16

PLANTEN WEL Keuzes maken, we doen het de hele dag door. Ook in de tuin maken we voortdurend keuzes. Welke planten kies je, welke mest is het beste, zaai je in zaaigrond of gaat dat in potgrond net zo goed? In deze serie geven deskundigen hun visie op tuindilemma’s. Aflevering twee: wel of niet spitten? Tekst Nicolien van Doorn E 60 en derde van alle organismen op onze planeet leeft in de grond. In één vingerhoedje met tuingrond krioelen miljarden bacteriën. Die bacteriën doen nuttig werk: ze maken deel uit van een vernuftig samenwerkingsverband tussen schimmels en de wortels van planten. Als je gaat spitten verstoor je dit netwerk. Het is dus het beste om de tuingrond zoveel mogelijk met rust te laten. Of is dat een fabeltje en is het prima om te spitten? Groei & Bloei vroeg het aan twee specialisten. Prof. dr. ir. Liesje Mommer, persoonlijk hoogleraar bij de leerstoelgroep Plantenecologie en natuurbeheer aan Wageningen University. “Ik neem aan dat het hier om de moestuin gaat? Ja, dan moet je zeker af en toe spitten. Je kunt nu eenmaal geen planten laten groeien wanneer ze overwoekerd raken door onkruid. In een moestuin spit je met een spade en dat is niet te vergelijken met ploegen. Vroeger ploegden de boeren soms wel 50 centimeter diep. Tegenwoordig wordt de bodem veel oppervlakkiger bewerkt. Door spitten ontstaat wel even een verstoring in de bodem, maar als je een gezond bodemleven hebt, komt dat wel weer goed. Het is belangrijk om zo goed mogelijk voor het bodemleven te zorgen. Vroeger dachten we dat de bodem een bak met G R O E I&BL O E I–JU LI/A U G USTUS–2019 OF NIE SPITTE voedingsstoffen was, maar tegenwoordig weten we dat er heel veel leven in zit. Bijvoorbeeld schimmels, die draden van honderden kilometers maken. Die wil je zoveel mogelijk intact laten, maar je moet de bodem wel een beetje losmaken. Niet al te rigoureus spitten is dan een van de opties. Als de bodemstructuur goed is, gaan die schimmels wel weer groeien. Een goede bodemstructuur krijg je door er organische stoffen aan toe te voegen. Op die manier komen er grotere klontjes in de bodem, die aan elkaar hangen. En in die brokjes kunnen schimmels opnieuw groeien. We hebben aanwijzingen dat verschillende plantensoorten, als je ze bij elkaar zet, elkaar meer opjutten dan wanneer er maar één soort groeit. Daardoor ontstaat een betere doorworteling van de bodem, wat weer leidt tot een betere groei, zowel ondergronds als bovengronds. Bij de zorg voor de bodem kun je ook denken aan groenbemesters in de winter (planten die in de vollegrond worden gezaaid en later worden ondergespit, met als doel de bodem te verbeteren, red.). Groenbemesters scheiden 25 procent van de glucose die ze maken uit, en zorgen daarmee voor lekkere suikers in de bodem. Dat vinden bacteriën en schimmels heerlijk. De belangrijkste boodschap is dat je je ervan bewust moet zijn dat het onder de grond miezelt van de organismen. Daar moet je rekening mee houden. Maar helemaal niet meer spitten? Dat gaat wel heel ver!”

17 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication