Floriadehof Vrijheid door de ogen van drie bewoners van Floriadehof Vrijheid is een begrip dat door ieder mens anders wordt gezien. In Floriadehof gingen we in gesprek met drie bewoners. Ze vertelden open en warm over momenten waarop zij echte vrijheid voelden. Hun verhalen nemen ons mee terug in de tijd, van Ameland tot de hongerwinter en van Scheveningen tot Italië. “Op Ameland voelde ik me echt vrij” – Meneer Oud (95) Voor meneer Oud is vrijheid nauw verbonden met zijn jeugd. Zijn ouders kwamen van Ameland en ieder jaar reisde het grote gezin (hij had maar liefst elf broers en zussen) terug naar het eiland. “Op Ameland voelde je je vrij, dat weet ik nog precies,” vertelt hij. “Het eiland had schone lucht, geen industrie. Ik had bronchitis als kind, maar op Ameland kon ik ineens veel beter ademen.” Het gezin trok langs familie, ging het strand op, ving konijnen en zong het liedje ‘Morgen gaan we lekker naar Ameland, jodiejee!’. De oorlog maakte die vrijheid soms kleiner, maar juist toen was het eiland een veilige plek. De vader van meneer Oud kreeg een vergunning om over te varen, waardoor het gezin toch kon blijven komen. “Dat waren weken van vrijheid, zelfs in een moeilijke tijd.” Meneer Oud met zijn vrouw. 4 CARDIA MAGAZINE MEI 2026 Meneer Veldink. Later vond hij vrijheid in keuzes durven maken. Zo trouwde hij als dorpeling, tegen de wens van zijn moeder, met zijn stadse liefde uit Groningen. Ook politiek voelde hij zich vrij: hij zette zich in voor de partij D66. Meneer Oud raadt iedereen aan om altijd te gaan stemmen: “Al vanaf mijn 18e stem ik altijd. Dat wil ik iedereen aanraden om te blijven doen.” “Na de hongerwinter voelde alles weer vrij” – Meneer Veldink (89) Meneer Veldink was zeven jaar tijdens de hongerwinter. De herinneringen zitten nog scherp in zijn geheugen. “De school was dicht, je mocht niet naar buiten. Het was koud, donker, streng,” vertelt hij. Zijn vader was bakker, waardoor er gelukkig altijd nog brood was.
5 Online Touch Home