. Door een vertraagde afvoer van water hoeft het stedelijke rioleringsstelsel een minder hoge piekcapaciteit te hebben. Er komt dan ook minder vaak ongezuiverd rioolwater door overstort in het milieu terecht. Bovendien kan het grondwater zo beter op peil gehouden worden. Een groen dak doet er langer over dan een conventioneel dak om dezelfde hoeveelheid regenwater af te voeren. Uit metingen blijkt een vertraging van 1,5 tot 4 uur. Watercompensatie Door bebouwing en verstening wordt het infiltreren van water in de natuurlijke bodem steeds lastiger. Het komt erop neer dat in Nederland bij ieder nieuw gebouw het gemaal van het waterschap harder moet pompen ter compensatie. Ruimtelijke plannen moeten doorgaans worden voorzien van een waterparagraaf. In deze paragraaf staat hoe ervoor wordt gezorgd dat de voorgenomen ruimtelijke ingreep geen negatieve invloed heeft op waterhuishoudkundige belangen in het gebied. Met de watertoets is dit procedureel geborgd. Bij alle ruimtelijke ingrepen die een significant effect op de waterhuishouding in het betreffende gebied kunnen hebben, zoals nieuwbouw of uitbouw, is een watertoets verplicht. 74
Page 126
In dichtbebouwde stedelijke gebieden zijn de bouwkosten van een waterretentie- of Polderdak meestal lager dan de kosten voor traditionele watercompensatie. Dat levert een innovatieve win-winsituatie op voor gebieds- en gebouwontwikkelaars. VOOR NA Dakpark Vivaldistraat, Amsterdam. Alle medewerkers in het pand kunnen genieten van het dakpark van 2.150 m2 , waarvan 1.600 m2 groen. Het dakpark heeft een Polderdak als basis: regenwater wordt daarbij opgevangen en opgeslagen en gebruikt voor het bewateren van de beplanting. In een stedelijke omgeving is het niet altijd mogelijk om de bouw van een gebouw te compenseren met ruimte voor waterbuffering elders of ondergronds. Compenseren kan wel door het toepassen van groene daken, vooral op grote gebouwen. Deze kunnen regenwater heel goed tijdelijk vasthouden en vertraagd afvoeren naar het riool. Groene daken kunnen regenwater beter opvangen dan reguliere daken. Daardoor wordt het riool minder zwaar belast en de piekbelasting gereduceerd. Een groen dak draagt bij aan klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen. Het is slim om daar al op te anticiperen in de ontwikkelingsfase van een locatie of een gebouw. Dat kan ook leiden tot snellere goedkeuring van projecten door de overheid. Groen dak als spons Groene daken verhogen de sponswerking van de stad. De verschillende lagen waaruit een groen dak is opgebouwd dragen allemaal bij aan het bergen, verdampen en vertragen van de afvoer van water. Er is een grote diversiteit in uitvoeringsmogelijkheden en opbouw van groene daken. Hieronder in algemene termen een korte uitleg. Gegevens over waterretentie en afvoercoëfficiënten van individuele systemen zijn bij de leveranciers op te vragen. Maasboulevard, Venlo, ING/3W. Omvorming van een grinddak naar een aantrekkelijker sedumdak. Dat bevordert ook de verkoop van appartementen. 75 Met een groen-blauw dak is het mogelijk om 150 liter water per m2 te bergen. Waterberging van meer dan 100 liter water per m2 is vooral bij nieuwbouw te realiseren, omdat er dan bij de bouw rekening gehouden kan worden met het gewicht. Beplanting Beplanting op het dak verdampt 40 tot 70% van de neerslag, waardoor er minder water van het dak afstroomt. Daarnaast zorgt verdamping voor verkoeling buiten en binnen het gebouw. • Sedum kan veel water opslaan en behoeft geen watergeefsysteem voor perioden van droogte. Interessant is dat sedumbeplanting ‘s nachts water verdampt, wat een verkoelende werking kan hebben tijdens warme zomernachten. Dat is vooral prettig als er onder een sedumdak wordt geslapen. • Kruiden en grassen hebben een hogere verdampingsfactor dan sedum. Daardoor komt het water dat is opgeslagen in de substraatlaag eerder beschikbaar. Kruiden en grassen kunnen ‘s zomers wel verdrogen. Na een regenbui herstelt deze beplanting zich meestal weer. De verkoelende werking van uitgedroogde daken in de zomer is minder. Bij droogte is irrigatie dan ook wenselijk. • Bomen en heesters hebben het grootste effect op de verdamping. Een watergeefsysteem is wel nodig op daken. Zo kan ook op warme, droge dagen de verdamping - en dus de verkoeling van het gebouw en de omgeving - doorgaan. Beplanting die maar een deel van het jaar groen is, draagt niet jaarrond bij aan verdamping. Met Polder- en retentiedaken wordt maximaal gebruik gemaakt van opgeslagen regenwater in het groeiseizoen.  Zie verder tabblad Temperatuur. Elke m3 regenwater die op een dak valt en daar verdampt (gemiddeld 50%), spaart d 0,25 aan zuiveringskosten uit bij de waterzuivering. 76
Page 128
Het opvangen van neerslagpieken werkt alleen als het dak tussen twee buien door de kans krijgt om de waterbuffer weer te legen, door vertraagde afvoer of verdamping. Daken met een substraatlaag van meer dan 15 cm hebben het meeste effect en kunnen 50 tot 80% van het regenwater vasthouden en later weer verdampen. Substraatlaag Hoe dikker het substraat, hoe groter de opvangcapaciteit. De hellingshoek van het dak mag niet te groot zijn. • Extensieve of lichtgewicht daken met een dunne substraatlaag hebben een beperkt waterbergend en watervertragend effect. Het bufferende effect is het grootst bij kleine tot gemiddelde regenbuien. Bij heftigere en langdurige regenbuien wordt de eerste piek van de bui afgezwakt. Daarna is de bijdrage gering door verzadiging van de substraatlaag. Bij korte, heftige zomerse buien en in de koude wintermaanden is het effect van de verdamping relatief klein. Zie ook www.rainproof.nl. • Een intensief dak of een natuur- of biodiversiteitsdak heeft een dikkere substraatlaag en kan ongeveer twee keer zo veel regenwater opslaan als een lichtgewicht sedumdak. Het bufferende effect is ook bij deze daken het grootst bij kleine tot gemiddelde regenbuien. Bij heftigere en langdurige regenbuien wordt de eerste piek van de bui wel afgezwakt, maar raakt de substraatlaag op een gegeven moment verzadigd. Ook is bij korte, heftige zomerse buien en in de koude wintermaanden het effect van de verdamping relatief klein. Orlyplein, Amsterdam. Transformatie van een grijs plein van 8.000 m2 (het voormalige busplatform van station Sloterdijk) tot een groen, klimaatadaptief dakpark. Overtollig regenwater wordt in een drainagelaag opgevangen. Via capillaire conen wordt het regenwater omhoog gezogen om de planten te bewateren; daardoor is ook tijdens droge perioden het substraat van de planten vochtig. Dat is passieve irrigatie, dus zonder inzet van pompen en zonder energieverbruik. De drainagelaag is zo ingeregeld dat er in iedere afzonderlijke sectie maximaal 50 mm water blijft staan. Overtollig regenwater stroomt trapsgewijs van hoog naar laag door de verschillende secties van de drainagelaag. Het plein was voorheen erg gastonvriendelijk: er was veel leegstand en de mensen die uit het station kwamen, waren heel snel weg omdat ze zich onprettig en onveilig voelden. De middenstand, hotels en horeca hadden daar veel last van. Na de transformatie sloeg het om: de winkels ‘in de plint’ zijn weer gevuld, de kantoorgebouwen zijn verhuurd en de restaurants en hotels zijn bezet. Bovendien is er minder zwerfafval en is de criminaliteit gedaald. 77 De retentie van een groen dak tijdens neerslag van < 2 mm/min kan oplopen tot 90%, afhankelijk van de verzadiging van het substraat. Drainagelaag Een drainagelaag vangt het overtollige water uit de substraatlaag op en voert het vertraagd af richting dakgoot en regenpijp. Dat kan op verschillende manieren, afhankelijk van het systeem. De drainagelaag zorgt er ook voor dat de wortels van de planten niet te nat blijven. Groen-blauwe daken zijn een belangrijke schakel in stedelijk waterbeheer. Ze zijn ontworpen om zo veel mogelijk water te bergen en/of bufferen in combinatie met beplanting, zoals op groene daken. • Bij een retentiedak ligt het groene dak (beplanting en substraat) op een bufferende laag waarin veel regenwater kan worden geborgen. Meestal loopt een retentiedak binnen 24 uur via statische afvoer leeg. • Het Polderdak is een retentiedak dat is voorzien van een besturingssysteem dat is gekoppeld aan de weersverwachting. Het voert het regenwater af vlak voordat een bui voorspeld is, zodat het retentiedak zo lang mogelijk gevuld blijft. De dynamische sturing heeft als voordeel dat water langer op het dak kan blijven staan; het kan dan gebruikt worden voor koeling en bewatering. Er is dus geen irrigatiesysteem of kraanwater nodig voor de beplanting. Door de dynamische sturing kan het dak ook geleegd worden bij voorspelde vorst. Het watermanagementsysteem van een Polderdak kan op afstand worden bestuurd. Groen-blauwe daken kunnen wel vijf keer meer water opvangen dan sedumdaken. Daardoor kunnen ze dus ook langer verdampen als het heet en droog is. Groen-blauwe daken zijn een interessante oplossing voor watercompensatie in de waterparagraaf. Omdat er geen drinkwater nodig is voor besproeiing van de beplanting scoort een groen-blauw dak ook bij duurzaamheidscertificeringen. Enkele aanbieders hebben programmatuur ontwikkeld waarmee de invloed van het retentiedak op de waterhuishouding kan worden bepaald. Retentiedaken en Polderdaken zonder groen worden waterdaken genoemd. Bij deze daken is het water in beweging en afgesloten van het buitenklimaat, waardoor er weinig tot geen kans op algengroei is. Algengroei is voornamelijk een probleem bij open waterdaken, zoals koelingsdaken. Voor daken waar geen groen mogelijk of handig is, kan de combinatie van een Polderdak met zonnepanelen een interessante optie zijn. Retentiedaken zijn doorgaans zwaarder dan andere groene daken. Bij het toepassen van een retentiedak in bestaande situaties en in nieuwbouwsituaties moet per geval onderzocht worden of extra constructieve maatregelen vereist zijn. 78
Page 130
Door op daken zonder afschot een waterstuwelement bij de afvoer te plaatsen, kan met een vlotter geregeld worden hoeveel water het dak vasthoudt. Lekkage Lekkage wordt soms genoemd als nadeel van een groen dak. Uit onderzoek blijkt dat groene daken daarvoor niet gevoeliger zijn dan andere typen daken. Sterker nog, een groen dak beschermt het dak tegen veroudering door UV-straling en maakt het dak béter bestendig tegen lekkage. We zien dat verzekeringsmaatschappijen groene daken juist stimuleren. Als er lekkage is bij een groen dak, dan is die vaak wel lastiger om op te sporen en kostbaar om te herstellen. Daarom is het belangrijk dat de dakbedekking van een groen dak professioneel, waterdicht en wortelwerend wordt aangelegd. Groene daken zijn leverbaar als totaalpakket, inclusief planning, aanleg, onderhoud en alle bijbehorende garanties. Muggen Op platte daken kunnen tijdelijk waterplassen blijven staan, waarin muggen zich goed kunnen voortplanten. Naast dat muggen steken brengen ze ook steeds vaker ziekten met zich mee. Met groene daken worden waterplassen voorkomen. Door ook nog eens natuurinclusief te bouwen wordt een buurt aantrekkelijk voor natuurlijke vijanden van muggen, zoals gierzwaluwen en vleermuizen. Deze dieren vangen wel duizenden muggen op een dag. Een natuurlijke en effectieve manier om een muggenplaag te bestrijden!  Zie ook het tabblad Biodiversiteit. WNF, Zeist. Een duurzaam, energiezuinig gebouw met ingebouwde nestgelegenheden voor vogels en vleermuizen. De vijver zorgt voor natuurlijke verkoeling. 79 Gevel en water Groene gevels hebben veel voordelen: ze houden regenwater vast en verdampen het later. Als de gevelplanten grondgebonden zijn, kan aflopend regenwater in de grond infiltreren. Planten houden de gevel ook koel in de zomer door verdamping en schaduw. Zowel aan de buiten- als de binnenkant van een gebouw kan water met groen bijdragen aan lokale verdamping en verkoeling. 80
Page 132
Groen en water binnen Planten en waterpartijen in de groene ruimte kunnen een bijdrage leveren aan de bevochtiging van de ventilatielucht. Andersom kan de ventilatielucht door de groene ruimte afgevoerd worden, waardoor er een aangenamer tussenklimaat ontstaat. Daardoor kan deze onverwarmde ruimte langer worden gebruikt. Daarnaast is groen en water een goede combinatie voor ontspanning en vermindering van de ervaren geluidshinder.  Zie ook de tabbladen Ontspannen en Uitzicht en kleur. CIC Rotterdam. Watervoorziening, routing en signing ineen. Tubegardens vormen een groene draad van vijftig meter. Ze leiden bezoekers door het gebouw naar de vergaderruimten. Olievaten in de hoeken van de gangen bewateren de planten.  Zie voor meer inspiratie het tabblad Onderhoud. 81 Aanleg daktuin Holland Park, Diemen. Bodembedekking met onkruidwerende houtsnippers die zijn vervaardigd uit regionale reststromen loofhout. In plaats van verbranding wordt het hout hergebruikt in (dak)tuinen. Door deze bodembedekking hoeft er tijdens warme zomers minder gesproeid te worden en is er tijdens natte perioden snelle drainage. Ook zorgt bodembedekking voor bescherming van de bodemstructuur. De houtsnippers vormen tegelijkertijd een veilige valondergrond op de speelplek. Door regenval worden de houtvezels zwaarder en wordt de hechtbaarheid groter, waardoor de houtsnippers niet wegwaaien. Water(her)gebruik Dakgroen watergeven vraagt soms wat inventiviteit. Sproeiers zijn op grote daken bijvoorbeeld niet ideaal, vanwege de oppervlakkige wortelontwikkeling en waterverspilling. Beter zijn systemen met druppelbevloeiing of systemen die het water in de drainagelaag met een vlotter op peil houden, gebruikmakend van gebufferd regenwater. Regenwater kan goed hergebruikt worden voor bewatering van dakgroen of interieurbeplanting, maar bijvoorbeeld ook voor het spoelen van toiletten. Dat kan voor kantoren een aanzienlijke waterbesparing opleveren. Water dat afstroomt van een groen dak wordt door het substraat gefilterd en is daardoor schoner. Het is meestal van voldoende kwaliteit om als grijs water te gebruiken. Doordat veel substraatlagen licht basisch zijn, neutraliseert een groen dak zure regen gedurende tien tot dertig jaar. Een groen dak kan een negatief effect op de waterkwaliteit hebben als er meer bemesting wordt gegeven dan de beplanting kan opnemen. Het is dan ook van belang om spaarzaam te bemesten en alleen langzaam vrijkomende meststoffen te gebruiken. Een helofytenfilter met speciaal geselecteerde beplanting kan worden gebruikt om afvalwater te zuiveren tot een kwaliteit die onschadelijk is voor het milieu. Dat kan (direct) naast het gebouw, bijvoorbeeld met riet. Ook een groen dak of binnenbeplanting kan worden ingericht als biologische waterzuiveringsinstallatie. De bierbrouwerij van La Trappe van Abdij Koningshoeven zuivert het afvalwater op het eigen terrein. De brouwerij verbruikt jaarlijks evenveel water als 5.000 huishoudens. Samen met Waterschap De Dommel is de Biomakerij ontwikkeld. Dat is de eerste Nederlandse biologische zuiveringsinstallatie die met 150 verschillende subtropische planten met micro-organismen tussen de wortels het afvalwater zuivert en elke druppel hergebruikt. Met deze natuurlijke zuiveringsinstallatie bespaart de abdij 50% van het totale grondwaterverbruik. De kas van de waterzuivering fungeert daarnaast als extra attractie voor de 150.000 bezoekers die de abdij jaarlijks ontvangt. Met educatie in de kas vragen de broeders aandacht voor de waterschaarste wereldwijd. 82
Page 138
T Het klimaat in Nederland verandert. Er komen steeds meer warme zomers met hete dagen. In de bebouwde omgeving wordt het door het opwarmen van alle verstening nog eens extra warm. In steden is de temperatuur hoger dan in het buitengebied. Dit is het zogenaamde stedelijke warmte- of hitte-eilandeffect: Urban Heat Island (UHI). Hitte is een groeiend probleem in de bebouwde omgeving waar steeds meer mensen zich concentreren. Hittestress leidt tot extra sterfgevallen tijdens warme dagen. Bij elke graad temperatuurstijging in Nederland overlijden 31 mensen extra per week. We slapen minder goed. Daarnaast beïnvloedt hitte onze concentratie, leerprestaties en productiviteit. We gebruiken airco’s om onze gebouwen te koelen. Meer aircogebruik leidt tot meer elektriciteitsverbruik met nog meer warmteontwikkeling. Meer groen op en aan gebouwen is een natuurlijke maatregel om temperatuurstijging in de bebouwde omgeving te dempen. Groen koelt de lucht door het leveren van schaduw en zorgt voor verkoeling door verdamping. Daarnaast warmen beplanting en een natuurlijke bodem zelf ook minder snel op dan stenen. In een groene omgeving is het prettiger verblijven en verdere opwarming van de stad wordt beperkt. Dakgroen, gevelgroen en interieurgroen zorgen binnen gebouwen voor meer thermisch comfort. URBAN HEAT ISLAND PROFILE Het temperatuurverschil tussen de bebouwde omgeving en het platteland kan op warme dagen aanzienlijk oplopen. Soms tot zelfs wel 8 tot 10 °C. Landelijk Voorstad Zakelijk Centrum Woonwijk Park Voorstad 85 6% meer groene daken vermindert het hitte-eilandeffect in het stedelijk gebied met gemiddeld 1,5 °C. Verkoeling Bebouwing bestaat voornamelijk uit beton, baksteen, bitumen en glas. Deze materialen houden hitte vast. Een grijs gebouw warmt gemakkelijk op door de zon. Een groen gebouw wordt beschermd tegen de instraling van zon. De zonnestraling wordt door de beplanting voor 70% gebruikt voor verdamping en fotosynthese. Een deel wordt teruggekaatst. Er wordt dus nog maar een klein deel doorgegeven aan het gebouw. Bostorens als natuurlijk alternatief voor leefbare steden met minder opwarming en een betere luchtkwaliteit. Ze bieden zoveel meer dan de puur technische oplossingen. 86
Page 140
Groene daken verdampen 45 tot 75% van de neerslag. Dit geeft verkoeling binnen en buiten. Hotel Mitland, Utrecht. Sedum kruidendak. Door verdamping van water uit de beplanting blijven groene gebouwen koeler in de zomer. Hierbij speelt het type beplanting ook een rol. Hoe meer totaal bladoppervlak, hoe meer verdamping. Een daktuin met bomen en heesters heeft het grootste effect op de verdamping. Het maakt ook uit of de beplanting maar een deel van het jaar groen is. Koeling door verdamping vindt vooral plaats in de namiddag, avond en vroege nacht. Verkoeling door verdamping is van belang, omdat hittestress tijdens de slaap aanzienlijke negatieve gezondheidseffecten heeft. Vetplanten, zoals sedum, slaan veel water op en verdampen dat ‘s nachts. Sedum is daarom zeer geschikt als beplanting op groendaken. Bewatering is niet nodig. Sedum kan lange perioden van droogte doorstaan. Grassen en kruiden hebben meestal een hogere verdampingsfactor dan sedum. Deze beplanting kan ‘s zomers wel eerder verdrogen, afhankelijk van het watergeefsysteem. De verkoelende werking van een uitgedroogd groendak is minder. Tussen hoge gebouwen geeft een groendak minder hinderlijke spiegeling van zonlicht dan een nat plat dak. Het verkoelende effect van verdamping werkt alleen als de beplanting voldoende water krijgt, ook in drogere periodes. 87 Een groene gevel blijft op hete dagen 7 °C koeler dan een grijze gevel. Op een groendak kan het 40 °C koeler zijn dan op een conventioneel dak. In de omgeving van groene daken blijft het buiten 2 °C koeler. De temperatuur boven een groendak zelf kan tot 40 °C lager zijn dan van een gewoon dak dat een temperatuur kan bereiken van wel 70 °C. De demping van de temperatuurstijging door dakgroen verbetert de werking van de meeste zonnepanelen. De werking neemt namelijk af met 0,5% voor elke °C boven de optimale werktemperatuur van circa 25 °C.  Zie ook tabblad Energie. Dakgroen in de vorm van retentie- of Polderdaken kan meer water vasthouden en heeft dus nog meer effect op verkoeling. De verdamping kan blijven doorgaan, ook op hete en droge dagen. Hierdoor blijft het op warme dagen langer en koeler in de gebouwen en in de omgeving. Groene gevels Warmtebeeld verkoelend effect van klimplanten tegen een muur. Ook groene gevels dragen bij aan verkoeling door verdamping, vooral ‘s nachts. Door de beplanting loopt de temperatuur van gevels overdag minder op, waardoor ze ’s nachts minder warmte zullen uitstralen en de stad beter kan afkoelen. Uit onderzoek blijkt dat op zonnige dagen een groene gevel meer dan 7 °C koeler blijft. Het koelend effect is het grootst op de oosten westgevel, iets minder op de zuidgevels en nog wat minder op de noordgevels. Groene gevels hebben een kleiner koelend effect op de totale stadstemperatuur dan groene daken, maar hebben wel lokaal een groot effect op de piektemperaturen tussen hoge gebouwen. Verder heeft de hoeveelheid groen in de straat invloed op de warmtebeleving van voetgangers. Isolatie Groen verkoelt en isoleert. In de zomer zijn groene gebouwen beter geïsoleerd en gebruiken aanzienlijk minder energie voor airco.  Zie ook tabblad Energie. Een verkoelende groene gevel. Groen en lichte kleuren reflecteren het zonlicht.  Zie ook tabblad Water. 88
Page 142
Daktuinen Double Tree Hilton, Amsterdam. De kamers op de tiende en elfde verdieping hebben privéterrassen die omzoomd zijn door weelderige beplanting. In de winter zijn groene gebouwen ook beter geïsoleerd en verbruiken minder energie voor verwarming. Dit geldt vooral voor een groendak met een dikkere substraatlaag. Een sedumdak bevat in de winter vaak veel water en weinig lucht. Dan is de isolatiewaarde lager en verlaagt het de stookkosten in de winter niet zo veel. Gevelgroen met niet-bladverliezende soorten isoleert in de winter. Beplanting tegen de gevel van een gebouw met een losse structuur, waartussen de lucht blijft staan, is geschikt als isolatiekussen en windbreker. Beplanting die in gevelsystemen is verwerkt, doet dat nog beter. Wind De bescherming van het gebouw met groen tegen de wind draagt bij aan minder warmteverlies. Goed geplaatste windsingels beschermen gebouwen tegen harde wind. Adequaat aangelegde boomsingels kunnen leiden tot wel 10% energiewinst in aangrenzende gebouwen, zelfs als deze al optimaal geïsoleerd zijn. Bomen aan de zuid- en westzijde hebben in Nederland het meeste effect. Als de boom in de winter het licht wegneemt, kan men voor bladverliezend groen kiezen. WTC Zuidplein Amsterdam. Windhinder tussen hoge gebouwen bedwongen met een dakbos: een boomgaard van sierlijke en sterke bomen als natuurlijke windbreker. Op een ondergrondse parkeergarage zijn zeventig groeiplaatsen voor bomen in het gebouw geïntegreerd in de vorm van verzonken bakken. Deze dienen ook als zitplekken. Alternatief was geweest een windscherm van 10 meter hoog en 80 meter breed wat het probleem alleen maar zou verplaatsen. 89 Natuurlijke zonwering Gewone zonneschermen verdampen niet en zetten alle hitte van de inkomende straling om in voelbare warmte. Ze blokkeren daglicht maar hebben geen overige meerwaarden. Natuurlijke zonwering kan goedkoper zijn in aanleg en onderhoud. Het heeft daarnaast effect op de luchtkwaliteit en ons welbevinden. Bladverliezende loofbomen en leibomen zijn zeer geschikt als een natuurlijke zonwering. In de zomer is er schaduw. In de winter kan de zon het gebouw opwarmen. Leibomen nemen weinig ruimte in en kunnen bijvoorbeeld ook aangeplant worden in de vorm van leifruit. Groenblijvende naaldbomen zijn minder geschikt. Deze voorkomen dat gebouwen de eerste zonnestralen in de wintermaanden opvangen. Toepassing van naaldbomen dicht bij gevels leidt dus tot meer stookkosten in de winterperiode. Groen gordijn binnen. 90
Page 144
Met bladverliezend gevelgroen kan de zon in de winter een zuidmuur bereiken. Naast verkoeling van de lucht door de verdamping van water via de bladeren levert gevelgroen in de zomer ook schaduw. Een groen gordijn van hop en de aangrenzende waterpartij zorgen voor verkoeling tijdens warme dagen. Thermisch comfort Verdamping van groene daken geeft verkoeling zowel buiten als binnen. Afhankelijk van de isolatie van het dak zelf, is het onder een groendak op warme daken 4 °C koeler. Beplanting onttrekt warmte aan het dak, nodig voor verdamping. Beplanting binnen verdampt eveneens en draagt bij aan het koelen van ruimten. Ook wanneer geen airco aanwezig is, zal het binnenklimaat door groene beplanting op hete zomerdagen aangenamer en stabieler zijn. 91 Een substantiële hoeveelheid planten in de werkruimte verbetert het thermisch comfort. Aanwezigen hebben minder last van verhoogde dan wel verlaagde temperaturen en de productiviteit neemt toe. 100 80 onbehaaglijk vochtig 60 behaaglijk 40 nog behaaglijk 20 0 12 onbehaaglijk droog 14 16 18 20 22 Ruimte temperatuur (°C) 24 26 28 Bij lagere temperaturen zorgt beplanting voor een hogere luchtvochtigheid, waardoor de gevoelstemperatuur warmer is. Onderzoek toont aan dat thermisch comfort een grote impact heeft op de werkplektevredenheid én productiviteit van werknemers. Voor elke graad hoger dan 25 of lager dan 20 neemt de productiviteit van werknemers met 2% af. In klaslokalen met een plantenwand en planten is de temperatuur lager en de luchtvochtigheid hoger dan in een controlelokaal waar geen planten staan. De verdamping door planten in scholen leidt tot minder droge lucht. Dit leidt tot minder hoofdpijn en een betere concentratie bij leerlingen en studenten.  Zie voor meer inspiratie tabblad Productiviteit en leerprestaties. Planten in de kantine, centrale ruimten en waar mogelijk in lokalen en zalen. 92 Relatieve luchtvochtigheid (%)
Page 146
Ministerie van Economische Zaken & Klimaat. Sky Garden waar slim integraal licht, warmte en groen is toegepast. De lichtstraat zorgt voor voldoende natuurlijk licht voor de groene plantenwand. De groene gevel met lichtstraat is aan de noordzijde geplaatst: comfortabel voor de gebruikers en de warmte wordt geabsorbeerd door de plantenwand. Tussenklimaat Een atrium of toegevoegde groene ruimte kan goed fungeren als extra warmtebuffer. De ventilatielucht wordt dan voorverwarmd door de groene ruimte. Planten en waterpartijen in de groene ruimte bevochtigen de ventilatielucht. Andersom kan de ventilatielucht door de groene ruimte afgevoerd worden, waardoor in de groene ruimte een tussenklimaat ontstaat. Hierdoor kan de gebruikstijd van de onverwarmde ruimte worden verlengd. Microklimaat Op het dak kan door middel van een (glazen) opbouw ook een eigen microklimaat worden gecreëerd, wat een ruimere keuze aan beplanting mogelijk maakt. Belangrijk is te letten op tocht, ventilatie en bescherming tegen direct zonlicht. 93 Warmtebeeld verkoelend effect van groen op een hete zomerdag. Onder het bladerdek van de kroon kan de temperatuur van harde oppervlaktematerialen wel 15 °C lager zijn dan op enige meters afstand, waar materialen niet beschermd zijn tegen de zon. Koele buurt In wijken met relatief veel groene gevels is het koeler. Vooral grote gebouwen en bedrijfsterreinen zijn bekende hitte-eilanden. Groene daken kunnen hier sterk bijdragen aan het verminderen van de opwarming. Evenals het vergroenen van de buitenruimte. Parken kunnen afhankelijk van hun grootte een koelend effect tot 700 meter in de omgeving hebben. Dit is vooral het gevolg van de schaduw van de bomen. De temperatuur onder een boom kan 15 graden lager zijn. Dit geldt ook voor bomen op dakparken. Daarnaast zijn grote bomen door hun grote volume en bladmassa zeer effectief in verdamping.  Zie handleiding De Levende Tuin, tabblad Temperatuur. De toren staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Enige jaren geleden werd het terrein eromheen opnieuw aangelegd. Bovenop de ondergrondse parkeergarage kwam een, op het maaiveld gelegen, bijpassende daktuin met bomen. 94
Page 152
L De luchtkwaliteit in gebouwen is vaak onder de maat, doordat er veel mensen in relatief kleine ruimten verblijven. De slechte luchtkwaliteit wordt ook veroorzaakt door vluchtige organische stoffen (VOS), afkomstig van printers, kopieermachines, verf, bouwmaterialen of vloerbedekking. Klimaat- en ventilatiesystemen zijn vaak niet toereikend of worden te weinig schoongemaakt. Bij keurmerken voor gezonde gebouwen is de binnenluchtkwaliteit een belangrijk onderwerp. Planten kunnen in gebouwen worden ingezet om de luchtkwaliteit te verbeteren, want planten zijn natuurlijke luchtverbeteraars. Ze dragen bij aan een gezonde werkomgeving, hogere productiviteit en minder ziekteverzuim. In stedelijke gebieden komt luchtverontreiniging voor in de vorm van fijnstof (PM10 en PM2,5), stikstofdioxiden (NO2) en vluchtige organische stoffen (VOS) afkomstig van verkeer en industrie. Vooral langs drukke wegen en bij verkeersknooppunten zijn de concentraties van deze stoffen erg hoog. Groen heeft het vermogen om luchtverontreinigende stoffen af te vangen en vervuilingsbronnen af te schermen. Groen produceert ook zuurstof wat ons dagelijks leven mogelijk maakt. Binnenbos Hotel Crowne Plaza, Kopenhagen 20% van alle ziekten wordt veroorzaakt of verergerd door slechte luchtkwaliteit. 97 Gezondheid Schone lucht en betere lucht vochtigheid vermindert allergie en ziekteverzuim. Duizelig, misselijk Hoofdpijn Concentratieproblemen Jeuk, huidirritatie Droge neus en oren Moe en slaperig Keelklachten, hoesten Droge of vette huid Frequentie gezondheidsproblemen Zonder planten Met planten Van ziek naar gezond gebouw We verblijven 90% van onze tijd binnen. In gebouwen, klaslokalen en vergaderruimten met veel mensen kan het CO2 nog bij. Hoge CO2 -gehalte behoorlijk oplopen. Daar komt de productie van lichaamsgeuren -concentraties en luchtverontreinigingen leiden tot onfrisse, ongezonde lucht. Dat vergroot de kans op infectieziekten en kan ziekteverzuim doen stijgen. Men spreekt van het sick building syndrome bij gezondheidsklachten die worden veroorzaakt door onder andere de slechte luchtkwaliteit in gebouwen. Uit onderzoek blijkt dat voor een gezond binnenklimaat een combinatie van klimaatbeheersing, natuurlijke ventilatie en planten het beste werkt. Naast gezonde lucht hebben planten nog vele andere positieve effecten op ons welbevinden. Zie ook de tabbladen Productiviteit en Ontspannen. Waterdamp CO2 Vluchtige Organische Stoffen (VOS): Schone lucht Formaldehyde Xyleen Tolueen Benzeen TCE Chloroform Ammoniak Alcohol Aceton Zuurstof Planten breken VOS actief af en maken onze zuurstof uit CO2 Zonder planten Met planten Water Afgebroken VOS 0 30 60 90 Tijd (minuten) 98 120 Afbraak van Formaldehyde
Page 154
Top 5 luchtzuiverende binnenbeplanting op de meeste chemische stoffen 1 Nephrolepsis (krulvaren) 2 Spathiphyllum (lepel- of vaantjesplant) 3 Hedera helix (klimop) 4 Sanseveria (vrouwentongen) 5 Dracaena (drakenbloedboom) Een klaslokaal heeft dikwijls een ongezond binnenklimaat. Met groen daalt de CO2 verdamping omhoog. -concentratie en gaat de luchtvochtigheid door Na introductie van planten vermindert het aantal gezondheidsklachten, zoals hoofdpijn, vermoeidheid, pijnlijke of droge keel, oogirritatie, hoesten en droge huid, zo blijkt uit onderzoek. Met voldoende water en licht nemen planten CO2 op en geven zuurstof af. Daarnaast zijn planten in staat VOS uit de lucht te filteren. Door de verdamping wordt het binnenklimaat ook minder droog. Planten zorgen op natuurlijke wijze voor een gunstig luchtvochtigheidsgehalte. De aanwezigheid van planten maakt de lucht frisser en de luchtkwaliteit wordt als prettiger ervaren. Groen en techniek Twee van de drie binnenklimaatproblemen hebben te maken met inefficiënte klimaatinstallaties. Het is belangrijk dat klimaatsystemen op elkaar zijn afgestemd en goed samenwerken. Groen is een natuurlijke klimaatinstallatie. Groen en techniek kunnen elkaar in werking versterken. LOC Barendrecht. Een groene wand van maar liefst 9 meter breed en 14,5 meter hoog; de openingen van het ventilatiesysteem zijn visueel geïntegreerd. Spathiphyllum kan per 500 g blad 20 mg formaldehyde opnemen. Formaldehyde wordt veel gebruikt als ontsmettingsmiddel; het is in hoge dosis giftig en kankerverwekkend voor de mens. 99 Alle vormen van groen dragen door verdamping bij aan een betere luchtvochtigheid. Groen-en-techniekwand bij Lama Lama Amsterdam. Een sensor meet de luchtkwaliteit en stuurt ventilatoren boven de groene wand aan. Als de luchtkwaliteit slechter wordt, gaan de ventilatoren meer lucht langs de planten in de groene wand blazen. Dat zorgt voor versnelde afbraak van ongewenste vluchtige organische stoffen (VOS), zoals formaldehyde, tolueen en benzeen. Vitale werkplek Sky Garden. Een circulair vergaderpaviljoen vol planten op het dakterras van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat in Den Haag. De groen-en-techniektoren bevat drie rijen van vijf planten. De luchtkwaliteit wordt gemeten door een sensor. De ventilatielucht voert ook langs de wortels, wat de effectiviteit van de luchtbevochtiging en luchtreiniging bevordert. Het levende schilderij werkt eveneens met actieve ventilatie. De toren met Asplenium-varens blijkt 100 m3 per uur te kunnen zuiveren, voldoende voor vier medewerkers. Veel daglicht en een groene wand met luchtzuiverende bloeiende beplanting. Een nieuwe trend is het toepassen van bloeiende planten in groene wanden. Verschillende bloeiende planten zijn goed in staat de lucht te zuiveren, zoals anthurium, gerbera, spathiphyllum en potchrysant. Daarmee is het mogelijk een kleurrijke beleving te koppelen aan luchtzuivering. 100
Page 156
Lely Campus Maassluis: een bomeneiland als groene long in de productiehal. De luchtzuiverende werking van groen wordt beïnvloed door verschillende factoren: • de plantsoort (niet elke plant kan elke verontreiniging even goed opnemen) • bladgrootte • bladoppervlak • het soort verontreiniging • de luchtvochtigheid • de aanwezigheid van potgrond, wortels en bacteriën. Plant en water Naast beplanting kan ook stromend water een positieve bijdrage leveren aan de luchtkwaliteit en het welbevinden van de medewerkers, onder meer door verhoging van de luchtvochtigheid. Door de combinatie van stromend water en groen wordt de beplanting ook minder stoffig; daardoor kunnen de planten nog beter hun luchtzuiverende werk doen. Een verhoging van de luchtvochtigheid resulteert in een hogere gevoelstemperatuur en daardoor lagere energiekosten voor verwarming en bevochtiging. Planten zijn zeer betrouwbare luchtbevochtigers, wat vooral in de winter heel prettig is. Natuurlijke afzuigkap.  Zie ook het tabblad Energie. 101 Planten en een waterwand kunnen de luchtvochtigheid verhogen bij een lage relatieve vochtigheid (RV). Tocht Voor de meeste planten is (wisselende, koude) tocht funest. Planten mogen daarom niet vlak bij toevoerroosters van de ventilatie staan. Tocht kan ook worden voorkomen door de ventilatietoevoeropeningen groot genoeg te maken en - in geval van mechanische toevoer - geschikte uitblaasornamenten te kiezen, zoals wervelroosters. Bij plaatsing van groen in de buurt van entreedeuren en tochtsluizen moet tocht worden voorkomen. Hyatt Regency Hotel Amsterdam. Bij de entree is gebruikgemaakt van kunstmatig hanggroen. Verderop staat een levende groene wand. 102
Page 158
Groen dat als doel heeft het wegvangen van verontreiniging uit de lucht, moet zo dicht mogelijk bij de bron van de vervuiling worden geplaatst. Daar zijn de concentraties immers het hoogst. Ook de kans dat de verontreiniging in contact komt met het groen is daar het grootst. Gevels Gevelgroen bespaart op energieverbruik en verlaagt daardoor de CO2 -uitstoot. Het filterend vermogen van groen wordt het beste benut als het dicht bij de bron staat. De concentratie van fijnstof is direct boven en naast wegen het hoogst en neemt geleidelijk af met de hoogte. Door turbulentie veroorzaakt door vrachtwagens doet zich een tweede piek voor op vijf tot zeven meter hoogte. Vooral lokaal verkeer veroorzaakt fijnstof langs wegen. Het betreft niet alleen uitlaatgassen, maar ook fijnstof dat vrijkomt door slijtage van remmen en banden. Fijnstof (PM2,5 en PM10) wordt op de buitenkant van bladeren van planten vastgelegd. Door neerslag kan het fijnstof van de bladeren worden gewassen. De kleinere deeltjes worden nauwelijks afgewassen en blijven op de bladeren. Tussen hoge gebouwen door waait het vaak, waardoor gevelgroen op deze plaatsen extra veel effect heeft. Door de wind strijkt er veel verontreinigde lucht langs de bladeren. De windrichting is dus iets om rekening mee te houden bij het slim plaatsen van beplanting. Volgens het RIVM is alleen fijnstof in Nederland al verantwoordelijk voor zo’n 4,5 miljoen ziekteverzuimdagen en een verkorting van de levensverwachting met zo’n negen maanden. Een combinatie van gevelgroen met klimop en blauwe regen in een smalle straat. Blauwe regen is effectiever bij verontreiniging door stikstofdioxiden en ozon dan bij fijnstof. Het voordeel van een groene gevel is dat de wind vrij spel heeft, waardoor vuile lucht niet blijft hangen in een straat. Uitwisseling van de lucht met de omgeving is namelijk belangrijk voor de luchtkwaliteit. Bomen en struiken kunnen weliswaar meer fijnstof opvangen dan een groene gevel, maar in relatief smalle straten met hoge en gesloten bebouwing (street canyons) kan een gesloten kronendak van bomen ertoe leiden dat luchtverontreiniging door verkeer onder de kronen blijft hangen. Ook de instroom van schone lucht van boven blijft daardoor uit. Dak- en gevelgroen zijn dan een goed alternatief. 103 Voorbeelden van fijnstofverwijderaars Plantensoort Boom in de stad (20-25 jaar oud) Klimop (Hedera helix) Mos Sedumdak Verwijdering fijnstof per jaar Economische baat per jaar 100 gram per boom C 40 per jaar 6 gram per m2 14 gram per m2 0,15 gram per m2 Wilde wingerd (Partenocissus tricuspidata) 4 gram per m2 C 2,40 per jaar C 5,60 per jaar C 0,04 per jaar C 1,60 per jaar Voor een overzicht van bomen en heesters en hun effectiviteit om verschillende verontreinigingen uit de lucht te halen, zie handleiding De Levende Tuin. Voor het wegvangen van fijnstof uit de lucht zijn planten met harig blad of blad met een dikke waslaag het meest effectief; voor gasvormige verontreinigingen zijn planten met grote, gladde bladeren beter. Mos Mossen staan bekend als ‘fijnstofkillers’. Door een combinatie van eigenschappen verwijderen ze relatief veel fijnstof. Mossen werken, anders dan planten, het fijnstof volledig weg. Ze voeden zich ermee en zetten het om in biomassa. Er is één voorwaarde: het mos moet vochtig zijn. Droog mos werkt niet. Dunne panelen begroeid met mos wegen weinig en hebben geen watergeefsysteem nodig. Daardoor kunnen ze in allerlei vormen gesneden worden en als kunstwerk of logo aan gebouwen worden bevestigd. 104
Page 160
Een extensief groendak of sedumdak van 25 m2 kan genoeg zuurstof produceren voor één persoon. Een intensief begroeid dak bereikt die capaciteit al met een kleiner oppervlak. Canary Wharf Londen. Luchtzuiverend bomendak: door de rijke bezetting aan naalden leveren deze bomen een goede bijdrage aan de opname van fijnstof. De watercipres of Chinese moerascipres (Metasequoia) verdraagt het stadsmilieu inclusief luchtvervuiling zeer goed. Een groen dak kan 200 g fijnstof afvangen per m2 Dakgroen Dakgroen bespaart op energieverbruik en verlaagt op die manier de uitstoot van CO2 dak legt ook CO2 . Een groen vast. De vastlegging hangt direct samen met de hoeveelheid biomassa die de beplanting produceert. Bij extensieve en semi-intensieve groendaken is het niet de bedoeling dat er veel biomassa wordt gevormd, want dan moet het dak regelmatig gemaaid worden. Alleen intensieve groendaken waar veel biomassa wordt geproduceerd, leggen aanzienlijke hoeveelheden CO2 vast. Het effect kan nog versterkt worden door eetbare planten op het dak te kweken, zoals kruiden en fruit. Dan wordt de geproduceerde biomassa nuttig gebruikt en leveren de planten voedsel zonder CO2 -uitstoot door transport. De beste planten om luchtvervuiling mee weg te vangen zijn, vanwege hun formaat, bomen en heesters. Dat kan op het maaiveld en op gebouwen. Ook van andere dakvegetatie is bewezen dat deze verontreinigingen uit de lucht kan wegvangen. Wanneer 10 tot 20% van de daken in een stad wordt voorzien van een graskruidendak heeft dat een merkbaar positief effect op de luchtkwaliteit. Voor het luchtreinigende vermogen van groene daken is het gunstig als ze veel wind vangen. Vanuit dat oogpunt is het beter om - waar dat kan - geen windschermen te plaatsen op daken. Er zijn daksystemen in ontwikkeling waarbij de beplanting ook een rol speelt in het filteren van de binnenlucht. . In Nederland kost luchtvervuiling gemiddeld één jaar op een mensenleven. Jaarlijks sterven er meer dan 5.000 mensen aan de gevolgen van vervuilde lucht. VOS wordt onder invloed van zonlicht omgezet in ozon (O3), dat smogvorming veroorzaakt en zeer schadelijk is voor de gezondheid van mens, plant en dier. 105 Een gemiddelde stadsboom vangt jaarlijks 100 g fijnstof af. Dat komt overeen met de fijnstofproductie van 5.500 jaarlijks gereden autokilometers. Zware metalen Groene daken zijn in staat om cadmium, koper, lood en zink op te nemen. Verder slaan zware metalen die door het verkeer in de lucht worden gebracht, neer op de bladeren van gevelgroen. Groen beïnvloedt de luchtkwaliteit in de stad op drie manieren: door beïnvloeding van luchtstromen, door schermwerking en door het wegvangen of opnemen van verontreinigende stoffen. Hoewel het filterende effect op lokale schaal beperkt kan zijn, is het toch van waarde omdat er met name voor fijnstof geen veilige niveaus bekend zijn. Elke verlaging van de concentratie fijnstof heeft een positief effect op de volksgezondheid. 106 Parkeergarage voorzien van klimopbeplanting. Een vierkante meter groen is voldoende voor het verwijderen van de fijnstofemissie van één auto.
Page 164
G Ruiken is ons meest primitieve zintuig. Bij het betreden van een ruimte of omgeving wordt eerst de neus geprikkeld, en daarna pas de ogen. Ongeveer een derde van de mensen is sterk ingesteld op ruiken bij het ervaren van de omgeving. In een daktuin of tegen een gevel kan beplanting met geur worden toegepast. Dat kan de ontspannende werking van groen versterken. Ook geurende binnenbeplanting is mogelijk. Jarenlang werden bloemen vooral geselecteerd op grootte en kleur. Inmiddels zien we steeds meer geurende planten in het sortiment. Bloemen verspreiden geur om insecten en vleermuizen te lokken voor de bestuiving. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat phytoncides (de vluchtige stoffen die planten en bomen afscheiden) een positief effect hebben op ons immuunsysteem. Deze stoffen zijn schimmeldodend, antibacterieel en verhogen de activiteit van onze natural killer-cellen. Geurbeleving Bij het toepassen van geurende beplanting is het aan te bevelen om te kiezen voor geuren die algemeen bekend zijn en als prettig worden ervaren. Hoe aparter de geur, hoe meer de meningen erover verdeeld zullen zijn. Vooral bij interieurbeplanting in ruimten waarin veel verschillende mensen verblijven, is het raadzaam om terughoudend te zijn met het toepassen van sterk of apart geurende beplanting. Geuren die worden geassocieerd met het dagelijkse leven, ervaren de meeste mensen als aangenaam, bijvoorbeeld citrus, chocolade, jasmijn, lavendel, mint, roos en vanille. Toscaanse jasmijn of sterjasmijn is een wintergroene klimplant met witte heerlijk geurende bloemen. Deze plant staat het liefst op een plek in de volle zon. 107 Tuinkamer in een zorginstelling. Geurende munt en jasmijn-aan-de-muur prikkelen de zintuigen. Citroengeranium is een bekende geurende kamerplant. De bloemen zijn eetbaar en de bladeren kunnen gebruikt worden voor water met een smaakje. Herinnering Geuren roepen herinneringen op. Elke generatie heeft associaties bij het ruiken van planten uit de kindertijd. Geurende beplanting is goed toepasbaar in groene ruimten voor mensen met dementie. Bij het ruiken van herkenbare geuren voelen mensen zich veilig. Geurende beplanting is ook aantrekkelijk voor blinden of slechtzienden. Geurplekken Het toevoegen van geurende beplanting aan een zithoek op een dakterras of daktuin versterkt de totaalbeleving. Als het mogelijk is om in een daktuin gevarieerde beplanting toe te passen, dan gelden hiervoor dezelfde aanbevelingen als voor een tuin op maaiveld. Plaats geurende beplanting dicht langs eventuele wandelpaden, bijvoorbeeld tijm, lavendel of rozemarijn. Planten met geurende bladeren - zoals verschillende geraniumsoorten - geven hun geurstoffen pas vrij als je ze aanraakt, in het voorbijlopen. Op plekken waar weinig wordt gelopen of tussen stapstenen is loopkamille of kruiptijm goed toe te passen. 108
Page 166
Brugmansia (engelentrompet) is een witte maanbloem. De plant moet vorstvrij overwinteren. Geurende bloemen geven meer constant hun geur af dan geurend blad. Hoe meer zon en warmte, hoe meer geur er vrij komt. Op een zonnige plek kan een geurborder ook ingericht worden als plukborder, bijvoorbeeld met geurende anjers en citroendaglelies. De meeste geurende kruiden gedijen goed op daken. Kruiden in het algemeen zijn goed bestand tegen de vaak wat meer zonnige en winderige condities op het dak. Avondgeur Voor mensen die werken en vaak alleen ‘s avonds van de daktuin kunnen genieten, is het een idee om geurende beplanting dicht bij het zitgedeelte te plaatsen voor meer beleving. Dat geldt ook voor dakterassen van horecagelegenheden. Veel bloemen sluiten na de hitte van de dag. Maanbloemen, oftewel bloemen die beginnen te bloeien als de zon ondergaat, zijn later op hun hoogtepunt. Interessant is dat deze veelal witte bloemen ‘s avonds sterk geuren. Dat doen ze om nachtvlinders en vleermuizen te lokken voor de bestuiving. Ipomoea, datura en brugmansia zijn bekende maanbloemen. Geurgevels Klimplanten die ‘s avonds en ‘s nachts geuren - en die geschikt zijn voor toepassing op gevels - zijn bijvoorbeeld: jasmijn (bloei juni - september) en kamperfoelie (juni-oktober). Kamperfoelie is ook goed voor allerlei bestuivende insecten. Dicht bij een (slaapkamer)raam of deuropening kunnen geurende klimplanten worden toegepast, zodat je ook binnen van de geuren kan genieten. De blauwe regen (mei-juni) is zeer geschikt om tot op grote hoogte geurende gevels te realiseren (en rondom ramen te groeien). Laat in het jaar bloeit de klimop nog. De bloemen verspreiden een heerlijke geur. Ze zijn ook een belangrijke voedselbron voor bijen nog laat in het seizoen. Doornloze klimrozen groeien niet zo hoog. Deze kunnen bijvoorbeeld rondom deuropeningen worden geplaatst. Er is steeds meer keuze in geurende beplanting. Vraag advies aan een groenprofessional. 109 Geur kan een daktuin of gevel aantrekkelijk maken op verschillende momenten van de dag en het seizoen. Blauwe regen en wilde wingerd vormen een tweetrapsgroeisysteem. De blauwe regen bloeit de eerste twee jaar niet en groeit ook minder snel dan de wingerd. De voorgevel (zuidoost) is volledig begroeid. Daar waar de ramen zitten, zijn uitsparingen in de begroeiing aangebracht. De opwarming van de muur in de zomer wordt sterk verminderd door het gevelgroen. Het werkt ook als een regenjas tegen vochtdoorslag. Geurend seizoen We kunnen de seizoensbeleving verlengen - voor ons zintuig zien - door het toepassen van jaarrond interessante en kleurrijke beplanting die tevens bijen, vlinders en vogels aantrekt. Dat geldt ook voor ons zintuig ruiken, bijvoorbeeld door (vroeg) in het seizoen (ook) gebruik te maken van geurende bolbloemen. Er zijn bloembollen verkrijgbaar die geschikt zijn voor toepassing in een sedumdak of een meer intensief dak. Op daken met een grotere draagkracht kunnen ook geurende struiken worden toegepast. Bijvoorbeeld toverhazelaar (de bloemen geuren op zachte winterdagen), sneeuwbal (geurende bloemen in het voorjaar) en sering (afhankelijk van de locatie van de daktuin). 110
Page 172
U e Wij hebben als mens 95% van onze bestaansgeschiedenis doorgebracht in een natuurlijke, groene omgeving. We wonen eigenlijk pas relatief kort massaal in steden. Onze zintuigen zijn nog helemaal ingesteld op het leven in een groene omgeving en nog niet goed aangepast aan alle moderne stimuli van deze tijd. Onze omgeving heeft invloed op onze gezondheid en welbevinden. Aangezien wij 80% van de gebouwen en locaties visueel tot ons nemen, speelt groen zien daarin een aanzienlijke rol. Kijken op groen vanaf of vanuit een gebouw is goed voor ons welbevinden. Dat geldt ook voor uitzicht op een groen gebouw. Aantrekkelijk groen uitzicht is geld waard. In dit thema leest u een aantal tijdloze universele principes over uitzicht op groen en over kleurgebruik. Groen is hier meer dan zo maar wat decoratie. Zorgvuldig gekozen planten, rekening houdend met visuele eigenschappen, vervullen meerdere functies. Ze kunnen duurzaam in levende gebouwen worden toegepast. Sky Garden Londen. Bij uitzicht vanaf een daktuin in een sterk verstedelijkte omgeving draagt groen in beleving bij aan het verzachten van de omgeving met stenen en glazen gebouwen. En aan minder stress en een gevoel van veiligheid. Dit kan op locaties met veel publiek op grote hoogte wenselijk zijn.  Zie verder tabblad Veiligheid. 113 Groene vormen en patronen In de natuur vinden we veel zelf-herhalende (fractale) patronen en harmonische verhoudingen. Denk aan de zogenaamde Fibonaccireeks, spiralen en de gulden snede. Ons visuele systeem heeft zich gespecialiseerd in het verwerken van deze patronen, om zo snel onderscheid te kunnen maken tussen bijvoorbeeld een varen, voedsel of vijand tussen het bladerdek. Veel op de natuur geïnspireerde vormen genieten onze voorkeur. We zien ze vaak terug in gebouwen. Ze zijn toegepast om een visueel prettige omgeving te creëren die bijdraagt aan positieve emoties en/of herstel van stress. Customer journey ‘Customer journey’ oftewel ‘klantreis’ is een methode van ontwerpen waarbij de mens centraal staat. Vanuit verschillende gebruikers gezien doorloop je de belangrijkste routes in een gebouw en/of gebied. Dit kan al beginnen op de parkeerplaats. Groene gevel Bij aankomst bij een gebouw met een groene gevel straalt dit meteen al een duurzaam imago uit. Het geeft blijvend zichtbare groene PR voor het bedrijf of de instelling bij medewerkers, bezoekers, passanten en omwonenden. Ook kan met behulp van beplanting een levend logo worden gevormd.  Zie voor inspiratie tabblad Mobiliteit en logistiek.  Zie verder tabblad Ontspannen. 114
Page 174
Ga voor een ontwerp waarbij mensen minstens 5 à 20 minuten per dag groen ervaren. Groene ontvangst Bij binnenkomst is het belangrijk dat een receptie herkenbaar is en opvalt. Een vergroende receptie geeft daarbij bovendien een klantvriendelijke en duurzame uitstraling. Met behulp van interieurbeplanting of groene wanden in de centrale ontvangsthal of wachtruimte kan een aantrekkelijke en ontspannen sfeer worden gecreëerd. Dit is interessant voor grote drukke gebouwen als stations of luchthavens. Reizen is immers vaak grotendeels wachten. Naast dat groen hier bijdraagt aan een groter gevoel van veiligheid en minder criminaliteit. In de zorg kan groen het wachten ook prettiger maken.  Zie verder tabblad Ontspannen. Later in het traject groen toepassen of na transformatie is vaak lastiger en minder effectief dan groen meteen bij het ontwerp integreren. 115 40 seconden natuurbeleving heeft al een effect op ons welbevinden. Kort zicht op groen Aangezien we 90% van de tijd binnen doorbrengen, is het belangrijk om beplanting binnen in gebouwen toe te passen. Als langdurig contact met groen niet mogelijk is kan men ook kiezen voor meerdere korte momenten van groen beleven. Bijvoorbeeld door beplanting toe te passen in de trappenhuizen of langs andere routes met veel loopverkeer. Kies voor groen op meerdere plekken, in het klein of op verrassende plekken. Zelfs kleine momentjes van natuurbeleving maken ons al blij en rustig. Voor ziekenhuizen, zelfs voor bijvoorbeeld de intensive care of afdeling oncologie, is er een luchtdicht afgesloten glazen pot met plant ontwikkeld. Zo is er uitzicht op groen, zonder infectiegevaar voor patiënten. Plantenbakken zijn bevestigd met banden in de bedrijfskleuren. 116
Page 176
Afdeling geriatrie Tergooi ziekenhuis Blaricum. Plantenwanden zijn op strategische plekken geplaatst, zodat ze al van ver zichtbaar zijn. Aan het einde van de gangen bijvoorbeeld. En daar waar geen ruimte is voor potten, zoals tegenover de ontvangstbalie. Nagebootste natuur Uit onderzoek blijkt dat ook nagebootste natuur een positief effect heeft op ons welzijn en stress vermindert. Daarom zien we bij tandartsen of in ziekenhuizen vaak plafondverlichting met bloemen, bomen of wolken. Of levensgrote prints van landschappen op de wanden. Aeres Hogeschool Wageningen. Fotowand met groen. In de Romaanse broccolli zien we de zelf-herhalende patronen en de Fibonaccireeks die vaak in de natuur voorkomen en rustgevend werken. Moswanden zijn een natuurproduct. Ze zijn in verschillende natuurlijke kleuren te verkrijgen. Bij de interieurtoepassing leeft het mos niet meer en heeft geen effect op de luchtkwaliteit. Wel op de akoestiek, mede in combinatie met het paneel. In situaties waar geen levend groen mogelijk is kan een moswand een welkome aanvulling zijn voor een natuurlijke uitstraling. Combinaties Om bepaalde redenen (bijvoorbeeld beperking daglicht of bereikbaarheid) kan men kiezen voor kunstmatige oplossingen. Zoals een inrichting van moswanden tezamen met levend groen. Of een groene wand bestaande uit een combinatie van levend groen aangevuld met kunstgroen. Airport Simferopol. Een enorme groene wand van 15 meter hoog en 110 meter lang, bestaande uit deels levend groen (5 meter hoog) aangevuld met kunstgroen (10 meter hoog). Geef de voorkeur aan echte natuur boven nagebootste natuur. En aan nagebootste natuur boven geen natuur. 117 Levend groen blijft interessanter Alhoewel het zien van een poster of wand met natuurprint een positief effect heeft, neemt dit effect na verloop van tijd af. Levend groen verandert, dit kunnen wij waarnemen. Het blijft daarom steeds inspirerend en is interessanter dan kunstgroen. Daarnaast vervult levend groen nog andere functies, terwijl de positieve effecten van kunstgroen beperkt zijn. Jaarrond In het groen kunnen we de groeiprocessen en de wisselende seizoenen waarnemen. Deze afwisseling wordt door veel mensen als een prettige afleiding in ons dagelijks bestaan ervaren. Visueel contact - zelfs met kleine stukjes groen - kan herstellend werken.  Zie verder tabblad Voedsel en bloemen. Toch nog uitzicht op groen in een sterk verstedelijkte omgeving. De levende mosbalken veranderen van kleur na regen. 118
Page 178
Vanuit het raam In de bebouwde omgeving met een variatie aan bouwhoogte kijkt men vaak uit op (lager gelegen) daken. Uitzicht op een groen dak in plaats van een bitumen of grinddak is veel prettiger. Het zorgt bovendien voor een verhoogde vastgoedwaarde. Groen uitzicht is helemaal wenselijk in de zorg. Seizoensbeleving zorgt voor meer afleiding en is met name voor ouderen of zieken met uitzicht vanuit het raam een welkome afwisseling. Een daktuin kan een interessant beeld bieden, met een diversiteit aan beplanting die goed zichtbaar is vanuit het bed of de ziekenhuiskamer. Door geschikte beplanting toe te passen worden vogels en vlinders aangetrokken. Uitzicht op een biodivers daklandschap werkt beter dan uitzicht op een kale grasvlakte zonder bomen en struiken. De ligduur na een operatie neemt af tot 20% wanneer de patiënt vrij uitzicht heeft op groen. Een natuurlijk en interessant uitzicht vanuit de ziekenhuiskamer en vanuit het bed. Het buitenkozijn en de deur van de kamer zijn van hout en zorgen samen met het kleurenpallet voor een warme huiselijke uitstraling. 119 Erasmus MC. Daktuin waar patiënten vanuit hun kamer met bed en al op kunnen rijden om te genieten van frisse lucht, zon en het uitzicht over de Rotterdamse skyline. Wat betreft de beplanting is gekozen voor maximale beleving: vormen, kleuren en geuren in de verschillende seizoenen. De totale daktuin op de achtste verdieping is 6.000 m2 waarvan bedtoegankelijk 3.000 m2 , . Groen contact Daktuinen kunnen tevens rolstoel- en bedtoegankelijk worden aangelegd zodat het groen niet alleen zichtbaar is, maar met alle zintuigen ervaren kan worden. Ook kan in het ontwerp worden meegenomen dat de daktuin tevens dienst doet als oefenruimte voor therapie- en revalidatietrajecten. Op de werkplek Zoals we eerder hebben gelezen, verwerkt ons visuele systeem gemakkelijk natuurlijke patronen van bijvoorbeeld planten. Met groen zien in je omgeving hou je zo meer ‘ruimte’ over voor andere taken. Mensen brengen veel tijd door op de werkplek. Een groene werkomgeving is minder vermoeiend en helpt onze oogspieren te ontspannen. Idealiter heeft de werkplek uitzicht naar buiten op een groene omgeving. Op een atrium of binnentuin met groene elementen. Of op gevelbeplanting en plantenbakken.  Zie ook tabblad Ontspannen. 120 Uitzicht op natuur vermindert stress, draagt bij aan positieve emoties, concentratie en herstel.
Page 182
Sportplaza Mercator bij het Rembrandtpark Amsterdam. Een weelderig camouflagepatroon van vaste planten, heesters en bomen op de gevels en daken. Op een oppervlak van 2000 m2 zijn 50 plantensoorten toegepast, afgestemd op de vier windrichtingen. Van een afstand lijkt het complex op een overwoekerd vestingwerk. Door de glazen gevel glinstert echter een eigentijds thermencomplex met zwembaden, fitness-, feest- en horecagelegenheden. Kleur In plaats van te maskeren kan beplanting juist worden ingezet om bepaalde onderdelen van een gebouw te accentueren. Zowel binnen als buiten kan in wanden en gevels beplanting worden toegepast die door bladkleur of bloei extra kleur toevoegt.  Zie ook tabblad Voedsel en bloemen. Naast het zien van groen en bloemen hebben wij ook een visuele voorkeur voor het zien van niet bedreigende dieren zoals vlinders en vogels.  Zie ook tabblad Biodiversiteit. 123 Kleurbeleving Een gebouw wordt meestal aangelegd voor de langere termijn, uitgesproken kleurentrends wisselen vaak per jaar. Pas kleuren toe die passen bij de architectuur, het concept of de bedrijfskleuren. Naast een voorkeur voor natuur en natuurlijke materialen is het volgens de ontwerpvisie van de biofilie ook aan te bevelen te kiezen voor een natuurlijk kleurenpalet. Passend kleurgebruik kan een meer helende of rustgevende omgeving versterken. Het zien van warme kleuren verhoogt onze hartslag en bloeddruk. Het zien van koele kleuren verlaagt onze bloeddruk en hartslag. Het zien van kleuren doet ook iets met onze gevoelstemperatuur. Een rode ruimte ervaren we als koud bij 11 °C en een blauwe ruimte al bij 15 °C. Zo kunnen we met kleuren een gevoelstemperatuur van 4 °C overbruggen. Dit zijn tijdloze principes en dus duurzaam om te gebruiken, bijvoorbeeld op dakterassen. Groen en blauw Zicht op water vermindert stress en heeft een rustgevend effect. Groen en water spreken meerdere zintuigen aan naast zicht. Daarom kunnen ze in een omgeving goed samen worden toegepast voor het welzijn van de mens. 124
Page 184
Cloudgarden luchtzuiverende groen- en waterwand. Licht In verblijfsruimten in gebouwen wordt lichtwering toegepast om lichthinder tegen te gaan. Vooral op de glazen gedeelten van het gebouw. Strategisch geplaatste beplanting kan ook gebruikt worden om lichthinder tegen te gaan. Zoals het aanplanten van gevelbeplanting of leibomen. Met behoud van uitzicht en uitzicht op groen. Zo kan toch natuurlijk daglicht naar binnen vallen. Natuurlijk daglicht verandert van kleur en intensiteit gedurende de dag. Dit biologische ritme is belangrijk voor ons welbevinden. Kunstlicht verstoort ons dag- en nachtritme. Atria en patio’s zijn goede integrale oplossingen voor (meer) daglicht en groen in gebouwen.  Zie ook tabblad Temperatuur. In het souterrain van het ziekenhuis bevindt zich de afdeling radiotherapie. Op een dergelijke afdeling is het vaak lastig echte natuur toe te passen of toegang tot uitzicht op natuur te hebben. Hier zijn daglichtpatio’s toegepast. Dankzij het bovenliggende atrium is er daglicht en groen tot diep in de wachtgebieden in het souterrain. 125 Avond ‘s Avonds lichten witte en pastelkleurige bloemen op in het maanlicht. Dit kan zorgen voor een sprookjesachtige sfeer. Kies voor een totaalbeleving voor geurend sortiment. Ook witte elementen lichten op door het maanlicht of kunstlicht. Dit werkt energiebesparend: er is minder verlichting nodig. Verlichting verstoort het bioritme van diverse nachtdieren. Andere diersoorten hebben zich juist weer aangepast aan de stad door insecten te vangen die worden aangetrokken door de nachtelijke lampen.  Zie ook tabblad Geur. 126 Inspyrium Cuijk ‘by night’.
Page 188
G Geluid is een belangrijk thema voor prettige en gezonde gebouwen. Het is vaak sfeerbepalend. Geluidshinder is een negatieve beleving. Het zorgt ervoor dat mensen zich gestrest voelen of slecht slapen. Een derde van de woningen en ook een groot deel van de overige gebouwen in Nederland staan op lawaaiige plekken. Omgevingslawaai is niet alleen vervelend, maar ook schadelijk. Het kan leiden tot stressgerelateerde gezondheidsklachten (o.a. hart- en vaatziekten). Volgens onderzoek is binnen kantooromgevingen een slechte akoestiek de grootste storingsfactor en sterk gerelateerd aan verlies van productiviteit. Verstoringen door geluid verminderen het prestatievermogen. Zelfs nadat het geluid is weggevallen, werkt dit nog enige tijd door. Groen heeft een geluiddempend vermogen. Daarnaast is de aanwezigheid van groen van groot belang voor de wijze waarop wij lawaai en geluidsoverlast in onze omgeving ervaren. Mensen vinden geluiden geproduceerd door de natuur meestal aangenaam. Mechanische of motorgeluiden worden vaak als minder aangenaam ervaren. Groene daken dragen bij aan een acceptabeler geluidsniveau zowel binnen als buiten het gebouw. 24 werkdagen per jaar is het verlies per werknemer bij slechte akoestiek. DGBC Facility Managers European Facility Management Congres Praag. 127 Groen dempt lawaai Geluid wordt gemeten in decibel (dB). Een mens kan een verschil vanaf 3 decibel in geluidsterkte al waarnemen. Een verschil van 5 decibel kan een mens heel goed waarnemen. Als het geluid met 5 decibel wordt verminderd, wordt het geluid als twee minder hard ervaren door het menselijk oor. Groene daken verminderen het binnendringen van omgevingsgeluid. Dit hangt af van het soort begroeiing en het soort substraat. Hoe dikker de substraatlaag, hoe groter de massa en hoe beter de geluidsisolatie is. Een grondlaag van 20 cm kan reducties tot 46 decibel geven. Maar ook met een ‘gewoon’ sedumdak met een beperkte dikte zijn reducties van 3 tot wel 10 decibel haalbaar. Dit is binnen gebouwen dan merkbaar aan verminderde geluidsoverlast van autoverkeer, treinen of overvliegende vliegtuigen. Groene daken verminderen de weerkaatsing van het geluid met 3 decibel. Nog een reden dus waarom het interessant is om groen toe te passen in omgevingen met veel overlast van verkeer of andere hinderlijke geluidsbronnen. Een groen dak werkt verder ook goed tegen contactgeluiden van regen, hagel of vogels. Een groendak zorgt ook voor een vermindering van de trillingen van verkeer, mits de massa van het groendak groot genoeg is. Naast dikte is ook het vochtgehalte van het substraat van invloed. Daarom is de geluidsreductie geen constante en kan wisselen in de tijd. Droog substraat draagt meer bij aan geluidsreductie dan verzadigd substraat. Dit kan relevant zijn voor het toepassen van hellende groene daken op plekken met veel verkeerslawaai. Hellende groene daken hebben meestal een lager vochtgehalte. De indeling van de daktuin kan effect hebben op het ervaren van omgevingsgeluid. Door het toepassen van meer verharde delen of water wordt weer meer geluid weerkaatst. Hoeveel de geluiddemping in werkelijkheid precies zal zijn is niet eenvoudig aan te geven. Laat de beoordeling en berekeningen door een deskundig bureau uitvoeren. 128
Page 190
Groen kan het uitzicht op de geluidsbronnen wegnemen, wat op zich al een positief effect geeft op de ervaren geluidhinder. ‘Daktuinmuur’ Een afscheiding gemaakt van alleen klimop is niet voldoende dicht. Wil men beplanting inzetten voor geluidsdemping dan is een zeer dichte begroeiing nodig. Of het planten van een dikke rij of meerdere hagen achter elkaar. Bomen en struiken kunnen, eventueel in lichtgewicht constructies, op de dakrandzone geplaatst worden als een groene dakkroonomlijsting. Hierbinnen ontstaat een eigen microklimaat voor de beplanting en een sfeer van privacy met een aangenamer ervaren geluidsniveau midden in de stadse hectiek. Groene geluidswand Groene gevels en wanden dragen bij aan een acceptabeler geluidsniveau, zowel binnen als buiten het gebouw. Groene gevels voorkomen dat geluid weerkaatst tussen hoge gebouwen. Het straatgeluid dooft uit tussen de bladeren. Een voordeel van groene wanden is dat ze over een grote reeks aan frequenties een dempend effect hebben. Groene gevels houden 2,5 tot 3 decibel geluid van buiten tegen. 129 Groen kan ook binnen het gebouw tegen de wanden worden gebruikt om geluidsoverlast daar te reduceren. Als er in verblijfsruimten aantoonbaar aanvaardbare geluidsniveaus en privacy worden bereikt, kunnen hier punten mee behaald worden voor keurmerken voor gebouwen. Groene wanden in een gebouw kunnen ervoor zorgen dat geluid van binnen minder goed naar buiten kan. Zowel groene daken en groene gevels kunnen eraan bijdragen dat het geluid van het project in de gebruiksfase geen aanleiding vormt voor klachten over geluidshinder. Dit kan ook helpen bij certificeringen als bijvoorbeeld BREEAM, waarvoor het reduceren van geluidshinder een belangrijk criterium is. Het omringen van bebouwde terreinen met hogere beplanting kan ook geluiddempend werken. In de winter zal het effect van groen op geluidsoverlast door bladverliezende beplanting zeer beperkt zijn. Naaldbomen met dicht op elkaar staande takken kunnen het hele jaar door het geluid enigszins dempen. Grote, groene gebouwen hebben een positief effect op de geluidsbeleving in de omgeving. Hoe meer hoe beter. Zie voor meer informatie en praktijkvoorbeelden over geluid en groen de handleiding De Levende Tuin. 130
Page 192
Eetbare daktuin Inspyrium in Cuijk. Een inspirerende en rustgevende groene omgeving voor bezoekers en medewerkers. De beplanting staat in onderhoudsvriendelijke bakken van cortenstaal, gevuld met licht lavasubstraat. Dit kan veel vocht opnemen ter overbrugging van droge periodes en gemakkelijk water afvoeren bij verzadiging. Volgens onderzoek zijn bomen en struiken in staat om vooral geluid met een hoge frequentie te verminderen. Lage tonen worden vooral gedempt door de grond. Akoestiek Geluidsgolven kunnen, afhankelijk van het materiaal dat ze raken, worden opgenomen (geabsorbeerd), doorgelaten of teruggekaatst (gereflecteerd). Veel organisaties werken met open kantoortuinen. In deze ruimten met harde oppervlakten hebben we last van echo’s. Deze beïnvloeden de spraakverstaanbaarheid. In een kantooromgeving kunnen planten helpen om de akoestiek te verbeteren. Beplanting laat geluid door en reduceert zo de nagalmtijd die veroorzaakt wordt door het terugkaatsen van het geluid. De totale bladmassa is hierbij belangrijk. Losse beplanting en plantcombinaties voor betere akoestiek: • planten moeten bij voorkeur groot, gezond en goed ontwikkeld zijn • planten moeten bij voorkeur grote bladeren hebben • opstellingen met drie tot vijf planten lijken beter te werken dan afzonderlijke planten • meerdere plantenopstellingen in een ruimte lijken beter te werken dan een geconcentreerde opstelling op één plaats • het is effectiever planten naast wanden en in hoeken te zetten dan in het midden van een ruimte Uit onderzoek blijkt dat ongunstige akoestiek leidt tot onderlinge irritaties bij werknemers. 131 Planten zelf zijn geen goede geluidsabsorbeerders. Losse planten zorgen vooral voor een prettige omgeving en verminderen zo ook de ervaren geluidshinder. Ze dragen bovendien bij aan een gezondere lucht en betere luchtvochtigheid. Een groene wand heeft meer effect op geluidsreductie dan losse planten. Zowel qua nagalmtijd als geluidsabsorptie. Het substraat is een goede geluidsarsorbeerder voor frequenties tussen de 500 en 2000 Hz. Dit is juist het spraakgebied van de mens. Het gaat bij groene wanden om de combinatie plant, wand en substraat voor het beste effect. 132 Geluid heeft effect op onze productiviteit en leerprestaties. Mensen die in een stille omgeving (40 decibel) werken, presteren beter op geheugentesten (ruim 16%) en beter op rekentesten (bijna 40%) dan in een omgeving met 65 decibel aan geluid.
Page 194
Een moswand werkt ook tegen het nagalmen van geluid. Mos is van nature geluidsabsorberend. Als het wordt gemonteerd op panelen met extra isolatiemateriaal, absorbeert dit het geluid nog meer. Aantrekkelijke groene geluiden Groen draagt nog op een andere manier bij aan het verminderen van de ervaren geluidsoverlast. Het produceert namelijk direct (door het ruisen van bomen en struiken) of indirect (door het aantrekken van fluitende vogels) voor ons aangename geluiden. Denk ook aan de wind die op een daktuin door de grassen blaast en stadsgeluiden maskeert. Het lawaai van het verkeer of de industrie wordt meestal niet overstemd door deze natuurgeluiden. Wel maken groene geluiden het lawaai minder opvallend. Het is belangrijk om aandacht te hebben voor deze bewezen effecten van groen op onze geluidsbeleving en het ervaren van geluidshinder. De aanwezigheid van water in de omgeving geeft ons ook onbewust een gevoel van veiligheid. Als we groen en water tegelijkertijd zien en horen, versterkt dat de positieve beleving en vermindert het stress. ADAC Duitsland: gecombineerde water- en groenwand. Water loopt hier in een gesloten systeem langs een glazen wand en neemt daarmee veel fijnstof op, koelt de lucht en zorgt voor een hogere luchtvochtigheid in de ruimte. Dat laatste heeft een mooi neveneffect: vochtige lucht is sneller op temperatuur. Dit scheelt 6% in de energiekosten. Daarbovenop heeft water ook een gunstig akoestisch effect. 133 De roomdivider is volledig circulair. De planten zijn geselecteerd op maximale filtereigenschappen. Minder hinder bij groen uitzicht Uit onderzoek blijkt dat een visueel prettige groene omgeving maakt dat we minder aandacht hebben voor hinderlijke achtergrondgeluiden. Kwalitatief groen trekt mensen aan. De aanwezigheid van mensen om ons heen kan ons gevoel van veiligheid versterken. Een groene omgeving met mensen voelt prettiger aan waardoor lawaai als minder hinderlijk wordt ervaren. Geluid afkomstig van wegverkeer wordt als minder storend ervaren als het wegverkeer niet zichtbaar is. Groen kan hiervoor worden ingezet. Groen draagt zowel binnen als buiten het gebouw bij aan een acceptabel geluidsniveau. 134
Page 198
O In Nederland ervaart één op de zeven medewerkers burn-outklachten. Daar zijn relatief veel jongeren bij tussen de 25 tot 35 jaar. We zijn (nog) niet ingesteld op zoveel onnatuurlijke stimuli in de bebouwde omgeving. Stadsmensen hebben veel baat bij meer groene en natuurlijke prikkels. Uit diverse onderzoeken blijkt dat het zien van beplanting stress vermindert en dat we in een groene omgeving sneller herstellen van spanning. Al binnen vijf minuten in het groen zakt ons stressniveau. Groen draagt bij aan prettige en ontspannen werk- en leerplekken. Ook in en om ziekenhuizen, verzorgingstehuizen en overige klinieken heeft groen een stressreducerend effect op patiënten en personeel. Een ontspannend groen en blauw uitzicht. Een doorlopende plantenbak met een daarin verankerde pergola met klimplanten, een loungebank met ingebouwde bergruimte en een ligbankje. Ook is een kruidentuin gerealiseerd. 135  Zie ook Groene ontspanning De ontspanning die we ervaren, heeft sterk te maken met de zich telkens herhalende patronen in de natuur die we overal terugvinden in bomen, takken en bladeren. Het kost ons weinig inspanning om aandacht te hebben voor de natuur en erin te verblijven. Natuurlijke stimuli zoals het zien van bloemen of vlinders trekken onze aandacht zonder dat dit veel moeite kost en werken zo ontspannend. tabblad Uitzicht en kleur. De chemotuin van het ziekenhuis Tergooi in Hilversum is een halfopen paviljoen met uitzicht op de tuin. Het is gemaakt van eikenhout met een glazen dak. Tijdens de behandeling zitten patiënten beschut in strandstoelen tussen kleurrijke en geurende beplanting. En tussen vlinders en vogels waar speciale voorzieningen voor zijn getroffen in de houten constructie. Patiënten ervaren minder stress, meer privacy en meer mogelijkheid om op zichzelf te zijn. Groen ontwerpen  Zie ook tabblad Uitzicht en kleur. Onderzoek laat zien dat uitzicht op groen bijdraagt aan herstel en eerder ontslag van ziekenhuispatiënten. En minder gebruik van sterke pijnstillers. 136
Page 200
Helende omgevingen veroorzaken een lagere hartslag en een rustiger hersengolfpatroon. Dit en andere onderzoeken hebben geleid tot het ontwerpen van meer helende omgevingen. Evidence Based Design (EBD), het ontwerpen gebaseerd op inzichten uit de wetenschap en/of in de praktijk bewezen, wint steeds meer aan terrein. Dat geldt ook voor Biophilic Design of biofilie, wat uitgaat van de biologische behoefte van de mens om (nog steeds) in contact te staan met de natuur. Behalve in de zorg zijn de principes ook goed toepasbaar in het onderwijs of in andere omgevingen. Zorg en herstel Het zien van en het zijn in groen is een prettige afleiding en bevordert positieve gevoelens en een toename aan energie. Zowel bij volwassenen als kinderen verminderen gevoelens van pijn. Op plekken in de zorg waar ontspanning belangrijk is, zoals in wachtkamers, spreekkamers of behandelruimten, kan groen veel bijdragen aan het verminderen van stress. Wachtruimte Erasmus MC in Rotterdam. Het vele groen in de centrale as en atria biedt een prettige rustgevende sfeer en creëert tezamen met de zitelementen intieme plekken die een welkome afleiding zijn voor patiënten, bezoekers en studenten. Bij een academisch ziekenhuis komen mensen vaak van ver en zijn lang van tevoren aanwezig. Er wordt gewerkt met een zogenaamde ‘getrapte’ wachtbeleving, waarbij groen is ingezet voor een aangenamere eerste wachtbeleving. 137 Verpleegkundigen die dagelijks hun pauze doorbrengen in een (dak)tuin van het ziekenhuis in plaats van binnen hebben minder kans op burn-outgerelateerde klachten, zo blijkt uit onderzoek. In de zorg kunnen aantrekkelijke daktuinen of groene binnenruimten fijn zijn om even tot rust te komen. Voordeel is dat men dan tevens even beweegt. Ervaring leert dat ook stressbestrijding het belangrijkste winstpunt is van helende tuinen voor patiënten met een psychiatrische stoornis. Kleur De kleur groen staat voor veilig, natuurlijk en rustgevend. Kleuren kunnen ingezet worden om de gewenste beleving te versterken in plaats van alleen kleurgebruik op basis van trends. Koele kleuren (blauw, paars en wit) zijn goed voor een meer ontspannen sfeer. Warme kleuren (geel, oranje en rood) zorgen voor een meer stimulerende of actieve sfeer. Dit zijn tijdloze principes en dus duurzaam om te gebruiken. Blauw Naast een blauwe kleur kan ook het zien van water of het horen van natuurgeluiden (een stromend beekje of een klaterende fontein) ons een veilig en ontspannen gevoel geven. Dit is ook biofilie, een oergevoel van veiligheid: er is water in de buurt. Daarnaast kunnen hinderlijke achtergrond- of stemgeluiden hiermee worden gemaskeerd. Ook ruisende bomen en zingende vogels geven ons een rustig gevoel. Appartementencomplex Aquaradius in Hoofddorp. Rustgevende gemeenschappelijke atriumtuin met waterpartij.  Zie ook tabbladen Geluid en Geur.  Zie ook tabblad Uitzicht en kleur. 138
Page 202
Totaalbeleving Het kijken naar een afbeelding van groen of virtueel groen kan ook al stressverlagend werken. Op de lange termijn werkt het beter om écht in het groen te zijn. Daarnaast heeft groen een positief effect op onze andere zintuigen zoals horen, ruiken en voelen. Zie voor veel meer inspiratie en voorbeelden tabblad Uitzicht en kleur. Daarnaast heeft Ontspannen ook relaties met de thema’s Geluid, Geur, Biodiversiteit, Duurzame materialen en Veiligheid. Totale ontspanning Kuuroorden en wellnesscentra staan voor een relaxt verblijf. Groen is bij uitstek geschikt om hier zoveel mogelijk toe te passen. Ook in behandelruimten of plekken voor yoga of meditatie. Combineer de plek met rustgevende geuren en kleuren van de beplanting. 139 De kleur groen is voor onze ogen zeer ontspannend. Helemaal bij veel beeldschermwerk. Studeren in de groene bibliotheek in Schiedam. Werken en leren Technische ontwikkelingen bieden allerlei voordelen. Toch kunnen we chronisch overbelast raken doordat we continu geconcentreerd bezig zijn met social media, smartphones en schermen. De mentale gezondheid van werknemers wordt steeds belangrijker gevonden. De HRM-manager heet tegenwoordig ook vaak Chief Hapiness Officer (CHO). Waar het voorheen eerder ging om de hoeveelheid stoelen die we kwijt konden op de werkplek, gaat het nu vooral om het creëren van gezonde en prettige werkplekken. En om betere gebouwen voor minder stress en meer welzijn. Binnengroen is een van de eenvoudigste maatregelen die bijdragen aan mentale en fysieke gezondheid waar zelfs geen gedragsverandering van de mens voor nodig is. Millennials (geboren tussen 1980 en 2000) geven de voorkeur aan een meer huiselijke ontspannen omgeving boven een te zakelijke uitstraling.  Zie voor meer voorbeelden ook tabblad Ontmoeten. 140
Page 204
In de stad beschikt men vaak over een beperkte woonoppervlakte en niet over een tuin. Millenials gaan voor mini en natuurlijk binnengroen. Ook levende daken en levende muren buiten spreken hen aan. In combinatie met speciale verlichting is het mogelijk op meer plekken groen te realiseren.  Zie ook tabblad Luchtkwaliteit. Op de voorgrond een levend schilderij met speciale verlichting waardoor groen toepasbaar is onafhankelijk van de daglichtsituatie. Het levende schilderij is ook een combinatie met ventilatie om actief de lucht te zuiveren. Ook minimomentjes van uitzicht op groen werken herstellend op de leer- of werkplek. Dagelijkse natuurmomenten van een paar minuten verspreid over de dag hebben al een positief effect op ons welbevinden. Uit onderzoek blijkt dat het herstellend effect van de natuur achteraf groter is dan vooraf. Dus telkens na een poosje gewerkt te hebben is het goed om groene pauzemomenten in te lassen. Zorg voor een aantrekkelijke groene binnenruimte of daktuin die werknemers of studenten kunnen gebruiken om even tot rust te komen of zich weer op te laden in de pauze. 141 Bij renovatie van het appartementencomplex ‘De Boel’ te Amsterdam heeft de vastgoedbelegger een gemeenschappelijke daktuin aan laten leggen. Bewoners genieten van een ontspannen sfeer midden in de stad. Doordat de beplanting hoog is zijn er privéplekjes gecreëerd en zit je als bezoeker van het dak snel beschut. Wachten Op stations en vliegvelden kan groen bijdragen aan een moment van onthaasten tussen alle reishectiek. De reistijd die vaak bestaat uit veel wachten, is te verrijken met een groenbeleving.  Zie ook Planten in wachtruimten en uitzicht op groen verminderen stressgevoelens en dragen bij aan een aangenamere wachtbeleving. tabblad Uitzicht en kleur. Erasmus MC Spoedeisende hulp. Twee patio’s met groene beplanting. Dankzij het bovenliggende atrium reikt het groen en daglicht tot diep in de wachtgebieden in het souterrain. Natuurlijk daglicht en uitzicht op groen versterken elkaar voor een rustgevend effect. 142 Groene wand, Eneco Rotterdam.
Page 208
P e Medewerkers zijn steeds meer kenniswerkers. Ze hebben prettige gezonde omgevingen nodig om informatie te kunnen verwerken, te kunnen samenwerken en te innoveren. Planten in de werk- of leeromgeving verbeteren de luchtkwaliteit. Ze verminderen hoofdpijnklachten, stress, problemen met luchtwegen en hart- en vaatziekten. Dit resulteert in minder ziekteverzuim. Groen stimuleert onze concentratie en creativiteit. Het verbetert de akoestiek en vermindert de geluidshinder die we ervaren. Al deze effecten samen leiden tot een verhoging van de productiviteit en leerprestaties. Medewerkers van callcenters verwerken de vragen 7 tot 12% sneller bij uitzicht op groen, zo blijkt uit onderzoek. 143 Binnentuin in de voormalige korenbeurs. Groene lees- en studeerplekken in de bibliotheek van Schiedam. Leren Onderzoek maakt duidelijk dat een groene omgeving kan helpen om de aandacht bij de les te houden. Een groene plantenwand in de klas vergroot het concentratievermogen van de leerlingen en leidt tot een betere aandacht. Planten of bloemen in het klaslokaal doen dat ook. Verder kunnen planten in het klaslokaal eraan bijdragen dat jongeren zich socialer gedragen en zich minder vaak ziek melden. Uitzicht op groen vanuit het klaslokaal draagt bij aan een sneller herstel van het concentratievermogen. Hierbij lijkt belangrijk dat dit niet alleen een ‘kale’ grasvlakte is.  Zie voor meer inspiratie tabblad Uitzicht en kleur. In een praktijktest in acht basisschoolklassen verbeterden de schoolprestaties met 20% nadat planten in de klas geplaatst werden. Campus 013 Tilburg. In het ontwerp is meegenomen dat de leslokalen en de docentenkamer uitzicht bieden op de binnentuin. 144
Page 210
Een groener schoolterrein en groenere buitenruimte daaromheen gaan gepaard met een betere cognitieve ontwikkeling (werkgeheugen en concentratievermogen). Dit geldt ook voor een groen schoolplein op het dak van de school. Arbeidsproductiviteit Een studie liet zien dat met veertig seconden kijkpauze op een groen dak versus een zwart dak, degenen met uitzicht op een groen dak minder fouten maakten bij computertaken. We verblijven dagelijks het grootste deel van de dag in een gebouw. De werkomgeving heeft een groot effect op ons welzijn, werkplezier en productiviteit. De mentale gezondheid van werknemers wordt steeds belangrijker. Daarmee groeit de behoefte tot het creëren van gezonde gebouwen die leiden tot minder stress.  Zie ook het tabblad Ontspannen. www.natuurlijkwerkt.nl Vergelijk de verzuimcijfers van uw organisatie met die van uw eigen sector en bekijk de effecten van vier natuurlijke interventies. Uit onderzoek blijkt dat investeren in een groene kantooromgeving loont (hogere productiviteit en aanwezigheid). Bij een afname van het ziekteverzuim met 1% is de investering in één jaar terugverdiend. 145 Eén plant per persoon is al voldoende om de prestaties te verbeteren voor meer complexe taken. Planten in het zicht werken het beste voor een hogere productiviteit. Vooral creatieve taken worden beter uitgevoerd in de aanwezigheid van planten. Creativiteit is in de huidige samenleving van innovatie steeds belangrijker. Het gaat hierbij vooral om de kleur groen. Sky Garden bij het ministerie van Economische Zaken. Daglichttoetreding in combinatie met een groene wand voor een gezonde werkomgeving. We gaan steeds meer van flexplekken naar projectplekken met wisselende projectteams. In open ruimten kunnen plantenwanden en plantenbakken goed gebruikt worden als afscheiding. Er zijn vele verrijdbare of eenvoudig verplaatsbare groene scheidingswanden en plantenbakken verkrijgbaar voor flexibele opstellingen. Kopers en gebruikers letten steeds meer op gezondheid, welzijn en productiviteitsaspecten bij de beoordeling van een gebouw. Een bepaalde mate van privacy wordt als prettig ervaren. Mensen delen vaker informatie en zijn minder snel geïrriteerd. Uit onderzoek blijkt dat de productiviteit 15% hoger ligt in een kantooromgeving met planten dan in ruimtes zonder planten. Mensen voelen zich meer alert en gefocust. Een productieve werkomgeving zorgt voor een goede balans tussen privacy en communicatie. Groen kan hierbij goed ondersteunen. 146
Page 214
Ontspannen overleg in het groen op een daktuin tussen meerstammige bomen. Deze geven door hun vorm al snel een natuurlijke beschutting. In ruimten met weinig ramen kunnen planten (in combinatie met speciale verlichting) ook leiden tot een hogere werktevredenheid, evenals beplanting in productieomgevingen. Planten kunnen ook gebruikt worden om het kantoor meer te personaliseren door een eigen uitgekozen plant. Dit leidt tot een grotere betrokkenheid en werktevredenheid. Lely Campus Maassluis. Bomeneiland in de assemblagehal. Het personaliseren van de werkplek stelt mensen in staat om hun eigen identiteit te laten zien en vermindert mentale vermoeidheid. 149 Preferentie voorkeur groen in de werkomgeving 2019 Pilot innovatief groen SIGN RVO Verhogen planten in de werkomgeving uw welbevinden? 40,6% Nee, integendeel Nee, hoeft van mij niet Maakt geen verschil Ja, ik heb liever planten om me heen 40,6% 12,5% Ja, ik vind het veel prettiger werken in een groene werkomgeving Hoeveel groen zou u in uw werkomgeving willen hebben? Geen 28,1% 43,8% 15,6% Een kleine plant Een grote plant Een groep grote planten Een urban jungle vol planten Thuiswerken Met uitzicht op gevarieerd en kleurrijk groen vanuit de werkkamer werkt men thuis ook productiever. En met meer werkplezier. Planten in de werkkamer verminderen stress en verbeteren de concentratie. Uitzicht op natuurlijke elementen, zoals groen en water, worden als prettig ervaren.  Zie voor meer inspiratie tabblad Uitzicht en kleur en tabblad Ontspannen. Persoonlijke werkplek van Patrick Blanc, pionier op het gebied van groene gevels. 150
Page 218
O Ontmoetingen in het groen verlopen prettiger en nodigen uit tot andere gesprekken. Dat maakt groene ruimten zeer geschikt voor de zorg en ook voor het onderwijs, het bedrijfsleven en de horeca. Openbare daktuinen in de buurt nodigen uit tot ontmoeten. Ondanks dat we in een dichtbevolkt land wonen, komen eenzaamheid en sociale isolatie vaak voor, zeker in grote steden. Mensen voelen zich meer verbonden in een groene omgeving. Ze gedragen zich ook socialer tijdens of na een verblijf in het groen. We zien steeds meer gebouwen met gemengde functies. Verschillende functies en meer groen vergroten de kans op ontmoeten en versterken de sociale samenhang. In dit hoofdstuk vindt u een grote variatie aan groene ontmoetingsplaatsen. Met name voor ouderen lijkt de ontmoetingsfunctie van belang. Groene binnenruimten bevorderen korte pauzes en zijn zeer goed bruikbaar voor een kort wandeloverleg. Een belangrijke groene ontmoetingsplaats: bij het koffiezetapparaat. 151 Schakel een constructeur met een deskundige groenprofessional in voor het maken van constructieberekeningen en een goed ontwerp. Bevorder een lange verblijftijd; dit vergroot de kans op toevallige ontmoetingen. Denk bijvoorbeeld aan bankjes rond een centrale plek in het groen waar iets te beleven valt. Verblijfsdak In de verdichte stad met schaars grondoppervlak kunnen daken worden ingezet als extra gebruiksruimte. Dat biedt mogelijkheden om een terras, schoolplein, speeltuin, sportveld, zwembad of zelfs een extra tentoonstellingsruimte op een museum te creëren. Een gebruiksruimte op het dak stelt wel specifieke eisen aan de constructie. Deze dient naast het eigen verzadigd gewicht ook de variabele belasting door personen (250 kg/m2 ) te kunnen dragen. Vergunning Voor de aanleg van een verblijfsdak moet een bouwvergunning worden aangevraagd bij de gemeente, bijvoorbeeld voor het maken van een deur naar het dak en het plaatsen van balustrades. Daarvoor moet een bouwtekening van het dak (oude en nieuwe situatie) en een constructieberekening worden aangeleverd. U kunt bij de beoordeling van de plannen onder andere te maken krijgen met: • Bestemmingsplan of Omgevingsplan (vrijstelling maximale bouwhoogte) • Welstandscommissie (zicht vanaf de straat) • Monumentenzorg • Burgerlijk Wetboek (rechten van de buren op privacy) • Waterwet (dimensies waterafvoer, eisen aan buffering water op eigen erf) • Flora- en faunawet • Arbowet (veiligheidsvoorzieningen op het dak) Combinaties Als de dakconstructie niet overal dezelfde draagkracht heeft, kan met verschillende combinaties van opbouw worden gewerkt. Boven de dragende delen van het dak kan bijvoorbeeld een terras worden gemaakt. Ook zwaardere begroeiing, plantenbakken en pergola’s met klimplanten zijn daar mogelijk. De delen met minder draagkracht kunnen bijvoorbeeld met sedum worden beplant. Het komt vaak voor dat de daktuin niet tot de dakrand mag lopen, maar een stuk terug moet wijken. De balustrade van het beloopbare deel van het dak wordt dan voor de veiligheid op enige afstand van de dakrand aangebracht. In bepaalde situaties wordt deze eis ook gesteld om te voorkomen dat buren last krijgen van inkijk of minder daglicht. Of om technische redenen, zoals kans op schade door wind of regen. Qua beplanting en onderhoud is een daktuin vergelijkbaar met een tuin op het maaiveld. 152
Page 220
Daktuin met een volglazen balustrade en uitzicht op de beplanting buiten de balustrade en op de stad. Collectieve daken Ga voor een collectieve groene strook die de privédaktuinen verbindt. Deze maakt het kinderen en volwassenen mogelijk om elkaar te bezoeken. Bij de ontwikkeling van collectieve daktuinen omringd door hoge gebouwen (en dus veel schaduw), kan men bijvoorbeeld een daktuin positioneren voor meer gebruik tijdens de middag of avond en/of juist meer voor ochtendontmoetingen, afhankelijk van de wensen en de oriëntatie op de zon. Projecten waarbij de bewoners gezamenlijk de aanleg, het onderhoud en eventuele activiteiten in het groen verzorgen, leiden tot meer sociale interactie. Een groenprofessional kan helpen met een plan van aanpak en de begeleiding. Moestuinieren in een gemeenschappelijke daktuin draagt bij aan een beter sociaal klimaat en het welzijn van de gebruikers.  Zie ook het tabblad Voedsel en bloemen. Houthavens Amsterdam. Acht particuliere daken zijn tegelijk omgetoverd tot acht daktuinen met een collectieve groene strook. 153 Hooggelegen daken op openbare gebouwen kunnen getransformeerd worden tot exclusief uitkijkpunt. DakAkker op het Rotterdamse Schieblock. Het dak heeft een sociale functie: een groot aantal vrijwilligers uit de buurt werkt op het dak. Honderden Rotterdamse schoolkinderen komen er om te leren over gezond voedsel, water(opvang), groene daken en bijen houden. Het dak levert ook werkgelegenheid op: in de bistro ‘Op het dak’ werken mensen in de horeca. Het dak is inmiddels een toeristische trekpleister en staat vermeld in de Lonely Planet. De effecten van groen op de sociale samenhang spelen vooral op relatief korte afstand. Een klein (veilig en aantrekkelijk) buurt(dak)parkje is in dit opzicht vaak effectiever dan een groot stadspark. Het gaat erom dat men vooral medebuurtbewoners tegenkomt.  Zie ook het tabblad Veiligheid. SKY Garden op 155 meter hoogte. Op plekken waar veel mensen samenkomen, draagt groen bij aan socialer gedrag en een gevoel van veiligheid. 154
Page 228
B en Een derde van de volwassenen beweegt te weinig volgens de Nederlandse norm voor gezond bewegen. Veertien procent van de jeugd in Nederland heeft overgewicht. We worden ouder maar verkeren in die extra jaren vaak niet in een betere gezondheid. Ons zittend gedrag in de huidige maatschappij is een grote risicofactor. Meer bewegen draagt sterk bij aan een betere gezondheid, ook op latere leeftijd. We kunnen onze gebouwen zo ontwerpen en inrichten dat actief gezond gedrag wordt gestimuleerd. Gezond gedrag is gemakkelijker als er ook wordt genoten. Uit onderzoek blijkt dat bewegen in het groen een goede combinatie is van genieten en gezondheid. Ook is aangetoond dat in omgevingen die uitnodigen tot meer bewegen medewerkers zich 71% gezonder, 36% gelukkiger en 65% energieker voelen. Een aantrekkelijke daktuin of groene binnenruimte nodigt uit tot meer bewegen. Een groen schoolplein op hoogte. 159 Geef duidelijk de route of toegang naar de trappen aan. Vaker de trap We kunnen trappen en trappenhuizen zo inrichten dat deze aantrekkelijk(er) worden om te gebruiken. Op een natuurlijke wijze worden medewerkers en bezoekers verleid tot meer bewegen. In plaats van standaard de lift te gebruiken. Dikwijls bevinden trappen zich in de buurt van de entree van het gebouw. Een groene uitstraling als visitekaartje zorgt dan meteen voor een welkome ontvangst of duurzame uitstraling. Is in verkeersruimten de grondoppervlakte beperkt, dan is met hangend groen of groene wanden toch veel mogelijk. Een trappenhuis kan ook aan de buitenkant worden vergroend. Het geeft een mooi accent én nodigt uit tot meer gebruik van de trap. 160 Een groen gevelsysteem kenmerkt zich door minimaal watergebruik en een relatief laag gewicht. Het is onderhoudsarm, lekvrij en ongevoelig voor storingen. Bij ontmanteling is het volledig recyclebaar.
