0

magazine BIG Editie 23 jun. 2026 BIG in Pipelines Geopolitiek Slimmer samenwerken in complexe hoogbouw Leidinggeven in een veranderende sector: Kayleigh Hooijschuur-Vogelaar & Myrthe van Voskuijlen-Geers WPC Hofstade Pipeliner in beeld: Tom van Espen Beeld: Litran Digitale kwetsbaarheid

VOORWOORD Navigeren in een veranderende wereld Ferdinand van den Oever - Voorzitter BIG De wereld om ons heen verandert in hoog tempo. Er was al een oorlog gaande in Oekraïne, maar door de Israëlische en Amerikaanse aanval op Iran is daar ook een uitslaande brand in het Midden-Oosten bijgekomen. Dit conflict is onvoorspelbaar door de opstelling van de Amerikaanse president, de inmengingen van Rusland en het Iraanse regime dat vecht voor zijn leven. Door de blokkade van de Straat van Hormuz en de aanvallen op energie-installaties in de Golfstaten wordt de aanvoer van onder andere olie sterk ingeperkt. Met als gevolg allereerst het omhoogschieten van de prijzen van olie en aardgas. Deze torenhoge energielasten zijn vervolgens de oorzaak dat de chemische sector de noodzakelijke investeringen in verduurzaming niet kan bekostigen. De kloof tussen plannen en realisatie groeit. Dit raakt niet alleen onze sector, maar ook de bredere ambitie om te verduurzamen en energiezekerheid te waarborgen. Dit terwijl voor een grotere onafhankelijkheid van derden – lees eerst Rusland en nu de VS – juist die investeringen broodnodig zijn. Wat aanvankelijk leidde tot een ongekende versnelling van projecten, zien we vandaag de dag een andere realiteit: vertraging, onzekerheid en uitgestelde investeringsbeslissingen. Onze sector bevindt zich daarmee letterlijk tussen versnelling en vertraging. In dit magazine leest u de visie van vier directeuren uit onze sector. Hun conclusie: de impact is groot, maar niet eenduidig. “We zitten tussen versnelling en vertraging in.” Net als Imre Gmelig Meijling ben ik van mening dat afhankelijkheid van derden zich niet alleen in de fysieke wereld afspeelt, maar ook in de digitale. Steeds meer van onze infrastructuur draait op data, software en cloudplatforms, die in grote mate in handen zijn van buitenlandse technologiebedrijven. Daarmee ontstaat een nieuwe kwetsbaarheid: niet alleen de beschikbaarheid van energie, maar ook de toegang tot systemen en data is afhankelijk geworden van externe partijen en internationale wetgeving. In een wereld waarin geopolitieke spanningen toenemen, is dat geen theoretisch risico, maar een reële factor om rekening mee te houden. Wat ondanks alles overeind blijft, is het fundamentele belang van onze sector. Ondergrondse infrastructuur vormt de ruggengraat van onze energievoorziening en economie. Of het nu gaat om aardgas, waterstof, CO₂ of warmte: zonder leidingen komt de energietransitie simpelweg niet van de grond. Tegelijkertijd wordt ook de digitale laag van die infrastructuur steeds belangrijker. Monitoring, aansturing en beveiliging zijn afhankelijk van betrouwbare IT-systemen en data. Daarom is het van groot belang dat we blijven investeren. Niet alleen in projecten, maar als BIG ook in samenwerking, innovatie en een helder gezamenlijk verhaal. Foto: Koen Mol 2

BIG News BIG website in een nieuw jasje en terugblik naar de BIG Voorjaarsdag BIG Voorjaarsdag 2026: duurzaamheid, verbinding en vooruitkijken Op 12 maart vond in de indrukwekkende kapel van Hotel Nassau in Breda de eerste BIG bijeenkomst van 2026 plaats. Met duurzaamheid als centraal thema stond de dag in het teken van kennisdeling, innovatie en samenwerking binnen de ondergrondse infrasector. Na de ontvangst met een lunch in de binnentuin opende voorzitter Ferdinand van den Oever de middag met een inspirerende boodschap: BIG wordt BIGGER! Niet alleen in omvang, maar ook in kennis, verbinding en impact. Met plannen voor mini-excursies, verdiepende workshops, een vernieuwde website en een groter onlinenetwerk belooft 2026 een dynamisch jaar te worden voor BIG in Pipelines. De eerste presentatie deze middag ging over het project Hytransport door Hanab Pipelines & Industry. Gerben Kamphuis en Martin Boot namen de aanwezigen mee in de uitdagingen én kansen van duurzaam werken aan een waterstofleiding in Rotterdam. Van tenderfase tot uitvoering: hoe vertaal je ambitieuze CO₂ doelstellingen naar concrete keuzes in de uitvoering? Daarna was het de beurt aan Pipeliner afgestudeerde Kirsten Terlouw van MVOI. Haar presentatie gaf inzicht in de verschillende standpunten rondom emissievrij materieel binnen de ondergrondse infrastructuur. Hoe kijken aannemers, opdrachtgevers en vergunningverleners hiernaar? En waar liggen kansen om samen sneller stappen te zetten richting emissieloos werken? De middag werd afgesloten met een inspirerende blik op de toekomst van sleufloze technieken. Jeroen Schreuder en Feitze Veenstra lieten zien hoe slim omgaan met de ondergrond kan bijdragen aan ruimte, veiligheid én duurzaamheid. Met praktijkvoorbeelden, technische inzichten en aandacht voor hergebruik van bestaande tracés ontstond een boeiende discussie over de toekomst van onze infrastructuur. De dag sloten we af met een gezellige netwerkborrel. Wij kijken terug op een geslaagde en inspirerende aftrap van het BIG-jaar en bedanken alle sprekers, aanwezigen én sponsor Hanab Pipelines & Industry voor hun bijdrage aan deze mooie dag.  3 Foto: Koen Mol

BIG News BIG website wordt vernieuwd Momenteel zijn we druk bezig om de BIG website in een nieuw jasje te steken. Geen complete make-over, maar wel een belangrijke stap om de website weer helemaal klaar te maken voor de toekomst! Door een zogeheten technische re-build is de basis van de website vernieuwd en daarmee veilig, stabiel en future proof voor de komende jaren! Met deze vernieuwing is de basis van de website toekomstbestendig, sneller en beter beveiligd. Tegelijkertijd is ook de structuur onder de loep genomen. De menustructuur is overzichtelijker gemaakt en de look & feel heeft een frisse, eigentijdse update gekregen die beter past bij de huidige uitstraling van BIG in Pipelines. Deze stap zorgt ervoor dat we de komende jaren weer vooruit kunnen: de website is klaar om verder door te ontwikkelen en beter vindbaar te zijn voor onze doelgroepen. Vanaf juli is de vernieuwde website live. Neem dan vooral een kijkje en ervaar zelf de verbeteringen. Feedback is natuurlijk altijd welkom! BIG Evenementencommissie De BIG Evenementencommissie bestaat uit enthousiaste mensen uit het vakgebied die samen vijf keer per jaar inspirerende evenementen, workshops en excursies voor leden en branchegenoten organiseren. BIG PR-commissie De BIG PR-commissie bestaat eveneens uit enthousiastelingen uit de branche en verzorgt de inhoud en productie van het BIG Magazine, waarin nieuws, interviews en ontwikkelingen uit de buisleidingenbranche worden gedeeld. Foto: Koen Mol Ook actief worden binnen BIG? Wil jij je netwerk uitbreiden, nieuwe mensen leren kennen en bijdragen aan de toekomst van de buisleidingenbranche? Sluit je aan bij een van de commissies, meld je aan voor een van onze evenementen of deel een idee voor een artikel. Ga voor meer informatie naar www.bigleidingen.eu of neem contact op via info@bigleidingen.eu 4

De digitale kwetsbaarheid van ondergrondse infrastructuur Ondergrondse infrastructuur houdt ons land draaiende, maar hoe kwetsbaar is dit? Pijpleidingen beschermen we onder andere tegen corrosie en beschadiging. Met coatingsystemen, inspecties en kathodische bescherming zorgen we dat leidingen veilig blijven functioneren. Maar achter die fysieke infrastructuur draait nog een tweede systeem: dat van data, software en digitale platforms. Systemen die een grote rol spelen in het databeheer, de monitoring en de veiligheid van de ondergrondse infrastructuur. Volgens Imre Gmelig Meijling wordt juist dat systeem steeds belangrijker én kwetsbaarder. Imre is commercieel directeur van digitaal bureau 1xINTERNET en board member bij de international Drupal Association, de organisatie achter het open source contentmanagementsysteem Drupal. Vanuit die rol ziet hij dagelijks hoe Europa worstelt met een vraag die steeds urgenter wordt: hoe afhankelijk zijn we eigenlijk geworden van buitenlandse technologie? “Op dit moment wordt er geschiedenis geschreven op digitaal vlak,” zegt Imre. “Europa probeert minder afhankelijk te worden van onder andere Amerikaanse technologie. Dat is een grote verandering, want die afhankelijkheid is in de afgelopen decennia alleen maar gegroeid.” Diepe afhankelijkheid Veel Europese organisaties draaien hun dagelijkse bedrijfsvoering op technologie van grote Amerikaanse bedrijven zoals Microsoft, Google, Amazon en Apple. Dat gaat verder dan alleen e-mail of software op kantoor. Het raakt ook servers, cloudplatforms, dataopslag en steeds vaker ook kunstmatige intelligentie (AI). Volgens Imre is die afhankelijkheid inmiddels structureel. “70 tot 80 procent van de Europese cloudmarkt is in handen van Amerikaanse bedrijven zoals Amazon Web Services, Microsoft Azure en Google Cloud. Europese organisaties betalen jaarlijks ongeveer 265 miljard euro aan Amerikaanse cloud- en softwarediensten.” Dat betekent dat een groot deel van de digitale motor van bedrijven buiten Europa draait. Tegelijkertijd vloeit er ook veel geld uit de Europese economie weg. Maar er is nog een ander risico: controle. “Als je hele bedrijfsvoering draait op technologie van één leverancier, ben je daar ook afhankelijk van. In extreme gevallen kan dat betekenen dat toegang tot systemen wordt geblokkeerd.” Voorbeelden hiervan haalden de afgelopen jaren dan ook het nieuws.  5 Beeld: AI-gegenereerd

Imre Gmelig Meijling overheden, internationale organisaties, energiebedrijven, telecombedrijven en infrastructuurbeheerders. Imre Gmelig Meijling (51) is commercieel directeur bij digitaal bureau 1xINTERNET. Het bureau ontwikkelt digitale strategieën, websites, platforms en AI-toepassingen voor organisaties zoals Philips, Slachtofferhulp Nederland en Heineken. Daarnaast is hij board member van de Drupal Association, de internationale organisatie achter het open source contentmanagementsysteem Drupal. Vanuit die rol volgt hij de ontwikkelingen rond digitale soevereiniteit en de Europese tech stack van dichtbij. Wetgeving speelt ook mee De afhankelijkheid wordt extra complex door internationale wetgeving. Veel Amerikaanse technologiebedrijven vallen onder de zogeheten CLOUD (Clarifying Lawful Oversease Use of Data) Act. Deze Amerikaanse wet geeft de Amerikaanse overheid in bepaalde gevallen het recht om toegang te vragen tot data van bedrijven, zelfs als die data in Europa staat opgeslagen. Dat botst met Europese privacyregels, zoals de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming). Deze Europese wet bepaalt hoe organisaties met persoonsgegevens moeten omgaan. “Veel organisaties denken: als mijn data in Europa staat, dan is het veilig”, zegt Imre. “Maar dat is niet altijd zo. Als je werkt met een Amerikaanse leverancier, kan Amerikaanse wetgeving alsnog van toepassing zijn.” Geopolitiek wordt voelbaar Dat dit geen theoretisch probleem is, blijkt volgens hem uit recente voorbeelden. Zo verloor het Internationaal Strafhof in Den Haag de toegang tot Microsoft 365 nadat politieke spanningen waren opgelopen. “Zo’n situatie laat zien hoe afhankelijk organisaties zijn geworden van digitale systemen”, zegt hij. “Als toegang tot systemen wordt beperkt, kan een organisatie letterlijk niet meer bij haar eigen data.” Dat soort situaties komen nog niet massaal voor, maar het risico groeit. Vooral organisaties met gevoelige data of een publieke rol lopen extra risico. Denk aan De Europese tech stack Om minder afhankelijk te worden van buitenlandse technologie wordt steeds vaker gesproken over een Europese tech stack; Europa wil een digitale infrastructuur ontwikkelen die minder afhankelijk is van Amerikaanse en Chinese technologie. Dat betekent niet dat Europa alles zelf moet realiseren. Wel wil de Europese Unie meer controle krijgen over belangrijke digitale onderdelen, zoals beveiliging van cloudopslag, data-eigendom en AI. Daarbij speelt ook Europese wetgeving een rol. Denk aan regels zoals: AVG (GDPR) - de Europese privacywetgeving, DMA (Digital Markets Act) - regels voor grote techplatforms, DSA (Digital Services Act) - regels voor online platforms en de AI Act - nieuwe Europese wet die regels stelt voor de ontwikkeling en het gebruik van AI-systemen. Deze wetten moeten ervoor zorgen dat data beter beschermd wordt en dat technologiebedrijven zich aan Europese regels houden. Open source als alternatief Een belangrijke rol in deze ontwikkeling is weggelegd voor open source software. Dit is software waarvan de broncode openbaar is en door iedereen kan worden bekeken en aangepast. Volgens Imre kan open source helpen om afhankelijkheid te verminderen. “Het voordeel van open source is dat je niet vastzit aan één leverancier. Als een partij stopt of prijzen verhoogt, kun je in principe overstappen naar een andere partij die met dezelfde technologie werkt.” Daarnaast zorgt open source voor meer transparantie. Omdat de code openbaar is, kunnen ontwikkelaars wereldwijd controleren hoe software werkt en fouten sneller opsporen. Maar open source is geen wondermiddel. “Het werkt alleen goed als er ook investeringen zijn, sterke communities en organisaties die de technologie kunnen implementeren en onderhouden.” Digitale risico’s voor infrastructuur Juist voor bedrijven in de infrastructuursector is digitale afhankelijkheid een belangrijk onderwerp. Leidingen, energienetten en waterinfrastructuur worden tegenwoordig 6

continu gemonitord met sensoren en digitale systemen. Daarbij wordt enorme hoeveelheden data verzameld, zoals sensordata, assetinformatie, netwerkdata en klantgegevens. “Die netwerken vormen de ruggengraat van onze samenleving”, zegt Imre. “Als systemen of data afhankelijk zijn van buitenlandse partijen, dan is dat een risico voor vitale processen.” Digitale soevereiniteit betekent in dit geval vooral dat organisaties controle houden over hun systemen en data. Dat wordt ook steeds belangrijker door nieuwe Europese regelgeving. Zo verplicht de Europese NIS2-wetgeving (Network and Information Security directive), die in 2024 van kracht ging, organisaties in vitale sectoren om hun digitale beveiliging beter op orde te hebben. Dat geldt onder meer voor energie, water, transport en telecom. Waar zitten de grootste risico’s? De grootste kwetsbaarheid zit volgens Imre niet in één specifiek onderdeel, maar in de combinatie van factoren. Denk aan toegang tot systemen, databeheer en afhankelijkheid van leveranciers. “Als een organisatie volledig afhankelijk is van één cloudprovider, kan dat verschillende risico’s opleveren”, zegt hij. “Bijvoorbeeld als prijzen sterk stijgen, zoals met VMWare (een Amerikaans softwarebedrijf dat diverse producten uitbrengt die virtualisatie mogelijk maken) is gebeurd; prijzen gingen met meer dan 1000% omhoog. Of als toegang tot systemen wordt beperkt als data juridisch onder buitenlandse wetgeving valt.” Daarnaast spelen cyberdreigingen een rol. Ransomwareaanvallen (software die toegang tot gegevens of systemen blokkeert, versleutelt of publiceert totdat er losgeld wordt betaald), datalekken of DDoS-aanvallen (Distributed Denial of Service; een cyberaanval die een website of netwerk platlegt door het te overspoelen met een enorme hoeveelheid nepverkeer) kunnen digitale infrastructuur platleggen. Waar begin je als organisatie? Voor bedrijven in de infrastructuursector begint digitale autonomie volgens Imre met een eenvoudige vraag: welke processen móéten altijd blijven draaien? “Identificeer eerst je vitale processen”, adviseert hij. “Denk aan waterbeheer, energievoorziening of verkeerssturing. Bepaal vervolgens welke systemen, data en leveranciers daarvoor nodig zijn.” Daarna is het belangrijk om de hele keten in kaart te brengen. Niet alleen de eigen IT-systemen, maar ook leveranciers, netwerken en datacenters. Tot slot moeten organisaties kijken naar zogenaamde single points of failure: plekken waar één systeem of leverancier onmisbaar is. Als dat punt uitvalt, ligt mogelijk de hele organisatie stil. Strategische keuzes Volgens Imre moeten organisaties in vitale infrastructuur anders gaan kijken naar digitale technologie. Niet alleen naar prijs of gebruiksgemak, maar ook naar controle en continuïteit. Digitale autonomie betekent daarbij niet dat organisaties alles zelf moeten doen. Wel dat ze controle houden over de onderdelen die essentieel zijn voor hun bedrijfsvoering. “Digitale infrastructuur wordt steeds meer gezien als vitale infrastructuur, net zoals we leidingen beschermen tegen corrosie, moeten we ook nadenken over de bescherming van onze digitale systemen.” De komende tien jaar Hoe de digitale wereld er over tien jaar uitziet, is moeilijk te voorspellen. Amerikaanse technologiebedrijven zullen waarschijnlijk dominant blijven in cloud en AI. Ook Azië blijft een belangrijke speler. Toch verwacht Imre dat Europa op bepaalde gebieden sterker wordt. Vooral bij websites, digitale platforms en online toepassingen ziet hij ruimte voor Europese alternatieven. De belangrijkste verandering is misschien wel de manier waarop organisaties naar technologie kijken. “Digitale infrastructuur wordt steeds meer gezien als vitale infrastructuur”, zegt hij. “Net zoals we leidingen beschermen tegen corrosie, moeten we ook nadenken over de bescherming van onze digitale systemen.” BIG NXT30 7 Beeld: Adobe Stock

Van afvalwater naar drinkwater: Hofstade waterproductiecentrum (WPC) Dit artikel is geschreven door Farys Het waterproductiecentrum (WPC) in Hofstade bij Aalst (België) werd recent bekroond met twee belangrijke innovatie-awards: de Industrial Water Innovation Award 2025 én de Water Reuse Europe Innovation Prize 2025. Farys vat dit belangrijke project graag nog eens samen. Primeur voor Europa Sinds juni 2025 levert het WPC Hofstade 50.000 liter per uur hergebruikt water rechtstreeks aan het drinkwaternet. Het is daarmee het eerste demonstratieproject in Europa voor ‘direct potable reuse (DPR)’ of direct drinkwaterhergebruik van gezuiverd stedelijk rioolwater. In 2026 schalen we de productiecapaciteit op naar 100.000 liter per uur. Robuust ‘multi-barrierproces’ Met dit project tonen we aan dat dit gezuiverd rioolwater of ‘RWZI effluent’ (1 in onderstaand schema) een bijkomende bron voor drinkwaterproductie kan zijn en dat hergebruik dus de leveringszekerheid versterkt. Om dit absoluut veilig te doen, doorloopt het water meerdere opeenvolgende zuiveringsstappen of ‘barriers’, zodat het drinkwater geleverd in Aalst aan alle drinkwaterkwaliteitseisen blijft voldoen. 88 Foto’s: Nuoro

• RWZI effluent (1). • Microzeven & ultrafiltratie (2 & 3): waarbij zwevende deeltjes, algen en de meeste bacteriën worden verwijderd. • Omgekeerde osmose (4): via een nog fijnmaziger membraan worden alle bacteriën, virussen en alle opgeloste onzuiverheden, metalen en kalk verwijderd. • Desinfectie (5): met ultraviolette straling als bijkomende veiligheidsstap of ‘barrier’. • Actief koolfiltratie (6): als extra ‘barrier’ tegen chemicaliën. • Opslag (7): ondergrondse ASR buffer. • Finale desinfectie (8): met ultraviolette straling en vrij chloor. • Multi-barrier process (9): waarmee we gezuiverd stedelijk rioolwater of ‘RWZI effluent’ opzuiveren tot veilig drinkwater in Aalst. Strikte monitoring en onderzoek We volgen de waterkwaliteit continu op, met uitgebreide microbiologische en chemische analyses - zowel online als in ons drinkwaterlabo. We werken hiervoor ook samen met kennisinstellingen zoals Universiteit Gent (UGent) en het Duitse Technologiezentrum Wasser. Aquifer Storage & Recovery (ASR) in testfase We onderzoeken momenteel ook of we een deel van het geproduceerde drinkwater veilig kunnen opslaan in de diepe ondergrond als buffer voor droge periodes (7 in het schema). Dit voorjaar voeren we de testen uit, samen met de hydrogeologen van De Watergroep. Dit ASR project is nog in testfase en staat voorlopig niet in verbinding met het drinkwaternet. Het microbieel en geochemisch onderzoek loopt samen met onze onderzoekspartners. Samenwerking & kennisdeling Het project is een gezamenlijke krachtinspanning van Waterunie (Farys & De Watergroep), Aquafin, CAPTURE, UGent (CMET), VITO en de Vlaamse overheid (Blue Deal/VMM). “Met het WPC Hofstade tonen we dat hergebruik van gezuiverd rioolwater niet enkel technisch haalbaar is, maar ook betrouwbaar en schaalbaar. De awards bevestigen dat we samen op de juiste weg zitten richting een waterzekere toekomst.” 9

Tussen versnelling en vertraging: wat geopolitiek betekent voor de pijpleidingsector In gesprek met Paul Langbroek en Peter Veermeer (A.Hak), Geert Dhont (Denys) en Venant van Esbroeck (Litran) De wereld verandert ingrijpend. De oorlog in Oekraïne, geopolitieke spanningen en onzekerheid rond energievoorziening laten hun sporen na. Ook in de pijpleidingsector. Maar wat betekenen die ontwikkelingen concreet voor projecten, investeringen en de toekomst van infrastructuur? Vier directeuren uit de sector delen hun visie. Hun conclusie: de impact is groot, maar niet eenduidig. “We zitten tussen versnelling en vertraging in.” Foto: Litran Van crisis naar kansen Geert Dhont (Denys) zag een omslagpunt met de start van de oorlog in Oekraïne. “De directe consequentie was dat de energiecrisis leidde tot nieuwe investeringen en het gaf ons als aannemers projecten.” Het ging daarbij vooral om infrastructuurprojecten die gericht waren op het verminderen van de afhankelijkheid van Russisch gas. Peter Veermeer (A.Hak): “Direct na het uitbreken van de oorlog zagen we een aantal urgentieprojecten, met name rondom de import en het transport van vloeibaar aardgas (LNG), onder andere in Noord-Nederland en Noord-Duitsland. Denk aan de aanleg van tijdelijke LNG-terminals en de bijbehorende leidingen om het gas snel in het bestaande netwerk te krijgen. In korte tijd werden vergunningen geregeld en projecten gerealiseerd.” 10

Paul Langbroek (A.Hak): “Er was acute behoefte aan alternatieven voor Russisch gas. Onder noodwetgeving konden deze projecten versneld worden uitgevoerd. Dat liet zien dat het ook anders kan.” Maar die versnelling bleek niet structureel. “Het overige portfolio bleef gewoon weer onder de reguliere regelgeving vallen”, vervolgt Paul. “En dan kom je weer in de traditionele vergunningstrajecten terecht en die zijn lang.” De energietransitie op de rem Waar de crisis in eerste instantie voor versnelling zorgde, zien de heren inmiddels juist vertraging, met name in projecten rond de energietransitie. “Er is een duidelijke investeringsgolf geweest”, zegt Venant van Esbroeck (Litran). “Maar die is inmiddels voorbij. We zien nu onzekerheid in beleid en dat leidt tot uitstel of zelfs annulering van projecten.” Die onzekerheid raakt de sector direct. “Zelf hebben we ook aan den lijve ondervonden dat een groot project hierdoor geen doorgang kreeg”, vertelt Venant. “En dat heeft alles te maken met veranderende businesscases.” “De investeringen in H₂ en CO₂ die een aantal jaren terug enthousiast werden aangekondigd, lopen vertraging op.” GEERT DHONT Geert ziet dezelfde ontwikkeling. “De investeringen in H₂ en CO₂ die een aantal jaren terug enthousiast werden aangekondigd, lopen vertraging op.” De oorzaak van de huidige vertraging ligt volgens de heren vooral in de combinatie van stijgende kosten en onzekerheid over de toekomst. Peter: “De energietransitie brengt extra kosten met zich mee, terwijl traditionele energie nog steeds goedkoper is. Dat maakt het voor afnemers lastig.” Kosten, onzekerheid en uitgestelde beslissingen Een belangrijk gevolg van de geopolitieke ontwikkelingen is de sterke stijging van algehele kosten. Niet alleen energieprijzen, maar ook materiaalprijzen en projectkosten zijn enorm toegenomen. “De haalbaarheid van projecten is veranderd”, zegt Venant. “De businesscase van opdrachtgevers ziet er anders uit dan een paar jaar geleden. Daardoor worden investeringsbesluiten uitgesteld of heroverwogen.” Dat beeld wordt breed herkend. “Het definitieve investeringsbesluit wordt steeds verder vooruitgeschoven”, aldus Venant. “We zijn soms al bezig met voorbereiding, maar wachten nog op een financieel besluit.” Ook Peter ziet die ontwikkeling: “Er zijn plannen gemaakt richting de toekomst, maar je ziet dat partijen de afgelopen tijd op de rem trapten.” Geert vat het kernachtig samen: “Als je kijkt naar wat er drie, vier jaar geleden is aangekondigd en wat er daadwerkelijk gebouwd is, zit daar een duidelijke kloof.” “We zijn soms al bezig met voorbereiding, maar wachten nog op een financieel besluit.” VENANT VAN ESBROECK Een sector onder druk Naast economische onzekerheid speelt ook regelgeving een belangrijke rol. De heren wijzen op lange vergunningstrajecten en juridische procedures die projecten vertragen. “De regelgeving en inspraakmogelijkheden maken het moeilijk om snel te schakelen”, zegt Peter. Geert vult aan: “Gebrek aan duidelijk beleid en voortdurende bezwaarprocedures zorgen ervoor dat projecten stilvallen. Dat heeft enorme gevolgen.” Volgens Venant komt daar nog iets bij: strengere eisen in bestekken en regelgeving. “De eisen die aan projecten worden gesteld, hebben de afgelopen jaren geleid tot flinke kostenstijgingen. Soms hebben wij als aannemer een andere visie op wat de meest efficiënte oplossing is.” Die combinatie van factoren; kosten, regelgeving en onzekerheid, zet druk op de concurrentiepositie van Europa. “We zitten in een mondiale markt”, zegt Geert. “Als energie hier duurder is en regelgeving complexer, dan verplaatsen bedrijven hun activiteiten.” Een kip-en-ei probleem Een ander terugkerend thema in het gesprek is de afhankelijkheid tussen infrastructuur en industrie. “Het is een klassiek kip-en-ei verhaal”, zegt Geert. “Industrie wacht op infrastructuur, maar infrastructuur wordt niet  BIG NXT30 1111

Foto: Régine Mahaux gebouwd zonder zekerheid over afname.” Het gaat daarbij om nieuwe energie-infrastructuur, zoals netwerken voor waterstof, CO₂-transport en warmtenetten. Zonder die leidingen kunnen bedrijven niet verduurzamen, maar zolang bedrijven geen concrete investeringsbeslissing nemen, blijven die netwerken uit. Peter ziet daar een rol voor de overheid: “De enige partij die dit kan doorbreken, is de overheid. Door garanties of subsidies te bieden, kan zij de eerste stap mogelijk maken.” Maar dat vraagt om lef en lange termijnvisie. “Een netwerk bouwen zonder zekerheid is risicovol”, vult Geert aan. “Maar zonder die stap gebeurt er niets.” De roep om duidelijk beleid Als er één boodschap is die alle directeuren delen, dan is het de behoefte aan consistent en langdurig beleid. “Duidelijk beleid is essentieel”, zegt Venant. “Vooral op het gebied van regelgeving, vergunningen en rechtszekerheid.” Geert gaat nog een stap verder: “We hebben een energiebeleid nodig dat niet elke vier jaar verandert, maar dat voor 25 of 50 jaar vastligt.” Paul wijst op de paradox: “We hebben gezien dat het snel kan, maar we krijgen het niet structureel georganiseerd.” “We hebben gezien dat het snel kan, maar we krijgen het niet structureel georganiseerd.” PAUL LANGBROEK 12 Foto’s: Litran

De onmisbare rol van infrastructuur Ondanks de uitdagingen is de boodschap van de directeuren uiteindelijk ook positief. De rol van pijpleidingen en ondergrondse infrastructuur wordt alleen maar belangrijker. “Alles wat je onder de grond transporteert, creëert rust bovengronds”, zegt Geert. “Zonder ondergrondse leidingen kun je niet koken, wassen of energie gebruiken.” Venant benadrukt de economische waarde: “Infrastructuur is een hefboom voor de economie. Net zoals havens en wegen dat zijn.” Ook Peter ziet perspectief. “We bouwen vandaag aan de energiewegen van de toekomst. Als je kijkt naar de plannen die er liggen, kunnen we niet anders dan daar positief naar kijken.” Blijven investeren in de toekomst De sector staat voor grote uitdagingen, maar er zijn ook enorme kansen. Innovatie en samenwerking worden daarbij cruciaal. “Blijven inzetten op innovatie is essentieel”, zegt Venant. “Zeker in een wereld die zo snel verandert.” En misschien nog belangrijker: het verhaal van de sector zelf. “We werken aan een betere toekomst”, zegt Geert. “Dat is ook een krachtig verhaal om nieuwe mensen aan te trekken.” Peter sluit af met een bredere blik: “Ondanks alle onzekerheid heeft onze sector een zeer positieve toekomst. Wij bouwen aan iets wat onmisbaar is.” “Ondanks alle onzekerheid heeft onze sector een zeer positieve toekomst. Wij bouwen aan iets wat onmisbaar is.” PETER VEERMEER Paul Langbroek Tussen hoop en realiteit De geopolitieke ontwikkelingen van de afgelopen jaren hebben de pijpleidingsector extra in beweging gebracht. Eerst versnelling, daarna vertraging. Meer werk, maar ook meer onzekerheid. Wat blijft, is het besef dat infrastructuur een sleutelrol speelt in de toekomst van energie en economie. Om die rol waar te maken, is meer nodig dan alleen technische kennis: duidelijke keuzes, consistent beleid en samenwerking tussen alle partijen. Of zoals treffend werd samenvat: “De plannen zijn er. Nu moeten we ze nog uit kunnen voeren.” Is sinds 2012 werkzaam bij A.Hak, sinds november 2024 als technisch en commercieel directeur. Ook is hij voorzitter van de werkgroep Uitvoering NEN 3650 en docent van de Pipeliner opleiding bij Habeo+. Peter Veermeer Is sinds oktober 2023 directeur Leidingbouw en International bij A.Hak Geert Dhont Is sinds 2002 werkzaam bij Denys, sinds mei 2025 als algemeen directeur. Venant van Esbroeck Is sinds 2003 managing director bij Litran. 1313

