Eerst waren het voetbalschoenen, daarna wandelschoenen. Toen stond daar ineens een glazen kooi. Padel heeft Nederland in zijn greep en opvallend veel voetballers hebben hun tweede sportleven gevonden achter het glas. Van Arjen Robben tot Frank en Ronald de Boer en van Rafael van der Vaart tot hockeykampioene Fatima Moreira de Melo: het racket is populairder dan ooit. Eerlijk is eerlijk: wie eenmaal begint, komt er maar moeilijk vanaf. Dat heet verslaving. Het padelgeheim Het is misschien wel het mooiste geheim van de padelbaan: er is helemaal niet zoveel veranderd voor de voetballer. Je staat nog steeds met je maatje naast je, je moet samen de tegenstander bestrijden en vooral wil je niet verliezen. Je loopt, sprint, draait, roept ‘los!’ en geeft na een verkeerd geslagen bal de schuld aan… tja, het glas, de wind, het racket, de bal of gewoon je partner. Schaken met een racket Padel is een schaakspel met een racket. Slim spelen wint vaak van hard slaan. Misschien is dat de reden waarom de sport zo populair is geworden. Padel is sport, competitie en gezelligheid in één. Het is tennis zonder dat je meteen Rafael Nadal moet zijn, voetbal zonder scheidsrechter die je geel geeft en een gezellige avond met vrienden. Iedereen vindt na afloop dat hij eigenlijk had moeten winnen. Voetballers zijn niet gestopt met sporten. Ze zijn gewoon verhuisd. Van het gras naar het glas. Terugkeren lijkt niet meer mogelijk. Aantrekkelijk De schuld zoek je natuurlijk nooit bij jezelf. Precies dat aspect maakt padel zo aantrekkelijk voor oud-voetballers. De benen zijn misschien wat minder snel dan vroeger, de hamstrings zijn wat kwetsbaarder en een sliding behoort definitief tot het verleden. De winnaarsmentaliteit is gebleven. Arjen Robben weet daar alles van. De oud-international is fanatiek op de padelbaan en stond zelfs op de internationale ranglijst. Duizenden spelers Na afloop is er een herkenbaar tafereel: bij voetballers vloeit het bier rijkelijk. Ieder punt wordt minstens drie keer besproken. ‘Die bal was uit.’ ‘Nee joh, via het glas.’ ‘Maar jij stond verkeerd.’ Eigenlijk is er helemaal niets veranderd. Wat wél is veranderd, is de omvang van de sport. Padel is immers geen bezigheid meer voor een handjevol fanatieke liefhebbers. Overal staan inmiddels glazen banen en in Nederland spelen honderdduizenden mensen padel. In 2025 stonden 876.000 Nederlanders minimaal één keer op de baan. Ons land telt inmiddels ruim 3.500 padelbanen. Competitiesport volwassen De competitie is volwassen geworden. De KNLTB organiseert competities voor verschillende niveaus, voor mannen, vrouwen én jeugd. In de voorjaarscompetitie van 2026 kwamen meer dan 7.400 teams in actie. Van spelers die vooral voor de gezelligheid meedoen tot fanatiekelingen die voor ieder punt door het vuur gaan. Ieder speelt op zijn eigen niveau. Dat juist maakt de sport zo aantrekkelijk. Je kunt op vrijdagavond met drie vrienden zomaar een uurtje spelen en zondagmiddag ineens bloedserieus bezig zijn met promotie. Voor je het weet, staat er een tas met drie rackets, zes soorten ballen en een bidon in je auto. Je partner vraagt waarom. ‘Competitie natuurlijk.’ Je weet allebei dat het menens is. Nederland nog geen grootmacht Internationaal gezien staat Nederland nog niet aan de wereldtop. Nederland doet wel steeds beter mee, maar Spanje en Argentinië zijn de absolute grootmachten. Daar is padel al veel langer onderdeel van de sportcultuur. Kinderen beginnen op jonge leeftijd met de sport. De beste spelers ter wereld komen vooral uit de twee genoemde landen. Nederland is later met padellen begonnen, maar maakt snel terrein goed. De banen liggen er, de belangstelling is enorm en ook de jeugd wordt steeds serieuzer opgeleid. De KNLTB heeft jeugdselecties en trainingsprogramma’s voor verschillende leeftijdsgroepen. Dat is een belangrijke ontwikkeling.. De nieuwe generatie padelspelers weet straks niet beter. Misschien loopt er nu ergens een achtjarige rond die geen idee heeft wie Arjen Robben is, maar wel precies weet hoe je een bandeja moet slaan. 41
42 Online Touch Home