de interesse en de vaardigheden van de bestuursleden af. Daarom zijn ze allemaal verschillend. Er is dus niet één model van te maken met daarboven een landelijke organisatie Grafisch verleden Pfeiffers’ eigen historie is sterk verbonden met de grafische wereld. Hij haalde eerst zijn patroonsdiploma op de middelbare grafische school in Amsterdam. ‘’Dat was veel waard in die tijd. Om een drukkerij te beginnen, moest je over zo’n diploma beschikken. De grafische wereld was toen nog een closed shop, grafische bedrijven waren verplicht lid van de branchevereniging, nu het KVGO, en werknemers van de vakbond. Tegenwoordig kun je je dat niet meer voorstellen. In 1974 begon ik bij de Blaeuwe Werelt in Hilversum, een drukkerij van kettingformulieren. Daarna werkte ik als journalist bij de Nieuwe Weesper om daarna via Het Parool en Adformatie in 1984 aan de slag te gaan als redacteur en later adjunct-hoofdredacteur van vakblad Graficus. Toen kwam eigenlijk alles bij elkaar, mijn grafische opleiding en mijn journalistieke ervaring. In 1994 ben ik samen met een collega het Grafisch Weekblad begonnen bij de toenmalige uitgeverij RAI Langfords, een onderdeel van de RAI in Amsterdam.’’ Feesten en partijen De grafische journalistiek was in die jaren, net als de sector zelf, een mooie tijd. ‘’Je maakte reisjes naar Japan, de VS, andere landen. We waren aangesloten bij de Europese organisatie van grafische vakbladen en elk jaar moest een land een week voor de aangesloten bladen organiseren met excursies naar fabrikanten en grote grafische bedrijven. De grafische sector zelf was ook wel van feesten en partijen, met het Grafisch Gala, de Kalenderwedstrijd, de Kopperprenten, noem maar op. Zo rond 1995, misschien iets later, kwam echter de eerste crisis, toen ging het opeens een stuk slechter. De echte klap kwam met de grote financiële crisis van 2008 en in de jaren daarna. Veel drukkerijen en andere grafische bedrijven konden het niet meer redden en gingen ten onder. Ook grote namen, bekende bedrijven. Ik kende natuurlijk veel mensen; dan kreeg je ’s ochtends een directeur van een drukkerij huilend aan de lijn omdat zijn bedrijf failliet was gegaan. Ik had een serie geschreven over opvolgers in de bedrijfstak, vaders en zonen, een enkele keer vader en een dochter, en ook daar waren bedrijven bij die korte tijd later verdwenen. Die mooie tijd van vroeger was voorbij, het werd allemaal veel negatiever, het was niet echt leuk meer.’’ De stekker eruit ‘In 2012 ging het ook bij Grafisch Weekblad en zijn uitgeverij RAI Langfords verkeerd. Waarna Amsterdam RAI besloot de uitgeverij op te heffen en de titels te verkopen voor zover dat mogelijk was in die destijds slechte uitgeversmarkt.’ Ik ben toen als voorzitter van de personeelscommissie veel bezig geweest met de ontslagregelingen voor de 36 werknemers van onze bladen, een moeilijke tijd maar wel heel leerzaam. Wij hoorden pas net voor de Kerst dat GW zou stoppen, het was niet gelukt om een koper te vinden voor die titel. Ik zelf ben toen eigenlijk ook meteen met al dat grafische gestopt, ik heb nog een paar weken geholpen met het ontmantelen van de uitgeverij maar sindsdien heb ik me eigenlijk nooit meer bemoeid met die wereld. Ik kom zo nu en dan nog wel bekende namen tegen en ben nu, als gepensioneerde, ook lid van de VVGPGB maar daar blijft het ook wel bij. Ik heb het veel te druk met de historische kring. En met mijn twee kleinkinderen natuurlijk, die horen er gelukkig ook bij.’’ Ruud Peys 7
8 Online Touch Home