16

OBSTAKELS DE WEG NAAR HUIS IS LANG NIET ALTIJD PRIMA GEPLAVEID STEDENBOUWKUNDIGE ANNEMIEKE OLSTER: ’Vroeger liep je gewoon op straat’ S toeptegels die omhoog gedrukt zijn door de wortels van bomen, kinderkopjes, hoge stoepen, smalle stoepen, verkeerslichten bij oversteekplaatsen die te snel op rood springen; allerlei obstakels voor mensen die te voet gaan. Met name ouderen, met of zonder rollator, en mensen in een rolstoel zullen dit herkennen. Houden gemeenten voldoende rekening met ouderen bij de inrichting van de openbare ruimte? 16 ,,Zeker, maar of het voldoende is, is dan weer vers twee”, zegt Annemieke Molster, stedenbouwkundige en expert op het gebied van loopvriendelijke steden. Eeuwenlang heeft de voetganger centraal gestaan bij de inrichting van gebieden waar mensen samenwoonden en later de steden. Met de opkomst van de auto is dat grondig veranderd. De auto begon een belangrijke rol te spelen bij de inrichting van Nederlandse steden in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. ,,Vroeger liep je gewoon op straat. Er kwam misschien een keer een paard en wagen langs, of een paardentram. Op een gegeven moment kwamen de auto’s. Toen er steeds meer auto’s kwamen, werd het gevaarlijk en wilde men de voetgangers gaan beschermen. Zij werden niet meer geacht op straat te lopen, maar gebruik te maken van de stoep.” Er kwamen meer stoepen en later specifieke oversteekplaatsen en verkeerslichten. Het werd steeds drukker met fietsers en die kregen ook een eigen rijstrook of fietspad. ,,Dat ging vaak van de ruimte voor de voetganger af.” Ouderen Het besef dat de voetganger een volwaardige plek in de openbare ruimte nodig heeft, ontstond in Nederland eind jaren zestig (met de uitvinding van het woonerf door stedenbouwkundige Niek de Boer in Emmen) en vanaf 2017 na het eerste Nationale Voetgangerscongres en de oprichting van het platform Ruimte voor Lopen in 2019. Het lastige is dat ‘de wandelaar’ niet bestaat. Er zijn verschillende types: mensen die lopen als een kievit, mensen in een rolstoel, blinden en slechtzienden, ouderen. Waar moet je als ontwerper nu van uitgaan? ,,We noemen het weleens het Design for All-principe; je neemt niet de gemiddelde mens als uitgangspunt, maar alle mensen, dus inclusief de uitschieters”, zegt Molster. ,,Je kunt op bepaalde routes wel extra aandacht geven aan bepaalde groepen. Wat ouderen betreft: daar moet je zorgen voor voldoende rustgelegenheid. Dat maakt langere loopafstanden mogelijk. Verder voldoende oversteektijd bij verkeerslichten en goede verlichting, ook voor mensen die overdag prima zien. Ouderen hebben vaker last van nachtblindheid en hebben dan extra goede verlichting nodig.” Basiseisen De basis is volgens Molster korte afstanden omdat het anders, voor met name ouderen, gewoon te ver is. Maar het gaat daarbij niet om de hemelsbrede afstand, maar om de werkelijke loopafstand. ,,Soms zit er een barrière tussen, zoals een spoorlijn, een watergang of een afgesloten terrein waar je omheen moet. Als je een eind om moet lopen is het alsnog te ver.’’ Daarnaast zijn er basiseisen waar een voetpad aan moet

17 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication