MAART 2024 ExPress heel nieuwe definitie van het begrip armoede onder de titel ‘Op weg naar een nieuwe armoedegrens’? Daarin worden behalve koopkrachtplaatjes ook bepalende factoren zoals gezondheid, huisvesting en toegang tot de (voornamelijk weg geprivatiseerde) verzorgingsstaat meegenomen. Wie het oerwoud van ambtelijke stukken in liefst afgekort jargon trotseert, leert dat de heersende beeldvorming over de financiële rek van ouderen terug te voeren is op de departementale ‘Beleidsdoorlichting artikel 8 Oudedagsvoorziening’ uit 2019. Daarin wordt onderzocht of het gehanteerde beleid om armoede onder AOW’ers te voorkomen wel effectief is geweest. De uitkomsten liggen al meer dan vier jaar op de plank, ondergesneeuwd door jaarlijkse bezuinigingsvoorstellen van het ministerie. Geen wonder: het onderzoek (waaop sommigen dus nog steeds hun mening baseren) heeft betrekking op het beleid in de periode 20132017. Een tijd waarin corona, economie ontwrichtende oorlogen, energie-armoede en alarmerende inflatie helemaal nog niet aan de orde waren. Niet bemoedigend De consequenties van de in februari van dit jaar aangedragen fiscale opties zijn niet bemoedigend voor de 3,5 miljoen AOW’ers, die al jaren door de bevriezing van de premies (1998) en de kosten aanjagende premievrijstelling voor inkomen uit vermogen (2001) als excessieve kostenpost worden beschouwd omdat ze ongewild steeds meer uit de staatsruif moeten eten. In de bouwstenen-notitie, waarin toekomstige beleidsopties staan genoteerd, wordt vergrijzing bestempeld als een van de ‘drie uitdagingen’ in de voor beleidssturing nood-zakelijke belastingmix. Kortom: de hete hangijzers van deze tijd, samen met (sociale) klimaat-transitie en globalisering. De krappe twee pagina’s die in het 234 bladzijde tellende rapport expliciet aan AOW-gerechtigden worden besteed, worden ingeleid met de vaststelling ‘De grijze druk neemt toe’. Ouderen zijn immers een groep die voornamelijk ontvangt en daarmee ‘een drukkend effect’ heeft op (belasting) ontvangsten en die ook nog in toenemende mate de zorgbudgetten aanspreekt. Waarde Over de toegevoegde waarde van de gevreesde grijze plaag wordt geen woord gezegd: niets over de grote (meestal onbetaalde) maatschappelijke inzet waarmee gepensioneerden de economie draaiend houden, niet over het feit dat zeker de helft van de gepensioneerden noodgedwongen het inkomen voor 100% consumeert en daarmee niet alleen veel BTW binnenbrengt, maar ook de economie aanjaagt. Sterker nog: beperking van de koopkracht van zoveel ouderen zal zeker invloed hebben op de nationale bestedingen. Een nieuw kabinet zou beter eens naar de directe en indirecte opbrengst van de vergrijzing kunnen kijken in plaats van met oogkleppen op de kosten over te waarderen. Tijd om zoon maar eens op de beperktheid van zijn visie te wijzen! Valkuilen De hoogte van de AOW wordt als volgt bepaald. Vanuit het bruto minimumloon (per maand) wordt het zogenaamde referentieloon berekend. Voor deze bruto-netto berekening worden vaste regels toegepast De netto AOW voor een paar moet dan op 50% van dit referentieloon uitkomen en op 70% voor een alleenstaande. Vanuit deze bedragen wordt dan teruggerekend welke bruto AOW bedragen daar bij horen. Dit mechanisme, al bestaand sinds het eind van de vorige eeuw, heeft ervoor gezorgd dat de AOW koopkrachtbestendig is gebleken. Ons belastingsysteem kent afdrachten (premies en belasting) heffingskortingen ter vermindering daarvan om het netto inkomen te verhogen. De Wet Inkomstenbelasting 2001 staat niet toe dat het totaal aan heffingskortingen groter is dan het totaal aan (belasting) heffingen. Voor een alleenstaande gepensioneerde met uitsluitend AOW (€ 16.682 in 2022) zou de som van alle heffingskortingen € 3.669 bedragen. Dat is € 472 meer dan het totaal aan (belasting) heffingen van € 3.197 en kan dus niet ‘verzilverd’ worden. Deze beperking heet daarom het verzilveringsprobleem. Hoe hoger het aanvullend inkomen, hoe kleiner het verzilveringsprobleem. Boven de €2500 kan de korting volledig worden uitgekeerd. Voor gehuwden is het probleem: daar kan pas volledig worden uitgekeerd bij een gezamenlijk aanvullend (pensioen) inkomen van minstens € 10.500. 5 Nicoline Maarschalk Meijer Cees Mooij
6 Online Touch Home