8

worden verdeeld. Het pensioenfonds kiest de methode die hierbij wordt gebruikt. Dit gebeurt binnen de kaders die in de wet staan en waarbij rekening wordt gehouden met hetgeen sociale partners hebben afgesproken. Bij de verdeling van het totale vermogen zal eerst een deel opzijgezet worden dat het pensioenfonds zelf nodig heeft om de toekomstige (uitvoering)kosten en tegenvallers daarin op te kunnen vangen. Vervolgens wordt het geld verdeeld over de persoonlijke pensioenvermogens, eventuele solidariteitsreserve (verplicht) of risicodelingsreserve (optioneel), een operationele reserve (verplicht gezamenlijk vermogen om risico’s in de operationele uitvoering van de pensioenregeling op te vangen) en - indien daartoe besloten wordt - een compensatiefonds voor afschaffing van de doorsneesystematiek. Binnen het hoorrecht zal de verdeling van de pensioengelden voor de VVG uiteraard een belangrijk onderwerp van gesprek zijn. De nieuwe wet bij PGB Pensioenfonds PGB is een pensioenfonds voor en door sociale partners uit heel veel verschillende sectoren. Elke sector en elke werkgever is verschillend. Sociale partners en werkgevers bij PGB beslissen grotendeels zelf hoe hun pensioenregeling er bij PGB uitziet. Er was maatwerk mogelijk. Er zijn bij PGB bedrijfstakken aangesloten met een verplicht gestelde regeling én er zijn bedrijfstakken en/of bedrijven die vrijwillig zijn aangesloten. Er zijn ook verschillende regelingen: regelingen waarbij pensioenaanspraken worden opgebouwd (DB) of waarbij naar een pensioenkapitaal wordt toegewerkt (DC). De gepensioneerden (circa 100.000) bij PGB zijn afkomstig van al die verschillende werkgevers die verschillende regelingen kennen. Er zijn dus verschillende sociale partners die gaan besluiten over de keuzes die gemaakt moeten worden over de invoer van de nieuwe pensioenwet. Dat kunnen werkgeversen werknemersorganisaties zijn die een verplichte (CAO) bedrijfstakpensioenregeling afspreken (bijvoorbeeld de grafimedia CAO) of werkgevers en werknemersvertegenwoordigers (vakbonden of ondernemingsraad) van vrijwillig aangesloten bedrijven en sectoren. Zij kiezen welke regeling er gaat gelden en of de opgebouwde rechten (dus ook die van gepensioneerden) mee overgaan naar de nieuwe regeling (invaren). De gepensioneerden bij PGB zijn afkomstig van veel verschillende werkgevers. Zij zijn met pensioen gegaan vanuit verschillende pensioenregelingen (DB of DC). De gevolgen van de overgang naar een van de nieuwe regelingen zijn dus verschillend. Daarnaast zijn er gepensioneerden bij PGB van wie de oud-werkgever niet meer bestaat, ook niet overgenomen door een ander bedrijf. Als die werkgever een vrijwillige aansluiting was (dus geen verplicht gestelde bedrijfstakregeling) dan is er nu geen werkgever die een verzoek tot invaren kan doen. Voor hen geldt dat hun pensioenrechten - volgens de afspraken in de wet - niet kunnen invaren. Dan blijven dus de oude regels van kracht. Wat de invoer van de nieuwe pensioenregels betekenen en hoeveel die wijzigen ten opzichte van wat nu geldt, zal voor ons als gepensioneerde van PGB verschillend kunnen uitpakken. Daar kan PGB niets aan doen. Dat komt vloeit voort uit de wet die is vastgesteld door Tweede en Eerste Kamer. Fieneke van den Brink 8

9 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication