18

18 MASTERPLAN MAASDAL NOORD-LIMBURG • verhogen organisatiekracht richting agrariërs; • toegankelijk maken van het gebied via fi ets-, wandel- en vaarroutes; • herstel en behoud Maasheggenlandschap; • meenemen noodzakelijke aanpassingen in de oost-west verbindingen (uit het programma ‘netwerken en verbindingen’) • inzetten cultuurhistorische of industriële ‘monumenten’ voor huisvesting bijzondere zorggroepen; • ontwikkelen van een investeringsstrategie op basis van het principe van gebiedsontwikkeling. ‘Masterplan Maasdal’ Om de in de Regiovisie vervatte ‘opgave’ te kunnen realiseren heeft de Stuurgroep Regiovisie, waarin bestuurders van de gemeenten Bergen, Gennep en Mook en Middelaar, de provincie Limburg, ondernemers en maatschappelijke organisaties zitting hebben, het noodzakelijk geacht dat, als eerste stap en in lijn met de Regiovisie, een integrale gebiedsvisie op de (her)inrichting en het ruimtelijk gebruik van het Maasdal wordt ontwikkeld. De Stuurgroep Regiovisie heeft op 26 januari 2011 opdracht gegeven om deze integrale gebiedsvisie voor het Maasdal in het ‘Masterplan Maasdal’ te verwoorden / verbeelden. Om aan deze opdracht uitvoering te geven is een ambtelijke projectgroep ingesteld bestaande uit vertegenwoordigers van de drie gemeenten, de Provincie, Rijkswaterstaat, het Waterschap Peel en Maasvallei, de LLTB, de terreinbeherende organisaties en de recreatiesector. De ambtelijke projectgroep stond onder leiding van een door de Provincie Limburg gedetacheerde programmamanager. De ambtelijke projectgroep heeft zich laten bijstaan door adviesbureau DLA+ rural and urban landscapes te Groesbeek. Op een aantal momenten heeft de ambtelijke projectgroep tijdens zogenaamde ‘stakeholdersbijeenkomsten’ met vertegenwoordigers van wijk- en dorpsraden, ondernemers en brancheen belangenorganisaties gesproken. Die gesprekken waren op de eerste plaats bedoeld om input te krijgen voor het Masterplan, maar hadden op de tweede plaats tot doel om in de regio draagvlak te genereren voor de in het Masterplan te vervatten gebiedsvisie. Daarnaast zijn er met onder meer de LLTB, de recreatiesector en de ontgrondingensector bilaterale (verdiepings)overleggen gevoerd. Gelet op wederzijdse beïnvloeding en de hydraulische samenhang in het gebied heeft er ook met vertegenwoordigers van de gemeenten Cuijk en Boxmeer, de provincie Noord-Brabant en het Waterschap Aa en Maas afstemming plaatsgevonden. Het voorliggende ‘Masterplan Maasdal’ vormt het eindproduct van een intensief traject. Het Masterplan geeft een integrale visie op het toekomstige ‘ruimtelijk gebruik’ van het Maasdal in de gemeenten Bergen, Gennep en Mook en Middelaar. Het Masterplan dient als startdocument voor de verdere gebiedsontwikkeling. Het fungeert als indicatief toetsingskader voor bestaande en nieuwe initiatieven, als ontwikkelingskader en als uitgangsdocument voor de volgende fasen in het traject: planuitwerking, realisatie en beheer. Regionale ambitie en hoogwaterveiligheid Versterking van de regio vormt het doel van de gedeelde ontwikkeling van de drie gemeenten. Onverwijld aan de slag dus, zou je zeggen. Jazeker, voor wat betreft het Maasdal is er alleen een ‘maar’: de Maas. De Maas, die de meeste tijd traag en liefl ijk naar zee stroomt en die al eeuwenlang de belangrijkste levensader van dit gebied is, vormt tegelijkertijd een reële bedreiging voor de (water)veiligheid van de regio. De (water)veiligheid moet worden gegarandeerd, zo stellen de gemeenten in hun Regiovisie, want …. “Natte voeten bedreigen per defi nitie een uitbreiding van gevarieerd en duurzaam wonen, zorg, recreëren en ecolandbouwen. Gebeurt dat niet, dan vallen alle opties in het water.” (Regiovisie pag. 7) Hiermee is duidelijk dat regionale ambitie en hoogwaterveiligheid twee kanten van dezelfde medaille zijn en dat toekomstige gebiedsontwikkeling niet los gezien kan worden van ingrepen die deze veiligheid zullen garanderen. De hoogwaters van de negentiger jaren hebben laten zien wat de gevolgen zijn als de Maas buiten haar oevers treedt, welke risico’s mens en dier lopen en hoeveel (economische) schade kan ontstaan. Om de risico’s en gevolgen van nieuwe hoogwaters uit te sluiten c.q. te beperken, zijn er sinds de hoogwaters van 1993 en 1995 door ‘Maaswerken’ al tal van maatregelen (rivierverruiming en waterkeringen) genomen om langs het onbedijkte deel van de Maas een beschermingsniveau van 1:250 bij de huidige maatgevende debieten te kunnen garanderen. De komende jaren zal dit traject worden afgerond; onder meer door de aanleg

19 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication