45

Wel zijn er een paar recente goede voorbeelden, zoals de CoronaCheckapp die uiteindelijk helemaal open source ontwikkeld is. “Dat kan ter inspiratie dienen voor andere ontwikkelingen. De ontwikkeling van de app is op GitHub te vinden. Mensen konden eraan bijdragen; ze konden zien wat de roadmap was, hoe de applicatie doorontwikkeld zou worden en hoe mensen zelf konden meepraten over beslissingen rond bijvoorbeeld dataopslag, dataminimalisatie en andere privacy by design ontwikkel- en werktechnieken. Die technieken zijn daadwerkelijk in de app toegepast door die feedback en input. Daarom vinden we dit een mooi voorbeeld van hoe je een bredere groep mensen kunt betrekken bij softwareontwikkeling.” Publieke waarden Op dit moment is BZK de voortrekker in opensourcewerken. Het ministerie experimenteert bijvoorbeeld met een Europese digitale identiteitsapp, vertelt Van der Waal. “Op Pleio wordt daarover geregeld informatie gedeeld en worden er online sessies georganiseerd. Maar dat is vooralsnog meer een communicatiestrategie dan een echte manier van open werken. Dat laatste is ook best ingewikkeld, zeker voor een overheid. Wanneer je feedback en input van buiten krijgt, moet je daar wat mee. En dat kan je plannen in de war schoppen. Of betekenen dat je een andere koers moet gaan varen. Open werken verlaagt de voorspelbaarheid van je traject. Het wordt er uiteindelijk beter van, maar kan wel langer duren. Dat verklaart voor een deel de terughoudendheid om input van buitenaf vanaf het begin mee te nemen. Maar de CoronaCheck-app-ontwikkeling heeft laten zien dat deze manier van werken leidt tot een hogere acceptatiegraad onder de bevolking. Het is dus echt tijd voor actie.” De Werkagenda Waardengedreven Digitaliseren van staatssecretaris Van Huffelen heeft daarvoor al een aantal elementen opgenomen. Zoals het borgen van publieke waarden en daarover structureel nadenken bij nieuwe technologie. Van der Waal is daar enthousiast over. “Het borgen van publieke waarden doe je door open te werken en ervoor te zorgen dat je niet alleen transparant bent, maar dat de samenleving structureel met de overheid mee kan denken en werken aan platformen en systemen. Alleen zo kom je echt tot een publieke digitale infrastructuur. Open source is dan ook meer een middel om te komen tot die publieke digitale infrastructuur dan dat het een doel op zich is. In de publieke digitale infrastructuur denk je na over het publieke belang in plaats van dat je het aan de markt overlaat om software te ontwikkelen vanuit commerciële overwegingen. Er wordt op dit moment veel uitbesteed aan de markt. De overheid zou in de voorwaarden rond die aanbestedingen van softwareontwikkeling nog veel kunnen doen. Door het afdwingen van open standaarden in aanbestedingsregels kun je ervoor zorgen dat je toewerkt naar een ecosysteem van verschillende partijen die uiteindelijk met elkaar gaan samenwerken. De kennis die daarin ontstaat is dan open voor iedereen. Daar moeten we uiteindelijk naartoe.” Nummer 45, januari 2023 45

46 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication