… én macht Wij moeten ons laten horen Iets anders wat mij in de huidige spannende tijd in positief opzicht opvalt, is de eendracht in de reacties van de wereld op de gebeurtenissen. Het geluid is hard, duidelijk, wordt ook gehoord en geeft onomwonden weer wat de wereld ervan vindt. Een geluid dat hopelijk krachtig genoeg is om de noodzakelijke beweging en verandering in gang te zetten. Eendracht maakt macht is een kreet die bij mij ook boven komt drijven. Als ik dan naar de komende periode kijk, denk ik dat wij als gepensioneerden in Nederland ons sterk moeten maken om gehoord te worden in de komende discussies rond de pensioenen. Wij moeten ons laten horen en duidelijk maken wat wij ervan vinden. Binnen ons bestuur maakt de werkgroep Pensioenen en hoorrecht zich sterk om niet alleen mee te kunnen praten maar om, waar nodig, ook een stevige en inhoudelijke discussie te kunnen voeren. En wij als bestuur zullen in de komende periode ons best (blijven) doen de geluiden van onze leden door te laten klinken. Ook voor ons als vereniging en als bestuur geldt: Eendracht geeft kracht, eendracht geeft macht. Ernst Taris Voorzitter bestuur VVG-PGB Ernst Taris: ‘... duidelijk maken wat wij ervan vinden...’ FOTO MARNIX SCHMIDT Goed om nog even terug te komen op het indexatienieuws begin dit jaar. De mededeling van Pensioenfonds PGB dat we (na veertien jaar) een indexatie tegemoet kunnen zien van 0,23% lokte tegengestelde reacties uit, lang niet altijd positief. Eén lid noemde het een gotspe, anderen wijzen naar de vorstelijke rendementen die op de aandelenbeurzen zijn behaald. Die reacties zijn allemaal goed te begrijpen. Het probleem is dat ons pensioenfonds niet meer mág toekennen. PGB heeft overigens wel toegezegd dat komende jaren alle ruimte zal worden opgezocht om te indexeren. Als de indexatieregels versoepeld worden, is daar serieus zicht op. En dat is belangrijk, want de overheid geeft zelf toe dat het niet alle koopkrachtverliezen gaat compenseren, niet van de laagste inkomens en al helemaal niet van de middenen hogere inkomens. De wereld van eind april 2022 ziet er echt anders uit dan die van begin dit jaar. Toen ging het nog vooral over de vraag waarom de AOW geen gelijke tred houdt met de extra verhoging van het minimumloon (die ook pas vanaf 2023 ingaat). Inmiddels heeft het kabinet nog enkele tegenvallers te verwerken, bijvoorbeeld dat de huidige belastingheffing op vermogen niet langer mag van de rechter. Dat kost de staat miljarden. Verder hadden velen al te maken met energieprijzen die de pan uitrijzen. Door de oorlog in de Oekraïne wordt dat nog veel erger. Ook de graanprijzen gieren omhoog waardoor een eerste levensbehoefte als brood wel in prijs kan verdubbelen. Inmiddels hikken we tegen een inflatie aan van meer dan tien procent. Ja, de oorlog en de gerechtvaardigde boycot van Rusland gaan ook ons pijn doen, heel veel pijn. We beseffen plotseling ook dat we onze defensie jarenlang hebben verwaarloosd. Met alle financiële tegenvallers en noodzakelijke extra uitgaven zal het kabinet al de grootste moeite hebben de laagste inkomens en de lage middeninkomens enigszins tegemoet te komen. Voor de midden- en hogere inkomens zit er niet veel meer in dan een algemene accijnsverlaging op gas en brandstof. En ja, dan komt toch die indexatie weer om de hoek kijken. Er is “Sta een verantwoorde rekenrente toe van twee à drie procent“ nu het plan om in de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel de regels te versoepelen, met indexatiemogelijkheid vanaf een dekkingsgraad van 105 procent in plaats van 110. Nog afgezien van de vraag of we van het nieuwe pensioenstelsel alle heil mogen verwachten, pleit ik er vanwege de bijzondere tijden voor dat die grens verder wordt verlaagd naar 100 procent. Een andere mogelijkheid is een fatsoenlijke (maar toch verantwoorde) rekenrente van 2 à 3 procent toe te staan. Met de reserves van de pensioenfondsen zijn deze oplossingen alleszins verantwoord. Veel pensioenfondsen zouden dan komende jaren gewoon kunnen indexeren. Zo’n maatregel kost de overheid geen cent, sterker nog het levert geld op, namelijk hogere belastingopbrengsten! De overheid kan de prioriteit leggen bij de laagste inkomens. Een hoger aanvullend pensioen komt dan uit de royaal gevulde kassen van de pensioenfondsen. Dat komt álle inkomensgroepen ten goede. Jos van Rijsingen vice-voorzitter VVG-PGB 3
4 Online Touch Home