ExPress Magazine voor gepensioneerden van VVG-PGB 8e jaar april 2023 SPECIALE UITGAVE PENSIOEN AKKOORD Dit is een uitgave van
In dit nummer 2-3 Wtp: Tussen hoop en vrees Programma ALV 4-8 De Wet toekomst pensioenen bij Pensioenfonds PGB 9 Eerder indexeren op weg naar het nieuwe stelsel 10 Wat vooraf ging aan het pensioenakkoord 11 12 13 Het staat kwart voor 12 Bezwaar maken? Vergeet het maar! ChatGPT: alles heeft twee kanten. Wat vinden onze leden? 14-15 Hoe behartigt VVG uw belangen? 16-17 Vragen en antwoorden over het nieuwe pensioen 18 Het VO heeft voorlopig de handen vol Reacties, vragen, op- en aanmerkingen graag naar: secretariaat@vvgpgb.nl coloFoN Dit is een speciale uitgave van ExPress van VVG-PGB over de Wet toekomst pensioenen. 8e jaargang nummer 1 Redactie: Fieneke van den Brink, Tonnie Klein Hemmink, Theo Leoné, Nicoline Maarschalk Meijer en Geurt Bos Foto’s: ANP/Bart Hoogveld, Marnix Schmidt, en Cees Mooij Eindredactie: Geurt Bos en Jos van Rijsingen Vormgeving en DTP: Hans Brand Druk: Drukkerij Tuijtel Oplage: 15.000 Reacties kunt u sturen naar: redactie@vvgpgb.nl 2 Veel slimmere mensen dan ik, spreken zich op dit moment uit over hun ideeën en denkbeelden ten aanzien van de voor- en nadelen van de WTP. Liever gezegd, zoals bij veel discussies binnen Nederland op dit moment, kan ik beter zeggen dat ze over elkaar heen tuimelen om u en mij te overtuigen van hun mening en gelijk in dezen. En om eerlijk te zijn, helpt dat mij niet om een reëel beeld te krijgen van dat wat ons als gepensioneerden te wachten staat. Voor mij persoonlijk is het een soort van leven tussen hoop en vrees. ‘Hoop’ dat slimme en integere mensen voldoende inbreng hebben gehad in de WTP en het nadenken over de consequenties daarvan. ‘Vrees’ omdat ik weinig vertrouwen heb in het inhoudelijk vermogen van de politiek om gewogen keuzes te maken in dezen. Sterker nog als ik sommige politieke commentaren lees, bekruipt mij het gevoel dat de grote meerderheid in de Eerste en Tweede Kamer absoluut niet weet waar ze nu ‘ja’ tegen gezegd hebben. Politieke, en in mijn ogen zelfs ook werkgevers belangen, lijken belangrijker dan uw of mijn belangen, om over de rol van de Nederlandse Bank nog maar te zwijgen. Vandaar bovenstaande uitspraak over dat leven tussen hoop en vrees ter aanzien van de WTP. Kijk ik om me heen binnen zowel PGB als binnen onze vereniging dan zie ik zeer betrokken mensen die druk bezig zijn om grip te krijgen op zowel WTP aanzien van de pensioenpot en hun belangen daarin. En dat zouden wel eens andere belangen kunnen zijn dan die van u en mij. Toen wij binnen ons bestuur besloten om dit thema nummer te maken en naar u te sturen, kwam ook de vraag aan mij als voorzitter of ik een voorwoord wilde schrijven. Een voorwoord waarin ik zou weergeven hoe wij als bestuur tegen de Wet toekomst pensioenen aankijken en wat u van ons mag verwachten in de komende periode. In mijn ogen een soort van mission impossible. als op het proces dat daarna uitgerold moet worden. Een periode van ‘invaren’ waarin een transitie plaats moet vinden van oud naar nieuw. En zoals u heeft gehoord in onze vorige ALV en heeft kunnen lezen in diverse bulletins is dat voor een pensioenfonds als PGB geen makkelijke opgave. En dat laatste is hét understatement van dit voorwoord. Mijn zorg bij het ‘invaren’ zit hem vooral in de keuzes die werkgevers voorgelegd krijgen ten Wtp: Tussen hoo Interessant voor mij wordt daarin de vraag welke rol gepensioneerden daarin gaan spelen. Worden ze daarin gehoord, wordt er dan wel geluisterd of ………..!! In dit thema nummer willen wij u meenemen in het proces en de discussies die daaruit kunnen voortvloeien, waarbij wij, als bestuur, niet de illusie hebben u alle antwoorden te kunnen geven en/of alle ongerustheden weg te kunnen nemen. Wat ons betreft is dit thema nummer de start van een langdurig en intensief traject waarin wij u willen informeren, waar nodig willen raadplegen en zeker gaan uitnodigen om met ons mee te
op en vrees De weerstand tegen de Wet toekomst pensioenen is groot. Foto ANP/Bart Hoogveld denken in de stappen die gezet moeten gaan worden. Stappen waarvan u en wij vinden dat deze noodzakelijk zijn. Ik wil niet in herhaling vallen, maar ik heb ooit gezegd dat wij individueel weinig of niets kunnen doen, maar dat we samen sterk staan. Laat deze herhaling de start zijn van een traject, waarin wij als VVGPGB samen met onze leden duidelijk laten horen wat wij belangrijk vinden in de keuzes die gemaakt gaan worden met onze pensioenen. De komende ALV zal daarin een belangrijke stap gaan worden. We spreken elkaar hopelijk op 26 april in de Eenhoorn. Tot dan. Ernst Taris Programma ALV van woensdag 26 april 11.00 - 12.15 uur: Vergadering, deel 1 11.00 uur: Welkom & mededelingen. Speech voorzitter Ernst Taris 11.10 uur: Vaststellen verslag ALV-vergadering 2022 11.15 uur: Jaarrekening 2022: Toelichting Thijs Reuder 11.30 uur: Advies kascommissie. Voorstel decharge bestuur en kiezen nieuw lid kascommissie 11.35 uur: Begroting 2023, contributie 2024. Toelichting Thijs Reuder 13.30 - 16.00 uur: Vergadering, deel 2 Het nieuwe pensioenstelsel | 4 thema’s • Wat betekent Wet Toekomst Pensioenen voor gepensioneerden van PGB Jochem Dijckmeester, voorzitter Pensioenfonds PGB • Invaren in de nieuwe regelingen en de weg daarnaar toe (denk aan indexeren) Ronald Heijn, vice voorzitter Pensioenfonds PGB en 3 bestuurslid op voordracht van de gepensioneerden • Actuele situatie rondom de wet en wat doet De Koepel nu en straks John Kerstens, voorzitter De Koepel • Wat doet VVG om uw belangen te behartigen Fieneke van den Brink, bestuurslid en VVG | voorzitter werkgroep P&H. 13.30 uur: Introductie door Jos van Rijsingen 13.35 uur: Eerste introductie van vier thema’s 14.00.uur: Vragen en discussie met panel 15.45 uur: Afsluiting middagprogramma door Ernst Taris Aanmelden voor deelname aan de vergadering via onze website www.vvgpgb.nl
In de komende pagina’s wordt de wet toekomst pensioenen en wat die voor gepensioneerden bij PGB kan gaan betekenen verder uitgelegd. Het begint steeds duidelijker te worden, maar het zal de komende periode nog veel overleg, gesprekken en besluiten vragen voordat we echt weten waar we precies aan toe zijn. De Wet toekomst pensioenen bij Wie besluit waarover en wanneer De Tweede Kamer heeft eind vorig jaar de nieuwe pensioenwet goedgekeurd. Nu is de Eerste Kamer aan bod. Het is de bedoeling dat de wet ingaat op 1 juli 2023. Dan gaat het invoeringstraject beginnen. Voorlopig gaan we ervan uit dat dit gaat lukken. De sociale partners (dat zijn de werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers) zullen binnen de wet moeten vaststellen welke keuzes worden gemaakt. Daarbij gaat het onder meer om welke regeling gaat er gelden, welke afspraken worden gemaakt over mogelijke buffers en compensatie en wordt er wel of niet pensioenfonds een verzoek gedaan tot ‘invaren’ van opgebouwde pensioenrechten (gaan ook opgebouwde pensioenrechten over naar de nieuwe regeling). De keuzes die gemaakt worden en de argumentatie daarvoor worden opgenomen in het ‘transitieplan’. Voordat dit transitieplan definitief wordt vastgesteld, moeten de sociale partners volgens de wet de verenigingen van gepensioneerden ‘horen’. Sociale partners moeten ernaar luisteren en besluiten of ze daar iets mee doen. Dat besluit, wat doen ze met het commentaar van de gepensioneerden (overnemen, aanpassen of naast zich neerleggen), moeten ze toelichten aan de De inhoud van dit themanummer is gebaseerd op de kennis en informatie ten tijde van het maken van deze special. Er kunnen nog wijzigingen optreden omdat: • De Eerste Kamer de wet nog in behandeling heeft • Het overlegtraject binnen pensioenfonds PGB en bij sociale partners lopende is • Nog niet alles op detailniveau (lagere wetgeving) duidelijk is Er kunnen dan ook geen rechten aan deze teksten worden ontleend. 4 gepensioneerden. Het transitieplan moet uiterlijk 1 januari 2025 naar het pensioenfonds worden gestuurd. PGB vraagt sociale partners om eerder, uiterlijk 1 juli 2024, het transitieplan op te sturen. Dit omdat PGB meerdere transitieplannen zal moeten verwerken van de verschillende sectoren en werkgevers. Daar heeft PGB wat meer tijd voor nodig dan een gemiddeld fonds. Het pensioenfonds moet dan kijken of dit transitieplan ongewijzigd uitgevoerd kan worden. Zij moet dan ook kijken of invaren van de opgebouwde pensioenrechten in de nieuwe regeling kan en hoe de gelden in het fonds worden verdeeld. Een besluit daarover legt ze vast in een implementatieplan, waarin onder meer ook een communicatieplan is opgenomen. Dit implementatieplan wordt voorgelegd aan het verantwoordingsorgaan (VO). Die moet daar, volgens de wet, advies over uitbrengen. Bij een negatief advies van (een van de geledingen van) het VO over het besluit met betrekking tot het invaren en/of het verdelen van de pensioengelden bij invaren, moeten sociale partners en het pensioenfonds D
De VVG-PGB moet dus gehoord worden voordat sociale partners een besluit nemen. Verder heeft de VVGPGB invloed in het VO via drie door haar benoemde leden. Het nieuwe pensioenstelsel: Wat blijft er gelijk? • De AOW (wat de overheid betaalt) blijft behouden • Pensioen wordt opgebouwd via de werkgever • Afspraken over de inhoud van de pensioenregeling worden door sociale partners gemaakt. • We blijven risico’s met elkaar delen: o Ouderdom: Pensioen blijft levenslang uitgekeerd o Overlijden: Er blijft een partnerpensioen o Arbeidsongeschiktheid: Langdurige zieken blijven premievrij pensioen opbouwen s PGB opnieuw overleggen wat er moet gebeuren. Het implementatieplan moet uiterlijk 1 juli 2025 klaar zijn. Wat verandert er? • Er wordt pensioenvermogen opgebouwd en geen pensioenaanspraak • Er zijn twee verschillende pensioencontracten. Het persoonlijk pensioenvermogen (voor een individu) wordt binnen één van deze contracten opgebouwd: o de solidaire premieregeling: als een persoonlijk aandeel van de totale pot o de flexibele premieregeling: in een ‘persoonlijk potje’ • Er wordt premie betaald om het persoonlijk pensioenvermogen te vormen • De premie is leeftijdsonafhankelijk en wordt direct gebruikt voor de opbouw van het eigen pensioen (afschaffing doorsneesystematiek) • Het (persoonlijk) pensioenvermogen wordt belegd om het te laten groeien • Het persoonlijk pensioenvermogen beweegt mee met de beleggingsresultaten o Ouderen lopen daarbij minder risico dan jongeren o Pensioenen stijgen als het economisch goed gaat eerder, maar kunnen ook als het economisch minder gaat eerder dalen. • De omvang van het persoonlijk pensioenvermogen bepaalt de hoogte van het te ontvangen pensioen. De regelingen in het nieuwe pensioenstelsel. In het nieuwe pensioenstelsel bouwt iedereen persoonlijk Samen pensioen opbouwen en risico's delen onder elkaar in één collectief Individueel pensioen opbouwen en risico's delen onder gepensioneerden Deelnemers willen dat er goede keuzes voor hen worden gemaakt Gedempte variabele uitkering Deelnemers willen zelf keuzes kunnen maken die bij hen passen Variabele uitkering of vaste uitkering 5
pensioenvermogen op. Er zijn in de wet drie verschillende regelingen opgenomen, waarbinnen dit kan. Twee ervan mogen door pensioenfondsen worden uitgevoerd. De solidaire premieregeling en de flexibele premieregeling. Hieronder laten we op hoofdlijnen de inhoud van deze regelingen zien. De premie wordt gebruikt voor het vullen van het persoonlijk pensioenvermogen én voor het betalen van kosten van het pensioenfonds, de premies voor verzekeringen en mogelijk het vullen van reserves. De doorsneesystematiek vervalt. Hierbij bouwden jongere werknemers minder pensioen op dan op basis van hun premie-inleg en hun leeftijd het geval zou moeten zijn en oudere werknemers juist meer. Het pensioenfonds belegt dit geld om het meer te laten worden. Bij de solidaire premieregeling wordt het totale vermogen gezamenlijk belegd. Daarbij wordt er voor verschillende leeftijdsgroepen een risicoprofiel bepaald, dat wil zeggen de risicobereidheid en de risicodraagkracht voor personen binnen deze verschillende groepen. Dat risicoprofiel wordt gemaakt op basis van onderzoek onder deelnemers en gepensioneerden en wetenschappelijk kennis op dit vlak. Het wordt periodiek herijkt. Het risicoprofiel bepaalt hoeveel van de totale resultaten van de beleggingen (zowel een stijging als een daling), aan de verschillende leeftijdsgroepen wordt toegekend. Uitgangspunt zal zijn dat gepensioneerden minder risico kunnen dragen dan jongere deelnemers (werknemers). Bij de flexibele premieregeling is het wettelijk mogelijk om op een (meer) individueel niveau een risicoprofiel vast te stellen. Daarbij hebben deelnemers meer keuzevrijheid. Daardoor kan er op individueel niveau meer risico gelopen worden. Ook hierbij zal echter gekeken worden naar risicobereidheid en draagkracht en zal mogelijk gewerkt worden met leeftijdsgroepen. PGB zal voor de totale groep gepensioneerden vermoedelijk met één risicoprofiel gaan werken. Definitieve besluitvorming hierover moet nog plaatsvinden. Binnen de solidaire premieregeling is een solidariteitsreserve verplicht. Daarin wordt geld gestopt om risico’s gezamenlijk te delen, waaronder het risico op daling van ingegane pensioenuitkeringen. De kans daarop wordt op die manier kleiner. Dat betekent echter ook dat de stijging van de pensioenen wat lager zal zijn omdat een deel van het rendement aan de solidariteitsreserve wordt toegevoegd. In de flexibele premieregeling is het ook mogelijk om een (risicodelings) reserve te vormen. Dat is echter niet altijd verplicht. De regels die gelden voor het vullen van zo’n reserve zijn anders dan die voor de solidariteitsreserve. Daarom is het minder zeker dat deze (deels) gebruikt gaat worden om het risico op daling van ingegane pensioenen te dempen. Zowel voor de solidariteitsreserve als voor de risicodelingsreserve geldt dat afspraken hierover door sociale partners gemaakt moeten worden. Zij moeten daarbij rekening houden met wat het pensioenfonds kan uitvoeren. Vooralsnog lijkt PGB geen risicodelingsreserve in de flexibele premieregeling te gaan uitvoeren. Op het moment dat iemand met pensioen gaat, wordt op basis van het persoonlijke pensioenvermogen, het projectierendement (een inschatting van het toekomstig rendement) en de gemiddelde levensverwachting binnen het fonds uitgerekend wat de hoogte van de pensioenuitkering zal zijn. Jaarlijks wordt een deel uit het persoonlijk pensioenvermogen gehaald om het pensioen te betalen. Met het resterende pensioenvermogen wordt 6
doorbelegd. Afhankelijk van onder meer de beleggingsresultaten in dat jaar wordt het persoonlijk pensioenvermogen dat aan het einde van het jaar over is, herberekend en aangepast. Het kan meer worden, maar ook minder. In relatie daarmee wordt de pensioenuitkering voor het komende jaar vastgesteld. De uitkering wordt daardoor in principe variabel. Binnen de solidaire premieregeling wordt een deel van het positieve rendement in de solidariteitsreserve gestopt. Als het rendement negatief is wordt zo mogelijk een deel uit de solidariteitsreserve gehaald en aan het persoonlijk pensioenvermogen toegevoegd. Dit om de pensioenuitkering zo weinig mogelijk te laten dalen. Binnen de flexibele premieregeling is het mogelijk op het moment dat men met pensioen gaat te kiezen voor een vaste uitkering in plaats van een variabele uitkering. Hoe dat binnen PGB verder wordt uitgewerkt is nog onderwerp van onderzoek en overleg. Binnen de solidaire premieregeling is het niet mogelijk te kiezen voor een vaste uitkering (maar de plussen en minnen worden gedempt). Er moet worden voorkomen dat er voor iemand die ouder wordt dan de gemiddelde levensverwachting van het fonds geen geld meer is voor zijn of haar pensioenuitkering. In dat geval wordt in beide regelingen het persoonlijk pensioenvermogen extra verhoogd. Daarvoor wordt vermogen gebruikt dat vrijvalt door het eerder overlijden van andere deelnemers. Het nieuwe nabestaandenpensioen Het nabestaandenpensioen (partner- en wezenpensioen) wijzigt in de nieuwe wet aanzienlijk. De doelstelling is om op dit gebied meer uniformiteit te krijgen. De meeste van de wijzigingen hebben gevolgen voor partners en/of kinderen van actieve deelnemers die vóór hun pensionering overlijden. Voor gepensioneerden blijven de eerder gemaakte afspraken bij pensionering (wel/geen partnerpensioen) ongewijzigd van kracht. Wel zal voor de uitkering van een partnerpensioen, hetzelfde gelden als bij het pensioen van de eerst-gepensioneerde: de uitkering wordt variabel. Dat geldt ook voor een partnerpensioen dat al is ingegaan. Het opgebouwde en/of ingegane partnerpensioen gaat ook mee in het nieuwe pensioenstelsel en wordt dus ingevaren. Het invaren Vanwege de stelselwijziging zullen alle pensioenregelingen in Nederland worden aangepast. In principe heeft een wijziging van de pensioenovereenkomst (de pensioenregeling) alleen gevolgen voor de toekomstige pensioenopbouw. De wet gaat er echter vanuit dat ook de bestaande pensioenaanspraken en -rechten overgaan naar het nieuwe pensioenstelsel. Dat wordt ‘invaren’ genoemd. Invaren is dus de standaard. Bij invaren worden de bestaande pensioenaanspraken en -rechten omgezet in een persoonlijk pensioenvermogen. Dit vermogen maakt dan onderdeel uit van één van de nieuwe pensioenregelingen. Dat gebeurt via een interne collectieve waardeoverdracht. Sociale partners doen een verzoek tot invaren. Het pensioenfonds heeft een eigen verantwoordelijkheid om te beoordelen of het dit verzoek tot invaren accepteert. Het kan deze toets echter alleen uitvoeren nádat sociale partners een verzoek tot invaren hebben gedaan. Een verzoek tot invaren kan door het pensioenfonds worden afgewezen als dit leidt tot een onevenwichtig nadeel voor (een groep) belanghebbenden, als het wettelijk niet mag of als het voor het fonds niet uitvoerbaar is. Het pensioenfonds kan niet zelfstandig besluiten tot invaren. Als sociale partners geen verzoek doen tot invaren, moeten zij dit motiveren in het transitieplan. Ook daarbij geldt dat dit in principe alleen kan als het leidt tot een situatie die voor het pensioenfonds aanleiding zou kunnen zijn om te weigeren. Het verdelen van het collectieve pensioenvermogen bij invaren Het huidige gezamenlijke pensioenvermogen moet bij invaren 7
worden verdeeld. Het pensioenfonds kiest de methode die hierbij wordt gebruikt. Dit gebeurt binnen de kaders die in de wet staan en waarbij rekening wordt gehouden met hetgeen sociale partners hebben afgesproken. Bij de verdeling van het totale vermogen zal eerst een deel opzijgezet worden dat het pensioenfonds zelf nodig heeft om de toekomstige (uitvoering)kosten en tegenvallers daarin op te kunnen vangen. Vervolgens wordt het geld verdeeld over de persoonlijke pensioenvermogens, eventuele solidariteitsreserve (verplicht) of risicodelingsreserve (optioneel), een operationele reserve (verplicht gezamenlijk vermogen om risico’s in de operationele uitvoering van de pensioenregeling op te vangen) en - indien daartoe besloten wordt - een compensatiefonds voor afschaffing van de doorsneesystematiek. Binnen het hoorrecht zal de verdeling van de pensioengelden voor de VVG uiteraard een belangrijk onderwerp van gesprek zijn. De nieuwe wet bij PGB Pensioenfonds PGB is een pensioenfonds voor en door sociale partners uit heel veel verschillende sectoren. Elke sector en elke werkgever is verschillend. Sociale partners en werkgevers bij PGB beslissen grotendeels zelf hoe hun pensioenregeling er bij PGB uitziet. Er was maatwerk mogelijk. Er zijn bij PGB bedrijfstakken aangesloten met een verplicht gestelde regeling én er zijn bedrijfstakken en/of bedrijven die vrijwillig zijn aangesloten. Er zijn ook verschillende regelingen: regelingen waarbij pensioenaanspraken worden opgebouwd (DB) of waarbij naar een pensioenkapitaal wordt toegewerkt (DC). De gepensioneerden (circa 100.000) bij PGB zijn afkomstig van al die verschillende werkgevers die verschillende regelingen kennen. Er zijn dus verschillende sociale partners die gaan besluiten over de keuzes die gemaakt moeten worden over de invoer van de nieuwe pensioenwet. Dat kunnen werkgeversen werknemersorganisaties zijn die een verplichte (CAO) bedrijfstakpensioenregeling afspreken (bijvoorbeeld de grafimedia CAO) of werkgevers en werknemersvertegenwoordigers (vakbonden of ondernemingsraad) van vrijwillig aangesloten bedrijven en sectoren. Zij kiezen welke regeling er gaat gelden en of de opgebouwde rechten (dus ook die van gepensioneerden) mee overgaan naar de nieuwe regeling (invaren). De gepensioneerden bij PGB zijn afkomstig van veel verschillende werkgevers. Zij zijn met pensioen gegaan vanuit verschillende pensioenregelingen (DB of DC). De gevolgen van de overgang naar een van de nieuwe regelingen zijn dus verschillend. Daarnaast zijn er gepensioneerden bij PGB van wie de oud-werkgever niet meer bestaat, ook niet overgenomen door een ander bedrijf. Als die werkgever een vrijwillige aansluiting was (dus geen verplicht gestelde bedrijfstakregeling) dan is er nu geen werkgever die een verzoek tot invaren kan doen. Voor hen geldt dat hun pensioenrechten - volgens de afspraken in de wet - niet kunnen invaren. Dan blijven dus de oude regels van kracht. Wat de invoer van de nieuwe pensioenregels betekenen en hoeveel die wijzigen ten opzichte van wat nu geldt, zal voor ons als gepensioneerde van PGB verschillend kunnen uitpakken. Daar kan PGB niets aan doen. Dat komt vloeit voort uit de wet die is vastgesteld door Tweede en Eerste Kamer. Fieneke van den Brink 8
Pensioenfondsen moeten zich bij een besluit over indexatie aan financiële regels houden (het financieel toetsingskader – ftk). Die regels gaan door de nieuwe wet veranderen, waardoor de pensioenen eerder zullen stijgen dan voorheen, maar ook eerder kunnen dalen. Om het mogelijk te maken om in de overgangsfase (vanaf nu tot 1 januari 2027) naar het nieuwe stelsel alvast rekening te houden met de nieuwe soepeler regels, zijn er aparte financiële regels opgesteld voor deze fase (het zogenoemde transitieftk). Deze overgangsregels mogen door een pensioenfonds worden gebruikt als er wordt ingevaren. Op zijn minst moet die verwachting er zijn. Als duidelijk is dat er niet wordt ingevaren, moeten de oude ftk-regels weer worden toegepast, waarbij indexering pas mogelijk is vanaf een beleidsdekkingsgraad van 110%. De overgangsregels zijn dus soepeler en gericht op invaren in het nieuwe pensioenstelsel. Zo zijn er zijn minder strenge eisen voor het houden van buffers, mag er indexatie plaatsvinden als de dekkingsgraad boven de 105% ligt (en dat na indexatie ook het geval is) en zijn ook de regels over de hoogte van indexatie soepeler geworden. Het fonds moet ook rekening Eerder indexeren op weg naar het nieuwe stelsel houden met het feit dat er op termijn wordt ingevaren. Daarom stelt ieder pensioenfonds een zogenoemde ‘invaardekkingsgraad’ vast. Dat is de dekkingsgraad die het minimale vermogen weergeeft dat nodig is om, rekening houdend met de afspraken die sociale partners hebben gemaakt over de nieuwe regeling en de weg daarnaartoe, goed te kunnen invaren. Het pensioenfonds maakt een overbruggingsplan waarin deze invaardekkingsgraad wordt vastgesteld en onderbouwd. Ook moet het fonds aangeven hoe zij naar deze dekkingsgraad toegroeit en wat ze doet als dat op enig moment niet lijkt te lukken. Een dergelijk overbruggingsplan wordt íeder jaar voor advies voorgelegd aan het verantwoordingsorgaan. Bij een besluit komende jaren over indexatie, maar bijvoorbeeld ook over de hoogte van de premie, moet ervoor worden gezorgd dat de invaardekkingsgraad niet in gevaar komt. Daarom heeft het bestuur van PGB bij haar indexatiebesluit van 7% voor dit jaar, vooruitlopend op een vast te stellen invaardekkingsgraad, niet alleen het oude toeslagbeleid van maximaal 3% losgelaten, maar ook rekening gehouden met de overstap die we gaan maken naar het nieuwe pensioenstelsel. Het zal dus, als definitief vastgesteld wordt dat PGB gaat invaren, de komende jaren naar verwachting eerder mogelijk worden om te indexeren. Een en ander blijft uiteraard afhankelijk van de vraag hoe de beleggingen en de rente zich ontwikkelen. De VVG stelt zich op het standpunt dat als het om indexatie gaat we gedurende de overgangsfase tot aan het moment van invaren optimaal gebruik moeten maken van de overgangsregels. In de gesprekken daarover met het bestuur van PGB laten we hierover geen misverstanden bestaan. 9
Wat er voorafging aan het pensioenakkoord Al sinds de bankencrisis van 2008 groeit de kritiek op ons veelgeprezen pensioensysteem. Het zou niet meer voldoen aan de eisen van deze tijd. Jongeren zouden benadeeld worden. Ouderen zou den niet krijgen waarop ze gerekend hadden. Wat ging er mis met de pensioenwet uit 1954 waar iedereen zo blij mee leek? 1954 De Pensioen- en Spaarwet (Psw) uit 1954 was een bundeling van vele bestaande (rijks)pensioenregelingen, aangevuld tot een duidelijke, uniforme algemene pensioenwet. Sinds de invoering van de Psw had het merendeel van de fondsen een eindloonsysteem , waarbij pensioenrechten van werkenden meegroeiden met het salaris, en de uitkeringen van gepensioneerden meegroeiden met de prijsindex. Een opbouw van jaarlijks maximaal 1,75% van het inkomen leverde na 40 dienstjaren een voorziening van 70% van het laatstverdiende loon op. Tevredenheid alom. Maar tegen de eeuwwisseling ontstonden scheve gezichten: het eindloonsysteem zou carrièremakers in de kaart spelen. Het middelloon was ‘veel eerlijker’. 2000 De politiek haakte gretig in op de onvrede. Na 2000 moesten de pensioenfondsen gedwongen overstappen op een middelloonsysteem. Daarmee sloop de onzekerheid in het stelsel: de opgebouwde rechten werden niet meer automatisch geïndexeerd. Ook werd indexatie afhankelijk van de dekkingsgraad. Om na 40 dienstjaren op een uitkering van ongeveer 70% van het eindloon uit te komen, was bovendien een opbouwpercentage van 2,2% nodig. Dat vond de overheid (als werkgever) te duur, dus het opbouwpercentage zakte al snel naar 1.875% wat nog maar 60% van het eindloon opleverde. En als snel kwamen de klachten dat het middelloonsysteem oneerlijk was voor jongeren. Want een euro die 10 nog 40 jaar belegd werd, leverde in het middelloon systeem niet meer pensioen op dan een euro die nog maar 1 jaar werd belegd. Ook bracht de invoering van de nieuwe Wet Bpf (bedrijfspensioenfondsen) van 2000, die deelneming aan bedrijfstakpensioenfondsen verplicht stelde, een enorme administratieve rompslomp met zich mee. Vanwege de verplichtstelling moest de overheid op allerlei manieren het beheer kunnen toetsen. DNB (de Nederlandsche Bank) zou voortaan haar eigen rekenmethodes op pensioenen loslaten. Dat hebben we geweten! Het pensioen werd er per saldo niet beter op. 2007 Onder druk van sommige politieke partijen die jongeren aan zich willen binden met de onjuiste beeldvorming dat ouderen hun pensioeninleg op zouden eten, zoekt de overheid naar wegen om greep te krijgen op de onvoorspelbaarheid van de 40-60 jarige beleggingstermijn die voor pensioenfondsen normaal is. En dus gaat het gebruikelijke vaste rekenrendement van 4% op de schop. Het ‘uitgesteld loon’ van werknemers en gepensioneerden wordt in plaats daarvan gekoppeld aan de altijd schommelende marktrente voor korte termijn beleggingen. Een onbegrijpelijke actie die pensioenfondsen opzadelt met de noodzaak om tegen hoge kosten beleggingsproducten aan te schaffen die de uitschieters van de markt kunnen stabiliseren. Als na de bankencrisis de rente op de financiële markten enorm zakt, zijn we nog verder van huis. De pensioenverplichtingen moeten dankzij koppeling aan deze rente voortaan worden gewaardeerd alsof er de komende 60 jaar nooit meer dan de 0,5% van rente op de staatsleningen wordt gehaald. Het in werkelijk behaalde rendement van de 6-8% mag niet worden meegerekend. Dat zet voor meer dan 10 jaar een streep door indexatie van het vermogen. 2019 – Pensioenakkoord Inmiddels wordt duidelijk dat door tussenkomst politiek en overheid het pensioendossier een veelkoppig monster is geworden. Het jarenlang uitblijven van indexaties tast niet alleen de koopkracht van ouderen aan maar gaat ook de toekomstige gepensioneerden (politieke doelgroep!) veel geld kosten. Werkenden hebben 12 jaar rente op rente van soms 30% van hun inkomen misgelopen, een pensioengat dat moeilijk te dichten valt. In plaats van terug te gaan naar de uiteindelijk toch heel gunstige eindloonregeling zet men zich, mede gezien de ingrijpend veranderde arbeidsmarkt (ZZP, tweeverdieners, flexwerkers, late intreders) aan het ontwerp van een geheel nieuwe wet. De contouren van de wet, opgetekend in het ‘pensioenakkoord’ werd in 2019 juichend gepresenteerd. De wet is nog steeds niet helemaal af en het is jammer dat gepensioneerden niet aan de onderhandelingstafels zijn uitgenodigd, al was het maar voor de inkleuring van het historisch perspectief. Gelukkig hebben gepensioneerden wel ‘hoorrecht’, een formele weg om hun stem toch te laten horen. Nicoline Maarschalk Meijer Gepensioneerden merken dat meteen in hun portemonnee, de werkenden krijgen dit renteverlies pas bij pensionering voor hun kiezen. In strijd met het doel van deze operatie is in plaats van transparant beheer een voortdurende strijd tegen de grillige renteontwikkelingen gecreëerd. 2015 – Financieel Toetsingskader In het Financieel Toetsingskader (FTK), onderdeel van de Pensioenwet, zijn de wettelijke financiële eisen aan pensioenfondsen vastgelegd. Het FTK stelt voorwaarden aan de financiële gezondheid van een pensioenfonds en is opgebouwd rond de principes van marktwaardering, risico-gebaseerde financiële eisen en transparantie. In 2015 is het FTK vernieuwd om meer stabiliteit bij pensioenfondsen te creëren in antwoord op de grotere schommelingen op de financiële markten.
Nog nooit gezien hoe een koe een haas vangt? Moet u toch wat vaker in politiek Den Haag komen. Daar gebeuren soms de wonderbaarlijkste dingen, ontdaan van elke logica. Volg maar het spoor van Wet toekomst pensioenen. Na vele jaren van discussiëren en traineren leek na het aanbieden van het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer de weg vrij voor het probleemloos behandelen van de wet. Totdat Kamerleden zich ineens leken te realiseren hoe complex en verdragend de grootste wijziging van ons pensioenstelsel eigenlijk was. Talrijke hoorzittingen volgden, vele schriftelijke vragenrondes en ellenlange debatten. De Tweede Kamer was niet in staat om uit de impasse te geraken. Dat lukte uiteindelijk wel dankzij de brille van Pieter omtzigt. omtzigt, fel tegenstander van de nieuwe Het staat kwart voor 12 En nu? Nu ligt het wetsvoorstel al weer een fiks aantal maanden bij de Eerste Kamer. Voor wie van afstand kijkt is dit best lang. Met het ja-woord van GroenLinks en de PvdA op zak lijken voor de coalitiepartijen de stemmen geteld. Wie dichterbij komt ziet in de Eerste Kamer echter 75 wijze maar bedachtzame mannen en vrouwen die heel graag hun eigen koers varen. Het wetsvoorstel nog eens dunnetjes overdoen mogen ze niet. De Eerste Kamer heeft ook geen recht van amendement en is formeel niet gerechtigd om een wetsvoorstel ingrijpend te wijzigingen. Tenminste op papier dan want ook de Eerste Kamer heeft haar eigen paardenmiddel: de novelle. De novelle is ooit in het leven geroepen om op eenvoudige wijze een fout in een nog niet aangenomen wetsvoorstel te herstellen. Onder het kabinet Rutte III en IV heeft de novelle steeds vaker een politieke lading gekregen en wordt het ook gebruikt om een wezenlijke aanpassing van een wetsvoorstel af te dwingen. Een soort verkapt recht van amendement dus. De Eerste Kamer stelt de regering dan voor de keuze: wij verwerpen het wetsvoorstel, tenzij het alsnog wordt gewijzigd. Of het verstandig is om de novelle in dit geval in te zetten? Waarschijnlijk niet. Meer dan bij elk ander instrument ligt bij de novelle de zogeheten Gedragscode van de Eerste Kamer onder een vergrootglas. Die