7

OKTOBER 2026 ExPress Voorbeeld van de berekening van een variabel pensioenuitkering in de solidaire premieregeling: Stel dat in jaar A de pensioenen met 3% kunnen worden verhoogd. Die verhoging wordt dan over 3 jaar verdeeld. Dat komt neer op +1% in het eerste jaar (A). Het restant (3-1=2%) gaat naar jaar B en wordt dan weer door 3 gedeeld. En zo verder. In jaar B kunnen de pensioenen met 4,5% omhoog. Dat wordt dan ook over 3 jaar verdeeld. Dat komt neer op +1,5% in dat jaar (B). Daarnaast krijg je ook 1/3e van het restant van jaar A. Jaar C is een extreem slecht beursjaar. Het komt uit op -15%. Dat wordt dan ook door 3 gedeeld. Dat komt neer op -5% voor dat jaar (C). Jaar A Resultaat jaar A +1% Resultaat jaar B Resultaat jaar C ______ Wijziging uitkering 1% (bron: pensioenfondspgb.nl) Jaar B + 0,67% ((3-1)/3) +1,5% _______ + 2,17% Jaar C +0,44% ((3-1-0,67)/3) + 1% ((4,5-1,5) /3) - 5% ______ - 3,56% In jaar A kunnen de pensioenen met 1% omhoog. In jaar B met 2,17% en in jaar C zouden de pensioenen met -3,56% gekort moeten worden. Om verlaging te voorkomen wordt de uitkering aangevuld vanuit de solidariteitsreserve. B. De variabele uitkering In de nieuwe pensioenregelingen beweegt de uitkering mee met de economie. Daardoor kan het pensioen sneller stijgen als het economisch goed gaat. In slechte tijden kan het ook dalen. Om het risico op dalen te beperken wordt er voor gepensioneerden minder risico genomen met de beleggingen en worden de financiële mee- en tegenvallers over meer jaren gespreid. Een verhoging of verlaging wordt dus niet in een keer toegekend, maar gespreid over drie jaar (in de SPR) of over 5 jaar (in de FPR). Hoe werkt dat? Ieder jaar wordt bekeken wat er aan rendement beschikbaar is om de uitkeringen aan te passen. Dat kan zowel positief (stijging) als negatief (daling) zijn. In de SPR zal in het eerste jaar 1/3 daarvan op 1 januari in de pensioen-uitkering worden verwerkt. De resterende 2/3 wordt bewaard. In jaar 2 wordt het nieuwe rendement toegevoegd aan die bewaarde 2/3. Van dat totaal (restant jaar 1 en volledig jaar 2) wordt 1/3 verwerkt in het komende pensioen. In de volgende jaren wordt er dus steeds 1/3 van het rendement (het nieuwe rendement van dat betrokken jaar opgeteld bij wat bewaard is in de jaren daarvoor) gebruikt om de pensioenen aan te passen. Op deze manier verandert het pensioen niet met grote schokken. Voor het geval de pensioenen toch gekort moeten worden, heeft de SPR een vangnet, de solidariteitsreserve. Zo nodig kunnen de uitkeringen daaruit worden aangevuld. De FPR kent geen solidariteits-reserve. Daarom worden de resultaten hier over vijf jaar gespreid. Bovendien is de berekenings-wijze hier iets anders en kunnen deelnemers bij overgang kiezen voor een stabiele of variabele uitkering. ATTENTIE: Omdat we het jaar ná het invaren (met hopelijk een leuke plus!) beginnen met het gespreid toekennen van het rendement zal de uitkering in de eerste jaren minder kunnen stijgen. Er is immers nog geen rendement uit de achterliggende jaren dat kan worden meegenomen. C. De solidariteitsreserve Regeling: Alleen de SPR heeft een solidariteitsreserve Doel: 1. Het (geheel of gedeeltelijk) voorkomen van het verlagen van de uitkering van gepensioneerden 2. Het voorkomen van een negatief pensioenvermogen van jongeren Vullen: Afhankelijk van de hoogte van de dekkingsgraad*, wordt de solidariteitsreserve bij invaren gevuld met maximaal 5% van het vermogen dat beschikbaar is voor de solidaire premieregeling. Als de solidariteitsreserve door het gebruik onder 3% zakt, wordt die aangevuld met 5% van het overrendement op het gezamenlijke vermogen van alle SPR-deelnemers. Dit gaat door totdat de solidariteitsreserve weer 3% bedraagt. * Uitleg over de dekkingsgraad is te vinden op pagina 30. Fieneke van den Brink en Jos van Rijsingen 7

8 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication