0

april 2026

Colofon Khorhurd is een maandelijkse uitgave van Armeens Apostolische Kerk Surp Hoki dat wordt samengesteld door AJO Amsterdam. Khorhurd streeft ernaar de gelovigen te informeren over de Heilige Liturgie, kerkgeschiedenis en symbolen. De algemene kennis te verbreden en de preken toegankelijk te maken voor alle kerkgangers. Dit redactieteam is opgericht door gelovigen voor gelovigen. ‘Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt, of we nu Joden of Grieken zijn, of we nu slaven of vrije mensen zijn.’ (1 Korintiërs 12:13) Voor vragen, suggesties en/of bijdragen kun je contact opnemen via khorhurd@ajo-amsterdam.nl. Je kunt Khorhurd ook online lezen www.onlinetouch.nl/khorhurd Redactie Seda Abgarian Armenuhi Alaverdyan Grigor Ayvazyan Adrine Bandari - Markarian Dajana Daniljan Laetitia Demirbacak Serge Demirbacak Alwina Gulian Vormgeving Shake Moutafian 2 Khorhurd Masis Kazorian Raffi Kazorian Ani Manukjan Ana Mgrdichian Ani Nazari Suzi Sjabazjan André Yaghyazaryan

I nhouds o p g ave Preken Preek 5 april 2026 Preek 12 april 2026 Preek 19 april 2026 Preek 26 april 2026 4 8 11 13

Preek 5 april 2026 Pasen, de opstanding van Christus “Waarom zoeken jullie de levende bij de doden? Hij is niet hier, Hij is uit de dood opgewekt.” – Lucas 24:5-6 Hoeveel kennis iemand ook bezit, hij eist altijd tastbaar en zichtbaar bewijs. De opstanding van Christus is echter geen gebeurtenis die met menselijke logica bewezen kan worden. Niemand heeft de opstanding gezien, er zijn geen ooggetuigen. Het enig “bewijs” is het lege graf. En dat lege graf is een uitnodiging tot geloof om te aanvaarden dat Jezus werkelijk de Zoon van God is, die de dood heeft overwonnen. De natuur herinnert ons aan de opstanding. Wanneer een tuinier een zaadje in de grond plant, doet dat denken aan een begrafenis, maar na verloop van tijd ontspruit er leven uit diezelfde grond. Zo wordt de mens, hoewel hij tot stof vergaat in zijn lichaam, door God geroepen tot een nieuw leven. De Kerk leert dat de menselijke ziel onsterfelijk is en dat men, om het eeuwige leven te verdienen, een goed, deugdzaam en zuiver leven moet leiden, de behoeftigen moet helpen, de rouwenden moet troosten en de naasten moet dienen. Voor een ongelovige is de dood het einde. Maar voor een gelovige is het een nieuw begin, een nieuwe dageraad. De opstanding van Christus is een open bron voor de mensheid. Wij zijn echter de architecten van dit nieuwe leven. Ons geloof is niet beperkt tot het bezoeken van de kerk, het aansteken van kaarsen of zelfs het ontvangen van de communie. Ware geloof manifesteert zich door dagelijks gebed en goede werken. Als de dood het einde zou zijn, zou ook het idee van eeuwig leven en het bestaan van God in twijfel worden getrokken. Maar Christus zelf zegt: “Ik ben de opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al sterft hij” (Johannes 11:25-26). Zijn dood was niet het einde, maar een overwinning. Door Zijn opstanding werd de sluier van de dood weggenomen en de weg naar het eeuwige leven aan de mens geopenbaard. De dood en opstanding van Christus betekent leven voor ons. Net zoals in de geneeskunde 4 Khorhurd

een lichaamsdeel leven kan geven aan een ander, zo gaf Christus door Zijn offer leven aan de mensheid. De mens is niet geschapen voor een kort aards leven, maar voor de eeuwigheid. Alles in deze wereld is tijdelijk: vreugde en verdriet, succes en lijden. Maar als we leven in geloof en liefde, God verheerlijken en goede en rechtvaardige werken doen, dan zal zelfs de fysieke dood niet het einde voor ons zijn. De opstanding van Christus is de garantie voor onze opstanding. Het Heilige Pasen herinnert ons eraan dat we geen genezing kunnen zoeken bij de doden. Christus is opgestaan en door Zijn opstanding is ons een nieuw leven geschonken. Laten we daarom dit nieuwe leven leven met geloof, liefde en goede daden en het met vreugde verkondigen. “Christus is opgestaan uit de doden. Gezegend is de opstanding van Christus.” Amen. Khorhurd 5

Evangelie Johannes 20:1-18 Opstanding Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria van Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen voor het graf was weggehaald. Ze liep snel weg, naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze Hem nu neergelegd hebben.’ Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, 6 Khorhurd en kwam als eerste bij het graf. Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat Hij uit de dood moest opstaan. De leerlingen gingen terug naar huis.

Maria stond bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze Hem hebben neergelegd.’ Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u Hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u Hem hebt neergelegd, dan kan ik Hem meenemen.’ Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dit Hebreeuwse woord betekent ‘meester’.) ‘Houd Me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zeg tegen hen dat Ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ Maria van Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat Hij tegen haar gezegd had. Khorhurd 7

Preek 12 april 2026 De Nieuwe Zondag Jezus zei tegen hem: “Omdat je Me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.” – Johannes 20:29 Deze woorden werden door de verrezen Christus tot de apostel Tomas gesproken, en waren niet alleen tot hem gericht, maar tot mensen van alle tijden. Tomas was afwezig toen Jezus voor het eerst aan de discipelen verscheen en hij zei dat hij niet zou geloven tenzij hij met eigen ogen zag en Zijn wonden aanraakte. Acht dagen later verscheen Jezus opnieuw en nodigde Tomas uit Zijn wonden aan te raken, en zei: ‘Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’. Toen zei Tomas tegen Hem: ‘Mijn Heer, mijn God!’ (Johannes 20:27-28). Deze woorden van Christus vormen de grootste boodschap van het geloof: zalig zijn zij die niet gezien hebben en toch geloofd hebben. Het christendom bracht nieuw licht in de mensheid met de waarheid van de opstanding, waarmee bevestigd werd dat de dood niet het einde is. Als de wereld in de oudheid wanhoopte over de dood, dan brak met de opstanding van Christus het tijdperk van het eeuwige leven aan. ‘Christus is opgestaan uit de dood’ is de basis van de christelijke hoop. Jezus’ offer is een overwinning op zonde en dood. Net zoals de vogel, die in werd vrijgelaten uit zijn kooi en daarmee werd gered, zo werd de mens door het bloed van Christus bevrijd uit de gevangenschap van de zonde. Hij gaf Zijn leven om ons eeuwig leven te schenken. Zonder deze hoop zal de mens ‘sterven vóór de dood’, maar met geloof in de opstanding leeft hij zelfs na de dood. Ook vandaag de dag liggen de wortels van de onrust, oorlogen en onrechtvaardigheden in de wereld vaak in scepsis en egoïsme. God is niet veranderd, de mens wel. Wanneer het geloof in ons hart ontbreekt, wordt de wereld donker. Daarom is het feest van de Opstanding niet zomaar een ceremonie, maar een oproep tot innerlijke vernieuwing. De figuur van Tomas herinnert ons aan de menselijke twijfel. Er is zelfs een uitdrukking in de taal van ons volk: ‘Je bent net Tomas’. Maar zijn twijfel veranderde in de krachtigste belijdenis. Hij was een van de eersten die Christus openlijk ‘God’ noemde. Zo werd zijn scepsis een getuigenis van het geluk van geloven na het zien, maar nog meer van geloven zonder te zien. 8 Khorhurd

De mens is geneigd alles te onderzoeken en bewijs te eisen, zelfs de diepste mysteries van het geloof. Geloof wordt echter niet alleen door intellectueel onderzoek verkregen: het is het vertrouwen van het hart en de openheid van de ziel voor God. Het woord van Christus blijft een duidelijke instructie voor mensen van alle tijden: ‘Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’. Het ware feest van de Heilige Verrijzenis is wanneer we innerlijk verrijzen, de trots, haat en zelfzucht die in ons zijn, doden. Als we met Hem verenigd zijn in de gelijkenis van Christus’ dood, zullen we ook leven in de gelijkenis van Zijn verrijzenis (Romeinen 6:5). Laten we daarom, gesterkt door het licht van de Verrijzenis, het scepticisme uit ons hart verbannen en vervuld zijn met levend geloof. Moge een straal van verrijzenis in ieders ziel branden, zodat we de moeilijkheden van het leven kunnen overwinnen en vol vertrouwen kunnen belijden: “Mijn Heer en mijn God.” Khorhurd 9

Evangelie Johannes 20:26-31 Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren op slot zaten, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Vrede zij met jullie!’ zei Hij, en daarna richtte Hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’ Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’ Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je Me 10 Khorhurd gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’ Jezus heeft in het bijzijn van zijn leerlingen nog veel meer tekenen verricht, die niet in dit boek staan, maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leven ontvangt door zijn naam.

Preek 19 april 2026 Groene Zondag of Zondag van de Wereldkapel Het Evangelie getuigt dat de apostelen na de Hemelvaart van Jezus bijeenkwamen in de Bovenzaal op de berg Sion. Daar baden zij, zegenden het brood en de wijn en leefden in broederlijke eensgezindheid. Die eerste gebedsplaats werd de Wereldkapel genoemd, de eerste christelijke kapel ter wereld. Van hieruit begon de geschiedenis van de Kerk, als een levende gemeenschap en niet slechts als een gebouw. De Armeens-Apostolische Kerk heeft aan de zondagen na Pasen symbolische namen gegeven: Nieuwe Zondag, Groene Zondag en Rode Zondag. De kleuren spreken met hun eigen symboliek: het nieuwe verwijst naar nieuw leven, het groen naar heropleving en groei, het rood naar strijd en getuigenis. Groene Zondag herinnert ons aan het ontwaken van de lente, wanneer de natuur na de schijnbare stilte van de dood opnieuw tot leven komt. Zoals oude bladeren afvallen en nieuwe ontluiken, zo overwint het leven de tijdelijke nederlaag van de dood. De lente is niet alleen een verandering in de natuur, maar ook een geestelijk symbool. Zij is een teken van herleving, schoonheid en hoop. Toch, zoals onze kerkvaders herin-neren, is het bewonderen van de natuur niet het eindpunt: men moet boven die schoonheid uitstijgen en de Schepper bereiken. De natuur leidt ons naar de overwinning van het Leven, waarvan de volle openbaring de Verrijzenis van Christus is. De Zondag van de Wereldkapel is tevens de herdenking van de stichting (Navakatiek) van de Kerk. Het wezen van de Kerk ligt niet in stenen muren, maar daar waar de levende aanwezigheid van Christus is. De gemeenschap waarin de geest van de Verrijzenis leeft, wordt de voortzetting van de Bovenzaal. Ghrimian Hayrik riep in zijn eerste encycliek de gelovigen op trouw te blijven aan de Kerk waarvan de fundamenten zijn gelegd door de heilige Thaddeüs en de heilige Bartholomeüs. Hij herinnerde eraan dat iedere gelovige een plicht heeft tegenover zijn Moederkerk: de overlevering bewaren en haar ondersteunen. Zijn boodschap was duidelijk: “Wees mij behulpzaam,” zoals Simon van Cyrene Christus hielp bij het dragen van het kruis. Deze feestdag herinnert ons eraan dat de Kerk niet alleen een geestelijke instelling is, maar ook het fundament van onze identiteit en ons voortbestaan. Door de eeuwen heen heeft zij haar kinderen beschermd tegen vele beproevingen en rampen. Daarom is het onze roeping niet alleen te geloven, maar ook met levend handelen en door ons voorbeeld de Khorhurd 11

Kerk bij te staan. Elke gelovige moet van zijn of haar ziel een kleine kerk maken, zodat geen vreemde invloed onze eenheid en vrede kan verstoren. Groene Zondag is een oproep tot hernieuwing: om ons te vernieuwen, trouw te blijven aan onze wortels en het leven van de Verrijzenis in ons te laten bloeien. Wanneer in onze harten de aanwezigheid van Christus leeft, dan is de Kerk levend, en zijn wij haar levende leden geroepen om de geest van geloof en liefde van de Bovenzaal te bewaren en voort te zetten. Evangelie Matteüs 16:13-19 Wie is Jezus? Toen Jezus in het gebied van Caesarea Filippi kwam, vroeg Hij zijn leerlingen: ‘Wie zeggen de mensen dat de Mensenzoon is?’ Ze antwoordden: ‘Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de andere profeten.’ Toen vroeg Hij hun: ‘En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?’ ‘U bent de messias, de Zoon van de levende God,’ antwoordde Simon Petrus. Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Gelukkig ben je, Simon Barjona, want dit is je niet door mensen van vlees en bloed geopenbaard, maar door mijn Vader in de hemel. En Ik zeg je: jij bent Petrus, en op die rots zal Ik mijn kerk bouwen; de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen. Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven; alles wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en alles wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn.’ 12 Khorhurd

Preek 26 april 2026 De Rode Zondag De oorsprong van de naam Rode Zondag is niet precies bekend, maar het hangt waarschijnlijk samen met zowel de natuur als met de symboliek van de Kerk. Vroeger werden op deze dag in de kerk rode gordijnen, gewaden en gewijde voorwerpen gebruikt. De kleur rood symboliseert het bloed, en bloed staat voor leven, strijd en overwinning. Daarom wordt deze dag ook verbonden met het bloed dat Christus heeft vergoten, waardoor de Kerk is ‘gebloeid’ en bevestigd. In de volksmond verwijst de benaming ‘groen-rood’ soms ook naar de regenboog, het teken van Gods verbond. In deze context wordt de kleur rood niet alleen een symbool van offer, maar ook van hoop en nieuw leven. Rood is de kleur van strijd. Het christelijk leven is niet slechts een rustig bestaan, maar een voortdurende strijd tegen zonde, kwaad en verderfelijke krachten. Zoals de rode bloedcellen in ons lichaam onophoudelijk strijden tegen ziekten, zo is ook een christen geroepen tot een geestelijke strijd. Door de doop wordt de gelovige versterkt om aan deze strijd deel te nemen, om ‘het kwaad te doven’ en het leven van God in zichzelf te bewaren. Deze strijd is niet gemakkelijk. Het is een ‘nauwe poort en een smalle weg’, maar het leidt ons naar het leven. De brede en gemakkelijke weg, die de strijd vermijdt, leidt tot verlies. Een christen zijn vraagt moed, volharding en een levend geloof. Het is geen uiterlijk lawaai of geweld, maar een innerlijke kracht, zoals een rustige maar machtige rivier die met een onzichtbare kracht leven geeft. De apostel Paulus herinnert ons eraan dat God niet de sterken qua uiterlijk uitkiest, maar degenen die door het geloof kracht ontvangen. Hij beschrijft een christen als een gewapende strijder die de ‘helm van het heil’ en het ‘zwaard van de Geest’, het Woord van God, draagt. Aan het einde van zijn leven zegt hij vol vertrouwen: ‘Ik heb de goede strijd gestreden, mijn loop voltooid en het geloof behouden.’ Rode Zondag spreekt ook in de natuur over strijd. In de lente weerstaan de pas ontloken bloemen en vruchten de kou en de vorst. Hoewel zij schade oplopen, gaat het leven toch verder en overwint het. Zo is ook het christelijk leven: het gaat door beproevingen heen, maar voert uiteindelijk naar de overwinning. Khorhurd 13

Deze dag herinnert ons eraan dat het christelijk leven een weg van moed is. Moed vormt de basis van de christelijke deugden. Zonder deze moed kan de mens niet standhouden tegen de verderfelijke krachten van de wereld. Daarom is Rode Zondag een oproep tot een eerlijke en met geloof vervulde strijd, tot innerlijke kracht en standvastigheid. De kinderen van de Kerk, die door het bloed van Christus is bevestigd, zijn geroepen in deze geest te leven, strijdend tegen het kwaad en hun geloof te bewaren tot het einde. Evangelie Johannes 5:19-30 Jezus reageerde hierop met de volgende woorden: ‘Werkelijk, Ik verzeker u, de Zoon kan niets uit zichzelf doen, Hij kan alleen doen wat Hij de Vader ziet doen; en wat de Vader doet, dat doet de Zoon op dezelfde manier. De Vader heeft de Zoon immers lief en laat Hem alles zien wat Hij doet. Hij zal Hem nog grotere dingen laten zien, u zult verbaasd staan! Want zoals de Vader doden opwekt en levend maakt, zo maakt ook de Zoon levend wie Hij wil. De Vader zelf velt over niemand een oordeel, maar Hij heeft het oordeel geheel aan de Zoon toevertrouwd. Dan zal iedereen de Zoon eer betuigen zoals men de Vader eert. Wie de Zoon niet eert, eert ook de Vader niet, die Hem gezonden heeft. Werkelijk, Ik verzeker u, wie luistert naar wat Ik zeg en Hem gelooft die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken, hij is van de dood overgegaan naar het leven. Werkelijk, Ik verzeker u, er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat de doden de stem van Gods Zoon zullen horen en dat wie Hem horen, zullen leven. Zoals de Vader leven heeft in zichzelf, zo heeft ook de Zoon leven in zichzelf; dat heeft de Vader Hem gegeven. En omdat Hij de Mensenzoon is, heeft de Vader Hem ook gezag gegeven om het oordeel te vellen. Wees hierover niet verwonderd, er komt een moment waarop alle doden zijn stem zullen horen en uit hun graf zullen komen: wie het goede gedaan heeft staat op om te leven, wie het slechte gedaan heeft staat op om veroordeeld te worden. Ik kan niets doen uit mijzelf: Ik oordeel naar wat Ik hoor, en mijn oordeel is rechtvaardig omdat Ik mij niet richt op wat Ik zelf wil, maar op de wil van Hem die Mij gezonden heeft. 14 Khorhurd

1 Online Touch

Index

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12
  13. 13
  14. 14
  15. 15
  16. 16
Home


You need flash player to view this online publication