Felle discussie over de rekenrente blijft maar door woeden De laatste tijd wordt weer veel geschreven, gezegd en in de media geroepen over de rekenrente. Dat is de ‘boosdoener’ als het gaat om het korten op de pensioenen. Ook de VVGPGB voert strijd tegen de te lage rekenrente ‘Opkoopprogramma ECB drijft rekenrente omlaag De Nederlandse pensioenfondsen zien, door het opkoopprogramma van overheidsobligaties dat de Europese Centrale Bank (ECB) tussen 2015 en 2019 uitvoerde, de rekenrente van De Nederlandsche Bank (DNB) in snel tempo dalen. Hun dekkingsgraad slinkt onder de kritische grens, er dreigen kortingen op bestaande pensioenen en minder pensioenopbouw. De enige uitweg voor pensioenfondsen lijkt een hogere rekenrente. De rekenrente is gebaseerd op de risicovrije marktrente. Dat is verstandig zolang de marktrente niet is vertekend. Dat is nu niet langer het geval. De huidige beleidsrente is niet houdbaar. De correctie kan best lang op zich laten wachten, maar met onze steun voor de rechtszaak tegen de staat (zie elders). Op deze pagina’s een aantal recente bijdragen in het rekenrente-debat, onder meer van de Nederlandsche Bank en van het grootste pensioenfonds van ons land ABP. © De Nederlandsche Bank 8 zal uiteindelijk komen en wellicht veel sneller dan gedacht wordt. Het pensioenstelsel is gebaseerd op een kapitaaldekkingsstelsel en daardoor zeer gevoelig voor lage en in het bijzonder negatieve kapitaalmarktrentes. De rente was zonder de negatieve ECB-beleidsrente nu positief geweest. De huidige kapitaalmarktrente is niet marktconform, en wordt al tien jaar verstoord door de ECB en de Amerikaanse Federal Reserve. De reële rente, gecorrigeerd voor inflatie, ligt nu zelfs op -2%. Dat is geen natuurlijk niveau, en betekent dat onze pensioenfondsen nu zeer veel geld aan de kant moeten zetten om de pensioenen op te bouwen. Kortingen op de pensioenen kunnen alleen voorkomen worden door een realistische rekenrente te hanteren op de lange termijn. Economen zijn het niet eens wat een realistische rente is, maar die ligt in elk geval een stuk hoger dan de huidige rente. Indien wij uitgaan van een structurele reële groei van 1,5% en een verwachte inflatie van 1% tot 1,5 %, dan komen wij uit op een structurele nominale groei van 2,5% tot 3%. Als de evenwichtige reële rente op lange termijn tendeert naar de trendmatige reële groei van 1,5% en de verwachte inflatie op lange termijn 1% tot 1,5% zou zijn, dan is de evenwichtige nominale rente ook 2,5% tot 3% en een realistischer rekenrente voor de toekomstige pensioenverplichtingen op lange termijn. Dat is minder dan de rekenrente van 4% uit het verleden maar meer dan de huidige rekenrente die gebaseerd wordt op de ultimate forward rate (ufr), die vastgesteld wordt op basis van de huidige kapitaalmarktrente. Door een structurele rekenrente op basis van de trendmatige reële groei en de verwachte inflatie te hanteren, wordt ons kapitaaldekkingsstelsel minder gevoelig voor het extreme opkoopprogramma van de ECB en de negatieve rentes die door dit beleid veroorzaakt worden. Daarom moet het kabinet, ook vanwege het pensioenakkoord, een nieuw advies over de rekenrente aanvragen met een bredere opdracht, namelijk hoe de huidige rentecurve moet worden beoordeeld in het perspectief van het ECB-opkoopprogramma en de negatieve kapitaalmarktrentes die daarvan het gevolg zijn. Zodat een realistischer rekenrente op de lange termijn wordt bepaald. Dit is een samenvatting van een artikel dat Sylvester Eijffinger, hoogleraar financiële economie aan Tilburg University, en Lex Hoogduin, hoogleraar complexiteit en onzekerheid aan de Rijksuniversiteit Groningen, hebben geschreven voor het Financieel Dagblad.
9 Online Touch Home