‘’De verleiding bestaat om alternatieven te zoeken — alternatieven die huidige betaalbaarheid combineren met een financieel gerustere oude dag. Zo bestaat de neiging om minder dan de kostprijs in te leggen voor het opbouwen van nieuw pensioen. Dat gaat echter ten koste van de financiële positie van pensioenfondsen. Daarnaast bestaat de neiging om meer beleggingsrisico te nemen, vanuit de gedachte dat het nemen van meer risico tot een hoger verwacht pensioen leidt. Maar met dat hogere risico neemt ook de kans op tegenvallers toe.’’ ‘’Ligt de sleutel dan in de beoogde hervorming van ons pensioenstelsel? Daarmee worden broodnodige stappen gezet naar een toekomstbestendiger pensioenstelsel. Door niet langer pensioenaanspraken toe te zeggen is niet langer een rekenrente nodig voor het waarderen van die aanspraken. Hierdoor verdwijnt een belangrijke bron van spanning tussen generaties. Met de afschaffing van de doorsneesystematiek verdwijnt, bijvoorbeeld, een belangrijke bron van onwenselijke herverdeling tussen jong en oud. Dankzij het beleggingsbeleid op maat sluiten de risico’s waar jong en oud aan blootstaan beter aan bij de risico’s die zij willen en kunnen dragen, en komt het renterisico van jongeren niet langer onbedoeld bij ouderen terecht.’’ Er wordt naar oplossingen gezocht ‘’Maar de hervorming van het pensioenstelsel is géén oplossing voor de hoge kostprijs van pensioen. Ook in een nieuw pensioenstelsel hangt het uiteindelijke pensioenresultaat primair af van de ingelegde premie en het behaalde rendement. Daarom wordt ook naar oplossingen gezocht buiten de tweede pijler. Is de tijd aangebroken om de balans tussen omslagfinanciering en kapitaaldekking te herzien nu omslagfinanciering relatief goedkoper is geworden?’’ ‘’Als we eerst even achteruit kijken, dan weten we dat er zowel periodes zijn waarin het rendement op de financiële markten hoger ligt dan de groeivoet van de economie als periodes waarin het omgekeerde opgaat. Als we naar de landen om ons heen kijken, dan zien we dat ons gecombineerde stelsel ons geen windeieren heeft gelegd. De armoede onder ouderen in ons land is laag, zowel in vergelijking met andere leeftijdsgroepen in Nederland als in vergelijking met andere landen. Het is de diversificatie van pijlers waarin de kracht van ons pensioenstelsel ligt.’’ ‘’Er zijn er die zich afvragen of we toch niet wat moeten sleutelen aan de verhouding tussen de eerste en de tweede pijler. Maar bij verschuivingen hierin kun je niet over een nacht ijs gaan. Verschuivingen tussen de pijlers kunnen immers leiden tot herverdelingseffecten tussen generaties. Van het direct verhogen van de AOW hebben de huidige gepensioneerde generaties profijt, terwijl de lasten door de volgende generaties worden gedragen. Ook bij een grotere eerste pijler is een winstwaarschuwing op zijn plaats: voor zover de lage rente samengaat met een lagere groei van de beroepsbevolking is ook het rendement op omslagfinanciering lager dan in het verleden. Het sparen voor onze oude dag is dus, linksom of rechtsom, duurder geworden.’’ ‘’De gevolgen van de lage rente op ons pensioen zijn niet rooskleurig. Hoe je het ook wendt of keert, voor elk pensioenstelsel dat in zekere mate met kapitaaldekking werkt, betekent een lagere rente dat sparen voor onze oude dag duurder wordt. Moeten we vandaag dan meer geld opzij zetten voor ons pensioen van morgen? Of nemen we er genoegen mee dat ons pensioen morgen lager zal zijn? Een makkelijke oplossing is er niet. Ook het nieuwe pensioenakkoord – hoe broodnodig dat ook is – kan op dat vlak geen wonderen verrichten.’’ 13
14 Online Touch Home