Page 230
Groene zittrappen Bij meer ruimte kunnen trappen en groen geïntegreerd worden en tevens ruimte bieden aan prettige zitplaatsen in het groen. Actief kantoordesign Staand vergaderen is een methode om de vergaderduur te beperken. Dit kan bijvoorbeeld aan statafels met groen of aan een groene wand. Het groen zelf draagt ook bij aan een hogere productiviteit. In de nis aan een gezonde en prettige wand kan met zijn tweeën staand worden overlegd, staand worden gebeld of met een laptop worden gewerkt. Aantrekkelijke looproutes Om mensen binnen gebouwen de juiste richting te wijzen, wordt vaak gebruik gemaakt van bebording. Visueel kan de logische route ondersteund worden door gebruik te maken van beplanting. Belangrijk is daarbij wel dat de beplanting langs de route anders is dan de beplanting in de overige ruimtes. Beplanting langs looproutes maakt ook het lopen naar bijvoorbeeld de printer of koffiemachine aangenamer. 161 Groene routing gecombineerd met verlichting in een verpleegtehuis. Lopen door de jungletoppen: vakantiebeleving in Hotel Jakarta. Groene ontmoetingen Inspirerende groene plekken, zowel binnen het gebouw als op het dak, kunnen mensen aanzetten om zich te verplaatsen om hier met andere collega’s of medestudenten te ontmoeten. Bewegen draagt niet alleen bij tot een vermindering van obesitas en kans op depressie. Het leidt ook tot verbetering van cognitieve en motorische ontwikkeling. En het zorgt voor een beter humeur. Als medewerkers of studenten zich vaker verplaatsen, stimuleert dit informele ontmoetingen met anderen. Het blijkt dat juist deze spontane en informele ontmoetingen leiden tot innovatie en creativiteit. En ook tot een beter sociaal klimaat op de werkvloer of in de leeromgeving.  Zie ook tabblad Ontmoeten. 162
Page 238
V Mensen voelen zich veiliger en gelukkiger in een groene omgeving. Agressie en geweld komen minder vaak voor in omgevingen met groen. Mensen voelen zich veiliger naarmate de hoeveelheid groen toeneemt. De perceptie van veiligheid stijgt dan van 86% naar 89,3%. Dit is belangrijk voor gebouwen waar veel mensen samenkomen. En in sterk verdichte steden. In dit thema vindt u een aantal aandachtspunten voor het veilig toepassen van groen op, aan en in gebouwen. En tips voor het voorkomen en verminderen van schade door bijvoorbeeld vandalisme, criminaliteit, UV-straling en wind. O2 Arena Londen. Kant-en-klaar levend bouwhek. Deze enorme afscheiding was tijdens de Olympische Spelen nodig om bezoekers af te schermen van de constructiewerkzaamheden op een nabijgelegen bouwplaats. De levende wand van 150 meter lang en 8 meter hoog werd in een week geïnstalleerd en is demontabel en remontabel. De groene wand behoeft weinig onderhoud en staat er nog steeds. 167 Groene balustrade en borstwering ineen. Dubbel doel Groene wanden en plantenbakken lenen zich bij uitstek voor het vervullen van meerdere functies. Uitzicht op groen draagt dan ook bij aan (een gevoel van) veiligheid. World Horti Center Naaldwijk. De hoogteverschillen van de zittrap zijn net beneden de één meter gehouden. Hierdoor is geen extra doorvalbeveiliging nodig. Plantenbakken dienen als natuurlijke balustrade en bieden tegelijk privacy. Daar het hier een leeromgeving betreft, worden de plantenbakken afwisselend gevuld voor educatieve of presentatiedoeleinden. Veilig voelen Het is prettig om te verblijven in ruimtes die met zorg zijn vormgegeven, een menselijke maat hebben en goed zijn onderhouden. Dat trekt mensen aan wat zorgt voor een gevoel van verbondenheid. Men is dan ook eerder geneigd elkaar aan te spreken op wangedrag. Voor de perceptie van veiligheid kan groen overal worden toegepast. Voorwaarde is wel dat de begroeiing niet te dicht is zodat de zichtbaarheid behouden blijft. Juist op plekken die veelal als minder prettig worden ervaren, kan meer en goed onderhouden groen de beleving sterk verbeteren. Ook kan meer groen mensen verleiden tot meer bewegen in de omgeving. Dat draagt ook weer bij aan minder vandalisme en criminaliteit.  Zie ook tabblad Bewegen en spelen. 168
Page 240
Beschutte plekken geven een veilig gevoel. Het is daarbij wel zaak om in het ontwerp aandacht te houden voor de menselijke maat en uitzicht op de omgeving. Verwaarlozing van het groen vermindert de sociale veiligheid. Een slechte onderhoudstoestand wordt door criminelen gezien als het ontbreken van sociale controle. Men kan er dus ongestoord zijn gang gaan.  Zie ook het tabblad Uitzicht en kleur. Parkeergarage met een groene mantel van klimop. De parkeergarage is vaak de eerste en laatste plek die bezoekers en medewerkers zien van een bedrijf, instelling of stad. Voor een positieve beleving en gevoel van veiligheid kan groen worden ingezet. 169 In buurten waar Minder criminaliteit Groene omgevingen nodigen mensen uit, wat criminelen afschrikt. In omgevingen met groen komt 42% minder criminaliteit voor dan in omgevingen zonder groen. Waar minder criminaliteit is, is minder politie nodig. Op grote gebouwen zien we steeds vaker openbaar toegankelijke dakparken. Door aantrekkelijke daklandschappen aan te leggen kan een ontmoetingsplek ontstaan die de sociale cohesie in de wijk bevordert. Dat maakt de leefomgeving veiliger. Inbraak Sommige klimsteunen voor planten zijn door inbrekers te gebruiken om bij bovenverdiepingen te komen. Ook kinderen kunnen erop proberen te klimmen. Wanneer dit risico bestaat, kan gekozen worden voor een klimsteun van verticaal opgespannen draden. Daarop kan een niet sterk verhoutende klimplant wordt gezet, bijvoorbeeld clematis of hop. Ook doornige klimmers als rozen zijn goede inbraakwerende planten. Een andere optie is het toepassen van gevelpanelen zonder metalen raster aan de voorkant. Of systemen met kleine of juist heel grote rasters, wat het beklimmen moeilijker maakt. woningcorporaties groene projecten ontwikkelen, gaan de sociale cohesie en de contacten tussen bewoners er enorm op vooruit. 170
Page 242
Hangend groen is ook een oplossing voor glazen gevels. Vergroening kan ook ‘van boven’ komen. Denk aan hangplanten vanaf een hogere verdieping. Hangende twijgen kunnen zich beter herstellen van beschadiging dan de hoofdstam. Hangend groen is ook een oplossing voor glazen gevels. Groene gevels geven de buurt een prettige uitstraling en beter gevoel van veiligheid. Vandalisme Als iets mooi aangelegd is en goed wordt onderhouden, gaat dit vandalisme tegen. Begroeiing op gevels is een bewezen middel tegen graffiti. De kwaliteit van de leefomgeving neemt ook toe. Op plaatsen waar veel vandalisme voorkomt kan de voet van jonge klimplanten beschermd worden met gaas of stekelige struiken. In een onderwijsomgeving kunnen groene gevels en groene wanden een positief effect hebben op het sociale gedrag van leerlingen. 171 Begroeide muren zijn altijd droger dan nietbegroeide muren. Schade aan de gevel Vaak wordt nog gedacht dat gevelbegroening schade aan de gevels toebrengt. Inmiddels is dit idee achterhaald. Klimplanten hechten niet meer dan een millimeter in de gevel, dit veroorzaakt dus geen directe schade. Alleen bij oudere gevels met kalkvoegen of scheuren kan eventueel schade ontstaan door klimplanten. Moderne gevels met harde stenen en voegen geven geen problemen. Klimplanten beschermen de gevel juist tegen regen en nemen vocht van de muur op. Een muur achter klimplanten is vrijwel altijd droog. Gevelgroen als klimop en wingerd werkt als een regenjas. Ook gevelgroen in de vorm van gevelpanelen is zo ontworpen dat er voldoende ventilatie is en geen vochtschade ontstaat. Schade op het dak Een groen dak beschermt de dakbedekking tegen de inwerking van de temperatuur en UV-straling door de zon, waardoor het twee keer langer meegaat. De beplanting neemt water op. De kans op lekkage en waterschade is daardoor veel kleiner. Verzekeringsmaatschappijen spelen hierop in door groene daken juist te stimuleren. Nadeel is dat mocht er wel lekkage zijn van een groendak, dit tijdrovend en kostbaar is om op te sporen. Daarom is het zaak bij aanleg een groenprofessional in te schakelen. Die werkt met op elkaar afgestemde systemen. Veelal werkt hij samen met partijen die bij aanleg een productgarantie van circa 10 jaar afgeven. De meeste multifunctionele en groene daken gaan veel langer mee. Iedere daktuin en iedere locatie zijn maatwerk. Vraag een deskundige groenprofessional om advies. 172
Page 244
TIP Werk druppelleidingen van het beregeningssysteem onzichtbaar weg om het hufterproof te maken. Wind Hoe hoger de daktuin, hoe meer invloed van wind. Ook bij daktuinen op het maaiveld tussen hoge gebouwen kunnen valwinden voorkomen. Bij het kiezen van bomen voor een daktuin is het raadzaam om soorten die gevoelig zijn voor takbreuk te vermijden. Dat geldt ook voor bomen met een lange rechte stam. Beter is het te kiezen voor meerstammige bomen of bomen die door hun vorm minder wind vangen. Selecteer vooral bomen met een niet te grote en vrij open kroon en niet teveel bladmassa. Struiken op stam zijn ook geschikt. Let ook op de grootte van de boom. Vooral soorten tot 6 meter (derde grootte) zijn geschikt. Kleinere bomen zijn te verankeren met een contragewicht. Grotere exemplaren kunnen vastgemaakt worden aan de bewapeningsmat. Daarnaast is het belangrijk te kiezen voor bomen met een goed dicht wortelgestel. Een begroeide gevel geeft afhankelijk van de ontwikkeling van de beplanting een belasting in gewicht en groeidruk op de gevel. Ook wind heeft effect op gevelgroen. Hoe meer luchtdoorlatend de beplanting, hoe minder effect. Hulpdiensten Bij grotere berijdbare dakparken bovenop bijvoorbeeld parkeergarages kan het zijn dat in noodgevallen ambulances of brandweerwagens het dak op moeten. Of auto’s om gasten af te zetten bij de ingang van het hotel. Dit stelt bijzondere eisen aan de draagkracht en de opbouw van de daktuin. Rijden of bochten nemen, levert extra belasting op. De ervaring leert dat voor dit gebruik het aan te raden is om drainagematten toe te passen van extra zware kwaliteit. Werken op hoogte Om een groendak aan te leggen en te onderhouden moet erop gelopen worden. Dat stelt eisen aan de bereikbaarheid, de draagkracht en de veiligheid. Lichtkoepels, dakramen en op het dak geplaatste installaties kunnen valgevaar opleveren. Belangrijk is dat er duidelijke instructies en afspraken over dit soort werk worden gemaakt. Zoals over het snoeien van bomen en gebruik van aanlijning. Zorg ook voor de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen en houd rekening met de weersomstandigheden waarbij er niet meer op het dak gewerkt kan worden.  Zie tabblad Bodem.  zie Bomenfilter (www.vdberk.nl/bomen) of Tree Ebb (www.ebben.nl/nl/treeebb/) voor geschikte bomen op daktuinen.  Check de Arbocatalogus geschreven door Branchevereniging VHG en Stigas. 173 Groene gevelsystemen met de hoogste classificatie van brandwerendheid zijn zelfs toegestaan in vluchtroutes. Veiligheidsmaatregelen zijn verplicht vanaf 2,5 meter hoogte, dus ook voor aanleg en onderhoud van groene gevels en wanden.  Zie verder tabblad Onderhoud. Brand en groendak Het risico dat een bitumendak vlam vat, is 18 tot 24 keer groter dan een goed onderhouden groendak. Een dak met anorganisch substraat en vetplanten heeft een laag brandrisico. Water op een dak werkt ook brandvertragend. Bij daken met veel dor materiaal in de winter, zoals bij een dak met grassen, is het brandrisico hoger dan op een conventioneel dak. Dit kan gevolgen hebben voor de brandverzekering van het gebouw. Het is aan te bevelen geen dorre houtige beplanting vlak voor de ingang van klimaatinstallaties te hebben. Vermijd ook beplanting langs de dakranden en ramen. Door opwaaien en vliegvuur kan een brand overslaan naar andere delen van het gebouw. Om voortplanting van een eventuele brand op een dak te beperken kan het dak onderverdeeld worden in zones, gescheiden door paden van onbrandbare materialen. Het helpt ook om direct langs de paden vegetatie van een beperkte hoogte te planten. Giftige planten Er is een aantal giftige tot zeer giftige tuin- en kamerplanten. Het is dus zaak hier rekening mee te houden bij de keuze voor planten op daktuinen en binnenruimten voor kinderen of in bepaalde zorgomgevingen. Lijsten van giftige tuinplanten en kamerplanten zijn op internet volop te vinden. Vaak is zo’n lijst ook bij de apotheek verkrijgbaar. 174
Page 248
Daken zijn de grootste braakliggende ‘gronden’ in Nederland! B Beplanting op, aan en in gebouwen is eigenlijk beplanting in een gecultiveerde situatie. Die is vaak anders dan de natuurlijke situatie. Vooral de bodem vereist veel aandacht: de juiste bodem is de basis voor gezonde en levende beplanting. Dat vraagt om specifieke kennis over de bodem en de juiste groeiomstandigheden voor een goede, gezonde ontwikkeling van de beplanting. Gezonde planten zijn sterk en hebben daardoor minder last van ziekten en plagen. Paviljoen Circl Amsterdam. Een wormenhotel maakt het mogelijk om groente- en fruitresten uit de (bedrijfs)keuken op circulaire wijze te gebruiken op de eigen locatie, bijvoorbeeld in daktuinen, bij restaurants en scholen. Een wormenhotel zet organisch materiaal om in wormencompost. Die is rijk aan micro-organismen en draagt daardoor bij aan meer biodiversiteit in en op de bodem. 175 In de grond We zien steeds vaker bomen en grote planten in gebouwen, zowel solitair als gegroepeerd in verhoogde bakken. Soms lijken de bomen in de grond te zijn opgenomen. De ervaring leert dat het niet altijd wenselijk is om de beplanting in gebouwen direct in de grond te plaatsen. De bovenkant van de beplanting staat dan in een kunstmatige situatie en de onderkant in een natuurlijke situatie. Dat gaat wel eens mis, bijvoorbeeld door vervuild grondwater en wisselende grondwaterstanden in de natuurlijke bodem. Het is dan beter de beplanting te plaatsen in een waterdichte bak met gecontroleerde omstandigheden. De waterhuishouding in de bak kan dan bijvoorbeeld met sensoren worden gereguleerd. Ook wordt zo eventuele schade voorkomen door wortelgroei aan het gebouw. Voor planten van enig formaat is al snel een bodemlaag van één meter nodig, waardoor de vloerbelasting flink toeneemt. Bij (sub)tropische beplanting - die vaak in containers of bakken staat - wordt gerekend met een vloerbelasting van 400-600 kg/m3 en bij mediterrane beplanting van 800-900 kg/m3. Daarbij komt nog het gewicht van de beplanting. Dat betekent alles bij elkaar een grote verzwaring van de veranderlijke belasting waarmee gewoonlijk wordt gerekend. Ook bij het gebruik van beplanting in grote bakken of potten moet met een constructieve verzwaring gerekend worden. Daarbij moet ook rekening gehouden worden met de belasting tijdens het transport. JOOLZ Amsterdam. Op deze locatie was de mogelijkheid beperkt om diep de grond in te gaan voor het plaatsen van een bak voor de gewenste hogere beplanting. Dat is opgelost door de substraatdikte te laten oplopen: van 6 cm aan de rand tot 40 cm in het midden. Daardoor werd het mogelijk om in het midden hogere beplanting toe te passen als eyecatcher, omringd door lagere beplanting in de dunnere substraatlaag. Voor een goede waterhuishouding is gebruik gemaakt van het Permavoid-irrigatiesysteem (onder het substraat). Door capillaire werking via lonten wordt water uit de onderliggende units – tijdens droogte – terug naar het substraat en de wortels getransporteerd. 176
Page 250
Hydrocultuur op kleikorrels heeft als voordelen: minder frequent watergeven, schoon, licht van gewicht en een langzaam groeiende wortelkluit (dus minder vaak verpotten). Nadelen zijn: hogere aanschafprijs van speciaal gekweekte beplanting, beperkt sortiment en slechte beloopbaarheid voor onderhoud bij toepassing in grote binnenborders. Bodemsubstraat voor binnengroen Voor binnengroen wordt meestal gekozen voor lichtgewicht bodemsubstraat in combinatie met een beperkte frequentie van watergeven. Voor binnenborders kan de beloopbaarheid van het substraat een aanvullende eis zijn, in verband met het onderhoud. Elke substraatsoort - aardecultuur of hydrocultuur - heeft voor- en nadelen (sortimentskeuze, watergeven, bacteriën en aanschafprijs). De keuze zal mede afhangen van de afmeting van de border en de voorkeur van het bedrijf dat de beplanting levert en onderhoudt. Houd tijdig rekening met het plaatsen van grote bomen in de projectfase. Grotere planten en bomen moeten naar binnen gebracht en vervangen kunnen worden. Dat stelt eisen aan interne openingen (deuren) en vereist voorzieningen in de gevel en/of het (atrium)dak. Hotel Jakarta Amsterdam. Een lichtgewicht ontwerp voor de opbouw van de binnentuin in het atrium, waarbij grote niveauverschillen met lichtgewicht 100% gerecyclede ophoogmaterialen zijn ingericht. Kwetsbare subtropische bomen tot wel tien meter hoog zijn met de grootste zorg in positie getakeld. Voor het besproeien van de binnentuin wordt regenwater opgevangen. Boomatrium Het is cruciaal om samen te werken met een deskundige professional voor het creëren van een optimale groeiplaats. Naast kennis van een optimale waterhuishouding is kennis nodig van het juiste substraat voor het type beplanting. De stabiliteit van de beplanting in relatie tot de beworteling is ook een aandachtspunt. 177 Een flinke boom op een dak of balkon, in een atrium of binnentuin heeft een bepaalde bodemdiepte nodig. Dat kan betekenen dat er aanvullende constructieve maatregelen genomen moeten worden bij het gebouwontwerp. Boomatrium. Herinrichting showroom Dick Cousaert Design Kuisenberg. Tijdens de renovatie is een opening in het dak gemaakt. De kelder is gebruikt voor het maken van een waterdichte bakconstructie voor de wortelzone van een zestien meter hoge esdoorn. Door inmenging van gft-compost in het substraat - voor de juiste pH-waarde - wordt de rode herfstkleur van de esdoorn bevorderd. Wortelen op hoogte Steeds vaker worden niet alleen vaste planten, maar ook struiken en zelfs bomen op daken en in gevels van gebouwen verwerkt. Dat vraagt om technische oplossingen om een optimale groeiplaats te creëren op een locatie die van zichzelf niet optimaal is. Bij daktuinen moet ook rekening gehouden worden met de wind. Bomen moeten bijvoorbeeld in het grondmengsel vastgezet kunnen worden. Goed wortelen begint al bij de kweker. Boomkluiten worden hier boven de grond omringd door een rand met kleine gaatjes waardoor er veel lucht in de zogenoemde airpot kan komen. De luchtgaatjes in de rand stimuleren - samen met goede grond rondom de kluit - de aanmaak van haarwortels. Zo ontstaat er een kluit van topkwaliteit, die geen verplantingsstress kent. Daardoor slaan de bomen goed aan op de nieuwe locatie. Deze manier van kweken zorgt tevens voor het verminderen van de grootte en het gewicht van de wortelkluit. Ideaal voor toepassingen op groene gebouwen. 178
Page 252
Om bomen vast te zetten kan gebruik gemaakt worden van verankeringskabels. Ook het ondergronds vastzetten van bomen aan een wapeningsmat is mogelijk. Bij kleinere bomen wordt ook wel gewerkt met een contragewicht. Dakbodem Globaal zijn er twee bodemsoorten voor daktuinen: dun substraat (vooral voor sedumdaken) en een dikkere teeltlaag (voor diverse planten en bomen). De substraatlaag kan uit verschillende materialen bestaan, zoals minerale gesteenten, gerecyclede materialen en organische stoffen. De draagkracht van het dak is bepalend voor de dikte en het type substraatlaag. De keuze van de beplanting dient daar vervolgens weer op afgestemd te worden. Bij het plaatsen van bomen is het belangrijk om te kiezen voor een toplaag die niet wegwaait en het kiemen van onkruid tegengaat. Er zijn speciale meststoffen ontwikkeld voor groenen sedumdaken: voor rustige groei en gezonde beplanting. 179 Anti-afschuifsysteem op een hellend dak. Steile daken drogen sneller uit door de snellere afvloeiing van regenwater. In Nederland zijn platte daken over het algemeen berekend op een belasting van 100 kg/m2 (voor de grindlaag). In bestaande situaties kan de grindlaag bijna altijd vervangen worden door een extensief of sedumdak, zonder extra constructieve maatregelen. Een verzadigd groendak met een dikte van circa 7 cm blijft onder de toegestane belasting. Extensieve groene daken zijn toepasbaar op daken met een helling van 0 tot 35 graden. Boven 35 graden zijn extra voorzieningen noodzakelijk om het afschuiven van substraat en beplanting te voorkomen. Natuurdaken zijn meestal iets zwaarder. Bij het aanleggen van een natuurdak in bestaande en in nieuwbouwsituaties moet per situatie onderzocht worden of extra constructieve maatregelen nodig zijn. Uitgangspunt voor een groendak is de draagkracht van het dak. Bij een bestaand dak is dat een gegeven. Bij nieuwbouw is er veel meer mogelijk door bijvoorbeeld in de constructie al rekening te houden met de positie en de gewenste indeling van de daktuin. Dakbomen Als een dak hooguit de draagkracht heeft voor begroeiing met sedum, kunnen er vaak wel bomen boven de bouwkolommen worden geplaatst. Vanaf ongeveer 1.000 kg/m2 vermogen is het mogelijk om (kleine) bomen te planten. belastbaar Ook op een dak vraagt een boom in een bak om een gecontroleerde waterhuishouding en een goed afgestemd substraat, onder andere om uitdroging te voorkomen. Houd rekening met het gewicht van het eindbeeld van de boom. In een bak op het dak blijven bomen vaak wel wat kleiner. 180
Page 254
Speciaal voor daktuinprojecten zijn bomen met de gewenste eigenschappen te selecteren op: www.vdberk.nl/bomen en www.ebben.nl/nl/treeebb. Bosco Verticale in Milaan. In de aanloop naar de realisatie van deze bostoren zijn veel testen en onderzoeken gedaan met betrekking tot de groeiomstandigheden van bomen. Naast windtesten is er bijvoorbeeld onderzocht in welke grondmengsels bomen zich het beste kunnen vastzetten. Bomen tot zes meter hoog (en afhankelijk van de situatie soms ook tot twaalf meter hoog) met niet teveel bladmassa en een goed dicht wortelgestel zijn het meest geschikt voor op daken. Meerstammige bomen blijven vaak wat kleiner en zijn door hun vorm ook bijzonder geschikt voor toepassing op daken. Hun zwaartepunt ligt laag en in de kluit. Meerstammige bomen zijn ook makkelijk en goed te verankeren. Planten op en tegen muren Voor toepassing van grondgebonden klimplanten tegen de gevel van een levend gebouw geldt hetzelfde als in een levende tuin. Het begint met een gezond bodemleven: bacteriën, bodemschimmels, insecten en regenwormen. Al deze organismen samen dragen bij aan een goede bodemstructuur, watervasthoudend vermogen, doorluchtbaarheid (zuurstofgehalte), afbraak van dood materiaal en aanmaak van voedingsstoffen. Beplanting die tegen gevels aangroeit, staat bloot aan sterke wisselingen van temperatuur en watervoorziening. Het bodemleven vergroot de worteldiepte van de beplanting, waardoor schade door droogte wordt voorkomen. De bodem kan worden verbeterd door meteen bij het planten de juiste mycorrhiza’s en bodembacteriën mee te geven.  Zie voor meer informatie de handleiding De Levende Tuin. 181 CFDT Parijs. Een rots met muurplanten vormt de basis van het gebouw. Muurplanten groeien van nature rechtstreeks op muren; ze wortelen in kieren en spleten van de muur, vaak in de schaduw. Deze situatie kan bewust nagebootst worden door het creëren van poreuze gevels met gaten of gevels met richels en spleten. De meeste beplanting is niet geschikt om grote oppervlakken dekkend te vergroenen. Mossen kunnen dit wel, zie bijvoorbeeld de mosbalken.  Zie tabblad Uitzicht en kleur. San Telmo Museum in Spanje. De geperforeerde gevel geeft ruimte aan spontane groei van beplanting, geïnspireerd op met mos en lichen (korstmos) begroeide rotsen. Biodiversiteitsschool Boulogne-Billancourt in Frankrijk. Een levende muur met gaten en richels vormt een voedingsbodem voor flora en fauna. 182
Page 256
Q-Park parkeergarage in Den Haag. Een combinatie van gevelpanelen en grondgebonden klimplanten langs een liftschacht. Geveltuin Grondgebonden klimplanten kunnen zelfhechtend zijn of gebruikmaken van een klimsteun. Klimplanten kunnen goed gecombineerd worden met een geveltuin. Voor het aanleggen van een geveltuin is een breedte van 45 cm gewenst. Dat wordt vaak door de gemeente toegestaan, mits het voetpad een minimale doorgang van 160 cm heeft en er een vrije doorgang overblijft van minimaal 120 cm (niet gehinderd door bijvoorbeeld lichtmasten en prullenbakken). Andere systemen voor gevelgroen werken met plantenbakken of gevelpanelen die zijn voorzien van bijvoorbeeld substraat, steenwol of kunststofmatten als bodem. Gevelsystemen zijn nog steeds volop in ontwikkeling. Bodemzuivering met tijdelijke natuur Al voor het bouwen kan er duurzaam met de bodem worden omgegaan. Planten kunnen bijvoorbeeld in combinatie met geschikt bodemleven voor bodemreiniging worden ingezet. Dit proces wordt bioremediatie of fytoremediatie genoemd. Is de toplaag van de bodem verontreinigd, dan kunnen planten in samenwerking met bacteriën en schimmels de verontreiniging uit de Zuiverend en circulair bedrijvenpark De Ceuvel Amsterdam. De vlonder beschermt de bodemzuiverende beplanting tegen betreding. bodem afbreken of opnemen. Bijvoorbeeld naast opritten (oilspils) of op oude industrieterreinen (brownfields). De grond hoeft dan niet te worden afgegraven en ook niet vervoerd. Bovendien wordt het bodemleven niet verstoord. 183 De Ceuvel is een duurzame broedplaats voor ondernemers op een voormalige scheepswerf aan het Van Hasseltkanaal in Amsterdam-Noord. Oude woonboten zijn met fundering en al op het zwaar vervuilde terrein geplaatst en verbouwd tot duurzame werkplekken. Rondom de boten krijgen bodemreinigende planten vrij spel om de vervuilde grond te zuiveren. De Ceuvel is een tijdelijk project dat de bodem na tien jaar schoner achterlaat voor verdere ontwikkeling. Voordeel is dat tijdens de natuurlijke zuivering van de vervuilde bodem de locatie gebruikt kan worden voor placemaking - het veranderen van een deel van de openbare ruimte van een plek waar je zo snel mogelijk doorheen wilt tot een plek waar je nooit meer weg wilt - en allerlei activiteiten. Voor bodemreiniging worden verschillende plantensoorten met hoge wortelactiviteit gebruikt, ieder met een specifieke sanerende eigenschap. Het afbreken van organische verbindingen (PAK), zoals bijvoorbeeld (diesel)olie, werkt goed met bijvoorbeeld riet, populieren of wilg. De afbraakproducten die hierbij vrijkomen zijn onschadelijk. Verontreiniging van zware metalen (koper, lood, zink, cadmium, chroom en nikkel) kan worden opgenomen door bijvoorbeeld de brassicafamilie (koolzaad, Indische mosterd) en luzerne. Sommige grasachtigen kunnen voor beide verontreinigingen worden ingezet. De beplanting wordt uiteindelijk gerooid en omgezet in biogas en as (via biovergassing). Planten die voor bodemzuivering worden toegepast, zijn uiteraard niet geschikt voor consumptie. 184
Page 260
V en Het kweken van groente en fruit brengt ons in contact met de basis van ons voedsel. Het sluit ook aan op de vraag naar meer gezond, duurzaam en lokaal voedsel. Bovendien raakt zelf kweken aan een oergevoel van zelfvoorzienend willen zijn. In steden zien we veel ontwikkelingen op het gebied van stadslandbouw (urban farming). Hierbij wordt gestreefd naar het zo dicht mogelijk bij de burger verbouwen van voedsel. Lokale productie van kruiden, groente en fruit leidt tot minder transport. Dat betekent ook minder CO2 -uitstoot en minder luchtverontreiniging. Steeds meer gemeenten staan positief tegenover stadslandbouw, omdat dit ook de sociale samenhang in de wijk ten goede komt. Naast levende daken en muren met groene planten kun je ook denken aan bloeiende beplanting. Dat zorgt voor meer jaarrondbeleving en is ook goed voor de bestuiving van fruitbomen en groentegewassen. Van het dak op het bord. PARK Café-restaurant in Hotel Arena (Amsterdam) heeft een eigen daktuin - met verse kruiden, eetbare bloemen en minigroente - bovenop de parkeergarage. De chef oogst dagelijks van het dak voor de bereiding van thee, cocktails en gerechten. Het hotel ontvangt hierop veel positieve reacties van gasten en omwonenden. Een daktuin produceert tot 2 kg groente en fruit per m2 . Advocatenkantoor Simmons & Simmons in Amsterdam beschikt over een daktuin met kruiden, eetbare bloemen en wijnranken. Eetbaar dak Het gebruik van dakoppervlak voor lokale voedselproductie is interessant voor meer voedselzekerheid en gedeeltelijk zelfvoorzienend kunnen zijn. Stadsbewoners die geen tuin hebben (of op de wachtlijst staan voor een volkstuin), kunnen op het dak voor eigen consumptie groente verbouwen. Dat is een manier om toegang te krijgen tot kwalitatief goed en vers voedsel. We zien ook steeds meer eetbare daktuinen bij bedrijven die gezond gedrag bij hun medewerkers willen stimuleren. De daktuin levert bijvoorbeeld fruit (als gezond tussendoortje) en kruiden zoals munt, waarmee je het drinken van water aantrekkelijk kan maken. Uit onderzoek blijkt dat medewerkers zich 78% energieker voelen door gezonde voeding met een objectieve prestatieverbetering van 30%. Het kweken van groente en fruit vereist een dakconstructie met de nodige draagkracht. Bestaande daken kunnen eventueel verstevigd of aangepast worden. Bij nieuwe daken kan hiermee al bij de bouw rekening gehouden worden. De meeste groenten die geschikt zijn voor kweken in bakken, kunnen ook op het dak worden gekweekt. Ook kruiden zijn zeer geschikt, omdat het vaak overwegend zonnig is op het dak. Een urban oplossing bij schaars oppervlak: door de paden tussen de plantenvakken smal te houden, beslaan deze slechts 30% van het dakoppervlak. Hierdoor kan een zo groot mogelijke dakpluktuin worden gecreëerd. 186 Zie www.natuurlijkwerkt.nl voor een calculatie wat natuurlijk werken kan opleveren aan productiviteitsstijging in relatie tot de loonsom.
Page 262
Veel fruitbomen zijn verkrijgbaar in een minivariant, die heel geschikt is voor toepassing op dakterrassen. Leibomen vragen om deskundig onderhoud om in optimale conditie te blijven. Eten van de muur Leifruit en andere leibomen kunnen langs de gevel van een gebouw groeien. Ze nemen zo weinig ruimte in. Door in te spelen op het verschil in zonoriëntatie kan een gevarieerde beplanting rondom een gebouw worden gerealiseerd. Zo kun je bijvoorbeeld een loods aantrekkelijk en functioneel (eetbaar) vergroenen! Eetbare daktuin Inspyrium Cuijk. De hoge beplanting levert eetbare vruchten; de onderbeplanting bestaat uit kruiden. Langs de muren groeit leifruit en er staan bijenkasten voor de bestuiving. De beplanting staat in onderhoudsvriendelijke bakken van cortenstaal, gevuld met lavasubstraat. Hiervoor is gekozen omdat het licht is en relatief veel vocht kan vasthouden ter overbrugging van droge perioden. Daarnaast zorgt lavasubstraat voor mineralen en zuurstof in de bodem. Water en plant Er zijn groene daken met gecombineerde functies. Het Polderdak bestaat bijvoorbeeld uit een systeem van kratten onder het substraat, waarin regenwater kan worden opgeslagen. Dat kan worden gebruikt om de bovengelegen beplanting water te geven. 187 De Ceuvel Amsterdam Aquaponics is een circulair systeem voor voedselproductie, waarbij wormen worden gekweekt op voedselresten van een café. De wormen dienen als voedsel voor de vissen en de uitwerpselen van de vissen zijn weer voedsel voor de planten (bacteriën in de plantenwortels halen de voedingsstoffen uit het water). Met dit circulaire systeem is het mogelijk om voedsel te produceren met 10% van het landoppervlak en 5% van het water dat wordt gebruikt bij conventionele methoden. De technieken zijn nog in ontwikkeling voor grootschalige toepassing. Polderdak met een grote moestuin, fruitbomen, kippen en zitplaatsen om te vergaderen of tot rust te komen. Gezond dak De extra draagkracht boven de bouwkolommen is te benutten voor een eetbaar dak. In het stramien van de kolommen kunnen bijvoorbeeld zwaardere fruitbomen worden geplaatst, waardoor het beeld ontstaat van een boomgaard op hoogte. Erasmus MC Rotterdam. In een ondergrond van gras, kruiden en wilde planten zijn in totaal 38 noten-, appel- en perenbomen aangeplant in speciaal ontworpen meubels, waarbij het middelste gedeelte van een vierkante zitbank gevuld is met bomensubstraat. Een deel van de bomen staat op grasterpen. Het fruit mag in principe geplukt worden. 188
Page 264
DakAkker Rotterdam is de grootste dakboerderij van Europa waarbij met grond op het dak wordt gewerkt. Er wordt geëxperimenteerd met diverse opstellingen voor het verbouwen van groente, fruit en kruiden. Er worden ook honingbijen gehouden. Volkstuin of schooltuin op hoogte Stadslandbouw op daken biedt bewoners de mogelijkheid om te moestuinieren midden in de drukke stad. Dat levert een kortere voedselketen op en een groter bewustzijn over de herkomst van ons voedsel. Stadslandbouw versterkt ook de sociale samenhang in een buurt. Het draagt tevens bij aan de gezondheid en het welbevinden van de bewoners, waarbij ook de waardering voor de wijk kan toenemen. Stadslandbouw kan bovendien voor werkgelegenheid zorgen. Een eetbare schooltuin, ook op het dak, is zeer geschikt als leerplek en leermateriaal.  Zie ook het tabblad Educatie. Moestuindak op hoogte. Haalbaar en betaalbaar Voor hotels en horecagelegenheden is het belangrijk een rendabel verdienmodel te hebben, naast een duurzaam en gezond imago. Het is voor horecamedewerkers niet altijd haalbaar om tijd en aandacht te besteden aan het zelf opkweken van kruiden. De oplossing ligt in opgekweekte kruiden die op maat worden aangeleverd. De daktuin of kas functioneert dan meer als vershoud- en plukplek, inclusief groenbeleving voor de gasten. 189 The Green House in Utrecht is een demontabel en herbruikbaar paviljoen. Het restaurant heeft een open keuken. Over de volle lengte van de vide is een groenwand aangebracht voor een aangenaam binnenklimaat. Op het terras dienen platanen als natuurlijke parasol. De kas, waarin kruiden en een deel van de groente voor het restaurant worden gekweekt, bevindt zich als blikvanger aan de voorzijde van het pand. Regenwater van het dak wordt opgevangen voor de groene wand en de urban farm. Circulair Een lokale kwekerij levert gewassen en kruiden in circulaire kratten. Deze zijn klaar om te oogsten. De planten worden opgekweekt in grote herbruikbare kweekbakken of kratten (in plaats van potjes of losse plastic bakjes). Deze passen op het daksysteem of in een opstelling binnen een locatie; er komt geen afval vrij. Dit is een duurzame en circulaire manier van voedsel produceren, waarbij ook de omgeving groener wordt. “De mogelijkheid om voorafgaand aan het opdienen van een gerecht je eigen kruiden en gewassen te oogsten maakt het zo speciaal.” Chefkok Peter Scholte. 190
Page 266
La Place Nijmegen. Dakrestaurant Op de rooftopbar kunnen gasten genieten van het uitzicht. Het moestuingedeelte bestaat uit verwisselbare kratjes met kruiden en groenten die in het restaurant gebruikt worden. Door het flexibele, modulaire systeem heeft de keuken altijd de beschikking over verse producten. Ook ontstaan er geen kale plekken na de oogst. Vers en duurzaam Kruiden kunnen binnen enkele uren bezorgd en geoogst worden, zonder verlies van smaak en voedingsstoffen. Door de kruiden op het laatste moment te oogsten, is de smaak heel intens. Daardoor zijn minder kruiden nodig, een win-winsituatie. Meer kas Vaak wordt vastgoed voorzien van glas als een tweede huid, meestal voor geluidsisolatie en verbetering van het binnenklimaat. Deze tweede huid, met brede spouw, kan ook integraal ingezet worden voor het kweken van eetbaar groen. Duurzaam Prêt-à-Loger-huis TU Delft. Een combinatie van duurzaam wonen en zelf gewassen telen in een tussenkas. Een voorbeeld van een servicemodel dat lokaal geproduceerde kruiden-inkratten-op-maat aanlevert, klaar om geoogst te worden en makkelijk in onderhoud. Zie www.hrbs.com. Indoor farming Het verbouwen van voedsel in gebouwen, binnentuinen en op de werkplek is sterk in opmars. Hierbij maakt men gebruik van LED- en hydroponic oftewel teelt-op-watertechnieken. Binnenin gebouwen kan de werkplek ook (deels) vergroend worden met eetbare gewassen. Kleine moeseilandjes met tomaten en aardbeien op kantoor. Deze zorgen tevens voor een ontspannende werkplek. 191 Met het juiste lichtrecept kan een paar gram rucola net zo veel vitamine C bevatten als een kiwi. Vertical farming: een manier om in gebouwen met speciale verlichting, zonder zonlicht, zonder bestrijdingsmiddelen en bijna zonder water voedsel te kweken. Voedselflat Voor vastgoedexploitanten kan binnenshuis kweken rendabel zijn, bijvoorbeeld door leegstaande gebouwen of verdiepingen te gebruiken voor stadslandbouw. De opbrengst per vierkante meter kan lonend zijn, omdat voedsel in meer lagen kan worden geteeld; zo wordt de ruimte in de stad optimaal benut. Bovendien kan sneller worden geproduceerd dan normaal. Vooral bepaalde kruiden, kiemgroente en sla zijn hiervoor geschikt. Placemaking met groen Stadslandbouw is vaak een goede manier om een (nieuwe) betekenis te geven aan plekken bij (her)ontwikkeling van een gebied of gebouw. Ook bij tijdelijke leegstand kan het mensen aantrekken en verbinden. Stadslandbouw bevordert de betrokkenheid van lokale bewoners, bedrijven en bezoekers. De voormalige Honigfabriek in Nijmegen wordt voor een periode van acht jaar bemand door tal van ondernemers uit verschillende branches. Inmiddels is het één van de hotspots van Nijmegen. De hop en kruiden, die worden geteeld in oude fruitkisten, worden gebruikt door de inpandige bierbrouwerij en restaurants. De ‘Sluiertuin’ is in de beginfase belangrijk geweest voor het aantrekken van mensen. Bloeiende prunus op daktuin Station Breda. Meerstammige bomen zijn stabieler door hun vorm en daardoor heel geschikt voor daktuinen. 192
Page 268
B Mensen worden blij van bloemen. Onderzoekers beargumenteren dat onze fleurige voorkeur voortkomt uit het feit dat bloemen in onze omgeving betekenis hebben voor onze overleving. Bloemen geven immers aan dat de plantengroei gezond is en dat we in de toekomst de beschikking zullen hebben over voedsel. Is een dak al geschikt voor het verbouwen van groente en fruit? Dan kan men net als in een gewone tuin ervoor kiezen om combinaties te maken met bloemen: eetbare bloemen of plukbloemen voor op de vaas. De combinatie met bloemen kan de groei van andere planten bevorderen. Ook hebben bloeiende planten een gunstig effect op bestuiving en bestrijding van ziekten. Eetbaar Veel bloemen zijn zelf ook eetbaar (indien onbespoten). Deze kunnen worden verwerkt in cocktails, salades en andere gerechten. Dit geldt ook voor bloemen van binnenbeplanting (als ze biologisch geteeld en onbespoten zijn), denk aan Arabische jasmijn, fuchsia, hibiscus, begonia en zelfs een aantal orchideeënsoorten. Kijk voor meer inspiratie in de handleiding De Levende Tuin. Bloemenpilaar Groen in de vorm van staande of hangende pilaren heeft een grote impact in hoge ruimten. Voordeel is dat deze verticale structuren weinig tot geen vloerruimte innemen. Bloemenpilaar. De bloeiende beplanting wordt per seizoen gewisseld. Met kerst heeft de bloementoren bijvoorbeeld een rode invulling. Een groene wand met bloeiende beplanting bij de entree oogt heel gastvrij. Er kan gekozen worden voor bloeiende planten met een luchtzuiverende werking, net als bij het overige groen. Check altijd of bloemen eetbaar zijn, bijvoorbeeld in het boek ‘Bloemen met Smaak’.  Zie ook het tabblad Luchtkwaliteit. 193 Bloemendak Zelfs een gangbaar groen dak met sedum kan een afwisselend beeld geven als er wordt gekozen voor soorten die variëren in kleur, bladvorm en bloeitijd. De meeste soorten bloeien zo’n vijf tot zes weken. Sedum is ook goed bestand tegen hitte, droogte, zon en wind. Bloembollen op het dak. Bloembollen op het dak Met bloembollen wordt het bloeiseizoen verlengd. Ze zijn toe te passen tussen het dakgroen of op een dak met een beperkte substraatopbouw. Crocussen en blauwe druifjes bloeien ook in de halfschaduw. 194
Page 270
Bij 10% groen kan de stad een goed leefgebied zijn voor vlinders en bijen, mits het groen gevarieerd is, voldoende voedsel en schuilgelegenheid biedt en als een netwerk verspreid door de stad aanwezig is. Schaduw Sedum is een echte zonaanbidder. Voor schaduwdaken zijn er speciale schaduwmatten met bloeiende planten die in de schaduw goed gedijen. Deze bestaan vooral uit wit- en geelbloeiende soorten die als lichtpuntjes wat meer opvallen op een schaduwrijk dak. Bestuiving Zonder bloemen geen voedsel. Bloemen leveren zaad, bessen en vruchten. Bloemen staan aan de basis van de voedselketen voor mens en dier. Voor bestuivende insecten, zoals wilde bijen, zweefvliegen en vlinders, mogen de afstanden tussen groene gebiedjes niet groter zijn dan 100 meter. 195  Zie ook het tabblad Biodiversiteit. Dak- en gevelgroen kunnen worden gebruikt om de diversiteit te vergroten. Ze zijn ook geschikt om verschillende groene gebieden te verbinden. Nemo Amsterdam. Het dak is voorzien van een gras-kruidenvegetatie. In de laatste fase zijn er plantvakken met vaste planten gerealiseerd. Dynamische bloemengevel Ook bij gevelgroen is meer beleving en biodiversiteit mogelijk door het integreren van bloeiende beplanting. Een tijdige en goede afstemming in alle projectfasen tussen architect, groenprofessional, aannemer en opdrachtgever leidt tot betere en haalbare innovatieve groene oplossingen. World Horti Center in Naaldwijk. Zeventig panelen, 450 m2 groenwand, 12.000 planten, zestien verschillende plantensoorten en vier verschillende bloeivormen, variërend door de seizoenen heen. De unieke groene gevel van het ‘innovatiecentrum van de glastuinbouwsector’ is een echte eyecatcher. Door het jaar heen verandert de kleur van de gevel: de planten bloeien en verkleuren met de wisseling van de seizoenen. De bloeiende beplanting zelf vormt - in kleur - ook nog grote bloemvormen. Deze verspringen op de gevel door het jaar heen, doordat gebruik gemaakt is van planten met verschillende bloeitijden. Dat maakt van de buitenkant van het gebouw een levendig en dynamisch geheel. 196
Page 274
Biodiversiteit op en rondom gebouwen is dé manier om stadsbewoners, vooral de jeugd, in hun dagelijkse leven in contact te laten komen met natuur. B Biodiversiteit staat voor de mate van verscheidenheid aan levensvormen in een bepaald leefgebied of ecosysteem. In Nederland is de biodiversiteit sterk afgenomen vergeleken met andere landen. Dit komt voornamelijk door de toenemende verstedelijking, intensieve landbouw en milieuvervuiling. De bebouwde omgeving bestaat uit verschillende gebieden, elk met hun eigen microklimaat. Dit klimaat is vaak anders dan in de natuurlijke omgevingen. Dit vraagt aandacht, maar biedt ook kansen. Elke situatie verlangt zijn eigen beplanting. Hoe gevarieerder het groen, hoe meer leven dit zal aantrekken. Groen kan zelfs helpen diersoorten te beschermen, door natuurinclusief te bouwen met natuurvriendelijke gebouwen en aandacht voor ecologisch groen. Met meer biodiversiteit in de stad groeit de leefbaarheid voor mens en dier en neemt de kans op het uitbreken van ziekten en plagen af. Natuurinclusief bouwen Stedenbouwkundigen, architecten, landschapsontwerpers en ecologen werken steeds meer samen om steden en gebouwen te ontwerpen met ruimte voor flora en fauna. Met natuurinclusief bouwen kunnen punten behaald worden bij diverse duurzaamheidscertificeringen. 40% van de bestuivers zoals bijen en vlinders wordt met uitsterven bedreigd. Dit raakt ook de mens. Zonder bestuiving geen voedsel. ©DSLA i.s.m. Paul de Ruiter architecten Groen en grijs kunnen goed samengaan. Detailtekening voor geïntegreerde nestgelegenheden in een gebouw. 197 Wilde bijen en vlinders zijn een belangrijke schakel in onze voedselketen. Zij zorgen voor 60% van de bestuiving van onze groenten en fruit. PvE voor dieren In de bouw werkt men met een mensgericht Programma van Eisen (PvE). Waarom niet ook denken aan een diergericht PvE? Met aandacht voor nest- en slaapgelegenheid in en rondom gebouwen. Gaten in gebouwen Bij renovatie en nieuwbouw is het eenvoudig voorzieningen voor vleermuizen en vogels te treffen. Nestgelegenheid kan dan vanaf het begin worden meegenomen in het ontwerp. Dit blijkt in de praktijk eenvoudig en kan kostenneutraal. Achteraf plaatsen is vaak veel lastiger, duurder of niet haalbaar. Bekijk bij het inpassen van nestkasten wel goed of vogels solitair of in kolonies broeden zoals zwaluwen en huismussen. Neem de voorzieningen direct in de ontwerpfase mee. Voorkom dat ze achteraf moeten worden ingepast of aangebracht. PvE-schets van een oostmuur en zuidmuur © DSLA. De plaatsing van nestgelegenheden (vogels, vleermuizen, bijen) is qua effectiviteit afhankelijk van de oriëntatie van de gevel, niet alles werkt op iedere gevel. Inbouwstenen voor gierzwaluwen worden gelijk meegenomen. Achter de nestkasten moet voldoende isolatie worden geplaatst om een koudebrug te voorkomen. Bewoners van een groene, vogel- en vleermuisvriendelijke omgeving voelen zich gezonder en zijn dat ook, zo heeft onderzoek aangetoond. Voorzieningen voor vleermuizen in de gevel.  Zie voor meer informatie www.checklistgroenbouwen.nl 198
Page 276
Voor de gierzwaluw, huismus en dwergvleermuis is de stedelijke omgeving een belangrijk leefgebied. Wand met neststenen voor koloniebroedende huismussen. Voor bijvoorbeeld mezen werkt het juist niet als nestkasten bij elkaar hangen. Bijenhotels dienen qua opening en diepte te zijn afgestemd op hun toekomstige bewoners. Rafelige randen kunnen de tere vleugels beschadigen. Goedbedoelde bijenhotels met dennenappels en wat losse strootjes werken meestal niet. Er zijn speciale bouwstenen-met-gaten op de markt, ontwikkeld op basis van wetenschappelijke inzichten. Die zijn makkelijk te integreren in daktuinen, groene gevels en muren. Ongeveer 18% van de wilde bijen maakt gebruik van bijenhotels. Zij kunnen vrijwel allemaal niet steken. Plaats bijenhotels op zonnige plaatsen die weinig wind vangen en dicht bij nectar- en stuifmeeldragende beplanting. Bijenbakstenen met gaten, ontworpen in samenwerking met ecologen en bijenexperts. De gaten zijn precies afgestemd op insecten en niet toegankelijk voor spechten. Dankzij een afneembaar front en vervangbare ’inserts’ met nestmateriaal van stro en bamboe of riet, zijn ze eenvoudig te onderhouden. De stenen zijn toepasbaar in bouwprojecten en geluidwallen en verkrijgbaar in de kleur van muren. 199 Maatregelen om de biodiversiteit te bevorderen zijn pas functioneel als deze zijn aangepast aan de natuurwaarde in de directe omgeving van het plangebied. Raadpleeg organisaties als de Vlinderstichting, Vogelbescherming, ecologische adviesbureaus of stadsecologen. Gebouw en omgeving ’Best practices’ op andere locaties zijn goede voorbeelden, maar niet altijd een-op-een over te nemen. Wil natuurinclusief bouwen werken, dan is het essentieel dat voorzieningen voor fauna aansluiten op de soorten uit de omgeving en dat voedsel en leefgebied nabij zijn. Voor de wilde bij geldt dat een bijenhotel alleen werkt als de bijen ook voedsel kunnen vinden binnen 100 meter van hun nestplaats. Ontheffing Natuurinclusief bouwen is een manier om te voldoen aan de Wet Natuurbescherming. Als natuurinclusief gebouwd wordt op basis van een soortenmanagementplan kan dit gelden als compensatie voor het verlies van verblijfsplaatsen voor dieren elders binnen het gebied. Men riskeert dan geen boetes of vertraging door stillegging van werkzaamheden. Tot voor kort werden terreinen natuurloos gehouden om vestiging van beschermde planten en dieren te voorkomen. Dit hoeft niet meer. Met de regeling Tijdelijke Natuur kunt u op voorhand ontheffing krijgen voor de soorten die zich mogelijk op dit terrein gaan vestigen. Met deze regeling kan er tijdelijk natuur ontstaan op deze plekken, die anders kaal en onbenut zouden zijn. Groene initiatieven mogen gezien worden. Communiceer over groenprojecten en biodiversiteit, bijvoorbeeld met educatieve bebording.  Zie voor meer informatie www.tijdelijkenatuur.nl en www.natuurpro.nl. Gemeente Boxmeer. Alternatieve woonruimte voor diverse dieren na sloop van een klooster. De faunatoren is opgebouwd uit drie etages voor huismussen en gierzwaluwen met een vleermuizendak. Ook beschikt de faunatoren over nest- en verblijfplaatsen voor huiszwaluwen, kerkuilen, steenuilen, roodstaarten, kwikstaarten, solitaire bijen en andere insecten.  Zie ook het tabblad Educatie. 200
Page 278
Een netwerk van roestvrijstalen gaas bedekt het 50 meter hoge gebouw M6B2 in Parijs. De vergroening van de biodiversiteitstoren gebeurt in drie fasen: eerst de klimplanten en wilde rozen, na vijf à tien jaar de dennen en na twintig jaar de langzaam groeiende eiken. De dennen en eiken zijn voorgekweekt in speciale stalen buizen en aan de gevel gemonteerd. Het gebouw fungeert als ’zaadbank’ om de omgeving te vergroenen. Het dak is bedekt met 180 cm aarde waar de vegetatie kan gedijen en een heli-haven vormt voor insecten en vogels. Een veilige besloten groene oase voor haar bewoners midden in een sterk verstedelijkt gebied boven een treinstation. Gebouw als stedelijke berg De stad is eigenlijk een rotslandschap met een ander soort natuur. ’Rood’ en ’groen’ kunnen daarbij samenwerken. Natuurdaken Groene daken worden functioneler voor het bevorderen van biodiversiteit als ze aansluiten op de omgeving. Naast voedsel bieden ze ook nestgelegenheid en beschutting in de vorm van boomstronken, los zand en grind. Een prima biotoop voor bijvoorbeeld wilde bijen, vlinders en zweefvliegen. Er zijn speciaal ontwikkelde biodiversiteitspaketten verkrijgbaar die eenvoudig op een dak kunnen worden toegevoegd met een dakhelling tot maximaal 10 graden. Deze producten zijn geheel vrij van pesticiden geproduceerd en leveren daardoor een positieve bijdrage aan het leefklimaat van vogels, vlinders, bijen en andere insecten. De beplanting op een natuurdak bestaat uit zorgvuldig geselecteerde waard- en nectarplanten met diverse bloeiperiodes, van het vroege voorjaar tot het late najaar. De nectarplanten bieden onmisbaar voedsel voor de bijen en vlinders. De waardplanten vormen een essentiële schakel als rupsenvoedsel voor de ontwikkeling van ei tot vlinder. Rupsen zijn vreselijk kieskeurig: ze lusten vaak maar enkele soorten planten. Ook een juiste substraatdikte is van belang, bijvoorbeeld voor het verpoppen van vlinders. Bijenhotels moeten geplaatst worden op zonnige plaatsen die weinig wind vangen. Circulair insectenhotel van afvalhout, gemaakt met aandacht voor verantwoorde arbeid. 201 Rioolgebouw Zoetermeer. Natuurdak opgebouwd met een biodiversiteitspakket. Het dak loopt door tot op het maaiveld. Ook daar zijn speciale bloemenmengsels gezaaid. Groene daken zijn een toevluchtsoord voor insecten, mits ze goed te bereiken zijn. Op grote hoogte staat meer wind, dat maakt het voor insecten moeilijker om er te komen. Hoe hoger het gebouw, des te minder insecten er voorkomen. Een geleidelijke overgang via bijvoorbeeld geschakelde daken of een verbinding met het maaiveld kan helpen. Er bestaan ook vogeldaken. Dit zijn groene daken met toevoegingen voor vogels in de vorm van nestkasten, een vogelbadje en een insectenhotel, verrijkt met dood hout voor insecten. De type nestkasten zijn afgestemd op soorten als kwikstaart, spreeuw of kool- en pimpelmezen. 202 Een groen vogeldak kan toegepast worden op daken met een dakhelling tot 10 graden.
Page 280
Een bruin dak is een groen dak met voornamelijk zand, grind of schelpen. Vogels die op zandig terrein broeden, gebruiken een bruin dak als nestplaats. Hostel WOW Amsterdam met grasheuveldak. Grasheuveldaken bevatten lichte gerecyclede polystyreen bollen waarmee heuvels worden gevormd. Dit zorgt voor een groen dak met glooiingen, net zoals in het natuurlijke landschap, dat insecten en vogels aantrekt. Met deze techniek kunnen daken bekleed worden, ook als er constructieve beperkingen zijn. De aanleg van een natuurdak vraagt veel kennis van de aanleg maar ook van de lokale ecologie. Welke beplanting doet het goed in relatie tot de flora en fauna in de omgeving of is aanvullend? Denk aan heidevegetatie in de buurt van de Veluwe of een duindak bovenop een dak in de kustregio. Knokke. Duindak op een parkeergarage aan zee. 203 Een groen dak waar water op blijft staan, trekt insecten aan. Die dienen weer als voedsel voor vogels en vleermuizen.  Zie ook tabblad Water. Parkeerdak Parkeerplaatsen kunnen worden overkapt met een groen dak. Voor de parkeervakken kunnen stenen met open voegen worden gebruikt waartussen vegetatie kan groeien. Tussen de vegetatie leven allerlei beestjes die weer voedsel zijn voor vogels als zwarte roodstaart, witte kwikstaart en vinken. Ook kan het water zo sneller de grond in zakken. Gevelgroen Gevelgroen biedt voedsel (bessen en nectar) en schuil- en nestgelegenheid aan tal van vogels en insecten. Vooral dikke vuurdoorn/klimopgevels (dik = voldoende structuur en dekking). Sommige bloemen en vruchten kunnen ongewenste dieren (wespen, spinnen) aantrekken. Overlast blijkt in de praktijk beperkt. Laat klimplanten langs de muren lopen.  Zie voor meer inspiratie de handleiding De Levende Tuin. De meeste groene gevelplanten staan niet bekend als allergeen. Court Westerdok Amsterdam. 204
Page 282
Pas de glasmarkering vooral toe op de onderste vier etages, daarboven vallen gebouwen voldoende op. De koolmees, pimpelmees, roodborst en winterkoning bouwen jaarlijks een nest in de groene gevel of in een van de nestkasten die aan de gevel hangen. Raamstickers zijn bij voorkeur wit, of kies voor getint of niet spiegelend glas. Er bestaat ook glas met ingebakken UV-patroon dat zichtbaar is voor vogels. Glazen ruiten en transparante geluidschermen vormen een extra belemmering voor vogels. Zeker transparant en spiegelend glas, vooral als de illusie van een doorgang bestaat. Door hun wijze van voortbewegen zijn vogels veel kwetsbaarder dan mensen; een botsing met een ruit is in de helft van de gevallen fataal. Goede glasmarkering kan het aantal raamslachtoffers met 80% terugbrengen. Jaarrond Dieren zijn aangepast aan de inheemse soorten beplanting die van nature in Nederland voorkomen. Inheemse beplanting heeft hun voorkeur. In de stedelijke omgeving kunnen niet-inheemse plantensoorten een waardevolle aanvulling zijn die de diversiteit vergroten. Ze verlengen het bloeiseizoen en vergroten daarmee de beschikbaarheid van voedsel voor insecten (bestuivers). Wanneer een natuurdak wordt beplant met meerdere soorten, geeft dat door het jaar heen een gevarieerd beeld. Maar het is ook goed voor de stabiliteit van de beplanting, omdat de plaats van slecht functionerende soorten door andere soorten overgenomen kan worden. Daardoor blijft de beplanting sluiten, ondanks kleine plaatselijke verschillen zoals natte plekken of schaduw. Ook vergroot het de kans dat het dak een geschikte habitat biedt aan een verscheidenheid aan insecten, waaronder zeldzame. Daarvoor is het bijvoorbeeld belangrijk dat er gedurende het hele groeiseizoen steeds bloeiende planten aanwezig zijn. Voor insecten als bijen, hommels en vlinders is het noodzakelijk dat groene gebieden als een netwerk in de stad met elkaar zijn verbonden. Ze moeten verspreid, maar niet te ver uit elkaar liggen (niet meer dan 500 meter). Hiertussen moeten ook voedselbronnen aanwezig zijn. Dak- en gevelgroen helpt om de biodiversiteit te vergroten en is geschikt om verschillende groene gebieden te verbinden.  Zie voor meer inspiratie Tabblad Voedsel en bloemen. Ga voor bloeiende soorten van het vroege voorjaar (bollen) tot het late najaar (klimop, herfstaster) voor bestuivers. 205 Betrek een deskundige groenprofessional met een ruime sortimentskennis bij uw plannen. Meer biodiversiteit in beplanting vermindert de kans op het uitbreken van plagen en plantziekten. Diervriendelijk en onderhoudsvriendelijk gaan goed samen • Stel het onderhoud zoveel mogelijk uit tot het einde van de winter. • Laat afgevallen blad zoveel mogelijk liggen omdat hier veel insecten tussen zitten. • Laat uitgebloeide planten staan tot het voorjaar. Het zaad is voedsel voor zaadeters. • Snoei struiken niet of niet tegelijk. Struiken zijn een belangrijke nest- en schuilplaats voor vogels. • Snoei besdragende en vruchtdragende bomen en struiken pas in het voorjaar. • Maak gebruik van natuurlijke bestrijdingsmiddelen. Bestrijding van beestjes met beestjes. Verlichte gebouwen Verlichting heeft een grote impact op de biodiversiteit. Uit onderzoek blijkt: • Licht beïnvloedt het bioritme van dieren. Vogels zingen bijvoorbeeld langer door. • Licht verstoort de aanmaak van feromonen bij nachtvlinders. Hierdoor vinden de mannetjes de vrouwtjes niet meer en stopt de voortplanting. • De aantrekkingskracht op soorten verschilt van de frequentie van het licht. Zo blijkt rood/blauw licht het minst verstorend. Onze leefomgeving wordt vaak te overvloedig verlicht. Het ’s nachts verminderen van de lichtvervuiling is belangrijk voor het bioritme van (nacht)dieren, planten en van de mens. Kies voor aangestuurde (LED-)verlichting en tijdschakelaars en voor producten met zonnecellen. 206
Page 286
E Een levend gebouw biedt mogelijkheden voor activiteiten om te leren over de natuur of natuurlijke processen. Daarbij gaat het niet alleen om ‘zenden’, maar vooral om inspireren en zelf ontdekken. Dat kan in de particuliere daktuin, op een dakpark van de school, maar ook in een binnentuin bij een zorginstelling of een restaurant. Bedrijven die op een innovatieve manier met groen bezig zijn voor duurzame processen, klimaatbestendigheid of biodiversiteit, kunnen dit middels educatie overbrengen aan hun medewerkers, bezoekers en omwonenden. Zulke initiatieven dragen bij aan een duurzaam imago. Toegang tot een daktuin in de stad kan voor een kind een fantastische plek zijn om de natuur te ontdekken en zelf te ervaren. 207 Kind Uit diverse onderzoeken is gebleken dat het belangrijk is dat kinderen al op vroege leeftijd in aanraking komen met de natuur. Als kinderen voor hun twaalfde jaar niet in aanraking komen met groen buiten, zullen ze daar later ook vaak weinig mee hebben. Dit geldt vooral voor kinderen die opgroeien in een stedelijke omgeving. Kinderen in de stad leven 90% van de tijd binnen. Natuurlijke processen en seizoenswisselingen worden op deze manier nauwelijks nog ervaren.  Zie voor Groen beleven kan gewoon dichtbij: op het eigen dakterras, een groen schoolplein of in de klas. Groen biedt de mogelijkheid voor het opdoen van zintuiglijke ervaringen en zorg voor de natuur. In de klas Planten in de klas zorgen voor een gezond binnenklimaat en zijn prima in de les te gebruiken. Kinderen kunnen leren hoe planten groeien, wat ze doen en hoe je ze moet verzorgen. Ze kunnen bovendien actief aan de slag in een practicum of presentatie. Ook het belang van planten voor het produceren van gezonde lucht kan worden uitgelegd. Met speciale meetapparatuur, bijvoorbeeld uit de leskist van Westland Natuur en Techniek, kunnen kinderen zelf aan de gang met proefjes en het meten van de temperatuur, luchtvochtigheid en CO2 . Kijk voor de mogelijkheden op www.wntweb.nl. Vergeleken met bedrijven wordt bij scholenbouw vaak gerekend met minder vierkante meters per persoon. Door de beperkte ruimte in de klas is het praktisch te kiezen voor groen op vensterbanken of op meubels. Denk ook aan hangend groen, groene panelen of groene wanden. Het aantal planten, het gekozen systeem en de oplossing voor onderhoud bepalen de investering. Door kinderen een stukje onderhoud te laten doen, zijn ze meer betrokken en voelen ze meer verantwoordelijkheid. Zie handboek Plant in de Klas Westland. Dit handboek beschrijft de effecten van planten in de klas, welke plantsystemen beschikbaar zijn en wat de kosten en baten zijn. inspiratie ook tabblad Uitzicht en kleur. 208
Page 288
Core-business Uit onderzoek onder scholen blijkt dat vooral de educatieve kansen van groen als een van de belangrijkste voordelen worden gezien. Ook het meegeven van de waarde van de natuur en zorg voor onze planeet worden belangrijk gevonden. Educatie is de kernactiviteit van onderwijs en daar past groen goed bij. Meer lesgroen Een Tiny Forest is een dichtbegroeid, inheems bos ter grootte van een tennisbaan. Dit bos is niet alleen een prettige plek voor vlinders, vogels, bijen en kleine zoogdieren, maar ook voor mensen. Kinderen leren in het buitenlokaal over de Nederlandse natuur en buurtbewoners ontmoeten elkaar op een prettige en gezonde plek. Een Tiny Forest kan in de openbare ruimte worden gerealiseerd, maar ook op een schoolplein of op het schooldak. Tiny Forest, moesdak en speelplein ineen. De omwonenden genieten mee van een prettiger uitzicht. 209 Het houden van kippen past goed in de circulaire gedachte van Het Levende Gebouw. De kippen verteren groenafval tot mest. De kippenmest kan dan met stro, plantenresten en fijn snoeihout verwerkt worden tot compost voor de daktuin. Onderwijscyclus koppelen aan eetbaar dak Een (flexibel) eetbaar dak kan gebruikt worden voor onderwijsdoeleinden. Een groendak als lesmateriaal en leerlokaal, waarvan de producten gebruikt worden voor het restaurant of in de lessen. Naast de teelt van eetbare gewassen kunnen er bijvoorbeeld kippen gehouden worden op het dak. Met opvang van regenwater, hergebruik voor de beplanting en compostering kan men zo leren over circulariteit. (Op)voedend dak Gebleken is dat kinderen beter groenten eten als ze die ook zelf hebben verbouwd. Een moesdak is een ideale plek voor jong en oud om in een verdichte omgeving meer te leren over het verzorgen en kweken van kruiden, groenten en fruit. Ook krijgt men inzicht in de onderlinge relaties tussen bodem, water, planten en dieren. Daarnaast leert men in een collectieve moestuin om samen te werken. In een kookstudio op school kunnen kinderen leren samen gezonde gerechten te maken. Dit past bij een gezonde school met aandacht voor gezonde voeding. 210
Page 290
Eten van de toekomst lokaal en duurzaam Horecagelegenheden zijn bij uitstek geschikt om het verhaal te vertellen over de herkomst van ons voedsel en welke impact dit heeft op mens en natuur. Wat zijn de gevolgen voor onze CO2 - voetafdruk en hoe kunnen we beter omgaan met onze voedselstromen? Al deze vragen kunnen aan bod komen. Levende gebouwen waar voedsel ter plekke wordt gekweekt en/of geoogst, kunnen ingezet worden voor urban farming. Denk aan eetbaar groen op daken, aan gevels of in kasgedeelten van gebouwen.  Zie ook het tabblad Voedsel en bloemen. De Biomakerij, waar micro-organismen en siergewassen het afvalwater van de trappistenabdij biologisch zuiveren en geschikt maken voor hergebruik. Een tropische kas als onderdeel van de bierbrouwexcursie La Trappe. OVERTREDERS Biddinghuizen. Lowlands Brasserie 2050 in het teken van het wereldvoedselvraagstuk: hoe gaan we in 2050 bijna 10 miljard mensen van voedsel voorzien? De gevel van dit tijdelijke restaurant bestaat uit high-tech voedseltorens, gevuld met kratten met duurzaam gekweekte kruiden op maat. Ieder gerecht vertelt het verhaal van een slimme technoloog, gedreven boer of visionaire ondernemer. 211 Met informatievoorziening aan gebruikers en bezoekers over groene elementen die zijn toegepast, kunnen bij duurzaamheidscertificeringen punten worden behaald. Conscious Hotel Amsterdam. In de passage over het groendak is met bebording aangegeven wat hier voor gasten te zien valt aan inheemse fauna. Van vogels en insecten tot de kat van de buren. Ook omwonenden kunnen meegenieten van het uitzicht, wat bevorderlijk is voor de onderlinge verhoudingen met het hotel. Meer groen ter lering Steeds meer hotels willen zo duurzaam en groen mogelijk zijn en laten dit zien in de beleving en informatievoorziening aan gasten. We kunnen in levende gebouwen meer leren over de planten, dieren, over ons voedsel en het klimaat. Ook doen we kennis op over het gebruik van duurzame materialen of principes uit de natuur die bijdragen aan duurzame innovatieve producten of een prettige gezonde leefomgeving.  Zie ook het tabblad Leisure en retail. In een winkelcentrum in Finland is een 13 meter hoge plantentoren gebouwd om bij te dragen aan de gewenste duurzame visie en uitstraling. De toren is gebouwd uit recyclebare materialen en gebruikt beperkt water. Bezoekers werden bij het project betrokken. Ze konden hun eigen plant uitkiezen en voorzien van naam. Een groen-blauw dak geeft de mogelijkheid om water als thema centraal te stellen: de rol van water in de natuur en de klimaatverandering, waardoor we te maken krijgen met meer droge periodes en hevige regenval. Hoe kunnen we anders met water omgaan om te zorgen dat we minder last hebben van overstromingen? Ter lering bovenop broedplaats Old School Zuidas Amsterdam: met het Polderdak kon men in 2013 laten zien hoe waterberging kan worden gerealiseerd op duurzame wijze met een sluitende businesscase en daarbij ook de voordelen van een attractief groen dak. Het Polderdak koelt het pand en het regenwater wordt hergebruikt voor voedselproductie. Daarnaast heeft het Polderdak veel (internationale) aandacht getrokken en wordt het vaak toegepast. 212
Page 292
Maak groen en levende daken onderdeel van het lesprogramma. Levende klimaatmachine TU Delft. Ook op de universiteit is groen interessant onderzoeksmateriaal. Een houten folly wordt begroeid met klimop. Een experiment om te zien in welke vorm hout en vegetatie in de stedelijke omgeving toe te passen zijn. De levende klimaatmachine wordt gemonitord op koeling, opname van fijnstof en waterretentie. Door de groenprofessional Een groenprofessional kan kennis over het toegepaste groen op, aan en in het gebouw delen en vertellen over het vak of over onderhoud en beheer. Zo kan hij bijvoorbeeld een gastles verzorgen in de klas of op de daktuin. Na afronding van het project kan hij een presentatie geven voor het bedrijf of de instelling. Presentatiemateriaal over Het Levende Gebouw kunt u opvragen bij VHG. Ook kunt u hier informeren naar de mogelijkheden om door VHG een presentatie te laten verzorgen. Cultuurhistorisch besef Beplanting kan ingezet worden als een levende schakel met het verleden en daarmee van cultuurhistorische betekenis zijn. Bijvoorbeeld om te markeren welke gebeurtenissen vroeger op een locatie hebben plaatsgevonden. Kijk voor gastsprekers over vlinders, vogels of bijen op www.vlinderstichting.nl, www.vogelbescherming.nl of www.bijenhouders.nl. The Crossrail Place Roof Garden in Canary Wharf Londen. Openbaar toegankelijke daktuin met beplanting in relatie tot de geschiedenis van het gebied. Tweehonderd jaar geleden losten hier schepen hun lading vanuit de Canarische eilanden. De daktuin is ontworpen als een schip geladen met ‘Oosterse en Westerse wereldbeplanting’. Het halfopen dak maakt een beschut microklimaat mogelijk voor meer gevoelige beplanting. Ook het seizoen wordt zo verlengd. Inmiddels hebben diverse diersoorten zich de daktuin eigen gemaakt, van insecten, vogels tot zelfs vossen. Er zijn zitplaatsen voor 80 personen voor speciale (educatieve) bijeenkomsten. De daktuin wordt veel gebruikt voor lunchpauzes door omliggende bedrijven en scholen. En door fotografen als opnamesetting. Watergeven gebeurt ’s nachts om de bezoekers niet nat te maken en uit angst voor Legionella. 213 Groenactiviteiten in de zorg Er zijn diverse mogelijkheden om ouderen die niet goed ter been zijn de natuur te laten beleven zonder dat zij daarvoor de deur uit hoeven. Hierdoor komen herinneringen naar boven die aanleiding zijn voor een gesprek. De natuur wordt ingezet als middel om herinneringen op te halen, gesprekken te stimuleren en het sociaal isolement te doorbreken. Een mobiele tuinkar is bijvoorbeeld te gebruiken om materialen en benodigdheden voor tuinactiviteiten naar iedere gewenste plek in een zorginstelling te brengen. Een andere mogelijkheid is dat een ruimte wordt omgetoverd tot een tuinkamer waar bewoners, familie en medewerkers samen binnen de natuur kunnen ervaren. Er kan getuinierd worden aan een rolstoeltoegankelijke tafel, gecombineerd met een maandelijks activiteitenprogramma. Tuinkamer met geurende jasmijn aan de muur. Voor meer informatie www.tuinaantafel.nl 214
Page 296
D m Integraal ontwerpen bij bouwen en verbouwen leidt tot duurzame levende en betere gebouwen. Met aandacht voor de vier pijlers Mens, Klimaat, Natuur en Economie. Dit gaat verder dan energiezuinig bouwen. Het biedt ook voordelen als het gaat om onderhoudsvriendelijkheid en meervoudig ruimtegebruik. Het resultaat: gezonde groene gebouwen die goed zijn voor mens en omgeving. Het gebruik van duurzame producten en materialen is belangrijk in Het Levende Gebouw. Zowel levensduur als milieuvriendelijk spelen hierbij een rol. Veel maatschappelijk georiënteerde bedrijven, instellingen en particulieren willen dat hun interieur en exterieur hun duurzame missie of levensstijl weerspiegelt. Dit levert bovendien punten op bij duurzaamheidscertificeringen. In dit thema leest u meer over een aantal duurzame principes en vindt u praktische voorbeelden. Levende bouwhekken Om de overlastervaring in sterk verstedelijkt gebied zo laag mogelijk te houden, kan men kiezen voor levende bouwhekken bij de (ver)bouw. Ook verbeteren groene bouwhekken de uitstraling van een bouwplaats.  Zie ook tabblad Veiligheid. Tijdens de renovatie van het stationsgebouw in Delft. De groene bouwhekken zijn o.a. geproduceerd door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die een opleiding houtbewerking volgen. 215 Werk zoveel mogelijk met lokale producten, leveranciers, kennis en professionals. Kies materialen die vervaardigd zijn door medewerkers met een bijzondere positie op de arbeidsmarkt. Bodem en water zuiveren en hergebruiken Het is duurzamer de bestaande bodem te gebruiken als basis in plaats van deze af te graven, te verplaatsen en te vervangen. Onderzoek daarom of het mogelijk is de bodem ter plekke te verbeteren voor het realiseren van een groene buitenruimte. Lichtvervuilde grond kan gezuiverd worden met speciale beplanting. Voordeel is dat tussentijds het terrein te gebruiken is voor creatieve initiatieven, placemaking en natuurlijk herstel van de bodem. Dit proces vergt wel enige jaren. Ook water kan met behulp van speciale beplanting gezuiverd worden voor hergebruik. Met bijvoorbeeld helofytenfilters bij gebouwen of met behulp van tropische beplanting in gebouwen.  Zie voor meer informatie de VHG-handleiding De Levende Tuin.  Zie ook de tabbladen Bodem, Water en Educatie. Bodemzuiverend park de Ceuvel is Amsterdams eerste circulaire kantorenpark. Tijdens een proces van natuurlijke bodemzuivering wordt het terrein gebruikt door allerlei creatieve en sociale ondernemers. Zij zijn gehuisvest in afgedankte woonboten. 216
Page 298
Het pand van VORM in Papendrecht is volledig circulair gerenoveerd. De entree van het paviljoen is voorzien van een C2C-gecertificeerd gevelsysteem. De nestkasten en vele bloeiende plantensoorten vormen een aantrekkelijke biotoop voor vlinders, bijen en vogels. De leverancier heeft bij dit project een terugnamegarantie voor de gevelmodules gehanteerd. Bij een eventuele transformatie van het gebouw kan het gevelsysteem eenvoudig worden gedemonteerd, hergebruikt en opnieuw een levende gevel vormen. Hergebruik en circulariteit Hergebruik van bestaande materialen is altijd een goede optie. Het verbeteren van de bestaande bouwvoorraad in plaats van slopen is dat eveneens. Groene gevels en groene daken passen uitstekend in deze ontwikkeling. Ze kunnen in allerlei vormen worden aanbracht en modulair en op maat worden aangepast ter camouflage van onaantrekkelijke delen van een gebouw. De meeste groene gevels en daktuinen zijn demontabel en herbruikbaar. Dat geldt ook voor de beplanting, verhardingsmaterialen en inrichtingselementen. Voor de vervanging van een 100-jarig steil dak van 120 meter op een historisch pand heeft de gemeente gekozen voor een groen en duurzaam alternatief. Een deel van de keramische dakpannen was aan het einde van de levensduur. Deze worden echter niet meer gemaakt. De nog goede dakpannen zijn hergebruikt bij kleinere restauratieprojecten. 217 Op steile daken wordt een anti-afschuifsysteem toegepast. Zo is bij nieuwbouw of transformatie iedere vorm van het dak te volgen waarbij de afschuiflasten en druk optimaal verdeeld worden. Door de schuine helling stroomt het water altijd naar beneden. Tijdens hete zomerdagen moeten bij steile daken de reserves aan water in het systeem worden aangevuld om een mooi groen dak te houden. Groencompensatie Groene gevels en groene daken zijn bij uitstek geschikt om gebouwen te voorzien van een duurzame uitstraling. Ook dienen ze ter compensatie van verharding of bebouwing van de grond, naast alle overige positieve effecten op temperatuur, luchtkwaliteit, geluid, biodiversiteit en waterhuishouding. Groene schil Dak- en gevelgroen beschermen de schil van gebouwen tegen extreme temperatuurverschillen, UV-straling en fysieke beschadigingen. We zien veel gebouwen met een atrium. De ‘buitengevel’ van het gebouw is zo beschermd tegen weersinvloeden en mag voldoen aan andere eisen. Door hier meteen een groene wand mee te nemen in het ontwerp, kan men besparen op andere materialen en/of afwerking. Alliander Duiven. Voorbeeld van een gebouw als grondstofdepot. ‘Buitengevels’ gemaakt van afvalhout van de nabijgelegen afvalcentrale. In combinatie met 20.000 planten die de lucht zuiveren en bevochtigd worden met hemelwater. 218
Page 300
The Green House Utrecht. Een ‘circulair’ horecaconcept plus vergaderfaciliteiten. Gemaakt met oude gevelplaten, deuren en bakstenen. Het paviljoen wordt na vijftien jaar ontmanteld en hergebruikt; als paviljoen op een andere plaats of als grondstofonderdelen. Groen is onderdeel van de architectuur als luchtzuiveraar. Op het terras fungeren platanen als parasol. De keuken gebruikt voorgekweekte groenten en kruiden op basis van pay-for-use.  Zie ook tabblad Voedsel en bloemen. Pay-for-use Van koop naar betalen voor gebruik. Dat is een recente ontwikkeling op weg naar een circulaire maatschappij. Denk aan producten die door middel van leasecontracten in bruikleen worden gegeven door de leverancier. De gebruiker ontvangt bijvoorbeeld licht voor een bepaalde periode, de leverancier blijft eigenaar van de lampen. Leveranciers worden zo gestimuleerd producten te maken die lang meegaan. Borderranden van cortenstaal gebruikt in een daktuin kunnen bijvoorbeeld na afloop van een project elders weer worden hergebruikt of verwerkt. Dit geldt ook voor het gebruikte groen. 219 Industrieel, flexibel en demontabel bouwen (IFD-bouwen) zorgt ervoor dat gebouwen in onderdelen zijn te demonteren. Daarna zijn ze geschikt voor hergebruik. Groene gevels, daktuinen en interieurgroen passen bij deze modulaire benadering. Duurzame bedrijfstuin ABN AMRO Circl, Amsterdam. Helemaal aangelegd volgens het circulaire gedachtegoed. Het gebruikte cortenstaal heeft een lange levensduur, vraagt nauwelijks onderhoud en kan worden hergebruikt. Levensduur Ga zoveel mogelijk voor duurzame materialen die lang meegaan en zo min mogelijk of geen behandeling nodig hebben. Dakgroen beschermt het dak tegen slechte weersomstandigheden. De dakbedekking gaat daardoor wel twee tot drie keer zo lang mee. Door de combinatie zonnepanelen met dakgroen wordt het verouderingsproces van het silicium in de panelen vertraagd, waardoor vermogensverlies pas tien jaar later optreedt.  Zie ook tabblad Energie. 220
Page 302
Slimme techniek Slimme apparaten en systemen zijn met sensoren beter afgestemd op de werkelijke behoefte. Dit betekent een efficiënter en duurzamer gebruik, bijvoorbeeld voor het bewateren van groene gevels. Vocht- en temperatuurwaarden worden permanent gemonitord. De irrigatie kan nauwkeurig worden afgestemd op de weersomstandigheden. Met optimaal gebruik van water en nutriënten. Naast sensoren die de behoefte aan water meten, zijn er ook die de luchtkwaliteit in de gaten houden. Meet de sensor een hogere concentratie ongewenste gassen, dan schakelt automatisch het ventilatiesysteem aan. Dit werkt energiezuinig. Ook de verlichting is met sensoren te regelen. Dubbel doel De hierboven beschreven integrale oplossing bestaat ook in de vorm van bijvoorbeeld een plantentoren of levend schilderij. Een product dat meerdere functies vervult, is op zichzelf al vaak duurzamer. Dit omdat er voor één product met dubbelfuncties vaak minder materiaal, transport en energie verbruikt is dan voor afzonderlijke producten met één functie opgeteld. Er bestaan allerlei combinaties van plantenbak/meubel. Een plantenwand als roomdivider, met aan de achterkant een whiteboard of kast, al dan niet flexibel verrijdbaar.  Zie ook tabblad Water.  Zie voor meer inspiratie tabblad Luchtkwaliteit. 221 Alternatief Ga voor materiaal dat minder schaars is. Kies voor Europees of FSC-gecertifieerd hout of hout van Nederlandse bossen in plaats van tropisch hardhout. Of neem een alternatief product dat gemaakt is van materiaal dat snel hergroeit, zoals bamboe. Mos gekweekt onder toezicht in bijvoorbeeld staatsbossen is ook een optie. Daarbij wordt er geen schade toegebracht aan de natuur. Let er wel op dat het mos niet gekleurd en gelijmd is met toxische stoffen. Lampen van landbouwresten aan elkaar gegroeid door het mycelium van een paddenstoel. In de afvalfase kan de lampenkap dienen als bodemverbeteraar. Natuurlijke materialen en vormen De mens heeft een biologische band met de natuur. Ook met materialen uit de natuur. Gebruik in de bebouwde omgeving daarom echte materialen boven synthetische materialen. Dit geldt ook voor het gebruik van een natuurlijk kleurenpalet. Dit ‘biofiel ontwerpen’ is tijdloos en universeel. Het is niet afhankelijk van trends en daarom duurzamer door de tijd. Kies voor potten met een natuurlijke uitstraling en zo min mogelijk bewerkte materialen, zoals bamboe, rotan, steen, kurk.  Zie ook de tabbladen Ontspannen en Uitzicht en kleur. 222
Page 304
Natuurlijke materialen vinden wij visueel aantrekkelijk. Dit draagt bij aan een grotere tevredenheid met de werkplek. Kokedama: kunst met planten afkomstig uit Japan. Als alternatief voor de plastic pot wordt de plant in een mosbal of bal van kokosvezel geplaatst. Duurzaam gekweekt Koop uw planten in bij kwekers die planten op een duurzame wijze telen, wat leidt tot sterk en weerbaar plantmateriaal. Selecteer beplanting die goed aanslaat, doorgroeit en doorbloeit. Bijvoorbeeld gevelpanelen, dakbomen of grote binnenbomen die worden ‘voorgekweekt’ om al te wennen aan de nieuwe locatie. Travelling Ecodome is in opdracht van het ministerie van Economische Zaken ontwikkeld. Het is een demontabel en reizend paviljoen waarmee ‘de groene BV Nederland’ zich op een innovatieve wijze presenteert. Bezoekers beleven hoe groen integraal onderdeel is van lifestyle en een gezonde leefomgeving. Bedekt met ‘mosbladeren’ die het regenwater langdurig vasthouden en fijnstof afvangen uit de lucht. Daarnaast CO2 -bindende verharding. Duurzaam gekweekte fruitbomen, wilde bloemen en bloeiende bollen tonen de biodiversiteit. De materialen zijn zo samengesteld dat deze precies passen in kisten voor transport en zo min mogelijk ruimte innemen. 223 Een duurzaam levend gebouw begint bij een goed integraal ontwerp en aandacht voor duurzaam beheer. Duurzame materialen thermowood en bamboe voor de vlonder, opbergkast en loungebank, verder een cortenstalen opbergkast, draadstalen pergola en zandbak. Veel elementen hebben hier een dubbel doel. Belastingvoordeel Voor zakelijke opdrachtgevers geldt dat investeringen in levende daktuinen, waarbij aantoonbaar gebruik gemaakt is van duurzame producten of materialen, in aanmerking komen voor belastingvoordeel. En ook voor investeringen in de directe omgeving van een gebouw die passen binnen het concept De Levende Tuin en de klimaatbestendigheid of biodiversiteit bevorderen. De lijsten met maatregelen die hiervoor in aanmerking komen worden jaarlijks vastgesteld. Meten is weten Welk product is nu duurzaam? Hoe meet je eigenlijk duurzaamheid en op basis waarvan dan? NL Greenlabel heeft drie duurzaamheidspaspoorten ontwikkeld: voor een product, voor een plant en voor een gebied. Dit geldt ook voor levende daktuinen. Het duurzaamheidslabel wordt op een vergelijkbare manier gepresenteerd als de energielabels bij apparaten.  Zie www.nlgreenlabel.nl Kijk voor de actuele overzichten op www.rvo.nl/subsidieregelingen/ brochures/milieulijsten. Het is raadzaam ook bij gemeenten of waterschappen te informeren naar subsidieregelingen. 224  Voor meer informatie over Het Levende Gebouw in relatie tot duurzaamheidcertificeringen zoals BREEAM en SDG zie de tabbladen Concept en symbolen en Baten.
Page 308
O Is het levende gebouw goed onderhouden, dan is het er prettig om te verblijven. Zonder passend onderhoud verliest het groene gebouw aan meerwaarde en kan het niet optimaal de gewenste functies vervullen. Een levend gebouw kan prima onderhoudsvriendelijk zijn. Dat begint met een goed doordacht ontwerp en de keuze voor gezonde planten. Daarbij is het belangrijk dat de juiste planten op de juiste plek komen te staan. Een goede samenwerking tussen groenprofessional, landschapsarchitect, constructeur, adviseur installatietechniek en beheerder - vanaf de conceptfase - vergroot de kans op succesvol groen. Essentieel is een integrale aanpak waarbij de groeifactoren voor groen (denk aan zon, daglicht, temperatuur, water, wind en ventilatie) in het ontwerp zijn meegenomen. De groenprofessional kan ook adviseren over de toegankelijkheid van het toegepaste groen; daarom is het ook belangrijk om hem tijdig bij het ontwerp te betrekken. De toegankelijkheid heeft niet alleen impact op de kosten van de aanleg, maar ook op de kosten van het onderhoud van het groen. Collectief beheer Groene gebouwen worden steeds vaker gerealiseerd vanwege hun meerwaarden. We zien bovendien steeds meer dat deskundig onderhoud van deze gebouwen (deels) onder collectief beheer valt. De Klencke, Amsterdam. Plantenbakken van microbeton zijn opgenomen in de vloerdikte van de balkons. De beplanting, die wordt onderhouden door de vereniging van eigenaren, garandeert een evenwichtige basisbegroeiing van het gebouw. De bewoners kunnen de beplanting zelf aanvullen met individuele planten. Verder zijn er hangplekken voor vleermuizen opgenomen in de gevel. Deskundig onderhoud is essentieel wil groen zijn functies goed kunnen vervullen. 225 Houd in het ontwerpproces al rekening met de toegankelijkheid van het groen voor onderhoud. Groene parkeergarage Den Haag. Bereikbaarheid Het onderhoud van hoge groene gebouwen kan op verschillende manieren plaatsvinden: met een hoogwerker, met een (al aanwezig) bakje aan kabels of al abseilend aan een touw. Meestal is onderhoud met materieel sneller en goedkoper dan mensen laten abseilen, tenzij er bijvoorbeeld straten in drukke steden moeten worden afgezet voor een hoogwerker. Naast de hoogte is de vorm van het groene gebouw van invloed op het beheer. Dat geldt ook voor binnengroen. Deskundig Aanleg en onderhoud van groene daken, groene gevels en binnentuinen vereist specifieke kennis. Er is geen verplicht keurmerk voor. Wel zijn er enkele kenmerken te noemen waaraan kwaliteitsbedrijven te herkennen zijn: • Ze verstrekken garantie op complete groensystemen (tien jaar is gebruikelijk). • Ze bieden de mogelijkheid om eerder uitgevoerde projecten te bezichtigen. • Ze leven de voorgeschreven technische specificaties na. • Ze maken gebruik van materialen van gerenommeerde leveranciers. Door een kleine fout met plantpanelen kan alle beplanting binnen dagen dood zijn en het gebouw in een bruine sluier hullen. Werken op hoogte - in daktuinen en aan groene gevels - brengt risico’s met zich mee. Groenbedrijven die zijn gespecialiseerd in dakgroen, gevelgroen en/of interieurgroen zijn aangesloten bij Branchevereniging VHG (www.vhg.org).  Zie voor meer informatie het tabblad Veiligheid en het hoofdstuk ‘Werken op hoogte’ in de Arbocatalogus. Ga voor geïntegreerde contracten waarbij de traditionele scheiding tussen ontwerp/engineering en uitvoering wordt opgeheven. 226
Page 310
Zie groen niet als een kostenpost maar als een investering. Overdracht van aannemer naar beheerder In de praktijk gaat het nog wel eens mis als er na de oplevering van een groen gebouw een nieuwe opdrachtgever in beeld komt voor het onderhoud, die daar vervolgens op gaat bezuinigen. Dat is jammer, want investeren in groenonderhoud is investeren in een gebouw. Ter vergelijking: voor een klimaatinstallatie wordt altijd professioneel onderhoud ingezet. Als aanleg en onderhoud niet onder dezelfde opdrachtgever vallen, zorg dan voor een goede overdracht. Geef daarbij ook informatie over het gebruik van het groen, zodat de partij die het onderhoud gaat verzorgen op de hoogte is van het oorspronkelijke plan, de gekozen beplanting en de functies die het groen vervult. Onbekendheid met de meerwaarden van het ingezette groen leidt nog wel eens tot verkeerd gebruik of bezuiniging op het onderhoud. Voorbereiding Onderhoudsgemak begint met een goede voorbereiding, vooral bij grotere beplantingsprojecten. Denk aan het maken van een ontwerp, het uitzoeken van de juiste planten en het acclimatiseren van de planten voor de nieuwe locatie. Voor grote binnenbeplanting worden soms speciale bomen geïmporteerd. Ook deze moeten eerst acclimatiseren. De hele voorbereidingstijd voor een groot project kan dan maanden tot zelfs twee jaar duren. 227 Het voorkweken van plantpanelen voor gevels zorgt voor een succesvolle groei en bloei op locatie. Goed plantmateriaal Een groen dak vangt vrijwel altijd veel wind. De toegepaste planten moeten bij voorkeur niet gevoelig zijn voor takbreuk en ziekten en plagen die door tocht verergeren, zoals spint en meeldauw. Gezonde planten zijn goed bestand tegen ziekten en aantastingen door insecten. Betrek dan ook altijd goed en gezond plantmateriaal van leveranciers en vraag naar de herkomst en resistentie van de planten. Neem ook in het onderhoudscontract voorschriften en voorwaarden op over de biologische bestrijding van ziekten en plagen. Natuurlijke bestrijding Als planten in optimale conditie zijn, is de kans op ongedierte klein. Natuurlijke plantversterkers kunnen de plant extra aanzetten tot het zelf aanmaken van afweerstoffen. Wordt de beplanting toch belaagd door beestjes, dan is het belangrijk dit zo vroeg mogelijk te signaleren. De beste manier om ongedierte te bestrijden is het inzetten van biologische bestrijdingsmiddelen of natuurlijke vijanden, bijvoorbeeld lieveheersbeestjes en sluipwespen tegen bladluizen en wolluizen (zie foto rechtsonder). Wie doet het onderhoud? De groenprofessional kan een gedegen onderhoudsplan opstellen voor het groen dat is toegepast in levende gebouwen, met aandacht voor duurzaam beheer. In de ideale situatie wordt er vanaf het begin van het project ruimte voor onderhoud gereserveerd, zowel financieel als organisatorisch. Een deel van de onderhoudswerkzaamheden kan samen met anderen worden verricht, bijvoorbeeld voor educatieve doeleinden, om mensen bij het groen te betrekken of om kosten te beperken. Je kunt denken aan leerlingen, vrijwilligers of personeel. Bij onderhoudswerkzaamheden door derden is het verstandig dat een groenprofessional de coachende rol blijft houden en eventueel ter plekke adviseert over de uitvoering. Deskundige 228 interieurbeplanters geven vaak onderhoudscontracten met 100% plantgarantie.
Page 312
Onderhoudsgemak binnengroen Planten in kleine potten in onderwijsgebouwen kunnen eventueel door leerlingen of medewerkers zelf onderhouden worden voor educatiedoeleinden. Voor plantenwanden in de vorm van groene roomdividers of plantenschilderijen kan bijvoorbeeld een combinatie van zelf doen en een onderhoudscontract worden afgesproken. Voor meer geavanceerde plantenwanden met geïntegreerde techniek is specialistisch onderhoud nodig. Dat geldt ook voor binnentuinen (atria) en hangend groen. Onderhoudsgemak op het dak De beplantingskeuze bepaalt voor een groot deel de hoeveelheid onderhoud die een groen dak vergt. • Een extensief dak of sedumdak vraagt weinig onderhoud. Een of twee keer per jaar een inspectie op onkruid en waterafvoer is meestal voldoende. • Een intensief dak, natuurdak of groen verblijfsdak is qua onderhoud ongeveer vergelijkbaar met een tuin op maaiveld. De werkzaamheden zijn wieden, snoeien en bemesten, met extra aandacht voor de waterafvoer, het watergeefsysteem en de veiligheidsvoorzieningen. Zie voorbeelden van plantsystemen en benodigd onderhoud in Handboek ‘Plant in de Klas Westland’. Een traditioneel dak dient gemiddeld na twintig jaar te worden vervangen. Een extensief groen dak gaat gemiddeld drie keer zo lang mee. In veel gevallen is bijvriendelijk beheer niet duurder of zelfs goedkoper dan regulier beheer. 229 Gevelgroen beschermt gebouwen tegen UV-straling en het neerslaan van roet en vuil. Hierdoor kan bespaard worden op schilderskosten. Onderhoudsgemak aan de gevel Onderhoud van gevelgroen bestaat voornamelijk uit snoeien. • Klimplanten vanuit de grond worden jaarlijks of minder vaak gesnoeid. • Plantenbakken met planten worden enkele malen per jaar gesnoeid, waarbij ook het watergeefsysteem wordt gecontroleerd. • Gevelpanelen vragen om een wekelijkse controle van het watergeefsysteem en regelmatig onderhoud. Slimme techniek Er komen steeds meer slimme systemen (domotica) op de markt, die zijn voorzien van sensoren die reageren op de omgeving. Ze meten bijvoorbeeld de lichtintensiteit, temperatuur en bodemvochtigheid. Dit soort slimme systemen zorgt ervoor dat de beplanting alleen water krijgt wanneer dat nodig is. Een app geeft op elk moment toegang tot de gegevens in het systeem, zodat in geval van een probleem snel gereageerd kan worden. Water geven Systemen voor dak- en gevelgroen worden steeds slimmer, inclusief automatische watergeefsystemen. Daarnaast zijn er nog andere innovaties die het water geven makkelijker maken. Sky planters. Het water wordt vanuit een reservoir geleidelijk afgegeven aan de wortels van de plant. Doordat er geen water kan weglopen of verdampen hoef je de plant minder vaak water te geven. De groene kroonluchter is voorzien van volautomatische irrigatie die ervoor zorgt dat op deze moeilijk te bereiken plek geen handmatige bewatering nodig is. 230
Page 318
E Energiebesparing staat hoog op de politieke agenda. In het Energieakkoord is een besparing van 1,5% per jaar op het energieverbruik als doel gesteld. Steeds meer nieuwe woningen en utiliteitsgebouwen zijn energieneutraal. Na 2020 is het wettelijk verplicht om zo goed als energieneutraal te bouwen (BENG). Vanaf 2023 moeten Nederlandse kantoren minimaal energielabel C hebben. Dat betekent dat eigenaren hun panden energiezuiniger moeten maken. Daarbij is het de uitdaging om niet alleen het energiegebruik te verminderen, maar ook te zorgen voor een gezondere werkomgeving. Dakgroen, gevelgroen en binnengroen kunnen aan beide aspecten in belangrijke mate bijdragen. Groene daken en gevels zorgen in de zomer voor verkoeling in gebouwen, waardoor het gebruik van de airconditioning aanzienlijk vermindert. In de winter werkt het groen juist isolerend, waardoor er minder warmte verloren gaat. Groen kan geïntegreerd worden bij nieuwbouw en bestaande bouw. In beide gevallen wordt de energiebehoefte van gebouwen verminderd. Groen draagt bij aan een lagere belasting van energiecentrales door een verlaging van de energievraag voor airconditioning. De passieve irrigatie van de beplanting via capillaire lonten verbruikt geen energie. 233 1 liftstop = 1 jaar energieverbruik van 1 koelkast  Zie voor meer Energiebesparing en gezonde werkomgeving: met de trap Liften en roltrappen staan voor 2 tot 5% energieverbruik van een gebouw (voor het vervoer van personen en de verlichting). Minder liftgebruik zorgt voor een lager energieverbruik. Door het trappenhuis aantrekkelijk te maken met groen wordt liftgebruik ontmoedigd en gezond gedrag van medewerkers gestimuleerd. Verkoeling en schaduw Stenige gebouwen houden op hete dagen warmte langer vast en koelen minder snel af dan groene gebouwen. Door verdamping en schaduw draagt groen bij aan de verkoeling van gebouwen. Groene gebouwen warmen minder snel op en stralen ’s nachts minder warmte uit. Groene daken hebben een verkoelend effect op de ruimten onder het dak. Er komt 90% minder warmte van buiten naar binnen. Afhankelijk van de isolatie van het dak zelf is het onder een groen dak op warme dagen 4 °C koeler. Bij oudere daken (constructie voor 1987) kan het verkoelende effect tot 75% besparing op de kosten voor de airconditioning betekenen. Ook wanneer er geen airconditioning is, zal dakgroen bijdragen aan een stabieler en prettiger binnenklimaat. Een toename van 6% meer groene daken in de bebouwde omgeving zorgt voor een daling van zomerse piektemperaturen en zorgt voor een besparing van 5% op de kosten voor airconditioning. voorbeelden het tabblad Bewegen en spelen.  Zie voor meer informatie en praktijkvoorbeelden het tabblad Temperatuur. 234
Page 320
Bomen of groene daken op parkeerplaatsen zorgen voor schaduw en verkoeling van auto’s. Dat leidt tot minder verdamping van brandstof uit de brandstoftank en minder energieverbruik voor airconditioning. Ook gevelgroen beschermt de muren van een gebouw tegen opwarming overdag, waardoor het ‘s nachts koeler is. Uit diverse studies blijkt dat groen de hoeveelheid energie die nodig is voor verkoeling drastisch kan verminderen. Een groene zonwering kan in investering, onderhoud en operationele kosten goedkoper zijn dan traditionele zonwering. Daarnaast heeft groen nog andere meerwaarden. Beplanting zorgt voor natuurlijke verkoeling en is veel effectiever dan airconditioning. Bovendien dragen airco’s met hun warmte zelf bij aan het stedelijk hitte-eiland. Dak- en gevelgroen dragen bij aan energie-efficiëntie. Duurzaam hotel Hyatt Regency Amsterdam, BREEAM-NL Excellent. De groene gevel van het hotel verbindt de natuurlijke omgeving met de rijke geschiedenis van de Plantagebuurt. Uit onderzoek blijkt dat hotelgasten kamers met uitzicht op groen reserveren en bereid zijn 23% meer te betalen dan voor standaardkamers. 235 Beplanting heeft invloed op het binnenklimaat waardoor het energieverbruik omlaag kan. Verdamping binnen Planten verhogen en verbeteren de luchtvochtigheid. Dat is vooral voordelig in de winter, als de luchtvochtigheid buiten relatief laag is. Voor het verwarmen en bevochtigen van droge buitenlucht (door ventilatie) is veel energie nodig. Gebouw LUMEN Wageningen. De groene ruimte fungeert als warmtebuffer. De ventilatielucht voor de kantoren wordt via de binnentuin op natuurlijke wijze voorverwarmd (winter) of voorgekoeld (zomer). Dagelijks verdampt er 6000 liter water in de binnentuinen, voornamelijk via de vegetatie. Dat levert een koelvermogen van circa 20 kWh op, voldoende om de luchttemperatuur enkele graden te laten dalen. Door de verdampingskoeling wordt de ventilatielucht tegelijkertijd bevochtigd. 236
Page 322
Isolatie Isolatie is een goede manier om de energiebehoefte van gebouwen zo laag mogelijk te houden. Groene daken en gevels kunnen de warmtewinsten in de zomer en warmteverliezen in de winter reduceren. Zo reduceert een groen dak - afhankelijk van de dikte - 90% aan warmtewinsten in de zomer (naar binnen) en 20% aan warmteverliezen in de winter (naar buiten). In de winter is de isolatiewaarde van een sedumdak beperkt, omdat het vaak relatief veel water en weinig lucht bevat. Het effect op het verminderen van de stookkosten is geringer dan het effect op het verminderen van de airconditioningskosten. Een groen dak met een dikkere substraatlaag heeft een hogere isolatiewaarde in de winter en kan bijdragen aan vermindering van de stookkosten tot 23% ten opzichte van een gewoon dak. De luchtlaag tussen de gevelbeplanting en de muur heeft ook een isolerende werking tegen kou en warmte. Het temperatuurverschil tussen de wand van een begroeide en een niet-begroeide gevel kan oplopen tot 6 °C. Vooral groen tegen en voor de zuidgevel kan leiden tot een aangenamer binnenklimaat op warme dagen. 237 Wind Wind vermindert de energie-efficiency van gebouwen met 50%. Gevelgroen remt de windsnelheid langs de muren van gebouwen. Vooral gevelpanelen hebben effect. Hiermee worden dagelijkse temperatuurwisselingen verminderd. Beplanting in de omgeving van gebouwen kan bijdragen aan een energiewinst van 10% in de gebouwen. Stralingsenergie Dak- en gevelgroen beschermen mensen in gebouwen tegen elektromagnetische straling van buitenaf (los van het debat of deze straling al dan niet schadelijk is voor de menselijke gezondheid). Dak- en gevelgroen kan tot 99,4% van de elektromagnetische straling absorberen. Zonnepanelen We gaan voor het opwekken van duurzame energie en streven naar een zo efficiënt mogelijk energiegebruik. Dakgroen en zonnepanelen kunnen hiervoor uitstekend worden gecombineerd. Het verkoelende effect van een groen(blauw) dak heeft een gunstig effect op de zonnepanelen en kan resulteren in 6% meer energieopbrengst. Zonnepanelen functioneren optimaal bij een temperatuur van 25 °C. Op een zwart dak kan op warme zonnige dagen de temperatuur oplopen tot 70 °C, waardoor het rendement terugloopt. De meeste zonnepanelen worden 0,5% minder efficiënt bij elke graad boven de 25 °C. Zolang de planten op het groen(blauw) dak kunnen verdampen, wordt het door de verdamping op een groen dak niet warmer dan 35 °C. Daarnaast verloopt het verouderingsproces van het silicium in de panelen op een groen dak trager en zal vermogensverlies pas na tien jaar optreden. 238
Page 324
Er ontstaan windluwe plekken met schaduw, wat bijdraagt aan meer biodiversiteit op het dak. Dat wordt nog eens versterkt als zonnepanelen ‘op poten’, dus wat hoger worden geplaatst. Zonnepanelen kunnen zelfs zo hoog worden geplaatst dat eronder extra verblijfsruimte kan worden gecreëerd. Driedubbel doel: zonnepaneel, reclamebord en groen fijnstoffilter. Deze multifunctionele panelen kunnen liggend of staand in gevels van gebouwen worden aangebracht. Het model realiseert een verduurzamingsbudget voor maatschappelijke organisaties. Verlichting Er is een sterke relatie tussen de groei van binnenbeplanting en de kwaliteit van het licht. Daarom is het belangrijk om bij het gebouwontwerp al rekening te houden met het groenconcept. Ga voor zo veel mogelijk daglicht - goed voor mens en plant! Bij voldoende daglicht kunnen planten in de binnenruimten zonder kunstlicht groeien. Kunstlicht kan in minder optimale omstandigheden worden toegepast als aanvulling. Onze leefomgeving en gebouwen worden vaak te overvloedig verlicht. Het ’s nachts verminderen van de lichtvervuiling is belangrijk voor het bioritme van mensen, planten en (nacht)dieren. Hang meerdere lampen rondom de plant in plaats van één lamp er recht boven. Anders zal de plant op den duur in de lamp groeien en verbranden. Nog beter was het geweest om de plantenwand vooraf in het ontwerpproces mee te nemen en op een plek met voldoende daglicht te positioneren.  Zie ook het tabblad Biodiversiteit. Betrek tijdig een deskundige groenprofessional. Daglicht, temperatuur, vloerverwarming, luchtvochtigheid, tocht, ventilatie, water en voeding zijn allemaal van invloed op hoe goed binnengroen het doet.  Zie voor meer informatie het tabblad Onderhoud. 239 Energetica NEMO Museum. Daktuin als expositieruimte voor een museum, meervoudig ruimtegebruik. De tentoonstelling Energetica bestaat uit sculpturen en installaties die je zelf kan bedienen. Van zonnewijzer tot vlieger: op het dak kunnen museumbezoekers al doende ontdekken en onderzoeken hoe duurzame energie uit water, wind en zon werkt. Duurzame energie Rondom de wortels van de plant leven bacteriën die organisch materiaal afbreken. In dit afbraakproces komen elektronen vrij als afvalproduct. Planten produceren dag en nacht elektriciteit zolang zij voldoende ‘natte voeten’ hebben. Planten verbruiken meer CO2 elektriciteit die opgewekt wordt met levende planten is dan ook CO2 dan ze uitstoten. De -negatief! Mobieltje opladen met behulp van beplanting. Een dak van honderd vierkante meter met groene beplanting kan in de toekomst een huishouden (met een gemiddeld verbruik van 2800 kWh/jaar) van duurzame stroom voorzien. De beplanting kan bestaan uit grasachtigen. In warme landen is rijst uitermate geschikt.  Zie ook het tabblad Educatie voor meer groene inspiratie. 240
Page 328
B In de vastgoedwereld wordt groen bouwen vaak vertaald in groene technische oplossingen zoals zonnepanelen, circulair of 0 op de meter. Het echte groen krijgt hierin langzaam maar zeker ook een plaats. Groene levende gebouwen dragen immers bij aan de opgaven voor het klimaat en duurzaamheid. Daarnaast heeft Het Levende Gebouw integraal meerwaarde voor de natuur en voor de mens. In dit hoofdstuk leest u hoe een aantal baten van groen in het economische verkeer geprijsd kan worden. De (indirecte) baten met voorbeelden die behoren bij de diverse andere thema’s, zijn onder de overige groene tabbladen terug te vinden. De baten en het belang van een groen gebouw staan in relatie tot de locatie en een groene omgeving. Voor inspiratie over groene meerwaarden in tuinen bij woningen, zorginstellingen, scholen, bedrijven en in de openbare ruimte: zie de handleiding De Levende Tuin. Door groen zijn in een maatschappelijke kostenbatenanalyse vooral de daling van zorgkosten, vermindering van schade door wateroverlast en bijdrage aan sociale cohesie op de langere termijn aanzienlijk. Bron: Health, Wellbeing & Productivity in Offices, World Green Building Council, 2014. Onderzoek naar de relatie kantooromgeving en gevolgen voor gezondheid, welzijn en productiviteit. Zakelijke operationele kosten 1% energie 9% huur 90% personeel 10% Invloed 10% minder energiekosten = 0,1% lagere bedrijfskosten 10% minder huur = 0,9% lagere bedrijfskosten 10% minder personeelskosten = 9% lagere bedrijfskosten 10% invloed op elke kostenpost heeft een verre van gelijkmatig effect +/- 0,1% Energiekosten +/- 0,9% Huurkosten +/- 9,0% Personeelskosten 241 Groen dichtbij is belangrijker voor welzijn en gezondheid dan natuur verder weg. Productieve medewerkers Personeelskosten vertegenwoordigen ongeveer 90% van de operationele kosten van een organisatie. Huisvestingkosten (9%) en energiekosten (1%) zijn relatief maar een klein deel van het totaal. De productiviteit van medewerkers heeft grote invloed op de bedrijfskosten. Met Het Levende Gebouw is juist hier veel meer waarde te behalen. Een groene omgeving heeft namelijk grote invloed op onze productiviteit, leerprestaties en mentale gezondheid.  Zie ook het tabblad Productiviteit en leerprestaties. Groen loont Investeringen in groen worden terugverdiend door een lager ziekteverzuim. Uit onderzoek blijkt dat investeren in groen loont (hogere productiviteit en aanwezigheid). Bij een afname van het ziekteverzuim met 1% is de berekende terugverdientijd één jaar. Een gezonde werkomgeving kan leiden tot een arbeidsproductiviteitsstijging van 8 tot 11%. Mensen die werken in een ruimte met planten, melden zich 20% minder vaak ziek. Planten op de werkplek komt neer op gemiddeld 1,6 ziektedag minder per medewerker per jaar. Groen loont ook al bij een conservatieve schatting van een verzuimreductie van 4 uur per medewerker per jaar en een verbeterde concentratie van 2 minuten per dag per medewerker. Dat kan vertaald worden in euro’s die mee te tellen zijn in de terugverdientijd van de investering in het groen. Bekijk de effecten voor uw eigen organisatie op www.natuurlijkwerkt.nl Groen werkt op de korte termijn op de luchtkwaliteit van de omgeving en op een persoonlijk hoger thermisch comfort en betere concentratie. Op de lange termijn draagt groen bij aan een algeheel betere gezondheid en belangrijk: een betere mentale gezondheid en minder ziekteverzuim. Na het terugverdienen van de investering blijft groen dus werken! Groen is zowel buiten als binnen de muren van belang. Schiphol-Rijk. Liberty Global vindt het belangrijk dat de werkomgeving voor het personeel huiselijk en inspirerend is. Het moet er prettig zijn om te werken. 242
Page 330
Groen is goedkoper dan het steeds werven en selecteren van personeel. Op het parkeerdek is een nieuwe kas gebouwd van 150 m2 . Hier kan men op een informele manier lunchen of overleggen onder het groene bladerdak van de klimplanten. Aantrekken en vasthouden van gemotiveerd personeel Een groene uitstraling heeft een positief effect op het aantrekken van medewerkers en vrijwilligers. In het bijzonder jongere werknemers en hoogopgeleiden waaronder zich ook een creatieve klasse bevindt die sterk bijdraagt aan de kenniseconomie. Dit leidt ook tot een gevarieerde bevolkingsopbouw en bestedingen. Bij onderzoek naar locatiekeuze van bedrijven kwam naar voren dat voorheen vooral status en bereikbaarheid belangrijke factoren waren. Tegenwoordig weegt groen ook mee in de beslissing. Groene omgevingen zijn aantrekkelijker en vormen een beter vestigingsklimaat voor bedrijven en burgers. Ze zijn bijvoorbeeld interessant voor grote internationale bedrijven die hun (buitenlandse) kenniswerkers een goed leefklimaat willen bieden. Dakterras van Hotel Zoku Amsterdam met geïntegreerde moestuinbakken. Meervoudig ruimtegebruik Door groene verblijfsdaken aan te leggen ontstaat nieuwe leefruimte in dichtbevolkte gebieden. Daken zijn uitstekende locaties om meer leefruimte te creëren zonder schaarse en dure vierkante meters op de grond te gebruiken. Daktuinen hebben als voordeel dat het er meestal zonnig is en het uitzicht vaak bijzonder. Dit geeft mogelijkheden voor stadslandbouw, exploitatie van de dakruimte of bijvoorbeeld verhuur. 243 Zorg voor een verankering van groen in het Programma van Eisen zodat de artist impressions niet groener zijn dan wat er uiteindelijk wordt gebouwd. Groen investeren Groene omgevingen en gebouwen zijn aantrekkelijk voor wonen en werken en bieden meer mogelijkheden voor winkelen, horeca, toerisme en recreatie. Dit leidt tot meer omzet en werkgelegenheid in het toeristisch en recreatief bedrijfsleven en hogere gemeentelijke inkomsten via toeristenbelasting. Vastgoed is 4 tot 8% meer waard in een groene omgeving, inclusief de bijbehorende terugbetaling van ozb-belasting aan de stad. Zowel een korte loopafstand tot groen als uitzicht op groen zijn van invloed op de waarde. De waardevermeerdering door uitzicht op groen en water ligt tussen de 5 en 15%. Ook groene daken, groene gevels en collectieve daktuinen leiden tot de waardevermeerdering van gebouwen. Geluiddemping door groen kan effect hebben op de vastgoedwaarde. Groen uitzicht is geld waard. Groene gebouwen kunnen zo heel andere stakeholders en inkomsten in beeld brengen. Denk bijvoorbeeld aan politie en verzekeringsmaatschappijen, als er dankzij groen minder criminaliteit en schade door (water)overlast in een gebied voorkomt. Projectontwikkelaars beseffen steeds meer dat investeren in groen niet alleen goed is voor het klimaat, maar ook de verkoop van vastgoed en het rendement bevordert. In tenders worden groene gebouwen vaker gehonoreerd. De plannen worden bovendien sneller goedgekeurd. Groen heeft een gunstig effect op de aan- en verkooptijd van gebouwen.  Zie ook het tabblad Retail en leisure. Erste Campus Wenen. Gemengd gebouw, uniek voor een bank. Het atrium is toegankelijk voor publiek. Op de begane grond zijn voorzieningen gesitueerd zoals een restaurant, museum en kinderopvang. De 8.000 m2 daktuin boven het atrium wordt gebruikt als ’buitenwerkplek’ en als groene omgeving om te herstellen. Boven de daktuin beginnen de kantoren van de bank. 244
Page 332
Openbaar toegankelijke daktuinen creëren toegevoegde openbare ruimte voor sociale ontmoetingen en activiteiten wat de waarde van de buurt versterkt. Dat trekt weer meer ontwikkeling en investeerders aan. Ministerie van Financiën Den Haag. Het gebouw heeft een volledige metamorfose ondergaan om te kunnen voldoen aan de eisen van 21e eeuw. De daktuin is aangelegd bovenop een vergaderruimte en is overkoepeld door een glazen kap. De beplanting op deze daktuin bestaat uit soorten die geschikt zijn voor een subtropisch klimaat, zoals varens, orchideeën, Philodendron en Tamarindus. Het combineren van functies in groene gebouwen maakt dat gebouwen aantrekkelijk zijn en blijven om te wonen, werken of verblijven. Samen onderhouden en exploiteren brengt bovendien voordeel en nieuwe verdienmodellen. Baten stapelen Bij het thema Energie hebben we gezien dat groen effect heeft op de energiekosten en energieneutraliteit van een gebouw. Groen betaalt zich direct en indirect uit. Deze winst kan gestapeld worden en is in verschillende fasen van het project al te realiseren. Futura Zoetermeer is een prestigieus wooncomplex, waar verdeeld over zes woonlagen 69 appartementen beschikbaar zijn. Het complex beschikt over een prachtig atrium dat oorspronkelijk meer een technische reden (opvangen van warmte) had. De opdrachtgever zag tijdig in dat men met het ‘leeg laten’ van het atrium een grote kans liet liggen. Een mooie binnentuin biedt extra woongenot en verblijfsruimte en draagt bij aan het bevorderen van de verkoop en verhuur van de appartementen. 245 De groene gevels maken integraal onderdeel uit van de gevelconstructie en zijn ingeplant met een rijk assortiment vaste planten en grassen. Het groene gevelsysteem vormt het buitenspouwblad van de gevelconstructie en is daarmee een integraal onderdeel van de bouwkundige constructie. Aspecten ten aanzien van flora, fauna en biodiversiteit zijn optimaal geïntegreerd in de gevel. Zo kunnen vogels eenvoudig nestelen in de gevel. Voor specifieke soorten zijn er extra voorzieningen aangebracht. Een groene gevel heeft veel meerwaarde ten opzichte van een stenen of glazen gevel. Bijzonder aan groene gevelpanelen is dat ze niet alleen aan een al functionele wand kunnen worden toegevoegd. Ze kunnen bij nieuwbouw ook in de wand worden geïntegreerd, waarbij hun isolatiewaarde wordt ingecalculeerd. Gevelpanelen worden dan niet op de gevel gemonteerd, maar vormen zelf de buitengevel. Een voordeel hiervan is, dat de randen van de groene gevelplaten kunnen worden weggewerkt in de rest van de gevel, voor een strak uiterlijk. De kostenbesparing voor het buitenbouwspouwblad kan worden besteed aan de groene gevel. Levensduur Groen verdubbelt de levensduur van het dak. Een groen dak gaat 40 tot 50 jaar mee, een zwart dak 20 tot 25 jaar. Het verschil zit hem vooral in het verminderen van het effect van de UV-straling op de veroudering van de dakbedekking. Over een periode van 50 jaar is een groendak tot 26% voordeliger in aanleg en onderhoud dan een traditioneel zwart dak. Een goed aangelegde daktuin heeft dezelfde economische levensduur als het gebouw. Belangrijk is de juiste beplantingskeuze. Detail daktuin Oryplein bij station Amsterdam-Sloterdijk. 246
Page 334
Leveranciers van plantenwanden (plantenmuur, plantenschilderij, roomdivider) geven aan dat de levensduur van de gebruikte materialen lang is (zeker vijftien jaar). Ook voor de plantenbakken geldt bij normaal gebruik een lange levensduur. Bij het inzetten van plantenwanden als scheidingswand bespaart men op de inrichtingskosten. Zie ook de alinea Dubbel doel in het tabblad Duurzame materialen. Het meeste dakgroen, gevelgroen of innovatief interieurgroen in deze handleiding is op zichzelf als systeem de pioniersfase voorbij. De combinatie groen en gebouw is echter nog volop in ontwikkeling. Het blijft belangrijk om samen te leren van projecten en kennis te delen. Levende gebouwen zijn organische gebouwen die in de loop van de tijd kunnen veranderen. We zien dat groenprofessionals steeds meer op langere termijn betrokken blijven voor onderhoud, onderzoek en optimalisatie van het toegepaste groen. Scoren met groen Een groene uitstraling draagt bij aan een duurzaam imago, ook op lange termijn. Duurzame bedrijven doen het vaak beter in deze tijd van verduurzaming. Groene daken leveren afhankelijk van de inrichting, meer punten op in labels voor duurzame gebouwen. Zowel bij nieuwbouw als bij bestaande bouw draagt gevelgroen hier ook aan bij in combinatie met een set aan andere maatregelen. Duurzaamheidsdoelstellingen of certificeringen als BENG, LEED en GPR kunnen als filter over het model van Het Levende Gebouw worden gelegd. In aanvulling daarop vindt u in deze handleiding bij de diverse thema’s en functies inspirerende voorbeelden en feiten. 247 LE4 MAN9 Kennisoverdracht MAN6 WST5 Compost BENG WST1 Afvalmanagement op de bouwplaats BIOMAN11 Onderhoudsgemak DUURZAME MATERIALEN BODEM WATER POL6 Afstromend regenwater ENE5 Toepassing hernieuwbare energie ENE1 Energie-efficiëntie NATUUR ENERGIE TEMPERATUUR HEA9 ECONOMIE LE9 Efficiënt grondgebruik MENS VEILIGHEID GEUR BATEN KLIMAAT LUCHTKWALITEIT AIR HEA8 Interne luchtkwaliteit HEA7 Natuurlijke ventilatie Vluchtige organische verbindingen THERMAL COMFORT ONDERHOUD WATER HEA10 Thermisch comfort DIVERSITEIT EDUCATIE VOEDSEL EN BLOEMEN Irrigatiesystemen WAT6 WAT5 BENG Recycling van water LE3 MAT1 Bouwmaterialen NOURISHMENT WAT1 Irrigatie Consultatie Aanwezige planten en dieren op de bouwplaats Verontreinigde bodem LE2 LE6 Planten en dieren als medegebruikers Duurzaam medegebruik van planten en dieren op lange termijn 3 2 1 COMMUNITY SOUND MIND HEA14 Privé buitenruimte BENG 1 2 3 SDG BREEAM WELL WST6 Inrichting POL8 Geluidsoverlast HEA13 Akoestiek HEA3 FITNESS BEWEGEN EN SPELEN UITZICHT EN KLEUR ONTMOETEN PRODUCTIVITEIT EN LEERPRESTATIES ONTSPANNEN GELUID LIGHT HEA1 Daglichttoetreding HEA2 Uitzicht Tegengaan lichthinder KLIMAAT:: Water, Temperatuur, Luchtkwaliteit MENS:: Veiligheid, Bewegen en spelen, Ontmoeten, Productiviteit en leerprestaties, Ontspannen, Geluid, Uitzicht en kleur, Geur NATUUR:: Bodem, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen ECONOMIE: Onderhoud, Energie, Baten Beleving: Water, Geluid, Uitzicht en kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Ontspannen, Ontmoeten Duurzaamheid: Water, Bodem, Voedsel en bloemen, Biodiversiteit, Educatie, Duurzame materialen, Onderhoud, Energie Gezondheid en welbevinden: Ontspannen, Ontmoeten, Bewegen en spelen, Veiligheid, Voedsel en bloemen, Geluid, Uitzicht en kleur, Geur, Luchtkwaliteit, Temperatuur, Water Sociale cohesie: Veiligheid, Bewegen en spelen, Ontmoeten, Voedsel en bloemen © VHG (vhg.org) / Kim van der Leest (kimvanderleest.nl) Model Het Levende Gebouw in relatie tot een aantal certificeringen. U kunt het model ook goed gebruiken voor andere certificeringen. Branchevereniging VHG is endorser van het Earth Charter, waarin de sustainable development goals van de Verenigde Naties centraal staan. Deze doelstellingen vinden een concrete uitwerking binnen het concept van Het Levende Gebouw. Het model op A3-formaat en een toelichting vindt u bij het hoofdstuk Concept en symbolen. Dit geldt ook voor de waarden en principes van het Earth Charter, voor de Sustainable Development Goals (SDG’s) vastgesteld door de Verenigde Naties, of voor WELL en BREEAM als populaire gebouwcertificering binnen Europa. Ook daarvoor is Het Levende Gebouw goed te gebruiken als inspiratiebron. We zien dat in de geactualiseerde versies van certificeringen levend groen steeds meer wordt meegenomen in de maatregelen. Een mooi voorbeeld daarvan is biofiel ontwerpen. Met Het Levende Gebouw kunt u hierop anticiperen. Rekentools Vanuit de wetenschap en het bedrijfsleven worden allerlei rekentools ontwikkeld om de effecten van groen en blauwe maatregelen inzichtelijk te maken voor gebouwen en wijken. Hiermee kunnen (landschaps)architecten en stedenbouwkundigen hun ontwerpen evalueren op de bijdrage aan gezondheid en klimaatbestendigheid.  Zie voor meer inspiratie het tabblad Ontspannen. Zie bijvoorbeeld www.ecosysteem-diensten.nl, een integraal calculatiemodel voor het ontwerpen van vegetatieve koeling en waterretentie in de stad. 248 © Branchevereniging VHG (vhg.org) / Kim van der Leest (kimvanderleest.nl)
Page 336
Het Levende Gebouw leidt tot allerlei innovaties, samenwerkingen en (ver)nieuw(d)e beroepen. Met de ontwerptool Groene Gezonde Stad (https://tools.wenr.wur.nl/groenegezondestad/) kan op gebouw-, kavel-, en gebiedsniveau verkend worden hoe groen-blauwe maatregelen bijdragen aan gezond bewegen (tegen obesitas), ontspanning (tegen mentale stress en burnouts), sociale cohesie (tegen eenzaamheid) en koeling tijdens hittegolven (tegen hittestress). De Toolbox Klimaatbestendige Stad (TKS) helpt om te verkennen wat de bijdrage van groenblauwe maatregelen is aan een serie adaptatie-indicatoren. De tool geeft ook een inschatting van de kosten voor inrichting en beheer van het groen-blauw. TKS is beschikbaar via het Kennisportaal Ruimtelijke Adaptatie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Bij beide tools kunnen ontwerpers kiezen uit tientallen verschillende groen-blauwe maatregelen op verschillende schaalniveaus en die vervolgens intekenen in hun ontwerp. De tools rekenen dan de impact van de maatregelen door voor respectievelijk gezondheid en klimaatbestendigheid. Subsidies Voor zakelijke opdrachtgevers geldt dat investeringen in levende gebouwen, waarbij aantoonbaar gebruik gemaakt is van maatregelen die de klimaatbestendigheid bevorderen, in aanmerking komen voor belastingvoordeel. Dit geldt ook voor investeringen in dakgroen, gevelgroen of natuurvriendelijke voorzieningen. De lijsten met maatregelen die hiervoor in aanmerking komen worden jaarlijks vastgesteld. Kijk voor de actuele overzichten over MIA en Vamil op www.rvo.nl/subsidieregelingen/brochures/milieulijsten. Het is raadzaam ook bij gemeenten en waterschappen te informeren naar subsidieregelingen. 249 250 Daktuin ‘Platanenhof’ op de parkeergarage van het ministerie van Financiën in Den Haag. Overdag is het naast een passage voor medewerkers, een openbare ontmoetingsruimte. ‘s Avonds wordt de binnenplaats veiligheidshalve afgesloten.
Page 340
A e Deze handleiding informeert en inspireert, om ‘groen denken en doen’ te stimuleren. Daarvoor zijn tal van mogelijkheden zoals u in dit boek kunt zien. Voor een integrale toepassing van groen in, aan en op gebouwen is een aantal algemene belangrijke aandachtspunten te noemen om rekening mee te houden. Deze zijn in dit hoofdstuk op een rij gezet. De vele groensystemen op de markt hebben allemaal hun eigen eigenschappen en technische specificaties. Daarom is het belangrijk om tijdig met een groenprofessional om tafel te zitten. Zo kan groen naadloos worden geïntegreerd, kan het op de juiste plaats optimaal zijn functies vervullen en op een goede manier worden onderhouden. groene of groen-blauwe daken / heesters & bomen groene of groen-blauwe daken / heesters & bomen gelijk met vloeroppervlak gevelbeplanting groene daken / sedum & kruiden groene of groen-blauwe daken / vaste planten geïntegreerde groene wanden groene wandpanelen beplanting als decoratie in meubilair standalone groene wanden tubegardens beplanting tussen werkplekken beplanting in meubilair beplanting in meubilair geïntegreerd beplanting in plafondhangers Plant Pillar beplanting in pot beplanting in meubilair geïntegreerd beplanting in de vloer kruiden en groente productie grote beplanting en bomen planttubes Bestaande bomen behouden kruidenthee Plantwire Bestaande bomen behouden Schematisch overzicht van de diverse mogelijkheden van het toepassen van gebouwgebonden groen. Deze soorten groen zijn ook in deze handleiding behandeld. Buiten: dakgroen, gevelgroen, leibomen. Buiten/binnen: eetbaar groen, kruiden met servicemodel, vertical farming/aquaponics. Binnen: verticaal groen: groene wand, stand alone plantenwand/divider, levend schilderij. Inrichtingselementen: plantenbakken Grote beplanting: bomen, planteneilanden Plantwires vrijhangend 3 m > 25 m, plantenpilaren staand van 3 m > 10 m Meubilair: dubbeldoel plantenbak. Hangend groen 5 meter boom + bak 1 m3 + klei/doek/grond + 100 liter water = 1400 kg 251 © Merlijn Hoenekamp, Donkergroen Checklist Onderstaande checklist is een praktisch hulpmiddel in het proces om te komen tot een integrale toepassing van groen in, aan en op gebouwen. Door een verankering van groen in het PvE zijn de artist impressions niet groener dan wat er uiteindelijk wordt gebouwd of wat nog mogelijk is. 1. Initiatieffase a. Heeft de opdrachtgever/gebruiker wensen geformuleerd met betrekking tot binnenbeplanting, gevelgroen en dakgroen bijvoorbeeld in het Programma van Eisen (PvE)? b. Als dit niet het geval is, stel het expliciet aan orde; onderbouw de meerwaarde van integrale toepassing van groene gebouwen. Hoe kan groen de gebruiksfunctie en de omgevingswaarde van het gebouw versterken? Deze handleiding en de diverse mindmaps per gebouwfunctie helpen u hierbij. c. Bespreek globaal de mogelijkheden, neem de opdrachtgever/gebruiker bijvoorbeeld mee naar een of meerdere voorbeeldprojecten. d. Leg de uiteindelijke wensen van de opdrachtgever vast. 2. Voorlopig ontwerp a. Stel een ontwerpteam samen dat over de benodigde kennis en ervaring beschikt; betrek hier een groenprofessional bij. b. Ga bij de ontwikkeling van een voorlopig ontwerp de volgende aspecten na: i. Laat het ruimtelijk PvE substantiële binnenbeplanting toe? ii. Kan beplanting op een zodanige manier gesitueerd worden dat zoveel mogelijk gebruikers zicht op groen hebben? iii. Kan er een relatie gelegd worden tussen groen buiten en groen binnen? iv. Kan er ook groen worden toegepast op het dak en aan de gevel? c. Stel de volgende vragen in het ontwerpteam: i. Hoe kan beplanting optimaal geïntegreerd worden in het energie- en installatieconcept? ii. Welke invloed kan groen hebben op het binnenmilieu (temperatuur, ventilatie, RV, luchtkwaliteit, akoestiek) en de energiebalans? iii. Wat is de invloed van beplanting op de daglichttoetreding? iv. Heeft de beplanting invloed op de toekomstige flexibiliteit van het gebouw? v. Welke planten zijn bij het ontwikkelde gebouwconcept toepasbaar, bekeken vanuit plantcondities, vormgeving etc.? vi. Kan regenwater worden opgevangen en worden gebruikt voor de beplanting? d. Laat een kostenraming maken van het groenconcept (investering, beheer en onderhoud), zodat een realistisch beeld ontstaat van wat de opdrachtgever krijgt en wat het kost, ook op termijn. 3. Definitief ontwerp: optimalisatie van gebouw- en plantenconcept a. Energieberekening: voldoet het concept energetisch en bouwfysisch (grote glasvlakken)? b. Berekening van temperaturen in de zomer: wordt met het concept voldaan aan de comfort-eisen uit het PvE? c. Worden de minimale temperaturen voor de planten (onverwarmde ruimten) gerealiseerd? Controle op leidingverloop bij vloerverwarming. d. Zonoriëntatie en daglichtberekeningen: krijgen de planten op de beoogde plekken ook de vereiste hoeveelheid licht? Controle beglazing op doorgelaten spectrum. e. Controle op mogelijke tochtverschijnselen bij de locaties van de planten. f. Ontwerp van de beheersystemen voor de planten: watergeefsysteem, afvoer, eventuele aanvullende kunstverlichting etc. 4. Bestek en realisatie Uiteraard is het van belang dat de uitvoering van de aanleg van planten en bijbehorende systemen zorgvuldig en conform bestek plaatsvindt. Het tijdstip en de volgorde van de werkzaamheden kan voor planten een extra aandachtspunt zijn in verband met mogelijke vervuiling (door bouwstof) en tocht of te lage temperaturen tijdens de afbouwfase van het gebouw. Bovenstaand hulpmiddel is gebaseerd op de checklist uit Groen in Gebouwen van SBR (https://kennisbank.isso.nl/publicatie/groen-in-gebouwen/2009) 252
Page 342
Aandachtspunten dak-, gevel- en binnengroen 1. Dakgroen • draagkracht per gewenste functie - sedumdak 50 - 90 kg/m2 * - natuurdak 120 - 300 kg/m2 * - verblijfsdak > 350 kg/m2 ** - dakpark > 500 kg/m2 ** • opbouwhoogte*** - sedum > 5 - 8 cm - natuurdak > 10 - 20 cm - verblijfsdak > 20 cm - dakpark > 40 cm • wortelruimte - vaste planten > 20 cm - lage heesters > 30 cm - hoge heesters > 50 cm - bomen > 80 cm Een retentie- of Polderdak bestaat uit een systeem van kratten waarin regenwater kan worden opgeslagen. Het bassin dat op die manier ontstaat kan dynamisch worden bestuurd. Op die manier is het • hellingshoek • dakoppervlak • dakhoogte • ligging ten opzichte van de zon • omringende bebouwing en groen • wind • water - waterdichtheid: wortelwerende dakbedekking, volledig of dubbel verkleefd - watergeefsysteem: technische ruimte, druppelleiding, bij voldoende opbouw waterberging hergebruik beplanting en/of toiletten • voeding • beschikbaarheid elektriciteit • logistiek tijdens bouwfase: bereikbaarheid aanleg, timing in proces, doorgang, (hijs)lift • onderhoud: bereikbaarheid, water geven • vegetatievrije zone: brandpreventie en betere waterafvoer • circulair • kweker plantmateriaal Polderdak in staat om alle regen die op het dak valt op te slaan en op een rustig moment af te voeren naar het rioolsysteem. Het water dat wordt opgeslagen in het Polderdak kan worden gebruikt voor de irrigatie van de bovengelegen functie zoals groentetuin of dakpark. * Gewicht verschilt per systeem per leverancier en gebruik. Er is altijd overleg tussen de groenspecialist en de architect/ constructeur nodig om de gewenste functies en uitstraling te laten aansluiten bij het benodigde pakket. ** Exclusief de variabele belasting. Deze wordt door de constructeur aangegeven en is volledig afhankelijk van het gewenste gebruik (alleen toegankelijk voor onderhoud, privégebruik of openbaar toegankelijk voor voertuigen etc.). *** Systeemdikte verschilt per systeem per leverancier. 253 Pomphuis Helsingborg, Zweden. Een flexibel modulair groensysteem is geschikt voor gebogen oppervlakken. 2. Gevelgroen • oriëntatie ten opzichte van de zon • draagkracht muur • gewenste beplanting: zelfhechters, klimmers met steunconstructie, plantenbakken of gevelpanelen • waarde jaarrond • natuurinclusief • vochtgevoeligheid gevel • windturbulentie • watergeefsysteem • voeding • bereikbaarheid • onderhoud • circulair • kweker plantmateriaal Hang- en klimplanten vormen samen een groene wand. 254
Page 344
3. Binnengroen • licht: daglicht, lichtintensiteit, lichtduur en lichtrichting: > 500 - 700 lux, kunnen draaien beplanting in verband met naar het licht groeien, bovenverlichting bij vaste beplanting • luchtvochtigheid en licht Hoe meer licht hoe meer plantkeuze. Zonnig met lage luchtvochtigheid (woestijnklimaat en oase) < 25% RV en > 3000 lux Beplanting: Woestijnplanten met beperkte verdamping zoals succulenten, cacteeën en euphorbiaceaen. Ook sanseveria’s en beaucarnea’s voelen zich hier prima in thuis. Verder palmen zoals de Phoenix canariensis en de Washingtonia. Licht met lage luchtvochtigheid (savanneklimaat) 15 - 25% RV en 2000 - 3000 lux Beplanting: Yucca’s en Cycas Licht met normale luchtvochtigheid (mediterraan klimaat) 25 - 35% RV en 2000 - 3000 lux Beplanting: Jacaranda, Pittosporum, Albizia, Olea, Citrus. Matig licht met normale luchtvochtigheid (subtropisch klimaat) 25% - 35% RV en 1000 - 2000 lux Beplanting: - subtropische planten (met ook goede kansen voor bontbladigen): schefflera’s, ficussen, auracaria’s, pachira’s en diverse dracaenasoorten. - palmachtige planten zoals Phoenix, Howea, Caryota’s en Chrysalidocarpus. - Anthuriums en Agleonema’s als onderbeplanting voldoen hier prima. Beperkt licht met hogere luchtvochtigheid (tropisch regenwoud) 60% RV en hoger 700-1000 lux Tropische beplanting zoals varenachtigen, diverse soorten orchideeën en bromelia’s. • temperatuur: minimaal 15 °C voor subtropisch, weinig temperatuurschommelingen • winterharde beplanting is niet geschikt als binnenbeplanting • waterdichtheid, watergeefsysteem: technische ruimte • voeding • type substraat • tocht: voorkom (koude) tocht, een permanente luchtstroom is beter dan een wisselende • vloerverwarming • vloerbelasting: grote beplanting, bomen/planteneilanden • logistiek tijdens bouwfase: bereikbaarheid aanleg, timing in proces, deuren/doorgang, draaicirkels, temperatuur (niet leveren bij vorst), zo laat mogelijk ook i.v.m. bouwstof • onderhoud: bereikbaarheid voor klein/groot onderhoud, water geven, afstoffen • circulair • kweker plantmateriaal Grote beplanting voor projecten wordt horizontaal getransporteerd en in verband met de kwetsbaarheid bij voorkeur hortizontaal binnengebracht. De luchtvochtigheid die tropische beplanting nodig heeft, is voor mensen niet fijn om lang in te verblijven. Deskundig onderhoud is essentieel wil groen zijn functies optimaal (blijven) vervullen. 255 Ferrari Maranello Italië Rood kan ook heel groen zijn. Ferrari heeft volop groen rondom en in de gebouwen voor het welzijn van haar medewerkers. Sterker nog: ook in de assemblagehal van de fabriek om de luchtkwaliteit en temperatuur voor de machines goed en stabiel te houden. 256
In februari 2019 is i-Tree gelanceerd in Nederland. Het programma is nu zover gereed dat het kan worden ingezet in ons land. Daar zijn twee pilotfases aan vooraf gegaan, waarin het model getest is in 14 gemeenten, geoptimaliseerd is voor de Nederlandse situatie en waarbij verdiepend onderzoek is gedaan om het model verder te verfijnen en uit te breiden.
Deze resultaten en de conclusies van de pilots zijn verzameld in de publicatie ‘De Baten van Bomen, resultaten van i-Tee Eco in Nederland’.

