Pensioenfondsen moeten zich bij een besluit over indexatie aan financiële regels houden (het financieel toetsingskader – ftk). Die regels gaan door de nieuwe wet veranderen, waardoor de pensioenen eerder zullen stijgen dan voorheen, maar ook eerder kunnen dalen. Om het mogelijk te maken om in de overgangsfase (vanaf nu tot 1 januari 2027) naar het nieuwe stelsel alvast rekening te houden met de nieuwe soepeler regels, zijn er aparte financiële regels opgesteld voor deze fase (het zogenoemde transitieftk). Deze overgangsregels mogen door een pensioenfonds worden gebruikt als er wordt ingevaren. Op zijn minst moet die verwachting er zijn. Als duidelijk is dat er niet wordt ingevaren, moeten de oude ftk-regels weer worden toegepast, waarbij indexering pas mogelijk is vanaf een beleidsdekkingsgraad van 110%. De overgangsregels zijn dus soepeler en gericht op invaren in het nieuwe pensioenstelsel. Zo zijn er zijn minder strenge eisen voor het houden van buffers, mag er indexatie plaatsvinden als de dekkingsgraad boven de 105% ligt (en dat na indexatie ook het geval is) en zijn ook de regels over de hoogte van indexatie soepeler geworden. Het fonds moet ook rekening Eerder indexeren op weg naar het nieuwe stelsel houden met het feit dat er op termijn wordt ingevaren. Daarom stelt ieder pensioenfonds een zogenoemde ‘invaardekkingsgraad’ vast. Dat is de dekkingsgraad die het minimale vermogen weergeeft dat nodig is om, rekening houdend met de afspraken die sociale partners hebben gemaakt over de nieuwe regeling en de weg daarnaartoe, goed te kunnen invaren. Het pensioenfonds maakt een overbruggingsplan waarin deze invaardekkingsgraad wordt vastgesteld en onderbouwd. Ook moet het fonds aangeven hoe zij naar deze dekkingsgraad toegroeit en wat ze doet als dat op enig moment niet lijkt te lukken. Een dergelijk overbruggingsplan wordt íeder jaar voor advies voorgelegd aan het verantwoordingsorgaan. Bij een besluit komende jaren over indexatie, maar bijvoorbeeld ook over de hoogte van de premie, moet ervoor worden gezorgd dat de invaardekkingsgraad niet in gevaar komt. Daarom heeft het bestuur van PGB bij haar indexatiebesluit van 7% voor dit jaar, vooruitlopend op een vast te stellen invaardekkingsgraad, niet alleen het oude toeslagbeleid van maximaal 3% losgelaten, maar ook rekening gehouden met de overstap die we gaan maken naar het nieuwe pensioenstelsel. Het zal dus, als definitief vastgesteld wordt dat PGB gaat invaren, de komende jaren naar verwachting eerder mogelijk worden om te indexeren. Een en ander blijft uiteraard afhankelijk van de vraag hoe de beleggingen en de rente zich ontwikkelen. De VVG stelt zich op het standpunt dat als het om indexatie gaat we gedurende de overgangsfase tot aan het moment van invaren optimaal gebruik moeten maken van de overgangsregels. In de gesprekken daarover met het bestuur van PGB laten we hierover geen misverstanden bestaan. 9
10 Online Touch Home