Leven na Corona Dit jaar gedenken wij 75 jaar bevrijding van de bezetter die de macht over ons leven had overgenomen, van de terreur waarin wij gegijzeld waren, van het feit dat hardop denken al levensbedreigend kon zijn. Dat ineens het land, het leven, ons wezen weer van ons werd. We hingen de vlag uit, renden de straat op om feest te vieren, zoals hier in veel herinneringen wordt gememoreerd. Om vervolgens zo snel mogelijk aan de slag te gaan. Ieder van ons die voor, in of kort na de oorlog werd geboren kan zich het zich het elan herinneren: de hoop, de voortvarendheid, het enthousiasme dat het dagelijks leven tekende. Nederland herrees. Nooit mocht het meer gebeuren dat burgers tegen elkaar uitgespeeld zouden worden, nooit mocht er meer hongersnood zijn. Steen voor steen werd de wederopbouw een feit en werd onze unieke verzorgingsstaat vormgegeven. Gelatenheid door dood en verdrukking verkeerden in een kracht die bergen kon verzetten, steden uit de grond kon stampen. Er werd gewerkt, gebouwd, schouders eronder. Ook dit jaar zijn wij overvallen. Niet door een herkenbare vijand, iemand die je ergens de schuld van kunt geven, maar door een onzichtbaar, razendsnel om zich heen grijpend virus. Het is een oorlog die met alle moed van de wereld niet te winnen valt. De aanval vindt plaats op het werk, in de bus, op school, in de beslotenheid van het eigen huis. In radeloosheid zien familieleden elkaar via beeldschermen lijden. Ouderen vieren hun verjaardag in hun eentje. Bezoek van kleinkinderen kan niet meer. Doop, huwelijk, laatste eer: alleen de allernaaste familie mag erbij zijn. Vaak alleen een selectie van hen. Vluchten kan niet meer. Grenzen zijn gesloten. Vliegtuigen staan aan de grond. En de wereldhandel valt stil. Medicijnen zijn niet verkrijgbaar, IC afdelingen zijn overvol met patiënten die er soms 3 weken moeten blijven. Er is hoop: de toestroom van ernstig zieken lijkt wat te stabiliseren. Ook nu zal er een dag komen dat iedereen weer naar buiten mag. Uit vreugde wordt ook nu misschien wel de vlag uithangen. We gaan feesten op straat. De terrasjes gaan open, het is waarschijnlijk zomer: pleinen, zwembaden, stranden zijn overvol. In dit bevrijdingsnummer vragen we ons daarom af: wat zullen degenen straks ervaren die nu hebben meegemaakt hoe vrijwel de hele wereld plotseling werd lamgelegd, van China tot en met de verenigde Staten. Wat zullen de getuigen van deze pandemie zich straks herinneren? Hoe gaat de wereld zich ontwikkelen na de schrik van de Coronacrisis? Zal de samenleving blijvend veranderen door deze crisis? Zal de wereld digitaler, slimmer, nationaler, stiller of wellicht socialer worden? Of blijven we gewoon doen wat we al jaren deden? Nicoline Maarschalk Meijer besprak met drie creatieve denkers het leven na het 'kantelpunt' Corona. 20 ‘Ik schep graag ruim Joost Röselaers (1979) is predikant van Vrijburg in Amsterdam-Zuid, een kerk waar Remonstranten en Vrijzinnig Hervormden de nadruk leggen op duiding van het geloof in bredere, vaak filosofische zin. Of, zoals Röselaers het zelf noemt: ‘geraakt worden door het Bijbelse verhaal’. Eerder (2013- 2017) was Röselaers predikant van de Nederlandse Kerk in Londen van waaruit hij de Nederlandse City Lunches (NCL) organiseerde. Daardoor werd de kerk een vaste plek van ontmoeting en zingeving voor alle Nederlanders in Londen – kerkelijk of niet. Vanuit Londen bleef hij actief deelnemen aan het publiek debat in Nederland. Niet zomaar noemde Elsevier hem in 2017 een van de vier meest toonaangevende moderne dominees. Röselaers, die ook in de uitvaart van ‘onze’ PGB-bestuurder Freek Busweiler voorging, deelt zijn visie vaak in opiniestukken. Hij legt verbanden tussen Bijbelteksten en literatuur en poëzie. Daarbij betrekt hij graag de actualiteit en de ‘onmaakbaarheid’ van het leven, een favoriet thema. Hij verzet zich tegen de maakbaarheidscultus van deze tijd, waarbij naar zijn mening mensen teveel op zichzelf worden teruggeworpen. ‘We hoeven ons niet te maken,’ vindt hij. ‘We
21 Online Touch Home