De Baten van Bomen - Resultaten van i-Tree Eco in Nederland


Page 2
Aesculus hippocastanum Voorwoord Als burgemeester van de gemeente Utrecht weet ik maar al te goed welke waarde inwoners hechten aan een groene leefomgeving. Een groene inrichting draagt bij aan het woongenot. Ook zijn we ons er in toenemende mate van bewust dat groen goed doet. Een groene omgeving stimuleert de gezondheid en milieukwaliteit. En het is een belangrijk middel in de noodzakelijke klimaatadaptatie. Maar het is niet altijd eenvoudig om de groene waarde van de leefomgeving te meten. Daarom is het belangrijk dat i-Tree Nederland nu beschikbaar komt. Daarmee kunnen we een betere afweging maken in de discussie over de kosten en baten van een groen ingerichte leefomgeving. I-Tree Eco laat zien dat een goed groeiende boom een betere grotere bijdrage levert aan de luchtkwaliteit, het koelen van de stad en de C02 -opslag. Door de inzet van i-Tree kan de discussie worden verlegd van het aantal bomen naar de boomkwaliteit. Daarmee kunnen we ook aantonen dat het soms noodzakelijk is slecht groeiende bomen te verplaatsen of te vervangen. Als voorzitter van Vereniging Nederlandse Gemeenten ben ik trots op deze publicatie omdat veertien gemeenten de krachten hebben gebundeld met partners uit onderzoek en onderwijs, betrokken adviesbureaus, de Vereniging Stadswerk Nederland en VHG, brancheorganisatie voor ondernemers in het groen. Een unieke en krachtige samenwerking met een resultaat waar alle VNG-leden hun voordeel mee kunnen doen. Maar i-Tree is er ook voor inwoners. Zij kunnen de informatie uit i-Tree gebruiken om een bijdrage te leveren aan een groenere leefomgeving. Zo bundelen we onze krachten voor een leefomgeving met toekomst. Jan van Zanen Voorzitter VNG
Page 6
Rotterdam, Hovendaal i-Tree Eco Inzicht in de groene baten van bomen Bomen zijn belangrijk voor een gezonde en klimaatbestendige stad. Ze verbeteren bijvoorbeeld de luchtkwaliteit, zorgen voor langdurige CO2 -binding en zorgen bij hevige regen voor een vertraagde afgifte van water naar de bodem. i-Tree Eco laat zien wat deze groene diensten van bomen waard zijn. Wat is een boom waard? i-Tree Eco is een in de Verenigde Staten ontwikkeld model dat inzicht geeft in de ecosysteemdiensten die bomen leveren. i-Tree Eco maakt die bijdrage van bomen voor het eerst concreet, door er een waarde in euro’s aan te verbinden. Geïnspireerd door de i-Tree Eco rapporten van Londen en New York, is in Nederland Platform i-Tree in het leven geroepen: een unieke samenwerking tussen overheid, onderwijs en adviesbureaus. Veertien gemeenten hebben hun bomenbestand beschikbaar gesteld. Dit alles met één gezamenlijk doel: i-Tree Eco toepasbaar maken in Nederland. Sturen op groene baten i-Tree Eco biedt aanknopingspunten om met beleid, beheer én ontwerp gericht te sturen op de groene baten van bomen en deze ten volle te benutten. Of het nu gaat om een park, een woonwijk of een gehele stad, op ieder gebiedsniveau kunnen de baten berekend worden, zoals de hoeveelheid water die de bomen jaarlijks afvangen, de mate waarin de bomen de luchtkwaliteit verbeteren en de hoeveelheid CO2 die wordt vastgelegd in het hout. Daarnaast kan het model de eigenschappen (inclusief kroon- en bladoppervlak) en de opbouw van een bomenbestand in kaart brengen. Op basis daarvan kan onderzocht worden hoe weerbaar een bomenbestand is tegen ziekten en plagen en hoe de eigenschappen van een bomenbestand optimaal kunnen worden benut om concrete maatschappelijke doelen te bereiken. Indrukwekkende cijfers Uit de i-Tree Eco-analyse in Utrecht is gebleken dat de gemeentelijke bomen in Utrecht voor ruim 1,5 miljoen euro aan groene baten opleveren. Daarbij is in het Utrechtse bomenbestand een hoeveelheid CO2 cijfers, die ook nog ieder jaar toenemen, en die de waarde van bomen in de stad benadrukken! Deze publicatie geeft een overzicht van de resultaten van drie jaar onderzoek, dat inzicht heeft gegeven in de mogelijkheden en het gebruik van i-Tree Eco in Nederland. Belangrijke informatie, waarmee bomenbeleid en -beheer op een objectieve en wetenschappelijke manier onderbouwd kan worden, zowel voor de politiek als voor burgers. vastgelegd ter waarde van bijna 5,5 miljoen euro. Indrukwekkende 7
Page 8
i-Tree in Nederland In februari 2019 is i-Tree gelanceerd in Nederland. Het programma is nu zo ver gereed dat het kan worden ingezet in ons land. Daar zijn twee pilotfases aan vooraf gegaan, waarin het model getest is in 14 gemeenten, geoptimaliseerd is voor de Nederlandse situatie en waarbij verdiepend onderzoek is gedaan om het model verder te verfijnen en uit te breiden. Waarom? i-Tree Eco is ontwikkeld in de Verenigde Staten. Het model is niet zonder meer toepasbaar in Nederland: voor iedere locatie gelden andere weerstatistieken en luchtverontreinigingsgegevens, andere groeicurves van bomen en daarbij andere eenheidsprijzen om de financiële baten te berekenen. Platform i-Tree Nederland, een samenwerkingsverband van Stadswerk, Branchevereniging VHG, 14 gemeenten, Wageningen University & Research, Hogeschool Van Hall Larenstein en de boomadviesbureaus Bomenwacht Nederland, BTL Bomendienst, Cobra Adviseurs en Terra Nostra, werkt mee aan de Nederlandse versie door onder meer de benodigde input voor het model te verzamelen en het model te testen in Nederlandse gemeenten. Pilot 1- verkenning: wat kan het model? In 2015 gingen de eerste pilotprojecten van start om ervaring op te doen met het model. Voorafgaand aan pilot 1 is in Almere een eerste verkenning gedaan op basis van de Amerikaanse kengetallen, om een indruk te krijgen van de toepasbaarheid en de uitkomsten. In pilot 1 zijn in de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Dordrecht en Heerhugowaard projectgebieden geselecteerd van ongeveer 500 bomen (meestal een wijk of een park) en doorgerekend met het i-Tree Eco-model. 8 i-Tree tools i-Tree heeft verschillende tools ontwikkeld om de baten van bomen inzichtelijk te maken. Pilot 2- verdieping en optimalisatie Pilot 2 bouwt voort op de ervaringen uit pilot 1. In 2017 zijn opnieuw pilotprojecten uitgevoerd, ditmaal in de gemeenten Rotterdam, Utrecht, Oss, Huizen, Haarlem, Eindhoven, ‘s-Hertogenbosch, Leidschendam/Voorburg, Wassenaar/Voorschoten en Papendrecht/ Hendrik-Ido-Ambacht. Ook deze keer zijn in iedere gemeente één of twee bomenbestanden doorgerekend. Een overzicht van de belangrijkste resultaten per gemeente vindt u op pagina 20. Daarnaast is extra verdiepend onderzoek gedaan naar (klimaat)thema’s waaraan i-Tree Eco een bijdrage zou kunnen leveren: waterregulering, koeling, luchtkwaliteit, gezondheid en (bio)diversiteit. Steeds is daarbij onderzocht wat met de i-Tree-tools nu al berekend kan worden en wat dat betekent, wat er uit wetenschappelijk onderzoek bekend is over de bijdrage van bomen op dit thema, wat dit betekent voor Nederland en of deze effecten gekwantificeerd en mogelijk toepasbaar gemaakt kunnen worden worden in i-Tree Eco. De conclusie: i-Tree Eco is goed toepasbaar onder Nederlandse omstandigheden voor de thema’s luchtkwaliteit, waterafvang en CO2 - vastlegging. Verdere ontwikkeling van het instrument is veel belovend. www.itreetools.org 9 i-Tree Eco is de meest uitgebreide, die voor zowel grote als kleine bomenbestanden aan de hand van het bladoppervlak en de stamdiameter diverse groene baten kan berekenen, zoals waterafvang, afvang van luchtvervuilende stoffen, CO2 en CO2-voorraad. Aanvullend biedt i-Tree een aantal instrumenten, die dieper ingaan op één bepaald thema. i-Tree Canopy geeft snel inzicht in de volledige groenbedekking van een gebied, op basis van gegevens uit Google Maps (zie ook pagina 16). i-Tree Hydro geeft inzicht in de relatie tussen ondergrond, bodem bedekking, hydrologie en de bijdrage van bomen aan hemelwaterregulering (zie ook pagina 19). -vastlegging
Page 12
THEMA 1 - BOOMGEGEVENS De 148.098 gemeentelijke bomen in Utrecht vertegenwoordigen een bedrag van ruim 1,5 miljoen euro aan groene baten per jaar. De situatie in Utrecht Utrecht heeft veel jonge bomen. Slechts 8% van de bomen is geschat op een stamdiameter van meer dan 40 cm. De dikkere bomen zijn vooral te vinden onder gewone essen (Fraxinus excelsior), Canada-populieren (Populus x canadensis) en zomer eiken (Quercus robur); soorten die in Utrecht veel voorkomen. De 3 soorten die het meeste bijdragen aan groene baten: essen, eiken en linden. Samen zijn ze goed voor € 537.635 per jaar, dat is 35% van de totale jaarlijkse baten voor CO2 vang. -vastlegging, luchtzuivering en waterafOp nummer 1: essen (Fraxinus). Met 17% van het bladoppervlak dragen ze het meeste bij aan de groene baten van de bomen in de gemeente. • De essen verwijderen 4,5 ton luchtverontreinigende stoffen per jaar (de linden en eiken nemen samen nog eens een kleine 5 ton per jaar voor hun rekening.) • De essen vangen 9.349 m3 water af per jaar, weer gevolgd door linden (5.205 m3 per jaar) en eiken (5.028 m3 • De essen vertegenwoordigen een CO2 per jaar). -voorraad van 2.671 ton (17% van de totale voorraad) en leggen jaarlijks 99 ton vast. Op nummer 2 en 3 staan eiken en platanen. Het grote aandeel essen is ook een risico. Essen staan bekend om hun gevoeligheid voor essentaksterfte; een ziekte waaraan een deel van het essenbestand uiteindelijk doodgaat. Je ziet in steeds meer gemeentes daarom de essen uit het straatbeeld verdwijnen. Als de Utrechtse essen verdwijnen gaat er € 945.417 aan CO2 lijkse groene baten verloren! -voorraad en € 252.957 aan jaarDe bomen in de binnenstad dragen per stuk het meeste bij. Iedere boom levert jaarlijks gemiddeld € 16,75 op aan groene baten. Dat is bijna drie keer zo veel als de bomen in de wijken Leidsche Rijn (€ 5,75) en Vleuten-de Meern (€ 6,05). Dit is goed verklaarbaar: het bladoppervlak is het meest bepalend voor wat een boom bijdraagt, en dat hangt samen met de dikte van de stam en de leeftijd van de boom. De bomen in de binnenstad zijn gemiddeld bijna 50 jaar oud, in de Vinexwijken Leidsche Rijn is dat 15,7 jaar. Utrecht, Oudegracht 12 THEMA 1 - Utrecht De praktijk: boomgegevens Het doorrekenen van een volledig bomenbestand In de gemeente Utrecht is onderzocht of het mogelijk is om de baten van een compleet gemeentelijk bomenbestand te berekenen in i-Tree Eco. Juist dat maakt het voor veel gemeenten interessant, want alleen zo valt er, op het niveau van de gemeente, écht iets te zeggen over de bijdrage van bomen. In de meeste pilotgemeenten is gerekend met bomenbestanden van ongeveer 500 tot 1000 bomen. In Utrecht is voor het eerst een compleet gemeentelijk bomenbestand van bijna 150.000 bomen ingevoerd in i-Tree Eco. Dat is belangrijk, omdat de resultaten van een deel van de bomen niet zomaar geëxtrapoleerd kunnen worden naar het geheel. De baten die i-Tree Eco berekent zijn afhankelijk van boomsoort, boomgrootte, bladoppervlak en kroonoppervlak. Dit is voor iedere boom verschillend, ook bij bomen van dezelfde soort. Om op het niveau van de gemeente iets te kunnen zeggen over de groene baten van de bomen is het daarom nodig om het volledige bomenbestand te analyseren, of om een representatieve steekproef van plots te nemen, zoals bijvoorbeeld in Londen is gedaan. De gemeente Utrecht heeft in 2009 een bomenbeleid opgesteld om duidelijke doelen te stellen en eenduidige beslissingen te kunnen nemen over bomen. Ook is Utrecht bezig met het thema Healthy Urban Living. Utrecht is dus zeer gebaat bij een objectief model om de baten van bomen op het gebied van water, klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezondheid te kunnen berekenen. De resultaten Niet alle gegevens van de bomen zijn in het veld opgemeten. De stamdiameter ontbrak in het gemeentelijke databestand, daarom is deze waarde berekend met een formule, die aan de hand van de boomsoort en de leeftijd van de boom een schatting maakt. De berekende waarde kan natuurlijk afwijken van de werkelijkheid: niet iedere boom groeit even hard. Uit de gegevens van Rotterdam (zie ook pagina 15) blijkt dat de berekende stamdiameter over het algemeen zo’n 25% kleiner is dan de werkelijke diameter. Deze afwijking heeft overigens alleen invloed op de berekening van de CO2 -opslag in het hout. Conclusie De analyse van een compleet gemeentelijk bomenbestand levert indrukwekkende cijfers op (zie kader hiernaast). Daarbij maakt een analyse op dit niveau het mogelijk om concrete doelen te stellen, bijvoorbeeld een ‘CO2 bomen per inwoner. -norm’ in plaats van een norm voor het aantal 13
Page 14
THEMA 1 - BOOMGEGEVENS Rotterdam, Oosterhagen THEMA 1 - Rotterdam, Dordrecht De beste invoer voor een betrouwbaar resultaat De meest betrouwbare uitkomst geeft i-Tree Eco met zo veel mogelijk werkelijke, in het veld gemeten boomgegevens, maar een uitgebreide inventarisatie van een bomenbestand is duur en tijdrovend. Welke gegevens heeft het model minimaal nodig om tot betrouwbare resultaten te komen? Kunnen metingen uit het veld ver vangen worden door satellietgegevens of formules? Dit is onderzocht in de pilotgemeenten Rotterdam en Dordrecht. Bij het invoeren van een bomenbestand in het i-Tree Eco-model moeten per boom twee parameters verplicht worden ingevuld: de boomsoort en de stamdiameter. Daarbij kunnen nog veel meer gegevens van de boom worden ingevoerd, zoals de boomhoogte en de kroondiameter, de kroonbasis en het percentage missende kroon. Gegevens die de uitkomst wellicht betrouwbaarder maken, maar die niet iedere gemeente paraat heeft. Twee parken in Dordrecht en twee woonwijken in Rotterdam zijn doorgerekend met verschillende sets van invoergegevens, om zo te bepalen waar het optimum ligt in kosten en baten. Van deze projectgebieden waren in pilot 1 al gedetailleerde boomgegevens in het veld opgenomen. Het model heeft eerst deze gedetailleerde datasets doorgerekend; deze uitkomsten dienden als referentiewaarde. Vervolgens zijn deze dataset steeds iets ‘afgepeld’ – door parameters weg te laten of te vervangen door formules, standaardwaarden of satellietgegevens – en is gekeken naar de invloed op de uitkomsten. De resultaten • De parameters boomsoort en stamdiameter zijn essentieel voor een i-Tree Eco-analyse. Als de boomhoogte en kroondiameter daaraan nog worden toegevoegd geeft dit de meest nauwkeurige uitkomsten. • De stamdiameter kan ook berekend worden met een formule, maar het resultaat daarvan is dan wel structureel zo’n 25% te laag. Dit leidt tot een lagere inschatting van de CO2 boom én van jaarlijkse CO2 -voorraad van de -vastlegging door groei. Bij het berekenen van de baten moet daar rekening mee gehouden worden. Op de andere groene baten heeft deze afwijking geen effect. • De kroondiameter kan heel goed afgeleid worden uit satellietgegevens. Hierdoor wordt hij over het algemeen 13% te groot ingeschat. Dit heeft alleen effect op de berekende waterafvang, die dus ook iets te hoog wordt ingeschat. • De kroonbasis (hoogte van de eerste takaanzet) kan berekend worden volgens de formule die bepaald is met de bomen uit pilot 1. De uitkomst wijkt nauwelijks af van de werkelijke kroonbasis. • Voor het percentage missende kroon (afwijking van de optimale kroon, door afgebroken takken et cetera) kan standaard overal 5-10% worden ingevuld. • Niet in de i-Tree-database voorkomende cultivars kunnen – mits grootte en groeiwijze niet afwijken – de boomsoort of zelfs het geslacht gebruikt worden, óf een andere soort die vergelijkbaar is qua grootte en groeiwijze. 15
Page 16
THEMA i-Tree CANOPY in de praktijk USDA Forest Service heeft verschillende tools ontwikkeld om de baten van bomen inzichtelijk te maken, met i-Tree Eco als vlaggenschip. i-Tree Canopy is een alternatieve tool om een aantal groene baten van een grote hoeveelheid bomen te berekenen. i-Tree Canopy heeft veel minder input van gegevens nodig. In Rotterdam en Dordrecht zijn de groene baten van twee projectgebieden berekend met zowel i-Tree Eco als i-Tree Canopy. Amsterdam, Sarphatipark THEMA i-Tree CANOPY in de praktijk i-Tree Canopy: een alternatief? i-Tree Eco heeft een aantal voordelen ten opzichte van i-Tree Canopy. i-Tree Eco geeft een uitgebreide analyse op basis van de invoer van nauwkeurige data van een specifiek bomenbestand. Maar zo’n analyse is alleen mogelijk als die data ook voorhanden zijn. Het compleet maken van de gegevens voor i-Tree Eco is vaak tijdrovend en arbeidsintensief. Het grote voordeel van i-Tree Canopy is dat er geen database met boomgegevens nodig is. i-Tree Canopy neemt de volledige groenbedekking binnen een afgebakend gebied als uitgangspunt. Binnen de grenzen van het projectgebied pikt het model at random 500 tot 1000 punten, waarbij handmatig moet worden aangegeven of het om een boom gaat of niet. Hierbij wordt geen verschil gemaakt tussen bomen in gemeentelijk of particulier bezit. i-Tree Canopy rekent aan de hand van oppervlakten. De stamdiameter wordt geschat op basis van de kroonbedekking. Om beide modellen te vergelijken zijn van twee projectgebieden in Rotterdam en Dordrecht berekend met zowel i-Tree Eco als i-Tree Canopy: de woonwijk Vreewijk in Rotterdam, waar ook veel particuliere bomen staan, en het Weizigtpark in Dordrecht, dat juist volledig uit openbaar groen bestaat. De resultaten In Vreewijk verschilden de uitkomsten van i-Tree Eco en i-Tree Canopy sterk van elkaar. Dat was ook te verwachten, omdat er in dit projectgebied veel particuliere bomen staan. In het Weizigtpark, dat volledig uit gemeentebomen bestaat, verschilden de uitkomsten voor kroonbedekking veel minder van elkaar. Er was echter wel een groot verschil te zien bij de berekende CO2 -opslag: i-Tree Canopy schat deze bijna 22 keer hoger in dan i-Tree Eco. Het is de vraag of deze afwijking in berekende CO2 -opslag zich lokaal voordoet, of altijd optreedt. Er is een aantal mogelijke verklaringen. Zo is er met slechts 500 punten gerekend: het minimum voor een betrouwbare uitslag. Ook is per punt alleen aangegeven of het wel of niet een boom is, terwijl ook aangegeven kan worden of het om water, gras, plantsoen of verharding gaat. Tot slot zijn de achtergrondgegevens waar i-Tree Canopy mee rekent (nu nog) volledig gebaseerd op de Amerikaanse situatie. Om het model in Nederland gericht in te kunnen zetten moeten deze aangepast worden naar de Nederlandse situatie. Conclusie • i-Tree Canopy is geschikt om snel inzicht te geven in de kroonbedekking, en daarmee in groene baten, van een bepaald gebied. • Om i-Tree Canopy goed toepasbaar te maken in Nederland is het nodig om Nederlandse parameters vast te stellen, net als bij i-Tree Eco. 17
Page 18
THEMA 3 - WATERREGULERING Meer bomen, minder wateroverlast Wat meet i-Tree Eco? Steeds vaker komen hoosbuien voor, waarbij het water niet meteen kan worden opgenomen door de grond of worden afgevoerd door het riool. Bomen kunnen een belangrijke rol spelen bij tijdelijke waterberging: ze vangen hemelwater af in hun kroon, waardoor het niet direct op de grond terecht komt, maar verdampt of vertraagd wordt afgegeven aan de bodem. Daarbij maken ze met hun wortels de bodem ook nog eens beter doordringbaar. Met i-Tree Eco kan berekend worden hoeveel water bomen kunnen afvangen. Dit is een indicatie voor hoeveel water er minder door het riool hoeft te worden afgevoerd dan in een situatie zonder bomen. Bij de berekening van de financiële baten wordt de gemeentelijke rioolheffing als uitgangspunt genomen. In de gemeente Haarlem is de bijdrage van bomen aan waterregulering onderzocht. Haarlem heeft – zoals veel gemeenten – te maken met wateroverlast tijdens hoosbuien waarbij heel veel regen valt in een korte periode. In 2016 heeft de gemeente een stresstest laten uitvoeren om de wateroverlast in kaart te brengen. Op basis daarvan zijn twee locaties geselecteerd waar zich water verzamelt na hevige regenbuien: de Zijlweg en omgeving en een deel van de Europawijk. De resultaten Met i-Tree Eco is berekend hoeveel water de gemeentelijke bomen in deze gebieden afvangen: Baten per jaar Aantal bomen Bladoppervlak Kroonoppervlak Zijlweg e.o. 301 40.000 m2 9.931 m2 € 137 Europawijk 362 58.000 m2 9.488 m2 Waterafvang per jaar 161.000 liter 176.000 liter Besparing per jaar € 150 Soort die het meeste bijdraagt per jaar: 18 Haarlem, Leidsevaart Gewone es 23.000 liter Hollandse iep 68.000 liter THEMA 3- Haarlem Meer inzicht met i-Tree Hydro De tool i-Tree Hydro is speciaal ontwikkeld om specialistische vragen te beantwoorden over de functie van bomen voor tijdelijke waterberging. Het model is een aanvulling op i-Tree Eco. i-Tree Hydro geeft ook een inschatting van de hoeveelheid vervuilende stoffen in het afstromende water en berekent de invloed van het wortelgestel op de infiltratie van water in de bodem. Om inzicht te krijgen in de mogelijkheden van dit model is het toegepast op een derde projectgebied in Haarlem: de Grote Markt. i-Tree Hydro heeft als input drie parameters nodig: maaiveldhoogte, locatiedata (en daaraan gekoppeld gegevens over het weer) en landbedekking (bomen, heesters, asfalt, etc. - deze gegevens zijn beschikbaar voor heel Nederland). Op basis van deze parameters berekent het model het waterstroomvolume (runoff) en de waterkwaliteit. En, heel interessant, het biedt de mogelijkheid om parameters te veranderen en zo verschillende scenario’s te simuleren. Zo kunnen fictief meer bomen worden geplaatst, of kan gespeeld worden met de soort landbedekking. Het model laat goed zien wat er gebeurt in het gebied, op welk effect ingespeeld moet worden en welke maatregel zou kunnen werken. De Grote Markt is een plein van 6.000 m2, centraal in de stad en vrijwel geheel verhard. Er staan 29 leibomen, met sterk gesnoeide kronen die slechts 5% van het pleinoppervlak bedekken. Er zijn twee alternatieve inrichtingen ingevoerd: een plein omringd door vrij uitgroeiende bomen (met 33% groen) en een plein met slechts 10% verharding en maar liefst 90% (winter)groen. De resultaten Zoals verwacht zorgt minder verharding voor een lagere (en schonere) afstroom van water. Bij scenario 1 verminderde de waterafstroom met de helft: zo’n 21.000 liter water dat niet door het riool hoeft te worden afgevoerd. Bij scenario 2 kon het plein zelfs 95% meer water opnemen. Overigens zijn dit indicaties: er is gewerkt met de gegevens van New York, dat qua omstandigheden het meest op Haarlem lijkt. Conclusie Het i-Tree Hydro model is geschikt om ontwerpscenario’s te toetsten en geeft inzicht in de effecten van inrichtingskeuzes. i-Tree Hydro moet nog wel verder voor Nederland ontwikkeld worden, met Nederlandse brondata en kaarten. Maar de mogelijkheden zijn veelbelovend! 19
Page 20
14 Pilotgemeenten In 14 pilotgemeenten zijn één of twee projectgebieden geselecteerd. Het gemeentelijk bomenbestand in deze gebieden is doorgerekend met i-Tree Eco. Heerhugowaard Haarlem Amsterdam Leidschendam/ Voorburg Wassenaar/ Voorschoten Den Haag Huizen Utrecht Rotterdam Oss Papendrecht/ Hendrik-Ido-Ambacht ‘s-Hertogenbosch Dordrecht Eindhoven 20 De resultaten in het kort Plaats Amsterdam Naam projectgebied Sarphatipark Oud-West Rotterdam Vreewijk Groenenhagen Dordrecht Weizigtpark Wielwijkpark Den Haag Heerhugowaard Rotterdam Stadscentrum Zandhorst Vreewijk Groenenhagen Utrecht Oss Gehele stad Stadscentrum Elzenhoekpark Huizen Buurt 01 Buurt 24 Haarlem Zijlweg e.o. Europawijk Eindhoven ‘s-Hertogenbosch Leidschendam Voorburg Wassenaar Voorschoten Papendrecht Hendrik-Ido-Ambacht * legenda: centrum Stationsgebied Essesteijn Voorburg-Noord Polanenpark Noord-Hofland Molenvliet Burgemeester Baxpark = Stedelijk gebied = Park Soort gebied * Aantal bomen 439 315 499 501 593 353 1.040 500 499 501 148.098 500 500 616 606 301 362 1.490 1.672 527 523 670 575 548 507 Kroonbedekking (%) 62 6 9 12,2 41,9 13,3 39 8 9 12,2 7 9,6 32,1 8 8,6 5,3 4,4 25,8 7,6 20,6 10,4 16,8 10 15 26 jaarlijkse baten (€/jaar) 1.341 663 24.376 20.304 3.925 1.580 3.451 1.735 24.376 20.304 1.522.094 7.291 16.954 14.134 4.836 3.838 5.093 21.132 35.274 7.816 6.808 19.573 16.602 12.718 14.047 CO2 voorraad (€) 6.365 2.002 115.170 100.964 12.240 3.538 13.721 2.601 115.170 100.964 5.429.649 62.259 155.802 28.894 10.647 19.399 23.824 219.533 151.865 53.304 56.911 61.732 51.928 35.901 37.741 = Industrieel gebied 21 pilot 2 pilot 1
Page 22
THEMA 4 - Koeling Oss, Elzenhoekpark THEMA 4 - Huizen, Oss, Papendrecht/Hendrik-Ido-Ambacht Bomen hebben een verkoelend effect In steden, vooral in de gebieden met veel ‘grijs’ oppervlak, warmt de omgeving snel op en koelt langzaam af: het hitte-eilandeffect. Verschillende wetenschappelijke onderzoeken tonen aan dat de aanwezigheid van groen dit effect vermindert en bijdraagt aan een prettig stadsklimaat. In drie pilotgemeenten, Huizen, Oss en Papendrecht/HendrikIdo-Ambacht is extra aandacht besteed aan dit thema. Bomen zorgen voor schaduw en hebben daarmee invloed op de temperatuur in de stad, vooral als deze schaduw op verharding valt. Ook de weerkaatsing van zonlicht door de bladeren en het proces van evapotranspiratie (het resultaat van verdamping en transpiratie) zorgen voor koeling: grote bomen kunnen tot wel 370 liter water per dag verdampen. Ook indirect draagt evapotranspiratie bij aan koeling, doordat het de vorming van wind en wolken stimuleert. Uit onderzoek blijkt dat 7% toename van de kroonbedekking in een woonwijk zorgt voor een temperatuurdaling van 1°C. i-Tree Eco rekent dit effect van bomen maar beperkt mee: het model berekent alleen het effect van schaduwwerking op gebouwen. Dit effect hangt onder meer af van de grootte van de boom en de positie ten opzichte van het gebouw. Om hier iets over te kunnen zeggen moeten deze gegevens dus voor alle bomen in kaart gebracht worden. Door de schaduwwerking van bomen gebruikt de airconditioning minder energie. Dit gegeven is de basis om de financiële waarde van schaduwwerking te berekenen. Daarbij wordt ook de vermindering van CO2 -uitstoot van elektriciteitscentrales (die deze energie dus niet hoeven op te wekken) meegerekend. Voor de Verenigde Staten is op deze manier berekend dat bomen gemiddeld zorgen voor een vermindering van het energieverbruik van 7,2%. Voor Nederland is het nog niet zo ver. Dat bomen bijdragen aan verkoeling staat vast. Als in de pilotgebieden kaartjes van het bomenbestand over hitte-eilandkaarten worden heengelegd wordt dit beeld bevestigd, maar in Nederland is nog weinig gericht onderzoek gedaan om het effect te kwantificeren. De Amerikaanse gegevens zijn niet zonder meer te vertalen: de Nederlandse bouwstijl is anders, we hebben minder airco’s en bomen staan hier over het algemeen verder weg van gebouwen. In Europese versies van i-Tree Eco is de functie daarom nog niet beschikbaar. 23
Page 24
THEMA 4 - Koeling Huizen In Huizen zijn twee gebieden vergeleken: Buurt 01 heeft relatief dicht op elkaar staande bebouwing. Buurt 24 is een woonbuurt met 606 gemeentelijke bomen en relatief weinig groen. De bomen worden hier over het algemeen niet erg groot, wat te zien is aan het bladoppervlak. De Urban Heat Island-kaart (Atlas natuurlijk kapitaal ) is vergeleken met de kaart met de afzonderlijke bomen én de kaart met de mate van kroonbedekking zoals i-Tree Canopy (zie pagina 16) die genereert. Het was goed te zien dat hittestress toeneemt naarmate het aantal bomen afneemt en er meer bebouwing en verharding is. In het centrum kan het bijvoorbeeld wel 2°C warmer worden. Aantal bomen Bladoppervlak 24 Aesculus hippocastanum Buurt 01 616 171.240 m2 Kroonbedekking 8% Buurt 24 606 50.651 m2 8,6% THEMA 4 - Huizen, Oss, Papendrecht/ Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht / Hendrik-Ido-Ambacht In Papendrecht en Hendrik-Ido-Ambacht is de invloed van bomen op de omgevingstemperatuur berekend met behulp van de ‘leaf area index’ (LAI): de verhouding tussen het bladoppervlak en de kroonbedekking. Uit onderzoek is bekend dat voor ieder heel punt dat de LAI hoger wordt, de oppervlaktetemperatuur met 1,2°C daalt. Oss In Oss zijn twee uitersten vergeleken: In het Elzenhoekpark staan 220 volwassen bomen. Dat zijn er relatief veel. Het gaat vooral om platanen (Platanus x hispanica). Deze soort draagt in dit gebied dan ook het meeste bij aan groene baten. In het stadscentrum staan juist erg weinig volwassen bomen, slechts 74. Een hittekaart laat hetzelfde effect zien als in Huizen: In het stadscentrum valt op dat in de warmste gebieden geen bomen staan. Aantal bomen Bladoppervlak Elzenhoekpark Stadscentrum 500 500 62.220 m2 Kroonbedekking 32,1% 24.212 m2 9,6% Met dit gegeven is voor twee pilotgebieden de invloed van het bomenbestand op de temperatuur berekend: een gebied van 500 bomen in de wijk Molenvliet in Papendrecht en het Burgemeester Baxpark in Hendrik-Ido-Ambacht. Omdat koeling nog niet wordt meegenomen in de i-Tree Eco-analyse is dit toch een manier om inzichtelijk te maken hoe bomen de temperatuur in een bepaald gebied beïnvloeden. Aantal bomen Bladoppervlak Kroonbedekking LAI Temperatuur t.o.v. situatie zonder bomen (LAI x 1,2) Molenvliet, Papendrecht 548 107.989 m2 33.141 m2 (30,7%) 3,4 Burgemeester Baxpark (H-I-A) 507 100.071 m2 28.584 m2 (28,6%) 3,5 4,0°C koeler 4,2°C koeler
Page 26
THEMA 5 - Luchtkwaliteit Eindhoven, Clausplein, Platanus x hispanica THEMA 5 - Eindhoven, Leidschendam-Voorburg Bomen filteren de lucht Slechte luchtkwaliteit in de stad wordt veroorzaakt door industrie en verkeer. Afvalstoffen in de lucht hebben allerlei nadelige effecten: van een slechte invloed op onze gezondheid tot schade aan gebouwen. Verkeer is de grootste boosdoener: dichtbij grote wegen is de luchtkwaliteit het slechtst en de concentratie vervuilende stoffen in de lucht het hoogst. Bomen leveren een bijdrage aan het verbeteren van de luchtkwaliteit in de stedelijke omgeving. i-Tree Eco berekent de afvang van vijf schadelijke stoffen en welke financiële waarde dat vertegenwoordigt, maar wat betekent dat voor de manier waarop je in beleid en beheer kunt sturen op schone lucht? Kunnen bomen strategisch ingezet worden om de luchtkwaliteit te verbeteren? Een literatuuronderzoek geeft meer inzicht in de effecten van bomen op de luchtkwaliteit. Luchtverontreinigende stoffen slaan neer op de bladeren van bomen. Dat gebeurt ook op grijs oppervlak, zoals gebouwen, maar het bladerdek van een boom heeft erg veel oppervlak ten opzichte van de plek die de boom inneemt, zodat bomen relatief veel afvangen. Neergeslagen fijnstof kan door de wind weer verspreid worden of door regen afspoelen en zo alsnog in de bodem terechtkomen. De gasvormige stoffen worden opgenomen via het blad en daarmee uit de lucht gefilterd. Als het gaat om de afvang van luchtverontreinigende stoffen is het vooral belangrijk dat er véél groen in de omgeving aanwezig is. Waar dat groen precies staat ten opzichte van de vervuilingsbron doet er minder toe: het algemene effect is groot, maar het lokale effect is beperkt. Dat betekent niet dat de locatie van het groen er helemaal niet toe doet. Bomen hebben ook nog een ander effect op de luchtkwaliteit: Groen beïnvloedt (net als gebouwen en andere elementen in de stad) de luchtstroming. De luchtkwaliteit verbetert als de juiste mate van turbulentie ontstaat, waarbij lucht met een hoge concentratie aan schadelijke stoffen gemengd wordt met schone lucht uit hogere luchtlagen. Bomen kunnen deze luchtdoorstroming bevorderen, maar ook tegenhouden. Zo kunnen groene hagen luchtverontreiniging buitensluiten of juist binnenhouden. Allemaal zaken om bij stedelijk ontwerp rekening mee te houden. 27
Page 28
THEMA 5 - Luchtkwaliteit De resultaten In de gemeenten Eindhoven en Leidschendam-Voorburg is extra aandacht besteed aan het thema luchtzuivering. i-Tree Eco berekent van vijf schadelijke stoffen hoeveel de bomen jaarlijks afvangen. Eindhoven 1.490 bomen Koolstofmonoxide (CO) Stikstofdioxide (NO2 Ozon (O3 ) ) Fijnstof (PM2,5 ) Zwaveldioxide (SO2 Totaal ) verwijderen jaarlijks - 121 kg 157 kg 14 kg 24 kg 316 kg waarde per jaar - € 4.702 € 372 € 8.484 € 689 € 14.248 Naaldbomen dragen meer bij In Eindhoven werd gevonden dat naaldbomen meer bijdragen aan schone lucht: de naaldbomen in het centrum vangen gemiddeld wel twee keer zo veel schadelijke stoffen af dan loofbomen. Waarschijnlijk komt dit door hun grotere bladoppervlak: de naaldbomen in het projectgebied hebben gemiddeld een twee keer zo groot bladoppervlak dan de loofbomen. Een andere mogelijke verklaring is dat naaldbomen het hele jaar groen zijn. Hetzelfde geldt overigens voor waterafvang: ook hieraan dragen de naaldbomen twee keer zoveel bij. Aan CO2 loofbomen gemiddeld meer bij. -opslag dragen juist Voorburg, Halewijnstraat 28 THEMA 5 - Eindhoven, Leidschendam-Voorburg LeidschendamVoorburg In Leidschendam-Voorburg zijn twee wijken met elk ongeveer 525 bomen vergeleken: Voorburg-Noord ligt direct aan de A12 en heeft weinig groen, maar wel een groene corridor tussen snelweg en bebouwing. Essesteijn is een wijk uit de jaren ‘70 en ‘80 met veel groen. Essesteijn 525 bomen Koolstofmonoxide (CO) Stikstofdioxide (NO2 Ozon (O3 ) ) Fijnstof (PM2,5 ) Zwaveldioxide (SO2 Totaal Voorburg-Noord 525 bomen Koolstofmonoxide (CO) ) Stikstofdioxide (NO2 Ozon (O3 ) Fijnstof (PM2,5 ) Zwaveldioxide (SO2 Totaal ) ) verwijderen jaarlijks - waarde per jaar - 19 kg € 739 82,8 kg € 197 7,9 kg € 4.761 7,7 kg € 217 117,4 kg € 5.914 verwijderen jaarlijks - 15,6 kg 68,3 kg waarde per jaar - € 610 € 162 6,5 kg € 3.931 6,3 kg € 179 96,7 kg € 4.882 De CO2-vastlegging en -voorraad is juist in Voorburg-Noord hoger; de bomen zijn hier gemiddeld vier meter hoger en hebben dus een groter volume aan hout. Ook staan in deze wijk blijkbaar boomsoorten die harder groeien. De bomen hebben daarbij een iets betere conditie, waardoor i-Tree Eco hun groei, en daarmee hun CO2 ging, hoger inschat. -vastlegDe top 3 van boomsoorten in Essesteijn bestaat uit de gewone es (Fraxinus excelsior), beuk (Fagus sylvatica) en zomereik (Quercus robur). Dit zijn soorten die relatief veel luchtverontreiniging kunnen afvangen, maar die helaas niet erg toekomstbestendig zijn: essen zijn vatbaar voor essentaksterfte en beuken en eiken hebben relatief snel last van droogte. 29 De bomenbestanden van beide wijken verschillen qua soorten. De gemiddelde stamdiameter is vergelijkbaar. Als het gaat om de afvang van luchtverontreiniging scoort Essesteijn hoger dan Voorburg Noord. Dat was ook te verwachten omdat de bomen in deze wijk in totaal meer bladoppervlak hebben.
Page 30
THEMA 6 - Gezondheid Methodes om gezondheidseffecten te meten Teeb.stad Teeb.stad kan baten van bomen berekenen voor grotere gebieden, zoals minder zorgkosten en minder ziekteverzuim. Ook is het mogelijk om voor kleinere gebieden meer specifieke baten in beeld te brengen, zoals de afvang van fijnstof, en besparing op zorgkosten door de verbeterde luchtkwaliteit hierdoor. Teeb.stad gebruikt geen specifieke parameters, zoals boomsoort of boomgrootte. Het model is goed bruikbaar om in de beginfase van een project verschillende scenario’s te verkennen. BenMAP-CE BenMAP-CE (Benefits Mapping and Analysis Program - Community Edition) berekent verande ringen in luchtvervuilingsconcentraties. Vervolgens maakt het een inschatting van de gezondheidseffecten hiervan (zoals vermindering van het risico op voortijdige sterfte of hartaanvallen) én verbindt het een economische waarde aan die effecten. Het kan deze effecten ook op kaart laten zien. EnviroAtlas De Amerikaanse GIS-toepassing EnviroAtlas omvat meer dan 20 gegevenslagen, waarmee allerlei ruimtelijk verbanden gevisualiseerd kunnen worden aan de hand van de bedekkingsgraad van bomen. EnviroAtlas kan de invloed van bomen op luchtverontreiniging laten zien, en daarmee op diverse gezondheidsaspecten (luchtwegaandoeningen, ziekenhuisbezoek, zorgkosten, ziekteverzuim). De methode is (nog) niet beschikbaar in Nederland. Relatie met i-Tree Eco BenMAP-CE kan gebruikt worden als aanvulling op i-Tree Eco, waarbij eerst de mate van luchtvervuiling met i-Tree Eco berekend wordt. US Forest Service ontwikkelt manieren om BenMAP-CE en i-Tree Eco verder te integreren. Zo ontwikkelt het extra lagen voor de GIS-toepassing EnviroAtlas, door de uitvoer van de i-Tree-tools te combineren met BenMAP-CE. Amsterdam, Sarphatipark 30 THEMA 6 - Gezondheid Bomen zijn goed voor onze gezondheid, maar wat is dat waard? Groen is gezond. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat een groene omgeving leidt tot een betere gezondheid van mensen. Groen heeft bijvoorbeeld een positief effect op de luchtkwaliteit, maar ook op het welbevinden van mensen. Daarbij zet een groene omgeving ook aan tot meer bewegen. Dit positieve effect op de gezondheid van mensen kan worden opgevat als een groene dienst van bomen. In pilot 2 is een verkennend literatuuronderzoek gedaan naar mogelijkheden om gezondheid als thema op te nemen in i-Tree Eco. Gezondheidseffecten zijn vaak het resultaat van meerdere factoren. Het verband tussen deze factoren is daarbij vaak indirect en moeilijk te duiden. Zo dragen bomen bij aan gezond voedsel en onze voedselvoorziening doordat ze een leefomgeving vormen voor vogel- en insecten populaties, die onderdeel zijn van de voedselketen. Bomen dragen bij aan de gezondheid en het welbevinden van mensen. Uit onderzoek blijkt dat mensen minder stress ervaren, eerder herstellen en productiever zijn in de nabijheid van groen. En zo zijn er veel meer voorbeelden van indirecte effecten en complexe interacties. Resultaten Er zijn al een aantal methodes bekend om gezondheidseffecten van bomen te berekenen (zie kader links). De verschillende methodes focussen op verschillende aspecten van de gezondheid, maar er is vaak ook sprake van overlap, bijvoorbeeld met het thema luchtkwaliteit. De financiële waarde van de afvang van luchtverontreiniging wordt namelijk berekend op basis van de milieu prijzen uit het ‘Handboek Milieuprijzen 2017’ door CE Delft. Deze zijn gebaseerd zijn op de schadekosten: de kosten die moeten worden gemaakt om schade als gevolg van milieuvervuiling te compenseren. Daarbij worden ook de negatieve gezondheidseffecten van luchtvervuiling meegerekend. Conclusie Het is niet eenvoudig om gezondheid als apart thema op te nemen in i-Tree Eco. Het is moeilijk om aan de hand van kenmerken als het aantal bomen, de boomsoorten of de kroonbedekking in een gebied te bepalen wat precies de bijdrage is aan welk aspect van gezondheid, en om daar een waarde aan te verbinden. Deels worden gezondheidseffecten al meegerekend in het thema luchtvervuiling. Op dit thema is wel veel winst te behalen. Er wordt dan ook veel onderzoek gedaan naar de relatie tussen groen en gezondheid. Het is goed mogelijk dat er in de toekomst meer en betere manieren en modellen worden ontwikkeld om gezondheidseffecten te kwantificeren en er een waarde aan te verbinden. 31
Page 32
THEMA 7 - (Bio)diversiteit i-Tree Eco en (bio)diversiteit Klimaatverandering kan grote effecten hebben op bomen in de stad. Droogte en wateroverlast kunnen de conditie van een boom verslechteren. Ziekten en plagen profiteren mogelijk van een warmer klimaat. Reden genoeg om daarbij stil te staan en je als gemeente daarop voor te bereiden. In Utrecht is onderzocht of het bomenbestand divers genoeg is om risico’s te spreiden. Ook is gekeken welke kansen er liggen om thema’s als diversiteit, gevoeligheid voor ziekten en plagen en ecologische waarde op te nemen in het model. Een divers bomenbestand Een divers bomenbestand bestaat uit bomen van veel verschillende soorten, maten en leeftijden. Het is goed om als gemeente te streven naar een divers bomenbestand. Dat is vooral een vorm van risico spreiding: een divers bomenbestand is minder vatbaar voor ziekten en plagen, want veel daarvan, zoals essentaksterfte of kastanjebloedingsziekte, komen maar bij één geslacht voor. De gemeente Utrecht wil graag weten of het bomenbestand divers genoeg is, welke risico’s er bij de huidige samenstelling zijn op ziekten en plagen en wat de impact daarvan kan zijn. Er bestaan verschillende rekenregels op basis waarvan bepaald kan worden of een bomenbestand divers genoeg is. Een gangbare regel is de 10-20-30-regel van Santamour, waarbij de getallen verwijzen naar het maximale percentage van één familie (30%), geslacht (20%) of soort (10%) die het bomenbestand mag bevatten. In Utrecht is zelfs gerekend met de striktere (2)-5-10-20 regel. De percentages zijn verlaagd en naast de soorten, geslachten en families zijn hier ook de cultivars meegenomen, waarbij de maximale hoeveelheid cultivars gesteld is op 2%. Resultaten Op stadsniveau blijkt Utrecht redelijk goed te voldoen aan de (2)-5-1020 regel. Niet helemaal: vooral essen (Fraxinus) zijn in verschillende categorieën te veel aanwezig. Hoe groter een bomenbestand, hoe meer de lokale verschillen natuurlijk uitmiddelen. Daarom is het bomenbestand ook opgedeeld in wijken. In alle wijken blijkt tenminste één boomsoort, maar vaker drie of meer, niet aan de norm van maximaal 5% te voldoen. Ook opvallend is dat 47% van de totale bomenpopulatie jonger is dan 20 jaar. De oudere bomen staan vooral in de binnenstad (gemiddelde leeftijd bijna 50 jaar). De kroonbedekking in de binnenstad is 22%, één van de hoogste percentages in Utrecht. Wat kan de gemeente Utrecht hiermee? In de gemeente Utrecht zijn acht veelvoorkomende boomsoorten (matig) gevoelig voor droogte: de gewone es (Fraxinus excelsior), zomereik (Quercus robur), schietwilg (Salix alba), esdoorn (Acer pseudoplatanus), els (Alnus glutinosa), beuk (Fagus sylvatica), Canada-populier, (Populus x candensis) en prunus (Prunus avium). Dat is bijna de helft van het aantal bomen. Van de Utrechtse bomen is 38% juist (matig) gevoelig voor wateroverlast. 32 THEMA 7- Utrecht Dit betekent dat veruit de meeste gemeentelijke bomen te lijden zullen hebben van de gevolgen van klimaatverandering. Het is daarom van belang om bij nieuwe aanplant soorten te kiezen die (matig) tolerant zijn voor droogte, en bij de keuze ook te zorgen dat de bomenpopulatie divers genoeg blijft. Het bomenbestand als geheel is dan beter bestand tegen klimaatverandering. Ook is het belangrijk om in te zetten op het behoud van oude bomen, omdat die het meest bijdragen aan groene baten. Ziekten en plagen Een ziekten- en plagenanalyse maakt standaard deel uit van de i-Tree Eco-analyse. Voor 36 (in de Verenigde Staten voorkomende) ziekten en plagen beoordeelt het model hoeveel bomen er vatbaar voor zijn en het percentage bladoppervlak dat hierdoor wordt beïnvloed. Van deze 36 ziekten en plagen komen er vijf voor in Nederland en drie, zoals de essenprachtkever, nog niet in Nederland maar al wel in Europa. Er zijn ook ziekten waar het model niet mee rekent omdat ze in de Verenigde Staten niet voorkomen. Is het mogelijk om de ecologische waarde van een boom te bepalen? In Utrecht is vooral gekeken naar de ecologische waarde van bomen in de zin van hun bijdrage aan de diversiteit van het bomenbestand. ‘Ecologische waarde’ is ook op te vatten als de waarde van een boom voor andere plant- en diersoorten: als woon-, rust- of nestelplaats, als foerageergebied of leefomgeving. Maar is deze waarde van een boom te bepalen? Uit literatuuronderzoek blijkt dat dit in principe moet kunnen, al is de ecologische waarde van een boom sterk afhankelijk van de omgeving waarin hij staat en is het erg specialistisch werk. Verder zeggen cijfers per boom nog niets over het bomenbestand als geheel. In ieder geval is deze methode nog niet compleet en nog niet rijp om te implementeren in i-Tree Eco. In i-Tree Eco is al wel de functie Wildlife beschikbaar, die vrij beperkt de geschiktheid van een gebied inschat voor een aantal (Amerikaanse) vogelsoorten. De beperktheid zit zowel in de geografische beschikbaarheid (10 steden) als het onderzoek waarop het gebaseerd is. De functie kan ook plannen voor habitatverbetering evalueren voor negen vogelsoorten (waarvan alleen de spreeuw in Nederland voorkomt). Op dit moment heeft de functie dan ook weinig waarde voor toepassing in Nederland. Ostrya carpinifolia 33
Page 34
THEMA 8 - Beheer en inrichting Rotterdam, Zuiderhagen THEMA 8- Rotterdam, Wassenaar/Voorschoten, ‘s Hertogenbosch i-Tree Eco helpt bij het maken van goede beheerkeuzes Kun je in het beheer sturen op de groene baten van bomen? Uiteindelijk is dat de vraag waar dit project om draait: kan i-Tree Eco helpen bij het maken van goede beheer - en beleidskeuzes? Dat bomen soms gekapt moeten worden is natuurlijk onvermijdelijk. Maar wat betekent het verwijderen van bomen voor CO2 -afvang en -opslag, luchtkwaliteit en waterafvang, en welke baten verlies je? Kan het verlies gecompenseerd worden met nieuwe aanplant? Hoe lang duurt het voordat de groene baten weer op het oude niveau zijn en is daarop te sturen? Deze vragen zijn onderzocht in de gemeenten Rotterdam, Wassenaar-Voorschoten en ’s-Hertogenbosch, waar concrete herinrichtingsprojecten werden doorgerekend met i-Tree Eco. i-Tree Eco is vooral interessant wanneer het gaat om kap van grotere omvang, bijvoorbeeld bij herinrichtingsprojecten waarbij een flink aantal bomen tegelijk gekapt moeten worden. Met i-Tree Eco is het mogelijk om verschillende scenario’s te analyseren en de groene baten daarvan te berekenen. i-Tree Eco laat in de eerste plaats het verlies van groene baten zien en het prijskaartje dat daaraan hangt. Met de functie Forecast kunnen vervolgens verschillende scenario’s voor het herplanten van bomen worden doorgerekend. Daarbij is het mogelijk om te variëren in nieuwe aanplant én om gericht doelen te stellen: bijvoorbeeld na hoeveel jaar bepaalde baten weer op peil moeten zijn. Dit inzicht in de waarde van bomen kan helpen bij een goede kosten- en batenanalyse (assetmanagement), het afwegen van plannen en het maken van beleidskeuzes. Daarbij geeft het handvatten om daarover met burgers te communiceren. 35
Page 36
THEMA 8 - Beheer en inrichting Wassenaar / Voorschoten In Wassenaar en Voorschoten is voor twee projectgebieden een aantal scenario’s doorgerekend, waarbij steeds een bepaalde groep bomen moest wijken. i-Tree Eco maakt direct inzichtelijk welke groene baten daardoor worden misgelopen. In Wassenaar bijvoorbeeld is een projectgebied van 700 bomen geselecteerd in de wijk Zijlwatering: Polanenpark. Hier zijn 30 jaar geleden bomen aangeplant die overlast beginnen te geven, zoals verhardingsopdruk en te veel schaduw. In 2018 en 2019 worden daarom verschillende hofjes heringericht, waarbij bomen worden gekapt en er op andere plekken nieuwe bomen worden aangeplant. Een aantal scenario’s is doorgerekend. Scenario’s Wassenaar: 700 bomen waarvan te verwijderen: 237 probleem- en structuurbomen Verlies aan baten (per jaar): 50 probleembomen (7%) € 613 (-1,7%) 187 structuurbomen € 2.815 (-7,6%) € 3.428 (-9,3%) Als 187 structuurbomen worden gekapt (scenario 2) moeten er 286 nieuwe bomen van 22,5 cm stamdiameter worden aangeplant om direct het verwijderde deel van de vastgelegde CO2 te compenseren. Dit is een relatief grote en dure maat. Bovendien is het een uitdaging om zoveel nieuwe plantlocaties te vinden. In de praktijk is een dergelijke herplant natuurlijk niet realistisch. Wanneer gestreefd wordt naar compensatie over een langere termijn kan worden volstaan met kleinere of minder bomen, vanwege de verwachte groei van de bomen (en daarmee de baten). i-Tree Eco Forecast biedt mogelijkheden om hierin gerichte doelen te stellen en, door parameters te wijzigen, tot gerichte keuzes voor herplant te komen. In Rotterdam is hiermee geëxperimenteerd (zie hiernaast). 36 Wassenaar, Polanenpark THEMA 8- Rotterdam, Wassenaar/Voorschoten, ‘s Hertogenbosch Rotterdam In de gemeente Rotterdam zijn twee scenario’s doorgerekend in de projectgebieden Vreewijk en Groenenhagen. Scenario’s: Te verwijderen bomen: 8 bomen in Vreewijk (planmatig onderhoud) 122 bomen (24%) in Groenenhagen (herinrichting) Verlies aan baten (per jaar): € 620 (1%) € 3.862 (19%) • Zoals verwacht heeft het kappen van 8 bomen maar een klein effect op de totale baten van de bomen in het projectgebied. Voor dit soort ‘kleine kap’ is i-Tree Eco eigenlijk niet interessant. • In scenario 2 (Groenenhagen) wordt bijna een kwart van het bomenbestand gekapt. Dit heeft een aanzienlijke invloed op de groene baten. Met i-Tree Eco Forecast is bepaald of het verlies van 122 bomen in Groenenhagen gecompenseerd kan worden door de aanplant van 200 nieuwe bomen van diverse soorten. De functie Forecast berekent aan de hand van de te verwachten groei wat de bomen de komende 30 jaar zouden hebben opgeleverd als ze er dan nog zouden staan. Ook de nieuwe aanplant is op deze manier doorgerekend. Volgens deze berekening legt de nieuwe aanplant na 6 jaar jaarlijks dezelfde hoeveelheid CO2 vast als het gekapte bomenbestand gedaan zou hebben. Na ruim 15 jaar zal de nieuwe aanplant dezelfde voorraad CO2 bevatten. Een Rotterdamse boom levert gemiddeld € 44,68 aan baten per jaar op. In pilot 1 was dit slechts € 5,20. Hoe kunnen dezelfde bomen opeens een factor 8,6 meer waard zijn? In 2018 is met geactualiseerde eenheidsprijzen (benefit prices) gerekend, gebaseerd op de nieuwste versie van het Handboek Milieuprijzen, CE Delft (2017). In de vorige versie uit 2010 werd gerekend met preventiekosten, terwijl nu wordt uitgegaan van schadekosten. Preventiekosten zijn kosten die gemaakt worden om de uitstoot van luchtvervuilende stoffen te reduceren en te voorkomen. Schadekosten zijn kosten die moeten worden gemaakt om de schade als gevolg van milieuvervuiling te herstellen, inclusief de gezondheidsschade. En dat levert een heel ander kostenplaatje op. De milieuprijs voor CO2 is zelfs een factor 14 hoger vastgesteld dan in pilot 1. Dit komt door de klimaatwet, waarin is vastgelegd dat het kabinet er naar streeft om in 2030 de uitstoot van CO2 met 49% te reduceren: een forse doelstelling die maakt dat er aan CO2 prijskaartje hangt! -vastlegging een ander 37
Page 38
THEMA 8 - Beheer en inrichting ’s-Hertogenbosch De gemeente ’s-Hertogenbosch is bezig met de (her-)ontwikkeling van het stationsgebied. Binnen dit gebied staan ongeveer 1.700 gemeentelijke bomen. De toekomstplannen zijn op dit moment nog niet concreet genoeg om scenario’s op te stellen en door te rekenen. Daarom is onderzocht hoe de baten van het huidige bomenbestand zich in de toekomst zouden kunnen ontwikkelen. Ook daarbij zijn vier scenario’s doorgerekend. Twee daarvan gaan uit van een uitbraak van essentaksterfte. Omdat 4,5% van het bomenbestand uit gewone essen (Fraxinus excelsior) bestaat, vormt deze ziekte een serieuze bedreiging. Scenario’s: normale uitval van bomen, geen nieuwe aanplant normale uitval van bomen, uitbraak van essentaksterfte, geen nieuwe aanplant normale uitval van bomen, nieuwe aanplant van 50 bomen per jaar (startend na 5 jaar) Worst case scenario: normale uitval van bomen, uitbraak van essentaksterfte, i-Tree-classificatie ‘storm’ na 10 jaar, waarbij 25% van de bomen uitvalt 38 Wat valt op in ‘s-Hertogenbosch? • Er staan veel platanen (Platanus x hispanica) in het stationsgebied: 321 bomen (19%), met een gemiddelde stamdiameter van 28 cm dragen veruit het meeste bij aan de groene baten van het gebied (31%). • Ook de paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) scoort hoog, met slechts 19 bomen (1%) zijn ze goed voor 3% van de groene baten. • De Valse Christusdoorn (Gleditsia triacanthos) levert met 143 bomen (9%) maar 2% van de groene baten. Dikke, oudere bomen zijn dus heel belangrijk. 6 bomen met een stamdiameter van 60 cm leveren net zoveel groene diensten als 143 kleintjes met een stamdiameter van 11 cm! Over de scenario’s • Als alleen bomen worden aangeplant ter compensatie van uitgevallen bomen, is er al een flinke toename te zien van groene baten. • Het effect van een grote storm is lastig te schatten. Er is uitgegaan van een uitval van 25% van de bomen. Dat is best veel en neemt ook een grote hap uit de baten van de bomen. Er zijn wellicht boomsoorten die door hun vorm of wortelgestel beter bestand zijn tegen hevige stormen. Dit is nu nog niet meegenomen in de toekomstverwachting. THEMA 8- Rotterdam, Wassenaar/Voorschoten, ‘s Hertogenbosch ‘s-Hertogenbosch, Paleisbrug 39
Page 40
i-Tree Eco in Nederland de toepassingen in het kort Kwantificeren van baten Luchtzuiverende werking i-Tree Eco berekent hoeveel luchtverontreinigende stoffen een boom jaarlijks afvangt, zoals fijnstof en stikstofoxide. Op basis daarvan is concreet aan te tonen welke bijdrage bomen in een bepaald gebied leveren aan het verbeteren van de luchtkwaliteit. Waterafvang i-Tree Eco berekent de hoeveelheid regenwater die dankzij bomen wordt onderschept en met een vertraagde snelheid op de grond terecht komt. Daarmee dragen bomen bij aan het verminderen van de hoeveelheid afstromend water via verharde oppervlakken en riolen tijdens piekbuien. Dit resulteert in minder natte voeten en minder druk op de drainagesystemen, waardoor er kosten door regenschade worden vermeden. Dit wordt gekoppeld aan een bedrag die de baten van de bomen weergeeft voor wat betreft waterafvang. CO2 -opslag Een belangrijke doelstelling van het nationale klimaatbeleid is het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen, waar CO2 heeft. Bomen leggen CO2 een groot aandeel in vast in hun hout en deze opslagcapaciteit neemt door de groei van de bomen elk jaar toe. i-Tree Eco berekent de hoeveelheid CO2 die door de bomen wordt opgeslagen. Dat maakt het mogelijk om een concrete waarde te koppelen aan de bijdrage die bomen leveren aan het verminderen van de CO2 -uitstoot. Bomen kunnen hierdoor bijdragen aan het behalen van de doelen binnen het klimaatbeleid van een gemeente. De Meern, Mereveldlaan De informatie over deze specifieke baten geeft inzicht in de bijdrage van bomen aan de leefomgeving én biedt mogelijkheden om deze bijdragen te optimaliseren, bijvoorbeeld door groeiplaatsverbetering, behoud van oude bomen, de aanplant van extra bomen of het creëren van meer diversiteit. Ontwikkelkansen Met i-Tree Eco is een mooie basis gelegd om de groene baten van bomen te kwantificeren. In de toekomst is er nog veel meer te winnen: denk bijvoorbeeld aan de bijdrage van bomen aan gezondheid en welbevinden (en de waarde daarvan in termen van meer productiviteit en minder zorgkosten), de bijdrage van bomen aan koeling van de omgeving (en de energiebesparing die dat oplevert) of de invloed van bomen op de waarde van vastgoed. En dat zijn maar een paar van de vele diensten die bomen leveren, en waar in de toekomst mogelijk een concrete financiële waarde aan verbonden kan worden met i-Tree Eco. 40 Analyseren van een bomenbestand De mate van kroonbedekking De verhouding tussen verharding en groen is bepalend voor de mate waarin bomen met hun ecosysteemdiensten een positieve impact hebben op onze leefomgeving. i-Tree Eco berekent de mate van kroonbedekking van de bomen in een bepaald gebied, oftewel het percentage oppervlak van dat gebied dat bedekt wordt door boomkronen. Het berekende percentage kroonbedekking kan gebruikt worden als startpunt voor het stellen van een specifieke doelstelling en om tussentijds de voortgang te monitoren. Een goed voorbeeld hiervan is Londen, waar ze streven naar een kroonbedekking van 25% in 2025. De potentiële impact van ziekten en plagen Het is een ongeschreven regel dat diversiteit qua boomsoorten en qua leeftijd ervoor zorgt dat een bomenpopulatie beter bestand is tegen ziekten en plagen. Door een divers bomenbestand heeft uitval van een bepaalde boomsoort minder impact op het straatbeeld en de ecosysteemdiensten van het gehele bomenbestand blijven grotendeels behouden. Met i-Tree Eco kan worden berekend welke impact een bepaalde ziekte of plaag zal hebben op de bomen binnen een projectgebied. Hierbij wordt niet het verlies van baten beoordeeld, maar het potentieel verlies van bladoppervlak. Bladoppervlak is namelijk een van de meest bepalende factoren voor de hoeveelheid baten die een boom kan leveren. Een impactanalyse van ziekten en plagen is een handige tool om de duurzaamheid van een bomenbestand te bepalen. Onderbouwen van besluitvorming i-Tree Eco biedt een concrete basis voor goed assetmanagement. Bij een nieuw aan te leggen wijk, herinrichting van een bestaand gebied of civiele werkzaamheden kan i-Tree Eco een belangrijke rol spelen bij het opstellen en beoordelen van plannen en de daaropvolgende besluitvorming. Niet alleen de impact van het verwijderen, vervangen of de aanplant van bomen op de hoeveelheid ecosysteemdiensten kan worden bepaald, maar ook kan er een voorspelling worden gedaan over de ontwikkeling van de baten van de ecosysteemdiensten in de toekomst. Dit maakt een zorgvuldige belangenafweging mogelijk, waardoor ontwikkeling en ontwerp van een gebied of besluitvorming over de toekomst van bomen beter onderbouwd kunnen worden. Vergroten van (politiek) draagvlak Door de waarde van bomen zichtbaar te maken, helpt i-Tree Eco om het draagvlak voor bomen te vergroten, zowel bij bestuurders als bij burgers. i-Tree Eco maakt de bijdrage van bomen aan de leefbaarheid en het stadsklimaat heel concreet en zichtbaar. Dat maakt i-Tree Eco een uitstekend middel voor communicatie, zowel naar de raad als naar burgers. Het biedt mogelijkheden om politieke ambities op het gebied van klimaatdoelstellingen te vertalen naar concreet bomenbeleid en -beheer. En het kan ingezet worden om het belang van bomen voor burgers te onderbouwen en te benadrukken. 41
Page 42
Colofon ‘De baten van bomen. Resultaten van i-Tree in Nederland’ is een publicatie van Platform i-Tree Nederland, een samenwerkingsverband van: Stadswerk Maarten Loeffen VHG Olivier Copijn, Marc Custers Wageningen University & Research Fons van Kuik Hogeschool van Hall Larenstein John Raggers, Hans Jacobse 14 pilotgemeenten Amsterdam, Den Haag, Dordrecht, Eindhoven, Haarlem, Heerhugowaard, ‘s-Hertogenbosch, Huizen, Leidschendam/ Voorburg, Oss, Papendrecht/Hendrik-Ido-Ambacht, Rotterdam, Utrecht en Wassenaar/Voorschoten Bomenwacht Nederland Michel van Ingen, Astrid Kwakkel, Nout Jansen, Florien Kuijper BTL Bomendienst Arnold Meulenbelt, David van Uden, Dorien Nooitgedagt, Tom Verstraten Cobra adviseurs Cor ‘t Lam, Koen Verhoeven, Evelien Droge Terra Nostra Henry Kuppen (projectleider), Wendy Batenburg (projectcoördinator), Ewout de Graaff Met dank aan USDA Forest Service en Davey Institute Tekst Florien Kuijper, Wendy Batenburg Fotografie Henry Kuppen Vormgeving Martine Janzen, Communicatiebureau de Lynx Druk Pascal Libertas 42 “ Bomen in de stad zijn allang geen decoratie meer. Ze vangen fijnstof af, zorgen voor koelte, verrijken de biodiversiteit en geven de stad karakter. Bomen zijn onmisbaar in de kwaliteit van onze leefomgeving. Daarom hebben ze waarde. Economische waarde, maar daar hoort ook beheer bij. Met goed beheer kunnen bomen tot volle wasdom komen en groeiende maatschappelijke baten leveren. i-Tree is het instrument waarin waarde en beheer aan elkaar worden gekoppeld. Een tool voor opdrachtgevers én professionals. Voor VHG is i-Tree belangrijk om de waarde van bomen in de stedelijke omgeving én ons boomspecialisme nog hoger op de agenda te zetten. ” EGBERT ROOZEN Directeur Branchevereniging VHG “ Stadswerk is erg trots op i-Tree Nederland. Door de samenwerking tussen gemeenten, bedrijven, onderwijs en onderzoek hebben we de afgelopen drie jaar vijftien gemeentelijke pilots gerealiseerd met concrete lokale resultaten. Door de pilots te bundelen ontstond een resultaat dat meer is dan de som der delen: i-Tree Nederland 1.0. Een open source software instrument dat de maatschappelijke en ecologische waarde van een boom in klinkende munt vertaalt. i-Tree legt het juiste gewicht in de schaal in de discussies rondom de realisatie van waardevol groen in onze leefomgeving. Dat hebben we nodig op weg naar Future Green City! ” MAARTEN LOEFFEN Directeur Vereniging Stadswerk Nederland
Page 44
44

VHG Magazine 2018 editie 5


Page 2
DE PERFECTE OPLOSSING OM TUINEN EN LANDSCHAPPEN TE ONTWERPEN, DOCUMENTEREN EN PRESENTEREN OP DE MANIER DIE JIJ WILT. VECTORWORKS LANDSCHAP BETEKENT: − ontwerp, beplantingsplan, matenplan, detailtekening en presentatie in één programma − fotorealistisch presenteren in 360 panorama view, Virtual Reality, AR en fotogrammetrie − beeldbewerking rechtstreeks in Vectorworks − uitgebreide grafische mogelijkheden met zachte kleuren en handgeschetste lijnen − volledige vormvrijheid in 2D en 3D − plantgereedschap gekoppeld aan een plantenlijst en -database met duizenden specimens − digitaal terreinmodel met terrassen, wegen en keermuren, en rechtstreeks en op zicht boetseren van het terrein − professionele GIS-functionaliteit, inclusief import en export − verhardings- en irrigatiegereedschap − bibliotheek met duizenden bomen, planten en materialen − direct hoeveelheden en prijzen berekenen − software volledig aangepast aan de Benelux-markt SOFTWARE VOOR TUIN & LANDSCHAP Vectorworks 2019 is nu beschikbaar vectorworks.nl 2 vraag je gratis demo via commercial@designexpress.eu of 0182 756 660 Inhoud VHG magazine • 5 6 9 10 12 Jaargang 12 • Nummer 5 • Oktober 2018 Column – Niemand aan de kant Berichten uit het groen Frans Vije: “Je kunt niet zonder vereniging” ‘Green Dream’ en ‘Circl’ winnen ELCA Trend Award 2018 Start competitie Interieurbeplanting van het Jaar 2019 12 13 14 18 19 Praktijkgerichte trainingen voor professioneler werken Zwemvijver van het Jaar­competitie: inschrijven kan nog! Nominaties Tuin van het Jaar inspirerend voor particulieren én hoveniers! Het vak in de schijnwerpers Meewerkende partners op excursie in Overijssel 22 24 26 28 29 Mooi vakmanschap in karaktervolle boomprojecten Handleiding Het Levende Gebouw in de maak VHG in actie tijdens Vakbeurs Openbare Ruimte Goed bezochte VHG Docentendag in eerste Groene Hotspot Nieuwe Cao voor het Hoveniersbedrijf 30 32 34 37 38 Duurzame inzetbaarheid: het loont! VHG Groenprijs verbindt groen aan duurzaamheid Ontwerper Michel Lafaille: “Wat voor wereld wil je creëren?” Nieuwe leden Mijn bedrijf: Snoek Tuinen Colofon VHG Magazine Is een uitgave van VHG in samenwerking met Elma Media B.V. Kopij kunt u sturen naar: VHG Verenigingsbureau De Molen 30, 3994 DB Houten Postbus 1010, 3990 CA Houten T (030) 659 55 50 F (030) 659 56 55 www.vhg.org De bepalingen rondom het lidmaatschap van Branchevereniging VHG zijn opgenomen in de statuten van de vereniging. U vindt deze op de website www.vhg.org Redactieraad Egbert Roozen en Daniëlle den Bleker Tekst Afdeling Communicatie – Annemieke Bos tekst & concept, Gouda – Caroline van Amerongen communicatie & begeleiding, Haastrecht – Ed Zeelt tekst & communicatie, Voorschoten. De inhoud van de "Marktvisie" pagina's vallen niet onder de verantwoordelijkheid van VHG. Fotografie Studio Pothoff, Veenendaal – Henk Snaterse, Leiderdorp – Jan Dijstelbloem, Helmond – Annemieke Bos tekst & concept, Gouda – Branchevereniging VHG Vormgeving – druk – verspreiding Elma Media B.V., Broek op Langedijk – Martijn van der Wielen – Lucy Buijs Basisconcept – Boerma Reclame, Gouda Advertentie-exploitatie Elma Media B.V., Broek op Langedijk – Silvèr Snoek (Salesmanager) T 0226­331600 – s.snoek@elma.nl – www.elma.nl 3
Page 4
Nieuwe Bio afbreekbare geleidingspanelen van TRG, gepresenteerd tijdens de Vakbeurs Openbare Ruimte Het geleidingssysteem is ontworpen om de opdruk van bestrating te voorkomen. De speciale wanden met geleidingsribben leiden boomwortels dieper de grond in. Wortelgeleiding kan gebruikt worden binnen 2 m1 van de boom. Met een conventioneel wortelweringssysteem kan dat niet, omdat de boom dan niet voldoende stabiliteit en m3 groeiruimte krijgt. Uit onderzoek blijkt dat 90 graden haakse geleidingsribben heel effectief zijn om ronddraaiende wortels te voorkomen en de wortels naar onderen te leiden. Wortelgeleiding is al in gebruik sinds 1976. In duizenden projecten heeft het systeem zich sindsdien bewezen. Wel is het nog steeds van belang om het product op de juiste manier te plaatsen, wat overigens heel eenvoudig is. Sinds enkele jaren heeft GreenMax ook voor de 45 en 60 centimeter hoge wanden een bio-afbreekbare geleidingswand. Bij deze panelen is het de bedoeling dat de wortels er onderdoor groeien. Deze panelen voorkomen dat de bestrating wordt beschadigd, door de wortels naar dieper gelegen grond te dirigeren. Wanneer de wortels dit dieper gelegen gebied hebben bereikt door middel van de panelen, kunnen ze verder groeien in de breedte. Zijn deze wortels eenmaal gevormd, dan is de geleidende functie van het paneel volbracht. In totaal duurt dit proces 7 tot 10 jaar. De wand heeft hierna niet langer een functie en zou in principe weggehaald mogen worden. In de praktijk gebeurt dit echter niet. Een bio-afbreekbare versie is daarom in deze situatie een goede optie. De wand lost vanzelf op na ca. 10 tot 15 jaar. GREENMAX B.V. | De Morgenstond 14 | NL-5473 HG | Heeswijk-Dinther | The Netherlands Tel. 0031 413 294447 | info@greenmax.eu | www.greenmax.eu 4 Column Niemand aan de kant Tien jaar na het begin van de financiële crisis staat de Nederlandse economie er gunstig voor. Voor dit jaar wordt een economische groei verwacht van 2,8%. Volgend jaar zet die groei door met naar verwachting nog eens 1,7%. We merken het ook in onze sector. Mooie projecten komen op ons af en dat zal de komende jaren alleen maar meer worden. Zeker nu het besef in alle lagen van de maatschappij doordringt dat groen bijdraagt aan het opvangen van de gevolgen van de klimaatverandering. De grote uitdaging waar onze sector nu voor staat, is: waar halen we de mensen vandaan om dat werk uit te voeren? En daarin zijn we niet de enige branche: ook in de bouw, de installatiesector en de onderhoudsbranche zitten ze te springen om mensen. En dan noem ik nog maar enkele voorbeelden. Als VHG zetten we actief in op het bevorderen van de instroom in de groene opleidingen en het stimuleren van de doorstroom van het vmbo naar het mbo. We hebben daar mooie projecten voor opgezet die hun vruchten zeker zullen afwerpen. Ook zij-instromers kunnen in onze branche een toekomst opbouwen via de VHG Brancheopleiding. Waar we naar mijn idee nog wat te weinig oog voor hebben zijn de mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Daar zouden we meer aandacht aan kunnen besteden, want we gaan de extra handen hard nodig hebben de komende jaren. Een flink deel van het werk in de buitenruimte is bovendien prima uitvoerbaar door deze mensen – onder goede begeleiding uiteraard. Het vraagt enige zorg en inzet, maar is dat zeker waard. We mogen deze groep niet langs de kant laten staan. In de Miljoenennota kondigt staatssecretaris van Ark een breed offensief aan om meer mensen met een beperking aan het werk te helpen. VNO-NCW en de SP hebben inmiddels bij het kabinet gepleit voor een tweede leven van de sociale werkvoorziening. In elke arbeidsmarktregio zou minstens één goed draaiende SW moeten komen. Dat is helemaal zo’n gek idee nog niet. De kans op een baan voor mensen met een arbeidsbeperking is de afgelopen jaren gedaald van 50 naar 30 procent. Laten wij als groene ondernemers die kans weer doen toenemen. Als we daar samen onze schouders onder zetten, moet dat zeker lukken! Rien van der Spek Voorzitter Branchevereniging VHG 5
Page 6
Onderwijs en bedrijfsleven samen in Groene Hotspots “Bereid zijn met elkaar te leren” Onderwijs, bedrijfsleven en Branchevereniging VHG werken steeds nauwer samen om de mensen in de groene sector en de bedrijven nog beter te ontwikkelen. Nieuwste stap is de Groene Hotspot. In Houten vormen Wellantcollege en VHG een community, waarin alle opleidings- en scholingsactiviteiten met alle betrokkenen samenkomen. De komende jaren komen er in het hele land méér van die Groene Hotspots. Tekst: Ed Zeelt, foto: Wellantcollege Lef Een Groene Hotspot is een verregaande krachtenbundeling op regionaal niveau tussen het groene onderwijs en het bedrijfsleven om samen te komen tot verdere ontwikkeling van het vak en het vakonderwijs. Ton Westerveld, teamleider Wellant MBO Houten en Jeroen Zijlmans, beleidsadviseur Onderwijs bij VHG, verheugen zich op een boeiend schooljaar. “Bij Wellantcollege werken we al lang heel goed samen met VHG, op bestuurlijk én op uitvoeringsniveau”, vertelt Ton Westerveld. “Docenten en hoveniers zijn de basis, maar in de top moet het worden ondersteund en gefaciliteerd. We hebben hier het mbo-onderwijs, de VHG Branche-opleiding en de samenwerking binnen het GroenPact. De conclusie is dat we al heel veel samen doen. Ideaal uitgangspunt voor de Groene Hotspot Houten. Wellantcollege en VHG gaan een aantal jaren intensief samenwerken en dat leggen we vast in een contract.” Kennis verandert voortdurend Jeroen Zijlmans geeft aan dat scholen niet meer het monopolie op kennis hebben. “Die knowhow verandert iedere dag en komt vanuit de bedrijfstak en toeleveranciers. Scholen weten hoe je moet leren. De uitdaging is om dat op een goede manier te combineren. Met de excellente scholen hebben we binnen het mbo-onderwijs en VHG een eerste stap gezet. Nu gaan we verder. Er is geen weg terug weet Ton Westerveld. “De traditionele scheiding tussen onderwijs en bedrijfsleven moet verdwijnen. Voorwaarde is wel dat het op alle niveaus goed moet zitten. Je moet met elkaar durven vernieuwen en er tijd in willen steken, want het opzetten van een Groene Hotspot kost tijd van het management. Als het reguliere onderwijs is veranderd, moet het zichzelf terugverdienen. In Houten laten we het traditionele docentschap grotendeels los. We hebben al veel docentenstages en gastlessen gehad, maar we gaan nu samen met het bedrijfsleven complete thema’s verzorgen. Er is lef voor nodig om dat te doen. We realiseren ons dat sommige studenten, maar ook docenten, soms behoefte hebben aan een meer traditionele aanpak met instructie. Die verdwijnt natuurlijk niet.” Méér instroom Bewust wordt het voorbereidende groene vmbo-onderwijs aan de Groene Hotspot gekoppeld. In het groen is een instroomprobleem. Naast het niet-sexy imago van de sector is er een te lage doorstroom van vmbo naar mbo. “Door mooie klussen te laten zien willen we op het vmbo méér jongeren voor het vak Om het vakonderwijs op niveau te houden, willen we op een aantal plaatsen in Nederland stevige locaties vormen. Dat zijn de Groene Hotspots. Mbo, vmbo, VHG-brancheopleidingen, cursussen, studieclubs, een digitaal platform. Dat komt allemaal bij elkaar in de Groene Hotspots. Het kan op één locatie, zoals hier in Houten, of op méér locaties. Maar dan wel steeds onder regie van het mbo en in een goede samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven.” 6 Berichten uit het groen werven. Bedrijven en mbo spelen hier een belangrijke rol in. Het mbo krijgt de regierol”, geeft Jeroen Zijlmans aan. “We willen vmbo-docenten samen met vakdocenten mbo laten kijken naar een betere aansluiting. De leerlingen kunnen wellicht in de laatste twee jaar van het vmbo keuzevakken doen die ze een voorsprong geven in het mbo.” Intussen ziet Ton Westerveld bij Wellantcollege de instroom al twee jaar weer toenemen. “Dat komt ook door ‘Urban Green’, de hovenier in de grote stad. Dak- en gevelgroen en daktuinen trekken een ander soort jongeren, waaronder ook veel meisjes. We koppelen ze aan bedrijven in deze sector. Het maakt de sector aantrekkelijker voor jongeren om in te werken.” Groene familie Dit schooljaar gaan Wellantcollege en VHG hard aan de slag. De samenwerking is al goed, maar er komt méér verdieping. Een aantal onderdelen van de opleidingen wordt concreet bij bedrijven verzorgd. Er komen voor studenten, alumni en andere vakgenoten interessante studiebijeenkomsten, onder andere over biodiversiteit en dak- en gevelgroen, en masterclasses. De jaarlijkse VHG docentendag vond dit jaar al in Houten plaats. In ontwikkeling is een nieuwe website, die een platform wordt met verschillende thema’s, waaronder de fijnstofproblematiek en plantenkennis. Ook toeleveranciers worden bij de Groene Hotspot betrokken. Het achterliggende doel is duidelijk zegt Ton Westerveld. “Iedereen moet zich betrokken gaan voelen bij de Groene Hotspot Houten. Je moet dingen samen willen doen, elkaar vinden en vertrouwen. Dat is de basis. Het moet één grote familie worden rond onze Groene Hotspot.” Droom Aan het einde van ons gesprek durft Ton Westerveld nog even te dromen. “Soms zijn er bbl’ers die eigenlijk niet naar school willen omdat ze op dat moment beter in de praktijk leren. Wat is er mooier dan eerst in de praktijk, bij een bedrijf, veel te leren. Daar heeft ‘ie de tijd van z’n leven. En dan op school de dingen leren op het moment dat je die nodig hebt voor je verdere ontwikkeling.” 7
Page 8
BILLY GOAT BLAD- EN GROFVUILZUIGERS Duw of zelfrijdende modellen 601 69 cm w ang : heeft 1 snelheid erkbreedte angzak met invouwsysteem QV 550 & 900 84 cm werkbreedte Opvangzak met snelwissel systeem SP: hydrostatisch traploos regelbare snelheid MV 650 69 cm werkbreedte Opvangzak met railsysteem SP: 3 versnellingen Wat doe je liever? Een extra boom planten of een extra boom printen? Snel en super eenvoudig in het gebruik Telefoon (0416) 35 57 70 – info@lankhaartechniek.nl Waar kies jij voor? Stuur je nog steeds medewerkers op pad met geprinte planningen, geprinte projectgegevens en nog handmatig in te vullen urenbriefjes? Of geef je ze Vision-Mobile. www.lankhaartechniek.nl 8 Meer informatie: T +31 (0)172 23 54 44 www.vision-mobile.nl info@infogroen.com jouw kantoor op zak? Handig, altijd online Ook graag In 2020 is het 100 jaar geleden dat de eerste landelijke vereniging van hoveniers werd opgericht. Een gelegenheid die we natuurlijk niet ongemerkt voorbij laten gaan. Na 100 jaar is de vereniging nog altijd springlevend. Een echte vereniging van én voor branchegenoten die zich vaak langdurig en op vrijwillige basis inzetten. In de aanloop naar het jubileumjaar blikken we met een aantal van hen terug. En ook vooruit, want wie weet komen er nog wel 100 jaren bij. Frans Vije: Frans Vije leerde het vak bij het groenvoorzieningsbedrijf van Jan Boogaart in Hengelo. Daar zag hij ook wat een branchevereniging voor de leden betekent, want Boogaart was bestuurslid van de Kring Tuin en Landschap en later voorzitter van VHG. Toen Vije in 1992 zijn eigen bedrijf begon, was het dan ook vanzelfsprekend dat hij zich aansloot bij VHG. Tekst: Annemieke Bos Foto: Studio Pofhoff /Lars Smook Vije werd niet alleen lid, hij raakte ook actief betrokken bij de afdeling Overijssel. “Zo’n vijf jaar heb ik in allerlei commissies gezeten. Dat was leerzaam en leuk. We hebben bijvoorbeeld bedrijfsbezoeken geïntroduceerd om bij elkaar in de keuken te kijken. Ook bezochten we bedrijven buiten de groensector, zoals een staalfabriek. Tijdens die excursies kun je pas echt goed kennis opdoen en uitwisselen. Je komt ook eens op een andere manier met elkaar in gesprek als je op zo’n bedrijf rondloopt. Het praat gewoon makkelijker dan aan de vergadertafel.” Persoonlijk De jarenlange verbondenheid en persoonlijke contacten met collega’s, daar denkt Vije met plezier aan terug. “Je kunt niet alles per brief of mail of kort berichtje via je telefoon regelen. Elkaar Frans Vije was actief lid in de regio Overijssel. Wie is Frans Vije? Frans Vije uit Losser (O) begon zijn loopbaan als tuinman binnen het bedrijf van Jan Boogaart in Hengelo. Daar klom hij op tot voorman en uitvoerend projectleider. In 1992 begon hij zijn eigen bedrijf: Hoveniersen bestratingsbedrijf F. Vije. Zijn zoon Frank heeft inmiddels de leiding, Frans biedt nog enkele dagen in de week ondersteuning bij acquisitie en bestekken. ontmoeten is zó belangrijk. Dat kan bij VHG.” Tegen zijn zoon Frank, die inmiddels het bedrijf leidt, zegt hij het regelmatig: “Een dagje VHG, daar heb je heel veel aan. Bovendien: je kunt ze altijd bellen en als het nodig is komen ze langs om je te adviseren en helpen.” Profilering Vanaf de zijlijn volgt hij de ontwikkelingen binnen de vereniging met interesse. “Er wordt veel energie gestoken in de Mijn wens voor VHG: “Dat de vereniging blijft bestaan en leden elkaar daar ontmoeten.” profilering van de branche. Dat is een goede zaak. Ook de inzet van VHG voor de cao en het bevorderen van de instroom van jongeren in de bedrijfstak vind ik een pluim waard. Het is voor mij heel simpel: zo’n brancheorganisatie moet je gewoon handhaven!” 9 100 “Je kunt niet zonder vereniging”
Page 10
ELCA-president Emmanuel Mony (links) en gastheer/jurylid Lutze von Wurmb (rechts) met de beide prijswinnende teams. ‘Green Dream’ en ‘Circl’ winnen ELCA Trend Award 2018 Uit vier Nederlandse nominaties heeft de internationale vakjury de winnaars gekozen die de ELCA Trend Award 2018 ruimschoots verdienen. Dat bleek woensdag 12 september tijdens de feestelijke prijsuitreiking op de Internationale Vakbeurs GaLaBau in het Duitse Nürnberg. Het zijn de projecten ‘Circl’, gerealiseerd door Donkergroen in opdracht van ABN AMRO Amsterdam en ‘Green Dream’ van ontwerper Iverna Zaalberg van Natuur bij huis en Herman Vaessen tuin | boom |groen in opdracht van Geelen Counterflow in Haelen (Limburg). Tekst: Annemieke Bos, foto’s: Henk Snaterse en BGL GaLaBau De ELCA Trend Award wordt iedere twee jaar uitgereikt aan een project dat voldoet aan het hoogste professionele niveau in het groene vak. Speciale aanNominaties – De Groenzoom - BTL: natuur- en recreatiegebied van 560 hectare in een sterk verstedelijkte omgeving. – Circl - Donkergroen: 100% circulaire openbare (dak)tuin in het Amsterdamse zakendistrict. – Green Dream - Herman Vaessen tuin | boom | groen & Iverna Zaalberg (Natuur bij huis): ecologische bedrijfstuin. – De Knoop - Koninklijke Ginkel Groep: functioneel groen in en om een voormalig rijkskantoor in combinatie met een circulair paviljoen. 10 dacht wordt gegeven aan duurzaamheid en onderhoud. De internationale vakjury bezocht de vier projecten persoonlijk in juli dit jaar en bekeek vooral of de groenprofessionals op deze onderdelen een stap verder zijn gegaan. Daarnaast beoordeelde de jury ook de totstandkoming van het project, de kwaliteit, hoe trendsettend het project is en of dit als voorbeeld kan dienen voor innovatie in de sector. Trendsettend Vier Nederlandse projecten waren genomineerd voor deze prestigieuze titel. “Het is een unieke kans voor onze lidbedrijven om hun duurzame projecten extra voor het voetlicht te brengen”, aldus Egbert Roozen, directeur van Branchevereniging VHG, de belangenbehartiger van Nederlandse ondernemers in het groen. “Bovendien kan Nederland zich hiermee profileren als trendsettend in het groen in Europa.” Twee winnaars De jury verkoos zowel ‘Green Dream’ als ‘Circl’ als winnaar. Twee zeer uiteenlopende projecten die beide in gelijke mate overtuigden, zowel conceptmatig, bouwtechnisch als wat betreft beplanting. De jury heeft dit jaar bewust voor twee projecten gekozen omdat beide projecten zowel qua concept als realisatie voortreffelijke voorbeelden zijn van ‘bouwen met groen’. “Zulke voorbeelden hebben we nodig!”, aldus gastheer Lutze von Wurmb, voorzitter van de Duitse ondernemersorganisatie ‘Bundesverband Garten-, Landschafts- en Sportplatzbau’. Circl ‘Circl’ van ABN AMRO Bank is een paviljoen in het dichtbebouwde zuiden van Amsterdam. Hier realiseerde Donkergroen uit Sneek een 100% circulaire openbare (dak)tuin. “Een zeer geslaagd groenproject dat 100% recyclebaar, vernieuwbaar en met respect voor de natuur is ontwikkeld. Het doel om de medewerkers van de bank een tuin met werkplekken te bieden is fantastisch in het totaalconcept geïntegreerd”, aldus het juryrapport. Green Dream ‘Green Dream’ is een ecologische bedrijfstuin in het Limburgse Haelen. De jury is verheugd dat het kantoor van Geelen Counterflow tot het duurzaamste van de wereld behoort. In de kantoortuin staan natuurbeleving en biodiversiteit centraal. “Een fantastisch voorbeeld van een natuurlijk en doordacht ontwerp van een kantoortuin” zo oordeelde de jury. “Het is bijzonder goed gelukt om moderne bouwelementen en de groene omgeving tot een geheel te smeden. Gelijktijdig is daarmee een esthetisch zeer aansprekende tuin gecreëerd.” Internationale vakjury Deze jury bestond uit Emmanuel Mony (voorzitter, Frankrijk), Neil Huck (Verenigd Koninkrijk), Lutze von Wurmb (Duitsland), Henrik Bos (Finland), Rien van der Spek (VHG-voorzitter, Nederland) en Robert Smid (vice-voorzitter VHG, Nederland). Green Dream, Geelen Counterflow Haelen, ontwerp: Iverna Zaalberg (Natuur bij huis), realisatie: Herman Vaessen tuin |boom |groen, Maasbree “We zijn er natuurlijk heel erg blij mee, met deze prijs. We zijn al een tijd bezig om duurzaamheid en commercie te combineren tot een verdienmodel. Deze prijs is een enorme waardering voor ons, ontwerpster Iverna Zaalberg, onze opdrachtgever en de gemeente Leudal. Met Green Dream laten we zien dat zo’n onderscheidend project ook mogelijk is op een ‘gewoon’ bedrijventerrein in Limburg, gerealiseerd door een mkb-bedrijf. Dat geeft ons een enorme stimulans om op deze weg verder te gaan. Bovendien draagt het bij aan ons imago van duurzaam bedrijf, daarmee zijn we op de arbeidsmarkt aantrekkelijk als werkgever.” Ralf Vaessen, directeur van Herman Vaessen tuin | boom |groen Circl Amsterdam, ABN Amro, ontwerp en realisatie: Donkergroen, Sneek “We hebben er met heel veel leveranciers en fabrikanten moeite voor gedaan om Circl op alle fronten echt circulair te maken. De maatregelen die we daarvoor moesten treffen ‘aan de achterkant’, daarvan ben je je niet direct bewust als je door de mooie tuin loopt. Dat zo’n internationale jury dat wel ziet en aanmerkt als zeer innovatief, dat is dan wel heel fijn. Veel mensen kennen de visie en aanpak van Donkergroen inmiddels. Wij staan voor circulariteit, want niets doen is geen optie. Voor wie daar nog niet zo bekend mee is, kan deze award de bevestiging zijn van onze expertise. Als dat leidt dan tot nieuwe opdrachten, zijn we natuurlijk erg blij.” Elwin de Vink, hoofd Ontwerp & Advies bij Donkergroen 11
Page 12
Start competitie Interieurbeplanting van het Jaar 2019 Voor de vierde keer vindt de landelijke competitie Interieurbeplanting van het Jaar (IvhJ) plaats. Branchevereniging VHG daagt u ook dit jaar weer uit om uw beste projecten in te sturen. De wedstrijd brengt mooi ontworpen, technisch goed aangelegde en uitstekend onderhouden interieurgroen onder de aandacht van particuliere, zakelijke en publieke opdrachtgevers. Wie wordt de opvolger van de groene Bibliotheek van Schiedam (IvhJ 2016), het innovatieve groenproject bij Joolz in Amsterdam Noord (IvhJ 2017) en Sempergreen Vertical Systems bij Hyatt Regency Spinoza in Amsterdam (IvhJ 2018)? U kunt tot 3 november uw project inschrijven. Met uw vragen over deze wedstrijd kunt u terecht bij coördinator Saskia Versteeg (ivhj@vhg.org) of beleidsadviseur Marc Custers (m.custers@vhg.org). Jurering en uitreiking De vakjury maakt begin november uit de inzendingen een voorselectie en bezoekt deze projecten eind november om tot een goede beoordeling te komen. Dan bepaalt de jury welke inzendingen genomineerd worden. Alle genomineerden maken kans op het predicaat Interieurbeplanting van het Jaar 2019. Free publicity De wedstrijd heeft een hoge PR-waarde. Dankzij de media-aandacht bereiken de mooiste voorbeelden van interieurbeplanting potentiële opdrachtgevers en consumenten. Daarnaast zijn de projecten een leerzame inspiratiebron voor collega-beplanters. Bedenk dat een nominatie op zich al behoorlijke publicitaire spin-off geeft. Kortom: verleid de jury met de inzending van een projectpresentatie tot een bezoek aan uw project! Praktijkgerichte trainingen voor professioneler werken Het nieuwe seizoen van het VHG Professionaliseringsprogramma is van start gegaan. Branchevereniging VHG biedt een serie praktijkgerichte trainingen, waarin de deelnemers in korte tijd veel opsteken van de docent én van elkaar. Tekst: Annemieke Bos Samen met collega’s buigt u zich over actuele vraagstukken. Ook kunt u uw eigen vragen inbrengen en gaat u aan de slag met praktijkoefeningen. Na afloop beschikt u over een schat aan informatie en inspiratie om uw bedrijfsvoering te verbeteren en uw resultaten te optimaliseren. De branchegerichte workshops worden georganiseerd op diverse plaatsen in het land, afhankelijk 12 van de deelnemersgroep. Als lid van VHG profiteert u van een aantrekkelijke korting op de deel-nemersbijdrage. Workshopaanbod VHG biedt in samenwerking met Bex*communicatie en Insector de volgende workshops: Beter het bedrijf overdragen: aan de slag met het maken van een concreet stappenplan met aandacht voor juridische, financiële, fiscale én persoonlijke aspecten. Beter verkopen: een goede impuls om uw acquisitie en communicatie zó in te richten dat de potentiële klant zelf contact opneemt. Beter organiseren: praktische instrumenten om uw organisatie en werkprocessen strakker in te richten én plezieriger om in te werken. Beter leidinggeven: tijdens deze workshop werkt u aan het bewust ontwikkelen van een leiderschapsstijl die past bij de strategie van uw bedrijf en uw medewerkers. Beter onderhandelen: met meer zelfvertrouwen een onderhandelingsgesprek ingaan. U hebt concrete tools waarmee u uzelf kunt onderscheiden en de klant overtuigt. Beter begroten: kennis en inzicht waarmee u het begrotings- en offerteproces in uw eigen bedrijf kunt verbeteren. Beter social media inzetten: voor wie zijn groenbedrijf nog beter wil profileren met social media zoals Linkedin, Facebook, Twitter, Pinterest, Instagram etc. Kijk voor meer informatie, cursusdata en aanmelden op de website van VHG. Klik onder ‘Ondernemershelpdesk’ op ‘Professionaliseringsprogramma U kunt ook bellen met Eline Visser of Richard Maaskant via (030) 659 56 50. Zwemvijver van het Jaar­competitie: inschrijven kan nog! De wedstrijd Zwemvijver van het Jaar (ZvhJ) gaat al zijn vijfde jaar in! In 2013 is deze landelijke competitie in het leven geroepen door VHG Platform voor Natuurlijk Zwemwater met als doel de bij VHG aangesloten zwemvijverspecialisten een podium te geven. En dat lukt prima, volgens Sander Voortman van Lilypond, de tweevoudige winnaar van 2018. Tekst: Caroline van Amerongen, foto: Henk Snaterse De winnende projecten van de afgelopen jaren laten vakmanschap zien en een grote variatie in vormen en stijlen. Ze passen allemaal bij de trend om duurzame, levende tuinen aan te leggen die de tuinbeleving vergroten en de biodiversiteit bevorderen. Een ontwikkeling die de komende jaren alleen maar toe zal nemen, is de verwachting van Voortman. Een goede reden om ook een project in te sturen. Zakelijk interessant Ook Voortman raadt de zwemvijverbouwers van VHG van harte aan om deel te nemen aan de wedstrijd. ”Het is zakelijk interessant. Alleen het meedoen zorgt al voor publiciteit. Als jouw project genomineerd wordt, is dat een mooie erkenning. Er ontstaat belangstelling bij de consument en het vertrouwen groeit. De titel draagt bij aan de naamsbekendheid van Lilypond, en ook aan de teamspirit: “Je wordt helemaal in het zonnetje gezet. Echt een opsteker waar je samen hard voor hebt gewerkt.” Gouden tip Omdat de wedstrijd ‘van papier’ wordt gejureerd, heeft Voortman een instuurtip: “Zorg dat je genoeg goede foto’s meestuurt waar je zowel het overzicht als de detaillering in beeld brengt. Stuur ook beeld waarop de zwembeleving voelbaar is.” Voor de fotosessie van de winnende particuliere zwemvijver van 2018 had Voortman zijn secretaresse met haar kinderen meegenomen. Wat toen gebeurde, illustreerde precies de bedoeling van de zwemvijver: iedereen genoot zichtbaar van de vijver. De mooiste foto uit de serie hangt nu uitvergroot op kantoor, naast de oorkonde. Inzenden kan nog tot 3 november! Ga naar de VHG-site voor de wedstrijdregels. 13
Page 14
Nominaties Tuin van het Jaar inspirerend voor particulieren én hoveniers! Eind augustus heeft de vakjury de zes tuinen bezocht. Spannend om de vakjury in je tuin te krijgen na zo’n langdurige droge, warme zomer! Op het eerste gezicht hebben deze zes genomineerde tuinen de hitte goed doorstaan. De jury is ook dit jaar weer enthousiast over de diversiteit in de projecten. Tekst: Caroline van Amerongen, foto's: Henk Snaterse De jury bestaat uit: Esther Kruit (landschapsarchitect), Gilbert de Jong (tuinontwerper), Harry Esselink (tuinontwerper en hovenier) Jan-Hein Moors (tuinen landschapsarchitect), Jasker Kamp (hoofdredacteur Groei & Bloei) en Jurgen Smit (tuinontwerper en online groenspecialist). Deze samenstelling waarborgt een zorgvuldig gewogen oordeel en uitgebreide feedback op de genomineerde tuinen. Deze staat verwoord in de juryrapportage die de inzenders ontvangen tijden de uitreiking op Tuinidee, in het voorjaar van 2019. Leerzaam Jurylid Jasker Kamp van tijdschrift Groei & Bloei vindt deze editie van de Tuin van het Jaar nu al geslaagd: “In alle zes tuinen die we dit jaar hebben bezocht, zit volop inspiratie voor tuinliefhebbers en collega-hoveniers. Neem nou die slim ontworpen ‘Citycandy’ stadstuin op 51m2 en de mooi aansluitende Verenigde voortuinen. De materialisatie en techniek in de Relaxterrastuin en de Weelderige vijvertuin zijn leerzaam voor de sector. Ontdek hoe verschillend ontwerpers omgaan met bestaande hoge Het project met de meeste stemmen op Facebook wint de Publieksprijs 2019 beplanting, zoals in de Eclectische ingetogen villatuin en de Geboetseerde bostuin. Deze zes tuinen laten onze lezers zien dat hoveniers vakmensen zijn waar je als actieve tuinliefhebber prima mee kunt samenwerken. Na ontwerp en aanleg kan de hovenier je ook adviseren hoe je de tuin zelf kunt onderhouden. En ze nemen zwaar werk uit handen. Zo zorgen hoveniers ervoor dat onze oudere lezers veel langer van hun tuin kunnen genieten.” Groen of steen? Kamp draait nu een paar jaar mee in de jury en ziet een spanningsveld ontstaan in de balans tussen groen en verharding: ”Dit jaar had bij de meeste tuinen de beplanting gelukkig de hoofdrol, terwijl er een trend is om tuinen steeds meer te ‘verharden’. Past dat nog bij het groene beroep van hovenier? Stimuleer je klant om duurzame keuzes te maken, zoals voor de afwatering en de biodiversiteit.” Genomineerd! De zes tuinen in dit artikel zijn genomineerd en dingen mee naar de titel Tuin van het Jaar 2019! Om de nominaties onder een breed publiek bekend te maken, start in december de Facebookwedstrijd. Van elke tuin zijn prachtige foto’s en een film gemaakt, zodat iedereen een stem kan uitbrengen op een favoriete tuin. In februari wordt tijdens Tuinidee in Den Bosch de winnaar bekend gemaakt. Het project met de meeste stemmen op Facebook wint dan de Publieksprijs 2019. 14 Relax-terrastuin, Den Haag, door Paul Casteleijn Hoveniers Nabij het Scheveningse strand ligt de luxe, lichte, omsloten onderhouds-arme terrastuin: van alle gemakken voorzien. De in hoogte verstelbare zwembadbodem maakt het terras geschikt voor grote gezelschappen. De onzichtbare technische installatie is vakkundig gerealiseerd. Dankzij het ontwerp, de mooie materialisatie en het kleurgebruik ervaar je meteen de fijne zee-sfeer. Deze tuin is ontworpen door Donders! & van der heiden. Eclectische ingetogen villatuin, Valkenswaard, Somers Hoveniers De glooiende jaren 70-villatuin bestaat uit een oprit, voor-, zij- en achtertuin. Het geheel heeft een grondige make-over ondergaan, waarbij in het ontwerp nieuwe beplanting, de verharding en de oorspronkelijke bomen en struiken geheel naar wens van de klant zijn gecombineerd. Opvallend mooi zijn de zwevende trappartijen en Sedumvlakken als oplossingen voor het hoogteverschil. Weelderige vijvertuin, Nuenen, Fons Linders Tuinmeesters Deze tuin is ontstaan toen de eigenaar de kans kreeg het huis van de buren te kopen, met de bijbehorende grond. Nu kon ook de grote wens van de familie in vervulling gaan: een tuin met een grote centrale vijverpartij. Dit project toont álle aspecten van het vakmanschap van de hovenier. Het resultaat is een sfeervolle levende tuin met vele zichtlijnen en voldoende zitjes om daar dagelijks van genieten. ➜ 15
Page 16
Voor duurzaam & natuurlijk groenbeheer Wat doe je liever? Een extra boom planten of een extra boom printen? Snel en super eenvoudig in het gebruik Organische meststoffen, bemonstering, bodemverbetering. Voor gras, border, beuk, dak/gevel groen, sport en golf. Voorlichting en persoonlijk advies. PASSIE VOOR GROEN Waar kies jij voor? Stuur je nog steeds medewerkers op pad met geprinte planningen, geprinte projectgegevens en nog handmatig in te vullen urenbriefjes? Of geef je ze Vision-Mobile. Beatrixhaven 25 / 4251 LR Werkendam T:0183-509796 E: info@innogreen.nl / W: www.innogreen.nl BESTELAUTO EXP 2018 Meer informatie: T +31 (0)172 23 54 44 www.vision-mobile.nl info@infogroen.com Ook graag jouw kantoor op zak? Handig, altijd online Kijk op onze nieuwe website voor: Rozen volle-gRond - Rozen in pot XXl KlimRozen - StamRozen ALLES OVER UW BESTELAUTO’S! BESTELAUTO EXPO 2018 Dinsdag 13 en woensdag 14 november | Houten Van de bestelauto zelf tot financiering, verzekering, inrichting en bestickering: u krijgt de beste informatie én scherpe aanbiedingen op Bestelauto Expo 2018. Neem uw oude ‘bus’ mee en krijg een gegarandeerd inruilbod van BCA Autoveiling! GRATIS TICKETS www.bestelauto-expo.nl 16 J.D. Maarse en Zonen B.V. Oosteinderweg 489 14 32 BJ Aalsmeer info@maarse.nl Van uiterst zeldzame tot zeer gangbare soorten. Het hele jaar geopend van ma-vrij van 8.00 - 17.00 uur Meer informatie op website www.belle-epoque.nl (prijzen zijn retail) Voor handelsprijzen maken we graag een offerte. ➜ Geboetseerde bostuin, Bilthoven, Hendriks Hoveniers In de minimalistische voortuin voert groen de boventoon. In de achtertuin valt het royale gazon op, met daarin solitaire hoge dennen en kloeke visuele elementen, zoals de boomhut. In de gevarieerd beplante border vlak voor het terras zijn prachtige kleurcombinaties gemaakt van weelderig bloeiende vaste planten. De bewoners van deze bostuin wilden graag alle ruimte om te relaxen. Dat is met deze aanpak en uitvoering prima gelukt! Donders! & van der heiden tekende voor het ontwerp van deze tuin. Verenigde voortuinen in stijl, Rhenen, De Lingebrug De voortuinen van vier moderne, geschakelde woningen liggen op een glooiing. De huizen verschillen iets in de positionering van de (garage)deuren en de diepte van de voortuinen. Nadat de eerste tuin is aangelegd door Lingebrug, volgden de andere buren, die allen hun eigen voorkeuren hebben aangegeven. Het is een harmonieus en inspirerend geheel, dankzij de inbreng en vakkennis van de hovenier. ‘Citycandy’-tuin, Zwolle, Hoveniersbedrijf Ed Bijker In de jaren 30-stadswijk ligt de ingezonden achtertuin, omsloten door buurtuinen en een ‘achterom’. De kleine achtertuin van maar 51 m2 maakt de verrassing compleet: mooi gevarieerd groen en met maar liefst drie zitplekken. Slimme oplossingen helpen om een klein oppervlak optimaal te benutten. Inspirerend voorbeeld voor eigenaren van kleine tuinen. De tuin is ontworpen door Jacqueline Volker. 17
Page 18
Landelijke Open Dag Hoveniers Het vak in de schijnwerpers Evenals vorige jaren kon het publiek zaterdag 22 september een kijkje nemen bij diverse hoveniersbedrijven die deelnamen aan de Landelijke Open Dag. Ze waren er welkom voor vrijblijvend advies, konden vragen stellen en de laatste tuintrends ontdekken. Wie meer wilde weten over een opleiding of baan in de sector was bij veel deelnemers ook aan het juiste adres. Tekst: Annemieke Bos, foto’s: Annemieke Bos, Satter Hoveniers De deelnemende hoveniers lieten met veel enthousiasme zien wat zij doen en wat er allemaal komt kijken bij het goed aanleggen en onderhouden van een mooie tuin. En ook wat het inhoudt om een opleiding in het groen te volgen en te werken in de sector. Prachtige projecten Geïnteresseerde jongeren konden via workshops bij diverse hoveniersbedrijven in Zuid-Holland kennismaken met het groen. Bij Van der Tol bijvoorbeeld, in Berkel en Rodenrijs. “Ze kunnen hier meer te weten komen over de aanleg van daktuinen en even oefenen met elektrisch gereedschap”, vertelt hoofduitvoerder Joop Joorse. “We hebben prachtige projecten, maar het valt niet mee om er voldoende medewerkers voor te krijgen.” Vacatures Hendrik-Jan Konijn van Van der Spek Hoveniers in Benthuizen is de hele dag paraat om vragen over de opleidingen en de vacatures van het bedrijf te beantwoorden. “We hebben momenteel zes vacatures, maar hebben ook ruimte voor stagiaires en leerlingen. Ze kunnen hier direct de mogelijkheden bespreken, ook is er informatie van het Wellantcollege verkrijgbaar. Daar hebben we goede contacten mee.” Achter de schermen Satter Hoveniers nam dit jaar voor het eerst mee aan deze door VHG georganiseerde dag. Jeroen Satter kijkt er positief op terug. “Van begin tot eind was er aanloop. Veel klanten vonden het leuk om eens op ons bedrijf te kijken. Ze hebben er geen idee van wat er achter de schermen allemaal gebeurt.” Feest Een aantal deelnemers combineerde de open dag met de viering van een bedrijfsjubileum. Zo was het feest bij Van der Spek in Benthuizen, bij Aardoom in Barendrecht, Biesot in Vijfhuizen en bij Hoek Hoveniers in Voorhout. 18 Meewerkende partners op excursie in Overijssel De jaarlijkse excursie voor de meewerkende partners vond dit jaar plaats in Teuge. Het kersverse Platform Meewerkende Partners had een boeiend programma samengesteld, met een mooie mix van informatie en inspiratie. Daarnaast was er alle gelegenheid om te netwerken en ervaringen uit te wisselen. Tekst: Annemieke Bos, foto’s: Roos Rispens van Groene Technieken BV De deelnemers uit het hele land waren eind september te gast in ‘De Levenstuinen van het Groot Hontschoten’ in Teuge. Ruim 1,5 hectare maïs- en weideland is hier vanuit een filosofische benadering getransformeerd in een bijzonder tuinencomplex. Het resultaat: westerse levenstuinen volgens het Zenprincipe. Met geraffineerde beplanting, follies, bouw- en kunstwerken is een bijzondere wereld vol westerse en oosterse symbolen gecreëerd. Tijdens de rondgang door deze Levenstuinen komt de bezoeker de belangrijkste facetten uit een mensenleven tegen, vanaf de tuin van de bevruchting tot en met de tuin van de dood. Leven en werk In kleine groepjes trokken de deelnemers door de tuinen, waarbij ze op verschillende plekken vragen gesteld kre19 gen die betrekking hadden op hun leven en werk. Dat leidde tot goede gesprekken en onderlinge verbinding. Ook tijdens de korte schilderopdracht in het theepaviljoen was dat het geval. Communicatie Tijdens het middagprogramma verzorgde Joost van Dijk een workshop communiceren. Van Dijk is adviseur, coach, interim-manager en trainer voor het groene bedrijfsleven. Hoe communiceer je met je partner, medewerkers en relaties? Hoe vind je daarbij de balans tussen zakelijke en privébelangen? Het leverde interessante stof voor discussie op. De zonnige dag werd afgesloten met een gezamenlijke maaltijd. Het Platform Meewerkende Partners kijkt terug op een geslaagde bijeenkomst.
Page 20
HelixCAD en EasyVision dragen bij aan de realisatie van onze visie De overtuiging dat het ontwerp- en realisatieproces van tuinen professioneler kon dan hij tot dan gezien had, motiveerde Tim Rengelink in 2010 om in Silvolde zijn eigen bedrijf TR Tuindesign te starten. Inmiddels werkt hij met team van vijf mensen en heeft hij zich ten doel gesteld om gestaag door te groeien naar een hoger klantensegment. Hoe hij dat doet en op welke manier de software van INFOGROEN daaraan bijdraagt, vertelt hij hier. In eerste instantie viel Tim voor het vak van hovenier omdat hij gek is op groen en gek is op buiten werken. Nu hij inmiddels 16 jaar ervaring heeft, waarvan 8 jaar in zijn eigen bedrijf, haalt hij zijn voldoening uit het ontwerpen en aanleggen van de perfect passende tuin. Tim: ‘Ik wil meerwaarde leveren aan een huis door een mooie buitenruimte te creëren die naadloos aansluit op de uitstraling van het huis. Ik ben daar heel open in. Als een potentiële klant zelf een idee heeft dat daar niet aan voldoet, bespreek ik dat zeker. Soms zijn ze blij met mijn eerlijke mening, maar het gebeurt ook dat ze daarom voor een andere hovenier kiezen. Ik vind dat oké, ik vind het belangrijk dat klanten bij ons bedrijf passen; dat we de kwaliteit kunnen leveren waar we voor staan en dat er ruimte is voor onze persoonlijke en professionele benadering.’ Kwaliteit en professionaliteit Kwaliteit en persoonlijke, professionele aandacht beginnen in de optiek van Tim bij een goede inventarisatie van de klantbehoeften, gevolgd door een duidelijke presentatie van het ontwerp en een fatsoenlijke offerte. Tim: ‘Het overgrote deel van onze omzet halen we uit het ontwerpen en aanleggen van tuinen, dat vind ik het leukste om te doen. Sterker nog, dat motiveerde me indirect om in 2010 voor mezelf te beginnen. Ik was ervan overtuigd dat de ontwerppresentatie 20 Marktvisie en communicatie naar klanten beter en professioneler kon dan ik indertijd bij hoveniers zag.’ Dat was ook de reden waarom Tim ervoor koos om in zijn eigen bedrijf met het ontwerpprogramma HelixCAD van INFOGROEN te gaan werken: de start van een goede samenwerking, bleek. Uitbreiding automatisering bedrijfsproces Nadat Tim de overstap had gemaakt naar HelixCAD was hij in 2017 toe aan de volgende stap in de automatisering van zijn bedrijfsproces; EasyVision. Tim: ‘Ik beheer in EasyVision nu al mijn projecten. Het programma werkt makkelijk en bespaart me tijd omdat ik alle informatie kan hergebruiken in alle fases van een project. Bovendien kan ik voor al mijn offertes, opdrachtbevestigingen en facturen een bij ons logo passende lay-out gebruiken en kan het programma gekoppeld worden aan HelixCAD voor bijvoorbeeld beplantingsplannen en tekeningen.’ Tim koos ook voor EasyVision omdat het pakket eenvoudig uit te breiden is met bijvoorbeeld een boekhoudmodule en een mobiele module die het op locatie inzien van projecten en het bijwerken van urenstaten mogelijk maakt. Tim: ‘Ik ga ervoor dat we uiteindelijk zo min mogelijk tijd kwijt zijn aan kantoorwerk en zoveel mogelijk buiten zijn bij onze klanten. Hoewel de implementatie op zich soepel verliep en Tim uitermate goed te spreken is over de begeleiding van INFOGROEN, kostte het Tim moeite om afscheid te nemen van zijn oude patronen. Tim: ‘Ik had mezelf een eigen werkwijze aangeleerd, die achteraf gezien helemaal niet efficiënt was, maar waar ik wel aan gewend was. Ik zou een collega-hovenier die net voor zichzelf begint dan ook adviseren om direct te starten met EasyVision: dan leer je jezelf van meet af aan een bewezen efficiënte werkwijze aan.’ Goede samenwerking INFOGROEN heeft gekeken hoe en in welke realistische stappen automatisering kan helpen om de ambitie van TR Tuindesign te realiseren. Tim: ‘Ik opereer met mijn bedrijf in een regio waar relatief veel hoveniers actief zijn. Daarom wil ik gestaag doorgroeien naar het hoge segment in de markt. Ik vind dat INFOGROEN met hun eerlijke, kundige advies en de producten HelixCAD en EasyVision echt bijdragen aan de realisatie daarvan. En daar ben ik uiteraard erg blij mee.’ 21
Page 22
4 kanshebbers Boomproject van het Jaar 2018 Mooi vakmanschap in karaktervolle boomprojecten De jury was goed te spreken over de projecten tijdens de jurydag van het Boomproject van het Jaar! Vier boeiende, zeer verschillende projecten zijn - zonder twijfel - genomineerd. Het zijn stuk voor stuk voorbeelden van goed, specialistisch vakmanschap, die allemaal de toegevoegde waarde van bomen in de openbare ruimte aantonen. Tekst: Caroline van Amerongen, foto’s: Fred Roest De vakjury heeft dit jaar vier projecten bezocht met elk een ander, eigen karakter. Weert en Amsterdam laten de toegevoegde waarde zien van bomen in de stedelijke omgeving. De andere twee projecten laten meer de emotionele en historische waarde van bomen zien: ze overleven mensen en laten de verhalen uit een verleden voortleven. Alle projecten zijn genomineerd. De vakjury De vakjury bestaat dit jaar uit: Jos van de Vondervoort (assetmanager bomen gemeente Rotterdam) Henk Schuitemaker (VLUGP – Stedebouw & Landschapsarchitectuur, NVTL) en Annemiek van Loon (De Bomenconsulent, boomspecialist en beleidsadviseur). ➜ Historische grensboom Venlo Pius Floris Boomverzorging Een circa 200 jaar oude linde (Tilia) is door Pius Floris Boomverzorging vakkundig 38 meter verplaatst. Ooit was de linde een zogenaamde grensboom, die agrarische percelen markeerde. Het perceel ligt binnen een archeologische zone, pal naast een spoorlijn op het bedrijventerrein Trade Port Noord in Venlo. Vanwege de grote ecologische en cultuurhistorische waarde is besloten tot verplanten. Dit past bij de totale duurzame gebiedsvisie, waarin (nieuwe) natuur het kader is voor de bedrijvigheid. Pius Floris Boomverzorging laat in dit genomineerde project zien dat specialistenwerk altijd maatwerk is. Het gedetailleerde plan van aanpak en de zorgvuldige uitvoering oogst bewondering bij de jury. 1 22 1 2 ➜ Oude Markt Weert, Herman Vaessen BV De Oude Markt is een gezellig horecaplein in de Weertse binnenstad. Het historische plein is een levendige plek, waar toeleverend vrachtverkeer en evenementen een bijzonder stevige ondergrond vereisen. In 2016 is het plein vernieuwd en voorzien van Portugese keitjes met betonvoeg. Drie valse christusdoorns (Gleditsia triacanthos ‘Sunburst’) zorgen nu voor een sfeervolle aankleding van de terrassen. De vakmensen van Herman Vaessen BV hebben creatief nagedacht over de groeiplaatsen van deze ‘best bekeken bomen van Weert’. Er is een goede technische oplossing gevonden met een zelfvoorzienend passief irrigatiesysteem, zonder onderhoudsgevoelige technologie. Dit genomineerde project draagt bij aan een klimaatbestendige stad en dat verdient navolging. 2 ➜ Begraafplaats Zoetermeer, Wille Landschaps- & Begraafplaatsarchitectuur Een grote variatie aan bomen heeft een prominente rol gekregen in de nieuwe opzet van de begraafplaats. Ze zijn multifunctioneel ingezet: als windbreker, als beschutting die rouwende naasten de gewenste intimiteit biedt, als natuurlijke markering bij verschillende groepjes rustplaatsen. Een begraafplaats inrichten heeft zo zijn eigen uitdagingen. “De ondergrondse groeiomstandigheden zijn haast ingewikkelder dan bij parkeerplaatsen in een binnenstad”, verzuchtte een jurylid. Het is Ada Wille gelukt om met de vele verschillende bomen intimiteit en een ondersteunende structuur toe te voegen. Deze genomineerde inzending is bijna een arboretum en is daarmee een inspirerend en informatief project voor het publiek, de sector en voor boomkwekers in het bijzonder. 3 3 4 ➜ Gustav Mahlerplein Amsterdam, Nationale Bomenbank B.V. Te midden van de hoogbouw op de Zuidas heeft de Nationale Bomenbank B.V. een ruime, parkachtige passage ingericht op het dak van een grote ondergrondse fietsenstalling. Op het onderkelderde plein is een ontwerp van 100 x 100 meter gerealiseerd met verhoogde en met gras ingezaaide perken. Dit fiets- en autovrije doorgangsgebied geeft het personeel van de omliggende kantoren de gelegenheid om even te genieten van de gezonde buitenlucht. Bij mooi weer verblijven er in de pauzes een paar duizend mensen, die genieten van het groen van de 25 nieuw geplante bomen. Het gehele project straalt grotestadsprofessionaliteit uit. Het past in de positieve beleidslijn van Amsterdam om stedelijke verdichtingen te vergroenen. 4 23
Page 24
Handleiding Het Levende Gebouw in de maak Het kon eigenlijk niet uitblijven: na de vernieuwde en succesvolle handleiding De Levende Tuin komt er nu ook een handleiding over groen op, aan, in en om het gebouw. Kortom: Het Levende Gebouw. Tekst: Annemieke Bos, foto’s: Into Green en Koninklijke Ginkel Groep 24 “Binnen de voormalige VHG Vakgroepen Dak- en Gevelbegroeners en Interieurbeplanters werd er al langer gepraat over een totaalconcept voor Het Levende Gebouw”, legt Mario Geuze uit. Hij is beleidsmedewerker bij Branchevereniging VHG. “Er was en is behoefte om de groene oplossingen op dat terrein meer richting de markt te brengen. Met de vorming van het domein Gebouwgebonden Groen binnen de vereniging spelen we daar natuurlijk ook op in. Deze handleiding kan daarbij helpen, zeker als het net zo’n succes wordt als de handleiding De Levende Tuin 2.” Brede doelgroep De handleiding is bedoeld als naslagwerk voor groenprofessionals, maar zeker ook als bron van inspiratie en informatie voor opdrachtgevers bij gemeenten, projectontwikkelaars en architecten. “We willen er een brede doelgroep mee aanspreken, niet alleen met ‘wat is er allemaal mogelijk’, maar vooral ook met ‘hoe kun je het realiseren, wat zijn de randvoorwaarden’”, stelt Kim van der Leest – groene conceptontwikkelaar en belevingsdeskundige. Zij ontwikkelde voor VHG de handleiding De Levende Tuin 2. “We laten inspirerende voorbeelden zien uit binnen- en buitenland en combineren dat met praktische informatie en gegevens uit wetenschappelijk onderzoek. En dat alles overzichtelijk en geordend weergegeven, waar mogelijk met handige checklists of stappenplannen.” Positie claimen Van der Leest verzamelt de benodigde informatie onder andere tijdens informatiebijeenkomsten met dak- en gevelbegroeners, interieurbeplanters en architecten. Ook de informatie die Into Green de afgelopen jaren heeft vergaard, is waardevol. “Er is al veel beschikbaar”, stelt Geuze. “Alle kennis die voorhanden is, bundelen we tot een totaalconcept waarmee de groenprofessionals hun positie meer vooraan in de keten kunnen claimen.” Inbreng in alle fases “Je ziet steeds vaker dat natuur en architectuur meer met elkaar verweven zijn”, constateert Van der Leest. “Denk aan natuurinclusief en circulair bouwen. Een bekend voorbeeld is het combineren van zonnepanelen en groen op daken.” Die ontwikkeling zal zich doorzetten en veel werk opleveren voor de groenbranche, zo is haar inschatting. “De toepassing van groen moet wel goed gebeuren. Ik zie ook voorbeelden van gemiste kansen omdat de architect net te laat groen in het ontwerp inpast waardoor verkeerde keuzes worden gemaakt als het gaat om licht, wateraansluitingen en beplanting. Dat is erg jammer natuurlijk. De groenprofessional is met zijn kennis van de functies van groen een waardevolle partij. Niet alleen waar het gaat om de aanleg, maar ook in beheer en onderhoud. Met de handleiding Het Levende Gebouw kan hij zijn opdrachtgevers straks bewust maken van zijn deskundige inbreng in al die fases.” Hulpmiddelen Van der Leest benadrukt het belang van het samen nadenken over groen in, om, op en aan gebouwen. “Groen wordt steeds meer leidend in het ontwerp van zowel bestaande als nieuwe gebouwen. Met dit concept kunnen de bedrijven hun kwaliteiten duidelijk maken.” “Daarvoor komen overigens meer hulpmiddelen beschikbaar”, vult Geuze aan. “Denk aan handige digitale tools voor presentaties. We denken ook aan een internetplatform waar alle informatie voor de markt samenkomt.” Met het bedrijfsleven “Ik heb er enorm veel zin in om deze handleiding te maken”, zegt Van der Leest. “Samen met het bedrijfsleven. Hoe meer input vanuit de praktijk, hoe beter het beeld dat we samen geven aan opdrachtgevers over de groene mogelijkheden, de aandachtspunten en het belang van de deskundigheid van de groenprofessional!” De handleiding Het Levende Gebouw zal in het voorjaar van 2019 beschikbaar zijn. Oproep: fotomateriaal en ervaringen gevraagd! Goed beeldmateriaal is van essentieel belang voor deze handleiding. Heeft u foto’s van gerealiseerde gebouwgebonden groenprojecten? Stuur ze in. Liefst projecten met innovatieve toepassingen waar de meerwaarde van groen tot uitdrukking komt. Ook detailfoto’s en beelden met mensen erop zijn welkom. Verder kunt u ook uw ervaringen, tips en ideeën aandragen. U kunt het materiaal sturen naar Mario Geuze via m.geuze@vhg.org.
Page 26
VHG in actie tijdens Vakbeurs Openbare Ruimte Branchevereniging VHG was met verschillende activiteiten actief op de Vakbeurs Openbare Ruimte. Deze vond 26 en 27 september plaats in de Jaarbeurs te Utrecht. Op deze pagina’s een overzicht. Tekst: Annemieke Bos, foto’s: Henk Snaterse Hester Maij, gedeputeerde landbouw, natuur en cultuur van de Provincie Overijssel, met Egbert Roozen na de ondertekening van de Green Deal Groene Daken. Met de provincie Overijssel als nieuwe partner komt het aantal organisaties dat zich samen inzet voor betere en meer groene daken op 38. Egbert Roozen vertegenwoordigde de groenbranche op de stand van de Provincie Overijssel waar onder andere de Green Deal Groene Daken in de picture stond. De Provincie heeft zich onlangs aangesloten bij deze Green Deal. Beeldbestekken Op woensdag organiseerde VHG een goedbezochte lezing over het werken met klimaatadaptieve beeldbestekken. Gert Olbertijn van Stabilitas gaf een toelichting op het model dat hij in opdracht van VHG ontwikkelde, samen met 26 CROW. Het is een communicatieschema waarmee opdrachtgevers en opdrachtnemers beter in kunnen spelen op de gevolgen van klimaatverandering bij beeldbestekken. CROW neemt dit schema op in de Handleiding Beeldkwaliteit die dit najaar verschijnt. Het schema is te downloaden via de VHGwebsite. Bijvriendelijke gemeenten Samen met Vereniging Stadswerk, de stichting Gemeenten voor Duurzame Ontwikkeling en Nederland Zoemt verzorgde VHG een werkcollege over ‘De Wilde Bij - bijvriendelijke gemeenten’. Vertegenwoordigers van gemeenten en groenprofessionals gingen met elkaar aan de slag om voorstellen te doen waarmee de gemeente Utrecht haar stad meer bijvriendelijk kan maken. Ze kregen daarbij inspiratie van imker en educatief medewerker Bart Vanderpoele uit Vlaanderen. Daar organiseert men sinds vijf jaar de Week van de Bij. De brainstorm leverde veel suggesties op, van heel praktische maatregelen voor aanleg en beheer van bijvriendelijk groen, tot ideeën voor educatie en voorlichting. Alle tips worden aangeboden aan de gemeente Utrecht. Groenboek In de stand van Vereniging Stadswerk werd op donderdag 27 september het nieuwe groenboek ‘Werken aan stedelijke natuur en participatie’ overhandigd aan Bas Volkers, coördinator cluster Natuurcombinaties Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het groenboek bevat voorbeelden van samenwerking tussen bewoners, gemeenten en groenprofessionals bij het realiseren van (nieuwe) stedelijke natuur. Branchevereniging VHG en Vereniging Stadswerk Nederland publiceren dit groenboek samen als partners in de Green Deal 1.000 hectare nieuwe stedelijke natuur. Het groenboek ‘Werken aan stedelijke natuur en participatie’ werd tijdens de Vakbeurs Openbare Ruimte overhandigd aan Bas Volkers, coördinator cluster Natuurcombinaties Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (midden). Links van hem Maarten Loeffen, directeur van Vereniging Stadswerk. Rechts VHG­directeur Egbert Roozen. OOGSt-fonds Aan het einde van de laatste beursdag ging het OOGSt-fonds officieel van start. Dit fonds is een initiatief van de G32-gemeenten en staat voor: voor Ontwikkeling Onderzoek Groen in de Stad. Met het OOGSt-fonds krijgt onderzoek naar bomen en groen in Nederland een nieuw financieel fundament. En dat is nodig. Door bezuinigingen verdween steeds meer ‘groene’ onderzoekscapaciteit. Tegelijkertijd is groen steeds waardevoller geworden als instrument op thema’s als gezondheid, tegengaan van hittestress en fijnstof, waterberging en leefbaarheid. Branchevereniging VHG heeft zitting in het bestuur van het OOGSt-fonds. Jos van de Vondervoort (Gemeente Rotterdam), Djorn Noordman (gemeente Haarlem) en Leendert Koudstaal (gemeente Den Haag) presenteren het logo van het nieuwe OOGSt­fonds. Ideeën verzamelen voor het bijvriendelijk maken van gemeenten. 27
Page 28
Goed bezochte VHG Docentendag in eerste Groene Hotspot De VHG Docentendag beleefde begin oktober haar derde editie. Dit jaar namen zo’n zeventig docenten deel. Zij namen in Houten - de eerste Groene Hotspot van Nederland - kennis van innovaties die groenprofessionals uit de praktijk presenteerden. Tekst: Annemieke Bos, foto: VHG De Docentendag is een dag waar onderwijs en bedrijfsleven elkaar ontmoeten en hun kennis over het vak en innovaties delen. VHG beoogt hiermee de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven te versterken, zodat kennis en innovaties meer in de scholen worden gebracht. Dat gebeurt ook in het samenwerkingsproject excellente scholen en excellente bedrijven. Innovaties en ontwikkelingen Tijdens de VHG Docentendag deelden groenprofessionals die lid zijn van VHG interessante informatie over innovaties en ontwikkelingen in de branche. Over automatisering en robotisering in de tuin bijvoorbeeld, over project- en procesbeheersing en over het keuzedeel onderhoud sportterreinen en golfbanen voor mbo-leerlingen. Cursus De Levende Tuin 2 Kim van der Leest - groene conceptontwikkelaar en belevingsdeskundige - presenteerde het vernieuwde lesmateriaal voor de cursus De Levende Tuin 2. Dit is in nauwe samenwerking met de onderwijsinstellingen ontwikkeld en is een verbreding en verdieping van de eerdere Meer lezen? Dat kan in het VHG Groenboek Onderwijs met de titel ‘Goed groen onderwijs maak je samen’. Het is te downloaden via de VHGwebsite. Klik bij de tab Ondernemershelpdesk op Onderwijs & Scholingsbeleid. cursus De Levende Tuin. Het lesmateriaal is praktisch toepasbaar en sluit aan op de vernieuwde handleiding De Levende Tuin versie 2 dat gericht is op diverse opdrachtgevers en de achttien meerwaarden van groen. Het lesmateriaal is digitaal beschikbaar en kent een handige mappenstructuur. Door deze modulaire opbouw kan het zowel als keuzevak als op onderdelen los worden gebruikt. Groene Hotspot Houten De Docentendag werd georganiseerd in de eerste Groene Hotspot in Nederland, die op 25 oktober officieel wordt geopend. De Hotspot is een samenwerking van Wellantcollege en Branchevereniging VHG. Ton Westerveld, teamleider groen en projectleider Groene Hotspot Houten en Jeroen Zijlmans, beleidsadviseur onderwijs bij Branchevereniging VHG, gaven een presentatie over het hoe en waarom en de toekomstplannen. U leest er meer over in het artikel op pagina 6 van dit magazine. 28 Met bewoners het dak op André Hoek, directeur van Hoek Hoveniers, was keynote speaker. Hij nam het publiek mee in de rol van het groenbedrijf in projecten waarbij bewoners actief betrokken zijn. Hoek Hoveniers heeft hiermee ervaring opgedaan bij Dakpark Rotterdam. Zo’n samenwerking vraagt een andere werkwijze van de aannemer, want hij moet flexibeler zijn, goed communiceren en soms ook cursussen geven. En hoe los je het financieel op? Wat zijn de belangrijkste afspraken? Nieuwe Cao voor het Hoveniersbedrijf: In mei dit jaar heeft Branchevereniging VHG een caoakkoord bereikt met de vakbonden FNV Agrarisch Groen en CNV Vakmensen. Deze nieuwe cao loopt van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2020. De partijen hebben een aantal afspraken gemaakt waarmee zij de aantrekkingskracht van de sector willen vergroten voor nieuwe en bestaande medewerkers. Zo is er veel aandacht besteed aan scholing en duurzame inzetbaarheid. De belangrijkste afspraken zetten we in dit artikel voor u op een rij. Tekst: Nagib Benamar In september heeft Branchevereniging VHG drie kennisbijeenkomsten in de regio georganiseerd over de nieuwe cao. De woordvoerder van de onderhandelingscommissie gaf tekst en uitleg over de veranderingen. Ook konden de leden vragen stellen. en 1,55% per 1 januari 2020. Ook de reiskostenvergoeding gaat omhoog: van € 0,18 naar € 0,19 per kilometer. De redactiecommissie heeft de caoafspraken inmiddels in teksten gevat. U vindt de nieuwe Cao voor het Hoveniersbedrijf op de website van VHG (Klik onder ‘Ondernemershelpdesk’ op ‘Cao & Personeelsbeleid’). Daar vindt u ook het communicatiedocument met een samenvatting van de afspraken. Bij de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt een verzoek ingediend om de cao-tekst algemeen verbindend te laten verklaren. Ook komen er nieuwe exemplaren van de cao-boekjes. Zodra deze gereed zijn, ontvangt u hierover bericht. Loonsverhoging De lonen gaan stapsgewijs omhoog: 1,25% per 1 juli 2018, 1,25% per 1 januari 2019, 1,55% per 1 juli 2019 Aanpassing seniorenregeling De huidige regeling ‘Minder werken voor oudere werknemers’ (80-90 regeScholing – Hogere vergoedingen VHG Brancheopleiding en BBL Werkgevers die een medewerker hebben die de VHG Brancheopleiding volgt, krijgen via het fonds Colland Arbeidsmarkt een vergoeding van € 1.500 (was € 1.000). De diplomabonus voor de werknemer wordt verhoogd naar € 500 (was € 250). Uitbreiding subsidieregeling BBLleerlingen vanaf 21 jaar De huidige subsidieregeling BBL (beroeps begeleidende leerweg) via het fonds Colland Arbeidsmarkt wordt uitgebreid voor BBL-leerlingen vanaf 21 jaar. Als voor deze oudere leerling de schooldag wordt doorbetaald, ontvangt de werkgever ook voor hem de BBLsubsidie. Doorbetaling van de schooldag voor leerlingen vanaf 21 jaar is niet verplicht. ling) is in het kader van duurzame inzetbaarheid structureel en bestendig aangepast. Vanaf 1 januari 2019 zal een aangepaste seniorenregeling gelden met de volgende uitgangspunten: – instapleeftijd blijft vanaf 60 jaar; – deelname aan de regeling wordt verlengd naar maximaal 8 jaar; – de einddatum voor de deelnemer is in ieder geval de individuele AOWleeftijd; – de referte-eis van 5 jaar blijft staan; – monitoring: 1 keer per kwartaal op deelnemersaantal en 1 keer per half jaar financieel; – hardheidsclausule voor schrijnende gevallen. De komende tijd werken sociale partners de regeling en voorwaarden verder uit. Daarbij zal ook aandacht worden besteed aan oud-deelnemers die de volledige periode van de regeling hebben doorlopen, nog in de sector werken en nog niet de AOW-leeftijd hebben bereikt. Huidige deelnemers, evenals oud-deelnemers die voor de langere looptijd in aanmerking kunnen komen, krijgen hierover te zijner tijd bericht. 29
Page 30
Duurzame inzetbaarheid: Duurzame Inzetbaarheid, loont dat? In het derde artikel van deze serie geven we hierop antwoord. Tekst: Natasja van Voorst (projectleider, adviseur en trainer), beeld: Herman Vaessen Wie geen urgentie voelt om aandacht te besteden aan duurzame inzetbaarheid (hierna: DI) vraagt zich nogal eens af wat zo’n investering nu oplevert. Meer, intensiever en minder vrijblijvend in gesprek gaan met personeel kost tijd en geld. Net als mogelijke vroegtijdige uitstroom, opleiding, training, overleg, toolboxmeetings en ergonomisch materieel. Meer kosten, minder ´vanzelf´. Terwijl ´vanzelf´ het toverwoord is als marges knellen en de tijd beperkt is. Kosten-baten TNO, intensief betrokken bij het VHG-project, ontwikkelde in het jaar na het project de kosten-batentool. De opbrengsten bleken in keiharde euro´s vertaalbaar en maken DI tot een slimme activiteit voor ondernemers. Men noemt DI ´de kip met de gouden eieren´. De tool is te vinden op de website van het Nationaal Platform Duurzame Inzetbaarheid (www.npdi.nl). Zoek dan op ‘kosten-batentool’. Risicomanagement Rob Mocking, directeur van Mocking Hoveniers vertelt: “Wij voelden urgentie omdat de samenstelling van ons personeelsbestand uit balans raakte. We geloven in een goede mix tussen jong en oud, om vakmanschap te borgen en scherp en maakbaar te blijven. Jong en oud halen bij elkaar het beste naar boven. Maar we zien investeren in DI ook als een vorm van risicomanagement. Je gaat vroegtijdig in gesprek om de match in wat wij vragen en personeel biedt, optimaal te houden. Je moet als werkgever bereid zijn om te investeren in die goede match.” Kennis en ervaring behouden Een mooi voorbeeld is een oudere werknemer die Mocking Hoveniers vrijmaakte voor overdracht van zijn vakmanschap aan een leerling, waarna hij zelf de overstap maakte naar een zorgboerderij. “Daar voert hij lichtere werkzaamheden uit en komt zijn passie om iets te betekenen voor jongeren goed tot zijn recht. Dat geeft voldoening”, vertelt Mocking. “Wij behielden zijn kennis en ervaring. Een proces van jaren, maar we hebben het niet geschuwd en het werpt nu zijn vruchten af.” 30 het loont! Jongeren Mocking constateert dat zijn bedrijf toekomstbestendig is. “We zorgen er tegelijkertijd voor dat we aantrekkelijk blijven voor jongeren. Door korte lijnen met scholen te houden - we zijn excellent leerbedrijf bij het Wellantcollege - en te investeren. Denk aan extra cursussen bijvoorbeeld biologische onkruidbestrijding of vijvertechniek.” Rode draad Ralf Vaessen, directeur van Herman Vaessen Tuin I Boom I Groen, gaat op eenzelfde manier om met het vraagstuk. Vaessen: ”Voor ons is DI een vast agendapunt. Wij hebben een cultuur waarin wij de dialoog altijd blijven voeren. We laten onze ambities niet los als het gaat om een goede balans in geven en nemen. We noemen dat de ‘rode draad’: het ideale lijntje waarlangs we samen opgaan. Daarvan kun je natuurlijk altijd wat afwijken, maar het maakt goed zichtbaar voor iedereen wat we van elkaar verwachten.” Vast agendapunt Vaessen gaat met de medewerker in gesprek als de balans zoek raakt. “Een medewerker is net zo verantwoordelijk om te zoeken naar een oplossing als wij. Dat kan alleen maar als men niet anders gewend is. DI zit in ons DNA. Iedereen weet en voelt dat ik niet loslaat tot er een oplossing is voor een knelpunt in de inzetbaarheid. De oplossing ligt soms bij de medewerker, maar ook bij ons. Zo investeren wij veel in goed materieel. We hebben een goede (open) cultuur en een laag ziekteverzuim. DI staat vast op de agenda bij iedere toolboxmeeting. En we hebben een projectgroepje dat het thema levend houdt. Ik ben daar trots op.” Personeel is kapitaal Wat je aandacht geeft groeit! Wie het rendement van DI niet ‘voelt’, kan zich bedenken dat DI ook gaat om wat je zou verspillen als je het níet inzet. Een vorm van ‘omdenken’: DI zorgt voor minder verspilling. Personeel is kapitaal, dus net als bij materieel, machines en producten geldt de gezonde vraag: halen we er alles uit? Het mooie van mensen is dat zij daar ook zelf naar streven. Jezelf kundig, sterk, gezond en gezien voelen zijn namelijk universele waarden. Je kunt mooi samen opgaan. Meepraten of vragen? Stuur een mail naar beleidsmedewerker Ingrid Sangers: i.sangers@vhg.org. Kijk voor meer informatie op: www.inzetbaarheidhoveniers.nl. Duurzame Inzetbaarheid is een vast agendapunt tijdens toolboxmeetings bij Herman Vaessen Tuin | Boom | Groen. 31
Page 32
Duurzame Dinsdag VHG Groenprijs verbindt groen aan duurzaamheid De eerste dinsdag van september is Duurzame Dinsdag. Stientje van Veldhoven, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, nam dit jaar namens het kabinet in Den Haag een koffer in ontvangst met 359 voorstellen om Nederland duurzamer te maken. De VHG Groenprijs ging naar Rooftop Revolution uit Amsterdam. Tekst en foto: Ed Zeelt belangrijke ontwikkelingen als het gaat om de groene reststroom. We kunnen het gebruiken voor de ontwikkeling van nieuwe bouwmaterialen. En met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gaan we praten over verder gebruik van de biomassa.” De winnaar Duurzame Dinsdag is een bijzondere dag waarop duurzame ideeën en initiatieven een podium krijgen in politiek Den Haag. De Duurzame Dinsdag-koffer bevat honderden duurzame ideeën en initiatieven uit alle hoeken van onze samenleving. De meest duurzame, innoverende en onderscheidende ideeën en initiatieven maken kans op prijzen en de mogelijkheid om het idee of initiatief een extra impuls te geven. Stientje van Veldhoven vertelde bij het in ontvangst nemen van de koffer trots te zijn op zoveel circulaire ideeën. “In de landbouw, industrie, grondstoffen, weg- en waterbouw, overal moeten we circulair werken. Nederland is koploper en dat moet zo blijven.” Groen scoort VHG-directeur Egbert Roozen gaf aan hoe dankzij de VHG Groenprijs natuurlijk groen is verbonden met Duurzame Dinsdag. “Branchevereniging VHG is al enkele jaren partner. Zo willen we de aandacht vestigen op de waarde van het natuurlijke groen in de verduurzaming van Nederland. Ik zie door de deelname van VHG aan deze dag én de VHG Groenprijs dat groen echt wordt gezien als onderdeel van de duurzaamheid. We hebben het over biodiversiteit, 32 kwaliteit van de leefomgeving, gezondheid van mensen en circulaire economie. Allemaal thema’s waar groen op scoort.” Egbert Roozen ziet voor groen nog groeimogelijkheden als het gaat om de circulaire economie. “Klein voorbeeld van nu is het inzamelen van taxusscheuten. Maar we staan voor Drie voorstellen waren genomineerd voor de VHG Groenprijs, een ondersteuningsprijs waarmee het initiatief nog verder uit kan groeien. Winnaar werd Rooftop Revolution. Voor hen is de VHG Groenprijs: een wisseltrofee en een bedrag van € 1000,-. Rooftop Revolution realiseert natuurgebieden op daken en in steden. Ze adviseren bedrijven hoe zij aan de slag kunnen gaan met het verduurzamen van daken en ondersteunen overheden in hun klimaatadaptatie ambitie. Drie genomineerden VHG Groenprijs De Natuurverdubbelaars De Natuurverdubbelaars leggen verbinding tussen economie en ecologie door projecten uit te voeren op het gebied van biodiversiteit, ecosystemen en natuurlijk kapitaal. www.natuurverdubbelaars.nl Smaak voor Groen Smaak voor Groen zet zich in voor duurzame en milieuvriendelijke projecten op het gebied van groen en voeding; ze gaan voor méér planten en minder stenen in de stad. www.smaakvoorgroen.weebly.com Rooftop Revolution Rooftop Revolution realiseert natuurgebieden op daken in grote steden om deze leefbaar, gezond, duurzaam én klimaatbestendig te maken voor haar bewoners en bezoekers, zowel mens als dier. www.rooftoprevolution.nl Staatssecretaris Stientje van Veldhoven (midden) met v.l.n.r. Maurits Groen (juryvoorzitter), Jaap de Jong en Suze Gehem van Rooftop Revolution en VHG­directeur Egbert Roozen. Rooftop Revolution kijkt ook naar de financiering van groene daken, opdat de kosten en baten van groene daken eerlijk kunnen worden verdeeld tussen de mensen die er baat bij hebben. Zo maken ze steden leefbaar, gezond, duurzaam én klimaatbestendig voor bewoners en bezoekers, zowel mens als dier. De jury was vol lof over dit project: “Goed dat het initiatief inspeelt op de toenemende verstedelijking. Rooftop Revolution zorgt dat bedrijven én de mensen thuis kunnen leven in een klimaatbestendige stad.” Mooi project Egbert Roozen onderschrijft dit oordeel van harte: “Het gaat om ons natuurlijke kapitaal; groen verbinden aan leefbaarheid. De VHG Groenprijs is ten volle verdiend voor dit mooie project waarbij overheid, burgers en groenprofessionals samenwerken. Geweldig dat ik de wisselprijs opnieuw kon uitreiken. Mooi vind ik de verscheidenheid in genomineerden. De ene haakt aan op de kringloop in de tuin, de andere op klimaat en derde werkt met de economische waarden van groen. Het zijn alle drie fantastische nominaties. Met alle drie deze initiatieven gaan we kijken hoe we ze vanuit VHG kunnen ondersteunen.” Natuur op hoogte Jaap de Jong van de stichting Rooftop Revolution, wil dat we ieder dak in Nederland gaan benutten. “We kunnen de natuur terugbrengen op hoogte. Amsterdam heeft 12 km2 dak, Rotterdam 14,5. Een groen dak heeft veel voordelen. De dakbedekking gaat twee keer zo lang mee, de groene laag koelt de ruimte eronder, zonnepanelen op een groen dak hebben een beter rendement en de waarde van het omringende vastgoed stijgt. Het is een investering die door verschillende partijen moet worden gedragen. Als onafhankelijk partner helpen wij met het technische verhaal, de financiering, betrekken de omwonenden erbij, zorgen voor vergunningen, een beplantingsplan en offertes.” Verhalenvertellers Zijn collega Suze Gehem is ontzettend blij met de prijs. “Nederland heeft een enorme potentie aan daken. Wij zorgen dat de juiste mensen bij elkaar komen om méér groene daken te realiseren. We zijn ook verhalenvertellers, verbinders. Daarom is deze VHG Groenprijs voor ons zo mooi. Het netwerk van vandaag en de exposure is heel belangrijk. We gaan heel actief met VHG samenwerken. Dat we nu in de Tweede Kamer zijn, is heel symbolisch. Het Binnenhof is vorig jaar genomineerd als lelijkste dak van Nederland. Hopelijk kunnen we bij de verbouwing daar wat aan doen.” 33
Page 34
Boegbeelden groene sector Branchevereniging VHG verzamelt ‘boegbeelden’: mensen die een bijzondere betekenis hebben of hadden voor de groene sector. Door hun beroep, ervaring, expertise, visie of speciale activiteiten leveren ze een belangrijke bijdrage aan de waarde van groen in onze maatschappij. Door deze mensen te portretteren in VHG Magazine, kan de branche kennis nemen van hun inzichten en ideeën. We hopen dat deze verhalen inspireren om invulling te geven aan het thema ‘groen maakt gelukkig’. Dit keer gaan we met ontwerper Michel Lafaille op zoek naar het ultieme tuingeluk. Ontwerper Michel Lafaille: “Wat voor wereld wil je creëren?” Hij is ervan overtuigd: in ieder mens zit het verlangen naar een tuin. In ieders hoofd zitten beelden van een paradijs. Die beelden wekt ontwerper Michel Lafaille graag tot leven: in zijn ontwerpen, verhalen, foto’s, cursussen en boeken. Een gesprek met een veelzijdig man. Tekst: Annemieke Bos, foto’s: Michiel Pothoff 34 “Een tuin is heel persoonlijk”, stelt Lafaille. “Daar koesteren we de dingen waar we van houden. Voor de een zijn dat rozen, voor de ander rotsplanten, weer een ander houdt van fruitbomen. Het is de plek waar we een klein deel van de buitenwereld controleren. Een overgangsplek tussen onze binnenwereld en de natuur verder weg.” Tot zijn spijt constateert hij dat menige tuin helemaal niet zo persoonlijk is. “Veel tuinen zien er nogal hetzelfde uit. De bewoners laten zich verleiden door trends zoals omvangrijke loungesets, glazen afdakjes en ga zo maar door. Die focus op producten gaat voorbij aan waar het zou moeten beginnen: wat voor wereld wil je creëren in je buitenruimte? Wat is jouw verhaal? Voor de tuinontwerper en de landschapsarchitect liggen hier uitdagingen.” Verlangen Wie ooit een ontwerpcursus volgde bij Lafaille, of zijn publicaties leest, zal de boodschap herkennen. Om zijn gedachtengoed met een breder publiek te delen, schreef hij het boek ‘Verlangen naar tuin’. In dit boek neemt hij de lezer mee op een reis langs tuinen, parken, landgoederen en landschappen. “Wat willen we met deze werelden uitdrukken? Wat doen ze met ons?, daar is nog maar weinig over geschreven. Ik wilde graag mijn gedachten en kennis hierover doorgeven aan wie hierin geïnteresseerd is. Of dat nu de ontwerper is, of iemand die een tuin bezit of wil bezitten.” Tuingeluk Lafaille kijkt, analyseert en filosofeert in een zoektocht naar het ultieme tuingeluk. “Ik hoop met mijn boek mensen aan te spreken opdat ze toegeven aan het idee dat we allemaal een beeld van de tuin hebben. Ik verwijs naar de Hof van Eden, het grote verhaal waar het allemaal mee begon. Hoe zit het nu met die tuin? Die zal niet meer bestaan, maar zit misschien wel in ons. Die zou je willen maken. Een paradijs dat jouw verhaal, jouw visie uitdrukt. Hoe groot of hoe klein de ruimte ook is. Hoe rijk of arm je ook bent. Als dat lukt, zul je gelukkiger zijn, omdat je jezelf erin herkent.” Ruimtes In Tiel ontwierp hij de buitenruimte bij een aantal woningcomplexen van een woningcorporatie. “Voor het eerst werkten gemeente, woningbouw en waterschap hier samen, best uniek.” We lopen over een schelpenpad, omzoomd met knotwilgen. Rechts staat het riet manshoog te wuiven in de wind. “Je vermoedt water, maar ziet het nog niet. Daar om de hoek is het meer open, je gaat een bruggetje over, wat zou daar achter zijn? Dan zie je voor het eerst het water.” Zo is er om iedere hoek een verrassing. Intieme en open ruimtes wisselen elkaar af. “Het is een aaneenschakeling van ruimtes met verschillende sferen”, legt Lafaille uit. “Daar onder die treurwilg heb je een ander gevoel dan hier tussen de lavendel. Dat is waar ontwerpen om draait: ruimtes creëren. Hoe beweegt de mens door die ruimtes, wat gaat hij daarbij beleven, wat is daarvoor nodig? Grote en kleine ruimtes, zo ordenen we de natuur in een maat die we aankunnen. Nadenken over die ruimtes is veel belangrijker dan de ‘verstoffelijking’, oftewel de planten die je kiest. 35 Over Michel Lafaille Michel Lafaille (1951) werd geboren in Antwerpen en studeerde theaterregie in Brussel. Jarenlang was hij actief binnen de theaterwereld. Ook organiseerde hij tal van culturele activiteiten. Op zijn veertigste gooide hij het roer om en begon aan de Hogeschool Larenstein met de studie tuinen landschapsinrichting, richting ontwerpen. Na zijn afstuderen ontwierp hij vele particuliere tuinen en openbare buitenruimten. Hij was bestuurslid van de NVTL, initiator van het Tuinenfestival Appeltern en van het Ontwerpinstituut, waar hij sinds 2006 doceert. Lafaille publiceert artikelen en schrijft boeken over tuinarchitectuur en tuinbeleving. Daarnaast fotografeert hij landschappen, steden en ruimtes.
Page 36
Mijn groenplek “Ik houd van elk groen dat het verhaal vertelt van degene voor wie het is bestemd. Mijn tuin vertelt iets over mij. Mijn tuin is klein, met een plek om te zitten met familie, onder de druiven. Alle elementen zijn voor mij van waarde omdat ik ze bijna dagelijks aanraak als ik veeg, wat schoonmaak, een takje peterselie pluk, uitgebloeide bloemen wegknip. Dat is bijna een zen-ritueel.” Over bomen zegt hij: “Ik ken geen andere levende wezens die me meer aanspreken. Ik houd van hun grootte en vorm. Je krijgt er een relatie mee. In iedere tuin moet een boom. Hoe klein ook. Het kan altijd, zelfs op een balkon.” zijn voor insecten. Ook de circulaire economie is ‘hot’: techneuten bedenken van alles, de ontwerpers mogen het achteraf mooi maken. Waarom beginnen ontwerpers er niet mee?” Bewustzijn Dat is van later zorg.” Hij valt even stil, lacht: “Nou ben ik weer aan het lesgeven, he?” Promotie Over lesgeven gesproken: Lafaille inspireerde menig ontwerper binnen het Ontwerpinstituut dat hij oprichtte. Ook is hij initiatiefnemer van het jaarlijkse Tuinenfestival Appeltern. Het ontwerpvak ligt hem na aan het hart. “De beroepsgroep mag best wat meer doen om zichzelf te promoten. De filmbranche heeft de Oscars, de schrijvers hebben hun prij36 zen en boekenbal, de chefkoks hebben hun sterren. Dat soort dingen, daar haal je publiciteit mee, men heeft het erover, je leert de namen kennen. Als ik mijn cursisten vraag: noem eens vijf bekende Nederlandse tuinontwerpers, dan komen ze vaak niet verder dan drie. Dat is toch erg? We moeten echt meer doen, de handen ineenslaan en als vakgroep vertellen waar we goed in zijn. Meer voorop lopen, initiatieven nemen. Anders worden we links en rechts ingehaald door anderen. IVN bijvoorbeeld, gaat tuinen ontwerpen, tuinen die goed Lafaille was lange tijd betrokken bij het VHG Platform Ontwerpers. “Ik heb toen kunnen zien wat Branchevereniging VHG allemaal doet voor haar leden. Ze is op veel gebieden bezig en weet goede dingen te bereiken, zoals de btwverlaging. Ik denk dat VHG nog meer met anderen samen zou kunnen doen, waarbij dan vooral ook de achterbannen betrokken zijn. Laat iedereen meedenken over het begrip tuin en laten we dat via acties, televisieprogramma’s, schoolprogramma’s enzovoorts breed bekend maken. Zo kunnen we de ogen openen van mensen. Velen beschouwen natuur als iets dat moeilijk is, het is lastig, je moet het onderhouden, denken aan de bijen enzovoorts. Maar de mens is een onderdeel van de levende wereld, we staan er niet los van. De tuin is iets van onszelf. Dat bewustzijn, daar hoop ik op.” Nieuwe leden Onderstaande bedrijven zijn de afgelopen periode lid van VHG geworden: Regio Brabant/Limburg Groen Compleet BV Dorstseweg 26 4854 NB Bavel www.groencompleet.nl Penders Hoveniers Zwartdriesstraat 31 6171 CB Stein www.pendershoveniers.nl Oorkondes Wilt u een oorkonde voor een jubilerende medewerker bestellen? Doe de aanvraag via de website na inloggen met gebruikersnaam en wachtwoord. http://www.vhg.org/ondernemershelpdesk/publicaties-en-oorkondes-bestellen/oorkonde-bestellen Regio Zuidwest-Nederland L. Brouwer Tuinen Smidsweg 28 3295 BV ’s-Gravendeel www.lbrouwertuinen.nl Verdonk Tuinen Herenweg 38a 3601 AR Maarssen www.verdonktuinen.nl 37
Page 38
Snoek Tuinen Mijn bedrijf: De broers Robin en Erwin Snoek begonnen in 2007 voor zichzelf. Al snel kochten ze net buiten Abcoude een stuk weiland met twee schuren. Snoek Tuinen werkt in aanleg en onderhoud veel voor particulieren. Tekst en foto: Ed Zeelt Duurzaam “Het kan een balkon of daktuin zijn, maar ook een tuin van 1 hectare”, zegt Erwin. We doen de meeste hovenierswerkzaamheden zelf. Voor andere klussen, zoals boomverzorging en elektra, huren we specialisten in. Ons werkgebied omvat de regio Abcoude, Amstelveen en Amsterdam. Werken in de grote stad zijn we gewend. Als het moet huren we een grote kraan en doen we de aanen afvoer van materialen over het dak. Dat is een kwestie van alles tevoren goed organiseren, dan verloopt het vlot.” 38 Robin en Erwin zijn van kinds af aan verknocht aan de groene sector. “Je bent met de natuur bezig en het is dankbaar werk. Je maakt iets wat je klanten mooi vinden.” Het bedrijf heeft veel aandacht voor duurzaamheid. “Een tuin volstraten doen we niet meer. Er moet een goede balans zijn tussen tuin, groen en schuttingen en het water moet goed weg kunnen. En we zijn overgestapt van motorisch naar elektrisch accugereedschap. Minder zwaar en weinig geluid.” VHG helpt “We zijn nu twee jaar lid van VHG”, zegt Robin. “We krijgen goede tips en profiteren van de ervaringen van anderen. Richard Maaskant heeft ons samen met een accountant goed geholpen met een notitie voor de gemeente waarbij we aantonen dat nieuwe bebouwing op ons terrein een economische noodzaak is. We mogen nu wel bouwen, maar nog niet het aantal vierkante meters dat nodig is voor het voortbestaan van ons bedrijf.” Korte lijnen Snoek Tuinen zit in het middensegment van hoveniers. Robin geeft aan dat ze niet te groot willen worden. “Als eigenaren willen we ook in de tuin komen voor de aanleg. We hebben zelf het contact met alle klanten, we houden van korte lijnen. Als je de offerte hebt gemaakt, weet je ook precies wat er moet gebeuren.” Klanten komen veel via mond-totmondreclame of via een tuinarchitect. Snoek Tuinen heeft een leerling in opleiding en regelmatig stagiairs. Bedrijfsgegevens • Opgericht in 2007 in Abcoude • 6 medewerkers • Activiteiten: aanleg en onderhoud van grotendeels particuliere tuinen. WIJ GAAN NIET OVER GEBAANDE PADEN. DE EGO POWER+ RUGGEDRAGEN BLADBLAZER LEVERT DE HOOGSTE PRESTATIES. DE UNIEKE 56V ARC LITHIUM-ACCU HEEFT EEN INDRUKWEKKENDE GEBRUIKSDUUR, EEN TOONAANGEVENDE LAADTIJD EN LEVERT VERGELIJKBARE OF BETERE PRESTATIES DAN EEN BRANDSTOF AANGEDREVEN BLADBLAZER. ZONDER GEDOE, LAWAAI EN STANK! DE EGO POWER+ BLADBLAZER IS ONTWORPEN OM ZELFS DE ZWAARSTE KLUS TE KLAREN. HET GEWATTEERDE EN UITERST ERGONOMISCH DRAAGHARNAS MAAKT EEN EINDE AAN VERMOEIDE ARMEN. DE BLADBLAZER IS OOK NOG EENS HEEL COMFORTABEL IN GEBRUIK, LEVERT MEER VERMOGEN EN MEER COMFORT. WEDEROM BAANBREKENDE TECHNOLOGIE VAN EGO. #POWERREIMAGINED Voor meer informatie: www.egopowerplus.nl of bel 0575 59 9999 (tijdens kantooruren) Krachtig en multi-inzetbaar Knikmops knik- en telescoopladers www.deschansbv.nl +31 (0)73 599 17 50 39