Leidinggeven in een veranderende sector In gesprek met Myrthe van Voskuijlen-Geers en Kayleigh Hooijschuur-Vogelaar, directie Amsterdam Engineering De buisleidingensector staat onder druk. Projecten worden complexer, deadlines korter en de vraag naar technische expertise groeit. Tegelijkertijd verandert ook de manier van leidinggeven en cultuur op de werkvloer. Bij Amsterdam Engineering staan sinds kort twee directeuren aan het roer die die verandering van dichtbij meemaken en mede vormgeven: Myrthe van VoskuijlenGeers (39) en Kayleigh Hooijschuur-Vogelaar (32). Beiden groeiden binnen het bedrijf door en combineren hun directierol nog altijd met projectwerk. Hun verhaal laat zien hoe leiderschap, techniek en samenwerking samenkomen in een vaak onzichtbare, maar essentiële sector. Van toeval naar passie Opvallend is dat geen van beide dames bewust voor de buisleidingensector koos. Kayleigh rolde er tijdens haar studie civiele techniek min of meer toevallig in. “Ik zocht een bijbaan en kwam via een detacheringsbureau bij Amsterdam Engineering terecht. Dat is uiteindelijk mijn eerste echte baan geworden.” Inmiddels, ruim tien jaar later, is ze doorgegroeid van tekenaar naar projectleider en sinds oktober 2025 naar directeur. Ook Myrthe had een andere start voor ogen. Met een achtergrond in bouwkunde verwachtte ze in de architectuur terecht te komen. “Ik dacht dat het bij ondergrondse infrastructuur over metro- en treinstations zou gaan”, vertelt ze. “Tot ik tijdens mijn eerste gesprek bij Amsterdam Engineering hoorde dat het om kabels en leidingen ging.” Wat begon als een verrassing, groeide al snel uit tot enthousiasme. “Het puzzelen, het technische 14 Foto: Links Kayleigh Hooijschuur-Vogelaar, rechts Myrthe van Voskuijlen-Geers

en het samenwerken met verschillende disciplines: dat sprak me meteen aan.” Die gedeelde ervaring van erin rollen en vervolgens blijven, typeert de sector. “Het is niet per definitie sexy”, zegt Kayleigh lachend. “Maar het professioneel puzzelen maakt het juist zo leuk.” Samen aan het roer Sinds oktober 2025 vormen Myrthe en Kayleigh samen de directie van Amsterdam Engineering. Hun samenwerking is niet nieuw: ze werken al meer dan tien jaar samen. “Dat helpt enorm”, zegt Kayleigh. “We weten wat we aan elkaar hebben.” De rolverdeling binnen de directie is bewust ingericht. Op basis van een eerder opgesteld profiel van de directiefunctie verdeelden ze taken en verantwoordelijkheden. “Het meeste is onderverdeeld, maar sommige onderdelen pakken we nog samen op”, legt Kayleigh uit. “We zitten nog in een leerfase.” Die complementariteit blijkt een kracht. Waar Kayleigh sterk is in structuur en financiën, ligt Myrthes kracht meer in relatiebeheer en acquisitie. “Ik ben geneigd overal ‘ja’ op te zeggen”, zegt Myrthe. “Dan is het fijn dat Kayleigh ook naar capaciteit kijkt en me soms afremt.” Andersom profiteert Kayleigh van Myrthes ervaring en kritische blik. “Zij stelt vragen waar ik nog niet aan gedacht heb. Dat helpt om besluiten beter te onderbouwen.” Beslissingen worden altijd gezamenlijk genomen. “We zitten eigenlijk altijd op één lijn”, zegt Myrthe. “En als dat niet zo is, praten we net zo lang door tot we er samen uitkomen.” Leiderschap in ontwikkeling Hoewel ze al jaren leidinggevende rollen vervullen in projecten, is de stap naar directie een duidelijke nieuwe fase. “Onze stijl is nog in ontwikkeling”, zegt Kayleigh. “Maar we weten wel heel goed wat we wel en niet willen meenemen van onze eigen ervaringen met leidinggevenden.” Wat ze belangrijk vinden, is duidelijk: een stabiele werkomgeving waarin hard gewerkt wordt, maar ook ruimte is voor plezier. “Hard werken en plezier maken”, vat Kayleigh samen. “Dat is echt onze cultuur.” Daarnaast benadrukken ze het belang van samenwerken. “We willen geen eilandjes”, zegt Myrthe. “We zijn één team, zowel intern als met de klant. Uiteindelijk werk je samen aan hetzelfde doel.” Tegelijkertijd brengt leiderschap ook uitdagingen met zich mee. Beide directeuren noemen het voeren van moeilijke gesprekken als een leerpunt. “Ik ben redelijk conflict vermijdend”, geeft Kayleigh toe. “Maar je moet het soms gewoon doen.” Myrthe herkent dat. “Je wilt collega’s op gelijke voet behandelen, maar soms moet je toch die zakelijke rol pakken.” Een andere verandering is subtieler: de afstand tot collega’s.  Foto: project Alton, Amsterdam Engineering Amsterdam Engineering Amsterdam Engineering is gespecialiseerd in de engineering en ontwikkeling van pijpleidingsystemen. Vanuit een praktische en oplossingsgerichte aanpak werkt het team aan uiteenlopende projecten in en rond de stad. Samenwerking staat centraal, zowel intern als met opdrachtgevers, met als doel tot uitvoerbare en duurzame oplossingen te komen. “Het is niet per definitie sexy, maar het professioneel puzzelen maakt het juist zo leuk.” KAYLEIGH HOOIJSCHUUR-VOGELAAR 15

“Je merkt dat mensen je anders gaan benaderen”, zegt Myrthe. “Dat hoort erbij, maar het is wel iets waar je aan moet wennen.” Complexere projecten, grotere druk Inhoudelijk verandert de sector snel. Projecten worden steeds complexer, zowel ondergronds als inpandig (lees hierover meer in het artikel ‘Slimmer samenwerken in complexe hoogbouw’ op pagina 20). “De makkelijke en logische plekken worden nu al gebruikt door de bestaande nutsen”, legt Kayleigh uit. “In de ondergrond is in het verleden nooit rekening gehouden met warmtenetten, waardoor ruimte schaars is.” Daarnaast spelen maatschappelijke ontwikkelingen een grote rol. De energietransitie, de groei van warmtenetten en de toenemende vraag naar koeling zorgen voor extra complexiteit. “Waar vroeger alleen warmte werd aangelegd, komen er nu vaak ook koudeleidingen bij”, zegt Myrthe. “Dat betekent meer systemen, meer eisen en minder ruimte.” Ook de druk op projecten neemt toe. Deadlines worden korter en verwachtingen hoger. “Soms krijgen we een aanvraag en moet het binnen een paar maanden de grond in,” zegt Kayleigh. “Dat is best intensief.” Hun aanpak: realistisch blijven en transparant communiceren. “We beloven geen gouden bergen”, zegt Myrthe. “Liever duidelijkheid vooraf, dan teleurstelling achteraf.” geven van goed advies.” Tegelijkertijd groeit de vraag naar die kennis. Door veranderingen in de markt, zoals de grotere rol van gemeenten in warmtenetten, verschuift ook hun positie. “Klanten willen steeds meer ons advies in plaats van alleen tekeningen”, zegt Kayleigh. Cultuur en ontwikkeling Binnen Amsterdam Engineering staat ontwikkeling centraal. Veel medewerkers beginnen zonder specifieke ervaring in de sector en leren het vak ‘on the job’. “Iedereen rolt er een beetje in”, zegt Kayleigh. “En leert door te doen.” Kennisoverdracht is daarbij een aandachtspunt. “We hebben nog veel kennis in hoofden zitten”, geeft Kayleigh toe. “Dat willen we beter gaan vastleggen.” De cultuur speelt daarin een belangrijke rol. “We helpen elkaar”, zegt Myrthe. “En dat geldt ook richting klanten. Die open houding maakt dat mensen graag met ons werken.” Trots en toekomst Beide directeuren kijken met trots terug op projecten waar ze aan hebben gewerkt. Voor Kayleigh was het project Alton voor HVC - aansluiting van de paprikaboer in het Alton gebied - waarvoor 11 km tracé is gerealiseerd met diverse boringen, haar doorbraak als projectleider. “Daar heb ik enorm veel geleerd.” Myrthe noemt een project waarbij een warmtenet voor een gemeente werd ontwikkeld. “Er werd eerst gezegd dat het nooit gerealiseerd zou worden. En nu wordt het daadwerkelijk aangelegd. Dat is heel mooi om te zien.” “We beloven geen gouden bergen. Liever duidelijkheid vooraf, dan teleurstelling achteraf.” MYRTHE VAN VOSKUIJLEN-GEERS Voor de toekomst zien ze groei, maar wel gecontroleerd. “We willen uitbreiden, maar vooral blijven doen waar we goed in zijn”, zegt Kayleigh. “Technische kennis leveren en mooie projecten realiseren.” Daarnaast verwachten ze dat hun rol verder verschuift richting advies en kennispartner. “De markt verandert”, zegt Myrthe. “En wij bewegen mee.” De rol van kennis en advies Technologische ontwikkelingen spelen een steeds grotere rol. Denk aan de overgang van 2D- naar 3D-ontwerpen en de opkomst van AI. Toch zien beide directeuren technologie vooral als ondersteuning, niet als vervanging. “Het idee dat alles goedkoper wordt door AI is een illusie”, zegt Myrthe. “Je hebt nog steeds mensen nodig die controleren en beoordelen.” Juist daar ligt volgens hen de kracht van hun organisatie: kennis en advies. “Onze meerwaarde zit niet alleen in tekenen”, zegt Kayleigh. “Maar in het begrijpen van wat er nodig is en het 16 Een onzichtbare, maar onmisbare sector Tot slot willen ze vooral één misverstand wegnemen: dat hun werk vanzelfsprekend is. “Mensen staan er meestal niet bij stil”, zegt Kayleigh. “Totdat de straat openligt.” Volgens Myrthe zit daar precies de uitdaging. “Het lijkt misschien simpel, leidingen voor warmte, water en energie, maar daarachter zit een hele complexe puzzel. En die wordt alleen maar ingewikkelder.” Juist in die toenemende complexiteit ligt de essentie van het vak: iedereen vindt warmte, water en energie belangrijk en vanzelfsprekend, maar niemand wil het zien in hun dagelijks leven of in hun woning. Alles moet weggewerkt worden en dat is een uitdaging. Een opgave die vraagt om kennis, samenwerking en steeds slimmere oplossingen.

PIPELINER IN BEELD De bouwplaats als beste leerschool In gesprek met Tom van Espen, construction manager bij Denys Voor Tom van Espen (28) was de keuze voor een carrière in de techniek bijna vanzelfsprekend. Opgegroeid in een familie vol ingenieurs, lag een studie in die richting voor de hand. Inmiddels werkt hij als construction manager bij Denys en is hij betrokken bij de aanleg van belangrijke CO₂- en waterstofleidingen in België. Tegelijkertijd volgt hij de Master of Pipeline Technology bij Habeo+. “Techniek bepaalt wat mogelijk is, maar economie bepaalt uiteindelijk wat er gerealiseerd kan worden.” Ingenieur in hart en nieren Tom groeide op in Haacht, nabij Leuven. “Ik kom uit een echte ingenieursfamilie”, vertelt hij. “Mijn grootvader, mijn vader, mijn ooms en zelfs enkele neven zijn allemaal ingenieur. Dan krijg je de interesse voor techniek bijna vanzelf mee.” Na zijn middelbare school, ging hij studeren aan de KU Leuven. Daar behaalde hij eerst een master Bouwkunde. Tijdens die studie ontdekte hij dat naast techniek ook de economische kant van projecten een grote rol speelt. “Je kan technisch gezien veel realiseren, maar uiteindelijk bepalen budgetten en economische keuzes wat er daadwerkelijk gebouwd wordt.” Die interesse bracht hem ertoe een tweede master te volgen: Bedrijfseconomie, eveneens aan de KU Leuven. “Voor mij was het belangrijk om die twee werelden te combineren. Techniek en economie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden in onze sector.” De juiste match Zijn eerste kennismaking met Denys kwam via een stage tijdens zijn studie Bouwkunde, bij de afdeling restauratie en renovatie. Hoewel hij het bedrijf interessant vond, merkte hij dat dit type werk niet helemaal bij hem paste. “In restauratie werk je vaak lang aan kleine details. Er wordt veel tijd en geld geïnvesteerd, terwijl ik het verschil niet echt zag.” Na zijn afstuderen ging hij daarom aan de slag bij de business unit Energy & Waterworks, waar onder meer pijpleidingen worden gerealiseerd. Dat bleek een betere match. “Hier zie je duidelijker het resultaat van je werk. Je bouwt infrastructuur die essentieel is voor energie en industrie.” Techniek, organisatie en samenwerking Sinds zijn start bij de business unit Energy & Waterworks van Denys heeft Tom verschillende rollen doorlopen. Hij begon als site engineer, groeide door naar site manager en werkt tegenwoordig als construction manager. “Als site engineer zit je meer in de voorbereiding en technische ondersteuning.  17 Foto: Denys

Foto: Denys Als site manager geef je dagelijks leiding op de bouwplaats. En als construction manager krijg je verantwoordelijkheid over grotere delen van een project of zelfs een volledig project.” In zijn huidige rol coördineert hij de uitvoering op de bouwplaats: van het aansturen van teams tot het bewaken van planning, kwaliteit en veiligheid en het afstemmen met onderaannemers en projectpartners. “Het is een combinatie van techniek, organisatie en samenwerking met mensen. Die afwisseling maakt het werk interessant. Elk project heeft zijn eigen uitdagingen.” Werken aan het energienet van de toekomst Momenteel werkt Tom aan twee grote projecten rond de aanleg van CO₂- en waterstofinfrastructuur in België. Dat soort projecten spelen een belangrijke rol in de energietransitie. Een van de projecten bevindt zich in de haven van Antwerpen. Daar wordt een stalen leiding van ongeveer 25 kilometer aangelegd. “Daarnaast zijn we recent gestart met de aanleg van een leiding van ongeveer 35 kilometer tussen de industriële clusters van de havens van Antwerpen en Gent.” Binnen deze projecten is Tom verantwoordelijk voor speciale punten of sleufloze technieken. Daarbij gaat het om ondergrondse kruisingen waarbij geen sleuf gegraven wordt, maar bijvoorbeeld horizontaal gestuurde boringen of microtunnelling wordt toegepast. “Die technieken gebruiken we wanneer we onder wegen, spoorlijnen of andere infrastructuur moeten kruisen. Dat vraagt veel voorbereiding en nauwkeurigheid, omdat je onder bestaande infrastructuur werkt.” Denys Denys is een multidisciplinaire groep gespecialiseerd in water, energie, mobiliteit, bouwkunde, restauratie en speciale technieken. Door deze unieke diversificatie is Denys een veelgevraagde partner voor complexe bouwprojecten en infrastructuurwerken in Europe en Afrika. Leren door te doen Hoewel Tom nog relatief jong is, heeft hij al aan verschillende projecten gewerkt. In het begin waren dat kleinere projecten, waar hij veel verschillende aspecten van de aanleg van leidingen leerde kennen. “Op die kleinere projecten was ik eigenlijk met bijna alle onderdelen van het proces bezig. Daardoor kreeg ik in een korte tijd een goed overzicht van hoe een pijpleidingproject in elkaar zit.” Die brede basis helpt hem vandaag nog steeds. Maar volgens Tom is er één manier van leren die misschien nog belangrijker is: samenwerken. “Je leert enorm veel van collega’s, zeker op grote projecten waar veel disciplines samenkomen. Maar eerlijk gezegd leer je misschien nog wel het meeste van de mensen op de bouwplaats zelf. Als je echt tussen de uitvoerende teams staat, zie je hoe het werk in de praktijk gebeurt. Dat is de beste leerschool.” 18

