0

Goed Bericht

Goed Bericht Hoop doet léven! André Piet Stichting GoedBericht

Colofon Titel: Goed Bericht Tweede jaargang, nr.2 – Hoop doet léven! © 2022 André Piet, goedbericht.nl Eerste druk: maart 2022 Uitgever: Stichting GoedBericht, Rijnsburg Alle rechten voorbehouden Samenstelling & vormgeving: Evangelie Om Niet, evangelieomniet.nl In samenwerking met Germa van Stralen ISSN 2772 7947 NUR 707

INHOUD 1. Op twee manieren benaderen 11 2. De inhoud van de hoop 13 3. Levende hoop 15 4. Liefde om de hoop 21 5. Zwoegen en strijd om de hoop 27 6. Gelukkige hoop 33 7. Vreugde en vrede vanwege de hoop 35 NOTEN 39 BIJLAGE – Geest van God en van Christus 41 7

Bron: Piet, A. (2017). Hoop doet leven! GoedBericht, https://goedbericht.nl/lezingen/hoop-doet-leven/ Bijbelteksten: werkvertaling op basis van Interlinear Scripture Analyzer (scripture4all.org). Overige vertalingen: de NBG-vertaling (NBG51) van het Nederlands Bijbelgenootschap en de Statenvertaling (SV1977). 8

“… uitziende naar de gelukkige hoop en de verschijning van de heerlijkheid van de grote God en Redder van ons, Jezus Christus …” Titus 2:13 9

10

1. Op twee manieren benaderen Nou, zeg maar eens dat dit onderwerp niet hoopvol is. ‘Hoop doet leven’ is een uitdrukking die in het alledaagse leven nog wel eens wordt gebezigd, want we weten allemaal dat een mens feitelijk geen seconde buiten hoop kan. Als je geen hoop of verwachting hebt, dan is er immers geen motief, geen reden om verder te gaan. Vandaar dat de mens toch altijd hoop nodig heeft. Zelfs als je de Bijbel dicht laat en het geestelijke erbuiten houdt, is het hebben van hoop heel alledaags. Zoals we zo vaak opmerken en tegen elkaar zeggen: ‘Een mens heeft hoop nodig, iets waarnaar hij of zij kan uitkijken.’ En daarom zeggen wij: ‘Hoop doet léven!’ Je kunt ‘hoop’ op twee manieren benaderen: - objectief, dan hebben we het over de inhoud van de hoop; - en je kunt het subjectief benaderen, vanuit het perspectief van degene die hoopt en wat dat dan vervolgens uitwerkt. 11

12

2. De inhoud van de hoop Als je het hebt over de inhoud van de hoop, dan gaat het over de vraag: Wat is die hoop? Waar wordt op gehoopt? Dat is de objectieve kant van de zaak. En dan kun je jezelf de volgende vragen stellen: Over wie hebben we het? Voor wie is er hoop? Trouwens, er zijn verschillende verwachtingen. In de Bijbel lees je over de verwachting die Israël heeft. “De hoop van Israël”, een specifieke uitdrukking die je in het boek Handelingen tegenkomt. Je leest ook over “hoop voor de volkeren”. En over “de hoop van de ekklesia1”, dat gezelschap dat vandaag verzameld wordt. Dat zijn allemaal verschillende verwachtingen. Hoewel er uiteraard een overlap en gemene deler is als je het hebt over de hoop die is weggelegd voor alle mensen. Dan hebben we het over een algemene hoop en verwachting van heel het mensdom en zelfs van heel de schepping. Maar afgezien van dat laatste, spreken we over onderscheiden aspecten van de hoop. Wat is de hoop? Waar is die gelegen? In de hemel of op aarde, in het land Israël? Hoe wordt die hoop gerealiseerd en wanneer? Ook daarin blijkt er dus een verschil in plaats, tijd en rangorde te zijn. 13

Dat zijn allemaal onderscheidingen die we in de Schrift tegenkomen. Onderscheidingen die we op het spoor komen door journalistieke vragen als: wie, wat, hoe, waar en wanneer verwachten we? Zo krijgen we een completer beeld van de inhoud van de hoop. Ik gebruik de termen ‘hoop’ en ‘verwachting’ met opzet door elkaar. Misschien is het wel goed om dat toe te lichten. Voor beide vertaalwoorden valt wel wat te zeggen. Het mooie van het woord ‘hoop’ is dat het per definitie positief is. Je hoopt altijd op iets goeds. De hoop waar de Schrift over spreekt, is iets waar je naar uit kunt kijken. Daar staat echter tegenover dat je met het woord ‘verwachting’ niet slechts ‘verlangen’ uitdrukt. Nee, met ‘verwachten’ druk je feitelijk een (bepaalde mate) van zekerheid uit. Of in ieder geval iets waarvan je uitgaat dat het gaat gebeuren, ongeacht of dat leuk is. Ongeacht of het mooi is en je daarnaar uitkijkt. Bijvoorbeeld als ik zeg: ‘Ik verwacht dat er morgen zware storm gaat komen.’ Dan hoop je dat wellicht niet, maar je verwacht dat – bijvoorbeeld op grond van de weersverwachting, om maar wat te noemen. 14

3. Levende hoop Bij de behandeling van dit onderwerp, wil ik het in de eerste plaats hebben over het subjectieve aspect van de hoop. Dat wil zeggen: de uitwerking van de hoop vandaag. Het onderscheiden van subjectief en objectief maakt veel verschil. Objectief zou je kunnen zeggen: ‘Hoop heeft te maken met de toekomst.’ Je hoopt altijd op zaken die je nog niet ziet. Dat zegt Paulus in Romeinen 8:24 ook: Hoop die gezien wordt, is geen hoop. Hoe zal men hopen op hetgeen men ziet? Als je spreekt over hoop en verwachting, gaat het over zaken die nu nog niet waarneembaar zijn. Het gaat over en heeft betrekking op de toekomst. Maar – en dat is het mooie van hoop – het gaat objectief gezien dan weliswaar over toekomende dingen en over dat wat gaat gebeuren … alleen het geweldige is dat hoop nú doet leven. Dat wil zeggen: het heeft een uitwerking vandaag. Dat maakt enorm veel verschil: of je hoop hebt en hoeveel hoop je hebt. Wij hebben – dat is het leuke van het Nederlandse woord ‘hoop’ – een hele hoop hoop. Heel veel! Dat kun je echt stapelen: hópen. En dat is vooral de kant waar ik het over wil hebben. Er zijn een aantal teksten die ik daarvoor heb uitgekozen, een 15

vijftal. Ik geef direct toe dat die keuze tamelijk willekeurig is, want die zou met gemak uit te breiden zijn. In 1 Petrus 1:3 wordt gesproken over “de levende hoop”. Overigens, dit is een vertaling die vooral aansluit op een letterlijke vertaling2 van het origineel. Petrus zegt dan, nadat hij zijn gebruikelijke groet en aanhef heeft opgetekend: “Gezegend de God en Vader van de Heer van ons, Jezus Christus …”. God is GOD, dat wil zeggen dat Hij degene is die alles plaatst, alles beschikt, alles gemaakt heeft en een plan heeft. Maar Hij is ook de Vader van de Heer van ons, Jezus Christus. En die God en Vader blijkt zich dus als een God en Vader te ontfermen over Zijn schepselen. Dan vervolgt Petrus: “… die, naar de grote ontferming van Hem, ons opnieuw verwekt …”. In de NBG-vertaling staat: “heeft doen wedergeboren worden”. In het Grieks staat bij de woorden ‘wedergeboren’ of ‘verwekken’ eigenlijk het woord ‘genereren’. Dat kan slaan op zowel het mannelijk aandeel als op het vrouwelijk aandeel in de voortplanting. De verwekking is voornamelijk het mannelijk aandeel, de geboorte is het vrouwelijk aandeel, maar het woord ‘genereren’ of ‘doen genereren’ slaat op het geheel. Feitelijk zou je deze tekst dus zo moeten weergeven: “die ons opnieuw genereert”. Dat blijkt op voorhand natuurlijk te maken te hebben met nieuw leven. En dat is ook zo want: “… naar de grote ontferming van Hem, ons opnieuw verwekt tot in een levende hoop …”. 16

Het is sowieso waar dat wij, mensen, ooit geboren zijn – verwekt. Maar het gaat hier over een nieuw generatie-proces; een “verwekking tot in een levende hoop”. Ik bedoel: wij zijn hier geboren om weer dood te gaan, maar waar Petrus van spreekt is een geboorte, een verwekking, een gegenereerd worden tot in een levende hoop. Daar moet je eens even goed bij stilstaan en over nadenken … “Een levende hoop”, dat is dus niet ‘een hoop die doet leven’, maar het is een hoop die levend ís. Dat betekent, dat je het niet over ‘iets’ hebt, maar dat je het over Iemand hebt; Iemand lééft. Als je daar zo letterlijk en heel concreet over doordenkt, dan kom je onwillekeurig uit bij de vraag: wie dan wel? Het antwoord uiteraard is: bij Jezus Christus, die leeft. Ja, Hij leeft, maar op een heel bijzondere wijze. Want je zou natuurlijk kunnen zeggen van: ‘Wij leven allemaal.’ Maar dat is nu juist het punt: wij zijn niet echt levend, wij zijn stervende. Maar Hij leeft in de maximale zin des woords. Waarom? Omdat Hij is opgestaan vanuit de doden. Dat wil zeggen: de doden zijn daar verder nog allemaal achtergebleven, die zijn nog steeds dood, maar vanuit die doden is Híj opgestaan. Jezus Christus was namelijk ook een dode, maar nu is Hij levend. En daarmee is Hij dus een levende hoop. Hoezo, een levende hoop? Wel, het feit dat Hij is opgestaan, is de garantie dat er nog velen gaan volgen. Hij is namelijk de Eersteling. 17

De uitdrukking ‘eersteling’ impliceert op voorhand dat er nog gaan volgen … Ja, een hele oogst gaat nog volgen. Dat is de Bijbelse gedachte: ‘de eerstelingen van de oogst’. Er wordt in velerlei verband gesproken over ‘eerstelingen’. De eersteling is een aankondiging van wat nog gaat komen. Jezus Christus was een dode, maar God heeft Hem doen opstaan uit de doden. Nu heeft Hij de dood achter zich, Hij leeft. En omdat Hij leeft en de Eersteling is, is dat een garantie dat de rest Hem daarin zal volgen. Wie dat zijn, daar heeft Petrus het verder niet over, maar het gaat uiteindelijk om héél het mensdom. “Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.” 1Kor.15:22 [NBG51] Dáárom is Hij een levende hoop. Het loutere feit dat Hij leeft en de Eersteling is, betekent dat Hij zelf die levende hoop is. Dus dat gaat nog veel verder, dan alleen maar: ‘hoop doet leven’. Dit is een lévende hoop in de meest letterlijke zin van het woord. We praten over Hem die vandaag leeft. Ja, Hij is nog verborgen, maar zo begint al het leven, nietwaar? Verborgen. In verwachting zijn, hoe begint dat? In het verborgene, onzichtbaar … Ik kom daar later nog op terug. In ieder geval: een levende hoop. En die hoop is verankerd in de opstanding van Jezus Christus. Heel de Schrift getuigt daarvan in verhalen en in directe 18

voorzeggingen, hoewel dat feitelijk niet eens de hoofdmoot is. Het grootste gedeelte bestaat uit allerlei andere verwijzingen in rituelen, in ceremoniën, in hoogtijden die zijn voorgeschreven. Maar wat dacht u van tal van geschiedenissen …? Het spreekt allemaal op de een of andere manier van Hem die zou komen en die de dood zou overwinnen. Eerst verborgen, inderdaad, maar dat zou zijn beslag krijgen in fasen. In rangorde zou die hoop gerealiseerd worden. Alles gaat en draait om Hem. En de opstanding vanuit de doden, dat maakt álles anders. Dat betekent dus ook dat wij heel anders naar de dood kijken. Ik bedoel: de dood is een vijand, maar het geweldige juist van dit feit is: het is geen punt, het is een komma. Wordt vervolgd! En God doet opstaan, Híj maakt levend. Dat is die levende hoop. 19

20

4. Liefde om de hoop Tekst nummer twee. Nu gaan we naar de Kolosse-brief. Kolosse ligt in Asia, in de buurt van Efeze. Paulus was hier nog nooit geweest. Ze hadden zijn aangezicht niet gezien, lees je in deze brief. Het Evangelie hadden zij vernomen van ene Epafras. Maar Paulus was het een en ander over hen ter ore gekomen en dan zegt hij in Kolosse 1:4: “… horend [van] het geloof van jullie in Christus Jezus …”. Dat is zo’n typische Paulus-term: ‘Christus Jezus’. Waarbij ook weer voorop staat dat Hij is opgestaan. ‘Christus’ verwijst naar de titel die aan Hem is toegekend, in Zijn opstanding. Dat staat voorop. Zo kende Paulus Hem ook. Paulus wist wel dat dat Jezus was, maar hij had hem leren kennen als de Christus3, de Gezalfde, uit de doden opgestaan. En dan schrijft Paulus er iets opmerkelijks achteraan in vers 4. Hij zegt: “… en de liefde die jullie hebben voor al de heiligen …”. Dat is die onvoorwaardelijke liefde. En ‘voor al’, dat zijn twee woorden. Niet: vooral de heiligen. Maar voor al de heiligen, ongeacht wie. Degenen die Hem vandaag mogen kennen zijn apart gezet. Dat zijn ‘apartelingen’. 21

Ik bedoel: het merendeel van de wereld kent hem niet. We zijn eerstelingen, we zijn apart gezet. De Kolossers hadden een liefde voor al de heiligen. Waarom? Dat is nu zo bijzonder, we lezen verder in vers 5: “… vanwege de hoop, die weggelegd wordt voor jullie in de hemelen …”. “Jullie”, dat zijn al die heiligen. Het gaat hier dus over de specifieke hoop die de heiligen vandaag mogen hebben. Die hoop wordt weggelegd in de hemelen. Veilig bewaard. Dat is daar waar Christus nu is, in verborgenheid, aan de rechterhand van God. Daar is ons leven; dat is daar weggelegd. En dat wordt allemaal uitgewerkt in dezelfde brief. “Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God. Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.” Kol.3:1-4 [NBG51] Het gaat mij nu om die uitwerking van de hoop. Wat doet hoop? Ja, léven … maar – en ik geef het nu even aan in het Oudnederlands – : hoop doet ook lieven. Zo zeggen we dat niet meer, maar vroeger zou men dat zo kunnen zeggen. Ik moet denken aan zo’n lied: 22

’t Ware leven, lieven, loven is maar, waar men Jezus ziet. Leven, lieven, loven. Dat zijn eigenlijk dezelfde woorden, alleen het klinkt verschillend. Ik vind het prachtig want ‘leven’ en ‘liefde’ is zo vanuit het Nederlands feitelijk nog hetzelfde ook. Hoop doet leven. Maar wat is leven? Dat is wanneer je óók de liefde kent. Terug naar die tekst. In Kolosse 1:4 zegt Paulus: “… jullie hebben geloof in Christus Jezus en de liefde die jullie hebben voor al de heiligen …”. Ze hadden liefde voor elkaar, voor al de heiligen. Daar had hij van gehoord. En dat was niet gebaseerd op het feit dat ze elkaar aardig vonden. Dat heeft er niks mee te maken. Ik bedoel: met elkaar aardig vinden is natuurlijk niets mis. De één staat je aan en de ander misschien wat minder. Dat is sympathie of dat is een bepaalde band die je met de één wel hebt en met de ander minder of zelfs helemaal niet. Maar de liefde waar het hier over gaat, heeft niks te maken met voorwaarden of eigenschappen in de ander. Dat heeft te maken met dit feit: die ander is door God geliefd. Kolosse 1:4b-5a vervolgt: “… en de liefde die jullie hebben voor al de heiligen, vanwege de hoop, die weggelegd wordt voor jullie in de hemelen …”. Er is een hoop voor ons, als heiligen, weggelegd door Hem in de hemelen. 23

Daar moet je even over doordenken want het is eigenlijk heel bijzonder. Je bent geroepen, je mag Hem kennen en je weet: met elkaar delen wij diezelfde toekomst. Dat is een verwáchting: Hij heeft voor ons een hoop weggelegd in de hemelen en die hoop delen we met elkaar. Als je op die manier naar elkaar gaat kijken, dan zie je iets heel anders. Dan kijk je niet meer naar die ander op basis van het verleden, want dat is meestal de manier waarop wij naar elkaar kijken. En voor zover we een ander liefhebben, dan is dat omdat we in het verleden eigenschappen in die ander hebben ontdekt die ons wel aanstaan en daardoor is die connectie er. Nee, het gaat hier niet over een liefde op basis van het verleden, maar juist vanwege de gemeenschappelijke toekomst. We gaan straks de toekomende tijdperken (aeonen) met elkaar beleven. Ef.2:7 God heeft een taak voor ons weggelegd. Voor ons! Om niet gegeven aan u, aan jou en mij … en dat delen we met elkaar. Zó naar die ander te kijken. Wij delen dus diezelfde toekomst. Díe hoop, dat is de hoop die bij de Kolossers maakte dat ze elkaar liefhadden. En ik moet daarbij aangeven dat die hoop nog beperkt is. Het gaat hier over de hoop die ze voor elkaar hebben, als heiligen, maar het woord ‘hoop’ komt in de Kolosse-brief in totaal drie keer voor. 24

In Kolosse 1:20-23 schrijft Paulus over “de hoop van het Evangelie”. Je zou eens moeten kijken naar wat ‘die hoop van het Evangelie’ is. Een paar verzen eerder lezen we dat God door het bloed van het kruis alles in de hemel en op de aarde met Zich gaat verzoenen. En dan schrijft Paulus: “dat is de hoop van het Evangelie, blijf daar in staan”. Dat is de verzoening die God gaat bewerken voor het al! Zoals God het heelal heeft geschapen, zo gaat Hij het heelal ook verzoenen. Dat is de hoop van het Evangelie, voor elk schepsel. Maar ik zei al, er zijn daarin schakeringen, zoals er in de schepping ook zoveel schakeringen zijn. Geen één individu is hetzelfde en vervolgens heb je weer groepen en klassen en afdelingen. Vandaag horen degenen die geroepen zijn, tot een speciale afdeling. Dat hebben ze niet zelf gepland, dat is van Godswege zo gearrangeerd: het is Zijn plan, Zijn voornemen. En als díe hoop beleefd wordt, dan genereert dat liefde voor elkaar. Je kijkt naar de toekomst, zoals God die voor ons heeft weggelegd. Ongeacht wie je bent, het maakt niet uit. Dat is de liefde die God heeft, maar ook de hoop en de verwachting die Hij geeft. In Kolosse 1:5 geeft Paulus aan: “… vanwege de hoop, die weggelegd wordt voor jullie in de hemelen, die jullie tevoren hoorden, in het woord van de waarheid van het Goede Bericht …” 25

Trouwens, in de Kolosse-brief is Christus zelf de “hoop van de heerlijkheid” (1:27). Die hoop, daarvan hadden de Kolossers gehoord in het woord van de waarheid, namelijk van het Evangelie. Dat is met recht een Evangelie, een Goed Bericht. 26

5. Zwoegen en strijd om de hoop Tekst nummer drie, dat is een favoriet vers voor mij. Hoewel je zou zeggen: hoe kunnen zwoegen en strijd nou favoriet zijn? Maar dat blijkt dus álles met hoop te maken te hebben. Daarvoor gaan we naar 1 Timoteüs 4:10. En die tekst is favoriet want ik beheer al vele jaren een website. Al sinds 1999 staat daarboven pontificaal deze tekst. Laten we daar eens naar kijken want het heeft alles te maken met het onderwerp waar we het over hebben, namelijk: wat hoop uitwerkt. We hadden al twee uitwerkingen. Hoop werkt uit dat we leven – een levende hoop – en het werkt uit dat we liefde hebben voor elkaar. Maar hoop werkt nog iets uit en dan komen we uit bij dit vers. Het vers begint met: “Want”. In het voorgaande vers staat dit (letterlijk): “Het woord is betrouwbaar en alle aanneming waardig.” En dan vervolgt Paulus: “Want voor dit zwoegen wij en strijden wij …”. In de NBG-vertaling staat: “Ja, hierom getroosten wij ons moeite en grote inspanning …”. Meer letterlijk staat hier: “voor dit worden wij gesmaad”. In de praktijk komt het ongeveer op hetzelfde neer want juist vanwege die smaad komt daar ook weer strijd. Laat ik het even bij deze tekst houden: “Want voor dit zwoegen wij en strijden wij”. 27

Waarom? Omdat we hebben gehoopt. Hier heb je weer dat gewone Griekse standaard woord voor ‘hoop’ of, zo u wilt, ‘verwachting’. En dan zie je dat hoop nóg iets uitwerkt. Namelijk: zwoegen en strijd omdat we hebben gehoopt. Daarbij gaat het niet eens zozeer over wat er gehoopt wordt, maar op Wie we hebben gehoopt. Op Wie hebben we onze verwachting gesteld? Op de levende God. Als de Bijbel spreekt over “de levende God”, dan is het de God die leeft en leven verwekt. En dan vervolgt de tekst in 1 Timoteüs 4:10: “… omdat we hebben gehoopt op de levende God, die een Redder is van alle mensen, vooral van gelovigen”. Er is een specifieke verwachting voor de gelovigen vandaag, dat is waar. Maar het geweldige hier is natuurlijk – en dit is echt de clou van het Evangelie – we hebben een levende God … En als je de levende God kent en daar je hoop op vestigt, dan weet je: Hij redt alle mensen. Maar hoezo ‘zwoegen en strijden’ dan? Het is toch een geweldig bericht? Ja, dat is het ook. En als je dat Goede Bericht vertelt dan is dat geen zwoegen en strijden: je deelt gewoon iets mee. Ja, maar doe het maar eens …! Op het moment dat je deze mededeling doorgeeft, weet je wat dan de klacht is, het bezwaar? Dat is ‘te mooi’ of ‘te gemakkelijk’, dat is ‘te groots’ om waar te zijn. 28

En wat krijg je dan? Verzet. Ik bedoel: het is zo’n onmiskenbare hoop en verwachting, zo groot, zo alomvattend! Hoe redt de levende God? Door leven te wekken, oftewel door de doden levend te maken. Door alle mensen levend te maken, redt Hij ze, namelijk van de dood. Alle mensen gaan dood, zijn stervelingen en Hij gaat alle mensen levend maken. Waarom? Hij is een levende God. Van wie en voor wie? Hij is een levende God die alle mensen redt. Want dat is wat de uitdrukking toch echt betekent. Eén van de onderdelen van de strijd is dat men dan niet alleen maar tegenspreekt, maar men gaat bijvoorbeeld de tekst versleutelen. Dan gaat men bijvoorbeeld zeggen: ‘Ja, dat “redden van alle mensen” betekent gewoon dat Hij een Redder voor alle mensen is.’ In veel vertalingen wordt dat zo weergegeven. Dat is fataal en dat bedoel ik dus met ‘strijd’. Men wil dat gewoon. Maar in de grondtekst staat “alle mensen” in een (zoals dat heet) tweede naamval. Daar staat letterlijk: “een Redder van alle mensen”. In de (Herziene) Statenvertaling kun je dat nog zien. En weet je wat dat betekent? Als Hij een Schepper is van alle mensen, dan betekent dit dat Hij alle mensen schept of geschapen heeft. 29

Toch? En zo is Hij ook een Redder van alle mensen. Niet ‘voor’, dat is een aanbod. Een Redder van alle mensen, betekent: Hij redt alle mensen. Wanneer, hoe? Dat doet niet ter zake. Maar het feit stáát. Dat is dat betrouwbare woord dat alle aanneming waardig is. Paulus heeft zijn hoop gevestigd op de levende God, die een Redder is van alle mensen, vooral – speciaal – van gelovigen. Dit is een geweldig Goed Bericht, maar niet iedereen gelooft dat, dat is waar. God is speciaal een Redder voor degenen die van de waarheid overtuigd worden. Is dat een verdienste? Nee. Het is God die daarvoor je ogen opent zodat je zegt: Amen! Dat is geloof en daarvoor uitkomen, dat was wat Paulus deed. Hij ging oceanen over en zeeën bevoer hij. Hij ging naar diverse werelddelen en altijd bracht hij die boodschap. En als je nou de vraag stelt: waarom had Paulus zoveel moeite, zoveel strijd, waarom werd hij gesmaad, waarom ondervond hij zoveel tegenstand? Dan vind je hier in 1 Timoteüs 4:10 direct het antwoord. Je kunt nog meer redenen daarvoor aanvoeren die daarmee verband houden, maar hier staat heel expliciet een antwoord op de vraag: waarom zwoegde Paulus nou eigenlijk? Dáárom. Dit is de reden. 30

Als tegenwerping heb ik wel eens gehoord: ‘Ja, maar als dát waar is, waarom zouden we dan nog het Evangelie vertellen?’ Ha, dat zouden ze eens tegen Paulus moeten zeggen … Dit is het Evangelie! God is een Redder van alle mensen. En dát is de moeite waard om te vertellen. Dat zegt hij ook en dat is, met recht, ‘de moeite’. Hij zegt (NBG-vertaling): “… hierom getroosten wij ons moeite …”. Statenvertaling: “Want hiertoe arbeiden wij ook …”. Dit moet iedereen wéten. Het is zwoegen … want het is dikwijls ‘ploegen op rotsen’ als je het Goede Bericht vertelt. Het geeft heel veel tegenstand en strijd. Maar dat heeft Paulus nooit verhinderd, integendeel. Juist die hoop op de levende God, die een Redder is van alle mensen, maakte dat hij daartoe zwoegde. Alle tegenstand ten spijt; hij ging daarmee door. Dit is het Evangelie, dat is wat verteld mag worden. Hij kende een levende God, een alomvattende Redder. Dat is genade. God is de levende GOD en juist dit karakteriseert Hem hoe Hij ís. En dit is precies wat het Evangelie Evangelie maakt. Maar vertel het maar eens een keer … Er zijn heel veel mensen die zeggen van: ‘het is te makkelijk’. En weet u waarom? Omdat ze die strijd er niet voor over hebben. Dat is ironisch en dat klinkt zelfs tegenstrijdig, maar het is echt zo: het is veel makkelijker om met de meute mee te lopen. 31

Paulus had trouwens die tegenstand vooral van godsdienstige zijde, daar kwamen de bezwaren vandaan. De Romeinse overheid maakte zich daar niet druk over, die haalde haar schouders erover op. Ook kwam er geen strijd van filosofische zijde, maar van godsdienstige zijde was daar vooral die strijd. 32

6. Gelukkige hoop Tekst nummer vier. Het gaat nog steeds over de vraag wat hoop doet, wat hoop bewerkt of uitwerkt. Titus 2:13. En ik begin in vers 12 in het midden van de zin: “… dat we met verstand” – verstandig – “en op rechtvaardige en eerbiedige wijze, zouden leven in de huidige aeon …” – het huidige tijdperk dat daar juist, in alle opzichten, een contrast mee vormt: onverstandig, onrechtvaardig en oneerbiedig. Dat wij ons onderscheiden is ook weer die apart gezette positie van de eerstelingen. In de huidige aeon onderscheiden we ons, maar ook nog op een andere wijze want vers 13 zegt: “… uitziende naar de gelukkige hoop en de verschijning van de heerlijkheid van de grote God en Redder van ons, Jezus Christus …” Het gaat nu om de woorden ‘de gelukkig hoop’. Deze woorden kun je ook weer dubbel opvatten: objectief en subjectief. Die hoop is gelukkig, vanwege dat wat we hopen. De inhoud is gelukkig, want God gaat Zijn hoop realiseren in 33

steeds grotere cirkels, totdat het alomvattend is en dat is zó groots. We hebben er geen idee van wat ons nog te wachten staat. Ik bedoel: we leven hier een aantal decennia in een sterfelijke wereld en er is zoveel duisternis. Maar wat er nog aan licht gaat doorbreken en de hoop, daar hebben we geen idee van, daar ben ik vast van overtuigd. Al zouden we maar een promille van de hoop kennen die God voor ons in petto heeft, dan zouden we geen dag chagrijnig meer zijn … écht niet. Maar we denken daar zo minimaal over. Wat dat betreft leven we dikwijls en gemakkelijk ‘onder onze stand’. We halen niet het rendement uit die hoop. Die hoop is namelijk objectief zó gelukkig en het geweldige is: die hoop maakt ons ook gelukkig en dat is de subjectieve kant. Hoezo ‘gelukkige hoop’? Vanwege de inhoud of vanwege de uitwerking? Dat maakt niet uit, het is namelijk beide waar. Het is een hoop die ons nu al gelukkig maakt vanwege de verwachting; de verschijning van de heerlijkheid van de grote God en ook de Redder van ons: Jezus Christus. Dat is wat er gaat komen, dat gaat verschijnen! Gelukkige hoop. 34

7. Vreugde en vrede vanwege de hoop En dan de laatste, tekst nummer vijf. Dat is Romeinen 15:13. Ik heb deze expres, als een toegift, voor het laatst bewaard. Het is misschien wel één van de mooiste teksten over wat je over hoop kunt zeggen, vooral over wat hoop uitwerkt. Daar staat dit: “De God echter van de hoop …”. Hoezo de hoop? Hij is niet alleen God van hoop in het algemeen, maar hij is de God van de hoop en dat verwijst direct terug naar het voorgaande. Dan staat erbij – en dat is een gebed – : “… moge jullie vervullen van alle vreugde en vrede …”. Dat staat er omdat Híj bij machte is dat te doen. Kort hiervoor gaf ik al aan dat de hoop ons nu al gelukkig maakt. U vond dat misschien wat overdreven, maar hier heb ik toch in ieder geval één ‘bonnetje’ dat de hoop van de Schrift werkelijk gelukkig maakt. Daar kan geen enkele handleiding tot een gelukkig leven – ga maar naar de boekhandel en je vindt ze in hele rijen – tegenop. Dat zijn vaak weer van die ‘doe-het-zelf boeken’. Nu spreken we over een verwachting die God uitgesproken heeft. Beaam dat: ‘Zo ís dat.’ Die hoop maakt gelukkig. Hier Romeinen 15:13 staat: “De God echter van de hoop moge jullie vervullen van alle vreugde en vrede …”. 35

In de NGB-vertaling staat: “De God nu der hope vervulle u met louter vreugde en vrede …”. Dat is in feite dezelfde gedachte. De God van de hoop is bij machte ons daarvan te vervullen en hoe doet Hij dat anders dan doordat Hij gesproken heeft over zaken van de toekomst? Als we ook maar een fractie hiervan zouden beseffen, dan zouden we geen dag meer chagrijnig wezen. Ziet u wat hoop uitwerkt? Inmiddels hebben we al aardig wat gezien. Het is een inspiratiebron, het geeft de kracht, maar ook een motief om lief te hebben. Het geeft een motief om uit te komen voor het Evangelie en om met zwoegen en strijd om te gaan. In die zin maakt het strijdbaar, maar hier is het een bron van vreugde en vrede die in staat is ons te vervullen óngeacht de omstandigheden. Er zijn zoveel dingen die het leven soms zo moeilijk en zwaar en mogelijk deprimerend maken. De ene lijst is misschien nog langer dan de andere. Maar het gaat nu over hoop, over de verwachting. En over wat die verwachting in staat is nu in ons te doen. Het hele karakteristieke van God is dat Hij een God is van hoop. Van de hoop, van werkelijke hoop ook. Dus als u ooit in aanraking komt met een boodschap van hopeloosheid – zogenaamd ‘van God’ – , dan is dat niet van God. Want God is een God van hoop. Bij Hem bestaan er geen ‘hopeloze gevallen’, never-nooit. Daarom: het is werkelijk een Goed Bericht. 36

Voor alle mensen, voor heel de schepping. Laat je dat nooit afpakken! Díe hoop is in staat ons te vervullen van louter vreugde. Vreugde, ja, want zo gaat dat toch met hoop? Als je uitziet naar iets, dan zit je je al te verheugen op dat wat gaat komen. Je gaat op vakantie, die vakantie wacht nog en je hebt nog stapels werk te doen, maar je verheugt je er al helemaal op. Die hoop geeft vreugde. Maar het geeft ook vrede. Het geeft stabiliteit, rust. Ook het vermogen om de dingen dan te verdragen, om met vrede te leven in de omstandigheden waarin je je bevindt. En dan vervolgt Romeinen 15 vers 13: “… in het geloven om jullie overvloedig te doen zijn in de hoop, in vermogen van heilige geest4.” Louter vreugde en vrede in het geloven, want feitelijk is ‘hoop’ en ‘geloof’ hetzelfde want je vertrouwt God aangaande de toekomst. Het leuke is dat er eerst wordt gesproken over ‘vervullen van’ en dan vervolgens over ‘overvloedig te zijn’. Iets waar je vól van bent, daar loop je van óver, je kunt het niet voor je houden. Hoop geeft je licht, het laat je strálen. Het gaat borrelen en vervult je en daarom loop je er van over. Dat is het geweldige wat de God van de hoop in staat is te doen: vervullen van vreugde en vrede in het geloof, om overvloedig te zijn in die hoop. En dan staat erbij: in de kracht van, of “in het vermogen van heilige geest”. 37

Feitelijk is dat ook weer Zijn woord, want Zijn Woord is geest en leven en dat geeft ons die hoop en die kracht. Zie je wat hoop allemaal doet en uitwerkt? Het is geweldig om het te hebben over de inhoudelijke kant van wat die hoop of verwachting ís. Maar het is óók geweldig om te weten dat die hoop met recht doet leven en lieven, ons vervult van louter vreugde en vrede en ons overvloedig doet zijn. Wat een God! En wat een Goed Bericht! 38

NOTEN 1 De ekklesia – letterlijk ‘uit-geroepenen’ – is de vergadering van de gelovigen. 2 Voor degenen die dat niet kennen, ik ben gewend om de interlineair erop na te slaan. De interlineair is een woord-voorwoord weergave vanuit het origineel waarop mijn werkvertaling is gebaseerd. Het is een nogal letterlijke vertaling. Op de website van Scripture4all.org is een Nederlandse interlineair te vinden, die als pdf kan worden gedownload voor bijvoorbeeld tablet of smartphone. Een volledige interlineair van zowel het Oude als het Nieuwe Testament. Meer informatie: https://www.scripture4all.org/ 3 Grieks: Kristos, Hebreeuws: Māšīaḥ [gezalfd(e)] is een expliciet Hebreeuwse titel, voor degene die de Joden tot op de dag van vandaag verwachten. 4 Sinds de vierde eeuw geldt de belijdenis van de leer van de drieeenheid als toetssteen van orthodoxie. Deze leer houdt in dat God één wezen zou zijn, maar bestaat uit drie personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De genoemde leer staat haaks op het Bijbels onderwijs dat één God kent, de Vader (1Kor.8:6; Joh.17:3). Jezus Christus heet nergens in de Schrift ‘God de Zoon’ maar consequent “de Zoon van God”, geboren uit de maagd Maria. En de heilige Geest? Wie of wat is dat? Volgens de leer van de drieeenheid is Hij ‘de derde persoon van de Godheid’ maar nergens in de Schrift vinden we ook maar één gegeven dat daar bij benadering op lijkt. Het idee alleen al dat God een verzameling 39

personen zou zijn, die van één tot drie genummerd kunnen worden … Haaks daarop staat het spreken van God zelf: IK ben JAHWEH en er is GEEN ANDER (dus geen tweede of derde persoon); buiten MIJ is er geen God. Jesaja 45:5 Zie ook: het aanvullende artikel in de bijlage. 40

BIJLAGE – Geest van God en van Christus VRAAG: Kun je uit de formulering in Romeinen 8:9 opmaken dat de geest van God en de geest van Christus hetzelfde is? Gij daarentegen zijt niet in het vlees, maar in [de] geest, althans, indien [de] Geest Gods in u woont. Indien iemand echter [de] Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe. ANTWOORD: 1. Het gaat hier niet om de Geest van God of de Geest van Christus. Het lidwoord ontbreekt in de grondtekst. Zowel het lidwoord als de hoofdletter in het woord ‘Geest’ maken de bijbelvertaling nogal suggestief. De suggestie is dan namelijk dat het zou verwijzen naar een tweetal personen. Punt is echter dat de geest van God niet iemand apart van God is, maar de kracht en het leven van God Zelf. Op dezelfde wijze als dat de geest van Christus niet iemand apart van Christus is, maar de kracht en het leven van Hemzelf. 2. Bij Zijn opstanding uit de doden, ontving Christus, heilige geest van God (Hand.2:33). Waarbij geest ontvangen synoniem is met leven ontvangen. Denk maar aan Adam, toen bij hem geest werd ingeblazen. Hij werd bij die gelegenheid “een levende ziel” (Gen.2:7). De negatieve kant van hetzelfde verhaal is dat als een mens “de geest geeft”, hij dus sterft (Joh.19:30). Enfin, toen Christus opstond, ontving Hij onvergankelijk leven, een tot die tijd onbekende ‘vorm’ van geest (vergelijk Joh.7:39). Vandaar ook “heilige geest”. Sinds de Eersteling uit het graf is verrezen, is deze geest van God, karakteristiek voor Christus. 41

Daarom kan deze “geest van God” net zo goed ook “geest van Christus” genoemd worden. Het verwijst immers naar hetzelfde Leven! 3. Wie gelooft in de opgewekte Christus, die heeft het Woord van het Leven in zich. Maar daarmee ook de Geest (of ‘geest’ zo u wilt; Ef.1:13). Want Woord en Geest zijn (in dit verband), fundamenteel hetzelfde. Vandaar dat de Here Jezus ooit zei: “Mijn woorden zijn geest en leven…” (Joh.6:63). Dat min of meer synoniem zijn van begrippen blijkt nóg verder te gaan, want aangezien het leven van Christus (= Zijn geest = Zijn woord) in ons woont, woont Hij (aldus de apostel), daarmee Zelf in ons. Vandaar dat Paulus, pal na vers 9 opmerkt: Indien Christus in u is, dan is wel het lichaam dood vanwege de zonde, maar [de] geest is leven vanwege de gerechtigheid. Samengevat: Het heet “geest” omdat het onzienlijk is en duidt op leven en kracht. Het heet “geest van God” omdat het een aanduiding is van het leven dat van God afkomstig is. Het heet “geest van Christus” omdat Hij de eersteling is van dit leven. Het heet “Christus”, omdat Christus “de levendmakende geest” representeert (1Kor.15:45). Bron: Piet, A. (2006). Geest van God en van Christus. GoedBericht, https://goedbericht.nl/geest-van-god-en-van-christus/ 42

43

44

goedbericht.nl GoedBericht wijst op de ene GOD die alles beschikt en bij wie nooit iets mis gaat. Zij wijst op Jezus Christus als Redder der wereld. Jazeker, van alle mensen. Omdat GOD nooit laat varen de werken van Zijn handen! Uitgangspunt is de Bijbelse boodschap zoals Paulus dit als “apostel en leermeester van de natiën” heeft mogen bekendmaken. GoedBericht wil uitsluitend wijzen op wat “er staat geschreven”. Want “de Schrift” bewijst én verklaart zichzelf. goedbericht.nl In samenwerking met: Stichting Evangelie Om Niet Het Evangelie spreekt van de ene God, Die OM NIET alle mensen redt, verzoent, levend maakt en rechtvaardigt! Gratis online boeken lezen, delen en downloaden (publicaties zijn ook OM NIET als uitgave op papier verkrijgbaar) Evangelieomniet.nl 45

1 Online Touch

Index

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12
  13. 13
  14. 14
  15. 15
  16. 16
  17. 17
  18. 18
  19. 19
  20. 20
  21. 21
  22. 22
  23. 23
  24. 24
  25. 25
  26. 26
  27. 27
  28. 28
  29. 29
  30. 30
  31. 31
  32. 32
  33. 33
  34. 34
  35. 35
  36. 36
  37. 37
  38. 38
  39. 39
  40. 40
  41. 41
  42. 42
  43. 43
  44. 44
  45. 45
  46. 46
Home


You need flash player to view this online publication