Ouderen achter ’t stuur: ja of nee? Door de vergrijzing groeit het aantal ouderen met een rijbewijs, en daarmee ontstaan er ook steeds vaker ongelukken waar oudere autorijders bij zijn betrokken. De vraag rijst daarom voortdurend of ouderen nog wel veilig kunnen rijden of dat ze daar beter mee kunnen stoppen. Nederland telt inmiddels meer dan drie miljoen 65-plussers. Op elke duizend gepensioneerden hebben er tegenwoordig 521 een auto terwijl dat tien jaar geleden nog 408 was. Dat komt doordat ouderen, en dan vooral vrouwen, vaker een rijbewijs hebben dan vroeger. Zo heeft meer dan de helft van de mensen van 75 of ouder een rijbewijs. Aan de andere kant rijden jongeren juist minder in een eigen auto; die geven de voorkeur aan de fiets of scooter, het openbaar vervoer of een deelauto. Ouderen hebben een grotere kans in het verkeer om het leven te komen, niet alleen in de auto maar zeker ook op de fiets of als voetganger, schrijft de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV. De belangrijkste oorzaak is hun grotere fysieke kwetsbaarheid. Bovendien blijkt dat ouderen vaker betrokken zijn bij bepaalde typen ongevallen, zoals bij het links afslaan op een kruispunt. Een factor die eveneens een rol speelt is dat ouderen meestal minder rijden dan jongeren. Ze gebruiken de auto bijvoorbeeld om te winkelen of voor een dagje uit maar niet maar om elke dag te forensen. Omdat de groep ouderen steeds groter wordt, ligt het volgens SWOV voor de hand om in het verkeersveiligheidsbeleid meer rekening te houden met hun mogelijkheden en beperkingen. De stichting pleit daarom voor maatregelen om ongevallen met ouderen zoveel mogelijk te voorkomen. Zo zou bij de rijbewijskeuring voor 75-plussers de eigen huisarts meer een rol moeten spelen omdat die vaak veel beter in staat is in te schatten of de oudere nog fit genoeg is om achter het stuur te kruipen. Ook kunnen kruispunten meer ‘seniorproef’ worden gemaakt met duidelijker rijstroken en minder verwarrende stoplichten. De hamvraag is: moeten ouderen wel blijven autorijden? Functiestoornissen “SeniorWeb helpt al ruim 20 jaar senioren op weg in de digitale wereld. De kracht van SeniorWeb zit in inspiratie, educatie en ondersteuning. De veranderingen in de digitale wereld gaan onverminderd snel door, waardoor begeleiding en ondersteuning op het gebied computers en internet voor veel vijftigplussers nog steeds heel belangrijk zijn. Digitale apparaten en toepassingen zijn niet meer weg te denken uit het dagelijkse leven. In het kader van het 20-jarig lustrum heeft SeniorWeb haar leden en vrijwilligers gevraagd wat 20 jaar internet hun heeft gebracht. Uit deze peiling blijkt dat zij vooral het praktische gemak van internet waarderen. Het dagelijkse leven is makkelijker geworden door internetbankieren (85%), digitale overheidsdiensten (63%), online routes kunnen plannen/de weg kunnen vinden (61%) en online winkelen (52%). Verder verrijkt internet het leven doordat men altijd en overal eenvoudig informatie kan opzoeken (80%) en contact kan onderhouden met familie en vrienden via bijvoorbeeld e-mail, Skype of WhatsApp (60%). Veel senioren laten dan ook weten dat computers en internet hun wereld hebben vergroot. Ze zouden nu absoluut niet meer zonder kunnen en willen. “ en leeftijd gerelateerde aandoeningen hoeven niet automatisch te leiden tot onveilig verkeersgedrag, stelt de SWOV. Bovendien zijn veel problemen te voorkomen als ouderen de eigen beperkingen inzien en door compensatiegedrag (reizen als het minder druk is of als het buiten licht en droog is). Uit studies is al gebleken dat ouderen er vaker voor kiezen overdag en bij droge weersomstandigheden te rijden. Van belang is ook dat ouderen gemiddeld veel rijervaring hebben, met daardoor veel verkeersinzicht waardoor ze kunnen anticiperen op problemen. Daarnaast speelt een rol dat ouderen minder behoefte hebben aan spanning en sensatie en daardoor bijvoorbeeld minder vaak met alcohol op achter het stuur kruipen en zich beter aan de regels houden. SOWV stelt wel dat een goede rijgeschiktheidskeuring het mogelijk maakt ‘díe mensen te selecteren die door hun lichamelijk en/of psychisch functioneren niet meer op een veilige wijze als automobilist aan het verkeer kunnen deelnemen.’ ‘’Het probleem is dat we nog niet goed weten welke functiestoornissen tot een verhoogd ongevalsrisico leiden en in hoeverre deze stoornissen door bijvoorbeeld hulpmiddelen kunnen worden gecompenseerd.’’ Momenteel lopen er op dit gebied dan ook onderzoeken naar het verband tussen die functiestoornissen en ongevalsbetrokkenheid en naar de ontwikkeling van testen waarmee de rijgeschiktheid van automobilisten op een valide, betrouwbare en praktische manier kan worden getoetst. Ruud Peys 19
20 Online Touch Home