code schrijft voor dat er bij de Senaatsleden geen sprake mag zijn van belangenverstrengeling. Maar is een Eerste Kamerlid die commissaris is bij de raad van toezicht van een pensioenfonds eigenlijk wel onafhankelijk? Formeel juridisch in elk geval niet. En een Kamerlid dat ooit als gastspreker heeft opgetreden tijdens een congres van een pensioenfonds? Formeel juridisch waarschijnlijk wel. Zeker bij een wetsvoorstel waar zo veel kritiek is geweest over het wegstrepen van het individueel bezwaarrecht tijdens het invaren zal de Eerste Kamer zich niet in het mistige veld van dit soort discussies moeten begeven. Nog veel moeilijker worden de afwegingen die de Eerste Kamer moet maken nu de coalitiepartijen bij de Provinciale Verkiezingen een flinke draai om hun oren hebben gekregen en de BBB voor een politieke aardverschuiving heeft gezorgd. Voor de zittende Eerste Kamer staat het daarmee kwart voor 12. Want kan de zittende Eerste Kamer in haar nadagen nog wel vergaande beslissingen nemen op het gebied van de nieuwe pensioenwet? Gevoelsmatig in elk geval niet. Bovendien zijn nog vele honderden vragen van de fracties door minister Schouten en het kabinet pensioenwet, haalde een oud paardenmiddel van stal, de artikelsgewijze behandeling. Bijna dertig jaar nadat het voor het laatst was gebruikt bleek deze aanpak het glijmiddel om het voorstel door de Tweede Kamer te loodsen. niet beantwoord. Een fiks aantal van die vragen zijn zeer gedetailleerd en schreeuwen om een antwoord maar op dinsdag 6 juni is de laatste vergadering van de huidige Eerste Kamer. De nieuwe Eerste Kamer wordt op 30 mei gekozen waarna de Senaat op 13 juni in de nieuwe samenstelling voor het eerst bijeenkomt. Is het echt zo ramp om een majeure operatie van 1.500 miljard euro te verschuiven naar de komende zittingsperiode? Voor het uiteindelijk besluit heeft het gezien de stemverhouding in de nieuwe Eerste Kamer maar beperkte betekenis. Voor het herstel van de vertrouwenscrisis in de politiek is het echter van groot belang. Geurt Bos Voor de Eerste Kamer staat de klok kwart voor 12. Foto Cees Mooij 11
Met een positief advies van de Raad van State is het bezwaarrecht bij het invaren van de Wet toekomst pensioenen buiten spel gezet. Gevreesd werd dat zoveel gepensioneerden protest zouden aantekenen dat én het invoeren van de wet enorm vertraagd zou worden én een pensioenchaos zou ontstaan. In de Wtp is een artikel opgenomen dat bezwaar maken bij de bestuursrechter, de belangrijkste onafhankelijke rechter bij geschillen met de overheid, tijdens de transitie onmogelijk maakt. Maar is daarmee protesteren nog het enige dat we kunnen doen? of zijn er juridische sluiproutes via een civiele procedure, de Nationale ombudsman of het Europees recht? Ombudsman die overheid echter geen millimeter doen kunnen verschuiven. Op het gebied van uitvoering van de pensioenregeling wordt er volgend jaar meer verwacht van de nieuw op te richten Externe Geschilleninstantie.. 3. Europees Recht: op korte termijn kansloos! Europees recht is voor een gepensioneerde een nagenoeg Bezwaar maken? Vergeet het maar! Protesteren bij de Eerste Kamer. Foto ANP/Bart Hoogveld 1. Civiele procedure: kansloos! Bij een civiele procedure kom je meestal bij de kantonrechter terecht maar in dit geval bijna altijd bij de meervoudige kamer. Op het eerste gezicht oogt de route van de individuele bezwaarmaker hoopgevend. Het buiten werking stellen van het bezwaarrecht lijkt immers te botsen met artikel 17 van de Grondwet dat zegt dat niemand tegen zijn wil kan worden afgehouden van de rechten die hem bij de wet wordt toegekend. Een aanklacht tegen de overheid zou dan kunnen worden ingediend op grond van bijvoorbeeld wanprestatie. Van wanprestatie kan sprake zijn als de overheid haar verplichtingen uit pensioenregelingen niet nakomt. Ook zou de gepensioneerde een rechtszaak kunnen aanspannen op grond van schending van het verbintenissenrecht. Pensioenen kunnen immers worden beschouwd als verworven rechten en worden daarmee beschermd door het verbintenissenrecht. Als de Wet toekomst pensioenen leidt tot een vermindering van de pensioenen kan dit worden gezien als een schending van de verplichtingen van de overheid om deze verworven rechten te 12 beschermen. Het recht op toegang tot de rechter van artikel 17 is echter geen absoluut recht hetgeen betekent dat die toegang wel degelijk beperkt kan worden als het bijvoorbeeld een legitiem doel dient. Gezien de complexiteit bij het omzetten van bestaande pensioenrechten op een vaste pensioenuitkering in een variabel pensioenkapitaal zal daar vrijwel zeker sprake van zijn. Daarmee is een juridisch bouwwerk ontstaan dat voor één gepensioneerde niet valt te klieven. Wil de bezwaarmaker toch het gelijk proberen te halen dan zal aansluiting moeten worden gezocht bij gelijkgestemden. De op 1 januari 2020 in werking getreden Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) maakt het voor gedupeerden mogelijk om schadevergoedingen ook in gemeenschappelijkheid te vorderen. Claimstichtingen en commerciële claimbureaus (no cure, no pay) lopen zich al warm. 2. De Nationale Ombudsman: kansloos! Een individueel gepensioneerde kan ook terecht bij de Nationale Ombudsman, het onafhankelijk instituut voor klachten. De Nationale Ombudsman heeft weliswaar geen rechterlijke bevoegdheid en kan ook geen uitspraken doen die de overheid verplicht is te volgen maar zijn invloed op het beleid van de overheid is redelijk groot. In dit geval zal de ontoegankelijke weg. Met flinke juridische bijstand en gesteund door een belangengroepering kan hij aankloppen bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg of bij de Europese Commissie in Brussel en vervolgens het Hof van Justitie in Luxemburg. Het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens heeft het recht op een toegang tot de rechter en een eerlijk proces expliciet neergelegd in artikel 6 van het EVRM , een van de hoekstenen van dit verdrag. Allesbepalend daarbij is of er nietlegitieme voorwaarden zijn gesteld en het conflict de gepensioneerde op een of andere wijze in zijn vermogen treft. De Europese Unie zal een uitspraak van Straatsburg altijd opvolgen. Ook het Europese Unie zelf kent een dergelijke toepassing. Volgens het EU-verdrag is het niet toegestaan om het bezwaarrecht af te schaffen of te beperken tenzij onder bijzonder strenge wettelijke voorwaarden. Of daar in dit geval sprake van is wil Hans van Meerten, bijzonder hoogleraar Europees Pensioenrecht in Utrecht, tot op het bot toe onderzoeken. Volgens Van Meerten, die ook door de Eerste Kamer als deskundige is gehoord, handelt Nederland in strijd met het Europees Recht door werknemers en gepensioneerden niet de optie van het bezwaar maken te bieden en hen verplicht zich te laten aansluiten bij pensioenfondsen. Naar aanleiding van zijn klacht heeft de Europese Commissie een nader onderzoek gelast. Een procedure van veel geduld en lange adem lijkt daarmee begonnen. Geurt Bos
ChatGPT: alles heeft twee kanten Het wegstrepen van het individueel bezwaarrecht bij het invaren van de Wet toekomst pensioenen roept heftige reacties op. Ook van vooraanstaande juristen die niet schromen om typeringen te gebruiken als ‘uitholling van de democratie’ en ‘regentesk beleid’. ChatGPT, absoluut toonbeeld van Artificial Intelligence en meest geavanceerde tekstrobot op Aarde, stelt zich heel wat genuanceerder op. Over het afschaffen van het bezwaarrecht tijdens de transitie schrijft de ultieme chatbox in zijn eigen bewoordingen: “Als AI-model maak ik geen waarderingen maar het afschaffen van mogelijkheden tot bezwaar maken heeft in dit verband twee kanten. Sommigen beschouwen het als noodzakelijk om wetten snel en efficiënt in te voeren, terwijl anderen beargumenteren dat elke burger het recht moet hebben om bezwaar te maken tegen beslissingen die hen aangaan. Het is belangrijk om te realiseren dat deze wetgeving niet alleen wordt ingevoerd voor het welzijn van individuele gepensioneerden, maar ook voor het algemeen belang van de samenleving. Daarom kunnen beperkte rechtsmiddelen voor bezwaar in sommige gevallen noodzakelijk zijn om het proces te bespoedigen en het algemene belang te beschermen”. Wat vinden onze leden? Compenseer indexatieslachtoffers Mijn grootste ergernis in het ontwerp Wet Toekomst Pensioen is het volkomen negeren van de belangen van diegenen die de laatste 15 jaar niet zijn geïndexeerd of zelfs gekort. De reeds gepensioneerden merken dit gebrek dagelijks in hun portemonnee maar deelnemers merken hier nu weinig van. Echter, het gaat om onrustbarend grote bedragen! Iemand die in 2007 is gepensioneerd met een gemiddeld pensioen van € 700 in de maand heeft tot nu toe bijna € 20.000 te weinig ontvangen en krijgt bovendien maandelijks € 210 te weinig. Deelnemers merken hier nog weinig van. Echter, de voor hen ingelegde € 1 premie uit 2007 is nu nog steeds € 1 en niet de € 1,40 die het zou moeten zijn. Bij de beoogde verdeling in “pensioenpotjes” zal hij ongeveer € 18.000 voorgoed kwijt zijn. Ik pleit ervoor om, voordat er ook maar gedácht wordt aan het verdelen in “potjes”, dat allereerst de tekorten uit het oude systeem worden gerepareerd en de niet uitgekeerde pensioenindexatie wordt uitbetaald. Los van het hierboven vermelde vind ik het sowieso onbehoorlijk om “tijdens het spel de spelregels te veranderen”. Veel beter zou zijn om allen in het huidige systeem volgens de oude regeling (maar dan wel met een reële rekenrente!) te handhaven en nieuwe toetreders onder de nieuwe Wtp te laten vallen. Arie de Gruijter, Roosendaal Eindelijk knoop doorgehakt Gelukkig is een aantal zaken uit het oude pensioenstelsel behouden gebleven. Het nieuwe stelsel sluit goed aan op de veranderde arbeidsmarkt, waarin mensen vaker van baan veranderen of als zzp’er gaan werken. Een grotere afhankelijkheid van de aandelenmarkt heeft een positieve kant, er kan sneller geïndexeerd worden, maar bij een beurscrash kan dit ook zeer nadelige gevolgen hebben voor de pensioenfondsen en tot verlaging van pensioenen leiden. Een goed evenwicht in de soorten van beleggingen van de pensioenfondsen kan dit nadeel mogelijk ten dele opheffen. Ik hoop daarom dat er een goede balans in de beleggingen gevonden zal worden. In het oude pensioenstelsel was er de mogelijkheid om de pensioenuitkering naar voren te halen, het zogenaamde hoog laag pensioen. In mijn omgeving zie ik dat dit ook tot ongewenste situaties kan leiden. In het nieuwe stelsel worden deze mogelijkheden verruimd. Het lijkt mij gewenst om met de deelnemers goed te communiceren over de gevolgen van bijvoorbeeld een uitkering ineens. Tot slot maak ik mij ook wel enigszins ongerust over de invoering en kosten van het nieuwe stelsel. Ik hoop van harte dat de pensioenfondsen deze ingewikkelde operatie onder controle hebben en kunnen houden. Als dit klopt, is het goed dat er nu na jaren eindelijk een knoop is doorgehakt. Ik hoop van harte dat daarmee onze pensioenvoorziening tot één van de beste stelsels in de wereld blijft behoren.” leendert van den Berg, Driehuis In slechte jaren heb je pech Positief dat de partijen tot een akkoord zijn gekomen. Ik heb daar een goede indruk van. Vijftien jaar zijn de pensioenen niet geïndexeerd. Ging niets af maar kwam er ook niks bij. Eenmalig ging zelfs de belasting omhoog. Kostte me per maand zeventig euro. De nieuwe wet maakt het gemakkelijker om te indexeren. Aan de andere kant: gaat het met de economie slecht dan heb je pech. Nou, dat is dan maar zo. Met een andere wetgeving hadden de pensioenen afgelopen jaren veel eerder kunnen worden verhoogd. Peter otterspeer, Doetinchem Let op kleine pensioentjes Laat de Eerste Kamer nog maar eens goed naar het pensioenakkoord kijken. Dat kan nooit kwaad. Zelf zit ik op afstand en kan de overeenkomst niet goed beoordelen. Heb wel het idee dat het de goede kant op gaat. Zelf heb ik niks te klagen. Woon in een mooi appartement op de Woolder Es in Hengelo. Wat wil je nog meer? Vooral voor de mensen met een klein pensioentje moeten ze nog eens goed kijken af het akkoord ook voor hen goed is. Wim Hagels, Hengelo Theo leoné 13
Hoe behartigt de VVG uw belangen? Hoewel het nog niet zeker is dat de Wet toekomst pensioenen wordt aangenomen en hoe die er precies uit zal gaan zien, worden overal de voorbereidingen al getroffen. Dat moet ook wel om het huidige tijdspad in de wet te halen. ook binnen pensioenfonds PGB en binnen onze vereniging van gepensioneerden zijn de voorbereidingen in volle gang. De VVG-PGB heeft wettelijk het recht gehoord te worden door sociale partners vóór die de regeling definitief vaststellen. Voor gepensioneerden zijn de belangrijkste vragen: • Welke regeling - solidaire premieregeling (SPR) of flexibele premieregeling (FPR) - gaat voor mij gelden en hoe werkt die precies? • Gaat mijn pensioen mee over naar die nieuwe regeling (invaren)? • Als mijn opgebouwde pensioen meegaat naar een van de nieuwe regelingen: • wordt het geld uit het pensioenfonds dan eerlijk verdeeld over de (individuele) ‘potjes’? • wat betekent dat voor de hoogte van mijn maandelijkse pensioen bij overgang? • Hoe gaat het met de hoogte van mijn pensioen na de invoering van het nieuwe stelsel: • als mijn pensioen is ondergebracht in een regeling van het nieuwe stelsel? • als mijn pensioen niet meegaat naar het nieuwe stelsel? • Wat gebeurt er met het pensioen voor mijn partner als ik overlijd? Naar dit soort zaken zullen we nadrukkelijk kijken in het kader van het hoorrecht bij sociale partners en/ of pensioenfonds PGB. Ons uitgangspunt blijft: • Geld dat in het pensioenfonds zit, wordt eerlijk verdeeld over alle betrokken geledingen • Ons pensioen is na overgang naar het nieuwe stelsel niet lager dan daarvoor • De kans dat het pensioen stijgt, is groter dan de laatste jaren het geval was • De kans dat het pensioen daalt, blijft tot een minimum beperkt 14 Bij sociale partners De werkgroep pensioenen & hoorrecht legt nu al contact met de sociale partners die een rol spelen bij PGB (werkgevers• In de overgangsfase naar het nieuwe stelsel zal komende jaren, binnen de wettelijke mogelijkheden, optimaal worden geïndexeerd Binnen PGB In het nieuwe pensioenstelsel kent pensioenfonds PGB - net als nu - twee basisregelingen: de solidaire premieregeling en de flexibele premieregeling, met daarbinnen een aantal onderdelen waarop per sector/ aansluiting gekozen kan worden. Niet alles wat wettelijk binnen de twee regelingen mogelijk is, zal bij pensioenfonds PGB mogelijk zijn. Dit komt omdat het allemaal naast elkaar (technisch) uitvoerbaar moet zijn. En ook zonder dat de uitvoeringskosten de pan uitrijzen. Pensioenfonds PGB is daarom bezig deze twee basisregelingen concreet in te vullen: wat kan wel en wat kan niet en wat is voor iedere sector/aansluiting die voor één van de twee regelingen kiest hetzelfde én waarin kunnen keuzes worden gemaakt (een soort keuze-palet)? Dat doet PGB in afstemming met de diverse sociale partners omdat zij op grond van de pensioenwet de regeling vaststellen. Hoe dat keuze-palet van PGB eruit gaat zien, is ook voor ons als gepensioneerden van groot belang omdat sociale partners straks binnen die kaders gaan beslissen over de regeling die gaat gelden en over het al dan niet invaren van ons pensioen. Het bestuur van pensioenfonds PGB ziet dat belang van de gepensioneerden. Daarom wordt de VVG - en in het bijzonder de werkgroep pensioenen & hoorrecht - door het bestuur van PGB betrokken (gehoord!) bij de ontwikkeling van het keuze-palet. Omdat er nu keuzes worden gemaakt, past het zeker in de geest van het wettelijk hoorrecht dat er nu al naar de VVG wordt geluisterd. De werkgroep zal zich hier komende maanden intensief mee bezig houden om zo de belangen van de gepensioneerden steeds onder de aandacht te brengen. Tot nu toe verloopt de samenwerking met het bestuur van PGB heel constructief. Overigens zal VVG haar invloed binnen PGB ook uitoefenen via de drie leden die zij in het VO heeft benoemd. Daarover elders in dit nummer meer.
en werknemersverenigingen, werkgevers en vakbonden of ondernemingsraden). We denken dat we met onze ideeën in deze aanloopfase meer invloed kunnen uitoefenen dan wanneer de sociale partners zelf al tot een conceptvoorstel zijn gekomen. We willen hen graag vertellen wat voor ónze én hun gepensioneerden van belang is als zij hun keuze gaan maken voor een nieuwe regeling en het al dan niet invaren van (onze) bestaande rechten. organiseren Richting politiek Er zijn nog steeds veel punten van kritiek op de nieuwe wet. De Koepel Gepensioneerden (waarbij de VVG is aangesloten) voert een intensieve lobby om de leden van de Eerste Kamer ervan te overtuigen dat de wet op een aantal punten moet worden aangepast. Daarbij gaat het er met name om dat er reëel perspectief ontstaat op een koopkrachtig pensioen, dat er meer garanties komen voor een eerlijke verdeling van pensioengelden bij het invaren en dat gepensioneerden meer zeggenschap krijgen bij de overgang naar het nieuwe stelsel, maar zeker ook daarna. Richting onze leden We willen onze leden zoveel mogelijk betrekken bij de invoering van het nieuwe pensioenstelsel. Dat doen we onder mee door: • het verstrekken van informatie via nieuwsbrieven, ons magazine ExPress en onze website • vragen van leden te beantwoorden • via (digitale) klankbord bijeenkomsten later dit jaar of via PensioenTrefpunt met onze leden te praten over deze onderwerpen U bent met uw vragen, ideeën of suggesties van harte welkom bij ons. U kunt dit doen door een e-mail te sturen naar pensioen@vvgpgb.nl of een brief te sturen naar: VVG-PGB, Antwoordnummer 1204, 7550 VB Hengelo. Fieneke van den Brink Wilt u meer weten over het de nieuwe wet en / of uw eigen pensioen. Kijk dan op de volgende websites: 1. https://www.onsnieuwepensioen.nl/ Om voor iedereen duidelijk te maken wat de nieuwe regels inhouden, hebben de vakbonden, werkgeversorganisaties, pensioenuitvoerders en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid deze website gemaakt. 2. https://www.pensioenfondspgb.nl/deelnemers/pensioen-bijpensioenfonds-pgb/het-nieuwe-pensioen/ Ook PGB houdt ons op de hoogte over de ontwikkelingen met betrekking tot de nieuwe pensioenwet en wat het voor ons betekent. 3. https://www.pensioenfondspgb.nl/login/ Als u informatie wilt over uw eigen pensioen bij PGB kunt u hier terecht. 4. https://www.koepelgepensioneerden.nl/ De Koepel Gepensioneerden - waar VVG bij aangesloten is -geeft regelmatig updates over wat zij doet om onze belangen in Den Haag te behartigen. Dit overigens niet alleen voor pensioenen, maar ook voor wonen, zorg en welzijn. • in samenwerking met PGB (digitale) kennisbijeenkomsten over de wet of delen daarvan te PensioenTrefpunt En als u mee wilt praten over pensioenen en andere zaken die voor u als gepensioneerde interessant zijn, kunt u zich aanmelden bij PensioenTrefpunt. Stuur een mailtje met daarin uw voor- en achternaam naar: pensioentrefpunt@pensioenfondspgb.nl 15
Vragen en antwoorden over het nieuwe pensioen 1. Er komen straks minimaal twee regelingen, een solidaire premieregeling en een flexibele premieregeling. Hoe weet ik welke regeling voor mij als gepensioneerde gaat gelden? Sociale partners kiezen de regeling die zal gelden binnen die bedrijfstak of dat bedrijf. Deze keuze geldt ook voor gepensioneerden van dat bedrijf. Van deze keuze zullen ook de gepensioneerden in kennis worden gesteld. 2. Wanneer hoor ik welke regeling voor mij gaat gelden? Het moment waarop gepensioneerden worden geïnformeerd hangt af van definitieve besluitvorming bij sociale partners. De diverse sociale partners die hun regeling bij PGB hebben ondergebracht zullen hun besluitvorming op verschillende momenten hebben afgerond. 3. Als ik het niet eens ben met de regeling waarin ik terecht kom, kan ik dan bezwaar maken? Nee, bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel is het individueel bezwaarrecht wettelijk buiten werking gesteld. 4. Heb ik als gepensioneerde straks iets te vertellen hoeveel of hoe weinig risico met beleggen (en met mijn potje) wordt genomen? Bij de solidaire premieregeling wordt vermoedelijk voor de groep gepensioneerden als geheel een 16 risicoprofiel bepaald. Dat geldt ook voor de flexibele premieregeling, omdat PGB voornemens is om ook in die regeling een collectieve uitkeringsfase in te richten. Daarbij wordt uitgegaan van de risicobereidheid en de risicodraagkracht. Dat risicoprofiel wordt periodiek herijkt. Vanuit de wet moet dat in ieder geval iedere vijf jaar gebeuren. Binnen PGB zal dit mogelijk vaker gebeuren. 5. Hoe komt de VVG nu en straks voor mijn belangen op? Daarin verandert niets: • VVG draagt een kandidaat voor, voor een zetel in het bestuur van PGB • VVG benoemt drie leden in het verantwoordingsorgaan van PGB en • Het bestuur van VVG heeft rechtstreekse contacten met het bestuur van PGB. De VVG wordt daarbij ondersteund door de werkgroep Pensioenen & Hoorrecht die bestaat uit oud pensioenfondsbestuursleden • Wij zijn lid van de Koepel Gepensioneerden die onze belangen behartigt in Den Haag Bij de overgang naar de nieuwe pensioenregels heeft VVG extra bevoegdheden die in de wet zijn vastgelegd: het zogenoemde Hoorrecht. Hierover vindt u meer in dit themanummer. 6. De afspraken voor mijn partner bij mijn overlijden, blijven die gehandhaafd? Hierbij een aantal veel gehoorde vragen over het nieuwe pensioen met daarbij ook antwoorden. We hebben nog meer vragen uit de achterban ontvangen. Op de website van de VVG (www.vvgpgb. nl) zijn deze vragen en antwoorden te vinden. Mocht u zelf nog andere vragen hebben kunt u die via de mail naar ons sturen. Het mailadres is: pensioen@vvgpgb.nl. We zullen die dan beantwoorden en ook op de website zetten. Met vragen die betrekking hebben op uw eigen pensioen kunt u altijd terecht bij PGB (Tel. 020-541 82 00). Ook voor algemene vragen kunt u altijd bij hen terecht. Op de website van PGB kunt u zien wat de andere mogelijkheden zijn om hen kunt bereiken, via e-mail of post. Voor meer informatie zie: https://www. pensioenfondspgb.nl/deelnemers/ service-contact-deelnemers/ Voor gepensioneerden verandert er niet veel voor het recht op partnerpensioen. Een ingegaan partnerpensioen zal echter, evenals het ouderdomspensioen, meer afhankelijk van de beleggingsresultaten worden en sneller verhoogd dan wel worden verlaagd. 7. Als ik en mijn partner zijn overleden en er zit nog geld in míjn potje, is dat dan voor mijn erfgenamen? Nee, dat is niet het geval. Dit geld wordt gebruikt om de garantie op een uitkering gedurende het hele leven van gepensioneerden en hun partners waar te kunnen maken. Mochten u of uw partner langer leven dan verwacht en eigenlijk met een leeg potje zitten, dan blijft u daardoor ook pensioen ontvangen. 8. Vanaf wanneer krijg ik mijn pensioenuitkering uit mijn eigen potje? Het ziet er naar uit dat dat uiterlijk 1 januari 2027, of zoveel eerder als mogelijk, het geval zal zijn. Dit hangt echter af van de vraag of de wet ook daadwerkelijk op 1 juli 2023 in werking zal treden. 9. Is mijn uitkering in het nieuwe stelsel minimaal wat ik daarvoor ook kreeg? Kan het ook meer of minder zijn?
Het streven is erop gericht, dat dit minimaal gelijk is aan de uitkering die u de maand daarvoor nog onder de oude regels kreeg. Het bestuur van PGB doet hier ook alles aan om dat te bereiken. Dit is echter sterk afhankelijk van de dekkingsgraad op het moment van de overgang. Garanties zijn daarom niet te geven. Het kan ook meer zijn of minder. 10. Als ik onder de solidaire premieregeling val, zorgt de buffer er dan voor dat ik niet gekort word? Het lijkt er nu op dat ervoor gekozen wordt om de buffer (grotendeels) in te zetten voor stabilisering van de pensioenuitkeringen. Als dat zo wordt besloten, dan is de kans op kortingen op uitkeringen door tegenvallende beleggingsresultaten een stuk kleiner of de korting wordt gedempt. Maar zeg nooit nooit. 11. Hoe wordt de hoogte van mijn pensioenuitkering beschermd als ik, misschien wel tegen mijn zin, in de flexibele regeling beland? Voor gepensioneerden wordt een apart risicoprofiel gemaakt. Bescherming van de pensioenuitkering gebeurt door het aandelenrisico te verminderen en het renterisico (deels) af te dekken. Dat zal niet veel anders zijn dan bij de solidaire premieregeling. Als de dekkingsgraad bij invaren voldoende is om bij de solidaire premieregeling de solidariteitsbuffer te vullen, dan zal bij de flexibele premieregeling een vergelijkbaar bedrag aan het eigen potje worden toegevoegd. De buffer zit dan als het ware in het eigen potje. Er kan in de flexibele premieregeling ook gekozen worden voor een vaste uitkering. Het is nog niet duidelijk hoe dat verder binnen PGB geregeld zal worden. 12. Hoe vaak wordt gekeken of mijn pensioen verhoogd of verlaagd kan worden? Wij gaan ervan uit, dat dit net als nu éénmaal per jaar gebeurt. Dit moet nog definitief worden vastgesteld door PGB. 13. Hoe gaat het tot de nieuwe regels gaan gelden (uiterlijk 1 januari 2027) met indexeren? We hebben op 1 januari 2023 7% gekregen. De toeslagverlening (indexatie) gaat tot het moment waarop de nieuwe regeling wordt ingevoerd, dus uiterlijk 1 januari 2027, op de oude - in 2022 aangepaste - voet verder. Als wordt besloten om de oude rechten in te varen, dan kan PGB tot die tijd gebruik maken van het zogenoemde transitie-ftk. In dat geval mag er vanaf een dekkingsgraad van 105 geïndexeerd worden, waarbij er geen wettelijke eisen meer zijn over buffers. Indexatie is dan eerder mogelijk, maar dat is natuurlijk wel afhankelijk van beleggingsrendementen en ontwikkeling van de dekkingsgraad. Daarbij kijkt het pensioenfonds ook of er voldoende geld in kas blijft om zoveel mogelijk te voorkomen dat er bij het invaren gekort moet worden. 14. Blijft er ook nog wat over om de schade uit het verleden te repareren, de inhaalindexatie? PGB kent geen inhaalindexatie. Of er wat overblijft, hangt af van de hoogte van de dekkingsgraad bij de overgang naar het nieuwe systeem. Als die hoog genoeg is en er na het vullen van de persoonlijke ‘potjes’ met 100% en de solidariteitsreserve binnen de solidaire premieregeling nog wat overblijft, dan wordt dat gebruikt om álle potjes te verhogen en dus alle aanspraken en pensioenen te verhogen. Dat is dan in feite een extra indexatie, maar geen inhaalindexatie want dit staat los van het verleden. 15. Is er straks nog sprake van een dekkingsgraad? Voor de variabele uitkeringen in de solidaire en flexibele premieregeling speelt de dekkingsgraad geen rol meer zoals die dat in het huidige stelsel doet. Voor de vaste uitkering in de flexibele premieregeling blijven vermoedelijk de regels zoals die binnen het huidige financieel toetsingskader zijn gedefinieerd gelden. Dus daar is dan wel sprake van een dekkingsgraad. Dit laatste geldt overigens ook voor de pensioenuitkeringen die niet kunnen invaren. 16. Is er nog sprake van een door de DNB vastgesteld rekenrente? Ja, ook in het nieuwe pensioencontract speelt de door DNB vastgestelde rentetermijnstructuur nog een rol (onder andere bij de vaststelling van het projectierendement. Hiermee wordt onder meer uitgerekend hoeveel premie voor de werkenden jaarlijks moet worden ingelegd om een bepaald pensioen te behalen). 17. Wanneer wordt mijn pensioen verhoogd en wanneer verlaagd? Afhankelijk van de beleggingsresultaten, de sterfteberekeningen, de ontwikkeling van het projectierendement en de stand van de solidariteitsreserve worden pensioenuitkeringen verhoogd of verlaagd. Wij gaan ervan uit, dat dit éénmaal per jaar wordt bekeken. 18. Wat gebeurt er wanneer mijn potje leeg is en ik nog in leven ben? In principe kan het potje niet leegraken. Het potje wordt als iemand ouder wordt dan gemiddeld iedere keer weer gevuld voor de komende periode. Dit gebeurt vanuit de potjes die vrijvallen door overlijden van anderen (zie ook vraag 7). Als iedereen echter langer gaat leven dan verwacht, kan dat er wel toe leiden dat de pensioenen verlaagd moeten worden. 19. Kan ik ook een bedrag ineens opnemen? Nee, dat kan alleen op het moment dat iemand voor het eerst met pensioen gaat. 20. Mijn oud-werkgever is overgenomen door een ander bedrijf. Wat betekent dat voor mij? In principe zijn alle rechten en plichten van de oud-werkgever meegegaan naar de nieuwe werkgever en is die nieuwe werkgever ook belast met de uitvoering van de nieuwe pensioenwet. Hij zal dus besluiten welke regeling gaat gelden en of er wordt ingevaren. Het invaren gebeurt dan bij PGB, ook als de nieuwe werkgever het pensioen voor zijn huidige werknemers ergens anders heeft ondergebracht. Als de oud-werkgever een vrijwillige aansluiting betrof (dus geen verplichte bedrijfstakregeling kende), failliet is en er geen overnemende partij is, dan blijven de huidige pensioenregels van kracht en kan er niet worden ingevaren. 17
Het VO heeft voorlopig de handen vol Het overbrengen van een zo reusachtig pensioenkapitaal naar een nieuw, individueel systeem is in de wereld nog niet eerder vertoond. Dat vereist scherp toezicht op het handelen van de verantwoordelijke pensioenfondsbesturen. Om praktische redenen is het gebruikelijke ‘Individueel bezwaarrecht’ tegen kapitaaloverdracht opgeschort tot de transitie achter de rug is. In plaats daarvan is tijdens het ‘invaren’ aan verantwoordingsorganen (VO) het ‘verzwaard adviesrecht’ toegekend. Dat betekent dat bestuur en cao-partners verplicht zijn om de afspraken te herzien als het VO (of een deel ervan) negatief adviseert op de plannen. Tonnie Klein Hemmink en Jos van Rijsingen, beiden door de VVG benoemde VO-leden, bereiden zich voor om de belangen van gepensioneerden zo goed mogelijk voor het voetlicht te brengen zodat deze met het juiste gewicht kunnen meewegen in de ‘evenwichtige belangenafweging’. Van Rijsingen, behalve VVGvertegenwoordiger tevens voorzitter van het VO, zoekt de oplossing in een duidelijke en begrijpelijke methodiek om de afweging van de uiteenlopende belangen inzichtelijk te maken: ‘Hoe Jos van Rijsingen je er ook tegenaan kijkt, als je het plat slaat, blijft het een kwestie van plussen en minnen. En dan gaat het erom dat de ene groep niet alleen maar plusjes heeft en de andere vooral minnen.’ Van Rijsingen houdt ervan om ingewikkelde dingen simpel te maken. Uit zijn lange OR-ervaring weet hij dat het belangrijk is om tijdens het besluitvormingstraject geen mensen te verliezen. ‘Nu is de tijd dat we de plussen en minnen goed in beeld moeten brengen. We moeten onze analyse op tijd klaar hebben en niet door het bestuur worden verrast. In deze fase kunnen we nog bijsturen.’ Klein Hemmink: ‘Onze taak is goed toezien. Informatie verzamelen en opletten of de voorwaarden die gesteld zijn niet gaan schuiven. We moeten vooruitzien tot 2026, maar de condities zijn nog niet duidelijk,’ legt hij uit. ‘Zo is de dekkingsgraad van het fonds op het moment van invaren van belang, maar daar kunnen we nog geen zinnig woord over zeggen. We zitten op een schip, we kennen ruwweg de bestemming, maar we weten niet precies waar het aan gaat meren.’ Van Rijsingen wijst op het belang van het wettelijk Hoorrecht van gepensioneerdenverenigingen. ‘Dat is voor gepensioneerden de enige formele manier om je stem te laten horen.’ Hij hoopt dat gepensioneerden zich uitspreken, ook op PensioenTrefpunt, een platform dat in Tonnie Klein Hemmink 18 samenwerking met PGB is opgezet. ‘Voor ons als vertegenwoordigers van de gepensioneerden is het belangrijk om zo goed mogelijk input te krijgen. Zowel van de pensioenwerkgroep van de VVG als van individuele leden. Waar leggen wij onze accenten? Werkgevers willen lage kosten, FNV wil dat premie nog ruimte biedt voor een aantrekkelijke loonsverhoging in de cao. Gepensioneerden willen ook een plus zien.’ ‘Voor gepensioneerden is de invaarmethode van belang,’ zegt Klein Hemmink. ‘We zijn een multisectoraal fonds. We hebben niet één maar tientallen verschillende cao-tafels waar sociale partners over het toekomstige contract gaan beslissen. We krijgen zowel met het solidaire als met het flexibele contract te maken. We moeten erop toezien dat gepensioneerden er niet bekaaid afkomen in vergelijking tot de anderen.’ Het VO heeft verzwaard adviesrecht over de aard van het contract en moet adviseren of het voor alle partijen redelijk uitwerkt. Klein Hemmink: ‘Het adviesrecht over het ‘overbruggingsplan’, dat in de transitieperiode jaarlijks door het bestuur bij DNB moet worden ingeleverd, geeft een goed beeld van de generatie-effecten. Ieder jaar wordt bepaald hoe je er financieel voorstaat en wat je moet doen om die transitie zo goed mogelijk door te komen. Hoe ga je met de centen om, daar gaat het om!’ Van Rijsingen: ‘Het bestuur kan verzwaard adviesrecht niet naast zich neerleggen. Als wij van mening zijn dat een van de groepen aan het kortste eind trekt, moet het contract terug naar de tekentafel. Zelfs als maar één van de belanggroepen negatief adviseert, dan moeten sociale partners en bestuur er opnieuw mee aan de slag.’ Nicoline Maarschalk Meijer
VVG-PGB Bestuur Voorzitter: Ernst Taris ernsttaris@vvgpgb.nl Vice-voorzitter: Jos van Rijsingen, tel. 073-6214378 josvanrijsingen@vvgpgb.nl Penningmeester a.i: Thijs Reuder, tel. 06-5261833 penningmeester@vvgpgb.nl Bestuurslid/ledenadministratie: Tonnie Klein Hemmink, tel. 06-51605411 ledenadministratie@vvgpgb.nl Bestuurslid/communicatie: Vacature redactie@vvgpgb.nl Bestuurslid/ledenservices: Thijs Reuder, tel. 06-52616833 ledenservices@vvgpgb.nl Bestuurslid/pensioenwerkgroep: Fieneke van den Brink fienekevandenbrink@vvgpgb.nl ledenadministratie/secretariaat: Postadres: Hunzestraat 18, 7555 WB Hengelo Mailadres: ledenadministratie@vvgpgb.nl Telefoon: 06-51605411 Algemeen mailadres: info@vvgpgb.nl Redactie Express: redactie@vvgpgb.nl Secretariaat: secretariaat@vvgpgb.nl Website: vvgpgb.nl 19
20
1 Online Touch