14

Seniorencoalitie tevreden over Prinsjesdag maar nu de uitvoering nog Het aftoppen van de almaar stijgende energierekening, een energietoeslag, verhoging van minimumloon/AOW en andere maatregelen om de snel verder dalende koopkracht nog enigszins op te vijzelen, daar draaide het vooral om op Prinsjesdag 2022 en soms ook de dagen daarvoor of daarna. De Seniorencoalitie, waaronder de Koepel Gepensioneerden, toont zich tevreden over de maatregelen maar vindt wel dat de focus vooral moet liggen bij de uitvoering van het pakket zodat de ondersteuning ook echt terechtkomt bij de groepen die deze het meeste nodig hebben. Een eerste belangrijk punt voor gepensioneerden is de verhoging van het wettelijk minimumloon met 10 procent per 1 januari 2023. De AOW blijft aan het minimumloon gekoppeld en gaat dus ook mee omhoog. ‘’Het kabinet heeft ervoor gekozen de AOW mee te laten stijgen met de bijzondere verhoging van het minimumloon. Hiermee komt het tegemoet aan de zorgen die er leven in beide Kamers over de inkomenspositie van mensen met lage inkomens en ouderen. De kosten van de verhoging van de AOW lopen op tot 2,4 miljard euro in 2027,’’ staat in de Miljoenennota. Die verhoging betekent voor gepensioneerden dat gehuwden vanaf januari bruto zo’n 90 euro meer ontvangen en alleenstaanden zo’n 130 euro per maand. Goed nieuws, vindt de Seniorencoalitie, al zal het zeker niet alle gestegen kosten kunnen compenseren. ‘’Verder gaan we ervan uit dat deze verhoging geen sigaar uit eigen doos is. Wel is het jammer dat het kabinet niet tegemoet is gekomen aan de wens van de seniorenorganisaties om nog in 2022 een eenmalige uitkering van 500 euro te geven aan alle AOW’ers.’’ Het kabinet is van mening dat met het stijgen van de AOW-uitkering de noodzaak tot een aanvullende Inkomensondersteuning IOAOW vervalt. Daarom wordt deze in 2023 verlaagd naar 5 euro per maand en per 2025 afgeschaft. 14 “Focus moet liggen op uitvoering van het pakket zodat ondersteuning terechtkomt bij degenen die het het meest nodig hebben“ Door die en andere maatregelen zou de koopkracht voor een alleenstaande AOW-er met een gering aanvullend pensioen volgend jaar moeten stijgen met 7,4 procent en voor een gepensioneerde met 10.000 euro of meer aanvullend pensioen met 6,2 procent. AOW-ers met weinig aanvullend pensioen krijgen er 6,8 procent aan koopkracht bij, bij 10.000 tot 30.000 euro pensioen komt dat op 5,7 procent en bij een hoger pensioen op 2,8 procent. Dat zijn althans de berekeningen van het ministerie van SZW. De koopkracht van ouderen zou daarmee een stuk meer toenemen dan van gezinnen; tweeverdieners zonder kinderen komen bijvoorbeeld uit op een plus van maximaal 3,2 procent. In de begroting van SZW valt verder te lezen dat de AOW volgend jaar ruim 43,5 miljard euro zal kosten en daarmee veruit de grootste uitgavenpost op het gebied van de sociale zekerheid vormt. Wat betreft de vaak met honderden euro’s opgelopen energierekening heeft het kabinet in ieder geval een prijsplafond ingesteld. Op Prinsjesdag lagen de bedragen op maximaal 1,50 euro per kuub gas en 0,70 euro per kilowattuur elektriciteit maar dat kan nadien nog zijn gewijzigd. Die maximumprijzen zijn vooral fijn voor huishoudens met een variabel contract. Wie nu bijvoorbeeld 3 euro voor 1 kuub gas moet betalen, betaalt straks door het prijsplafond nog maar 1,50 euro. Het prijsplafond zou een huishouden gemiddeld 2.280 euro per jaar kunnen schelen. Dat bedrag zal echter voor gepensioneerden vaak anders uitvallen omdat ze een ander verbruikspatroon hebben. Aan het prijsplafond is verder wel een maximum verbruik gekoppeld. De ouderenorganisaties juichen dat besluit toe maar dringen er wel op aan dat intensief wordt gemonitord of deze regeling helder wordt gecommuniceerd en goed wordt nageleefd door de uitvoerende bedrijven. Verder blijft de Vergrijzing vormt een uitdaging De vergrijzing is sterk van invloed op de overheidsfinanciën op de lange termijn en vormt daarvoor een uitdaging. De vergrijzing zal de komende jaren sterk oplopen, wat naast de ambitieuze investeringsagenda van het kabinet een groot vraagstuk met zich meebrengt voor de toekomstige overheidsuitgaven. Het aandeel van 65-plussers ten opzichte van het aantal inwoners tussen de 20 jaar en 65 jaar zal naar verwachting in 2040 bijna de helft zijn, tegenover ongeveer 30 procent nu. Daarnaast vormen AOW-gerechtigden naar verwachting bijna 40 procent van de bevolking vanaf 20 jaar tot de AOWgerechtigde leeftijd in 2040, tegenover minder dan 30 procent nu. De sterke stijging van het aandeel van AOW-gerechtigden in de komende jaren heeft een grote invloed op de lange termijn overheidsfinanciën, vooral via het lagere arbeidsaanbod, de AOW-uitkeringen en de hogere zorguitgaven. Deze uitgaven zullen op termijn de andere overheidsuitgaven verdringen, of leiden tot hogere lasten of een hogere staatsschuld. (Miljoenennota)

15 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication