33

MASTERPLAN MAASDAL NOORD-LIMBURG 33 vooral sociaal-maatschappelijke relaties met de gemeenten in het Land van Cuijk aan de overkant van de Maas. Het gebied van de drie Noord-Limburgse gemeenten is relatief dunbevolkt. Er wonen in totaal nog geen 40.000 mensen, verdeeld over 16 kernen (Bergen per 1 januari 2012: 13.294; Gennep per 1 april 2011: 17.369; Mook en Middelaar per 1 april 2011: 7.924). Hoewel de bevolkingsgroei is afgevlakt en men als gevolg van vergrijzing en ontgroening (het wegtrekken van jonge mensen) krimp verwacht, wordt verondersteld dat gebieden die binnen de invloedssfeer van stedelijke conglomeraten liggen, lichte groei tegemoet zouden kunnen zien. Ten opzichte van 2009 (38.540) is het totaal aantal inwoners in 2011/2012 (38.587) in elk geval heel licht gestegen; bron: CBS). De bevolkingsdichtheid van het eigenlijke Masterplangebied is vele malen geringer. Alleen de kernen Well, Aijen, (oud-)Bergen, Heijen, Middelaar en een – kleiner – deel van de kernen Mook en Milsbeek liggen binnen de grenzen van het plangebied. De bedrijvigheid in het Masterplangebied is voornamelijk agrarisch van aard; daarnaast vinden we bij de Mookerplas en het Leukermeer sterke concentraties van toeristisch-recreatieve functies (zwemstrand, ligweide, horeca, campings, jachthavens). Binnen het Masterplangebied bevinden zich alleen bedrijventerreinen in Milsbeek (binnendijks), Heijen (langs de Haven) en Aff erden (steenfabriek). Nieuwe bedrijventerreinen zijn niet gepland. Naar demografi e en bedrijvigheid binnen de drie gemeenten is in het kader van de Regiovisie al uitgebreid onderzoek gedaan. Hoogwaterveiligheid en taakstelling Zoals gezegd heeft de Maas met haar grillige karakter het Maasdal in sterke mate gevormd. In het verleden waren er geen stuwen en werd de Maas tijdens droge tijden een ondiepe rivier zoals dat bij de Grensmaas nog het geval is. Hoogwaters kwamen regelmatig voor, maar de bewoners waren daarop ingesteld. Vandaag de dag kent het Maasdal een Maas die tijdens lage afvoeren gestuwd is en die aan Limburgse kant bij hoogwater afgegrensd is van bebouwing door waterkeringen die om de woonkernen zijn aangelegd. Doordat de Maas een regenrivier is, hebben de hoogwaters een grillig verloop. Het vroeger onvoorspelbare gedrag van de Maas is overigens wel steeds meer voorspelbaar geworden dankzij modellen waarmee op korte termijn betrouwbare hoogwatervoorspellingen kunnen worden gegeven. Daardoor is het ook mogelijk om bijvoorbeeld demontabele keringen – als onderdeel van de bestaande waterkeringen – tijdig te kunnen plaatsen. Met het verhogen van de waterkeringen wordt de zogenaamde ‘overschrijdingskans’ verkleind van circa eens per 50 jaar naar eens per 250 jaar wordt het land achter de waterkeringen steeds beter beschermd. De bewoners van Limburg hebben recht op deze verhoogde bescherming. Dat is zo geregeld in de Wet op de Waterkering (WoW). Deze wet anticipeert op de klimaatverandering die onafwendbaar zijn loop neemt. Want de Maasafvoeren en waterstanden zullen door de klimaatverandering vrijwel zeker van karakter veranderen. De hoogwaterafvoeren vanuit het hele stroomgebied zullen hoger worden en langer duren. Daar zit de crux. We zullen ons immers op die toenemende, frequentere en deels onvoorspelbare watervolumes moeten voorbereiden. Voor verdere informatie verwijzen we naar de offi ciële rapporten, zoals het rapport van de commissie Veerman ‘Samen werken met water’ en naar de bevindingen van de Deltacommissie 2008 ( www.deltacommissie. com).

34 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication