ExPress Magazine voor gepensioneerden van VVG-PGB 5e jaargang nr. 1 mei 2020 Weg met het juk, eindelijk weer vrij Terugblik op 75 jaar vrijheid Dit is een uitgave van
In dit nummer 2-3 4-5 6-7 8-9 Interview met Jos van Rijsingen, voorzitter VVG-PGB Interview met Jochem Dijckmeester, voorzitter bestuur PGB Cees Pfeiffer, recente geschiedenis die doet het goed Interview met Han Noten, voorzitter Raad van Toezicht PGB 10-11 Kwerreveld maakt wat zijn ogen zien 12-13 Interview met Jaap van der Spek co-voorzitter Koepel Gepensioneerden 14-19 Thema bijdragen over 75 jaar bevrijding 20-23 Thema bijdragen: Leven na Corona 24-25 Vragen aan pensioenfonds PGB 26-27 Piet v.d. Harst uit Zutphen: scholieren heten Syriër warm welkom 28-29 Uitslag enquête najaar 2019 30-31 Vragen van leden aan VVG-PGB 32 Advertentie VGZ ‘Verantwoordingsorgaan PG vindt altijd wel consensus’ cOlOFON ExPress is een uitgave van VVGPGB en verschijnt twee maal per jaar. 4e jaargang nummer 1 Redactie: Theo Leoné, Ruud Peys, Tonnie Klein Hemmink, Jos van Rijsingen en Nicoline Maarschalk Meijer Eindredactie: Geer Meershoek Vormgeving en DTP: Hans Brand Druk: Drukkerij Tuijtel Oplage: 13.500 stuks Reacties kunt u sturen naar: redactie@vvgpgb.nl 2 ‘’Het Verantwoordingsorgaan bij Pensioenfonds PGB bestaat uit achttien leden, zes namens de werkgevers, zes namens de werknemers en zes namens de gepensioneerden. Die groepen kunnen soms tegengestelde belangen hebben maar dat leidt niet tot geschillen in het VO. Ik ben er nu vier jaar lid van en heb nog niet meegemaakt dat er meningsverschillen zijn langs de scheidslijnen van de drie groeperingen. We hebben vaak stevige discussies maar uiteindelijk komt er altijd een gemeenschappelijk standpunt, een consensus, uit. Wij als vertegenwoordigers van de VVG-PGB moeten daarbij natuurlijk letten op de belangen van de gepensioneerden en van onze leden, maar als lid van het VO gaat het uiteindelijk om het algemeen belang van alle deelnemers bij PGB.’’ Jos van Rijsingen is niet alleen voorzitter van de VVG-PGB, hij is ook voorzitter van het Verantwoordingsorgaan van Pensioenfonds PGB. De VVG heeft daarin drie vertegenwoordigers, naast Van Rijsingen ook Nicoline Maarschalk Meijer en Tonnie Klein Hemmink. ‘’Een recent voorbeeld van zo’n discussie in het VO ging over de pensioenpremie. Het bestuur van het PGB communiceerde al vroeg in 2019 dat er geen verhoging van de pensioenpremie nodig zou zijn. Uiteindelijk bleek in de loop van dat jaar door alle financiële ontwikkelingen die toen al speelden dat dat wel gewenst was. Mede op aandrang van de vertegenwoordigers van de gepensioneerden in het VO heeft het bestuur uiteindelijk besloten dat er weliswaar voor 2020 geen verhoging komt maar dat er dan in 2021 een dubbele verhoging van vier procent volgt. Dat geeft ook werkgevers in ieder geval voldoende tijd om dat voor te bereiden en de nodige besluiten te nemen, willen ze die hogere premie of besluiten ze de regeling aan te passen bijvoorbeeld. Omdat het PGB dat besluit nu al heeft genomen, mag die komende hogere premie al worden meegenomen in de berekening van de financiële positie. Uiteindelijk kan daarmee een pensioenkorting mogelijk eerder worden vermeden, dat is dus zeer in het belang van onze achterban.’’
Frustratie Wat het VO niet kan, en wat ook de vertegenwoordigers van de VVG-PGB in dat orgaan niet kunnen, is iets doen aan de indexatie of aan dreigende pensioenkortingen. ‘’Als je in het Verantwoordingsorgaan gaat zitten met het idee dat je wat aan de pensioenen kunt doen en er voor kunt zorgen dat die weer geïndexeerd worden, dan moet je er niet aan beginnen. Dan raak je binnen de kortste keren gefrustreerd. Je hoort die mening GB regelmatig vanuit de ledenkring van onze VVG, maar zo werkt het helaas niet. De enigen die er verandering in kunnen brengen, zitten in Den Haag. Als je er iets aan wilt doen, dan zou je dus eigenlijk de politiek in moeten. Ook het bestuur van het PGB zelf kan daar niet veel aan doen. Zouden ze de pensioenen verhogen dan heb je binnen de kortste keren de Nederlandsche Bank als toezichthouder op je dak, wordt het bestuur geschorst en krijg je een bewindvoerder.’’ Maar het is wel zo dat zowel het bestuur van het PGB als het Verantwoordingsorgaan én de VVGPGB voortdurend druk uitoefenen op Den Haag om pensioenkortingen te voorkomen en als dat ook maar enigszins mogelijk is die pensioenen weer te indexeren. Het PGB-bestuur doet dat rechtstreeks via contacten in Den Haag of via de Pensioenfederatie; de VVG via de KG, de Koepel Gepensioneerden die bij het Haagse pensioenoverleg in ieder geval aan een zijtafel zit. ‘’Als Verantwoordingsorgaan hameren we er wel steeds bij de PGBbestuurders op dat actief te doen, we moedigen het bestuur daartoe ook steeds weer aan. Maar dat is helaas het enige wat we op dit gebied kunnen doen.’’ Het voornaamste struikelblok is, benadrukt Van Rijsingen nog maar Het Verantwoordingsorgaan adviseert het bestuur over beleid en de gevolgen daarvan voor deelnemers. Dat doet het gevraagd én ongevraagd. Bijvoorbeeld over: - de financiële situatie - de aansluiting van nieuwe werkgevers - de hoogte van de pensioenpremie en verhogingen - de manier van communiceren - voordracht leden van de Raad van Toezicht Het verantwoordingsorgaan beoordeelt ook achteraf of het bestuur zijn werk goed heeft gedaan. Hun oordeel over een afgelopen jaar is te vinden in het jaarverslag (laatste editie 2018, deze maand ook over 2019) eens, de rekenrente. ‘’Wij hebben onlangs in onze nieuwsbrief een overzicht gepubliceerd van de rekenrente in de verschillende Europese landen waaruit bleek dat we in ons land op het laagste niveau zitten in heel Europa. Als we de Belgische of Duitse rente zouden aanhouden, dan zou er zelfs onder de huidige omstandigheden misschien voldoende ruimte zijn om wel te indexeren. Je kunt mij niet vertellen dat wij in heel Europa nou de enige zijn die verantwoord omgaan met die rekenrente.’’ Voorzitter Van Rijsingen is sinds anderhalf jaar voorzitter van het VO. ‘’Het mandaat van de voorzitter is eind vorig jaar verlengd van één naar vier jaar. Dat brengt meer vastigheid, ook voor het bestuur van het PGB zelf. Je kunt ons VO het beste vergelijken met een Ondernemingsraad; wij bespreken alles wat er binnen de organisatie speelt met het bestuur en kunnen daar ook controle op uitoefenen. Ik zit als voorzitter in de Commissie Governance van het PGB, dat is zeg maar het dagelijks bestuur. Met alle andere werk dat er bij komt, ook als voorzitter van de VVG-PGB, en al het inlezen en zo kom ik gemiddeld wel aan twee dagen per week. Aardig veel werk, dat wel, maar ook interessant. Ik krijg als voorzitter een goede ondersteuning vanuit het bestuursbureau en verder is de samenwerking met het bestuur van het PGB en met de beide voorzitters daarvan uitstekend.’’ Van Rijsingen streeft er tenslotte nog wel naar de communicatie over het doen en laten van het VO naar de leden van de VVG-PGB verder te verbeteren. ‘’Nicoline, die ook namens ons in het VO zit, schrijft er regelmatig over in ExPress en ook in onze nieuwsbrief. Maar dat zou beter kunnen en dat vind ik ook een prioriteit, daar werken we aan. Wij zitten daar uiteindelijk als vertegenwoordigers van de VVG en dus van de leden van die vereniging, die hebben er recht op om te weten wat we daar zoal doen.’’ Ruud Peys De VVG is op zoek naar een daadkrachtige secretaris V/M De huidige secretaris heeft zijn functie neergelegd. De Vereniging van Gepensioneerden (VVG) is daarom op zoek naar een enthousiaste en daadkrachtige nieuwe spil binnen ons bestuur. Natuurlijk omvat het secretariaatswerk het nodige schrijfwerk (notulen, jaarverslag, bijhouden archief), maar wij zoeken iemand die het leuk vindt breder ingezet te worden. Dit ter ondersteuning van de voorzitter, maar ook als helpende hand bij de diverse activiteiten die vanuit het bestuur georganiseerd worden. Ook is de secretaris het eerste aanspreekpunt bij het beantwoorden van vragen en e-mails van onze leden. Vanwege het uitstellen van de ledenvergadering i.v.m. het corona virus is deze vacature nog niet ingevuld en kunt u hier alsnog op reageren De volledige tekst van de vacature vindt u op onze website: vvgpgb.nl 3
‘’Ja, ik ben vermoedelijk wel de jongste voorzitter van een bedrijfstakpensioenfonds. Ik heb het verder niet onderzocht maar vermoed het wel. Daar ben ik best trots op, hoewel dat misschien wat op-de-borst-klopperig klinkt. Ik nader de veertig en als veertigplusser ben je niet meer jong in de pensioenwereld, dus ik ben eigenlijk net op tijd. Maar het gaat niet om mij, het is vooral een goed gevoel dat het bestuur van Pensioenfonds PGB mij het vertrouwen heeft willen geven. Dat ze het aandurven om zo’n jong iemand op die positie te zetten, dat legt een grote verantwoordelijkheid op mijn schouders.’’ ‘’Goed gevoel dat PGB mij het vertrouwen heeft willen geven’’ Jochem Dijckmeester (1982) is per 1 februari 2020 benoemd tot voorzitter van het bestuur van PGB, naast Ruud Degenhardt die zelf eind dit jaar af zal treden. ‘’Je kunt die positie niet vergelijken met een directeur of CEO. We hebben een bestuur van tien man en dragen gezamenlijk de verantwoordelijkheid. Ik ben eigenlijk de eerste onder de gelijken. Als voorzitter treed je echter wel meer op de voorgrond, je bent meer het gezicht van het PGB,’’ legt hij uit. Dijckmeester is nu zes jaar ‘pensioenbestuurder’, eerst bij het pensioenfonds van het UWV en sinds 2016 bij Pensioenfonds PGB. Hij is voor het paritaire bestuur voorgedragen door de NVJ en FNV. Daarnaast is hij sinds 1 april bestuurslid bij het bedrijfstakpensioenfonds Schilders. Daar is hij benoemd op voordracht van gepensioneerden. Hectisch Had hij bij die beroepskeuze het idee dat het zo hectisch zou worden, met vorig jaar de voortdurende onzekerheid rond pensioenkortingen en nu de coronacrisis? ‘’Het is natuurlijk de laatste tijd wel bijzonder hectisch. Maar toch werd er zes jaar geleden ook al gesproken over een nieuwe pensioenregeling. De afgelopen twee jaar zijn er wel veel ontwikkelingen bijgekomen, bijvoorbeeld op het gebied van de technologie en de duurzaamheid. De complexiteit is 4 toegenomen, ook voor ons. De mensen die in de sector werken zijn professioneler, er gelden veel meer wettelijke eisen en het toezicht is aan alle kanten scherper geworden. Wij hebben bij PGB zelf het Verantwoordingsorgaan en de Raad van Toezicht en daarnaast heb je ook toezicht door de Nederlandsche Bank en de AFM. Ik geloof wel dat er om al die redenen mensen in de pensioenwereld zijn afgehaakt hoewel ik dat zelf niet heb meegemaakt.’’ Sinds het uitbreken van de coronacrisis spant Pensioenfonds PGB zich vooral in om de dienstverlening voort te kunnen zetten en tegelijkertijd de financiële situatie goed te bewaken. ‘’De winkel blijft open. We willen en moeten op tijd de pensioenen uitkeren, we hebben te maken met steeds meer werkgevers die de premie op dit moment niet meer kunnen betalen, we zorgen ervoor dat iedereen contact met Pensioenfonds PGB op kan nemen en antwoord krijgt op vragen. We houden ook de communicatie op gang met alle doelgroepen, actieve deelnemers, slapers, gepensioneerden en de werkgevers. Bij dat alles moeten we uiteraard ook de gezondheid en veiligheid van onze eigen medewerkers zeker stellen. Velen van ons werken zoveel mogelijk thuis en we vergaderen online, ook als bestuur. De behoefte om informatie te delen en samen besluiten te nemen blijft natuurlijk, zeker nu.’’ Waan van de dag ‘’Op de beurs storten de ene dag de koersen in om de volgende dag weer flink te stijgen. Vergeleken met begin dit jaar zijn de aandelen flink gezakt. Ook de rente is vanaf begin dit jaar verder gedaald. Maar bij het besturen van een pensioenfonds moet je je niet laten leiden door de waan van de dag. Pensioenen is een zaak van de lange termijn, wij beleggen ook met een horizon van soms tientallen jaren. We hebben een
voor een multisectoraal fonds als dat van ons uiteenlopende gevolgen kan hebben. Wij hebben te maken met een reeks verschillende bedrijfstakken met allemaal afzonderlijke CAO’s en pensioenregelingen. Ik ben zelf lid van de commissie public affairs van de Pensioenfederatie, de koepel van pensioenfondsen. Ook ben ik betrokken bij de pensioenactiviteiten van het FNV. Langs die wegen kan ik dus inbreng leveren. Andere bestuurders van ons fonds zijn weer lid van andere commissies en organisaties. Het is ingewikkeld maar alle partijen hebben echt de intentie om er een succes van te maken. Het is in het belang van al onze deelnemers, zeker van de gepensioneerden, dat er op langere termijn duidelijkheid komt over de pensioenen.’’ Ruud Peys ‘’PGB zou ook jongeren netwerk moeten hebben’’ zware verantwoordelijkheid omdat we moeten waken over het geld dat mensen opzij hebben gezet voor hun oude dag. We doen er in dat verband alles aan om kortingen op de lopende pensioenen te voorkomen. Als de dekkingsgraad te ver dreigt te dalen dan gaan we via ons dynamische beleggingsbeleid minder in risicovolle aandelen en meer in waarden die minder risico met zich meebrengen en ook doen we meer aan renteafdekking.’’ ‘’Dat dynamische beleggingsbeleid is altijd al ons uitgangspunt maar in deze tijd des te belangrijker. We kunnen op dit moment echter volstrekt niet zeggen of er kortingen dreigen, niemand weet hoe en wanneer de coronacrisis precies af gaat lopen en wat dat voor gevolgen heeft voor de economie. De situatie aan het eind van het jaar telt, dat moeten we afwachten. Nogmaals, daar kunnen we nu nog geen enkele uitspraak over doen. Ook al is het natuurlijk wel zo dat de kans op een korting nu hoger is dan voor de coronacrisis. Gepensioneerden kunnen in ieder geval dit jaar zeker zijn van hun inkomen, dat is op dit moment voor lang niet iedereen het geval.’’ Pensioenakkoord Dijckmeester is als PGB-bestuurder nauw betrokken bij de discussies over de verdere uitwerking van het Pensioenakkoord. ‘’Het is nog steeds de bedoeling dat die uitwerking dit jaar een stuk verder komt. Dat is uiteraard allemaal veel moeilijker geworden. De gesprekken lopen echter nog en het streven is nog steeds om binnen enkele weken verdere voorstellen op tafel te krijgen. Wij volgen dat als PGB op de voet omdat het juist Voorzitter Jochem Dijckmeester zou bij Pensioenfonds PGB graag een netwerk van jonge deelnemers willen hebben, heeft hij gezegd in een interview met Financial Investigator. ‘’Om bijvoorbeeld over maatschappelijk verantwoord beleggen van gedachten te wisselen. Dat is tot nu toe onvoldoende van de grond gekomen. Maar we hebben inmiddels wel een project opgezet om jonge deelnemers te bereiken en verschillende PGB-medewerkers hebben meegedaan aan PensioenLab, een project om jongeren te betrekken bij pensioen-vraagstukken.’’ 5
‘’Recente geschiedenis, die doet het goed’’ ‘’Mensen zijn erg geïnteresseerd in de geschiedenis van hun eigen tijd, dingen die ze zelf hebben meegemaakt en waar ze over mee kunnen praten. Bij onze historische kring in Weesp ging het vroeger vaak over de Middeleeuwen of archeologische vondsten. Nadat we de tijdlijn hadden verschoven naar rond 1970 kwamen er opeens veel meer leden. Bij lezingen hebben we tegenwoordig ook altijd een volle zaal, 100, 120 mensen, met vaak een heel levendige discussie.’’ Oud-grafisch journalist Cees Pfeiffer (67) is al acht jaar voorzitter van de Historische Kring Weesp, een vereniging met 650 leden in een stadje met 19.000 inwoners ‘’Ik ben tot voorzitter gekozen toen ik er zelf niet bij was, bij verstek zeg maar. We hadden de datum vastgesteld toen mijn zoon me er aan herinnerde dat we al maanden eerder kaartjes hadden gekocht voor notabene een popconcert. Na mijn verkiezing heb ik eerst ons blad aangepakt, niet zo moeilijk als oud-journalist. We hebben nu een professioneel verzorgd en goed geïllustreerd tijdschrift dat twee keer per jaar verschijnt. Ook de website is vernieuwd en voldoet aan de eisen van deze tijd. Verder hebben we de stadswandelingen gestroomlijnd door het schrijven van een gidsenhandleiding zodat iedereen hetzelfde verhaal vertelt. Er zijn zo’n tien vrijwilligers die elke zaterdag een aantal mensen door Weesp rondleiden. We hebben als HKW ons eigen onderkomen in een oud fort waar we elke dinsdagmiddag aanwezig zijn. Daar komen mensen vaak oude spullen brengen, stapels foto’s of dia’s, soms ook filmmateriaal en boeken. Als het om echt waardevolle spullen gaat, dragen we het over aan het gemeentearchief en anders slaan we het zelf op.’’ ‘’Kijk, mensen worden pas lid van een historische kring als ze een jaar of vijftig zijn. De ouders overlijden, je moet het huis opruimen en komt dan allerlei spullen tegen uit je eigen verleden. Of je hoort steeds meer verhalen over die oude tijd op verjaardagen, bijvoorbeeld. Er zijn natuurlijk wel jongeren die belangstelling hebben maar dat zijn er niet veel. Juist om die reden zijn we ons aandachtsgebied gaan verleggen naar zeg vijftig, zestig jaar geleden, een tijd waar veel ouderen nog levendige herinneringen aan hebben. Dat spreekt aan en het is ook machtig mooi om te doen met zo’n betrokken achterban.’’ ‘Stadshistoricus’ Als ‘stadshistoricus’, een overigens niet officiële titel, wordt Pfeiffer ook bij veel andere ontwikkelingen in de gemeente betrokken. ‘’Ik zit bijvoorbeeld in werkgroepen over verkeersplannen, over de toekomst van de binnenstad en adviseer ook over de monumenten. Weesp gaat in 2022 fuseren met Amsterdam en dat leidt ook tot veel vragen van die kant. We hebben al enkele wethouders en raadsleden uit de hoofdstad op onze rondleidingen gehad, die willen zien wat ze er nu eigenlijk bij krijgen. Burgemeester Halsema is nog niet geweest maar die komt misschien nog. Het kost allemaal aardig wat tijd, moet ik zeggen. Ik heb al wat gedelegeerd, zoals met die rondleidingen en nu ook met het digitaliseren van grote hoeveelheden foto’s; soms is het bijna een fulltimebaan.’’ De HKW is aangesloten bij een regionale organisatie, de Stichting Vecht en Eem. ‘’Daar praten we regelmatig met een andere historische vereniging en de musea. Daar steek je erg veel van op. Je hebt in ons land historische kringen in alle soorten en maten. Die van ons staat goed op de rails. Maar hoe een historische vereniging draait, hangt geheel van 6
de interesse en de vaardigheden van de bestuursleden af. Daarom zijn ze allemaal verschillend. Er is dus niet één model van te maken met daarboven een landelijke organisatie Grafisch verleden Pfeiffers’ eigen historie is sterk verbonden met de grafische wereld. Hij haalde eerst zijn patroonsdiploma op de middelbare grafische school in Amsterdam. ‘’Dat was veel waard in die tijd. Om een drukkerij te beginnen, moest je over zo’n diploma beschikken. De grafische wereld was toen nog een closed shop, grafische bedrijven waren verplicht lid van de branchevereniging, nu het KVGO, en werknemers van de vakbond. Tegenwoordig kun je je dat niet meer voorstellen. In 1974 begon ik bij de Blaeuwe Werelt in Hilversum, een drukkerij van kettingformulieren. Daarna werkte ik als journalist bij de Nieuwe Weesper om daarna via Het Parool en Adformatie in 1984 aan de slag te gaan als redacteur en later adjunct-hoofdredacteur van vakblad Graficus. Toen kwam eigenlijk alles bij elkaar, mijn grafische opleiding en mijn journalistieke ervaring. In 1994 ben ik samen met een collega het Grafisch Weekblad begonnen bij de toenmalige uitgeverij RAI Langfords, een onderdeel van de RAI in Amsterdam.’’ Feesten en partijen De grafische journalistiek was in die jaren, net als de sector zelf, een mooie tijd. ‘’Je maakte reisjes naar Japan, de VS, andere landen. We waren aangesloten bij de Europese organisatie van grafische vakbladen en elk jaar moest een land een week voor de aangesloten bladen organiseren met excursies naar fabrikanten en grote grafische bedrijven. De grafische sector zelf was ook wel van feesten en partijen, met het Grafisch Gala, de Kalenderwedstrijd, de Kopperprenten, noem maar op. Zo rond 1995, misschien iets later, kwam echter de eerste crisis, toen ging het opeens een stuk slechter. De echte klap kwam met de grote financiële crisis van 2008 en in de jaren daarna. Veel drukkerijen en andere grafische bedrijven konden het niet meer redden en gingen ten onder. Ook grote namen, bekende bedrijven. Ik kende natuurlijk veel mensen; dan kreeg je ’s ochtends een directeur van een drukkerij huilend aan de lijn omdat zijn bedrijf failliet was gegaan. Ik had een serie geschreven over opvolgers in de bedrijfstak, vaders en zonen, een enkele keer vader en een dochter, en ook daar waren bedrijven bij die korte tijd later verdwenen. Die mooie tijd van vroeger was voorbij, het werd allemaal veel negatiever, het was niet echt leuk meer.’’ De stekker eruit ‘In 2012 ging het ook bij Grafisch Weekblad en zijn uitgeverij RAI Langfords verkeerd. Waarna Amsterdam RAI besloot de uitgeverij op te heffen en de titels te verkopen voor zover dat mogelijk was in die destijds slechte uitgeversmarkt.’ Ik ben toen als voorzitter van de personeelscommissie veel bezig geweest met de ontslagregelingen voor de 36 werknemers van onze bladen, een moeilijke tijd maar wel heel leerzaam. Wij hoorden pas net voor de Kerst dat GW zou stoppen, het was niet gelukt om een koper te vinden voor die titel. Ik zelf ben toen eigenlijk ook meteen met al dat grafische gestopt, ik heb nog een paar weken geholpen met het ontmantelen van de uitgeverij maar sindsdien heb ik me eigenlijk nooit meer bemoeid met die wereld. Ik kom zo nu en dan nog wel bekende namen tegen en ben nu, als gepensioneerde, ook lid van de VVGPGB maar daar blijft het ook wel bij. Ik heb het veel te druk met de historische kring. En met mijn twee kleinkinderen natuurlijk, die horen er gelukkig ook bij.’’ Ruud Peys 7
‘’Het Pensioenfonds PGB is een heel bijzonder fonds. Een heel mooi fonds ook. Het is enorm gegroeid de laatste jaren en dat was ook nodig. Dat is allemaal op een succesvolle manier gebeurd. Het bestuur is er daarbij op een uitstekende manier in geslaagd de relaties met alle betrokkenen op orde te houden. Mijn indruk is dat PGB heel behoorlijk wordt bestuurd.’’ ‘Pensioenfonds PGB is een heel bijzonder fonds’ Dat zegt Han Noten, sinds vorig jaar juni voorzitter van de Raad van Toezicht van Pensioenfonds PGB. Die Raad, die verder bestaat uit Orpa Bisschop en Alfred Slager, houdt zoals de naam zegt toezicht op de manier waarop het PGBbestuur functioneert en communiceert, op het beleggingsbeleid en op andere belangrijke aspecten van het besturen van het pensioenfonds. ‘’Hoe gaan mensen met elkaar om, wordt iedereen goed geïnformeerd, wordt voldoende rekening gehouden met de belangen van alle betrokkenen, worden de regels goed nageleefd?’’ ‘’We zijn te vergelijken met een Raad van Commissarissen bij een bedrijf maar dan nog wat meer op afstand. Een helicopterview dus. We hebben bijvoorbeeld alleen maar een adviserende rol van bestuursleden terwijl commissarissen bestuursleden ook echt benoemen. Bedenk ook dat het bestuur van het PGB zelf paritair is samengesteld, daar zijn alle geledingen in vertegenwoordigd. Bovendien is er ook nog een Verantwoordingsorgaan dat een eigen rol speelt. En er zijn ook nog andere toezichthouders, met name de Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten. Laat ik het zo zeggen: zolang het goed gaat, is de rol van de Raad van Toezicht eigenlijk redelijk beperkt.’’ Ordentelijk Noten’s indruk van Pensioenfonds PGB is zonder meer goed: ‘’Ik zou het willen omschrijven als degelijk, conservatief maar vooral ordentelijk. Dat is een ouderwets woord maar dat geeft het wel uitstekend weer. Een pensioenfonds moet niet als een gek op de beurs gaan rondspringen om maar winst binnen 8 te halen, dat moet allemaal veel meer beheerst en behoudend gebeuren, haast stroperig. En daar is niets mis mee, dat is precies de juiste benadering. Risicomijding is een groot goed. Ik vind dat het bestuur van PGB dat op een goede en verantwoorde manier doet. Tegelijk blijven ze ook heel transparant met veel communicatie naar alle betrokkenen, werkgevers, werknemers en gepensioneerden.’’ Noten (1958) heeft zelf een lange en gevarieerde loopbaan achter de rug. Hij begon bij het FNV als beleidsmedewerker, onderhandelaar en bestuurder, werkte acht jaar voor het collectief pensioenbedrijf van verzekeraar Achmea, was commissaris bij pensioenuitvoerder MN Services, is voorzitter geweest van de branchevereniging ActiZ voor de thuis- en verpleegzorg en zat in de directie van de Nederlandse Spoorwegen. Hij sloot zijn carrière vorig jaar af als burgemeester van het Overijsselse Dalfsen en was bovendien tien jaar namens de PvdA lid van de Eerste Kamer. ‘’Ik ben eigenlijk al die jaren bezig geweest met pensioenen, De Raad van Toezicht van Pensioenfonds PGB let op de bedrijfsvoering. Hoe gaat het fonds bijvoorbeeld om met risico’s en hoe wordt het vermogen belegd? De raad keurt ook belangrijke bestuursbesluiten goed, zoals het jaarverslag, de vergoedingen voor bestuursleden en de aansluiting van nieuwe werkgevers. dat begon bij het FNV waar ik pensioenonderhandelingen voerde en dat liep via Achmea en ActiZ door naar de Eerste Kamer waar ik het pensioendossier heb behandeld. Ik ben zelf nog niet met pensioen hoewel ik als oud-burgemeester wel net een uitkering heb gekregen van het ABP. Niet genoeg om van te leven, zeg ik er maar even bij.’’ Solidariteit Bij zijn benoeming tot voorzitter van de Raad van Toezicht vorig jaar zei Noten: ‘’Juist in deze tijd is het ongelooflijk belangrijk om als pensioenfonds, binnen de grenzen van het mogelijke, aan je deelnemers maximale duidelijkheid en zekerheid te bieden in de hoop daarmee hun vertrouwen te winnen. Ik vind het daarom mooi om na een aantal jaren weer terug te keren in het domein van de, op solidariteit gebaseerde, oudedagsvoorzieningen.” Hij voegt daar nu aan toe: ‘’De pensioenwereld van dertig jaar geleden is niet te vergelijken met die van nu, zeker niet als je kijkt naar een instelling als Pensioenfonds PGB. De pensioenregelingen zijn IN TERVIEW
veranderd, de uitvoering en werkwijze verloopt anders. En tegelijk zijn er toch parallellen. Pensioenfondsen moeten nog steeds behoedzaam en gedegen opereren, ordentelijk dus. Ze hebben bijvoorbeeld ook op dezelfde manier te maken met actuariële gegevens.’’ ‘’De grootste overeenkomst is in mijn ogen de solidariteit, die was toen en is nu nog steeds de hoeksteen van ons pensioenstelsel. En gelukkig maar, zeg ik zeker in de huidige onzekere tijden. Als je nu toch een individuele pensioenverzekering zou hebben en je stond vlak voor je pensioen, dan zag je dat zomaar met 30, 40 procent instorten. In ons stelsel kun je er vast op rekenen dat je elke maand je pensioen uitbetaald krijgt. Zeker nu blijkt hoe belangrijk het is dat we grote buffers hebben en dat we conservatief rekenen. Ja, er dreigen misschien aan het eind van het jaar kortingen maar dat valt in het niet vergeleken met wat er in andere landen kan gebeuren. Bovendien hebben gepensioneerden ook inkomenszekerheid, dat is door de crisis momenteel bepaald niet het geval voor veel ondernemers en ZZP-ers. En denk eens aan al die mensen die hun baan dreigen te verliezen. We mogen erg gelukkig zijn met het pensioenstelsel dat we hebben.’’ Ruud Peys Adviesrecht Gemeenten helpt mensen met schulden Gemeenten kunnen hulp voor mensen met problematische schulden straks beter toespitsen op hun persoonlijke situatie. Ze kunnen de rechter adviseren of deze mensen het beste kunnen worden geholpen door een beschermingsbewindvoerder, dan wel dat ze verder worden ondersteund door de gemeentelijke schuldhulpverlening. Dit adviesrecht van gemeenten bij zogenoemd schuldenbewind is geregeld in een wetsvoorstel dat minister Dekker van rechtsbescherming heeft ingediend. Mensen met problematische schulden kunnen worden geholpen met schuldenbewind. Een bewindvoerder beheert dan hun financiën en stabiliseert de situatie. Schuldenbewind is een ingrijpende maatregel. Gemeenten kunnen mensen met schulden ook ondersteunen met lichtere vormen van hulp. Het wetsvoorstel regelt dat gemeenten drie maanden nadat schuldenbewind is ingesteld de rechter mogen adviseren of een inwoner het beste kan worden geholpen door voortzetting van het bewind, of door een lichtere vorm van gemeentelijke ondersteuning. Het wetsvoorstel stelt gemeenten zo in staat hun regierol bij schuldhulpverlening beter te vervullen en draagt bij aan de samenwerking tussen rechtbanken, gemeenten en bewindvoerders. 9
Al weer 5,5 jaar woont Richard Kwerreveld (1947) in Helmond. De verhuizing vanuit Bergen op Zoom hangt samen met de wens dichter bij kinderen en kleinkinderen te zijn. Snel is in de nieuwe woonplaats de zee van vrije tijd opnieuw gevuld. Weer wordt gereden voor de voedselbank, opnieuw mept hij tafeltennisballen. Twee dagdelen zijn gereserveerd voor de begeleiding van licht dementerenden bij het tekenen, schilderen en figuurzagen. Kwerreveld maakt wat zijn ogen zien “Ik heb net nog een Van Gogh geschilderd, het onbekende schilderij dat in Engeland voor vijf pond verkocht werd. Zag de afbeelding in de krant. Mooi tafereel. Zoiets heb ik in een middagje klaar.” Wat Richards ogen zien, kunnen zijn handen maken. Modellen van vliegtuigen uit de Tweede Wereldoorlog bijvoorbeeld, auto’s, treinen. Twee winters werkte hij aan zijn indrukwekkende spoorbaan op zolder. Zie je de brandweerwagens, het draaien van de watermolen, het knipperen van de ledlampjes? “Als jongentje van zeven kreeg ik mijn eerste Märklintrein. Betaald met het geld dat ik bij de bakker verdiende. De liefde voor treinen is altijd gebleven. Wat treinen zo boeiend maken? Je bouwt een heel landschap – tot in de fijnste details. Bovendien zijn treinen niet statisch. Ze rijden terwijl in het landschap van alles gebeurt.” Richard groeit op in een ruig stuk Arnhem. Vader werkte in nachtclub Regina, runde kroeg De Corner en kocht een hotel in Rheden. Jaren van hard werken. Op vakantie? Ho maar. “Een beetje gedwongen ging ik naar de hotelvakschool. Met werken op het terras kon ik bijverdienen. Je had destijds 15 procent bedieningsgeld plus als je het goed deed een fooitje. In vijf weken tijd werkte ik 580 gulden bijeen en kocht van het geld een Puch. De witten waren net uit. Je weet wel, met zo’n hoog stuur. Heel hip.” Vaders start van bar-bodega De 10 Muizenval betekent de verhuizing naar Breda. Vrolijke klanken komen uit de piano. Wie de toetsen beroert? Kelner Pierre Kartner, de latere Vader Abraham. “De potentie van Pierre Kartner – goed voor de klantenbinding - zag mijn vader niet. Hij liet hem liever kelneren dan muziek maken. Na het succes van het carnavalslied “Vader Abraham had zeven zonen” was Pierre Kartner weg.” Kwerreveld maakt de hotelschool af maar zegt de horeca al snel vaarwel. Het zware auto-ongeval dat zijn vader treft, leidt tot de verkoop van De Muizenval. Daarop neemt Richard de afslag naar de afdeling reclame van kruideniersketen en Gilze – Rijen.” In 1988 verkoopt de familie Hermans zijn winkels aan de Duitse grootgrutter Tengelmann. Alle supermarkten worden omgebouwd naar de formule A&P. Kwerreveld bevindt zich in de werkgroep voor de begeleiding van het proces. Met een werkgelegenheidsgarantie op zak, zwenkt Richard naar de afdeling die verantwoordelijk is voor het beheer van de winkelformule. Een taaie tijd breekt aan met dagelijkse ritten naar het kantoor in Baarn. Als Tengelmann de winkels van Maxis overneemt, komt weer meer leven in de brouwerij. Een hoogtepunt vormt de inrichting van de grote testwinkel in Venlo, compleet met kinderopvang. Kwerreveld is "De potentie van Pierre Kartner, de latere Vader Abraham zag mijn vader niet" VéGé. Twee jaar later springt een advertentie van Jac. Hermans in het oog. De ondernemer wil in het zuiden des lands supermarkten openen die geschoeid zijn op Amerikaanse leest. “Spectaculair. Dat leek me wel wat. Ik wist niet dat het om discountsupermarkten ging. Tekstborden en later ook advertenties voor de krant maakten we. De afdeling waarvan ik het hoofd werd, groeide geleidelijk tot veertien medewerkers. Negentien jaar zou ik op en neer rijden tussen Bergen op Zoom 55 als Tengelmann zich terugtrekt uit Nederland. De winkels komen in handen van Schuitema/C1000. Drukke jaren breken aan waarin 120 winkels omgebouwd worden tot C1000’s. Kwerreveld fotografeert, tekent en adviseert. Allemaal nieuwe
kassa’s? Helemaal niet nodig. In de loop der jaren zijn de mogelijkheden van folie sterk toegenomen. De goedkope oplossing wordt enthousiast begroet. "In vijf weken werkte ik 580 gulden bijeen en kocht van het geld een Puch" Als man van de styling in de groep Schuitema Vastgoed maakt Kwerreveld lange dagen. Om vijf uur gaat de wekker. Jaarlijks rijdt hij 80.000 tot 90.000 kilometer – genoeg voor een rit twee keer om de wereld. Op 61-jarige leeftijd gaat de deur naar het vaste werk dicht. Leeg wordt de agenda niet. De modelbouw komt in een stroomversnelling en twee keer per week gaan de handen uit de mouwen voor de voedselbank. Theo leoné Richard Kwerreveld: “Geweldig om mooie dingen te maken.” Legervoertuigen. Auto’s in file langs de dakrand. Vliegenier. 11
Bij uitwerken Pensioenakkoord wordt Het werk aan de verdere uitwerking van het Pensioenakkoord is, voor zover dat onder de moeilijke omstandigheden mogelijk is, de laatste tijd toch doorgegaan. De ambtenaren die met het pensioendossier zijn belast, zijn daartoe vrijgesteld van corona-bezigheden. ‘’Het staat natuurlijk wel allemaal op een wat lager pitje. De Koepel Gepensioneerden krijgt wel steeds alle gelegenheid om haar inbreng te leveren. En we hebben echt de indruk dat er naar ons wordt geluisterd,’’ zegt Jaap van der Spek, co-voorzitter van de Koepel Gepensioneerden. In Den Haag verlopen ook de werkzaamheden aan de verdere uitwerking van het vorig jaar gesloten Pensioenakkoord niet langs de normale weg, met vergaderingen en overlegrond-de-tafel. Maar dat wil niet zeggen dat ze ook stilliggen. ‘’Er wordt echt alles aan gedaan om het proces op gang te houden. We gaan er nog steeds van uit dat ze de hand kunnen houden aan de bestaande planning. Eind mei zou de Stuurgroep dan bijeen moeten komen om verdere besluiten te nemen. De Klankbordgroep, waar wij als vertegenwoordigers van de gepensioneerden samen met de jongeren in zitten, wordt voortdurend op de hoogte gehouden en bij het proces betrokken. Onze inbreng wordt ook meegenomen, die indruk hebben we zeker. Je moet natuurlijk wel op het vinkentouw blijven en steeds bij de les blijven, uiteindelijk gaat het om het eindresultaat. En of het ook allemaal op tijd lukt onder de moeilijke omstandigheden van de laatste tijd moeten we toch maar afwachten.’’ Prioriteiten Om de zaak niet onnodig complex te maken, zijn er bij die uitwerking wel prioriteiten gesteld, legt Van der Spek uit. Dat zijn in de eerste plaats de uitwerking van het nieuwe pensioencontract, vervolgens de compensatie voor de groep mensen wier pensioenrechten door de transitie naar een nieuw stelsel 12 en het afschaffen van de doorsneeregeling in de knel zouden komen en daarnaast ook het risico-beleggen. ‘’Tot nu toe wordt er vaak vanuit gegaan dat ouderen minder risico zouden willen nemen bij het beleggen door hun pensioenfonds maar uit onderzoeken blijkt dat het omgekeerde het geval is: liever wat meer risico als dat de kans op indexeren ook groter maakt,’’ aldus Van der Spek. Dat er een gerede kans lijkt dat de onderhandelingen toch met succes afgerond konden worden, bleek eind februari – dus wel vóór de coronacrisis - toen naar buiten kwam dat werknemers, werkgevers en minister Koolmees een ‘geitenpaadje’ hadden gevonden om de toen vastgelopen discussie weer vlot te trekken. Koolmees toonde zich bereid toch de rekenrente, die voor hem tot dan toe ‘heilig’ was, ter discussie te stellen. "De leden van Koepel Gepensioneerden zijn formele verenigingen van gepensioneerden, die (o.a.) belangenbehartiging voor hun leden als doel hebben. VVG-PGB is een van die verenigingen" Voorwaarde is dat de partijen dan wel afstand doen van de zekerheden rond het pensioen. ‘’Dat geeft betere mogelijkheden om een meer stabiel pensioensysteem te krijgen. En laat die gewenste stabiliteit nu precies zijn waar de organisaties van gepensioneerden zich in het overleg met de minister al jaren sterk voor maken. Als er geen bereidheid is te onderzoeken of andere rekenregels stabielere pensioenen zouden bewerkstelligen, dan legt dat een bom onder het huidige of nieuwe pensioenstelsel,’’ stelden Van der Spek en
naar de gepensioneerden geluisterd De Koepel Gepensioneerden is op 1 januari ontstaan door de fusie van de Koepel van Nederlandse Verenigingen van Gepensioneerden KNVG en de Nederlandse Vereniging van Organisaties van Gepensioneerden NVOG. De Koepel vertegenwoordigt meer dan drie miljoen gepensioneerden en is daarmee de grootste ouderenorganisatie in ons land. ‘Gesteund door een grote achterban is zij een relevante, professioneel erkende en invloedrijke partij bij de bepaling van het beleid op het gebied van pensioenen, inkomen en koopkracht, zorg, welzijn, wonen en mobiliteit, zowel in Nederland als op onderdelen ook in Europa,’ aldus de missie. Minister koolmees bezoekt congres over pensioenen op 19-11-2018. Rechts Jaap van der Spek van ouderenorganisaties Met minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op maandag 19 november 2018. Acht ouderenorganisaties hebben samen hun kader vastgesteld voor een nieuw pensioenstelsel. Maarten Hartman (Foto ANP) zijn co-voorzitter Joep Schouten in een reactie. Stabieler systeem ‘’We moeten naar een stabieler systeem toe, met meer mogelijkheden tot indexeren. Wij hebben ook altijd ingebracht dat de herijking van de rekenregels niet alleen voor gepensioneerden belangrijk is, maar ook in het belang van de actieven. Ook hun pensioenvermogen en te verwachten pensioen worden flink geraakt als er niets aan de rekenregels wordt gedaan. We houden vast aan ons standpunt dat voor stabiele pensioenen in een wereld zonder zekerheid, een stabiele en generatie-evenwichtige rekenrente van belang is. Dat geldt zowel voor nieuwe pensioenen als ook voor de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel toe. We zijn er nog lang niet. Maar de discussie wordt wel concreter, nu het heikele punt, het vasthouden aan de fnuikende marktrente van dit moment, eindelijk wordt losgelaten. Dat getuigt ook van wijsheid en realiteitszin. We zien het ‘geitenpaadje’ (om door een meer stabiele en passender rekenrente ook stabielere pensioenen te bereiken) als een eerste en belangrijke stap op de goede weg, maar er moeten nog veel meer belangrijke zaken geregeld worden om ook de belangen van gepensioneerden te kunnen borgen in een nieuw pensioenstelsel,’’ schreven Van der Spek en Schouten. De Koepel Gepensioneerden heeft er daarnaast eind maart bij minister Koolmees op aangedrongen om ook gepensioneerden te compenseren als die door de coronacrisis inkomensverlies zouden lijden. Van der Spek: ‘’Kijk, op dit moment ligt de nadruk vooral bij ondernemers en ZZPers die door de crisis zonder inkomen zijn komen te zitten. Daar hebben we begrip voor, gepensioneerden hebben weliswaar al tijden geen indexatie gekregen maar ze hebben in ieder geval wel een gegarandeerd inkomen dat ook gewoon doorloopt. Of er uiteindelijk toch weer kortingen zouden dreigen, kan niemand op dit moment overzien. Maar als dat mede door de crisis komt, dan hebben gepensioneerden net zo veel recht op compensatie als andere groepen van de bevolking. Er is echter op dit moment nog geen reden voor paniek, we weten pas aan het eind van het jaar hoe de economie er dan daadwerkelijk voor zal staan. Als we dan een uitgewerkt pensioenakkoord op tafel zouden hebben, met verdere zekerheid voor de toekomst, dan maakt dat de zaken voor ons gepensioneerden wel makkelijker.’’’ Ruud Peys 13
Oorlog en bevrijding hebben vele gezichten Nederland viert driekwart eeuw vrijheid. De overwinningen op Moffen en Jappen worden kort na de Bevrijding onstuimig gevierd. Schrale jaren breken aan van niet zeuren en grote woningnood. In de haast van de wederopbouw worden grote prestaties verricht maar ook menig plank mis geslagen. De Bornse verzetsman Jan ten Tusscher is op zijn negentigste na een galoperatie totaal van de kaart en spreekt vier dagen Duits. Opgekropte angst. Oorlog en bevrijding hebben vele gezichten. Je zult maar jood of zigeuner zijn, in een bombardement verzeild raken of in een jappenkamp. Families zijn uiteengerukt of bestaan niet meer. Het Zuid-limburgse Mesch is op 12 september 1944 het eerste in Nederland bevrijde kerkdorp. Enkele dagen later krijgen Sint-Oedenrode en Axel de Brabantse en Zeeuwse primeur. Is het zuiden van Nederland weldra vrij? Ik hoor limburger Jo Veugelers met betraande ogen nog zeggen: “Telkens maar via Radio Oranje: het zuiden is bevrijd. Wij in Venlo woonden in de kelder, hadden bijna niets te eten en vergingen van de kou.” Steden als Roermond en Venlo aan de oostzijde van de Maas zouden pas in maart 1945 vrij zijn. Schiermonnikoog zelfs op 11 juni. Japan capituleert op 15 augustus. Theo leoné “Wat wist ik van vrijheid, pas dertien jaar oud” Hoogeveen 10 april 1945. De slager op de hoek vlagt rood-wit-blauw. Vier kilometer verderop wordt nog stevig gevochten. De Rotterdammer Willem van der Heijden (1932) kijkt zijn ogen uit. Zijn die verkennersjeeps Canadezen? Een periode van onstuimig Vader Nicolaas van der Heijden. Bevrijdingsreacties De oproep van Express om herinneringen aan de Bevrijding door te geven, heeft vele reacties opgeleverd. Allen hartelijk dank. In deze uitgave een selectie van de ontvangen reacties. De redactie 14 feesten breekt aan. Het juk kan af. “Vrijheid. Wat weet een dertienjarige van vrijheid? Ik ben nu 88 en zie de vluchtelingen uit Syrië. Erdogan stuurt de mensen een gebied in tussen Turkije en Griekenland. Dat doet me pijn.” Een paar maanden geleden, februari 2020, lag Van der Heijden tien dagen in het ziekenhuis, dichtgeslibde kransslagader. Zegt: “Vrijheid is als de mens alles achter zich kan laten.” Willem groeit op in Rotterdam-Zuid. Om precies te zijn: in Vreewijk. Zondags wordt een wandeling gemaakt naar de Waalhaven. Vader is steendrukker, een sociaal bewogen man. Een kwart eeuw hanteert hij de voorzittershamer van de stichting Grafische Vakken in Rotterdam en omstreken, de voorloper van het Grafisch Lyceum. Het gezin telt acht zonen en twee dochters. De inval van de Duitsers op 9 mei 1940 zet het leven dat toch al geen vetpot was compleet op de kop. “Ik herinner me het bombardement van Rotterdam, de smeulende stad. In onze tuin lagen stukken verbrand papier. Overleven was troef. Vader zat in het verzet, vervalste documenten. Ging voor ons op zoek naar eten. Hij zou slechts 56 worden, overleed in 1956. De oorlogsjaren hebben te veel van hem gevergd.” De jonge Willem leert snel zijn eigen Vrij, Hoog
Willem vindt onderdak bij de familie Nijwening, het Haagje 32 in Hoogeveen. Het westen van het land gaat een ijzige Hongerwinter tegemoet. “We vertrokken ’s avonds. Waren Willem en Toos van der Heijden, zestig jaar aan zet. weg te vinden. Moet ook wel. Als tienjarige gaat hij als hulpje met paard en wagen de klanten van melkboer J.P. Vaandrager langs. Krijgt na afloop een prak warm eten met vlees. Zulk geluk kent niet iedereen in het grote gezin. Scherp in het geheugen staat 17 september 1944. “Nooit zoiets moois gezien. Overal vliegtuigen in de lucht. Kon je bij ons vanuit huis prachtig zien. De Slag om Arnhem was begonnen. Jammer dat de oorlog nog tot mei zou duren.” In december 1944 behoort Willem tot een groep van zeventig Rotterdamse kinderen die geëvacueerd wordt. Vader brengt ze in een vrachtauto die rijdt op houtgas naar Drenthe. De meesten komen in Zweeloo terecht. om een uur of twaalf op de Veluwe. In Putten mochten we er even uit. Ben toen nog in een schuttersputje gedonderd. Er lag veel sneeuw, zag het gat niet. Via Hattem naar Drenthe. Mijn vader is met de wagen teruggegaan, over de brug bij Zwolle. Had levensmiddelen bij zich. Mensen hebben eten uit de wagen gestolen. Werd van de kansel afgeroepen dat mijn vader etenswaren gestolen had. Luister, mijn vader was een eerlijk man. Ik snapte dat niet.” Willem blijft tot augustus 1945 in Hoogeveen. Gaat op de fiets bij boeren melk halen, eieren, boter. Ziet in de veenstreek trekschuiten voorbijkomen. Tot de dag dat zijn vader hem weer komt halen. Eerst vijftien kilometer op de fiets naar Zweeloo, zittend voor op de stang. Oei! Dan met de vrachtwagen weer naar Rotterdam – Zuid. “Thuis zie ik een kale houten vloer. Overal rotte plekken. Deuren die scheef hangen. Heel onwennig. Of ik een vreemde was. Heel veel verdriet maakte zich los. Je had in 1944 een kerkscheuring. Waarom? Wie was je en waar stond je? Dankzij schoolmeester Van Dalen ben ik weer verder gegaan.” Na zijn opleiding kan Van der Heijden op 24 maart 1947 aan de slag als hulpdrukker bij de drukkerij van de gemeente Rotterdam. Loon: 5 gulden en 51 cent per week. Als vader twee jaar later zijn eigen drukkerij begint gaat Willem mee. Waarna in de grafische sector een zwerftocht begint, die Willem en zijn Toos (in mei van dit jaar zestig jaar getrouwd) dertien jaar, brengt naar Duitsland en Zwitserland om via Amsterdam te belanden bij drukkerij Vada in Wageningen. Hij stapt na drie jaar over naar De Gelderlander in Nijmegen. Na twaalf jaar bij De Gelderlander gaat hij op zestigjarige leeftijd in de VUT, de regeling waarin ouderen plaatsmaken voor jongeren. Van der Heijden is tot op de dag van vandaag lid van de vakbond. Alles bij elkaar al 73 jaar. “De beelden van de oorlog staan in mijn geheugen gegrift. Ik heb momenten gehad dat ik de herinneringen er af wilde gooien. In Nederland ben ik tegen een calvinistische muur opgelopen. Ik verzeker je, die is hard. Vrijheid is een groot goed. Vrij is hij die alles achter zich kan laten.” Theo leoné ogeveen is weer vrij. Drukkerij Van der Heijden. 15
laat leo de Bont (1928) zijn gang gaan en heel een orkest komt tot leven. In de standaard de liedteksten, binnen handbereik de laptop. centraal staat de grote klankkast. Trefzeker wekt de Brabander zijn accordeon tot leven. Rats, kuch en bonen – Una Paloma Blanca – Ik heb je sleutel weggesmeten. Muzikant De Bont is van alle markten thuis. Steeds groter werden de zalen, steeds verder terug op fiets “In de naoorlogse jaren kwam mijn accordeon goed van pas. We trokken met een band heel West-Brabant door. Bezetting: trompet, saxofoon, drums en ik op de accordeon. De zalen om in te spelen werden steeds groter. Je moest na afloop soms twintig kilometer terugfietsen. En ’s ochtends weer op tijd aan het werk bij drukkerij Vermolen in Oudenbosch. Hele dagen staand letters zetten. Wakker blijven viel niet mee. Dan maar veel koffiedrinken.” Vader De Bont werkte op de suikerfabriek in Stampersgat. Leo naar de Mulo? Komt niets van in. Hij zegt ook namens moeder te hebben besloten dat zoonlief naar de ambachtsschool gaat. De Mulo is iets voor middenstanders. In het gezin zullen acht kinderen opgroeien. “Vader zag mij een boek van de Mulo lezen. Hij kwam in een overall binnen. Wat doe jij daar? Heb je niets te doen? Met lezen is geen geld te verdienen. Als jij niet weet wat je moet doen, heb ik nog wel een karweitje voor je.” Toen de bussen niet meer reden, ging De Bont vanuit Oud-Gastel lopend naar de ambachtsschool in Roosendaal. Een uur heen, een uur terug. Het begin van de oorlog viel wel mee. Later kwamen de haken en ogen. Boeren die hun melk niet meer kwijt konden vanwege de kapotte fabriek. Dat betekende voortaan zelf met een kan de melk halen. Tot je met kan en al in de sloot moest wegduiken door de beschietingen. Moeder zag het tafereel en huilde tranen met tuiten. “In 1944 en begin 1945 waren we ’s nachts veel in onze schuilkelder. De geallieerden konden het riviertje de Mark niet overkomen. Daar hadden de Duitsers zich ingegraven. Bij ons was wekenlang een commandopost. Van de lege hulzen heb ik later veel asbakken, stofblikken en kolenemmers gemaakt.” Via drukkerij Vermolen in Roosendaal belandt De Bont in het grafische vak. Vader schudt het hoofd. Wat moet van die jongen worden? Aanvankelijk wilde senior niet tekenen voor de tri-partitenovereenkomst voor een vervolgopleiding tussen cursist, patroon en ouder. Na twee kwartjes opslag kan Leo alsnog zijn diploma handzetter halen. Weekloon: 10,25 gulden. Door de toenemende inkomsten uit de muziek permitteert De Bont zich in 1947 een peperdure accordeon van duizend gulden. Lees het Gorinchems Nieuwsblad van 1949! Daar staat geschreven dat accordeonvirtuoos – inmiddels – soldaat Leo de Bont uit Brabant populaire melodieën ten gehore heeft Spelen in zijn vertrouwde oefenruimte. 16 gebracht. “Vader (56) en moeder (50) zijn vroeg gestorven. Uit een gezin met acht kinderen zijn alleen mijn jongste zus en ik overgebleven. Tussen ons zit 22 jaar. Samen met mijn vrouw hebben we de zorg voor mijn jongste zus Annie op ons genomen. We kregen zelf een zoon. Samen hebben we grote vakanties gemaakt. Van de Noordkaap tot
Blufpoker opent celdeuren Griekenland zijn we met de auto overal geweest.” Na de halte Brabants Nieuwsblad, waar Leo in de techniek meewerkend voorman is, geeft hij leiding aan de sociale werkplaatsen in Rucphen en later ook in Etten-Leur. Hij viert zich bot op het laten draaien van de machines. Leo krijgt bijna driehonderd mensen onder zijn hoede. Na 45 jaar en drie maanden werken wacht op zestigjarige leeftijd de VUT. Trots is De Bont op zijn inspanningen als voorzitter van de Volkshogeschool in Roosendaal, een initiatief vanuit de vakbond waar hij al driekwart eeuw lid van is. Hij tilt een organisatie van de grond met in de hoogtijdagen 51 docenten en 32 klassen. Ruim zeshonderd leerlingen volgen de lessen op allerlei gebied. “Een openhartoperatie in 1997 dwong hem rustiger aan te doen. Een jaar of vier geleden is de Volkshogeschool verdwenen. Erg jammer. Geraniums koop ik niet, daar wil ik niet achter zitten. Ik doe aan ouderengym en ben lid van een trimclub om te fietsen of wandelen.” Als muzikant is Jo de Bont nog steeds veelgevraagd. Hij is vaste gast in een verpleegtehuis voor licht demente bejaarden, dankbaar publiek. Op 26 februari zou hij spelen in buurtcentrum Fatimahuis te Roosendaal. Gaat de bijeenkomst niet door? Waart het virus corona door het land? Dan maar de accordeon gepakt in zijn eigen vertrouwde oefenruimte. Wat wil je horen? Het kleine café of Comment Ça Va? Als slotlied voor het Fatimahuis heeft Leo ingestudeerd: Rood, rood, rood zijn de rozen. Theo leoné 17 Paaszaterdag 1945. Zonder een schot, gaan in de Enschedese synagoge de celdeuren open. “Sie sind entlassen”. Vrij, eindelijk weer vrij? Hendrik Vloedbeld is zo van slag dat hij mopperend terugkeert. Hij klaagt dat bij de spullen die hij terugkrijgt het geld ontbreekt. Wegwezen! Aan een vaak wekenlang verblijf in de pikdonkere kelder van de synagoge komt voor 78 gevangenen een einde. Een pikdonkere kelder in de synagoge? De gevangenen wisten niet anders. In werkelijkheid bevonden de krappe cellen zich op de begane grond, onder de vrouwengalerij. Overbevolkt waren ze, het condens droop van de muren. Vijf maanden eerder had aannemer Floor de cellen gebouwd. Enkele dagen voor hun vrijlating was naar het verzet doorgesijpeld dat de gevangenen in waarschijnlijk een bus naar vliegveld Twente gebracht zouden worden. De afloop liet zich raden. Executies! Plannen worden beraamd om de bus of misschien vrachtwagens direct na vertrek uit de synagoge te overvallen. Op 31 maart om 14.00 uur betrekken acht gewapende verzetsstrijders panden nabij de synagoge. Wat gebeurt? Uit het niets arriveren tachtig Duitse militairen bij de synagoge. De bevrijdingsactie wordt daarop afgeblazen. Hoewel, niet helemaal. Chauffeur Bol van SD-er Knoop krijgt een ultimatum gericht aan de SD-ers Atler, Schöber en Knoop. Blufpoker! De drie lezen: Voor 19.00 uur AllE GEVANGENEN INVRIJHEID STEllEN Zoo niet, dan zullen alle SD-ers worden afgemaakt Vrolijke accordeonist in huize De Bont.
Schillen halen voor fles melk Angstig? Nee. Als kind wist je niet beter dan dat het land bezet was door de Duitsers. Je had geleer wat wel mocht en wat niet. En vooral: wat je niet moest zeggen of vertellen. De nieuwsgaring was nul komma nul. Dus wist je niet wat er in Nederland gebeurde, laat staan in andere landen. De stad Utrecht ondervond weinig schade. Wel hee het gebied rondom het Centraal Spoorwegstation in het derde en vierde oorlogsjaar diverse luchtaanv ondergaan. In dat vierde jaar begon men de bevolking uit te hongeren. Na de bezetting heb ik vernomen, dat er in de nach treinen met de vliegende bommen V1 stonden, v de aanvallen. Op 5 mei 1945 ging ik 's morgens met mijn karretje lopend van de Leliestraat naar de Vecht. Ik verzamelde in onze buurt schillen en had met een boer afgespr daarvoor een fles melk te krijgen. Toen ik thuiskwam, hoorde ik dat we bevrijd waren. Niemand holde juichend de straat op, want er woonden andersdenkende personen. Opletten wat er gebeur voorzichtig zijn. Na enkele dagen kwamen mijn emoties pas los, toen vliegtuigen voedselpakketten afgooiden. Ook natuurlijk toen de geallieerden Utrecht inreden. V over de Amsterdamsestraatweg. Toen kwam pas het gevoel dat we bevrijd waren. Als men van Normandië, via het westen van België naar Nederland rijdt, komt men ontzettend veel begraafplaatsen tegen. Vele honderdduizenden jonge mensen gaven hun leven voor onze vrijheid. DAT MOGEN WIJ NOOIT VERGETEN. Wim Beuving Wilhelmina in hout boven de voordeur In Haastrecht woonde ik, een dorp op vijf kilometer van Gouda, 5 mei 1945. Ons gezin, bestaande uit vader, moeder, acht kinderen tussen 13 en 1 jaar, plus een tante, was op 15 mei 1940 bij de grote brand in Kralingen, Rotterdam, dakloos geworden. Via kennissen en relaties vonden wij tenslotte onderdak in Haastrecht, in een voormalige dokterswoning. Op het moment dat het einde van de oorlog werd aangekondigd, hadden wij juist de Hongerwinter achter de rug. De laatste maanden van dat voorjaar waren wij aan het bijkomen door voedseldroppings in de weilanden in de buurt van Gouda. Ik herinner mij de kaakjes, hardgebakken scheepsbeschuit, verpakt in blikken trommels van naar schatting 20 x 20 x 40 cm. De blikken zijn nog tot jaren daarna gebruikt om allerlei nuttige dingen te maken. Voorts conservenblikjes met witte bonen met spek in tomatensaus. Bij veehouders uit de omringende polders konden we af en toe melk of zelfs biest en ook karnemelk krijgen. Het dorp was na de afkondiging van het einde van de oorlog 18 geweldig in feeststemming. Iedereen moest zijn steentje bijdragen voor een groot festijn dat binnen enkele dagen zou worden gehouden. Persoonlijk droeg ik bij tot de versiering van het dorp; dit betrof een gefiguurzaagd portret van koningin Wilhelmina. Dit portret was gemonteerd in een van de ovale lijsten boven de voordeur. Het werd van binnenuit verlicht door een spaarlampje, waarvoor wij toen weer stroom mochten gebruiken. In het dorpscafé, vijf huizen naast onze woning, heerste feestelijke drukte met goed belegde broodjes (en waarschijnlijk voldoende geestrijke drank). Op de dorpsstraat, vlak voor ons huis, stond de haringkar van Dries. Die haring werd ter plekke gefileerd en gegeten. Onze woning lag aan de Dijk langs de Hollandse IJssel. Aan deze Oude Dijk woonde ook dokter Bonga. Die had aan de weg een podium opgezet. Van de toneelstukken die hij opvoerde snapte ik niets. Piet van Damme
Onder aardappelzakken naar koeienboer Dalfsen Onderduiken! Eind 1944. Maak dat je weg komt, zei vader. Anders moet je de Arbeitseinsatz in, werken in Duitsland. Via diverse adressen kwam ik na enige dagen fietsen in Zwolle aan. Bij de IJsselbrug stonden Duitse soldaten. Iedereen werd streng gecontroleerd op de juiste papieren. Alleen mensen, die aan de overkant woonden, mochten er door. Ik werd op een handkar gelegd, lege aardappelzakken over mij heen, fiets er bij. Zo brachten verzetsmensen, die valse papieren hadden, mij naar de andere kant van de IJssel. Daar werd ik opgevangen door anderen, die mij naar een boer in Dalfsen brachten. Ik werd gastvrij ontvangen en ik voelde mij op mijn gemak. Alle facetten van het boerenleven maakte ik mee. Heel vroeg op, ook heel vroeg naar bed. Ik wist niet dat paarden, koeien en varkens de mens leerden herkennen. Dat was wel een bijzondere ervaring. Er waren in de omgeving van Dalfsen geen gevechtshandelingen. Maar als je overdag op het land werkte, hoorde je het gedreun van de motoren van de bommenwerpers, die overvlogen op weg naar Duitsland. Je had wel de doodsangst, als de Duitsers een V-1 lanceerden, dat was een oorverdovend lawaai. Je was bang dat zo’n vliegende bom naar beneden zou vallen. Er was vlakbij een lanceerplaats voor die V-1's. Op 25 maart 1945 werden door geallieerde vliegtuigen pamfletten uitgestrooid. Zij waren ondertekend door generaal Eisenhower en waren bedoeld voor de Duitse soldaten. Zo'n pamflet heb ik nog in mijn bezit!! In de nacht van 12 op 13 april braken er in de buurt van Dalfsen gevechtshandelingen uit. Voor de veiligheid hebben wij toen de koeien, paarden en varkens in het land gedreven. Wij waren bang dat ze een boerderij met vlammenwerpers in de brand zouden steken. Canadezen kwamen met enorme tanks Dat is gelukkig niet gebeurd. Op 13 april 1945 kwamen de Canadezen met enorme tanks Dalfsen binnen rijden. Ja, dat was een feest!!! Eindelijk vrij na vijf jaren. Je hoefde geen angst meer te hebben, om als onderduiker te worden opgepakt en afgevoerd. Dat gold natuurlijk ook voor de boer met zijn gezin, die mij vrijwillig onderdak hadden geboden. En nu naar huis. Ik verlangde wel naar mijn ouders! Direct terugkeren was helaas niet mogelijk. Er heerste een complete chaos in het verkeer. Half augustus kon ik pas naar huis terugkeren. Ik werd door mijn ouders hartelijk verwelkomd. Ze zeiden wel dat ik wel naar de koeien stonk. Ik was op tijd thuis om alle straatfeesten in Rotterdam te mogen meemaken. Zo'n programma heb ik nog in mijn bezit. Ja, nu kon je echt van je vrijheid genieten, je was VRIJ!!!!! Jan Eggink Voogdijkinderen in klederdracht te Hoensbroek hand in hand met hun bevrijders 19
Leven na Corona Dit jaar gedenken wij 75 jaar bevrijding van de bezetter die de macht over ons leven had overgenomen, van de terreur waarin wij gegijzeld waren, van het feit dat hardop denken al levensbedreigend kon zijn. Dat ineens het land, het leven, ons wezen weer van ons werd. We hingen de vlag uit, renden de straat op om feest te vieren, zoals hier in veel herinneringen wordt gememoreerd. Om vervolgens zo snel mogelijk aan de slag te gaan. Ieder van ons die voor, in of kort na de oorlog werd geboren kan zich het zich het elan herinneren: de hoop, de voortvarendheid, het enthousiasme dat het dagelijks leven tekende. Nederland herrees. Nooit mocht het meer gebeuren dat burgers tegen elkaar uitgespeeld zouden worden, nooit mocht er meer hongersnood zijn. Steen voor steen werd de wederopbouw een feit en werd onze unieke verzorgingsstaat vormgegeven. Gelatenheid door dood en verdrukking verkeerden in een kracht die bergen kon verzetten, steden uit de grond kon stampen. Er werd gewerkt, gebouwd, schouders eronder. Ook dit jaar zijn wij overvallen. Niet door een herkenbare vijand, iemand die je ergens de schuld van kunt geven, maar door een onzichtbaar, razendsnel om zich heen grijpend virus. Het is een oorlog die met alle moed van de wereld niet te winnen valt. De aanval vindt plaats op het werk, in de bus, op school, in de beslotenheid van het eigen huis. In radeloosheid zien familieleden elkaar via beeldschermen lijden. Ouderen vieren hun verjaardag in hun eentje. Bezoek van kleinkinderen kan niet meer. Doop, huwelijk, laatste eer: alleen de allernaaste familie mag erbij zijn. Vaak alleen een selectie van hen. Vluchten kan niet meer. Grenzen zijn gesloten. Vliegtuigen staan aan de grond. En de wereldhandel valt stil. Medicijnen zijn niet verkrijgbaar, IC afdelingen zijn overvol met patiënten die er soms 3 weken moeten blijven. Er is hoop: de toestroom van ernstig zieken lijkt wat te stabiliseren. Ook nu zal er een dag komen dat iedereen weer naar buiten mag. Uit vreugde wordt ook nu misschien wel de vlag uithangen. We gaan feesten op straat. De terrasjes gaan open, het is waarschijnlijk zomer: pleinen, zwembaden, stranden zijn overvol. In dit bevrijdingsnummer vragen we ons daarom af: wat zullen degenen straks ervaren die nu hebben meegemaakt hoe vrijwel de hele wereld plotseling werd lamgelegd, van China tot en met de verenigde Staten. Wat zullen de getuigen van deze pandemie zich straks herinneren? Hoe gaat de wereld zich ontwikkelen na de schrik van de Coronacrisis? Zal de samenleving blijvend veranderen door deze crisis? Zal de wereld digitaler, slimmer, nationaler, stiller of wellicht socialer worden? Of blijven we gewoon doen wat we al jaren deden? Nicoline Maarschalk Meijer besprak met drie creatieve denkers het leven na het 'kantelpunt' Corona. 20 ‘Ik schep graag ruim Joost Röselaers (1979) is predikant van Vrijburg in Amsterdam-Zuid, een kerk waar Remonstranten en Vrijzinnig Hervormden de nadruk leggen op duiding van het geloof in bredere, vaak filosofische zin. Of, zoals Röselaers het zelf noemt: ‘geraakt worden door het Bijbelse verhaal’. Eerder (2013- 2017) was Röselaers predikant van de Nederlandse Kerk in Londen van waaruit hij de Nederlandse City Lunches (NCL) organiseerde. Daardoor werd de kerk een vaste plek van ontmoeting en zingeving voor alle Nederlanders in Londen – kerkelijk of niet. Vanuit Londen bleef hij actief deelnemen aan het publiek debat in Nederland. Niet zomaar noemde Elsevier hem in 2017 een van de vier meest toonaangevende moderne dominees. Röselaers, die ook in de uitvaart van ‘onze’ PGB-bestuurder Freek Busweiler voorging, deelt zijn visie vaak in opiniestukken. Hij legt verbanden tussen Bijbelteksten en literatuur en poëzie. Daarbij betrekt hij graag de actualiteit en de ‘onmaakbaarheid’ van het leven, een favoriet thema. Hij verzet zich tegen de maakbaarheidscultus van deze tijd, waarbij naar zijn mening mensen teveel op zichzelf worden teruggeworpen. ‘We hoeven ons niet te maken,’ vindt hij. ‘We
de veertiende eeuw toen de schepen veertig dagen voor de kust van Venetië moesten wachten vanwege de pestepidemie. ‘Hoe merkwaardig kan het zijn…’ Hoe pijnlijk en kwetsbaar deze tijd voor velen ook is: de afstand van elkaar en van het alledaagse biedt ook ruimte om jezelf vragen te stellen over het leven dat we zo normaal vinden. Is het wel zo wenselijk dat we onze productie hebben uitbesteed aan landen als China? Is het wel nodig dat we in één week vliegen van Tokyo naar Genève om via Londen en New York naar Amsterdam te gaan? Ten koste van wat doen we dat eigenlijk? ‘Misschien moesten we maar eens in mentale quarantaine gaan,’ zegt Röselaers. ‘Dat biedt ruimte om jezelf vragen te stellen. Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Hoe wil ik leven na deze quarantaine? Waar zal ik mij op richten?’ Hij wijst op de paradox van deze periode: ‘We moeten fysiek afstand houden, maar we komen elkaar zeer nabij. Thuis, in het gezin, met alle kansen en zorgen die daarbij horen, maar ook daarbuiten. We nemen de tijd voor een goed gesprek. Er is aandacht. Opeens hebben we veel minder ongelofelijke haast.’ mte voor wat groter is dan wijzelf’ zijn al gemaakt.’ Hij schept juist graag ruimte voor ‘wat groter is dan wijzelf’. Röselaers: ‘Tegenwoordig willen we allemaal ons eigen leven maken en aan de wereld tonen. Je moet jezelf verwezenlijken, op heel veel fronten. Er zit zo weinig ontspanning in.’ Hij heeft moeite met de houding van ‘het kan allemaal’. Het credo dat een crisis er is om ‘beter’ van te worden. ‘Je kunt ook aanvaarden dat somberte erbij hoort.’ Hij denkt dat geloof ontspant: ‘Je wordt gezien. Je bent gemaakt. Het haalt je uit de ik-gerichtheid.’ Veertig dagen Als we elkaar spreken, vlak voor Pasen, aan de vooravond van de Stille Week, zitten we in de Veertigdagentijd, voor katholieken de Vastentijd, een verwijzing naar het oerverhaal uit de Bijbel waarin het Joodse volk door de woestijn moet trekken naar het beloofde land. Maar de woestijn is meer dan een gebied op de kaart, zegt Röselaers. ‘Het is ook een beeld dat staat voor een periode van bezinning. Soms kies je er vrijwillig voor om even afstand te nemen van het alledaagse. Soms word je gedwongen, zoals in deze periode van quarantaine.’ Het woord quarantaine, legt hij uit, komt van het Italiaanse ‘quanranta giorni’, veertig dagen. Het stamt uit Eindelijk tijd voor ‘niet doen’ Röselaers ziet dat mensen ook dichter bij zichzelf komen. ‘Eindelijk komen we toe aan het “niet-doen”. Aan contemplatie. Aan aandacht voor de natuur, die in bloei staat – Corona of niet. Aan vogels in de tuin die eerder nooit opvielen. Als er iets is wat deze crisis ons laat zien, is dat onze kwetsbaarheid en afhankelijkheid. We worden als mensen op onszelf teruggeworpen. Om te hervinden wat essentieel is.’ Hij hoopt dat we na de crisis niet alleen terug zullen denken aan deze quarantaine als een periode van economische rampspoed en eenzaamheid, maar ook als een tijd waarin de verbeelding de ruimte kreeg en waarin wij dichter tot elkaar kwamen. ‘Het volk in de woestijn hield het vol vanwege de hoop dat deze wereld zoveel menselijker kan. Als deze crisis daartoe bijdraagt, dan is het misschien toch niet allemaal voor niets geweest. We zijn méér dan de omstandigheden waarin we ons nu bevinden.’ Het merkwaardige van deze periode, zegt Röselaers, is dat oude concepten zomaar een nieuwe betekenis krijgen. ‘Veertigdagentijd in quarantaine, “40-aine”, zo meteen de Stille Week: hoe stil zal het zijn op straat en in de kerken? En als de Express uitkomt, zijn we op weg naar Pinksteren. Tussen Pasen en Pinksteren zitten de leerlingen thuis, opgesloten in hun huis. Ze leven in angst, weten niet hoe het verder moet. Maar dan, opeens, gaan de deuren open en gaan ze eindelijk de straat weer op, na vijftig dagen. Dan vieren we Pasen en Pinksteren ineen, want het leven is sterker dan de dood! Wat een mooi vooruitzicht toch? Laat het ook voor ons Pinksteren worden!’ 21
Na corona gaat alles op de schop Adjiedj Bakas (1963, Nickerie, Suriname) is er helemaal klaar voor: de Nieuwe Renaissance komt er aan. Wat dat betekent moeten wij niet onderschatten. Een tweede industriële revolutie. Een omwenteling veroorzaakt door spectaculaire ontwikkelingen op gebied van digitalisering en energie transitie. De wereldwijde coronacrisis heeft dit ingrijpende veranderingsproces versneld . Volgens Bakas, Nederlands meest bekende toekomstkijker, wordt het ‘Tweede Machinetijdperk’ - zoals hij de nieuwe wereldorde noemt - veel ingrijpender dan de industriële revolutie, de Amerikaanse burgeroorlog en de Frans-Duitse oorlog bij elkaar. ‘Mensen houden niet van toekomst. Ze willen liever dat alles nog 30 jaar hetzelfde blijft. Maar de komende 50 jaar zal meer verandering brengen dan de afgelopen 500 jaar.’ Hij voorziet dat de hele wereld op de schop gaat. Staatsinrichting, arbeidsmarkt, beveiligingssystemen, sociale organisatie, gezondheidszorg. ‘Jaren geleden heb ik de ingrijpende verandering van de arbeidsmarkt voorspeld, die zich gedeeltelijk al heeft voltrokken. De explosieve toename van ZZP’ers is al jaren aan de gang. Door crisis en “social distancing” zijn de ontwikkelingen in een stroomversnelling geraakt. In 2024 heeft nog maar 40% van de mensen een volledige vaste baan. De toekomst is een hybride samenleving waar loondienst en ZZP samengaan. Over 20 jaar is 47 % van de huidige banen opgeheven.’ Basisinkomen Vooral middelbare banen gaan volgens Bakas verdwijnen. ‘Niet-routinematig werk kan nu door machines worden overgenomen: het opstellen van documenten, eenvoudige rechtspraak, het schrijven van sportverslagen en beursberichten. Zelfrijdende auto’s zijn er al.’ Veel mensen zullen hun werk verliezen. Dat maakt, volgens Bakas, de invoering een basisinkomen voor iedereen, zoals in Zweden al bestaat, en ‘vlaktaks’, zoals in Polen, urgent in plaats van het huidige oerwoud aan toeslagen. ‘Nu zoveel mensen in acute nood verkeren, zien we dat de overheidsbureaucratie niet meer goed functioneert. Van belastingdienst tot 22 CBR, overal zijn manco’s. Aanvragen duren te lang. We moeten de overheidsmachinerie slimmer en eenvoudiger gaan organiseren, zodat het geheel makkelijker bestuurbaar, wendbaar en crisis-proof wordt.’ Om aan de eisen van het Tweede Machine tijdperk te kunnen voldoen, is permanente educatie een must. ‘Er komt een eind aan de diploma democratie. Technische kennis is niet langer dan 5 jaar houdbaar. Onderwijs zal ook anders georganiseerd moeten worden. Veel digitaler en persoonlijker, meer leerling gericht.’ Bakas wil zeker niet zeggen dat er uitsluitend academici nodig zijn. Hij voorziet juist een herwaardering van vakopleidingen. ‘We hebben nu gezien dat juist soft skills niet door machines te vervangen zijn.’ Hij doelt op de handen aan het bed, het blauw op straat, postbodes, menselijk contact. ‘En het wordt tijd dat we onze boeren en tuinders herwaarderen. We hebben gezien hoe kwetsbaar de transportketen is. We zullen meer nationaal gaan produceren.’ Adjiedj Bakas, trendwatcher, auteur, spreekt in Waarder. Foto: ANP. Marlies Wessels Boeken, puzzels en spelletjes Bakas ziet sowieso een herontdekking van het platteland. ‘Door de lock-up heeft het telewerken een boost gekregen. Met hulp van 3D-printers en robotica en een opleving van ambachtelijkheid kunnen we veel meer regionaal en lokaal produceren.’ De trek van jonge professionals en startups Het leven wordt niet bepaald Filosofe Alinda Stok voorziet na de corona-crisis een integrale inhaalslag van duurzame innovatie, zowel in het bedrijfsleven als bij (semi)overheden. Maar de weg om dat te bereiken zal niet eenvoudig zijn. Het vergt een ‘mensgerichte strategie’ in plaats van nog meer nieuwe technische oplossingen. Alinda Stok (1987) specialiseerde zich aan de Radboud Universiteit Nijmegen in de metafysica waarbij ze zich toespitste op het verband tussen authenticiteit en ervaringen van onveiligheid en existentiële angst. Zij combineerde dit met een master aan de kunstacademie Utrecht waar zij zich richt op creativiteitsprocessen. In haar huidige werk als filosofisch adviseur in creativiteits- en transitieprocessen vallen beide studies samen. Ze begeleidt bestuurders bij innovatie-, transitie-, samenwerking- en duurzaamheidstrajecten bij bedrijven en (semi)overheid. Alinda verwacht dat, na de crisis, de roep om ‘vernieuwing’ nog groter zal worden. Het verlies van controle en grip heeft ons geconfronteerd met het feit dat de wereld, zoals we die kenden, abrupt op losse schroeven kan komen te staan. Systemen voldoen eenvoudig niet meer. Het virus toont aan dat de economie, de samenleving als geheel niet volledig controleerbaar is. Dat raakt direct aan de geldende illusie van maakbaarheid. De Corona-crisis leert ons dat het leven niet wordt bepaald aan de tekentafel maar gevormd wordt door ervaringen en kantelpunten die we allerminst in de hand hebben.’ ‘Al voor de Corona-crisis zag je dat er in diverse sectoren zoals de zorg, het onderwijs, en een aanzienlijk aantal bedrijfstakken crises in verschillende vormen en gedaantes ontstonden. Deze tijd doet letterlijk “afbreuk” aan de concepten zoals wij die gekend hebben.’ Een voorbeeld: ‘Het is bekend dat de
naar gezond en vitaminerijk eten, naar geestelijk leven, zingeving en spiritualiteit. Mensen blijven vaker thuis. De vraag naar boeken, puzzels en gezelschapsspellen zal daardoor toenemen.’ Ook financieeleconomisch heeft de Nieuwe Renaissance naar krimpgebieden, die al gaande is door hoge huizenprijzen en kosten van levensonderhoud in de Randstad, neemt een vlucht. ‘Mensen hebben de stilte ontdekt. Ze zoeken een betere balans tussen werk en vrije tijd. De pandemie heeft het belang van geestelijke en lichamelijke weerstand getoond. Er zal meer hang zijn volgens Bakas impact: ‘Klein is het nieuwe groot. Er wordt gewerkt vanuit kleine, steeds wisselende verbanden, met inzet van robotica en artificiële intelligentie. Organisaties van de toekomst zijn nagenoeg plat. Woonwerkverkeer wordt veel efficiënter door inzet van kleine d aan de tekentafel grenzen van het kapitalisme zijn bereikt. We moeten ons dus herstructureren, maar hoe doe je dat binnen een systeem dat kapitalistisch aangedreven is?’ Het zijn de problemen die Alinda vaak tegenkomt bij de begeleiding van bestuurders in transitietrajecten. ‘Het gaat vaak om diepgewortelde denkpatronen die aan de basis van organisaties liggen. Daar bovenop heb je ook nog te maken met de juridische kaders en overheidssystemen met – soms achterhaalde – randvoorwaarden voor de regulering van de samenleving. ‘In principe zijn organisaties extern, marktgericht. Maar verandering kun je alleen van binnenuit controleren. Op de buitenwereld heb je nu eenmaal geen grip.’ Menselijk systeem De ontwikkelingen vragen om integrale verandering, maar dat proces is zeer complex. Bijkomend probleem is dat organisaties hun innovatiebehoefte vaak verkeerd definiëren. ‘Als je vraagt: wat versta je onder innovatie, dan blijkt dat bestuurders vaak productgericht denken. De oplossing wordt gezocht in apparatuur of IT systemen. Maar het gaat om het menselijke systeem. Met deze misvatting gaat veel geld verloren. Het is nieuwe wijn in oude zakken. Innoveren binnen oude concepten gaat niet lukken. Uiteindelijk stagneert het proces omdat men nog steeds niet weet hoe men zich tot de nieuwe doelen moet verhouden.’ Angst voor het onbekende en hang naar wat vertrouwd is spelen hier volgens Alinda een rol. De Coronacrisis kan ons leren dat herdefiniëring en herstructurering in een wendbaarder, meer menselijk systeem cruciaal is voor een duurzame organisatie. ‘Het gaat om verandering in vormen van denken en procesinrichting. De uitdaging is om als organisatie antwoord te kunnen geven op de vraag wat innovatie of duurzaamheid betekent en hoe hier procesmatig vorm aan te geven.’ Filosofen, legt Alinda uit, bevragen het denken. Wat is de betekenis van de grondgedachte waarop de gehele organisatie zich inricht, opbouwt en naar elektrische vliegtuigjes met een actieradius van 400-1000 meter, die bij vrijwel iedere middelgrote plaats kunnen stijgen en landen omdat ze daarvoor maar 300 meter nodig hebben. Arbeidsmigratie binnen Europa is dan verleden tijd.’ Oplossingen voor de klimaatcrisis zullen met meer realiteitszin worden benaderd: ‘Nu buurlanden juist op gas overstappen, zal de gas-haat in Nederland omslaan in opnieuw omarmen van natuurlijk gas als onderdeel van een (mondiaal) hybride systeem waar andere vormen en bewerkingen van fossiele brandstoffen mixen met duurzaam schaliegas en kerncentrales die werken op thorium. Duurzame huishoudens wekken hun eigen energie op met zonnepanelen en andere duurzame middelen.’ In zijn boek ‘ Vermetel; Leven met Lef ‘benadrukt hij dat men moet veranderen om zichzelf te blijven. ‘Niet de sterkste dieren overleven. Wel degenen die zich het beste aanpassen. Kwallen overleven al 650 miljoen jaar, zonder hersens. Er is nog hoop’ buiten toe communiceert? Ik kan als filosoof bedrijven adviseren bij het vinden van deze antwoorden.’ Ze ontleedt met het bestuur de eigen organisatiestructuur totdat de kern van de organisatie is blootgelegd en het mogelijk is aan de opbouw te beginnen van een organisatie die de valkuilen in een nieuwe onzekere markt aankan. ‘De volgende stap voor organisaties is dan om de verandering van binnen uit te gaan begrijpen.’ 23
Vragen aan Pensioenfonds PGB Vraag Ik ontvang pensioeninformatie het liefst per post en behoor tot de kleine groep die geen liefhebber is van digitaal verkeer. Dit betekent dat ik geen nieuwsbrief krijg van Pensioenfonds PGB. Waarom wordt de nieuwsbrief niet geprint? Het pensioenfonds moet zich toch houden aan de wettelijke regels op het gebied van communicatie? Antwoord Om met uw laatste vraag te beginnen: We vinden het heel belangrijk dat u geen belangrijke informatie mist. En daarover hoeft u zich geen zorgen te maken. Alle belangrijke informatie – zoals de wettelijk verplichte informatie – ontvangt u op papier als u niet digitaal met ons wilt communiceren. Dat gaat dan óf via een brief, óf via het magazine PGB Beeld. Onze nieuwsbrief versturen we inderdaad alleen digitaal. Een digitale nieuwsbrief is sneller en gemakkelijker te maken en is ook goedkoper te versturen dan een papieren nieuwsbrief. Het printen en versturen van de nieuwsbrief voor de kleine groep die dit wil, levert naar verhouding veel extra kosten op. Dat geld kunnen we dan niet aan andere dingen besteden. Belangrijke informatie komt bovendien terecht in PGB Beeld. We begrijpen uw wens en die van andere deelnemers om ook op papier actuele informatie te ontvangen. Dat gaan we doen via PGB Beeld. Dat verschijnt vanaf dit jaar zowel in het voorjaar als in het najaar. Zo kunnen we ook op papier actueler informeren. Eveneens nieuw vanaf dit jaar is de 24 optie om het magazine juist níet meer op papier te ontvangen, maar uitsluitend digitaal. Ook daarmee voldoen we aan een wens van veel deelnemers. Alle deelnemers kunnen vanaf eind vorig jaar zelf via mijnpgbpensioen.nl hun voorkeur voor digitaal of papier veranderen. Vraag Waarom vertelt u niet duidelijker dat het verhogen van pensioenen ook belangrijk is voor deelnemers die nog pensioen opbouwen? Nu lijkt het alsof dit alleen belangrijk is voor deelnemers die pensioen ontvangen. Antwoord Het verhogen van pensioenen om zo de inflatie bij te benen – ‘indexeren’ - is belangrijk voor alle deelnemers, niet alleen voor mensen die al pensioen ontvangen. Wie pensioen ontvangt, merkt het direct in zijn portemonnee als de pensioenen niet meegroeien met de prijzen. Wie nog geen pensioen ontvangt, merkt dat pas op termijn. Jarenlang uitblijvende indexatie holt ook de pensioenopbouw van werknemers uit, van jong tot oud. Dat is zeker zo, en dat melden wij ook regelmatig. We merken als pensioenfonds dat het soms best lastig is om uit te leggen waarom er niet geïndexeerd kan worden, ook niet in de jaren dat de pensioenpot almaar groeide. De rente speelt hierin een heel belangrijke rol. We hebben onlangs een filmpje gemaakt om uit te leggen hoe dat zit. U kunt U stelde een aantal vragen aan Pensioenfonds PGB. Hieronder leest u de antwoorden van het pensioenfonds. dat filmpje bekijken op de website van Pensioenfonds PGB. U gaat dan naar ‘over Pensioenfonds PGB’ en vervolgens naar ‘financiële situatie’. Vraag Naar mijn idee moet er maximale druk worden uitgeoefend op alle betrokkenen om de rekenrente af te schaffen. Hoe kijkt het pensioenfonds daar tegenaan? Antwoord In het huidige pensioenstelsel is zekerheid erg belangrijk. Het toegezegde pensioen moet zo zeker mogelijk zijn, zodat er maar een kleine kans is dat het pensioen omlaag gaat. Om die zekerheid te kunnen bieden, zijn de regels de afgelopen jaren heel strak gemaakt. Daarom moeten we én rekenen met een risicovrije rente én een flinke buffer hebben voor we deelnemers iets extra mogen geven om de stijgende prijzen op te vangen. Omdat de risicovrije rente nu heel laag is, zijn met name gepensioneerden bang dat
de huidige regels ervoor zorgen dat pensioenfondsen te zuinig moeten zijn. Maar wij kunnen niet in een glazen bol kijken en weten niet of dat zo zal zijn. We hebben wel vraagtekens gezet bij de noodzaak om én te rekenen met een hele lage rente én ook nog een hele hoge buffer te moeten aanhouden. Je kunt je afvragen of dat niet te streng is. Als pensioenfonds denken we verder dat als er een nieuw pensioenstelsel komt waarin pensioen minder zeker is, er ook een reden is om met een minder risicovrije rente te rekenen. Wij benadrukken daarom ook het belang van de verdere uitwerking van een nieuw stelsel. Maar, als pensioenen onzekerder worden, neemt ook de kans op een verlaging van de uitkering toe. Dat merken de gepensioneerden dan ook meteen in hun portemonnee. Vraag Ik las in de krant dat er een nieuwe deal is voorgesteld waarbij het idiote 0% rendement tot een aanvaardbaar percentage wordt opgeschroefd, waartegenover staat het opgeven van bepaalde "zekerheden" van de gepensio-neerden. Waar die dan over gaan is me nog niet duidelijk geworden. Misschien kunt u daarover enige duidelijkheid verschaffen? Antwoord Vorig jaar hebben vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers en kabinet een akkoord gesloten over de uitgangspunten van een nieuw pensioenstelsel. In dat nieuwe stelsel moeten pensioenen meer meebewegen met de economie. Bij pensioen zijn er bijvoorbeeld rekenregels om te zorgen dat het pensioengeld eerlijk wordt verdeeld. Een ander voorbeeld zijn voorschriften voor informatie over pensioen. Ook zijn er allerlei fiscale regels. Daarnaast Vraag Ik begrijp niet waarom de overheid zich bemoeit met de pensioenen. Dat is toch een aangelegenheid voor de werkgevers en werknemers? Antwoord Pensioen is zeker een kwestie van werkgevers en werknemers. Maar de overheid heeft ook een taak. De overheid zorgt voor een wettelijk en financieel toetsingskader. Dat doet de overheid om te zorgen dat er algemene regels zijn, waar iedereen zich aan houdt. Net zoals er ook regels zijn over arbeidstijden of het minimumloon. Zolang je uitgaat van een toegezegd stabiel pensioen, moet je elk jaar berekenen hoeveel vermogen je nodig hebt om dat pensioen in de toekomst te kunnen uitbetalen. Om de rekensom te kunnen maken moet je uitgaan van het rendement op de pensioenbeleggingen, ‘de rekenrente’. De rekenrente is volgens wettelijke regels van de politiek gebaseerd op de risicovrije marktrente. Omdat die marktrente nu al jaren extreem laag is (en nu net boven 0% zit), hebben pensioenfondsen veel geld nodig om te kunnen aantonen dat ze de toegezegde pensioenen kunnen uitbetalen. Dat is allemaal om te zorgen dat het pensioen in de toekomst met zoveel mogelijk zekerheid uitbetaald wordt. De stuurgroep die het pensioenakkoord verder uitwerkt, denkt nu na over de vraag hoe dit in het nieuwe stelsel geregeld moet worden. Past de huidige rekenrente wel bij een minder zeker pensioen? Moet de rekenrente misschien helemaal losgelaten worden? Wat hiervoor bedacht wordt, is nog niet duidelijk. Maar wel is duidelijk dat het pensioen in het nieuwe systeem variabeler wordt. Dat wil zeggen dat het pensioen meer meebeweegt met de economie. Hoeveel onzekerder het pensioen van de gepensioneerden wordt, is afhankelijk van de manier waarop dit precies wordt uitgewerkt. heeft de overheid invloed op pensioen omdat pensioen belastingvrij wordt opgebouwd. Vraag Hoe kunnen we de invloed van de deelnemers van het pensioenfonds vergroten? Antwoord Deelnemers hebben via de Vereniging van Gepensioneerden (VVG) en vakorganisaties FNV, CNV en NVJ invloed op het pensioenfonds. Deze organisaties dragen kandidaten voor het bestuur van het pensioenfonds voor. En ze benoemen vertegenwoordigers in het verantwoordingsorgaan. Het verantwoordingsorgaan houdt samen met de raad van toezicht intern toezicht op het pensioenfonds. Bent u geïnteresseerd om kandidaat te worden van het verantwoordingsorgaan? Meldt u zich dan aan bij uw vakbond of de VVG. Ans Bouwmans Manager Communicatie Pensioenfonds PGB 25
Piet van der Harst (1949) pinkt een traan weg. Is ontroerd over de wijze waarop Nederlanders vluchtelingen uit Syrië helpen. laten we wel wezen, de stemming in ons land is niet altijd positief. Bij zijn vluchtelingenwerk voor statushouders in Zutphen doet Van der Harst echter louter positieve ervaringen op. Scholieren heten Syriër met schilderij warm welkom in Zutphen “Met een jongeman kwam ik bij de oude watertoren. In het gebouw zijn in drie lagen appartementen gemaakt voor alleenstaanden. De vrouw die daar woonde trok in bij haar vriend in Nijmegen. De ronde woning was prachtig betimmerd door de vader van de vrouw. Ze zei: “Alles wat je wilt mag je hebben, ook de kasten.” Geweldig toch? De vrouw werkte in het onderwijs. Haar leerlingen hadden voor de Syriër een cadeautje gemaakt: een schilderij met Welkom in Zutphen. Zo mooi.” Actief als belastingconsulent. In de jaren 2014 – 2016 werkte Van der Harst als vrijwilliger voor Vluchtelingenwerk. Maakte zo’n twintig huishoudens van Syrische komaf wegwijs in Zutphen. Een hersenbloeding dwong hem om rustiger aan te doen. Nog steeds is hij – in een langzamer tempo dan voorheen – actief binnen de FNV“De drie kinderen volgen opleidingen voor dienstverlening, zorg en verkoop. Geweldig om te zien hoe de mensen hun ontzettende best doen om mee te doen in de samenleving.” 26 belastingservice. “Op statushouders komt heel wat af. Als vrijwilliger bekijk je samen de toegewezen woning. Is alles in orde, moet er wat gerepareerd worden? De meterstanden moeten worden opgenomen, de formulieren correct ingevuld. Tegen de kennismaking met de buren keek ik in het begin erg op. De reacties van de Zutphenaren vielen me ontzettend mee. De media zouden meer aandacht moeten geven aan alles wat wel goed gaat. De huidige toon is te negatief.” Van der Harst put moeiteloos uit zijn positieve ervaringen. Noemt het homostel dat uit elkaar ging en de woning moest verlaten. Heel de inboedel was voor de nieuwe Syrische bewoner – behalve dan de televisie. Verrassend is hoe snelle hulp kaal beton in een gezellig thuis kan veranderen. “We bekeken de woning. Volstrekt leeg, de vloer van beton. De verhuurder had het appartement volledig gestript omdat de vorige bewoner er een zooitje van had gemaakt. Een week later kwam ik kijken hoe het met de familie ging. Onvoorstelbaar, ik wist niet wat ik zag. Met de hulp van anderen hadden ze binnen een week de woning helemaal opgeknapt. Samen met wie? Geen flauw idee. Hun drie kinderen volgen nu de opleidingen voor dienstverlening, zorg en verkoop. Geweldig om te zien hoe de mensen hun ontzettende best doen om mee te doen in de samenleving. Via de app houd ik nog steeds contact met deze familie.” Van der Harst komt in 1949 ter wereld op Scheveningen. In zijn jonge jaren staat hij voor de keuze Mulo of drukkersvak. Met het diploma van de Haagsche Grafische Vakschool gaat hij aan de slag bij drukkerij Levisson in Rijswijk. Daar worden vakbladen als Graficus geproduceerd. “Mijn oom was boekdrukker. Liet mooi werk van hem zien. Dat wilde ik ook wel. Wat ook meespeelde, was dat mijn oom duiven hield. Ik liet een ei bij een buurman uitbroeden en kreeg zo mijn eigen duif.” Het werk aan de pers levert Van der Harts minder plezier op dan hij verwachtte. Al die chemie, het stof, de vieze handen. Meer trok de handelskant, calculatie en verkoop. In de avonduren voltooide de Scheveninger achtereenvolgens handelsschool, mavo en havo. Met als toetje het grafisch kostprijsdiploma en de grafische staf- en kadercursus.
Op acht jaren bij Levisson/VGI volgen twee jaren drukkerij Havé in Groningen. Dan volgt de overstap naar Veenman in Wageningen (1976 – 1982), later te Ede (1998 – 2004). Mooie bedrijven allemaal. De Groningers reizen grootscheeps af naar Den Haag om Piets huwelijk met Tineke van der Hoeven te vieren. Ook de binding onder de Veenmannen is hecht. Een clubje komt nog steeds bijeen. Tussen de twee periodes Veenman ligt het intermezzo Walburg Pers. Voor de gerenommeerde uitgever in Zutphen zal Van der Harst zeventien jaar werken. Wel een verandering. Voortaan verschijnt hij keurig in het pak. Wat moet je ook met zo veel advocaten, rechters en bestuurders als klant? “Bij Walburg beleefde ik een gouden tijd. We zaten op een mooie plek en hadden goede klanten. Met een clubje van tien deden we mee aan de Staatsloterij. Wonnen we zowaar tienduizend gulden. Duizend per man!” Toen Veenman in 2004 de beslissing nam naar Rotterdam te verkassen, besloot Piet niet mee te gaan. Waarom naar het drukke westen? Het toeval hielp een handje want door een contact bij de Walburg Pers kon Van der Harst snel aan het werk bij de Verenigde Offset Bedrijven in Hardenberg. Tot 2011 zal Piet aan de VOB verbonden blijven. Om de reiskilometers te bekorten; Hardenberg ligt dik een uur van Zutphen, betrekt hij een caravan bij een boer in de buurt. “In de winter moest ik de caravan uit. Toen hebben we een stacaravan in Diffelen gekocht. Die keuze was jarenlang erg handig voor de kleinkinderen.” Theo leoné Op de Grafische vakschool in Den Haag. Wonen in de oude watertoren. 27
Uitslag enquete VVG - PGB Najaar 2019 In het najaar hebben wij een enquête onder onze leden gehouden die door meer dan 4000 leden werd bekeken en door meer dan 2250 leden volledig werd ingevuld. De belangrijkste resultaten vindt u op deze pagina’s. De volledige uitslagen vindt u op onze website www.vvgpgb.nl Het verheugt ons dat zoveel leden onze enquête hebben ingevuld en we doen ons best om daar waar mogelijk rekening te houden met uw voorstellen, wensen en ideeën. Algemeen Ruim driekwart van de respondenten vond dat wij de belangen van onze leden goed behartigen. Een aantal wist het niet precies. Slechts enkele van onze leden was hier niet tevreden over. Een aantal leden vond dat we meer naar buiten zouden moeten treden en meer druk op de regering zouden moeten leggen, zoals b.v. de boeren met hun trekkers en bouwers en onderwijzend personeel heeft gedaan. Leden vinden ook dat wij moeten zorgen dat hun pensioen niet wordt verlaagd. Zij vinden dat zij het verdiend hebben dat wij goed voor hen opkomen. Mensen zijn dikwijls al jong aan het werk gegaan en hebben heel hun leven keihard gewerkt en verwachten nu dat wij alles in het werk stellen om zo goed mogelijk voor hen op te komen. Over de hoogte van de contributie is het merendeel van onze leden nog steeds volop tevreden. Ledenvergadering Onze ledenvergadering wordt slechts door een klein deel van onze leden die aan de enquête hebben meegedaan bezocht. Hiervoor werden een aantal redenen opgegeven zoals wonen in het buitenland, materie te ingewikkeld, reiskosten, vakantietijd in het voorjaar, afstand. Bijna 74 % Van hen was tevreden over het geboden programma. Over de locaties waar de vergaderingen plaatsvonden wordt verschillend 28 gedacht. Sommige leden vinden het te ver weg en zouden graag zien dat we bijeenkomsten in de regio houden. Wij hebben inmiddels besloten om, in principe aan het eind van dit jaar een regiobijeenkomst te organiseren. Over het geboden programma was men over het algemeen tevreden. Echter iemand schreef graag een lunch en het ludieke optreden te willen inruilen voor een hoger pensioen. Bijna de helft is ook geïnteresseerd in andere zaken dan alleen pensioenen. Men denkt hierbij met name aan verzekeringen en belastingen. Communicatie Leden stellen het op prijs dat ze goed worden geïnformeerd d.m.v. de ExPress, maar zijn vooral geïnteresseerd in het feit dat hun pensioenen weer worden geïndexeerd. Een aantal mensen wil zelf wel iets schrijven voor de ExPress. Met hen nemen wij, voor zover wij beschikken over hun naam en adres, contact op (de naam, adres, woonplaats gegevens werden niet door alle leden achtergelaten). Onze website wordt bezocht door driekwart van leden die de enquête hebben ingevuld. De meesten zoeken naar actueel nieuws over pensioenen en zijn tevreden over de gevonden informatie. Voor het leggen van contacten met oudcollega’s via b.v. facebook hadden de meesten geen belangstelling. De nieuwsbrieven worden door het merendeel van onze leden gewaardeerd. Ook was men zeer tevreden over de onderwerpen en de frequentie hiervan. Voordeelacties Over voordeelacties waren onze leden zeer verdeeld. Bijna de helft heeft geen interesse en als er interesse is, heeft men alleen belangstelling voor de mogelijkheid van het afsluiten van de zorgverzekering bij VGZ. De resultaten van de enquête worden gepresenteerd tijdens de eerstvolgende ledenvergadering. Wij hopen dat deze in oktober gaat plaatsvinden. Leden die hebben aangegeven iets te willen doen voor de vereniging of iets willen schrijven krijgen van ons persoonlijk bericht of hebben dat
inmiddels ontvangen. Mocht u n.a.v. de uitslagen van deze enquête nog vragen hebben dan kunt u contact opnemen via het mailadres redactie@vvgpgb.nl Geer Meershoek 29
Vragen van onze leden In onze uitnodiging voor de Algemene ledenvergadering, die gepland was op 14 april, hebben wij aangegeven dat u vragen kon indienen die zouden worden beantwoord tijdens deze vergadering. Hieronder behandelen wij alvast enkele van de door u ingestuurde vragen. Vraag 1 Uitleg over de rekenrente Veel van onze leden worstelen met de vraag hoe het nu precies zit met de rekenrente omdat de pensioenen niet worden geïndexeerd vanwege de wijze waarop met de rekenrente moet worden omgegaan. Kunt u nogmaals uitleggen waarom dit zo is en waarom dat specifiek voor Nederland geldt? Antwoord De pensioenstelsels in Europa zijn voornamelijk nationale aangelegenheden, zowel qua systeem als regels die worden gehanteerd. Dat vinden de landen ook belangrijk, dat ze er zelf over gaan. Nederland heeft een solide stelsel, we sparen voor onze toekomstige pensioenen en er is streng toezicht (onder meer van De Nederlandsche Bank) met strenge regels, bijvoorbeeld op gebied van rekenrente. Bij de Nederlandse pensioenstelsels moet de indexatie worden betaald uit het ‘overrendement’, zeg maar de meer dan minimaal noodzakelijke rendementen om het standaard afgesproken (nominale) pensioen te betalen. Daarnaast moet gekeken worden of het pensioenfonds komende tientallen jaren aan alle verplichtingen (nominale pensioenuitkeringen) kan voldoen. Dat wordt berekend aan de hand van de rekenrente en die is de laatste jaren extreem laag, zo’n beetje tussen 0 en 1 procent. Wij denken dat een rekenrendement van, zeg, 2 à 3 procent nog steeds heel verantwoord is. Steeds meer deskundigen zijn het hier mee eens, maar niet iedereen. Er zijn ook serieuze deskundigen die 30 er anders over denken, zoals baas van De Nederlandsche Bank. Die zou overruled kunnen worden door de minister van sociale zaken, maar dat is nogal een grote stap. Daarvoor is brede politieke druk nodig, niet alleen van de oppositie maar ook van coalitiepartijen. In het nieuwe pensioenstelsel waarover wordt gesproken, worden minder harde toezeggingen gedaan voor de te verwachten uitkering. Dan hoeven de strenge regels omtrent de rekenrente niet meer te worden toegepast. Dan kan er eerder worden geïndexeerd, maar zal het ook eerder nodig zijn om te korten. Vraag 2 Afschaffen van de rekenrente Het bestuur zou een maximale druk uit moeten oefenen op alle gremia om het huidige systeem van de rekenrente af te schaffen, en wel om drie redenen: - De ongekend lage rente die moet worden gehanteerd - De rendementen komen niet meer ten goede aan hen die het vermogen hebben ingebracht - De rentestructuur wordt door geopolitieke belangen op internationaal niveau beïnvloed Op welke manier kan VVG-PGB invloed uitoefenen om bovenstaand doel te bereiken? Antwoord De VVG-PGB is aangesloten bij de Koepel Gepensioneerden. De Koepel voert een lobby bij politieke partijen, vakorganisaties en betrokken ministers. Op dit moment is de bereidheid om de rekenregels aan te passen niet groot omdat er gepraat wordt over een nieuw pensioenstelsel (zie hierboven). Volgend jaar zijn er echter verkiezingen voor de Tweede Kamer. Als er eind dit jaar geen uitzicht is op dat andere pensioenstelsel, zal de druk om toch wat aan de rekenregels te doen flink toenemen. Overigens zal eind dit jaar de discussie eerder gaan over de vraag of er, als gevolg van de Coronacrisis, gekort moet worden. Medio dit jaar zijn de dekkingsgraden enorm weggezakt. Als zich dat niet herstelt, zouden volgens de huidige regels veel pensioenfondsen moeten korten, tenzij de minister van sociale zaken bepaalt dat dit vanwege de extreem uitzonderlijke omstandigheden niet hoeft. Het is dan wel te hopen dat de beurzen zich komende jaren flink herpakken. Verder speelt er nog een juridische procedure tegen de Nederlandse staat omdat volgens sommige juristen de Europese regels het onnodig maken hele hoge buffers aan te houden. Hoewel de uitkomst van het proces ongewis is, heeft de VVG toch financiële steun gegeven om de procedure mogelijk te maken. Overigens raakt korten of indexeren niet alleen gepensioneerden, maar ook alle werkenden die nog pensioen opbouwen. Gepensioneerden hebben vermogen ingebracht, werkenden doen dat nog steeds. Wij zijn er daarom geen voorstander van een tegenstelling te scheppen tussen beide groepen. Vraag 3 Samenwerking met andere organisaties. Kan VVG-PGB meer bereiken in groter verband, bijvoorbeeld door samenwerking met andere organisaties? Met wie wordt samengewerkt en wat zijn de doelstellingen? Antwoord Met ruim 13.000 leden is de VVGPGB een grote vereniging van gepensioneerden. We zijn echter te klein om zelfstandig een effectieve ? VRAGEN AAN VVG-PGB ?
lobby te voeren in Den Haag. Daarom zijn we lid van een koepelorganisatie. Er waren twee koepelorganisaties (KNVG en NVOG), maar die hebben op 1 januari jongstleden de krachten gebundeld tot Koepel Gepensioneerden. Behalve over pensioenen probeert de Koepel ook mee te praten over onderwerpen op gebied van gezondheidszorg en huisvesting omdat die ook van groot belang zijn voor gepensioneerden. Vraag 4 Is er een mogelijkheid dat VVG-PGB de reiskosten (per trein) vergoedt als ik de ledenvergadering bezoek? Antwoord De NS kent helaas niet meer de regeling om voor grote groepen collectieve vervoersbewijzen in te kopen tegen gereduceerd tarief. Eerder maakten wij daar gebruik van, maar dat kan niet meer. Omdat er tijdens de ledenvergadering van 2019 vragen over waren gesteld, hebben we dit jaar de mogelijkheid geopend dat leden die financieel krap zitten, contact kunnen opnemen met de penningmeester. Met hem kan worden besproken of er in redelijkheid een maatwerkoplossing mogelijk is. We hebben hier bewust geen lange lijst van regels voor opgesteld om het niet te ingewikkeld te maken. Het overleg met de penningmeester is en Jos van Rijsingen, voorzitter VVG-PGB blijft vertrouwelijk. Wij hopen dat in het najaar de ledenvergadering alsnog kan worden gehouden. Bij de uitnodiging zullen we wederom attenderen op de mogelijkheid te overleggen met de penningmeester. Uitstel of afstel Vanzelfsprekend hebben we de algemene ledenvergadering in april niet laten doorgaan. De voorlopig nieuwe datum die we hebben bepaald is maandag 19 oktober, maar of dat haalbaar is zal nog moeten blijken. Op dit moment ziet het ernaar uit dat we nog geruime tijd met een anderhalvemetersamenleving te maken zullen hebben. Of dat moet leiden tot verder uitstel of tot aanpassing van het programma, zal nog blijken. Wij zullen daartoe tijdig met u communiceren. VVG-PGB Bestuur Voorzitter: Jos van Rijsingen, tel. 073-6214378 josvanrijsingen@hotmail.com Tweede voorzitter: Henk van der Rijst, tel 030 – 6352441 Henk.van.der.rijst@planet.nl Penningmeester: Piet Rietkerk, tel 06- 23340815, p.rietkerk@kpnmail.nl Bestuurslid/ledenadministratie Tonnie Klein Hemmink, tel 06 – 51605411 kleinhemmnink@home.nl Bestuurslid/communicatie: Geer Meershoek, tel. 06 - 13199587 gmeershoek@planet.nl Bestuurslid/ledenservices: Thijs Reuder, tel. 06 - 52616833 reuder@upcmail.nl Secretariaat en ledenadministratie: Postadres: Hunzestraat 18, 7555 WB Hengelo Mailadres: ledenadministratie@vvgpgb.nl Telefoon: 06 51605411 Algemeen mailadres: info@vvgpgb.nl Mailadres redactie: redactie@vvgpgb.nl Mailadres secretariaat: secretariaat@vvgpgb.nl Website: vvgpgb.nl 31
32
1 Online Touch