“Het voelt soms een beetje als één grote familie. Veel mensen kennen elkaar, werken vaker samen en zijn ook trots op wat ze doen.” Bruikbaar onderzoek Naast zijn werk volgt Tom momenteel de Master of Pipeline Technology bij Habeo+. Hij zit in het laatste jaar van de opleiding. Het idee om de studie te volgen kwam vanuit zijn werkgever. Binnen Denys hebben meerdere collega’s de opleiding al gevolgd. “Mijn leidinggevende stelde het voor en ik wist dat andere collega’s er goede ervaringen mee hadden. Het leek me meteen interessant.” Voor zijn thesis onderzoekt hij hoe risico’s, planning en kosten van projecten beter met elkaar gekoppeld kunnen worden. Dat onderwerp komt rechtstreeks voort uit zijn dagelijkse werk. “In de praktijk veranderen planningen vaak. Soms wekelijks of zelfs dagelijks. Maar de kosten worden dan niet altijd opnieuw volledig doorgerekend. Vaak wordt alleen naar de directe kosten gekeken en minder naar de indirecte gevolgen.” In zijn onderzoek probeert hij via een casestudie inzichtelijk te maken hoe risico’s en veranderingen in planning beter gekoppeld kunnen worden aan de projectkosten. “Als je planning en kosten beter met elkaar verbindt, kan dat helpen om bewuster keuzes te maken tijdens een project. Je krijgt sneller inzicht in de financiële impact van wijzigingen.” Het doel is dat zijn onderzoek ook echt bruikbaar is voor de sector. “Ik wilde geen studie doen die in een kast verdwijnt. Het moet iets zijn waar projecten meteen iets aan hebben.” De toekomst onder de grond Volgens Tom bevindt de pijpleidingsector zich op een interessant kantelpunt. Enerzijds hebben projecten te maken met lange vergunningsprocedures en beroepsprocedures die de planning flink kunnen vertragen. Ook zorgt onzekerheid rond regelgeving en beleid – bijvoorbeeld rond waterstof en CO₂ – er soms voor dat investeerders terughoudend zijn om nieuwe infrastructuurprojecten op te starten. Tegelijkertijd ziet hij dat juist de huidige geopolitieke situatie het belang van betrouwbare energie-infrastructuur onderstreept. Bovengrondse installaties kunnen kwetsbaar zijn, terwijl ondergrondse transport via pijpleidingen vaak een veilige, efficiënte en betrouwbare oplossing biedt. “Pijpleidingen zijn vaak de meest efficiënte manier om grote hoeveelheden energie of grondstoffen te transporteren. Dat maakt dat onze sector een belangrijke rol speelt in de toekomstige energievoorziening.” Juist daarom, benadrukt hij, blijft het belangrijk dat kennis en ervaringen binnen de sector gedeeld worden. Een hechte sector Wat volgens Tom de pijpleidingsector het meest typeert, is de cultuur binnen de branche. “Het is een sector waar je zowel op kantoor werkt als buiten op de bouwplaats staat. En waar samenwerking heel belangrijk is. Het voelt soms een beetje als één grote familie. Veel mensen kennen elkaar, werken vaker samen en zijn ook trots op wat ze doen.” Voor Tom ligt de komende jaren de focus op verder groeien in zijn rol. Op termijn wil hij doorgroeien richting projectmanagement en betrokken zijn bij grotere en complexere projecten. “Ik wil blijven leren en mezelf blijven uitdagen”, zegt hij. “Het geeft veel voldoening om samen met een team iets neer te zetten dat echt impact heeft.” BIG NXT30 19 19 Foto: Denys

In gesprek met Chris Westmaas (projectengineer A.Hak) en Myrthe van Voskuijlen-Geers (directeur Amsterdam Engineering) Foto: Amsterdam Engineering Slimmer samenwerken in complexe hoogbouw De hoogbouw in Nederlandse steden verandert razendsnel. Waar gebouwen vroeger relatief rechttoe rechtaan waren, zien we nu steeds complexere ontwerpen: torens die draaien, verspringende verdiepingen, gemengde functies met wonen, werken en horeca. Architectonisch indrukwekkend, maar onder de motorkap brengt het nieuwe uitdagingen met zich mee. Zeker als het gaat om inpandige warmte- en koudeleidingen. Volgens Myrthe van Voskuijlen-Geers, directeur bij Amsterdam Engineering en Chris Westmaas, projectengineer bij A.Hak, vraagt die toenemende complexiteit om een andere manier van samenwerken. “De traditionele werkwijze schiet simpelweg tekort”, zegt Chris. “Het is wenselijk dat we veel eerder met elkaar aan tafel zitten.” 20

Complexe gebouwen, beperkte ruimte De complexiteit begint bij de gebouwen zelf. In grote steden is ruimte schaars en duur, waardoor elke vierkante meter optimaal wordt benut. Appartementen worden kleiner, functies worden gestapeld en installaties moeten in steeds minder ruimte worden ingepast. “Vroeger had je vaak vrij eenvoudige gebouwen: recht omhoog, met installaties die logisch boven elkaar zaten”, vertelt Myrthe. “Nu zie je torens die draaien of verspringen. Dat ziet er prachtig uit, maar maakt het voor ons een stuk ingewikkelder.” De complexiteit zit niet alleen in de vorm van het gebouw, maar ook in de techniek. Warmte- en koudeleidingen zijn bijvoorbeeld veel minder flexibel dan andere installaties. “Je kunt ze niet zomaar even om een hoekje leggen”, legt Chris uit. “Ze hebben ruimte nodig, moeten volgens bepaalde eisen worden aangelegd en moeten ook nog toegankelijk blijven voor onderhoud.” Daar komt bij dat in moderne gebouwen steeds vaker meerdere systemen samenkomen: verwarmen, koelen, ventilatie, elektra. “Alles moet ergens een plek krijgen”, zegt Myrthe. “En dat terwijl de ruimte juist steeds beperkter wordt.” Hoe het nu vaak gaat Ondanks die toenemende complexiteit verloopt het ontwerpproces in de basis nog vaak op dezelfde manier als jaren geleden. Een installatieadviseur maakt in opdracht van de bouwer een eerste ontwerp voor het leidingtracé. Dat vormt het uitgangspunt voor de verdere engineering. Pas later in het proces worden andere partijen, zoals de aannemer of het ingenieursbureau, betrokken. “En daar gaat het vaak mis”, zegt Chris. “Want dat eerste tracé is meestal bedacht vanuit één perspectief: dat van de bouwer of installateur. Er wordt nog onvoldoende gekeken naar uitvoerbaarheid of onderhoud.” De bouwer wil het gebouw zo efficiënt en kosteneffectief mogelijk realiseren. De installatieadviseur denkt vanuit het De sleutel: eerder samenwerken Volgens beiden is de oplossing duidelijk: zorg dat de juiste partijen eerder in het proces betrokken worden. “Het liefst al in de ontwerpfase, of zelfs daarvoor”, zegt Myrthe. “Op het moment dat de eerste ideeën ontstaan over hoe een gebouw eruit gaat zien en hoe de installaties lopen.” Door die vroege betrokkenheid kunnen belangrijke vragen eerder worden gesteld. Is het tracé uitvoerbaar? Blijft alles bereikbaar? Voldoet het aan de eisen van de beheerder? “Je hoeft niet alles meteen op te lossen”, zegt Chris. “Maar als je vroeg het gesprek aangaat, plant je wel een zaadje. Mensen gaan anders nadenken en houden eerder rekening met de consequenties.”  ontwerp en de installatietechniek. De leidingbeheerder kijkt juist naar de lange termijn: onderhoud, veiligheid en betrouwbaarheid. En de aannemer kijkt naar de uitvoerbaarheid. “Die belangen lopen helaas niet gelijk”, zegt Chris. “Een bouwer wil een project opleveren, daarna is het voor hem klaar. Maar een leidingbeheerder moet er nog vijftig jaar bij kunnen.” Het gevolg: plannen die op papier logisch lijken, maar in de praktijk niet werken. Leidingen die niet passen, ruimtes die niet bereikbaar zijn of oplossingen die technisch wel kunnen, maar niet wenselijk zijn op de lange termijn. “Dan kom je in een situatie waarin je zaken moet aanpassen”, vult Myrthe aan. “En dat gebeurt vaak laat in het proces, soms zelfs tijdens de uitvoering. Dat kost tijd, geld en energie.” “Vroeger had je vaak vrij eenvoudige gebouwen: recht omhoog, met installaties die logisch boven elkaar zaten. Nu zie je torens die draaien of verspringen. Dat ziet er prachtig uit, maar maakt het voor ons een stuk ingewikkelder.” MYRTHE VAN VOSKUIJLEN-GEERS 21

In de praktijk zien ze dat dit gelukkig steeds vaker gebeurt, bijvoorbeeld bij grote projecten in steden als Amsterdam. “We worden vaker gevraagd om mee te kijken in een vroeg stadium”, zegt Myrthe. “En dat levert echt betere ontwerpen op.” Wat levert het op? De voordelen van eerder samenwerken zijn onder andere dat er realistischere ontwerpen worden gemaakt; tracés worden niet alleen ontworpen vanuit esthetiek of gemak, maar ook vanuit uitvoerbaarheid en onderhoud. Daarnaast wordt de doorlooptijd korter. “Je voorkomt dat je later dingen moet aanpassen”, zegt Chris. “Dat scheelt enorm veel tijd.” Ook financieel is het aantrekkelijk. Hoewel het inschakelen van extra partijen in een vroeg stadium geld kost, verdient dat zich vaak terug. “De kosten van al die aanpassingen achteraf zijn veel hoger”, aldus Myrthe. En misschien wel het belangrijkste: de kwaliteit van het eindresultaat wordt beter. “Je bouwt iets dat niet alleen werkt bij oplevering, maar ook daarna,” zegt Chris. Foto: Amsterdam Engineering Myrthe van Voskuijlen-Geers Myrthe van Voskuijlen-Geers (39) is directeur bij Amsterdam Engineering. Met een bouwkundige achtergrond startte zij ruim elf jaar geleden als junior engineer en groeide door tot projectleider. Sinds 2025 maakt zij deel uit van de directie. Naast haar directietaken werkt zij nog actief aan projecten, met een focus op inpandige warmteen koude-installaties in complexe hoogbouw. Waarom gebeurt het nog niet standaard? Toch is een vroege samenwerking met alle partijen nog geen vanzelfsprekendheid. Dat heeft verschillende oorzaken. Een belangrijke factor zijn aanbestedingsregels, die het niet altijd toestaan om aannemers vroegtijdig te betrekken. “Soms wil een opdrachtgever ons er wel bij hebben, maar mag het simpelweg niet in de eerste fase van het traject”, zegt Chris. Daarnaast speelt contractvorming een rol. Afspraken die in een vroeg stadium worden gemaakt, worden niet altijd goed vastgelegd. “Dan kom je later in het proces en zegt iemand: het staat niet in het contract, dus we doen het anders”, legt Myrthe uit. Ook wisselingen in teams kunnen problemen veroorzaken. Mensen die later aansluiten, zijn niet altijd op de hoogte van eerdere keuzes. “Dan begin je soms weer opnieuw”, zegt Chris. Chris Westmaas Chris Westmaas (47) is projectengineer bij A.Hak en heeft bijna 25 jaar ervaring in de kabel- en leidingenbranche. Hij vervulde uiteenlopende rollen, van uitvoering en werkvoorbereiding tot calculatie en engineering. In zijn huidige functie richt hij zich op de verbinding tussen ontwerp en uitvoering, met een sterke focus op technische haalbaarheid en praktische toepasbaarheid. 22 Naar een nieuwe standaard Om echt stappen te maken, is volgens beiden dus belangrijk om niet alleen eerder samen aan tafel te zitten, maar vooral ook dat afspraken beter vastgelegd worden. “Je moet zorgen dat kennis en afspraken door het hele proces heen worden geborgd”, zegt Myrthe. “Van de eerste schets tot en met de uitvoering.” De ontwikkelingen in de bouwsector maken die verandering noodzakelijk. Nieuwbouwlocaties worden schaarser, projecten complexer en de druk op ruimte en middelen groter. “De tijd van simpele oplossingen ligt achter ons”, zegt Myrthe. “Als we dit goed willen doen, moeten we het samen doen en vooral eerder beginnen.”

BIG wordt BIGGER BIG is weer een nieuw lid rijker! Wij heten DTE Engineers en Sterk BV van harte welkom! DTE Engineers DTE Engineers is specialist in ontwerpen voor sleufloze technieken en de aanleg van kabels en leidingen. Sinds de oprichting in 2015 heeft het bedrijf een solide portfolio opgebouwd en een loyale klantenkring aan zich weten te binden. Met diepgaande kennis en technisch vernuft is DTE Engineers een betrouwbare kennispartner binnen dit specialistische vakgebied. Opdrachtgevers kunnen rekenen op doordachte, robuuste ontwerpen die zorgen voor een soepele voorbereiding én uitvoering van projecten. Ga voor meer info naar www.dte-engineers.nl Sterk BV Sterk is actief in de grond-, weg- en waterbouw en gespecialiseerd in funderingstechnieken, damwanden, leidingwerk en waterbouwkundige constructies. Met een modern machinepark en een praktische aanpak realiseren ze uiteenlopende projecten in Nederland en daarbuiten. Veiligheid, kwaliteit en duurzaamheid staan daarbij centraal. Binnen de projecten van Sterk zetten ze zich steeds meer in op duurzaam werken en de verdere elektrificatie van het machinepark. Ga voor meer info naar www.sterk.eu Meer weten over de diensten van onze leden? Check onze website: www.bigleidingen.eu/leden 23

De redactie Jacqueline Hoogervorst Uitvoerend secretaris, BIG Lode Maesen Expert Strategie & BD, Fluvius Frederick de Sutter Senior Productmanager, FARYS Maren Lipplaa Tekenaar & Constructeur, Amsterdam Engineering Beau Baens Construction Manager, Denys Colofon Dit magazine is een uitgave van BIG in Pipelines. BIG-redactie Postbus 537, 5140 AM Waalwijk, Nederland www.bigleidingen.eu communicatie@bigleidingen.eu Tel.: +31 (0)85 40 00 252 Tekst, coördinatie en vormgeving TALK ABOUT PR & communicatie www.talkabout.nu Grafisch concept Brût Communicatie www.brutcommunicatie.nl Drukwerk: Mail Succes www.mail-succes.nl 10 jun. 2026 17 sep. 2026 22 okt. 2026 12 nov. 2026 BIG Dag en ALV BIG Najaarsbijeenkomst BIG Jongerenevent BIG Excursie Disclaimer: data kunnen mogelijk nog wijzigen. 2026 Evenementen Heb je vragen, wil je reageren of input aanleveren? Neem contact op met onze redactie via communicatie@bigleidingen.eu Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, door middel van druk, fotokopieën, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. /bigleidingen /buisleiding-industrie-gilde/

1 Online Touch

Index

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12
  13. 13
  14. 14
  15. 15
  16. 16
  17. 17
  18. 18
  19. 19
  20. 20
  21. 21
  22. 22
  23. 23
  24. 24
Home


You need flash player to view this online publication