6

INVAREN (2)... VELE DETAILS OVER DE LAATSTE LOODJES Invaren: wat gaat er nu gebeuren? H et heeft lang geduurd. Vanaf 2022 is Pensioenfonds PGB (PGB) bezig met de invoering van de nieuwe Wet toekomst pensioenen (Wtp). Bestuur, verantwoordingsorgaan, raad van toezicht én de VVG (via de werkgroep Pensioenen & Hoorrecht) hebben zich er intensief mee bemoeid. De Nederlandsche Bank (DNB) was de lastigste hobbel om te nemen. De belangrijkste afspraken voor gepensioneerden: • PGB zal voor gepensioneerden drie verschillende regelingen uitvoeren 1. de solidaire premieregeling (SPR): met een levenslange variabele pensioenuitkering en een solidariteitsreserve die een mogelijke verlaging van het pensioen voorkomt of verkleint (zie: De solidariteitsreserve) 2. de flexibele premieregeling (FPR): waarbij gekozen kan worden voor a. een levenslange variabele uitkering zonder een solidariteitsreserve of b. een levenslange stabiele (vaste) uitkering 3. de huidige regeling (nFTK): voor diegenen die niet overgaan naar een nieuwe regeling. • Gepensioneerden binnen dezelfde regeling worden als één groep behandeld voor het verhogen of verlagen van de pensioenuitkering, dit ongeacht hun leeftijd 6 • De afspraken gemaakt over het partnerpensioen bij pensioeningang, wijzigen niet • De hoogte van de maandelijkse pensioenuitkering wordt één keer per jaar vastgesteld (zie: De variabele uitkering) • Bij de overgang wordt de vrij beschikbare buffer verdeeld over de betrokken deelnemers (zie: De invaarbonus) • Voor degenen die in het oude stelsel blijven, blijft de buffer in het fonds. A. De ‘invaarbonus’ Als we overgaan naar de nieuwe regelingen (invaren) wordt het vermogen in het pensioenfonds verdeeld. Allereerst worden de individuele potjes gevuld om ervoor te zorgen dat iedereen zijn huidige uitkering houdt. Vervolgens wordt geld apart gezet voor het eigen vermogen en een reserve voor bedrijfsrisico’s van het pensioenfonds. Bovendien wordt de solidariteitsreserve gevuld. Als de dekkingsgraad* hoog genoeg is blijft er daarna nog geld over om te verdelen onder alle deelnemers. Die verdeling moet ‘eerlijk’ zijn, in het jargon heet dat ‘evenwichtig’. Hierover is uitvoerig gesproken met DNB. Sommige groepen deelnemers (actieven en slapers) zouden er bij de overgang naar de nieuwe regeling minder op vooruit gaan, soms zelf op achteruit. Dat vinden DNB én PGB niet ‘evenwichtig’ . Daarom krijgen deze groepen bij het verdelen van het vermogen meer geld in hun pensioenpotje dan andere deelnemers, zoals daar zijn de gepensioneerden. Hoeveel extra ze krijgen? Dat is afhankelijk van hun leeftijd en de dekkingsgraad bij het invaren. Wat er daarna nog overblijft, gaat naar de individuele potjes, waardoor de uitkering voor gepensioneerden extra omhoog kan. Dat wordt in de volksmond de ‘invaarbonus’ genoemd. Hoewel PGB dat oorspronkelijk niet van plan was, wordt - ook vanwege de hogere dekkingsgraden van dit moment - rekening gehouden met een zogenoemde spreidingstermijn. Dat wil zeggen, de berekening van die uitkering wordt gemaakt alsof die niet in één jaar, maar verdeeld over meer jaren wordt toegekend. Dit wordt berekend op het moment van invaren met de dan geldende dekkingsgraad*. Het extra wordt wél in een keer uitgekeerd, maar door deze rekenmethode is die lager.

7 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication