20

Twee kotters van Tanis gaan wekelijks vanuit Stellendam de Noordzee op. Visserman Jaap blijft doorgaans aan de wal. Pit om actie te voeren heeft hij volop. Waarom al die windmolens op de beste visgronden, waarom ook het verplicht aan land brengen van babyvis? Straks zijn alle familiebedrijven verdwenen en is onder het motto massa = kassa heel de visserij in handen van de grote reders. “Wat allemaal tegenwoordig moet worden doorgeven. Wanneer je vertrekt, de vistijden, het moment van terugkeer. Iedere 24 uur moet je de vangst melden. Alles per computer. Ik ben nog meer van de balpen.” Jaap Tanis is nog visser van de oude stempel Jaap Tanis (1958) is visser tot in zijn vezels. Een keer of tien per jaar houdt hij rondleidingen op de visafslag in Stellendam. Ook trekt hij het land in voor inleidingen. Van het een kwam het ander. Stond hij daar zo maar in Gouda te vertellen dat je van een visserman op klompen en gekleed in lompen meer kunt leren dan van de hoge heren. Strenge kapiteins “Van de lagere school naar de visserijschool in Oudorp, nog begonnen door meester Troost. Je kon schipper worden of motordrijver, zeg maar machinist. Na drie jaar deed je examen in Den Haag. Je werd dan streng beoordeeld door echte zeelui, kapiteins. Behaalde je het diploma dan was je natuurlijk blij als Piet op de dijk.” Tanis zocht 39 jaar de Noordzee af naar tong, schol en schar. Bij hoogtij zondagnacht de haven uit. De zandbank voor de kust kun je beter maar mijden. “We hebben, geholpen door 20 Zuidwestenwind De kotters van Tanis hebben ieder een zeskoppige bemanning van een schipper en vijf matrozen. Waar de meeste vis zit? Tussen de kop en de staart. De route van de vijf dagen op zee wordt bepaald door ervaring, weer en geluk. “Hoe je vaart heeft te maken met de tijd van het jaar, de stroom op zee en de helderheid van het water. Wind uit het noorden merk je in de vangsten. Vader zei: noordenwind en uitgaande vrouwen zijn niet te vertrouwen. Dan vang je niks. Ik heb graag wind uit burgemeester Van de Velde, een eeuwigdurende overeenkomst met Rotterdam dat het Goereese Gat op een diepte van vijf meter gehouden moet worden. Door de aanleg van de Tweede Maasvlakte dreigde verzanding. In de jaren negentig telde Goeree nog 65 tot 70 kotters. Groot en klein hebben we er nu nog slechts 20 tot 25. Een stuk of vijftien varen vanuit Stellendam.” Jaap Tanis: “Dat je van een visserman op klompen en gekleed in lompen meer kunt leren dan van de hoge heren.” het zuidwesten.” De vistuigen van Tanis’ schepen hebben een lengte van twaalf meter. Vóór zijn de mazen twintig, tien en acht centimeter. Zo kunnen de meeste kleine vissen ontsnappen. Twaalf mijl uit de kust mag de jacht beginnen. De sleepbeurten over de bodem duren zo’n twee uur. Een keer of veertig per tocht. Na de vangst gaat de vis in bakken. Drie matrozen links, twee rechts. De schipper bedient de hendels. “Als je veel vangt, heeft ieder een goed loon. Het varen gebeurt in maatschap. Valt de motor uit dan heb je pech. Vanaf vrijdag 7.00 uur komt de vis bij de afslag voor de klok. Elf afslagen hebben we nog in Nederland. Van de opbrengst gaat 3 procent naar de afslagkosten en 3 procent naar de kosten van het sorteren.”

21 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication