Voetbaldier Nourdin Boukhari als een vis in het water bij jong-Sparta Rotterdam Nourdin Boukhari had zijn terugkeer bij Sparta zelf ook niet zien aankomen. Na een jaar buiten de club, waarin hij als assistent bij Almere City werkte en onder meer een avontuur in het buitenland en een mogelijke overstap naar Ajax voorbij zag komen, kreeg hij tijdens zijn vakantie plotseling Gerard Nijkamp aan de telefoon. Of hij openstond voor een terugkeer naar Sparta, als hoofdtrainer van Jong Sparta? “Ik was blij verrast. Ik had het zeker niet verwacht.” Toch voelde het voorstel al snel goed. “Ik ken de club, ik ken de opleiding en ik weet wat ze vragen. Ik heb hier natuurlijk ook alles meegemaakt. Dan is het mooi dat je weer terugkomt.” Boukhari weet als geen ander wat ervoor nodig is om als voetballer ver te komen. Hij begon bij de Rotterdamse amateurs Neptunus en RVV HOV en werd in 1999 prof bij Sparta Rotterdam. Daarna volgden Ajax en FC Nantes, terwijl hij op huurbasis uitkwam voor NAC Breda en AZ. Zijn loopbaan bracht hem vervolgens naar Saoedi-Arabië, waar hij voor Al-Ittihad speelde, en naar Turkije en Polen met Kasımpaşa en Wisła Kraków. Ook NAC en RKC Waalwijk stonden opnieuw op zijn route. In 2013 keerde hij terug bij Sparta, waarna hij in 2014 afscheid nam van het betaald voetbal. Daarna bleef Boukhari actief bij onder meer Magreb ’90, TPP-Rotterdam en GLZ Delfshaven, terwijl hij bij Sparta al als trainer aan de slag ging. De overgang van speler naar trainer was daarmee een logische volgende stap. “Ik ben een voetballiefhebber. Ik wilde altijd alles weten en leren wat met voetbal te maken heeft.” Identiteit Als trainer heeft hij inmiddels een duidelijke eigen identiteit ontwikkeld. “Ik ben heel duidelijk en heb een bepaalde visie. Ik wil aanvallend voetbal spelen, dominant zijn aan de bal en van daaruit kansen creëren.” Maar winnen is voor hem niet het enige doel. De ontwikkeling van spelers staat minstens zo centraal. “Ik wil mensen helpen met hun ontwikkeling of met hun droom als voetballer.” Juist zijn eigen route, van amateurvoetbal naar de absolute top, maakt dat verhaal geloofwaardig. “Ik heb altijd in mezelf blijven geloven. Ik was gek op voetbal. Ik heb ook mensen gehad die tegen mij zeiden dat ik niet kon voetballen of geen techniek had. Uiteindelijk heb ik ze dat bewezen.” Die boodschap probeert hij nu over te brengen op de spelers van Jong Sparta. Generatie Volgens Boukhari is de huidige generatie op verschillende punten anders dan de voetballers van vroeger. “Wij pakten vroeger dingen sneller op, vooral het tactische gedeelte. Nu moet je veel meer dingen laten zien. Beelden, op het veld, op papier. Je moet veel herhalen.” Ook sociale media speelt volgens hem een rol. “Iedereen wil zichzelf laten zien en verkopen. Soms merk je dat het individualistischer is geworden.” Daarom hamert hij juist op het belang van het team. “Je kunt als team veel verder komen dan als individu.” Benadering Dat vraagt soms om verschillende benaderingen. “De ene speler heeft een aai over zijn bol nodig, de ander een schop onder zijn kont.” Boukhari vindt dat juist een van zijn sterke punten. Hij weet hoe hij verschillende karakters moet benaderen en wil vooral duidelijk zijn over houding, gedrag, discipline en intensiteit. “Ik ben sowieso anders dan andere trainers en dat is ook hoe ik graag werk. Als ik dat op mijn manier kan doen, ben ik daar blij mee.” Jong Sparta Bij Jong Sparta heeft hij inmiddels een jonge, brede selectie onder zijn hoede. Spelers van 16 tot 22 jaar moeten zich ontwikkelen en tegelijkertijd resultaten boeken in de Tweede Divisie. De samenwerking met de jeugdopleiding verloopt volgens Boukhari goed. Er is regelmatig overleg over de ontwikkeling van spelers en de doorstroming richting Jong Sparta en het eerste elftal, de samenwerking met hoofd jeugdopleidingen Ben Kinds is zeer prettig te noemen. “We hebben een leuke jonge groep. Ik ben blij dat ik nu hoofdtrainer van Jong Sparta mag zijn.” Toekomst Voor Boukhari is Jong Sparta dan ook meer dan alleen een ploeg die wedstrijden moet winnen. Hij wil een elftal bouwen dat spelers klaarstoomt voor het grote werk. “Ik wil dat mijn team een soort vechtmachine wordt en uiteindelijk kunnen spelers doorstromen naar het eerste. Dat is voor mij het belangrijkste doel.” Zelf wil hij ondertussen zijn UEFA Pro-diploma halen. Daarna mag de horizon verder worden verbreed. “Als ik ooit hoofdtrainer van Sparta 1 kan worden, zou ik daar heel blij mee zijn. Maar ik heb geen haast. Het kan bij Sparta, maar misschien ook ergens anders.” 65
66 Online Touch Home