Complexe gebouwen, beperkte ruimte De complexiteit begint bij de gebouwen zelf. In grote steden is ruimte schaars en duur, waardoor elke vierkante meter optimaal wordt benut. Appartementen worden kleiner, functies worden gestapeld en installaties moeten in steeds minder ruimte worden ingepast. “Vroeger had je vaak vrij eenvoudige gebouwen: recht omhoog, met installaties die logisch boven elkaar zaten”, vertelt Myrthe. “Nu zie je torens die draaien of verspringen. Dat ziet er prachtig uit, maar maakt het voor ons een stuk ingewikkelder.” De complexiteit zit niet alleen in de vorm van het gebouw, maar ook in de techniek. Warmte- en koudeleidingen zijn bijvoorbeeld veel minder flexibel dan andere installaties. “Je kunt ze niet zomaar even om een hoekje leggen”, legt Chris uit. “Ze hebben ruimte nodig, moeten volgens bepaalde eisen worden aangelegd en moeten ook nog toegankelijk blijven voor onderhoud.” Daar komt bij dat in moderne gebouwen steeds vaker meerdere systemen samenkomen: verwarmen, koelen, ventilatie, elektra. “Alles moet ergens een plek krijgen”, zegt Myrthe. “En dat terwijl de ruimte juist steeds beperkter wordt.” Hoe het nu vaak gaat Ondanks die toenemende complexiteit verloopt het ontwerpproces in de basis nog vaak op dezelfde manier als jaren geleden. Een installatieadviseur maakt in opdracht van de bouwer een eerste ontwerp voor het leidingtracé. Dat vormt het uitgangspunt voor de verdere engineering. Pas later in het proces worden andere partijen, zoals de aannemer of het ingenieursbureau, betrokken. “En daar gaat het vaak mis”, zegt Chris. “Want dat eerste tracé is meestal bedacht vanuit één perspectief: dat van de bouwer of installateur. Er wordt nog onvoldoende gekeken naar uitvoerbaarheid of onderhoud.” De bouwer wil het gebouw zo efficiënt en kosteneffectief mogelijk realiseren. De installatieadviseur denkt vanuit het De sleutel: eerder samenwerken Volgens beiden is de oplossing duidelijk: zorg dat de juiste partijen eerder in het proces betrokken worden. “Het liefst al in de ontwerpfase, of zelfs daarvoor”, zegt Myrthe. “Op het moment dat de eerste ideeën ontstaan over hoe een gebouw eruit gaat zien en hoe de installaties lopen.” Door die vroege betrokkenheid kunnen belangrijke vragen eerder worden gesteld. Is het tracé uitvoerbaar? Blijft alles bereikbaar? Voldoet het aan de eisen van de beheerder? “Je hoeft niet alles meteen op te lossen”, zegt Chris. “Maar als je vroeg het gesprek aangaat, plant je wel een zaadje. Mensen gaan anders nadenken en houden eerder rekening met de consequenties.” ontwerp en de installatietechniek. De leidingbeheerder kijkt juist naar de lange termijn: onderhoud, veiligheid en betrouwbaarheid. En de aannemer kijkt naar de uitvoerbaarheid. “Die belangen lopen helaas niet gelijk”, zegt Chris. “Een bouwer wil een project opleveren, daarna is het voor hem klaar. Maar een leidingbeheerder moet er nog vijftig jaar bij kunnen.” Het gevolg: plannen die op papier logisch lijken, maar in de praktijk niet werken. Leidingen die niet passen, ruimtes die niet bereikbaar zijn of oplossingen die technisch wel kunnen, maar niet wenselijk zijn op de lange termijn. “Dan kom je in een situatie waarin je zaken moet aanpassen”, vult Myrthe aan. “En dat gebeurt vaak laat in het proces, soms zelfs tijdens de uitvoering. Dat kost tijd, geld en energie.” “Vroeger had je vaak vrij eenvoudige gebouwen: recht omhoog, met installaties die logisch boven elkaar zaten. Nu zie je torens die draaien of verspringen. Dat ziet er prachtig uit, maar maakt het voor ons een stuk ingewikkelder.” MYRTHE VAN VOSKUIJLEN-GEERS 21
22 Online Touch Home